CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

12115751 rv Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma (13 mei)

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 12 juni 2025, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma (12115751) - AANGENOMEN5.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel Onderwerp

Portefeuillehouder Inlichtingen Collegevergadering

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma mr. Charlotte van der Meij Vincent Bakker-de Bruin, Gjait Annega en Rachel Hoeneveld 13 mei 2025

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

12115751

1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college heeft besloten om: 1. in te stemmen met het participatieproces voor de concept Kadernota warmtetransitie 2.0; 2. in te stemmen met het participatieproces voor het Warmteprogramma dat uiterlijk eind 2026 wordt vastgesteld; 3. parallel aan het opstellen van het Warmteprogramma, de mogelijkheid van betaalbare collectieve warmteoplossingen verder uit te werken in de gebieden waar warmtenetten een mogelijke optie zijn. Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. de concept Kadernota warmtetransitie 2.0 vast te stellen, met kaders op de thema's: • Gemeentelijke regie; • Samen aan de slag; • Haalbaar en betaalbaar; • Klaar voor de toekomst. 2. de concept Kadernota warmtetransitie 2.0 na vaststelling ter inzage te leggen tot minimaal zes weken na het zomerreces; 3. in te stemmen met het uitwerken van waar, wanneer en onder welke voorwaarden de zogenaamde aanwijsbevoegdheid kan worden ingezet, om te sturen op betaalbaarheid, haalbaarheid , duidelijkheid en fasering in de warmtetransitie. 2. Samenvatting

Het doel is dat in 2050 alle gebouwen in Haarlemmermeer goed geïsoleerd zijn en een duurzame energievoorziening hebben. Deze gemeentelijke doelstelling is in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs en de nationale en Europese Klimaatwet. Om hier sturing aan te geven zijn alle gemeenten wettelijk verplicht om een Warmteprogramma vast te stellen, vast als opvolger van de Warmtevisie Haarlemmermeer 2030 (2021.0002134). Het herijken van de Kadernota Warmtetransitie Haarlemmermeer uit 2020 (2020.0000491) biedt een solide basis om het Warmteprogramma daarna vorm te geven. In bijgevoegde Evaluatie Warmtevisie is

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

pagina 2

gereflecteerd op de uitgangspunten die we in 2020 en 2021 in de Kadernota en de Warmtevisie hebben geformuleerd. Dit vormde de basis voor deze concept Kadernota 2.0. In de Kadernota en met name het Warmteprogramma worden keuzes gemaakt die inwoners en ondernemers in Haarlemmermeer raken. Daarom richten we een gedegen participatie-aanpak in. Na vaststelling van deze concept kadernota volgt een periode van zienswijzen en participatie. Na vaststelling van de definitieve Kadernota start de participatie over het Warmteprogramma. In deze herijking zijn de bestaande kaders aangescherpt, aangepast en verder uitgewerkt. De kaders vormen een structuur van abstract kaders naar zo concreet mogelijke randvoorwaarden, instrumenten en werkwijzen: • Kaders: wat vinden we belangrijk in onze aanpak? De nieuwe kaders zijn onderverdeeld over vier thema's. Gemeentelijke regie, Samen aan de slag, Haalbaar en betaalbaar en Klaar voor de toekomst. • Randvoorwaarden: wat moet daarvoor op orde zijn? Om aan alle kaders te kunnen voldoen, is het belangrijk dat een aantal zaken goed op orde is: de randvoorwaarden. Deze gaan over participatie, fasering van de transitie, duidelijkheid voor belanghebbenden en zorgen voor voldoende deelnemers bij collectieve oplossingen.

• Instrumenten: Hoe kunnen we sturen? We beschrijven de instrumenten die we als gemeente in handen krijgen en onder welke omstandigheden het verstandig is deze in te zetten. De belangrijkste instrumenten zijn de aanwijsbevoegdheid en het warmtebedrijf. • Werkwijzen: Hoe pakken we het aan? De werkwijzen worden verder uitgewerkt in het Warmteprogramma en specifiek beleid. Belangrijke onderdelen zijn in ieder geval het kiezen van warmteoplossingen, de volgorde van wijken, de gemeentelijke wijkaanpak en ondersteuning, samenwerking met initiatieven en een bronnenstrategie. De aanwijsbevoegdheid is een belangrijk instrument voor de haalbaarheid van collectieve oplossingen (warmtenetten). Het helpt gemeenten daarnaast om de warmtetransitie gefaseerd en beheersbaar te organiseren, ook in gebieden waar géén collectieve oplossing wordt voorzien. Wij werken de komende tijd uit waar, wanneer en onder welke voorwaarden de aanwijsbevoegdheid ingezet kan worden. In de Warmtevisie zijn voor een aantal gebieden warmtenetten genoemd als (mogelijke) voorkeursoplossing. Het beeld dat uit haalbaarheidsonderzoeken komt is dat warmtenetten inderdaad een betaalbare optie kunnen zijn in vergelijking met andere verwarmingsopties. Verdere uitwerking moet parallel oplopen met het opstellen van het Warmteprogramma. 3. Uitwerking

3.1 Wat willen we bereiken? Het doel is dat in 2050 alle gebouwen in Haarlemmermeer goed geïsoleerd zijn en een duurzame energievoorziening hebben. Deze gemeentelijke doelstelling is in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs en de nationale en Europese Klimaatwet. Om hier sturing aan te geven zijn alle gemeenten wettelijk verplicht om een Warmteprogramma vast te stellen. Het vaststellen van een Warmteprogramma is een collegebevoegdheid, maar de raad is kaderstellend voor de richting van de warmtetransitie. Op basis van geleerde lessen uit de praktijk en vanwege ontwikkelingen rondom wetgeving, technieken en maatschappelijke opgaven, willen we de Kadernota Warmtetransitie Haarlemmermeer uit 2020 (2020.0000491) herijken. Deze herijking biedt een solide basis om het Warmteprogramma daarna vorm te geven. Naast de plannen in het Warmteprogramma zullen sommige onderdelen verder

pagina 3

Concept kadernota warmtetransitie 2,0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

uitgewerkt worden in specifiek beleid, bijvoorbeeld door het herijken van beleid voor het stimuleren van initiatieven of de uitwerking van een warmtebedrijf. Dit is hieronder schematisch weergegeven. De nieuwe Kadernota 2.0 en het vast te stellen Warmteprogramma zullen de Kadernota uit 2020 en Warmtevisie Haarlemmermeer 2030 (2021.0002134) uit 2021 vervangen.

Landelijke wetgeving & waarborgen

Kadernota 2.0 (richting)

Warmteprogramma (plannen)

Doelen warmtetransitie Op welke principes & kaders bouwen we de warmtetransitie Schets van de toepassing van de kaders

Wanneer en hoe pakken we elk gebied aan Wat mogen inwoners van ons en het proces verwachten

Aanvullend beleid (invulling)

Herijken beleidskader initiatieven Gemeentelijke integrale aanpak

Voorwaarden inzet aanwijsbevoegdheid

Collectieve projecten

Onderzoek en uitwerking warmtebedrijf

Wat is de aanleiding, context? De sturing op de warmtetransitie begon in 2019 met het Klimaatakkoord. Daarin zijn verschillende afspraken gemaakt over de wijkgerichte verduurzaming van de gebouwde omgeving. In het Klimaatakkoord zijn twee instrumenten benoemd: de gemeentebrede Transitievisie Warmte (of 'Warmtevisie') en een Wijkuitvoeringsplan per gebied. De raad heeft in 2021 de Warmtevisie Haarlemmermeer 2030 vastgesteld. Daarin staat welke techniek voor aardgasvrij verwarmen in een wijk de voorkeur heeft en wat logische momenten zijn om aan de slag te gaan. Ook staat erin met welke wijken wij vóór 2030 willen starten. De basis voor deze Warmtevisie was de Kadernota Warmtetransitie Haarlemmermeer uit 2020. Sinds 2020 hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan die invloed hebben op de warmtetransitie, zoals: • de sterke stijging van gasprijzen door geopolitieke situaties; • netcongestie, waardoor er op veel plekken onvoldoende ruimte is op het elektriciteitsnet; • discussies rondom de betaalbaarheid van duurzame warmtevoorzieningen, met name warmtenetten; • onzekerheid over de (toekomstige) beschikbaarheid van groen gas en waterstof.

pagina 4

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

In het Klimaatakkoord is afgesproken de Warmtevisie elke vijfjaar te herijken. Uit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) volgt dat de volgende herijking van de Warmtevisie de vorm krijgt van een Warmteprogramma onder de Omgevingswet en in het onderliggende conceptbesluit is opgenomen dat het Warmteprogramma uiterlijk eind 2026 vastgesteld moet zijn. De Wgiw is op 10 december 2024 aangenomen en treedt naar verwachting op 1 januari 2026 in werking. Het komende jaar werken wij daarom aan het herijken van de Warmtevisie tot een Warmteprogramma. De bovengenoemde ontwikkelingen maken het ook verstandig om de kaders voor de warmtetransitie opnieuw tegen het licht te houden. De raad kan daarmee bijsturen op de koers van de warmtetransitie in onze gemeente en richting geven aan het Warmteprogramma dat wij later vaststellen. 3.1.1 Wat is de beleidstheorie en het beleidsdoel? Het doel is dat in 2050 alle gebouwen in Haarlemmermeer goed geïsoleerd zijn en een duurzame energievoorziening hebben. Dit is uitgewerkt in de Nota Actualisatie Programma Energietransitie 2022-2026 (2022.0002591). Hieronder staat de huidige stand van zaken per doel voor de warmtetransitie.

De Warmtevisie Haarlemmermeer 2030 beschrijft de werkwijzen waarmee we afgelopen jaren aan deze doelen hebben gewerkt, waaronder via een wijkgerichte aanpak en een Energieloket waar inwoners en ondernemers terecht kunnen voor (advies over) verduurzaming. In bijgevoegde Evaluatie Warmtevisie is teruggeblikt op de inspanningen van afgelopen jaren. De Warmtevisie wordt herijkt tot een Warmteprogramma waarmee we - op basis van de Kadernota 2.0 - concreter richting geven aan de warmtetransitie. In de jaarlijkse Energie- en Klimaatmonitor wordt gerapporteerd over de voortgang op de vastgestelde doelen.

Thema

Doel 2030

Doel 2050

Stand van zaken

CCh-uitstoot

55% reductie ten opzichte van 1990 20% minder ten opzichte van 2017

Een COz-neutraal energiesysteem Geen aardgasgebruik

2023: 14% reductie ten opzichte van 1990 2023: 0,75% minder bij woningen Bij utiliteitsgebouwen onbekend 2024: ruim 2.800 resterende E, F of G labels 2022: Energiegebruik licht gestegen

Aardgas­ aansluitingen

Energielabels

Energiegebruik

Geen labels E,F of G meer Halveren finaal energiegebruik ten opzichte van 2017

3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Wat zijn de argumenten? Komende tijd werken we aan het opstellen van een Warmteprogramma, met als doel deze uiterlijk eind 2026 vast te stellen. De raad geeft hiervoor vooraf kaders mee via een aangescherpte Kadernota warmtetransitie 2.0. Van concept Kadernota naar vastgesteld Warmteprogramma

De Kadernota wordt eerst in concept vastgesteld waarna een periode volgt van zienswijzen en participatie. Vooruitlopend op de vaststelling van de definitieve Kadernota start de participatie over het Warmteprogramma eerst met een ambtelijke 'werkversie'. Later, na vaststelling van de

pagina 5

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

definitieve Kadernota, wordt een ontwerp Warmteprogramma vastgesteld en volgt formele inspraak. Na vaststelling van het definitieve Warmteprogramma zullen sommige onderdelen verder uitgewerkt worden in specifiek beleid, bijvoorbeeld door het herijken van beleid voor het stimuleren van initiatieven of het onderzoeken en uitwerken van een mogelijke gemeentelijke rol in een warmtebedrijf. Hieronder zijn deze stappen schematisch weergegeven. Deze zijn hierna verder uitgewerkt.

Reflectie op eerdere kaders Reflectie op werkwijze Evaluatie van focusgebieden

Vastgesteld door gemeenteraad Op basis van de Evaluatie en gesprekken met professionele partners

Concept Kadernota ter inzage Online participatie Gesprekken professionele partners

Vastgesteld door de gemeenteraad Eerdere kadernota wordt ingetrokken

Verrijken Warmteprogramma Input voor participatie in de wijkaanpak Gesprekken diverse belanghebbenden

Vastgesteld door college Ter inzage Input van gemeenteraad

Vastgesteld door college Warmtevisie wordt ingetrokken

Gebiedsgerichte én gemeentebrede uitvoering Warmteprogramma Participatie in de wijk

Het proces ziet er dan op hoofdlijnen zo uit als in onderstaand schema. QZ 2025 Evaluatie Warmtevisie

Q3 2025

Q4 2025

Q12026

Q2 2026

Q3 2026

Q4 2026

> Participatie en^

Definitieve Kadernota 2.0

'Werkversie' Warmteprogramma

Ontwerp Warmteprogramma

.

Definitief Warmte­ programma

Uitvoering

Participatie en communicatie

In de Kadernota en met name het Warmteprogramma worden keuzes gemaakt die inwoners en ondernemers in Haarlemmermeer raken. Daarom richten we een gedegen participatie-aanpak in. We sluiten hierbij aan bij het participatiebeleid (in ontwikkeling) van Haarlemmermeer. We betrekken inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden bij de Kadernota en het opstellen van het Warmteprogramma zelf. Onderdeel daarvan is ook het in kaart brengen welke participatie in de uitvoering gewenst is. Ter ondersteuning van de participatie richten we een online omgeving in. Hier worden de deelresultaten van de Kadernota, het Warmteprogramma en verantwoording over de ontvangen inbreng uit participatie gepubliceerd, nieuws en actualiteiten gedeeld en participatie-instrumenten ingezet.

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

pagina 6

Wettelijke eisen aan participatie

Participatie is verplicht vanuit de Omgevingswet. Deze wet schrijft echter niet voor op welke manier participatie moet plaatsvinden. Wel gelden er wettelijke eisen voor participatie over het Warmteprogramma, als volwaardig programma onder de Omgevingswet: • Motiverinesplicht: de motiveringsplicht houdt in dat gemeenten bij het vaststellen van een Warmteprogramma moeten motiveren hoe belanghebbenden bij de voorbereiding zijn betrokken én wat de resultaten daarvan zijn. • Participatiebeleid: bij vaststelling wordt aangegeven op welke manier invulling is gegeven aan het participatiebeleid van de gemeente. Op dit moment wordt de inspraakverordening van de gemeente aangepast naar een inspraak- en participatieverordening. De participatie over het Warmteprogramma wordt daarop afgestemd. • Uitgebreide voorbereidingsprocedure: de besluitvorming volgt de uitgebreide voorbereidingsprocedure (ofwel de uniforme openbare voorbereidingsprocedure). Dit houdt in dat een gemeente een ontwerp-Warmteprogramma zes weken ter inzage legt en daar vooraf kennis over geeft zodat eenieder een zienswijze in kan dienen. De gemeente reageert op de zienswijzen in een nota van beantwoording en publiceert deze samen met een definitief (door het college) vastgesteld Warmteprogramma in het gemeenteblad.

• Publicatie DSO: het Warmteprogramma wordt gepubliceerd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het wordt geadviseerd daarnaast een publiekssamenvatting op een 'logische plek' beschikbaar te stellen. Dat gaan wij ook doen. Deze eisen zijn verwerkt in de participatieaanpak die hieronder per stap is uitgewerkt. Stap 1: Evaluatie Warmtevisie

In de eerdere Warmtevisie is de warmtetransitie opgedeeld in drie fasen: • Starten en leren: experimenteren en leren welke aanpak werkt. • Versnellen: de succesvolle aanpak implementeren en verder verbeteren. • Afronding: de warmtetransitie grootschalig afronden met een geoptimaliseerde aanpak. Het Warmteprogramma 2026 vormt de brug tussen de fasen 'Starten en leren' en 'Versnellen'. We brengen de geleerde lessen in praktijk en formuleren de aanpak voor de versnellingsfase. Het is daarom belangrijk om terug te kijken op de afgelopen periode. In bijgevoegde Evaluatie Warmtevisie is gereflecteerd op de uitgangspunten die we in 2020 en 2021 in de Kadernota 1.0 en de Warmtevisie hebben geformuleerd. Stap 2: concept Kadernota 2.0

Rol van de raad De raad stelt deze concept Kadernota 2.0 vast en geeft daarmee invulling aan zijn kaderstellende rol voor de warmtetransitie. Met de vaststelling wordt de concept Kadernota 2.0 vrijgegeven voor de beschreven participatie bij stap 3. Structuur van de concept Kadernota 2.0 In deze herijking zijn de bestaande kaders aangescherpt, aangepast én verder uitgewerkt. De kaders vormen een structuur van abstract kaders naar zo concreet mogelijke randvoorwaarden, instrumenten en werkwijzen. Deze worden hierna toegelicht: • Kaders: Wat vinden we belangrijk in onze aanpak? • Randvoorwaarden: Wat moet daarvoor op orde zijn? • Instrumenten: Hoe kunnen we als gemeente sturen?

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

•

pagina 7

Werkwijze: Hoe pakken we de warmtetransitie in Haarlemmermeer aan?

Kaders: wat vinden we belangrijk in onze aanpak De nieuwe kaders zijn onderverdeeld in vier thema's. Gezamenlijk beschrijven de kaders wat wij als gemeente belangrijk vinden in onze aanpak van de warmtetransitie: 1. Gemeentelijke regie. Een actieve(re) regierol van de gemeente is nodig om de doelstellingen te halen. Onze gemeente bepaalt de richting van de warmtetransitie, maakt keuzes in samenhang met andere opgaven en met oog voor alle belangen, bepaalt het tempo door standaardiseren waar mogelijk, draagt zorg voor participatie en biedt de juiste omstandigheden voor initiatieven uit de maatschappij. Ook zijn wij verantwoordelijk voor een aantal wettelijke waarborgen die inwoners in deze transitie beschermen. 2. Samen aan de slag. De warmtetransitie vraagt samenwerking met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en professionele partners. We hebben elkaar nodig. Met een goed participatieproces bouwen we aan draagvlak en we werken aan een rechtvaardige transitie waarin iedereen mee kan doen. Initiatieven van inwoners en ondernemers zijn hierbij belangrijk en vragen in de uitvoering om duidelijke afspraken over rollen en verantwoordelijkheden 3. Haalbaar en betaalbaar. De warmtetransitie vraagt om realistische oplossingen die betaalbaar zijn voor inwoners en maatschappij, en die ook voor iedereen haalbaar zijn.

Vanuit het Rijk worden hier wettelijke waarborgen voor ontwikkeld, maar ook als gemeente kunnen we hierop sturen. 4. Klaar voor de toekomst. We moeten er rekening mee houden dat de wereld er over 5, 10 of 25 jaar anders uit kan zien. Daarom moeten we uitgaan van betrouwbare, uitvoerbare en duurzame technieken, en tegelijkertijd oog houden voor innovaties. Schaarse warmtebronnen moeten we efficiënt inzetten en vraag en aanbod goed op elkaar afstemmen. Dit alles met oog voor de effecten die deze veranderingen hebben op de leefomgeving, in de openbare ruimte én in woningen en gebouwen. Hieronder is een overzicht opgenomen van hoe de oude kaders naar nieuwe vertaald zijn.

pagina 8

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

De maatschappij

Draagvlak is een

Oud kader

ontwikkelingen

regisseert en faciliteert N

ir

'\

Initiatieven ontstaan niet vanzelf, aandacht voor collectieve oplossingen <................................ ............

Draagvlak vraagt om actie & oog voor kwetsbare groepen

Reflectie

Samenhang in

participeert, gemeente

voorwaarde voor succes

N Opgaven op elkaar afstemmen blijft cruciaal v__ __ y Samenhang met andere

Draagvlak bouwen met Nieuw

een goed

kader

participatieproces

De gemeente voert regie

maatschappelijke opgaven

Nieuw Rechtvaardige verdeling

kader

van lusten en lasten

Betrouwbare,

1

initiatieven faciliteren

uitvoerbare en duurzame technieken

We maken doelmatig

De warmtetransitie is

We maken gebruik van

Oud

haalbaar, betaalbaar en

betrouwbare, veilige en

gebruik van

kader

toegankelijk

duurzame technieken

warmtebronnen

r Reflectie

Kan de energierekening wel gelijk blijven? Grote rol voor Rijksoverheid

r

> We kunnen niet wachten op 'de beste' oplossing <_________________________ >

Betaalbaar voor

Betrouwbare,

Nieuw

maatschappij en

uitvoerbare en duurzame

kader

gebruiker

technieken

Nieuw kader

Maatwerk en bijsturing

v

Blijft bestaan, met meer focus op gemeentelijke regierol

Doelmatig gebruik van warmtebronnen

We moeten van een leerfase naar een versnellings-fase ...y

y Versnellen door standaardisatie, met ruimte voor maatwerk

Rekening houden met Haalbaar voor iedereen

effecten op de leefomgeving

Randvoorwaarden: wat moet daarvoor op orde zijn? Om aan alle kaders te kunnen voldoen, is het belangrijk dat een aantal zaken goed op orde is: de randvoorwaarden. Deze gaan over: • Participatie. Succesvolle invulling betekent dat inwoners en belanghebbenden serieus genomen worden en (binnen gestelde kaders) invloed hebben op de warmtetransitie in hun eigen (leef)omgeving. • Fasering van de transitie. Succesvolle invulling betekent dat de hoeveelheid werk (en budget) in de transitie slim over de tijd verdeeld wordt en dat de kosten voor het in stand houden van de oude infrastructuur beperkt blijven. • Duidelijkheid voor belanghebbenden. Succesvolle invulling betekent dat we zoveel mogelijk duidelijkheid geven over de richting en voorkeursoplossingen, waardoor betrokkenen goede keuzes kunnen maken en er urgentie gecreëerd wordt. Inwoners blijven ook de optie houden om met een (georganiseerd) alternatief te komen wat binnen de kaders past. • Zorgen voor voldoende deelnemers bij collectieve oplossingen. Succesvolle invulling betekent dat daar waar een warmtenet de beste optie blijkt, zoveel mogelijk gebouwen aangesloten worden om de kosten te beperken. Instrumenten: Hoe kunnen we sturen? In de concept kadernota beschrijven we de (wettelijke) instrumenten die we als gemeente in handen krijgen en onder welke omstandigheden het verstandig is deze in te zetten.

Ook geven we een beknopte aanzet voor de werkwijzen die we willen hanteren in de warmtetransitie. In het Warmteprogramma werken we dit verder uit. De belangrijkste instrumenten die we in handen krijgen zijn:

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

•

•

pagina 9

Aanwiisbevoegdheid: gemeentelijke bevoegdheid om locaties aan te wijzen waar gebouwen op een bepaald moment op een duurzame warmtevoorziening moeten zijn aangesloten en om voor die locaties een duurzame warmtevoorziening voor te schrijven; Warmtebedriif: gemeentelijke bevoegdheid om een warmtekavel vast te stellen waarbinnen een aangewezen warmtebedrijf het exclusieve recht en de plicht krijgt om warmte te leveren. Dit warmtebedrijf moet een publiek meerderheidsbelang hebben.

Aanwijsbevoegdheid

De Wgiw geeft gemeenten de bevoegdheid om in hun omgevingsplan locaties aan te wijzen waar gebouwen op een bepaald moment op een duurzame warmtevoorziening moeten zijn aangesloten en om voor die locaties een duurzame warmtevoorziening voor te schrijven. De aanwijsbevoegdheid is een belangrijk instrument dat bijdraagt aan het creëren van duidelijkheid, urgentie en betaalbaarheid. De inzet ervan is belangrijk voor de haalbaarheid van collectieve oplossingen (warmtenetten). Het helpt gemeenten daarnaast om de warmtetransitie gefaseerd en beheersbaar te organiseren, met ruimte voor bijsturing, ook in gebieden waar géén collectieve oplossing wordt voorzien. Inzet van dit instrument kan ingrijpende gevolgen hebben voor bewoners en ondernemers. Daarom stelt de wet diverse waarborgen. Zo moet het voornemen voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid worden opgenomen in een Warmteprogramma, inclusief informatie over het aantal gebouwen, de verwachte warmtebehoefte, de infrastructuur en de maatschappelijke kosten. Het omgevingsplan moet daarnaast bepalen dat alternatieve oplossingen mogelijk zijn, een redelijke overgangstermijn (minimaal acht jaar) bieden en regels bevatten voor monitoring en haalbaarheid. Er is een zorgvuldig proces nodig dat tijd kost: participatie, planning en uitvoering kunnen makkelijk tien jaar kosten.

Als de gekozen warmteoplossing onhaalbaar blijkt, mag de aardgaslevering niet worden stopgezet. De inzet van de aanwijsbevoegdheid per gebied zal afhankelijk zijn van de vraag in hoeverre sturing nodig is in dat gebied en op welk moment. Daarom gaan wij de komende tijd aan de slag met het uitwerken van waar, wanneer en onder welke voorwaarden de aanwijsbevoegdheid ingezet kan worden. Warmtebedrijf

Het wetvoorstel Wet Collectieve Warmte (Wcw) heeft tot doel om de regierol van gemeenten bij warmtenetten te regelen en om belangen als duurzaamheid, leveringszekerheid en betaalbaarheid te borgen. Uit de huidige versie van de Wcw volgt dat de gemeente warmtekavels kan vaststellen, waarbinnen een warmtebedrijf het exclusieve recht (en de plicht) krijgt om warmte te leveren aan eenieder die wil aansluiten. Dit warmtebedrijf moet voor meer dan 50% in handen zijn van publieke partijen, zoals gemeenten, provincies of publieke netwerkbedrijven. Er is ruimte om de vorm van een warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang te kiezen, waarbij de gemeente een grote, kleine of bijna geen rol heeft. We werken voorkeursscenario's uit om voorbereid te zijn als het wetsvoorstel in werking treedt. Werkwijzen: Hoe pakken we het aan? De werkwijzen worden verder uitgewerkt in het Warmteprogramma en specifiek beleid. Belangrijke onderdelen zijn in ieder geval: • Kiezen van warmteoplossingen: op basis van transparante criteria en aanvullende afwegingen maken we heldere keuzes over warmteoplossingen; • Volgorde van wijken: op basis van transparante criteria en aanvullende afwegingen maken we heldere keuzes over de volgorde van de aanpak;

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

•

• •

pagina 10

Gemeentelijke wijkaanpak en ondersteuning: uitvoering van het Warmteprogramma gaat via twee parallelle sporen: een gebiedsgerichte wijkaanpak en gemeentebrede ondersteuning bij individuele verduurzaming; Samenwerking met initiatieven: we maken afspraken over de samenwerking met initiatieven uit de samenleving of de markt en hoe we deze ondersteunen; Bronnenstrategie: om warmtebronnen efficiënt te gebruiken stellen we een bronnenstrategie op.

Stap 3: Participatie en inspraak op de concept Kadernota

Rol van de raad Na vaststelling van de concept Kadernota start het participatieproces. Wij verantwoorden hoe de opbrengst van deze participatie is verwerkt in een nota van beantwoording bij het raadsvoorstel over de definitieve Kadernota warmtetransitie 2.0 (stap 4). Participatiestappen Tijdens de terinzagelegging kan iedereen in Haarlemmermeer een zienswijze indienen. Ook leggen we de concept Kadernota 2.0 actief voor aan inwoners en belanghebbenden en laten hen de kaders prioriteren (en eventueel aanvullen) via een digitale participatietool, gebaseerd op de 'Participatieve Waarde Evaluatie'-methode. Zo halen we op wat men belangrijk vindt in de warmtetransitie. Deze inbreng draagt bij aan de verrijking van de voorgestelde kaders en hoe we deze kunnen wegen ten opzichte van elkaar. Daarnaast gaan we in gesprek met professionele partners om de Kadernota aan te scherpen en aan te vullen waar nodig. Het doel van de participatie in deze stap is tweeledig: het helpt ons de inhoud van het Warmteprogramma beter aan te laten sluiten op de praktijk en het helpt tegelijkertijd inwoners en belanghebbenden mee te nemen in wat er op ze afkomt. Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) PWE is een methode ontwikkeld en gevalideerd door wetenschappers. Inwoners en belanghebbenden worden op de stoel van de besluitvormer gezet en begrijpen hierdoor beter de complexiteit van de beleidskeuze.

In de uitvoering dragen we zorg voor een representatieve steekproef (onder andere door een groep inwoners per brief uit te nodigen), maar geven we juist ook iedere inwoner of belanghebbende de kans om mee te denken en input te leveren. Stap 4: Definitieve Kadernota

Rol van de raad De gemeenteraad stelt de definitieve Kadernota Warmtetransitie 2.0 vast en geeft ons college daarmee richting om het Warmteprogramma op te stellen. Met het besluit over de definitieve Kadernota 2.0 wordt de Kadernota uit 2020 ingetrokken. Stap 5: In gesprek over een ambtelijke 'werkversie' van het Warmteprogramma

Rol van de raad We informeren de raad over de participatie aanpak en de opbrengst daarvan. In het (ontwerp en definitieve) Warmteprogramma verantwoorden wij hoe we de participatie opbrengst van deze stap hebben verwerkt.

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

pagina 11

Waarom een werkversie? Het Warmteprogramma geeft duidelijkheid over waar we in welke periode aan de slag gaan met welke warmteoplossing. Zo weten inwoners en gebouweigenaren welke maatregelen ze kunnen treffen. Al dan niet ondersteunt met advies en andere ondersteuning vanuit de gemeente, onder andere via het Energieloket. Maar ook andere partijen zoals uitvoerders, woningcorporaties en netbeheerders weten waar ze aan toe zijn. Draagvlak van inwoners, gebouweigenaren en -gebruikers is noodzakelijk voor de realisatie van de plannen. Hun inbreng over de inhoud van het Warmteprogramma is daarom essentieel. Dit halen we graag zo vroeg en laagdrempelig mogelijk op. Omdat het vaak goed werkt als men ergens op kan reageren, maken we een ambtelijke werkversie van het Warmteprogramma. Met de inbreng uit deze stap wordt een ontwerp Warmteprogramma gemaakt die ook formeel ter inzage gaat. Participatie We nodigen specifieke groepen uit voor gesprekken: professionele partners, dorps- en wijkraden, initiatieven of werkgroepen uit focusgebieden, woningcorporaties. Verenigingen van eigenaren (VVE's), huurdersverenigingen en andere belangenbehartigers. In deze gesprekken gaan we expliciet in op een hernieuwde 'Warmtekaart' met voorkeursoplossingen per gebied en hoe deze tot stand zijn gekomen.

We willen van de participanten input krijgen over belangrijke lokale context die de haalbaarheid van de keuzes kan beïnvloeden. Ook gaan we in gesprek over de manier waarop men wil participeren bij vervolgstappen na het Warmteprogramma, in de gebiedsgerichte 'wijkaanpak' (stap 8). Naar verwachting voelen belanghebbenden zich sterker betrokken bij concretere gebiedsaanpakken dan bij het meer abstracte Warmteprogramma. Doel van deze participatie is dus tweeledig: Verrijken en aanvullen van (de keuzes in) het Warmteprogramma en inzicht krijgen in hoe men wil participeren bij het vervolg. Parallel uitwerken collectieve oplossingen In de Warmtevisie zijn voor een aantal gebieden warmtenetten genoemd als (mogelijke) voorkeursoplossing. Een deel daarvan is vastgesteld als wijken waar we vóór 2030 starten met het opstellen van een wijkplan. Voor deze gebieden is onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van warmtenetten. Het beeld dat uit deze onderzoeken komt is dat warmtenetten inderdaad een betaalbare optie kunnen zijn in vergelijking met andere verwarmingsopties. Verdiepend onderzoek naar de financiële- en technische haalbaarheid is gestart, waarbij een warmtenet in samenhang wordt bezien met andere opgaven, zoals rioolvervanging en een klimaatadaptieve inrichting.

Aanleg van een warmtenet vraagt extra investeringen in de openbare ruimte, met name om voldoende ruimte te creëren in de ondergrond. De volgende stap is om te komen tot voorstellen op welke warmteoplossing we als gemeente in gaan zetten in deze gebieden. Omdat er in verband met de koppeling met andere werkzaamheden geen ruimte is om dit pas na het vaststellen van het Warmteprogramma te doen, zal dit parallel moeten gebeuren. Zoals nu voorzien gaat dit dan om de focusgebieden Rijsenhout, Zwanenburg en Badhoevedorp. Stap 6: Vaststellen en publiceren ontwerp Warmteprogramma

Rol van de raad Het vaststellen van het Warmteprogramma is een collegebevoegdheid. In het ontwerp Warmteprogramma verantwoorden wij hoe we de participatie opbrengst van stap 5 hebben verwerkt. Naast een terinzagelegging willen we ook actief inbreng van de raad. Dit doen we in ieder geval met een informatieve bijeenkomst over het ontwerp Warmteprogramma. De specifieke vorm moet nog nader worden vormgegeven.

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

pagina 12

Participatie Na vaststelling door ons college volgt publicatie van het ontwerp Warmteprogramma en ligt het gedurende zes weken ter inzage. We geven daar vooraf kennis over zodat eenieder een zienswijze in kan dienen. Ook organiseren we een brede informatiebijeenkomst voor inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Stap 7: Vaststellen definitieve warmteprogramma

Rol van de raad We informeren de raad over de opbrengst van de (omgevings- en raad) participatie van stap 6 via een nota van beantwoording die bij het definitieve Warmteprogramma wordt gevoegd. Publicatie Naast publicatie van het vastgestelde Warmteprogramma in het Gemeenteblad, wordt deze ook gepubliceerd in het DSO. Dit is een wettelijke verplichting. Daarnaast stellen we een publiekssamenvatting beschikbaar. Hiervoor gebruiken we hetzelfde digitale platform dat ook in de aanloop van het opstellen van het Warmteprogramma gebruikt wordt, zodat belanghebbenden één centrale plek hebben voor informatie vanuit de gemeente over de warmtetransitie. Stap 8: uitvoering van het Warmteprogramma

Rol van de raad We informeren de raad over de aanpak en de voortgang van de uitvoering van het Warmteprogramma. De meest geëigende vormen hiervoor zijn informatieve brieven aan de raad en de jaarlijkse Energie- en Klimaatmonitor. Gebiedsgericht en gemeentebreed Zoals ingezet bij de Warmtevisie, geven we uitvoering aan de warmtetransitie via een gemeentebrede aanpak (onder andere via het Energieloket) en een gebiedsgerichte aanpak: de 'wijkaanpak'. De wijkaanpak richten we in op basis van wat bij het specifieke gebied past. Dat vereist vanzelfsprekend dat we met inwoners in gesprek gaan over deze wijkaanpak. In stap 5 voeren we die eerste gesprekken om tot een gedegen aanpak te komen bij het definitieve Warmteprogramma. Maar daarin blijft ruimte voor maatwerk. Uitwerking in specifiek beleid Naast de plannen in het Warmteprogramma worden sommige onderdelen verder uitgewerkt in specifiek beleid. Dit gaat bijvoorbeeld om het herijken van het beleid voor het stimuleren van initiatieven, uitwerking van een warmtebedrijf of de voorwaarden voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid. Wat zijn de kanttekeningen en risico's? De warmtetransitie blijft een actueel maatschappelijk thema. Over het algemeen zien we draagvlak voor de transitie (mits men daarin wordt ondersteund), maar er zijn ook duidelijk voor- en tegenstanders van bepaalde technieken en oplossingsrichtingen.

Men maakt zich bijvoorbeeld zorgen om de betaalbaarheid van warmtenetten. Onderwerpen als draagvlak en betaalbaarheid blijven belangrijke aandachtspunten hoe meer we richting de uitvoering bewegen. Om daarop te kunnen sturen moeten we nu - in deze kadernota - de juiste basis scheppen zodat we recht doen aan de maatschappelijke zorgen.

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

pagina 13

Daarnaast volgen ontwikkelingen elkaar snel op terwijl nog niet alle wetgeving is aangepast of in werking getreden. Dat vraagt om flexibiliteit in de aanpak en bijsturen waar nodig. Het is daarom belangrijk om in ieder geval elke vijfjaar (en misschien frequenter) de koers te herijken en aan te scherpen waar nodig. 3.2.1 Welke beleidsinstrumenten worden ingezet om het doel te bereiken? 3.2.1.a Wat is de nulmeting en wat zijn de indicatoren? 3.2.1.b Wat zijn de streefwaarden? In de Nota Actualisatie Programma Energietransitie 2022-2026 (2022.0002591) is het doel van aardgasvrij in 2050 uitgewerkt in vier thema's: COz-uitstoot, aardgas-aansluitingen, energielabels en energiegebruik. Dit zijn tevens de indicatoren waarover wordt gerapporteerd in de jaarlijkse Energie- en Klimaatmonitor. We onderzoeken of (een deel van) deze indicatoren ook passend zijn om op te nemen in de programmabegroting en de jaarstukken. In de tabel bij 3.1.1 op pagina 5 zijn de streefwaarden voor 2030 en 2050 opgenomen voor de vier indicatoren. 3.3 Wat mag het kosten? De kosten voor het opstellen van - en participeren over - het Warmteprogramma. inclusief de participatie over deze concept kadernota, worden geraamd op € 95.000. Dit bedrag bestaat onder andere uit het uitvoeren van de PWE, het inrichten van een online platform en diverse participatiebijeenkomsten over het Warmteprogramma.

In de berekening van de kosten is er rekening mee gehouden dat de inkoop-btw compensabel is. De kosten worden gedekt door een bijdrage van het Rijk. Deze bijdrage is toegezegd bij beschikking CDOKE-23-03447011 van 6 april 2023. De kosten en baten zijn geraamd in de programmabegroting van beleidsdoel D: Het energiesysteem in Haarlemmermeer is in 2050 C02-neutraal van het programma Ruimtelijke ontwikkelingen, taakveld 7.4. Wat zijn de financiële risico's? Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? De gemeenteraad besluit over de (concept) Kadernota Warmtetransitie Haarlemmermeer 2.0. Ons college is verantwoordelijk voor het vaststellen van het Warmteprogramma. Binnen het college is de portefeuillehouder Klimaat en Energie het eerste aanspreekpunt. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Het Warmteprogramma wordt een verplicht programma onder de Omgevingswet op het moment dat de Wgiw in werking treedt. Het is verplicht een milieueffectrapportage op te stellen voor een programma onder de Omgevingswet als het programma een kader vormt voor projecten waarvan milieueffecten zijn te verwachten, zoals geothermische boringen en warmtenetten.

In het Warmteprogramma worden de contouren van bepaalde projecten, zoals de aanleg van warmtenetten, warmtebronnen of andere infrastructuur, geschetst. Of er daarmee ook een milieueffectrapportage moet worden opgesteld is afhankelijk van de inhoud van het Warmteprogramma. Gemeenten gaan hier verschillend mee om. De komende tijd volgen wij de informatie vanuit de ministeries die duidelijkheid zou moeten bieden over de verplichting van een milieueffectrapportage. Ook volgen we hoe andere gemeenten in de regio hier mee omgaan. Bij de vaststelling van de definitieve kadernota zullen wij de raad hierover informeren.

Concept kadernota warmtetransitie 2.0 en participatieproces richting het Warmteprogramma

pagina 14

3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? We informeren de raad over de voortgang via: • een raadsvoorstel voor de definitieve Kadernota warmtetransitie 2.0, inclusief een nota van beantwoording waarin de opbrengst van de participatie over de concept Kadernota is verwerkt; • een nota van B&W voor het ontwerp Warmteprogramma, waarin wij verantwoorden hoe de participatie opbrengst daarvoor is verwerkt; • een nota van B&W voor het definitieve Warmteprogramma, inclusief een nota van beantwoording waarin de opbrengst en verwerking van de ter inzagelegging en input van de raad is verwerkt; • periodieke brieven aan de raad, zoals de jaarlijkse Voortgangsbrief Programma Energietransitie en de Energie- en Klimaatmonitor. Daarnaast informeren wij de raad over de uitwerking van specifiek beleid, zoals de voorwaarden voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid en op termijn de eventuele wijzigingen in het omgevingsplan. 3.6.1 Hoe wordt het voorstel gemonitord en geëvalueerd? Er wordt over de voortgang gerapporteerd via de jaarlijkse Energie- en Klimaatmonitor. Elke vijf jaar wordt het Warmteprogramma geëvalueerd en herijkt. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)? Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de MRA.

Over de uitvoering van de warmtetransitie zijn wel regionale afspraken gemaakt via de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid (RES NHZ). We stemmen af met buurgemeenten, onder andere als vervolg op de Regionale Structuur Warmte (RSW). 4. Ondertekening

• •

Concept Kadernota warmtetransitie 2.0 Evaluatie Warmtevisie Haarlemmermeer 2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=1662fcaf-3bc7-43d0-a25e-b945fc7b0ac5