12166159 rv Voorjaarsrapportage 2025
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel onderwerp
Voorjaarsrapportage 2025
Portefeuillehouder
mr. drs. Beryl van Straten Niels Poelman 3juni2025
Inlichtingen Collegevergadering Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
12166159 1. Voorstel Collegebesluit{en) Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. in te stemmen met het financiële kader voor de jaren 2026-2029 zoals opgenomen in de Voorjaarsrapportage 2025; 2. in te stemmen met de 19e kredietverstrekking van 2025 waarbij de volgende kredieten worden geautoriseerd en vrijgegeven: a. € 142.600, Actualisatie IHP (niet-geautoriseerde kredieten) en hiervan € 142.600 vrij te geven in 2025; b. € 993.000, Voorbereidingskrediet Zwanebloem en Wereldwijs en hiervan € 993.000 vrij te geven in 2025; c. € 100.000, Voorbereidingskrediet Sporthal Lisserbroek en hiervan € 100.000 vrij te geven in 2025; d. € 321.000, Duurzaamheidsinvesteringen vastgoed en hiervan € 321.000 vrij te geven in 2025; e. € 600.000, PARK21- Algemeen en hiervan € 300.000 vrij te geven in 2025; f. € 33.400, Actualisatie investeringen IHP (geautoriseerd) en hiervan € 33.400 vrij te geven in 2025; g. € 1.700.000, Investeringen mobiliteit en hiervan € 1.170.000 vrij te geven in 2025; h. € 23.000, Fietsbrug Abbenes en hiervan € 23.000 vrij te geven in 2025; i. € 76.000, Hoofddorp Noord AM locatie en hiervan € 76.000 vrij te geven in 2025; j. € 1.365.400, Vernieuwing openbare ruimte (VOR) 2025 resterende kredietaanvraag en hiervan € 1.365.400 vrij te geven in 2025; k. € 108.500, Spaarndam verharding Lageweg en hiervan € 108.500 vrij te geven in 2025; l.
€ 430.000, Percelen grond vanuit grex De Hoek naar strategische grondvoorraaden hiervan € 430.000 vrij te geven in 2025; 3. in te stemmen met het oormerken van de totale gemeentelijke bijdrage voor Cofinanciering mobiliteitsmaatregelen woningbouw zoals bij de aanvraag van de rijkssubsidie is begroot (van € 30,3 miljoen uitgaande van prijspeil 2023 exclusief compensabele btw binnen de reserve Ruimtelijke Investeringen Haarlemmermeer (RIH), opdat aan de subsidievoorwaarde (voor de rijksbijdrage vanuit de BO MIRT) van cofinanciering vanuit de gemeente kan worden voldaan; 4. het doel van de reserve Onderwijshuisvestiging te wijzigen naar:
pagina 2
Voorjaarsrapportage 2025
5. 6.
7.
zorgen voor noodzakelijk asbestonderzoek en asbestsanering bij de (partiële) sloop van onze schoolgebouwen; zorgen voor het verhelpen van gebreken aan onze schoolgebouwen die over eind levensduur zijn en waarbij de gebreken niet voortkomen uit achterstallig onderhoud; zorgen voor een extra kwaliteitsimpuls voor onze schoolpleinen; ter dekking van de bestuurlijke sturing fysieke projectenportfolio de realisatiegraad van de investeringen te verlagen van 65% naar 57,5%; de uit de Voorjaarsrapportage 2025 voortvloeiende begrotingswijzigingen vast te stellen, te weten: a. de 13e begrotingswijziging van 2025 voor de autonome mutaties conform bijlage 1 van de Voorjaarsrapportage 2025; b. de 14e begrotingswijziging van 2025 voor de neutrale mutaties conform bijlage 2 van de Voorjaarsrapportage 2025; de Voorjaarsrapportage 2025 vast te stellen.
2. Samenvatting In de voorjaarsrapportage wordt de raad geïnformeerd over de beleidsmatige en financiële stand van zaken van het lopende begrotingsjaar 2025. Verder wordt het meerjarenbeeld herijkt en worden de kaders voor het opstellen van de Programmabegroting 2026-2029 door de raad vastgesteld. Het ravijnjaar is nabij. Wij maken de jaarschijf 2026 en 2027 sluitend op basis van het raadsvoorstel 'Maatregelen tekort begrotingsjaren 2026 en 2027' (11753909). Om het tekort niet groter te maken worden in deze voorjaarsrapportage alleen de mutaties meegenomen die voldoen aan de drie O's: Onvoorzien, Onvermijdelijk en Onuitstelbaar. Voorkomen moet worden dat de tekorten vanaf 2028 nog hoger worden. Op deze wijze creëren wij rust, voldoen wij aan de eisen van de toezichthouder en zijn er na de verkiezingen nog keuzes te maken door een nieuwe coalitie. Ter dekking van de in deze voorjaarsrapportage verwerkte mutaties worden er in 2026 en 2027 extra bedragen uit de Algemene dekkingsreserve onttrokken. Dit is aanvullend op de eerder afgesproken maatregel 'Structurele inzet Algemene dekkingsreserve'.
Na verwerking van de mutaties ziet het meerjarenbeeld er als volgt uit: 2025 2026 Omschrijving (bedragen x € 1.000; - is nadeel) -3.206 7.425 Totaal Voorjaarsrapportage 2025 0 3.300 Verhogen maatregel 'structurele inzet Algemene dekkingsreserve' 94 7.425 Totaal meerjarenbeeld De belangrijkste verwerkte mutaties zijn: Omschrijving (bedragen x € 1.000; - is nadeel) Uitkeringen gemeentefonds (decembercirculaire) Voorjaarsnota 2025 Rijk Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Financiering en rente SPUKS in bestemmingsreserve indexatie subsidies woningbouw Indexatie loon- en prijsontwikkelingen Stelpost volumegroei jeugdzorg en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Ontwikkeling aantal inwoners, woningen en niet-woningen Areaalsystematiek groei van de gemeente
2027 -4.034 4.100
2028 -7.313 0
2029 -17.869 0
76
-7.313
-17.869
2025 2.313 1.650 1.585 2.117
2026 2.760 6.950 404 3.047
2027 3.060 4.150 300 3.000
2028 3.460 4.050 299 7.486
2029 3.460 4.050 299 -1.149
0 -250
-9.280 -470
-9.280 -690
-9.280 -910
-9.280 -1.920
503 -1.441
261 -1.108
-135 -237
-51 -559
6.724 -7.676
pagina 3
Voorjaarsrapportage 2025
Jeugdhulp Inburgering Aanpassingen onderwijshuisvesting
-7.500 0 -1.298
-7.500 -1.084 -188
-7.500 -1.306 1.105
-7.500 -1.306 229
In de voorjaarsrapportage worden de mutaties toegelicht. De jaarschijf 2025 blijft in deze voorjaarsrapportage positief. Vanaf 2026 zou dat beeld, zonder de in deze voorjaarsrapportage verwerkte maatregelen, structureel anders zijn geweest. In de Programmabegroting 2025-2028 lieten de jaarschijven 2026 tot en met 2028 een tekort zien. Ook de jaarschijf 2029, die in deze voorjaarsrapportage is toegevoegd, kent een tekort. Dit tekort is veroorzaakt door de lagere inkomsten vanuit het Rijk vanaf 2026, het ravijnjaar. Het Rijk was voornemens het gemeentefonds vanaf 2026 met € 2,4 miljard te korten. Door druk vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het rapport van de commissie van Ark zijn in de Voorjaarsnota 2025 extra middelen vrijgemaakt voor gemeenten in de periode 20252027. Vanaf 2028 verwacht het Rijk dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd het beoogde effect hebben en heeft het Rijk het besparingspotentieel met € 0,5 miljard verhoogd. Naast de incidentele middelen ontvangen gemeenten een structureel bedrag dat oploopt tot € 424 miljoen om de terugval in het gemeentefonds iets te dempen. Van het ravijn resteert dan nog € 2 miljard. Al met al is het onvoldoende om onze begroting vanaf 2026, zonder de maatregelen waar de raad toe besloten heeft, sluitend te maken. Wij nemen onze verantwoordelijkheid.
In de raadsvergadering van 24 oktober 2024 hebben wij de breed gedragen mening gehoord om niet meteen ingrijpend om te buigen, maar om ook tijd te kopen en keuzes aan een nieuwe coalitie te laten. Wij hebben daarom de raad een pakket maatregelen aangeboden waarin de jaren 2026 en 2027 structureel sluitend worden gemaakt. De raad heeft op 13 maart 2025 unaniem ingestemd (11753909) met dit pakket. Na de verkiezingen is er dan ruimte voor de nieuwe coalitie om keuzes te maken voor het structureel sluitend maken vanaf 2028. De maatregelen voor 2026 en 2027 worden in deze voorjaarsrapportage structureel verwerkt. De jaren 2026 en 2027 zijn daarmee sluitend, vanaf 2028 en 2029 loopt het tekort op tot - € 17,9 miljoen. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken? We staan voor een gedegen financiële koers. Een sluitende begroting en een gezond meerjarenperspectief zijn hierbij noodzakelijke randvoorwaarden. Dit betekent dat er, zowel op de korte als ook op de lange termijn, sprake moet zijn van een evenwicht tussen de structurele baten en lasten. In termen van de wet- en regelgeving moet de begroting materieel sluitend zijn. Daartoe verwerken wij in deze voorjaarsrapportage de maatregelen uit het voorstel 'Maatregelen tekort begrotingsjaren 2026 en 2027' waarover de raad op 13 maart 2025 heeft besloten (11753909).
Op deze wijze creëren wij rust, voldoen wij aan de eisen van de toezichthouder en zijn er na de verkiezingen nog keuzes te maken door een nieuwe coalitie. Voor het opvangen van incidentele tegenvallers, is het van belang dat de Algemene dekkingsreserve op voldoende niveau blijft. Zeker we nu in het Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2025 een trend zien dat het realiseren van grondverkopen minder snel verloopt dan gepland. Op basis van de huidige stand kan het saldo van de Algemene dekkingsreserve reserve worden gekwantificeerd als uitstekend. Dit geeft een goede uitgangspositie om risico's en onzekerheden op te kunnen vangen met het oog op het tekort dat vanaf 2028 nog resteert.
-7.500 -1.306 231
Voorjaarsrapportage 2025
pagina 4
3.2 Wat gaan we daarvoor doen? In de voorjaarrapportage wordt het financieel meerjarenbeeld 2026-2029 en het financieel kader 2025 bijgesteld ten opzichte van de Programmabegroting 2025-2028 met de volgende onderwerpen: • Voordelen • Loon- en prijsontwikkelingen • Ontwikkeling aantal inwoners, woningen en niet-woningen • Autonome ontwikkelingen • Genomen besluiten • Overige voorstellen • Maatregelen sluitende begroting • Nieuwe investeringen • Reserves en voorzieningen Hiernaast wordt ingegaan op ontwikkelingen die (nog) geen financiële gevolgen hebben, worden de risico's geactualiseerd en worden de kernindicatoren van de schuldpositie geactualiseerd.
Meerjarenbeeld Alle in de voorjaarsrapportage opgenomen mutaties leiden tot het volgende meerjarenbeeld: 2026 2027 2028 Omschrijving (bedragen x € 1.000; - is nadeel) 2025 -2.131 -8.732 -15.750 11.450 Begroting na vaststelling Najaarsrapportage 2024 10.574 15.596 13.729 11.189 3.1 Voordelen -9.779 -9.779 -9.779 -499 3.2 Loon-en prijsontwikkelingen 3.3 Ontwikkeling aantal inwoners, woningen en niet-1.318 -1.062 -1.520 -1.188 woningen -11.053 -12.326 -11.624 -12.371 3.4 Autonome ontwikkelingen 0 0 -75 -455 3.5 Genomen besluiten -1.029 -1.029 -1.821 -1.129 3.6 Overige voorstellen 10.016 17.500 18.500 0 3.7 Maatregelen sluitende begroting -269 -412 -506 -38 3.8 Kapitaallasten nieuwe investeringen 8.437 -1.075 4.708 -4.025 Subtotaal mutaties -4.024 -7.313 7.425 -3.206 Totaal Voorjaarsrapportage 2025 Verhogen maatregel 'structurele inzet Algemene 3.300 4.100 dekkingsreserve' 94 76 -7.313 7.425 Begroting Voorjaarsrapportage 2025 De mutaties in de verschillende rubrieken worden gespecificeerd in de voorjaarsrapportage. Conform artikel 6 van de Financiële verordening Haarlemmermeer 2023 (eerste wijziging, 11373188) worden de mutaties van € 200.000 en hoger toegelicht in de voorjaarsrapportage. Hierna gaan wij in het algemeen nog in op een aantal onderwerpen. Stand van zaken korting gemeentefonds De jaarschijf 2025 blijft in deze voorjaarsrapportage positief.
Vanaf 2026 zou dat beeld, zonder de in deze voorjaarsrapportage verwerkte maatregelen, structureel anders zijn geweest. In de Programmabegroting 2025-2028 is aan de raad een meerjarenbeeld gepresenteerd waarin de jaren 2026 tot en met 2028 een tekort lieten zien. Ook de jaarschijf 2029, die in deze voorjaarsrapportage is toegevoegd, kent een tekort. Dit tekort is veroorzaakt door de lagere inkomsten vanuit het Rijk vanaf 2026, het ravijnjaar. Het Rijk was voornemens het
2029 -15.750 6.325 -9.779 -2.873 -12.611 -585 -1.029 19.386 -953 -2.119 -17.869
-17.869
Voorjaarsrapportage 2025
pagina 5
gemeentefonds vanaf 2026 met € 2,4 miljard te korten. De afgelopen tijd zijn de bestuurlijke verhoudingen met het Rijk, meer dan ooit, op scherp komen te staan. Vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is de druk opgevoerd. Zo is er aangekondigd dat de gemeenten naar de rechter zouden stappen en zich terug zouden trekken uit het woonakkoord en het zorgakkoord. De Raad van State heeft adviezen gepubliceerd waarin is aangegeven dat het budgettaire niveau voor gemeenten toereikend moet zijn. Daarbij heeft het rapport 'Groeipijn' van de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (commissie Van Ark) duidelijk gemaakt dat het Rijk tekort is geschoten naar de gemeenten. Dit heeft ertoe geleid dat het Rijk bij de publicatie van de Voorjaarsnota 2025 middelen heeft vrijgemaakt voor gemeenten. Op basis van het rapport van de commissie van Ark zijn er middelen toegevoegd voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Daarmee is de belangrijkste druk op het jeugdzorgdossier op de korte termijn weggenomen en wordt er (deels) recht gedaan aan het principe dat medebewindstaken worden vergoed. Vanaf 2028 verwacht het Rijk dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd het beoogde effect hebben en heeft het Rijk het besparingspotentieel met € 0,5 miljard verhoogd.
Naast de incidentele middelen ontvangen gemeenten een structureel bedrag dat oploopt tot € 424 miljoen om de terugval in het gemeentefonds iets te dempen. Van het ravijn resteert dan nog € 2 miljard. Het betreft een gedeeltelijke compensatie, maar is een stap in de goede richting. De verwachte effecten van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk zijn verwerkt in deze voorjaarsrapportage. Al met al is het onvoldoende om onze begroting vanaf 2026, zonder de maatregelen waar de raad toe besloten heeft, sluitend te maken. Maatregelen Wij nemen onze verantwoordelijkheid. In de Gemeentewet is opgenomen dat de raad erop moet toezien dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. De provinciale toezichthouder beoordeelt of dit het geval is. Daarbij wordt gekeken dat of het eerste jaar (2026) of het laatste jaar (2029) van de begroting met structurele middelen sluitend wordt gemaakt. In het eerste geval moet het jaar daarop weer omgebogen worden, er wordt dan maar een beperkt bedrag omgebogen. In het tweede geval moet een groot bedrag worden omgebogen met maatschappelijke consequenties. Dat is ook een door de raad gevoeld dilemma. In de raadsvergadering van 24 oktober 2024 hebben wij de breed gedragen mening gehoord om niet meteen ingrijpend om te buigen, maar om ook tijd te kopen en keuzes aan een nieuwe coalitie te laten.
De raad heeft bij de vaststelling van de Programmabegroting 20232026 besloten dat wanneer als gevolg van de onzekere financieringssystematiek van het Rijk naar de gemeenten tekorten ontstaan, maximaal de laatste twee jaren van het meerjarenbeeld negatief mogen staan (2022.0001893). Wij hebben daarom de raad een pakket maatregelen aangeboden waarin de jaren 2026 en 2027 structureel sluitend worden gemaakt. De raad heeft op 13 maart 2025 unaniem ingestemd (11753909) met dit pakket. Na de verkiezingen is er dan ruimte voor de nieuwe coalitie om keuzes te maken voor het structureel sluitend maken vanaf 2028. De maatregelen voor 2026 en 2027 worden in deze voorjaarsrapportage structureel verwerkt. Ter dekking van de in deze voorjaarsrapportage verwerkte mutaties worden er in 2026 en 2027 extra bedragen uit de Algemene dekkingsreserve onttrokken. Dit is aanvullend op de eerder afgesproken maatregel 'Structurele inzet Algemene dekkingsreserve'. De onttrekking uit de Algemene dekkingsreserve op grond van het pakket van maatregelen wordt een jaarschijf eerder ingezet voor een bedrag van € 3,3 miljoen in 2026. In 2027 wordt de maatregel uit het pakket verhoogd met € 4,1 miljoen en komt daarmee uit op een bedrag van € 5,4 miljoen in 2027. De jaren 2026 en 2027 zijn daarmee sluitend, vanaf 2028 en 2029 loopt het tekort op tot € 17,9 miljoen.
Bijlage overzicht niet meegenomen mutaties Om het tekort niet groter te maken worden in deze voorjaarsrapportage alleen de mutaties meegenomen die voldoen aan de drie O's: Onvoorzien, Onvermijdelijk en Onuitstelbaar. In
pagina 6
Voorjaarsrapportage 2025
bijlage 3 van de voorjaarsrapportage is een overzicht opgenomen van mutaties die niet meegenomen zijn. Gelet op de wens van de raad voor de realisatie van een jongerencentrum in Badhoevedorp heeft ons college de financiële consequenties daarvan in beeld gebracht. De kosten zijn zowel incidenteel, te weten de aanschaf en het plaatsen van de portocabins, als structureel, namelijk de exploitatie. Het college ziet het belang van dit jongerencentrum, maar gezien de omvang van de structurele lasten en de mutaties die dit heeft op het meerjarenbeeld, is deze niet verwerkt. Ook de aanschaf van het jongerencentrum zelf is niet meer verwerkt, omdat het jongerencentrum zonder exploitatie niet in gebruik kan worden genomen. Drie overige mutaties (Incidenteel budget projectteam omgevingsplan, Casusregisseur jeugd en Capaciteit bijzondere raadsvergaderingen op locatie en gebiedssessies) zijn niet meegenomen zodat deze kunnen worden betrokken bij de coalitieonderhandelingen van de nieuwe bestuursperiode. Inflatie In deze voorjaarsrapportage is rekening gehouden met inflatie (loon- en prijsstijgingen) op basis van de prognoses in het Centraal economisch plan (CEP) van februari 2025. Doordat we sinds de Voorjaarsrapportage 2023 werken met nacalculatie, verwachten wij dat er voldoende budget is om het vastgestelde beleid uit te voeren.
Na de hoge inflatie in 2022 en 2023 hebben inflatiepercentages zich in 2024 weer genormaliseerd nabij het streefdoel van 2% van de Europese Centrale Bank (ECB). Wel blijft de inflatie in Nederland hoger dan in de rest van de Europese Unie en zijn de geopolitieke omstandigheden zeer onzeker. De belastingopbrengsten worden met 3,40% verhoogd. Deze verhoging is gebaseerd op de ontwikkeling van de Nationale consumentenprijsindex (cpi) en is als volgt opgebouwd: Omschrijving Programmabegroting 2025-2028 Voorjaarsrapportage (CEP 2025) Correctie jaar t-1 en t-2 Percentage 2026
2024 2,90% 3,30% 0,40% +
2025 2,80% 3,20% 0,40% =
2026 2,60% 0,80% 3,40%
Door deze inflatiecorrectie stijgt de onroerendezaakbelasting voor eigenaren van woningen ten opzichte van 2025 met gemiddeld afgerond € 13. Areaalsystematiek groei van de gemeente In de Voorjaarsrapportage 2023 heeft de raad ingestemd met het toepassen van de areaalsystematiek voor de lasten als gevolg van de groei van de gemeente. De areaalsystematiek geeft een indicatie van de financiële impact van de autonome groei op de processen. De werkelijke toerekening aan de budgetten van de programma's, op basis van de werkelijke groei van aantal inwoners en woningen in 2024, is opgenomen en wordt toegelicht in paragraaf 3.3 Ontwikkeling aantal inwoners, woningen en niet-woningen. Daarbij zijn het beoogde resultaat van de toepassing van de areaalsystematiek en het proces in 2024 geëvalueerd. De raad is hierover per brief op 31 januari 2025 (XS-25010708.784) geïnformeerd. Hieruit is gebleken dat de areaalsystematiek een goed instrument is. Met deze aanpassing in de wijze van ramen van de baten en lasten is een stap gezet om te komen tot een robuuster financieel beleid. Doordat de autonome stijging van met name de lasten door de groei van onze gemeente meerjarig wordt begroot, is het beeld per jaar vollediger geworden. Het risico dat we overvallen worden door niet sluitende begrotingsjaren als gevolg van de groei wordt hierdoor verminderd.
De aandachtspunten met betrekking tot openbare ruimte en op beleidsdoelen in
Voorjaarsrapportage 2025
pagina 7
het sociaal domein zijn verwerkt in deze voorjaarsrapportage en worden toegelicht in paragraaf 3.3 Ontwikkeling aantal inwoners, woningen en niet-woningen. Programmakosten woningbouw We werken aan een schaalsprong op het gebied van woningbouw en bijbehorende voorzieningen in onze gemeente. Tot 2040 komen er minimaal 20.000 woningen bij met de daarvoor benodigde investeringen in infrastructuur, groen en maatschappelijke voorzieningen. Om de benodigde programmatische werkzaamheden uit te kunnen voeren passend bij de voorwaarden verbonden aan de toegezegde rijkssubsidies, worden voor 2025, 2026 en 2027 een 2028 incidenteel extra budgetten in deze voorjaarsrapportage verwerkt. Deze middelen worden gedekt uit de Algemene dekkingsreserve. Cofinanciering mobiliteitsmaatregelen woningbouw In het kader van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) hebben we in 2022 (X.2022.07632) een voorlopige toekenning (en op 29-72024 de definitieve toekenning) tot rijkssubsidie ontvangen van € 86.620.420, exclusief compensabele btw (€ 99.977.575 inclusief btw). Deze subsidie is bedoeld voor een mobiliteitspakket van 13 maatregelen voor de ontsluiting van 17.700 te bouwen woningen.
De mobiliteitsmaatregen dragen bij aan de op te leveren woningen in Spoorzone en Stadscentrum Hoofddorp en Lisserbroek en bestaat onder andere uit een Hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) lijn van Hoofddorp Zuid naar Hoofddorp Station. Voorwaarde voor deze subsidieregeling is dat de rijksbijdrage aangevuld wordt met regionale cofinanciering om de mobiliteitsmaatregelen te kunnen realiseren. De Vervoerregio Amsterdam (VRA) heeft een (indicatieve) bijdrage toegezegd. De gemeentelijke bijdrage voor deze projecten wordt uit de reserve Ruimtelijke Investeringen Haarlemmermeer (RIH) gedekt. Wij stellen voor om de totale gemeentelijke bijdrage zoals bij de aanvraag van de rijkssubsidie is begroot (€ 30,3 miljoen uitgaande van prijspeil 2023 exclusief compensabele btw) binnen de RIH te oormerken, opdat aan de subsidievoorwaarde van cofinanciering vanuit de gemeente kan worden voldaan. Doel reserve Onderwijshuisvesting De huurafdracht van schoolbesturen afkomstig uit verhuur aan kinderopvang en buitenschoolse opvang zijn als inkomsten in de meerjarenbegroting opgenomen bij de ombuigingen 2021. In onze verordening 'voorzieningen huisvesting onderwijs' is echter opgenomen dat de huurafdracht voor onderwijshuisvesting beschikbaar moeten blijven. We storten de inkomsten in de reserve Onderwijshuisvesting en besteden deze extra inkomsten aan een extra kwaliteitsimpuls voor onze schoolpleinen.
Daarom vragen wij gelijktijdig met de verwerking van deze mutatie om het doel van de reserve Onderwijshuisvesting aan te passen naar: Zorgen voor noodzakelijk asbestonderzoek en asbestsanering bij de (partiële) sloop van onze schoolgebouwen; Zorgen voor het verhelpen van gebreken aan onze schoolgebouwen die over eind levensduur zijn en waarbij de gebreken niet voortkomen uit achterstallig onderhoud; Zorgen voor een extra kwaliteitsimpuls voor onze schoolpleinen. Bestuurlijke sturing fysieke projectenportfolio Op 6 juni 2024 heeft de raad de motie 'Inzicht in investeringen' aangenomen. In de motie wordt geconstateerd dat 'de realisatie van investeringen achterblijft bij de begroting en dat zij vanuit het budgetrecht geraadpleegd moet worden over keuzes, indien door capaciteitstekort of om andere redenen realisatie van de geplande investeringen niet haalbaar blijkt’. Ook wij constateren een lagere realisatiegraad dan gewenst en zien de noodzaak tot meer inzicht in de samenhang van alle (investerings-)projecten. Hiervoor is een dóórontwikkeling van
pagina 8
Voorjaarsrapportage 2025
projectenportfolio noodzakelijk. Het doel is om onderbouwd keuzes te kunnen maken over de fasering en temporisering van (investerings-)projecten. Ook moet daarbij voorkomen worden dat projecten worden toegevoegd zonder dat inzichtelijk is wat dit voor gevolgen heeft voor de voorbereiding en uitvoering van de projecten en programma's waar eerder al toe besloten is. Hiervoor is extra personele capaciteit nodig. Zie de nota van B&W Bestuurlijke sturing fysieke projectenportfolio (11871623). Voor de dekking van de extra overheadlasten wordt voorgesteld de realisatiegraad van de investeringen te verlagen van 65% naar 57,5%. Kredietaanvragen Op basis van de Financiële verordening kunnen nieuwe uitbreidings- of vervangingsinvesteringen via de voorjaarsrapportage worden toegevoegd aan het investeringsplan. Hiermee wordt bereikt dat de raad een goede integrale afweging kan maken bij het bestemmen van de financiële ruimte in het meerjarenbeeld. Bij een voorgenomen investering worden de benodigde kapitaal- en exploitatielasten geraamd onder een stelpost. Deze is opgenomen onder het meerjarenbeeld van het Overzicht algemene dekkingsmiddelen. De daadwerkelijke besluitvorming om een investeringskrediet te autoriseren en vrij te geven kan op verschillende momenten gebeuren: 1. bij de besluitvorming over een planning- en controlproduct.
Dit is de standaard werkwijze voor investeringen kleiner dan € 2 miljoen. Uitzondering hierop zijn investeringen waar de raad aparte besluitvorming over wil, eventueel op advies van het college; 2. door de vaststelling van een separaat inhoudelijk raadsvoorstel over een specifieke investering. Dit geldt in ieder geval voor investeringen van € 2 miljoen en hoger. Over een dergelijk raadsvoorstel kan voorafgaand aan de vaststelling van de voorjaarsrapportage besloten worden, echter onder voorbehoud van het dekken van de betreffende lasten in de voorjaarsrapportage. Ook is het mogelijk dat een dergelijk raadsvoorstel later ter behandeling aan de raad wordt aangeboden. Met de lasten is dan al rekening gehouden in het meerjarenbeeld, zodat de nadruk kan liggen op de inhoudelijke behandeling van het voorstel. Met deze voorjaarsrapportage wordt voorgesteld de volgende investeringen toe te voegen aan het investeringsplan:
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Actualisatie investeringen IHP (niet-geautoriseerd) Voorbereidingskrediet Zwanebloem en Wereldwijs Voorbereidingskrediet Sporthal Lisserbroek Duurzaamheidsinvesteringen vastgoed PARK21 - Algemeen Actualisatie investeringen gymzalen Actualisatie investeringen IHP (geautoriseerd) Investeringen mobiliteit Fietsbrug Abbenes Ringdijk en Ringvaart Hoofddorp Noord AM locatie Jaarschijf 2029 Vernieuwing openbare ruimte VOR 2026, 2027 en 2028 VOR 2025 resterende kredietaanvraag Spaarndam verharding Lageweg
Totaal brutoTe investering autoriseren 6.122 143 993 993 0 100 3.191 321 600 600 451 33 1.979 1.960 1.700 23 23 661 76 76
Vrij te geven 143 993 100 321 300 33 1.170 23 76
20.000 1.365 109
1.365 109
1.365 109
pagina 9
Voorjaarsrapportage 2025
Percelen grond vanuit grex De Hoek naar strategische grondvoorraad Gemeentehuis Totaal
430
430
430
3.000 40.960
5.893
5.063
Voorgesteld wordt om met de vaststelling van de voorjaarsrapportage een totaalbedrag van € 5,893 miljoen te autoriseren en hiervan € 5,063 miljoen vrij te geven in 2025. Kortheidshalve wordt verwezen naar het hoofdstuk 'Nieuwe investeringen' voor een toelichting op deze kredieten. 3.3 Wat mag het kosten? Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. Wat zijn de financiële risico's? De hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is voor een belangrijk deel afhankelijk van het aantal inwoners. In de ramingen is er rekening mee gehouden dat het aantal inwoners groeit door de toename van het aantal woningen. Uit de woningbouwprognose blijkt een groei van het aantal woningen met 6.440 in de periode 1 januari 2025 - 1 januari 2029. Bij afwijkingen van de prognose heeft dit effect op de omvang van de groei van de algemene uitkering. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? De raad heeft het budgetrecht en stelt de voorjaarsrapportage vast. Ons college is verantwoordelijk voor het tijdig aanbieden van een notitie over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren en voor het tijdig aanbieden van een rapportage over de realisatie van de begroting van het lopende jaar. De portefeuillehouder Financiën is binnen het college eerste aanspreekpunt voor de totstandkoming van de voorjaarsrapportage.
3.5 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd? De raad wordt via de reguliere Planning en control cyclus geïnformeerd. Het eerstvolgende P&C-product is de Programmabegroting 2026-2029. Over de realisatie van het lopende jaar wordt de raad geïnformeerd in de najaarsrapportage. 3.6 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)? Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de MRA en met betrekking tot dit onderwerp zijn geen regionale afspraken gemaakt. 4. Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarl de secretaris, de
pans-wijaeven Bijlage(n): • Voorjaarsrapportage 2025
4.
------s
Vouju