12248404 Informatie over voortgang programmatische aanpak energietransitie en Energie- en Klimaatmonitor 2023-2024
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer
postbus 250 2130 AG Hoofddorp
Bezoekadres: Taurusavenue 100 Hoofddorp Telefoon 0900 1852
cluster inlichtingen Telefoon
Ruimte, Economie en Duurzaamheid Frouwien Oudkerk en Alex Tuinstra 0900 1852
Verzenddatum
1 6 JUNI 2025
Uw brief Ons kenmerk Bijiage(n) onderwerp
XS-25032403.975 Energie- en Klimaatmonitor 2023-2024 Informatie over voortgang programmatische aanpak energietransitie en Energie- en Klimaatmonitor 2023-2024
Geachte heer, mevrouw, In december 2022 hebben wij de Actualisatie Programma Energietransitie 2022-2026 vastgesteld (2022.0002591). Hierin staan een negental focusprojecten waar we ons deze collegeperiode op richten. In vervolg op onze brief van 24 juni 2024 (XS-24050708.267) geven wij de raad een kwalitatief overzicht van de voortgang. De bijlage 'monitor Energie en Klimaat 2023/2024' brengt de voortgang - zoveel mogelijk in relatie tot de doelstellingen - kwantitatief in beeld. Uit de monitor blijkt dat het goed gaat met het opwekken van energie. Daarentegen kunnen meer stappen worden gezet op het gebied van COi-reductie, energiebesparing en het aardgasvrij maken van woningen. Afspraken Coalitieakkoord 2022-2024, Toekomst bestendig groeien
Pilots en proeftuinen voor buurtbatterijen en gasloos bouwen Samen met bewoners van Rijsenhout werken we vervolgstappen uit voor een initiatief voor een buurtbatterij. Wij ondersteunen daarbij de initiatiefnemers. Onder de juiste voorwaarden kunnen batterijen een bijdrage leveren aan het verzachten van netcongestie of de verduurzaming van het elektriciteitsnet. Inmiddels worden er steeds vaker batterijen geplaatst, omdat bedrijven daarmee hun tekorten voor netcapaciteit kunnen ondervangen. Ook wordt er geëxperimenteerd met batterijen. Zo draait Schiphol sinds 2024 een proef met een Iron Flow Battery, een batterij die brandveiliger is dan de lithium-ion variant. Met netbeheerder TenneT voeren we gesprekken over de meerwaarde van grootschalige systeembatterijen voor het tegengaan van netcongestie. Helaas blijken systeembatterijen met de huidige prognoses en beschikbare ruimte bij TenneT nu niet haalbaar. We blijven met TenneT in gesprek over de ontwikkelingen, zodat we daarop kunnen anticiperen. De initiatiefnemers in het Zonnecarré zouden graag batterijen combineren met opwek. Daar zien wij ook potentie in. Hiervoor maken we nog in 2025 beleid, in afstemming met de provincie
Ons kenmerk: XS-25032403.975
Pagina 2
Noord-Holland (PNH) vanwege het bijzonder provinciaal landschap-regime dat voor het Zonnecarré geldt. PNH neemt batterijbeleid op in de omgevingsvisie van 2027. Betrekken alle inwoners We willen inwoners helpen om hun huis te verduurzamen en daarmee de energierekening te verlagen. Daarbij is speciale aandacht voor kwetsbare groepen, zoals inwoners met energiearmoede, ouderen, anderstaligen, niet digitaal vaardigen en laaggeletterden. Zo zijn er speciale informatiekaarten over energiebesparing gemaakt in verschillende talen die energiecoaches inzetten, proberen wij meer gebruik te maken van beeld bij uitingen voor deze doelgroepen en werken wij nauw samen met maatschappelijke partners. Wij leren van en met elkaar hoe wij deze groepen het beste kunnen helpen. Daarnaast zijn we in mei 2024 een kleinschalige pilot gestart met leerwerkplekken voor statushouders en anderstaligen. Hierover hebben we de raad op 30 januari 2024 geïnformeerd (XS.2024.00511). In onze brief van 10 december 2024 over de aanpak van energiearmoede (XS24120511.740) is vermeld dat het niet vanzelfsprekend is dat kandidaten hebben geleerd hoe te leren. Daarom is door het Nova-college naast een (vakgerichte) taalcomponent ook een leercomponent toegevoegd.
Na afstemming met Installatiewerk Nederland (IW) is ook gebleken dat het instapniveau voor het traject aangepast moet worden omdat de doorstroom vanuit de training naar werkgevers een hogere startkwalificatie vraagt. Voor het vervolg wordt de samenwerking onderzocht met het Werkgevers Servicepunt (WSP). Verhogen van ambitie COz-reductie naar 55-60% In het coalitieakkoord is de CC>2-reductiedoelstelling aangescherpt naar het landelijke doel van 55% in 2030. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft het kabinet voortdurend opgeroepen tot aanvullende maatregelen te komen om aan deze ambitie invulling te geven. De VNG constateert dat het aanvullend klimaatpakket dat het kabinet bekend heeft gemaakt, samenhangende beleidskeuzes, langetermijnzekerheid en structurele middelen ontbeert. Doelstellingen raken uit beeld en van mogelijke aanscherping van de doelstelling naar 60% COzreductie in 2030 is in deze context geen sprake (zie ook de slotparagraaf). Het opzetten van een Klimaat- en energiefonds Als uitwerking van de door de raad aangenomen moties over duurzaamheidsleningen voor woningeigenaren heeft de raad op 25 april 2024 de Verordening stimuleringslening energie vastgesteld (10809599). De mogelijkheid voor het aanvragen van een dergelijke lening is opengesteld per 1 november 2024.
In het eerste halfjaar (tot mei 2025) zijn er 26 aanvragen geweest voor een totaal uitgeleend bedrag van circa € 240.000. De gelden zijn met name aangevraagd voor het aanbrengen van hoogrendementsglas, warmtepompen en zonnepanelen. Wij verwachten door de start van de subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie (LAI) meer aanvragen van leningen voor isolerende maatregelen. Focusprojecten
Voorbeeldrol van de gemeente We nemen in onze organisatie verduurzamingsmaatregelen om onze eigen C02-uitstoot te verminderen. Zo hadden eind 2023 39.500 van de 47.000 van onze openbare verlichtingspunten LED-verlichting. In 2024 werden nog eens 1.700 armaturen vervangen. Medio 2025 is het eerste coöperatieve zonnedak op ons gemeentelijke vastgoed gerealiseerd aan het Liesbos. Hier kunnen inwoners (financieel) profiteren van duurzaam opgewekte energie, voor en door inwoners met ondersteuning van de gemeente. Verder blijven wij ons inspannen om de eigen C02-uitstoot terug te dringen. Dit monitoren we aan de hand van de CCh-prestatieladder. In
Ons kenmerk: XS-25032403.975
Pagina 3
2024 hebben wij het certificaat voor niveau drie van de CCb-prestatieladder behouden. Dit staat voor een gestructureerde aanpak en een gedegen inspanning van de organisatie. Faciliterende regelgeving Er zijn twee belangrijke wetten in wording die ons instrumenten geven om te kunnen versnellen in de warmtetransitie. Deze zijn ook toegelicht in het raadsvoorstel concept kadernota warmtetransitie 2.0 (12115751). De Wet gemeentelijke instrumenten warmte (Wgiw) geeft gemeenten handvatten om de warmtetransitie te versnellen en uitvoering te geven aan de regierol in de wijkgerichte aanpak. De wet maakt het bijvoorbeeld verplicht om een Warmteprogramma op te stellen en elke vijf jaar te herzien. Daarnaast geeft deze wet het gemeenten instrumenten om te sturen op betaalbaarheid, haalbaarheid, duidelijkheid en fasering in de warmtetransitie. Het wetsvoorstel is op 10 december 2024 aangenomen door de Eerste Kamer en treedt naar verwachting op 1 januari 2026 in werking. De uitwerking van de Wgiw volgt en wordt naar verwachting dit jaar in het parlement behandeld. De Wet collectieve warmte (Wcw) verankert de gemeentelijke regierol bij collectieve warmte (warmtenetten). De wet regelt bijvoorbeeld een verbod om warmte te leveren, tenzij een warmtebedrijf is aangewezen door het college. Dit warmtebedrijf moet voor meer dan 50% in handen zijn van publieke partijen.
Een lokale warmtegemeenschap kan ook worden aangewezen. De wet regelt ook welke duurzaamheidseisen gelden voor een warmtenet en welke bescherming consumenten hebben bij de tarieven voor warmte. Het wetsvoorstel is op 19 juni 2024 ingediend bij de Tweede Kamer. We onderzoeken hoe en wanneer het van toegevoegde waarde is de nieuwe juridische instrumenten toe te passen. Ook ontwikkelen we scenario's voor de organisatie van een publiek warmtebedrijf (zie ook verder onder het kopje over warmtebronnen en warmtenetten). Om sturing te kunnen geven aan de warmtetransitie voor situaties waar de Wcw niet van toepassing is, bijvoorbeeld kleinschalige warmtenetten of juist grootschalige warmtenetten voor productie en industrie, bereiden wij een Verordening Warmtenetten voor. Deze verordening gaat uit van hetzelfde beginsel als de Wcw: een verbod om warmte te leveren, tenzij daar een vergunning voor is. Deze verordening biedt ons de mogelijkheid om initiatieven te kunnen beoordelen op het eigen warmtebeleid. Regie op energie-infrastructuur De netcongestie bij TenneT raakt vele ontwikkelingen in Haarlemmermeer en omgeving. Op 9 april 2025 hebben wij de raad daarover geïnformeerd in de brief over congestie op het elektriciteitsnet (XS-25032808.981). De uitbreiding van elektriciteitsinfrastructuur op buurt-, lokaal en regionaal niveau is daarmee urgenter dan ooit.
Op al deze niveaus werken we nauw samen met netbeheerders en andere overheden. Een belangrijke mijlpaal is het locatiebesluit voor het onderstation bij de Bennebroekerweg, nodig om de groei van Haarlemmermeer verder te faciliteren. Ook werken we samen met □ander om geschikte ruimte te vinden voor kleinere onderstations die nodig zijn voor de woningopgave, bedrijvigheid en de energietransitie. Voor het oplossen van de netcongestie van TenneT wordt gezocht naar een locatie voor het hoogspanningsstation A9-Zuid. We worden daarin nauw betrokken en zetten in op een toekomstbestendige goed ingepaste plek. PNH neemt hierover in het vierde kwartaal van 2025 een besluit. Het traject Verkenning Aanlanding Wind op Zee (VAWOZ) hangt nauw samen met dit proces. Daar wordt gekeken naar een aanlanding op hoogspanningsstation A9-Zuid en/of Vijfhuizen. PNH zal samen met de colleges van betrokken gemeenten een regioadvies opstellen voor de locaties van de aanlandingen. Het
Ons kenmerk: XS-25032403.975
Pagina 4
Rijk bepaalt vervolgens waar de aanlandingen zullen plaatsvinden. Wij maken voor alle bovengenoemde projecten gebruik van de Uitvoeringsregeling subsidie transformatorstations en tracés Noord-Holland 2024 van PNH. Met Liander maken we afspraken om het opschalen van het plaatsen van transformatorhuisjes in de wijk goed te organiseren. Voor die buurtgerichte aanpak is in 2024 een overeenkomst van samenwerking afgesloten. Naast netuitbreidingen ligt de aandacht in deze periode vooral op het inperken van de gevolgen van netcongestie. We werken daarin nauw samen met TenneT, Liander en PNH om de administratieve netcongestie van datacenters in te perken. Daarnaast zijn er aanvullende maatregelen nodig die nu worden uitgewerkt. Daar verwachten we komend najaar meer duidelijkheid over te geven. Doorontwikkelen enereieloket inwoners Een gemeentelijk energieloket is een verplichting vanuit het Klimaatakkoord waarvoor het Rijk middelen beschikbaar stelt. In 2024 is een belangrijke mijlpaal bereikt voor een toekomstbestendig ingericht Energieloket Haarlemmermeer door de lokale organisatie van het energieloket tot en met 2030 te quasi-inbesteden aan Stichting NMCX Centrum voor duurzaamheid (11063657). Hiertoe is een dienstverleningsovereenkomst overeengekomen.
In de tweede helft van 2024 is onderzoek gedaan naar de klantreis voor inwoners die met hulp van het energieloket willen verduurzamen. In 2025 worden samen met alle betrokken partijen de aanbevelingen uit dit onderzoek opgepakt. We zien de resultaten terug in meer bezoekers op buurtavonden over verduurzaming en meer aangevraagde offertes voor daadwerkelijke uitvoering van maatregelen, zoals vloerisolatie en warmtepompen. Daarnaast is door het Energieloket Haarlemmermeer een project gestart om inzicht te krijgen in de werkelijke stand van energielabels en te komen tot een aanpak om de lage labels te verbeteren. Daarmee wordt gewerkt aan de doelstelling om in 2030 geen woningen met E, F en G-energielabels meer te hebben (zie ook verder onder het kopje over isolatie). Kwetsbare groepen In de brief aan de raad 'Aanpak energiearmoede in Haarlemmermeer stookseizoen 2024/2025' (XS-24125011.740) van 10 december 2024 hebben wij de raad geïnformeerd over de regelingen die tijdens het betreffende stookseizoen zijn ingezet om energiearmoede te verminderen en voorkomen. Zo was er een vervolg op de energiezuinige koelkasten-regeling, is gestart met waterzijdig inregelen, zijn isolerende gordijnen en energiedisplays ingezet door energiecoaches.
Ook hebben de energiefixers dit stookseizoen weer veel huishoudens met energiearmoede geholpen door het aanbrengen van kleinschalige energiebesparende maatregelen bij inwoners thuis. De termijn van besteding van de Specifieke Uitkering Energiearmoede (SPUK EA) is verlengd tot 31 december 2027. De rol van bedrijven Onze gemeente heeft 949 bedrijven die op grond van de Wet milieubeheer een energiebesparingsplicht hebben. Tot 2024 hebben 829 bedrijven zich gemeld voor de informatieplicht. In juli 2023 is de nieuwe vierjaarscyclus van toepassing geworden waarbinnen deze bedrijven zich moeten melden via het RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)loket. In de zomerperiode heeft de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) bedrijven hierop aangeschreven.
Ons kenmerk: XS-25032403.975
Pagina 5
Vanuit het Energiebesparingsakkoord PNH (2021.0002798) zetten we in op stimulerend toezicht door een uitvoerende partner van ons energieloket. Dit betekent dat we bedrijven eerst een helpende hand bieden om te voldoen aan de wettelijke besparingsplichten. Er is dus niet direct sprake van handhaving. Tot en met mei 2025 zijn hiervoor 533 bedrijven bezocht en voorzien van adviezen om energie te besparen. 40% van deze bedrijven heeft één of meerdere van de geadviseerde maatregelen getroffen. Dat zorgt voor een jaarlijkse besparing van bijna 2,5 miljoen kilowattuur aan stroom en meer dan 125.000 kubieke meter gas. Ook hebben inmiddels 160 bedrijven gebruik gemaakt van een actief begeleidingstraject door het energieloket. Daarnaast houdt de ODNZKG toezicht op naleving van de energiebesparingswetgeving. Sinds 1 januari 2023 is minimaal energielabel C verplicht voor kantoren. De ODNZKG heeft waarschuwingsbrieven gestuurd aan kantoren met een lager energielabel en kantoren die nog geen label-registratie hadden. In mei 2025 voldeed 97% van de kantoren aan deze verplichting. De acht kantoren die nog niet voldoen hebben een voornemen last onder dwangsom ontvangen.
De logistieke sector krijgt extra aandacht in verband met (aangekondigde) zero-emissiezones voor bepaalde bedrijfsauto's in onder andere binnensteden rondom Haarlemmermeer, de luchthaven Schiphol, de bloemenveiling in Aalsmeer en de haven van Amsterdam. Deze sector is al in toenemende mate bezig met het elektrificeren van haar transportmiddelen. Op diverse werklocaties in Haarlemmermeer (Nieuw-Vennep Zuid, De Hoek, Schiphol Trade Park) wordt gewerkt aan laadinfrastructuur, duurzame opwek en batterijopslag. Netcongestie maakt dat het van belang is dit gebiedsgericht, collectief en in samenwerking met Liander te doen. In de gebiedsgerichte aanpak Toekomstbestendige Werklocaties faciliteren wij samenwerkingsverbanden van ondernemers. Dit zorgt vaak voor een betere businesscase door schaalvoordelen en er kan beter ingespeeld worden op de problemen van netcongestie. Zo kan spreiding van energieverbruik van bedrijven leiden tot een lagere gelijktijdige belasting van het net. Omdat hier grote investeringen mee gepaard gaan, zijn inmiddels ook energiecoöperaties door ondernemers opgericht (of in voorbereiding) om hier invulling aan te geven. PNH biedt specifieke ondersteuning voor energiehubs. Wij hebben daarvoor verschillende potentiële energiehubs aangedragen waarvan twee zijn geselecteerd.
Polanenpark en de Energiecoöperatie Nieuw-Vennep Zuid worden vanaf 2025 gesteund met kennis en budgetten vanuit PNH. Zonnepanelen op daken Wij zien dat met name maatschappelijk vastgoed (zoals scholen en sportaccommodaties) en bedrijven met een middelgroot dak ondersteuning kunnen gebruiken bij verduurzaming. Door ondersteuning wordt de drempel om te verduurzamen en te kiezen voor zonnepanelen een stuk lager. Tegenstroom is daarom bezig met het benaderen van sportclubs en NMCX begeleidt dit jaar weer een school. NMXC zal naar verwachting in 2025 ook ondersteunen bij het verduurzamen van twee maatschappelijk vastgoedobjecten. Zonnepanelen zijn ook onderdeel van de integrale aanpak van Toekomstbestendige Werklocaties. Verder hebben wij bijgedragen aan de provinciale handreiking 'Zon-op-parkeren, een perspectief voor solar carports in NoordHolland'. Na publicatie van deze handreiking vindt een analyse plaats welke gemeentelijke parkeerplaatsen mogelijk geschikt zijn voor de bouw van een solar carport. We zijn in afwachting van de definitieve uitkomsten.
Ons kenmerk: XS-25032403.975
Pagina 6
Doorontwikkelen proces wijkaanpak Wij hebben de wijkaanpak in 2024 en 2025 vormgegeven in vijf focusgebieden. De nadruk ligt op het versterken van bewonersparticipatie, het verkennen van warmteoplossingen en het opbouwen van lokale samenwerkingen. In de Evaluatie Warmtevisie, behorende bij het raadsvoorstel concept kadernota warmtetransitie 2.0 (12115751) is daar uitgebreid op ingegaan. We ontwikkelen de wijkaanpak verder op basis van de praktijkervaringen en deze wordt opgenomen in het warmteprogramma. In Zwanenburg en Halfweg zijn we in gesprek met een groep betrokken inwoners en gaan we de komende tijd aan de slag met verduurzamingsstappen, zoals isolatie. In Vijfhuizen is een groeiende groep inwoners actief bezig met verduurzaming, samen met de Werkgroep Duurzaamheid van de dorpsraad en bureau Buurkracht. In Rijsenhout heeft het inwonersinitiatief Warm Rijsenhout zicht verder ontwikkeld en groeit het aantal actieve leden. De ideeën en plannen richten zich onder andere op buurtbatterijen en een warmtenet. Wij onderzoeken of dit ook technisch en financieel haalbaar is, onder meer voor de ruimte in de ondergrond. In Floriande West (Hoofddorp) is ook een bewonerswerkgroep actief. Met ondersteuning van Tegenstroom is daar een start gemaakt met een buurtgerichte aanpak met verduurzamingsmaatregelen.
In Badhoevedorp is het technisch en gedragsonderzoek naar de haalbaarheid van een warmtenet afgerond. De resultaten worden geanalyseerd voor een mogelijk vervolg. Windzoekgebied De raad heeft de definitieve spelregels wind op land Haarlemmermeer Zuid vastgesteld (11753926). Deze spelregels zijn leidend voor onze gemeente als er een windpark komt. Op 4 april 2025 zijn de spelregels aangeboden aan PNH. Tijdens drie informatiebijeenkomsten rondom het zoekgebied voor windturbines, zijn bezoekers geïnformeerd over de definitieve spelregels en het vervolgproces. Daarbij waren ook PNH en de Windcoalitie HaarlemmermeerZuid (initiatiefnemers voor 'Windpark Waterwolf) aanwezig. Naar verwachting gaat de Windcoalitie zich officieel bij PNH melden als initiatiefnemer. PNH zal ons nauw betrekken bij het vervolgproces. Het is onze rol om het belang van de spelregels daarin uit te dragen en om omwonenden te ondersteunen bij het inbrengen van hun belangen. We zijn in gesprek met PNH en de Windcoalitie om ervoor te zorgen dat de participatie over een eventueel windpark goed voortbouwt op de participatie over de spelregels. Overige ontwikkelingen
Warmteprogramma Het warmteprogramma is de opvolger van de Warmtevisie Haarlemmermeer 2030. In het warmteprogramma worden keuzes gemaakt over welke warmteoplossingen het beste bij verschillende wijken passen, hoe we de warmtetransitie verder aanpakken en wat inwoners en ondernemers van de gemeente mogen verwachten. De Wgiw verplicht gemeenten om het warmteprogramma uiterlijk eind 2026 vast te stellen (zie ook het kopje faciliterende regelgeving). De eerste stap richting het warmteprogramma is de concept kadernota warmtetransitie 2.0 (12115751). Na het zomerreces start participatie daarover met inwoners. Zij kunnen aangeven wat zij belangrijk vinden voor de warmtetransitie. Hiermee toetsen we de concept kaders en passen deze waar nodig aan. De raad stelt in het najaar van 2025 de definitieve kaders vast. De kaders worden dan gebruikt als basis voor de keuzes in het warmteprogramma. De komende maanden starten we met de technische analyse voor het warmteprogramma, waarin gekeken wordt naar mogelijke warmtebronnen, technieken en (on)mogelijkheden vanuit de lokale situatie (bijvoorbeeld door drukte in de ondergrond of netcongestie).
Ons kenmerk: XS-25032403.975
Pagina 7
Regionale Enereiestrateeie Met de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 voor Noord-Holland Zuid (2021.0000778) zijn de kaders, uitgangspunten en ambities voor het realiseren van grootschalige hernieuwbare elektriciteit op land door de raad vastgesteld. In de Herijking RES 2024 (10908931) zijn voor Haarlemmermeer geen wijzigingen opgenomen. Zonnecarré Bij brieven van 31 oktober 2023 (X.2023.06819), 14 mei 2024 (XS-24042301.240), 10 december 2024 (XS-24111509.696) en 3 juni 2025 (XS-25041711.1037) hebben wij de raad geïnformeerd over de stand van zaken in het Zonnecarré tot en met mei 2025. Inmiddels staan er geen initiatieven meer op de wachtlijst en willen alle initiatiefnemers die nog geen omgevingsvergunning hebben dit jaar een aanvraag doen. Met de huidige initiatieven blijft er 26 hectare aan ruimte over in het Zonnecarré. Eventueel kan deze ruimte op termijn opnieuw verdeeld worden. Wij beogen de verkenning hiervan nog in 2025 te starten, afhankelijk van actuele ontwikkelingen, zoals de schitteringsproblematiek en batterijbeleid. Schitteringsproblematiek Op 11 maart 2025 informeerden wij de raad uitgebreid over de schittering die geconstateerd is bij De Groene Energie Corridor (DGEC) (11844596). Vanwege de mogelijke gevolgen voor de initiatieven binnen het Zonnecarré zijn wij in gesprek met alle initiatiefnemers en vergunninghouders.
Om soortgelijke problemen te voorkomen bij nog te realiseren initiatieven, hebben wij opgeroepen om - naast de eerder uitgevoerde vliegveiligheidsonderzoeken aanvullend locatie-specifiek onderzoek te doen. Hierin moet rekening worden gehouden met aankomende schitteringsnormen die het Rijk voorbereidt. Wij houden de raad separaat op de hoogte van de ontwikkelingen betreft de schittering. Microturbines Op 30 januari 2025 is het Beleidskader microturbines Haarlemmermeer vastgesteld (11571771). In het beleid staat onder welke voorwaarden wij medewerking verlenen aan het plaatsen van microturbines in het landelijk gebied. Na het vaststellen van het beleidskader heeft de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) samen met onze gemeente en Tegenstroom op 1 april 2025 een informatieavond voor geïnteresseerde leden georganiseerd. Wij hebben tijdens deze informatieavond het beleidskader nader toegelicht. Isolatie Vanuit het Rijk hebben wij middelen ontvangen in de vorm van een SPUK voor de Lokale Aanpak Isolatie (LAI). Met deze middelen hebben wij de subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie 2024 vastgesteld (11633000) om inwoners te stimuleren om energie te besparen door middel van het toepassen van een isolatiemaatregel voor hun woning.
De subsidieregeling is beschikbaar voor 1.207 koopwoningen met een WOZ-waarde van maximaal € 445.000 in peiljaar 2022 (het gemiddelde in onze gemeente) en een energielabel D tot en met G. Inwoners kunnen maximaal € 1.325 ontvangen voor één isolatiemaatregel. Deze subsidieregeling loopt vanaf 1 maart 2025 tot en met 31 augustus 2026, of tot het subsidieplafond is bereikt. Natuurinclusief isoleren We willen voorkomen dat de binnenstedelijke woningbouwontwikkeling (de verdichtingsopgave) en de woningisolatie in de energietransitie vertragen door knelpunten rond soortenbescherming. Sommige ruimtelijke ingrepen en na-isolatiemaatregelen, zoals spouwmuur- en dakisolatie, vereisen ecologisch onderzoek en mogelijk een Omgevingsvergunning. Op woningniveau is dit onderzoek tijdrovend en relatief duur.
Ons kenmerk: XS-25032403.975
Pagina 8
Een oplossing is een soortenmanagementplan (SMP). Hierbij worden ecologisch onderzoek en compensatie gebiedsgericht uitgevoerd. Met het SMP kunnen we een gebiedsgerichte omgevingsvergunning (GGO) flora- en fauna-activiteit aanvragen. Zowel binnenstedelijke woningbouwprojecten als inwoners kunnen hiervan gebruik maken. Er is dan op individueel niveau geen onderzoek meer nodig naar de soorten van het SMP, zoals vleermuizen. Dit voorkomt vertraging. Voor inwoners betekent dit lagere kosten, een kortere doorlooptijd voor het isoleren van hun woning en minder regeldruk. Ook draagt een SMP bij aan het behouden en versterken van de biodiversiteit, in lijn met de doelen uit de Natuurvisie 2040. Wij hebben daarom besloten de SMP methodiek toe te passen (11949742). Dit is een lange termijnaanpak die ongeveer twee jaar duurt om te ontwikkelen. In de tussentijd zetten we in op de Landelijke aanpak Natuurvriendelijk Isoleren. Hiermee is het voor 6% van de woningen per (CBS-)buurt mogelijk hun spouwmuur en dak van buitenaf te isoleren. Warmtebronnen en warmtenetten (collectieve warmte) Collectieve warmte is warmte die aan meerdere gebruikers tegelijkertijd wordt geleverd.
Om dit succesvol te kunnen doen zijn vier aspecten van belang: - warmtebronnen: de warmte uit hernieuwbare bronnen of beschikbare restwarmte; - warmte-infrastructuur: de warmteleidingen en de bijbehorende installaties (warmtenet); - warmtelevering: het organiseren van het leveren van warmte aan de gebruikers (warmtebedrijf); - warmte-afnemers: gebruikers die de warmte gebruiken (bewoners en bedrijven). In Haarlemmermeer zijn twee typen warmtebronnen beschikbaar die op grote schaal warmte zouden kunnen leveren: geothermie (aardwarmte) en datathermie (restwarmte uit datacenters). Er is nader (seismisch)onderzoek nodig naar de potentie van geothermie. Dit onderzoek is kostbaar. Met behulp van een subsidie van PNH en een cofinanciering door Energie Beheer Nederland (EBN) en de marktpartijen Gaia Energy (Gaia) en IPS Geothermal Energy (IPS) wordt dit vervolgonderzoek in 2026 uitgevoerd (12018932). Om geothermie succesvol te kunnen toepassen is een stabiele en grootschalige afzet nodig. Omdat glastuinbouw hierin een belangrijke speler kan zijn, ligt de focus van het seismisch onderzoek op de Greenport Aalsmeer. De andere potentiële warmtebron is restwarmte van datacenters. Een aantal datacenters is aan het onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de restwarmte te kunnen leveren. Een aantal business-to-business initiatieven wordt al verkend.
In deze fase is het belangrijk dat ook de belangen van onze inwoners en andere ondernemers bij deze initiatieven worden behartigd. Zo voorkomen we dat we kansen voor het inzetten van datathermie missen. Daarom zijn wij zelf ook in gesprek met datacenters en stemmen we af met buurgemeenten. Ook hier speelt de glastuinbouw een rol. Daarom is in februari 2025 de bestuurlijke Taskforce Energietransitie Greenport Aalsmeer opgericht. Hierin vindt bestuurlijke afstemming plaats over de (on)mogelijkheden voor een integraal regionaal energiesysteem met meerdere bronnen. Bij elke vorm van collectieve warmte is de aanleg van warmte-infrastructuur nodig. Dit bestaat onder andere uit warmteleidingen (warmtenet) en warmtestations om de warmte rond te pompen en waar nodig de temperatuur te verhogen. Voor de organisatie hiervan is - conform de Wcw - een publiek warmtebedrijf nodig dat de volledige warmtelevering verzorgt aan inwoners en ondernemers. Dit warmtebedrijf kan (deels) gemeentelijk zijn maar dat hoeft niet. Momenteel verkennen we hiervoor meerdere scenario's die later worden voorgelegd aan de raad. Een belangrijk vraagstuk daarbij is de juiste balans tussen zeggenschap en financiële participatie. Hoe groter de deelname, hoe meer zeggenschap en vice versa.
Ons kenmerk: XS-25032403.975
Pagina 9
Energie- en Klimaatmonitor
De Energie- en Klimaatmonitor en deze voortgangsbrief zijn complementair aan elkaar. De monitor is een evaluatie-instrument voor kwantitatieve doelstellingen. Zijn we op de goede weg om doelstellingen te halen? En hoe doen we het ten opzichte van de rest van Nederland? Bij het beantwoorden van deze vragen staan (historische) meetwaarden centraal. Op deze manier behoudt de monitor een autonoom karakter en vult deze de voortgangsbrief goed aan. Veel van de in de monitor behandelde doelstellingen komen uit de Nota Actualisatie Programma Energietransitie 2022-2026. We benadrukken dat in de monitor alleen thema's met een kwantitatieve doelstelling aan bod komen. Sommige coalitieafspraken en focusprojecten hebben geen kwantitatieve doelstellingen en worden daarom niet in de monitor behandeld. Een van de inzichten van de monitor is dat, ondanks een significante groei in bevolking en economische activiteiten, de COz-uitstoot in Haarlemmermeer de afgelopen zes jaar licht is afgenomen. Wanneer deze reductie doorzet, is de uitstoot in 2030 16% gedaald (in plaats van de beoogde 55%) en is Haarlemmermeer rond 2065 COz-neutraal. Deze prognose is puur gebaseerd op de dalende lijn van de afgelopen zes jaar, zonder dat rekening is gehouden met beleid of bevolkingsgroei. Tenslotte
Nog voor de val van het kabinet op 3 juni 2025 heeft de VNG de Tweede Kamer opgeroepen de randvoorwaarden voor gemeenten in te vullen, zodat de energietransitie haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar is. Daar was met het aanvullend klimaatpakket al geen sprake van, de val van het kabinet heeft het behalen van doelstellingen nog onzekerder gemaakt. Wij steunen de lobby van de VNG en de G40 om de balans tussen taken en middelen te herstellen. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,
Energie- en Klimaatmonitor 2023 - 2024 Juni 2025
Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................................................................................................................................................... 3 Thermometer Energie en Klimaat ............................................................................................................................................................................................................................. 4 1.
Voortgang doelen energietransitie ................................................................................................................................................................................................................ 6 Energieverbruik en CO₂-uitstoot........................................................................................................................................................................................................................ 7 1.1.1 Energieverbruik afgelopen zes jaar licht toegenomen 7 1.1.2 CO₂-uitstoot afgelopen zes jaar licht afgenomen 8 1.1.3 CO₂-uitstoot gemeentelijke organisatie in vijf jaar bijna gehalveerd 9 1.2 Grootschalige opwek hernieuwbare energie .................................................................................................................................................................................................. 10 1.2.1 Verdubbeling opwek hernieuwbare energie in afgelopen zes jaar 10 1.2.2 Opgesteld vermogen zon op daken neemt flink toe 11 1.3 Besparen ..........................................................................................................................................................................................................................................................
12 1.3.1 Steeds minder woningen met een laag energielabel 12 1.4 Warmte ............................................................................................................................................................................................................................................................ 13 1.4.1 Bestaande woningen gaan mondjesmaat van het aardgas af 13 1.1
2.
2
2.1 2.2
Klimaatadaptatie ......................................................................................................................................................................................................................................... 14 Kaders .............................................................................................................................................................................................................................................................. 14 Klimaatadaptatie in de praktijk ....................................................................................................................................................................................................................... 14
Gemeente Haarlemmermeer
Voorwoord De weg is nog lang en ook niet vrij van hobbels en zonder inhaalslag gaan we de doelen niet halen. Dat is mijn primaire reactie op de Energie- en Klimaatmonitor 2023-2024. Die bevat berichten die mij positief stemmen: de CO₂uitstoot is licht afgenomen, de opwek van energie van het opgesteld vermogen op daken is de afgelopen vijf jaar flink toegenomen en de CO₂-uitstoot van de gemeentelijke organisatie in vier jaar is bijna gehalveerd. Maar daar staat tegenover dat bestaande woningen maar mondjesmaat van het aardgas af gaan en dat het energieverbruik dat in 2026 tien procent lager moet zijn en in 2050 zelfs gehalveerd in Haarlemmermeer de afgelopen jaren juist licht is toegenomen.
3
Gemeente Haarlemmermeer
Ik wil er op deze plek op wijzen dat Haarlemmermeer een lastige gemeente is om de doelstellingen op het gebied van klimaat en energie te halen. De gemeente groeit en bloeit en dat is op zichzelf natuurlijk een gunstige ontwikkeling. Maar bevolkingsgroei en toenemende bedrijvigheid, vooral datacenters, gaan gepaard met een stijgend energieverbruik. Ook het feit dat Haarlemmermeer veel arbeidsplaatsen biedt en een omvangrijk wegennetwerk kent, draagt niet bij aan een gunstig uitgangspunt. Alles overziende kunnen we in Haarlemmermeer ondanks de grote inzet nog niet tevreden zijn met waar we nu staan. Stug dóórgaan met ons beleid op het gebied van klimaat en energietransitie, is wat ons te doen staat. Die mentaliteit hebben we nodig en de
historie van Haarlemmermeer laat zien dat we het daarmee altijd al ver hebben geschopt. Charlotte van der Meij Wethouder Klimaat en Energietransitie
Thermometer Energie en Klimaat Samenvatting De afgelopen zes jaar is de bevolking en de economie van Haarlemmermeer gegroeid. Dit heeft bijgedragen aan een lichte stijging van het totale energieverbruik. In dezelfde periode is de CO₂-uitstoot enigszins gedaald, met name door de toegenomen opwek van duurzame energie. Desondanks dient er nog een stap te worden gezet om de huidige CO₂-doelstellingen te behalen.
Doelstelling 2026¹
Doelstelling 2030¹
50%
10% energiebesparing Energiebesparing
CO₂-emissie
energiebesparing
De laatste zes jaar is het energieverbruik licht toegenomen
30% CO₂-reductie
Doelstelling 2050¹
Nota Actualisatie²
55% CO₂-reductie
In het huidige tempo worden de CO₂-doelstellingen niet behaald
Coalitieakkoord en Nota Actualisatie
50% CO₂-reductie in 2025 t.o.v. 2019 Gemeentelijke organisatie
Hernieuwbare energie
In 2024 stoot de organisatie 38% minder CO₂ uit dan in 2019
500 GWh bijdragen
735 GWh bijdragen
aan RES
aan RES
We liggen inclusief Zonnecarré op koers voor beide doelstellingen
Overkoepelende doelstellingen Energietransitie
Gemeente
Nota Actualisatie en Herijking RES
Doelstelling 2026¹
Doelstelling 2030¹
Doelstelling 2050¹
205 MW opgesteld vermogen zon op daken en parkeerterreinen Hernieuwbare energie
Vermogen zon op daken groeit gestaag door
30% minder EFG-labels bij woningen Gebouwde omgeving
Geen EFG-labels bij woningen
De afname van EFG-labels stagneert
10% minder aardgasaansluitingen bij bestaande woningen Gebouwde omgeving
Nota Actualisatie
Nota Actualisatie
20% minder aardgasaansluitingen bij bestaande woningen
In 2023 is 1% van de bestaande woningen van het aardgas af
Geen aardgasgebruik Nota Actualisatie
¹
Alle doelstellingen hebben 1990 als referentiejaar, tenzij anders aangegeven.
²
De Nota Actualisatie Programma Energietransitie 2022-2026 (Nota Actualisatie, 2022.0002591) is opgesteld om, op het gebied van energietransitie, invulling te geven aan het landelijke Klimaatakkoord. De Nota Actualisatie scherpt de doelstellingen uit de Programmatische aanpak Energietransitie Haarlemmermeer (2019.0037699) aan.
1. Voortgang doelen energietransitie Veel gegevens over de energietransitie komen uit de Regionale Klimaatmonitor van de RVO. De monitor is opgezet om ambtenaren uit alle overheidslagen te voorzien van eenduidige, betrouwbare informatie. De Regionale Klimaatmonitor wordt gevoed met diverse bronnen, zoals het CBS en Emissieregistratie. Hierbij zijn een paar kanttekeningen van belang: -
In de totale CO₂-uitstoot worden opstijgende en landende vliegtuigen op Schiphol buiten beschouwing gelaten en worden datacenters meegenomen.
-
Bij veel thema’s is 2023 het meest recente kalenderjaar. Dit komt omdat het de RvO tijd kost om de diverse databronnen te verzamelen, controleren en samen te voegen.
-
Voor bestaande energiedoelstellingen gebruiken we 2017 als referentiejaar. In (inter)nationale klimaatdoelen wordt echter standaard gerefereerd aan 1990. Omdat de meetgegevens van 1990 niet op gemeenteniveau beschikbaar zijn en de landelijke uitstoot in 2017 gelijk was aan de uitstoot in 1990, hanteren we in deze monitor 2017 als referentiejaar (bron: CBS).
Het thema duurzame mobiliteit komt aan bod in hoofdstuk 3 van de recent uitgebrachte Mobiliteitsmonitor 2023 - 2024.
6
Gemeente Haarlemmermeer
1.1
Energieverbruik en CO₂-uitstoot 1.1.1
Energieverbruik afgelopen zes jaar licht toegenomen
Met energieverbruik bedoelen we alle energie die verbruikt wordt door de eindgebruiker. Dit staat dus los van hernieuwbare energie (energie afkomstig uit natuurlijke bronnen zoals zon, wind en water).
belangrijk deel te verklaren door bevolkingsgroei, toenemende bedrijvigheid en -bovenal- het stijgende verbruik van de sector datacenters. Wanneer datacenters buiten beschouwing worden gelaten, is het energieverbruik de afgelopen zes jaar licht afgenomen en ligt de gemeente op koers voor beide doelstellingen. Al ligt zelfs dan het energieverbruik per 1.000 inwoners 40% hoger in Haarlemmermeer dan in de rest van Nederland. Dit komt grotendeels doordat Haarlemmermeer relatief veel arbeidsplaatsen biedt. Dit betekent dat een groot
Tussen 2017 en 2023 is het energieverbruik in Haarlemmermeer licht gestegen (zie Figuur 1). In de Nota Actualisatie is ten doel gesteld dat ten opzichte van 2017 het energieverbruik in 2026 met 10% is afgenomen en in 2050 met 50%. Er is nog flink wat verandering nodig om deze doelstellingen te halen. De lichte toename van het energieverbruik is voor een
Energieverbruik Haarlemmermeer 30
Energieverbruik (in 1.000 TJ)
25 20 15 10 5 0 2017
2018
2019
historisch verloop
2020
2021
2022
huidige trend
2023
2024
2025
2026
10% reductie in 2026
Figuur 1: Energieverbruik in Haarlemmermeer (bron: Klimaatmonitor, bewerking gemeente) 7
Gemeente Haarlemmermeer
2027
2028
2029
2030
50% reductie in 2050
aantal gebouwen energie dient te krijgen en dat er veel kilometers aan woon-werkverkeer worden gemaakt (Haarlemmermeer heeft een omvangrijk wegennetwerk).
1.1.2
CO₂-uitstoot afgelopen zes jaar licht afgenomen
Naar aanleiding van het Klimaatakkoord van Parijs is in 2021 de huidige Europese Klimaatwet vastgesteld. Deze wet schrijft voor dat Europese landen in 2030 55% minder broeikasgassen uit mogen stoten dan in 1990 en dat ze in 2050 klimaatneutraal zijn. In ons coalitieakkoord is de eerstgenoemde doelstelling overgenomen. De Nota Actualisatie heeft als aanvullende doelstelling dat de CO₂-uitstoot in 2026 30% lager is dan in 1990.
2023 is de CO₂-uitstoot in Haarlemmermeer licht afgenomen (zie paarse lijn Figuur 2). In het huidige tempo wordt geen van bovengenoemde doelstellingen gehaald en is Haarlemmermeer in 2065 CO₂-neutraal. De CO₂-reductie in 2030 dan 27% ten opzichte van 1990, in plaats van de beoogde 55%. Een belangrijke kanttekening is dat in deze percentages de uitstoot van datacenters is inbegrepen. Het aandeel hiervan in de totale uitstoot van de gemeente is tussen 2017 en 2023 gestegen van 4 naar 15 procent. Zonder inbegrip van datacenters ligt de
Zoals in de inleiding is aangegeven, gebruiken we 2017 in plaats van 1990 als referentiejaar. Tussen 2017 en
gemeente redelijk goed op koers voor beide CO₂doelstellingen. Tussen 2017 en 2023 is de CO₂-uitstoot dus afgenomen, terwijl in dezelfde periode het energieverbruik juist is toegenomen (zie voorgaande paragraaf. Dit komt doordat op landelijk niveau energie in 2023 duurzamer is dan in 2017. Vanwege de opwek van hernieuwbare energie is de gemiddelde uitstoot per kWh elektriciteit of m³ aardgas in Nederland (de zogenoemde emissiefactor) flink gedaald.
CO₂-uitstoot Haarlemmermeer 2.000
CO₂-uitstoot in kiloton
1.800 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400
Toelichting grafiek
200 0 2017
2018
2019
historisch verloop
2020
2021
2022
huidige trend
2023
2024
2025
30% reductie in 2026
Figuur 2: CO₂-uitstoot Haarlemmermeer (bron: Klimaatmonitor, bewerking gemeente) 8
Gemeente Haarlemmermeer
2026
2027
2028
2029
2030
55% reductie in 2030
De blauwe stippellijn toont de ontwikkeling van de CO₂uitstoot als de gemiddelde jaarlijkse afname tussen 2017 en 2023 op de huidige manier doorzet. Deze trendlijn is dus niet gebaseerd op beleid of projecten, en houdt ook geen rekening met wijzigingen in het aantal inwoners of de economie.
1.1.3
CO₂-uitstoot gemeentelijke organisatie in vijf jaar bijna gehalveerd
De gemeente heeft het doel gesteld dat de gehele organisatie in 2025 50% minder CO₂ uit stoot dan in 2019. Om deze CO₂-uitstoot in kaart te brengen kan geen beroep worden gedaan op landelijke databronnen, daarom berekenen we de uitstoot zelf. Dit doen we net als enkele andere gemeenten aan de hand van de CO₂-prestatieladder. Jaarlijks worden we hiervoor gecontroleerd door een onafhankelijke auditor. In 2024 stoot de gemeentelijke organisatie 38% minder CO₂ uit dan in 2019. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door een afname in aardgasverbruik (zie
Figuur 3). Het afstoten van het oude gemeentehuis draagt hier flink aan bij: in 2019 werd op die locatie 450 ton CO₂ uitgestoten aan aardgas. Tussen 2019 en 2024 is ook de CO₂-uitstoot van brandstofverbruik flink gedaald. Dit komt omdat bedrijfsmiddelen zoals machines geen gebruik meer maken van diesel, maar van HVO50 (een combinatie van biobrandstof en diesel). Verder is de gemeente bijna volledig overgegaan op groene stroom. Dit betekent in de rekenmethodiek van de CO₂-prestatieladder dat de CO₂-uitstoot als gevolg van elektriciteitsverbruik vrijwel nihil is
CO₂-uitstoot gemeentelijke organisatie naar sector CO₂-uitstoot (in tonnen)
900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 Aardgas
Brandstofverbruik 2019
Elektriciteitsverbruik 2024
Figuur 3: CO₂-uitstoot van de gemeentelijke organisatie naar emissiesector (bron: gemeente)
9
Gemeente Haarlemmermeer
Zakelijk vervoer
geworden. Het daadwerkelijke elektriciteitsverbruik is overigens ook afgenomen, met bijna een derde. Dit komt vooral door het aanbrengen van LED-verlichting in de openbare ruimte. Het elektraverbruik van het oude gemeentehuis komt ongeveer overeen met dat van de locaties Polderlanden en -het aardgasvrijeBeukenhorst. Overigens is de CO₂-uitstoot van de gemeentelijke organisatie toegenomen tussen 2023 en 2024. Dit komt omdat diverse panden intensiever zijn gebruikt.
1.2
Grootschalige opwek hernieuwbare energie 1.2.1
Verdubbeling opwek hernieuwbare energie in afgelopen zes jaar
Op het gebied van hernieuwbare energie bestaan twee doelstellingen voor Haarlemmermeer. In de Nota Actualisatie staat als doel dat de gemeente in 2026 500 GWh hernieuwbare energie bijdraagt aan de RES. In de RES staat het streven naar 735 GWh in 2030. Deze hoeveelheden komen overeen met respectievelijk 1.800 TJ en 2.650 TJ¹.
energie vanaf 2025 aanzienlijk stijgt door de aanleg van het Zonnecarré, die bestaat uit diverse lokale zonneakkers. De RES richt zich op de grootschalige opwek van energie. Dit betekent dat installaties van minder dan 40 zonnepanelen niet voor de doelstelling meetellen. In Figuur 4 zijn deze installaties daarom buiten beschouwing gelaten. Wanneer kleinschalige opwek van hernieuwbare energie wordt meegenomen, liggen de historische waarden van 2017 tot en met 2023 ongeveer 10 procent hoger dan in de grafiek is aangegeven.
Figuur 4 laat zien dat de gemeente redelijk op weg is om beide doelstellingen te behalen. De toename tussen 2017 en 2019 komt vooral door de inwerkingtreding van zonnepark De Groene Hoek. Het ligt in de lijn der verwachting dat de opwek van hernieuwbare
Grootschalige opwek energie Haarlemmermeer Hernieuwbare energie in TJ
3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 2017
2018
2019
historisch verloop
2020
2021
2022
huidige trend
2023
2024
2025
2026
1.800 TJ in 2026
2027
2028
2.650 TJ in 2030
Figuur 4: Grootschalige opwek van energie in Haarlemmermeer (bron: Klimaatmonitor, bewerking gemeente) 10
Gemeente Haarlemmermeer
2029
2030
De relatieve hoeveelheid opgewekte hernieuwbare energie in Haarlemmermeer is gelijk aan het nationale beeld: op beide schaalniveaus is in 2023 gemiddeld 8 GJ per inwoner opgewekt. De afgelopen zes jaar heeft de gemeente op dit gebied een behoorlijke inhaalslag gemaakt. ¹ Eén TeraJoule (TJ) staat gelijk aan het jaarlijks elektriciteitsverbruik van 112 huishoudens (278.000 kWh). Eén TJ is 1.000 GigaJoule (GJ).
1.2.2
Opgesteld vermogen zon op daken neemt flink toe
Het focusproject ‘Zon op dak’ richt zich erop dat zonnepanelen niet alleen op landbouw- en natuurgrond worden geplaatst, maar dat er ook veel panelen op daken komen te liggen. In de Nota Actualisatie staat de doelstelling dat in 2030 205 MegaWatt (MW) vermogen op daken is opgesteld. Dit houdt in dat in 2030 minimaal 60 MW aan zonnepanelen op woningdaken gerealiseerd is en
130 MW op bedrijfsdaken. Uit Figuur 5 blijkt dat het doel voor woningdaken in 2024 al is bereikt en dat de gemeente voor bedrijfsdaken op de goede weg is. Binnen de bovenstaande doelstelling van 205 MW zijn ook zonnepanelen op parkeerterreinen inbegrepen (de resterende 15 MW). In de praktijk blijkt het moeilijk om hiervoor projecten van de grond te krijgen. Het totaal geïnstalleerd vermogen aan
Geïnstalleerd vermogen zonnepanelen op daken 180 160
Vermogen in MW
140 120 100 80 60 40 20 0 2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Woningen historisch verloop
Woningen 60 MW in 2030
Bedrijven 130 MW in 2030
Bedrijven huidige trend
2027
2028
2029
2030
Bedrijven historisch verloop
Figuur 5: Geïnstalleerd vermogen van zonnepanelen op daken in Haarlemmermeer (bron: Zonnedakje, bewerking gemeente)
11
Gemeente Haarlemmermeer
zonnepanelen bedraagt immers minder dan 1 MW. Hier staat tegenover dat in 2024 26 MW aan zonnepanelen op daken ligt waarvan de functie onbekend is, of waarvan de functie anders is dan wonen of bedrijf. De panelen zijn dan bijvoorbeeld geplaatst op een schuurtje in de achtertuin of op een kerk. Deze 26 MW komt niet terug in Figuur 5, maar draagt wel bij aan de verduurzaming van de gemeente.
1.3
Besparen 1.3.1
Steeds minder woningen met een laag energielabel
Een energielabel is verplicht bij de verkoop of verhuur van een woning. In Haarlemmermeer heeft 62 procent van alle woningen een energielabel. Dit percentage is gelijk aan het landelijke gemiddelde.
rest van Nederland (zie Figuur 6). Op beide schaalniveaus neemt het aandeel woningen met een laag label overigens af, door nieuwbouw en de toepassing van energiebesparende maatregelen. De gemeente ondersteunt woningeigenaren met het verduurzamen van hun woning.
In Haarlemmermeer zijn relatief veel woningen sinds de jaren ’60 gebouwd. Dat het woningbestand daarmee vrij nieuw is, is terug te zien in energielabels: Haarlemmermeer heeft relatief weinig woningen met een laag energielabel (E, F of G) in vergelijking met de
In 2024 is al aan de doelstelling voldaan om in 2026 30% minder woningen met een laag energielabel te hebben dan in 2017. Als de lijn van de afgelopen jaren
Figuur 6 toont een aanzienlijk verschil tussen woningen in Haarlemmermeer en de rest van Nederland. Wanneer echter puur naar energieverbruik wordt gekeken zijn er weinig verschillen. In Haarlemmermeer wordt per woning ongeveer net zoveel elektriciteit en aardgas verbruikt als in de rest van Nederland.
Aandeel EFG-woninglabels t.o.v. totaal
Aandeel woningen met label E, F of G 25 20 15
Goed om te noemen is dat in Haarlemmermeer tussen 2017 en 2024 het aandeel utiliteitsgebouwen (zoals bedrijfsgebouwen) met een laag label is afgenomen. In 2017 had 13% van dit soort gebouwen energielabel E, F of G, in 2024 was dit 7%. Ook bij utiliteitsgebouwen is een duidelijke stagnatie in de daling van lage energielabels.
10 5 0 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Nederland
Haarlemmermeer
30% reductie in 2026
100% reductie in 2030
2026
2027
2028
2029
2030
huidige trend
Figuur 6: Aandeel woningen met energielabel E, F of G in Haarlemmermeer (bron: Klimaatmonitor, bewerking gemeente)
12
door zet zijn er in 2030 in de gemeente bijna geen woningen meer met een laag energielabel. Het is echter de vraag of het realistisch is dat dit aandeel zo blijft afnemen. Tussen 2020 en 2024 is immers het aandeel woningen met een laag label ongeveer gelijk gebleven. Dat gezegd hebbende start in 2025 de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie, een landelijke subsidieregeling die gericht is op het verduurzamen van woningen met een energielabel D, E, F of G.
Gemeente Haarlemmermeer
1.4
Warmte 1.4.1
Bestaande woningen gaan mondjesmaat van het aardgas af
Als het gaat om energie en wonen is ‘van het gas af’ een populair thema. In de praktijk is het niet eenvoudig om deze stap te maken. Van 2016 tot en met 2023 zijn er in Haarlemmermeer iets meer dan 500 bestaande woningen waarbij de aardgasaansluiting verwijderd is. In dit aantal zitten ook woningen die van het aardgas zijn afgesloten, maar waarbij de collectieve verwarming nog gasgestookt is. Zo zijn in 2020 bij een renovatie van Ymere ruim tweehonderd flatwoningen in Graan voor Visch (Hoofddorp) van het aardgas gegaan, terwijl de blokverwarming van aardgas gebruik maakt.
Haarlemmermeer telt ongeveer 70.000 verblijfsobjecten met een woonfunctie. In 2023 was 0,8% van de bestaande woningen van het aardgas af (zie oranje staafdeel Figuur 7). De Nota Actualisatie stelt als doel dat in 2026 10% van de woningen van het aardgas af is, en 20% in 2030. In het huidige tempo liggen deze percentages buiten bereik. Ondanks bovenstaande trend neemt het aandeel woningen zonder aardgasaansluiting in Haarlemmermeer beduidend toe. Dit komt door nieuwbouw (zie paarse staafdeel Figuur 7). Vanaf 2018
Aandeel woningen zonder aardgasaansluiting Percentage t.o.v. alle woningen
12 10 8 6 4 2 0 2017
2018
2019
H'meer nieuwbouw
2020
2021
H'meer bestaande bouw
2022
2023
Nederland
Figuur 7: Aandeel woningen zonder aardgasaansluiting in Haarlemmermeer (bron: CBS en Liander (aangeleverd document)) 13
Gemeente Haarlemmermeer
worden nieuwbouwwoningen immers niet meer op het gasnet aangesloten. Het tempo waarin woningen van het aardgas gaan en het aandeel dat nieuwbouwwoningen hierin heeft, is een weerspiegeling van de landelijke trend. Sinds 2017 is in zowel Haarlemmermeer als Nederland vijf procent van alle woningen van het aardgas gegaan. Het feit dat het totale aandeel op nationaal niveau hoger ligt, komt omdat sommige steden zoals Rotterdam, Utrecht en Almere een warmtenet hebben.
2. Klimaatadaptatie Het is moeilijk om klimaatadaptatie te monitoren, omdat ons klimaat blijft veranderen en de effecten extremer worden. Dat het risico op wateroverlast in een bepaalde buurt nu laag is, betekent niet dat dit over 10 jaar nog het geval zal zijn. Daarnaast is het ook een kwestie van risico: dat een extreme weersgebeurtenis niet plaats vindt, wil niet zeggen dat het niet kan gebeuren. Daarom concentreren we ons bij het monitoren van klimaatadaptatie vooral op wat we doen en niet op het effect dat behaald is. 2.1
Kaders
Klimaatadaptatie is in Nederland geregeld in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). In het DPRA hebben overheden afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatbestendig is. Om dit te realiseren, moeten regio's elke zes jaar stresstesten uitvoeren en risicodialogen houden om de belangrijkste risico's te identificeren. Dit hebben wij in 2019 gedaan. In 2022 is het Klimaatadaptatiebeleid vastgesteld. Dit beleid beschrijft onze ambities op het gebied van klimaatadaptatie: 1. Een koele woon/werkomgeving; 2. Droogtegevoeligheid verminderen; 3. Een waterrobuuste leefomgeving. Om dit te bereiken, staan in het beleid eisen voor nieuwbouw en voor wanneer we zelf grootschalig onderhoud gaan uitvoeren. In deze eisen staat bijvoorbeeld opgenomen dat we een bepaalde
14
Gemeente Haarlemmermeer
hoeveelheid waterberging willen realiseren bij nieuwe projecten. Deze eisen zijn in 2023 verankerd in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). In 2023 is het Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) vastgesteld. In het programma beschrijven we hoe we toewerken naar een toekomstbestending water- en rioleringssysteem. Onderdeel hiervan is de ambitie om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze ambities betekenen niet dat we alle hinder als gevolg van klimaatverandering willen voorkomen. In veel gevallen accepteren we dat er een kans is op beperkte hinder door hevige neerslag of hitte. Wel willen we structurele schade door wateroverlast voorkomen. In 2025 zullen we opnieuw stresstesten uitvoeren, risicodialogen houden en het Klimaatadaptatiebeleid evalueren. Hierbij passen we de ervaringen toe die we de afgelopen jaren hebben opgedaan, om de eisen in het beleid beter werkbaar te maken. Daarnaast voeren we naar aanleiding van de motie ‘Klimaatrisico’s in beeld’ (MO 17, 4 juli 2024) een onderzoek uit naar de financiële gevolgen van klimaatverandering.
2.2
Klimaatadaptatie in de praktijk
In de praktijk passen we de eisen toe bij nieuwbouwontwikkelingen. Omdat de eisen nog niet
in het omgevingsplan zijn vastgelegd, kunnen we dit alleen bij ontwikkelingen waarvoor een vergunning verplicht is. Ook waren voor veel projecten al een anterieure overeenkomst gesloten of was een vergunning verleend. Het PRSW krijgt uitvoering in een wijkgerichte aanpak. Hierbij pakken we het onderhoud aan de verharding, riolering en het klimaatbestendig maken in één keer aan. De eerste projecten in de wijkgerichte aanpak worden voorbereid. Vooruitlopend op de wijkgerichte aanpak wordt klimaatadaptatie in andere onderhoudsprojecten meegenomen, zoals in Welgelegen in Nieuw-Vennep en in Spaarndam. Onderdeel van de projecten is ook een publiekscampagne, waarbij inwoners gestimuleerd worden om hun woning af te koppelen van de gemengde riolering. Belangrijkste projecten Onderhoudsprojecten: o Nieuw-Vennep Welgelegen (vanaf 2027); o Klimaatbestending Spaarndam (vanaf 2028); Wijkgerichte aanpak (vanaf 2027): o Rijsenhout-Dorp; o Zwanenburg-Oost; Publiekscampagne NMCX.