10024370 Beantwoording technische vragen Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer
Postbus 250 2130 AG Hoofddorp
Bezoekadres: Taurusavenue 100 Hoofddorp Telefoon 0900 1852
contactpersoon
Financiën en Administratie de heer Hans leeuwen
Doorki esnummer
+31235676093
cluster
Verzenddatum
- 2 NOV. 2023
Uw brief Ons kenmerk Bijiage(n) onderwerp
10024370
Beantwoording technische vragen Programmabegroting 2024-2027 Technische vragen Programmabegroting 2024-2027
Geachte heer, mevrouw, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de technische vragen die zijn gesteld met betrekking tot de Programmabegroting 2024-2027. U bent van harte welkom om aanvullende technische vragen te stellen tijdens het inloopspreekuur op dinsdag 7 november 2023 van 19:00 uur tot 20:00 uur in café 1852 gemeentekantoor Beukenhorst. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester enjaüajhouders van de gemeente Haarlemmermeer, namens dezfnj
^ drs. Jurgen/Nobef' Wethouder Financiën, Luchthavenzaken, Woningbouw en Ruimtelijke ontwikkeling
2-11-2023
Fractie vraagnr.
Beantwoording technische vragen Programmabegroting 2024-2027 Fractie
Blz.
Vraag
Antwoord
GL
1
9
Leeswijzer: Klopt het dat het gaat om het pakket ombuigingsmaatregelen waarover besloten is op 1 juli 2021 en niet op 1 juli 2022 zoals hier in de tekst staat?
Dit moet inderdaad 1 juli 2021 zijn.
GL
2
18
Belastingdruk huishoudens: Hier staat dat de afvalstoffenheffing en rioolheffing met respectievelijk 7% en In het raadsvoorstel Programmabegroting 2024-2027 (8267212) is op pagina 7 onder 3.5 Overige relevante informatie toegelicht 2% zullen stijgen. In het raadsvoorstel en in het separate raadsvoorstel Belastingvoorstellen staat dat het waarom de afvalstoffen- en rioolheffing met 13,7% moeten stijgen. Dit is het juiste percentage. Dit naar aanleiding van informatie gaat om een stijging van 13,7%. Welk van deze percentages is het juiste? En hoe is deze afwijking te die is ontvangen over de ontwikkeling van de lasten van afvalinzameling en -verwerking en de lasten van riolering. Deze informatie verklaren? kon administratief-technisch niet meer verwerkt worden in de cijfers van de programmabegroting. De ramingen van de baten en de lasten voor de afvalinzameling en -verwerking en riolering worden bijgesteld in de Voorjaarsrapportage 2024.
GL
3
95
Mobiliteit: Een flinke mutatie in de kapitaallasten. Kan die nog nader toegelicht worden, behalve de 'fasering in de UPM'? Waar wordt hier op gedoeld?
In de programmabegroting 2021-2024 wordt jaarlijks een krediet van €4.000.000 geraamd voor het Uitvoeringsprogramma mobiliteit (UPM). De kredieten voor het UPM worden geraamd met een afschrijvingstermijn van 20 jaar. De afschrijving start het jaar nadat de investering is afgerond. Dit betekent dat elk jaar de geraamde kapitaallasten oplopen. Verder is het voormalig Deltaplan Bereikbaarheid onderdeel van het UPM. Een project wat hier uit voortvloeit is bijvoorbeeld de Nieuwe Bennebroekerweg waarvoor in verband met de voorbereidingskosten rentelasten worden geraamd.
GL
4
103
Ruimtelijke ontwikkelingen: Op pagina 103 staat dat de lasten van beleidsdoel A toenemen door een gewijzigde verdeling van personeelslasten. Van welk beleidsdoel komt dit vandaan? En welke gevolgen heeft dit voor ander beleid en de prioritering?
De capaciteit komt voort uit de structurele ruimte voor versterking van de ambtelijke organisatie die is toegekend in de programmabegroting 2023-2026 op basis van het coalitieakkoord. De capaciteit die is verdeeld naar beleidsdoel A van het programma ruimtelijke ontwikkeling zal worden ingezet op de programma’s Stadcentrum, Spoorzone en Schaalsprong wonen.
GL
5
109
Ruimtelijke ontwikkelingen: Bij de lasten en baten staat dat de gemeente van het rijk middelen heeft Deze middelen komen uit de tijdelijke regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE). Deze zijn gekregen voor de energietransitie. Zijn dit middelen voor intern of kan dit ook extern worden uitgegeven? bedoeld voor het opbouwen van een structurele uitvoeringsorganisatie om de taken van het Klimaatakkoord uit te kunnen voeren. Minimaal 90% van het budget moet hier naartoe gaan. Deze uitvoeringsorganisatie bestaat in ieder geval uit een ambtelijke En welke voorwaarden zitten aan deze middelen? component voor het ontwikkelen en uitvoeren van beleid, een loket voor inwoners en ondernemers en in de toekomst mogelijk een lokaal of regionaal warmtebedrijf. Dat betekent dat deze middelen met name gebruikt worden voor personeel (inclusief inhuur) en tot op zekere hoogte het uitzetten van opdrachten. De overige maximaal 10% zijn voor overige kosten zoals communicatiematerialen of technische onderzoeken mits die ten behoeve komen van de klimaattaken.
GL
6
109
Ruimtelijke ontwikkelingen: Bij de lasten en baten staat dat de gemeente van het rijk rijksmiddelen heeft gekregen tegen energiearmoede. Hierbij wordt uitgelegd dat in samenspraak met het energiebank Haarlemmermeer subsidie wordt gegeven voor mensen. Wordt hier voldoende gebruik van gemaakt, aangezien dit tot 2024 besteed kan worden?
GL
7
117
Wonen: Op pagina 117 staat onder punt 4: Op basis van het coalitieakkoord 2022-2026 is rekening Binnen dit programma zijn voor Asiel en Integratie incidentele middelen beschikbaar gesteld voor extra ambtelijke capaciteit om de gehouden met budget voor versterking van de organisatie om de huidige en nieuwe ambities waar te grote vraag te kunnen opvangen in 2023 en 2024. kunnen maken. Dit is geen toelichting op de mutatie in de tabel erboven. Waarom muteren deze Daarnaast is vanuit het coalitieakkoord structureel budget beschikbaar gesteld voor versterking van de organisatie. Deze middelen middelen over de jaren 2024 en 2025? En is dit van toepassing op beleidsdoelen waar budget beschikbaar zijn in fases toegekend; 50% in 2023, 75% in 2024 en 100% in 2025. Het financiële effect van deze twee aspecten veroorzaken de verschillen tussen de jaren 2023, 2024 en 2025. is gesteld in het coalitieakkoord om de organisatie te versterken?
GL
8
118
Wonen: Wat is het verwachte verschil tussen boekwaarde en marktwaarde van Planeetbaan 2? En hoe verhoudt zich dit tot de jaarlijkse stortingen uit het exploitatieresultaat?
Bij wijzigingsbesluit van 17 juli jl. heeft het Rijk laten weten dat de bestedingstermijn voor de beschikbare middelen voor energiearmoede is verlengd naar 31 december 2025. Dit geeft de ruimte om in de jaren 2024 en 2025 de ingezette projecten (waarover de raad bij brief over Aanpak energiearmoede in Haarlemmermeer van 9 december 2022 (X.2022.07773) is geïnformeerd) verder uit te voeren. Inmiddels weten we de doelgroep goed te bereiken. Een voorbeeld is de witgoedactie waarbij we in 2023 250 gratis koelkasten hebben verstrekt.
Voor de voorgenomen ontwikkeling op locatie van de Planeetbaan is een bepaalde boekhoudkundige inbrengwaarde gewenst (als resultaat van een residuele berekening). Om tot de gewenste waarde af te schrijven wordt de Planeetbaan tijdelijk, voor maximaal vijf jaar, geëxploiteerd en wordt daarbij een huuropbrengst gerealiseerd. Hierdoor is de verwachting dat er elk jaar na aftrek van de exploitatielasten een overschot aan baten resteert. Dit overschot wordt gestort in de Algemene dekkingsreserve. Het opgebouwde overschot wordt na vijf jaar gebruikt om de boekwaarde van het pand af te waarderen naar de gewenste inbrengwaarde. Voor het verwachte verschil tussen boekwaarde en marktwaarde van Planeetbaan 2 en de daarmee verband houdende jaarlijkse stortingen wordt verwezen naar de geheime bijlage bij raadsvoorstel Verwerving gebiedsontwikkeling Stationsgebied Hoofddorp en tijdelijke exploitatie Planeetbaan 2 te Hoofddorp (2022.0002314).
blz. 1 van 6
Fractie vraagnr.
Beantwoording technische vragen Programmabegroting 2024-2027 Fractie
Blz.
Vraag
Antwoord
GL
9
118
Wonen: Wat is het bestedingskader voor de reserve wonen?
Conform de notitie Reserves en voorziening 2020 is het doel van de reserve Wonen: Woonmogelijkheden voor de huishoudens die daar op grond van hun inkomen niet geheel zelf in kunnen voorzien.
GL
10
122
Kwaliteit fysieke omgeving: Op bladzijde 122 onderaan de tekst staat dat het college in deze raadsperiode De 8.000 extra bomen worden voornamelijk aangeplant in grootschalig groen en recreatiegebieden. Dit staat los van de kwaliteit 8.000 extra bomen wilt planten. Het aantal bomen is vanwege veiligheid naar beneden gegaan. In de van de bomen. De percentages 75,4 en 80,0 hebben te maken met de kwaliteit. Wij monitoren de kwaliteit, onder andere aan de prognosewaarden wordt een verdere daling tot 75,4 verwacht. Om vervolgens in 2024 naar 80,0 zonder hand van veiligheidsinspecties. De kwaliteit van bomen kan door omstandigheden achteruitgaan. Niet alle bomen die van slechte extra investeringen te doen. Kan er een verklaring gegeven worden hoe jullie op deze cijfers zijn gekomen kwaliteit zijn hoeven te worden vervangen. Sommige bomen kunnen door snoeiwerkzaamheden herstellen. Wij verwachten dat de (zonder geld uit te geven)? kwaliteit van de bomen door deze maatregelen zal verbeteren. Indien herstelmaatregelen de kwaliteit van de boom niet kunnen verbeteren, dan worden deze vervangen vanuit de Vernieuwing Openbare Ruimte. Daarnaast is bij de Voorjaarsrapportage 2023 eenmalig € 150.000 extra beschikbaar gesteld voor het vervangen van slechte bomen.
GL
11
165
Woonlasten: We zien hier een overzicht van woonlasten voor meerpersoonshuishoudens. Is zo'n vergelijking ook te maken voor eenpersoonshuishoudens? En mogelijk ook voor niet-woningen?
Het vergelijkende overzicht van woonlasten 2023 voor éénpersoonshuishoudens van onze gemeente met andere gemeenten in onze regio is als volgt:
De vergelijking is gebaseerd op gegevens uit de Atlas van de lokale heffingen 2023 van Coelo. In deze atlas zijn geen vergelijkende cijfers opgenomen voor niet-woningen.
2-11-2023
GL
12
172
Bedhoevedorp-Zuid als risico: Hier wordt gesproken over 'constructieve gesprekken'. Is hier meer voortgang te melden? Of een verwachting wanneer dat het geval zou zijn?
De gesprekken met de aandeelhouders van TeleVerde BV lopen nog in lijn met de intentieovereenkomst welke bij de raad bekend is. Een verwachting uitspreken over wanneer er meer duidelijkheid zal zijn, is op dit moment voor ons niet mogelijk.
GL
13
178
Onbenutte belastingcapaciteit: Hier gaat het over de onbenutte belastingcapaciteit. Is hier een uitsplitsing Het betreft hier de norm om toegelaten te worden tot de artikel 12 status en aanspraak te kunnen maken op een aanvullende te maken qua woningen/niet-woningen? uitkering uit het gemeentefonds. Eén van de voorwaarden daartoe is dat de eigen inkomsten op zogenaamd 'redelijk peil' dienen te zijn. De berekeningswijze wordt jaarlijks vermeld in de meicirculaire. Het betreft een gewogen gemiddelde van zowel het OZB percentage eigenaar woningen, OZB percentage gebruiker niet-woningen en OZB percentage eigenaar niet-woningen vermenigvuldigd met de waarde van het areaal. Het redelijk peil voor aanspraak op een aanvullende uitkering kan bereikt worden door een van de tarieven of alle tarieven aan te passen. Een uitsplitsing qua woningen/niet-woningen is op basis van deze berekening dan ook niet te maken. Zolang een gemeente niet onder preventief toezicht behorend bij de artikel 12 status staat, is de gemeenteraad vrij de tarieven vast te stellen.
blz. 2 van 6
2-11-2023
Fractie vraagnr.
Beantwoording technische vragen Programmabegroting 2024-2027 Fractie
Blz.
Vraag
Antwoord
GL
14
191
Openbaar groen: Hier is een enorme verslechtering te zien in de scores. Als beheermaatregel wordt dan gesteld vanuit de VOR bomen en planten te vervangen. Is dat voldoende?
De belangrijkste oorzaak waardoor de kwaliteit is achteruitgegaan zijn periodes van extreme droogte in de afgelopen twee jaar waardoor de grond op bepaalde locaties te sterk is verdicht. Door deze verdichting kan het regenwater in een nattere periode niet goed in de grond opgenomen worden en is de bodem te vochtig waardoor beplanting verdrinkt. Vervangen van bomen en beplanting is niet de enige beheermaatregel. Bomen en beplantingen die last hebben van de droogte zullen we vaker en langer water moeten geven in droge periodes om te voorkomen dat ze uitvallen. Daarnaast gaan we in het beheer meer aandacht schenken aan het verbeteren van de grondkwaliteit door verdichting tegen te gaan door de grond open te breken. Ook brengen we waar nodig bemesting aan en passen we beplanting toe die beter bestand is tegen een langere droge periode.
GL
15
192
LED-verlichting: Wanneer is de volledige vervanging door LED-verlichting voltooid?
Naar verwachting is onze openbare verlichting in 2027 grotendeels voorzien van ledverlichting. Eén en ander is ook afhankelijk van het verloop van enkele grote projecten waarin wij meeliften en de openbare verlichting vervangen door ledverlichting. Onlangs is in de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering verzocht wordt te streven naar 100% ledverlichting in 2028. Zoals het er nu uitziet is dat in Haarlemmermeer het geval.
GL
16
194
Parkeergarage Scorpius: Kan de grote stijging van de kosten hier worden verklaard?
Dit betreffen onderhoudskosten die gemaakt worden in het kader van planmatig onderhoud. De kosten hiervoor fluctueren en kunnen jaarlijks verschillen. In 2022 was er sprake van gering uitgevoerd planmatig onderhoud waardoor het verschil ten opzichte van 2023 en 2024 opvalt.
GL
17
246
Formatie: Bij de groei van de formatie met bijna 150 fte valt onder meer de 12 fte bij Communicatie op, ruim een derde erbij. Valt iets nader te specificeren om welke extra taken het hier gaat?
Sinds langere tijd is er structureel meer werk voor communicatie dan formatie. Dit werd opgelost door het aannemen van medewerkers via tijdelijke contracten. Via interne opdrachten vindt verrekening plaats van de salarislasten van deze medewerkers, waardoor de lasten gedekt zijn. Zowel de salarislasten als de inkomsten uit interne verrekeningen waren niet opgenomen in de programmabegroting. In de Voorjaarsrapportage 2023 zijn de inkomsten in de begroting opgenomen evenals de fte's die daarmee gedekt worden. Er is dus geen sprake van extra werkzaamheden; werk dat al jaren gedaan wordt, is nu opgenomen in de programmabegroting. Daarnaast is er vanuit de middelen voor het versterken van de ambtelijke organisatie extra capaciteit beschikbaar gekomen voor interne communicatie.
GL
18
250
investeringen: Is het verhogen van de jaarlijkse investeringsschijven van 77,8 miljoen euro naar 93 miljoen Omdat de ambities in het investeringsplan hoger zijn dan de realisatie, is met de vaststelling van de Voorjaarsrapportage 2023 euro realistisch gezien de krapte op de arbeidsmarkt? en wat zou het financiële effect zijn op de besloten bij de berekening van de kapitaallasten van de investeringen uit te gaan van een realisatiegraad van 65% in plaats van de kapitaallasten als investeringsschijven niet stijgen? eerder aangehouden 75%. Hiermee verwachten wij voldoende rekening te houden met onder andere de krapte op de arbeidsmarkt. De investeringsschijf 2023 is met de vaststelling van het Meerjarenperspectief voorjaar 2023 al bijgesteld naar een realistischere stand van € 77,8 miljoen. Voor de investeringsschijf 2027 is bij de berekening van de kapitaallasten uit gegaan van een realisatie van 65% van de geraamde € 93 miljoen, € 60,5 miljoen. Het financiële effect van deze maatregel is € 3,5 miljoen in 2027 (zie tabel 160 op pagina 249 van de Programmabegroting 2024-2027).
GL
19
262
Reserves: Hier gaat het bijvoorbeeld over de Reserve Parkeervoorzieningen Nieuwe Kom. Waarom is deze De raad heeft op 19 januari 2023 besloten (2022.0002447) de naam van de bestemmingsreserve te wijzigen in 'Project De Nieuwe reserve nog steeds nodig? En zeker tot 2027? Kom' en de reserve te bestemmen ter dekking van het tekort bij het afsluiten van de herziene grondexploitatie De Nieuwe Kom. Deze grondexploitatie loopt nog en de reserve moet in stand blijven totdat de grondexploitatie is afgesloten. De naam en omschrijving van deze reserve hadden aangepast moeten zijn in de overzichten van de Programmabegroting 2024-2027. Dat is per abuis niet gebeurd.
blz. 3 van 6
2-11-2023
Fractie vraagnr.
Beantwoording technische vragen Programmabegroting 2024-2027 Fractie
Blz.
Vraag
Antwoord
GL
20
262
Reserves: Hier gaat het ook over de Reserve Luchtvracht, twv bijna 9,5 miljoen, met een afname van 100.000 per jaar. Waar wordt dit geld precies voor ingezet, en in hoeverre is daar de instandhouding van deze reserve werkelijk voor nodig?
Deze onttrekking wordt toegelicht op pagina 143 van de Programmabegroting 2024-2027: Voor een versterking van de economie door een impuls te geven aan het logistieke cluster bij Schiphol heeft de gemeente € 11 miljoen ontvangen uit het Fonds economische structuur (FES-gelden). Deze bijdrage is gereserveerd in de reserve Versterking van de (lucht)vrachtketen. Voor de kosten van dit project wordt jaarlijks € 100.000 onttrokken aan de reserve ter dekking van van mogelijke relatief kleine uitgaven voor dit project. De reserve wordt door middel van subsidies ingezet voor het Smart Cargo Mainport Programma (SCMP) van Schiphol Nederland B.V. en de programma’s Zero Emission Corridors (ZEC) en Connected Transport Corridor Amsterdam Westkant (CTC) van Schiphol Area Development Company (SADC). De instandhouding van deze reserve is nodig, omdat het geoormerkt regionaal geld is, dat de gemeente niet voor andere zaken kan inzetten. Op 1 juni 2021 heeft de gemeente besloten om de gedecentraliseerde rijksgelden vanuit het project HST Cargo te reserveren voor het Investeringsplan Amsterdam Logistics. Met dit besluit kunnen deze rijksgelden als regionale middelen worden ingezet. Om de aanvragen te beoordelen is er een Amsterdam Logistics Programmateam (ALP) en dat heeft ingestemd met de aanvragen voor SCMP, ZEC en CTC.
Met SCMP wordt een nieuw logistiek concept gevormd, dat activiteiten initieert, die gebruik maken van “slimme” oplossingen (digitalisering zal noodzakelijk zijn) om “schone” doelstellingen te behalen door “samen” te werken. Op het gebied van duurzaamheid (schoon) is de doelstelling: zero emission voor al het grondgebonden verkeer in 2030. ZEC onderzoekt waar kansen liggen om zero-emissie (emissievrij) vervoer over de weg te versnellen en op te schalen en welke investeringen in laadpunten en laadinfrastructuur nodig zijn. CTC helpt bij het integreren en opschalen van slimme toepassingen in de logistieke praktijk.
GL
21
262
Reserve: Hoe verhoudt de hoogte van de RIH reserve zich tot de te maken kosten? Is een sprake van een vast in de reserve waar geen plannen/kosten onderliggen?
De ontvangen en te verwachten bijdragen aan de reserve RIH staan in verhouding tot de gemaakte en nog te maken kosten. Over de nog te maken kosten (de toekomstige onttrekkingen), wordt door de raad besloten als het moment daar is. De ruimte tussen bijdragen en uitgaven die nu aanwezig is, moet volledig ingezet worden om de investeringsanalyse programma Schaalsprong wonen te dekken. Er is dus geen ruimte in de reserve waar geen plannen onderliggen.
GL
22
x
Maatschappelijk vastgoed: Waar in de programmabegroting kunnen we de geplande uitgave voor geluidswerende maatregelen in gymzalen terugvinden?
Er is nog niets begroot voor geluidswerende maatregelen in de gymzalen. We zijn in gesprek met de schoolbesturen over wie de kosten in welke verhouding gaat dragen. Het is nu niet bekend tot welk resultaat dit leidt. Zodra meer bekend wordt de raad geïnformeerd.
HAP
1
13
een tekort voor de jaren 2026 en 2027 sluit aan bij het begrotingsadvies van de VNG (ledenbrief 23/030). In deze ledenbrief staat: in afwachting van het antwoord van het kabinet is het advies om nadelige financiële gevolgen van het kabinetsbeleid zichtbaar op te nemen in de meerjarenramingen 2026 en 2027. Als de opbouw van de begroting dit toelaat, adviseren wij u om in de financiële toelichting onder het kopje ‘Problematiek niet-taakgebonden kortingen rijk’ een overzicht te geven van keuzes die in dit kader gemaakt of overwogen worden. • Kunt ons meenemen wat we verstaan onder ‘problematiek niet-taakgebonden kortingen rijk’? • Waar kunnen wij het kopje ‘problematiek niet-taakgebonden kortingen rijk’ terugvinden in deze PB?
- Met de 'problematiek niet-taakgebonden kortingen rijk' wordt bedoeld dat het Rijk kortingen doorvoert op het gemeentefonds (en daarmee de algemene uitkering) zonder dat de taken van de gemeente minder worden. Anders gezegd, het Rijk verlaagt de bekostiging van de gemeenten zonder aan te geven wat de gemeenten dan niet meer hoeven te doen. - In de Programmabegroting 2024-2027 is geen kopje 'problematiek niet-taakgebonden kortingen rijk' opgenomen. Dit is één van de onderwerpen die meegenomen wordt in het proces om te komen tot een sluitend meerjarenbeeld.
HAP
2
22
het investeringsplan van Haarlemmermeer is ambitieus. In de periode 2023-2027 is de prognose dat voor € 428 miljoen wordt geïnvesteerd. Dit is de netto-investering, na aftrek van bijdragen van derden. U gaat uit van een realisatiegraad van 65%. • Kunt u aangegeven in welke programma’s de 35% onrealiseerbare investeringen zitten?
Nee dit kunnen wij niet. Op voorhand is niet aan te geven welke investeringen vertragingen oplopen. Omdat de ervaring leert dat niet alle investeringen worden uitgevoerd in de jaarschijf waarin ze zijn opgenomen in het investeringsplan, is bij de berekening van de kapitaallasten rekening gehouden met een onderuitputting van 35%. Dit voordeel is als stelpost geraamd in de programmabegroting. Zie ook de toelichting op pagina 249 van de Programmabegroting 2024-2027.
HAP
3
53
voor de jeugdzorg en de Wmo is in het meerjarenbeeld een stelpost van 2% opgenomen voor een groeiende vraag naar hulp (volumegroei), maar de vraag is of dit voldoende is. Het risico bestaat dat de volumegroei toch hoger is. • Kunt u aangegeven op basis van welke informatie deze inschatting is gemaakt? • U verwacht dat de 2% niet voldoende is. Waarom is er op voorhand geen hogere stelpost opgenomen?
De afgelopen jaren is gebleken dat de stelposten voor Jeugdzorg en Wmo op totaalniveau voldoende waren. Om deze reden is de stelpost niet aangepast in de begroting. Daarnaast zijn wij door het Rijk vanaf 2025 gecompenseerd voor de extra kosten die de invoering van abonnementstarief tot gevolg heeft gehad voor ongeveer € 600.000 per jaar. Daarnaast is het voornemen om de inkomensafhankelijke eigenbijdrage weer in te stellen in 2026. Wat het effect hiervan wordt is moeilijk te voorspellen. Wij blijven de volumegroei monitoren, maar verwachten hiermee voldoende middelen ter beschikking te hebben. Maar omdat het hier om openeinderegelingen gaat blijft er altijd een risico bestaan dat de groei hoger is.
blz. 4 van 6
2-11-2023
Fractie vraagnr.
Beantwoording technische vragen Programmabegroting 2024-2027 Fractie
Blz.
Vraag
Antwoord
HAP
4
64
het Rijk bepaalt elk half jaar hoeveel statushouders elke gemeente moet huisvesten. In 2023 is er een verhoogde taakstelling waardoor de lasten en baten hoger zijn. De taakstelling voor 2024 is nog niet bekend. • Met welke financiële consequenties wordt er rekening gehouden? • Waar/ in welk P&C product kan de Raad die terugvinden?
Het budget voor inburgeringsvoorzieningen wordt jaarlijks via een specifieke uitkering door het Rijk aan gemeenten beschikbaar gesteld. De hoogte wordt bepaald aan de hand van de taakstelling. Dit houdt in dat het jaarlijks wordt bijgesteld. Inburgering is opgenomen als activiteit (nummer 5) onder beleidsdoel C van het programma Zorg en werk.
HAP
5
65
in 2024 zullen wij nog te maken krijgen met werkzaamheden die voortvloeien uit de toeslagenaffaire. Bij de gedupeerden van de toeslagenaffaire zijn we verantwoordelijk voor de nazorg voor inwoners. • Kunt u de Raad een gespecificeerde omschrijving toesturen van werkzaamheden die onderdeel zijn van het nazorg traject?
Wij houden tot ongeveer 24 maanden 'vinger aan de pols contact' met inwoners die na een ondersteuningstraject weer voldoende zelfredzaam zijn om zonder aanvullende ondersteuning hun huishouden op de rit te houden. Onderdeel van deze nazorg zijn periodieke gesprekken en eventueel nog de inzet van aanvullende hulp op de leefgebieden waar de brede ondersteuning zich op richt: financiën, wonen, zorg, gezin en werk.
HAP
6
65
vanaf 1 januari 2024 gaat de Wettelijke schuldsanering gehalveerd worden van 36 naar 18 maanden. Ook De raad ontvangt in het tweede kwartaal van 2024 een evaluatie over de schuldhulpverlening en de pilot Erop Af. In de evaluatie de minnelijke schuldsanering Natuurlijke personen gaat gehalveerd worden van 36 naar 18 maanden. We zullen ook de effecten van het verkorten van de aflosperiode worden beschreven. monitoren wat hiervan de effecten zijn. • Kunt u aangeven hoe u de raad hierover gaat informeren? En op welke termijn denkt u de raad te informeren over de effecten?
HAP
7
71
in deze SPUK is ook budget opgenomen voor wat van gemeenten wordt verwacht op het domein van sport en bewegen. De bestuurlijke afspraken hierover zijn opgenomen in het Sportakkoord II. De uitvoering vraagt om een herijking van het Sportakkoord en het opstellen van een integraal plan. • Wat is de status van de herijking van het Sportakkoord? • Wanneer verwacht u klaar te zijn met een integraal plan?
Het Haarlemmermeers sportakkoord II is vastgesteld, ingediend bij het Rijk en akkoord bevonden. Het Haarlemmermeers sportakkoord II is ter kennisname naar de raad gestuurd (nota van B&W van 12 september 2023, 8240229). De kerngroep van het Sportakkoord heeft inmiddels een uitvoeringsplan 2023 opgesteld en hiervoor is bij ons subsidie aangevraagd. Daarnaast is een plan van aanpak opgesteld ten behoeve van de uitvoering van het Gezond en Actief Leven Akkoord. Dit plan is getoetst, akkoord bevonden en ingediend bij het Rijk.
HAP
8
101
in 2022 is een BO Mirt aanvraag ingediend voor Spoorzone en Haarlemmermeer West. Het Rijk heeft van de aangevraagde € 324 miljoen een bedrag van € 100 miljoen toegekend onder voorwaarden van 50% cofinanciering. • Kunt u aangeven wat 50% cofinanciering in de praktijk betekent?
In de praktijk betekent 50% cofinanciering dat wij aan de subsidieverstrekker, in dit geval het Rijk, aantoonbaar moeten maken dat de investering die wij doen voor minimaal 50% wordt bekostigd door anderen dan het Rijk. Deze anderen zijn de provincie NoordHolland, de Vervoerregio Amsterdam, marktpartijen en de gemeente zelf. De € 100 miljoen uit het BO MIRT subsidieert een pakket aan maatregelen. De voorwaarde van maximaal 50% cofinanciering door het Rijk geldt op het niveau van een specifieke mobiliteitsmaatregel.
HAP
9
102
de opheffing van de reservering van de 2e Kaagbaan door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Wij werken momenteel een projectvoorstel uit met als doel het verbeteren van de leefomgeving van Rijsenhout. Onderdeel van het (I&W) is aanleiding om de leefbaarheid van het dorp Rijsenhout verder te verbeteren. Dat kan met verbeteren van de leefomgeving is het toevoegen van woningen. Rond de zomer van 2024 wordt meer duidelijkheid verwacht. We mogelijk extra woningen, groenvoorzieningen, recreatie en infrastructuur. De komende jaren gaan we kunnen niet aangeven wanneer gestart zal worden met de bouw van woningen omdat dit samen met Rijk en provincie uitgewerkt hieraan werken. moet worden. • Kunt u concretere aangegeven wanneer woningbouw Rijsenhout als project wordt opgestart?
HAP
10
109
tabel 46 beleidsdoel B: Haarlemmermeer realiseert ruimtelijke projecten die bijdragen aan het maatschappelijk doel. • Waarom zal er in 2025 aanzienlijk minder worden geïnvesteerd in deze stelpost?
Beleidsdoel B betreft vooral de bouwgrondexploitaties. De opgenomen ramingen zijn gebaseerd op het Meerjarenperspectief Grondzaken (MPG) 2023 en fluctueren elk jaar. Overigens worden voor 2025 juist hogere lasten geraamd dan in 2024. Bij de Najaarsrapportage 2024 worden de ramingen voor het jaar 2024 bijgesteld op basis van het tMPG (standlijn 1 juli 2024).
HAP
11
110
tabel 47 uit de reserve schaalspong is besloten om € 200.000 te onttrekken voor de HOV NoordwijkSchiphol. Inmiddels is deze HOV-lijn on hold gezet. • Vloeien deze middelen nu terug in de reserve schaalsprong of algemene reserve?
Het project HOV Noordwijk-Schiphol staat niet on hold. De middelen moeten daarom onttrokken worden en kunnen niet terugvloeien naar de reserve Schaalsprong. Het voorontwerp voor de brug over de Ringvaart tussen Lisse en Lisserbroek en de busbaan is afgerond. In de volgende fase van het project wordt het ontwerp verder uitgewerkt. Deze fase start na de inspraakronde over het Provinciaal Inpassingsplan (PIP). Een PIP is te vergelijken met een bestemmingsplan van een gemeente en is tijdens de inzageperiode door iedereen in te zien. De inzageperiode van het PIP HOV Noordwijk-Schiphol is naar verwachting aan het eind van 2023. In deze periode kunnen reacties op het plan gegeven worden door het indienen van een zienswijze.
blz. 5 van 6
2-11-2023
Fractie vraagnr.
Beantwoording technische vragen Programmabegroting 2024-2027 Fractie
Blz.
Vraag
HAP
Antwoord
12
147
voorgesteld wordt om naar aanleiding van deze motie het tarief van de toeristenbelasting met ingang van De verhoging is gebaseerd op de motie 'Toerist doet ook mee!' die op 1 juli 2021 door de raad is aangenomen. Hierin is opgenomen 2024 met 0,24% te verhogen tot € 6,29%. De meeropbrengst is € 500.000. De percentage verhoging in dat de inkomsten van de toeristenbelasting vanaf 2024 structureel moeten toenemen met een bedrag van verhouding met de inflatiecijfers van 13,7 % is erg laag. € 250.000 tot € 500.000. De toeristenbelasting is een percentage van de omzet van de hotelovernachtingen. Voor een extra • Kunt u aangeven hoe de 0,24% tot stand is gekomen? opbrengst van € 500.000 is een verhoging van 0,24% nodig. Het tarief voor de toeristenbelasting wordt niet gecorrigeerd voor inflatie. Dit omdat het reëel is om er vanuit te gaan dat de overnachtingsprijzen door de hotels geïndexeerd worden. HIerdoor zal de opbrengst ook stijgen. Of de opbrengst daadwerkelijk stijgt hangt echter ook af van andere factoren zoals de gemiddelde bezetting van de hotels. Daarom wordt voorzichtigheidshalve geen rekening gehouden met een extra opbrengst als gevolg van indexering. Als het meerjaarlijks gemiddelde van de opbrengst van de toeristenbelasting stijgt, dan nemen we dit als structureel voordeel op. Als gevolg van de coronamaatregelen was de opbrengst de afgelopen jaren lager dan gemiddeld.
Op basis van de aangiften over 2023, die in april 2024 ontvangen moeten zijn, kunnen we bepalen of we de geraamde opbrengst structureel kunnen verhogen. Bij de Voorjaarsrapportage 2024 hopen we hier meer inzicht in te hebben.
HAP
13
149
tabel 79 onvoorziene uitgaven. “Voor onvoorziene uitgaven is een bedrag geraamd van € 35.000 per jaar”. - Voor onvoorziene uitgaven is voor elk jaar rekening gehouden met een bedrag van € 35.000, ook in 2027. In tabel 79 staat in 2027 Wij zien dat u voorziet dat in jaarschijf 2027 het maximum van € 35.000,00 wordt overschreden. een raming van € 38,7 miljoen voor diverse posten, waaronder de € 35.000 onvoorzien. Dit bedrag bestaat voornamelijk uit de • Kunt u ons meenemen waar u in de programma begroting dit maximum voorziet in 2027? stelposten die worden toegelicht in tabel 80. Verder bestaat deze post, naast de raming voor onvoorzien uitgaven, nog uit het saldo • Is het maximum van € 35.000 onvoorziene uitgaven per jaar wel realistisch gezien de enorme op de kostenplaatsen. Dit betreft een administratieve post. prijsstijgingen? - De post voor onvoorziene uitgaven is alleen bedoeld voor kleine onvoorziene zaken. Voor loon- en prijsstijgingen is de stelpost indexaties beschikbaar (€ 26 miljoen).
HAP
14
157
lasten regel 2 Wij zien dat de formatie van communicatieadviseurs is uitgebreid. Dit vanwege extra werkzaamheden voor projecten. De kosten worden doorbelast aan projecten. Met de dekking van deze kosten moet rekening worden gehouden in de betreffende projectbudgetten. • Worden deze kosten gemiddeld in doorbelasting over alle projecten?
HAP
15
172
Televerde procedures. Wij lezen dat er een geactualiseerde risicoanalyse van Naris medio 2019 is Het risico wordt geactualiseerd zodra vanuit het juridisch proces hier aanleiding toe is of op het moment dat er contractuele uitgevoerd, waarbij er geen voorlopige voorziening ingesteld hoeft te worden. Het is nu bijna 5 jaar later. afspraken zijn gemaakt. • Wanneer komt er een geactualiseerde analyse?
HAP
16
176
arrest Didam. “Bij het opstellen van de programmabegroting was nader onderzoek naar dit risico nog bezig”. Het Didam arrest dateert alweer uit 2021, en nu aan het begin van 2024 zijn we nog aan het onderzoeken hoeveel financiële risico’s we hierbij lopen? • Waarom duurt dit zolang?
Nee, de kosten worden doorbelast op basis van het daadwerkelijk ingezette aantal uren op de verschillende projecten.
Bij het opstellen van de programmabegroting 2024 was nader onderzoek naar dit risico nog in uitvoering. Het Didam arrest dateert uit 2021. In 2022 is gestart met een onderzoek dat momenteel in de laatste fase zit, waarbij nog nader onderzocht wordt hoeveel financiële risico’s de gemeente hierbij loopt. De gemeente Haarlemmermeer heeft een omvangrijke grond- en vastgoedexploitatieportefeuille. De projecten zijn inmiddels allemaal geïnventariseerd, intern geanalyseerd en extern getoetst door een advocatenkantoor. De Didam uitspraak mag dan zo'n twee jaar oud zijn, in de tussentijd zijn er bijna 100 vervolguitspraken geweest. Het loonde om die reden ook om iets meer tijd te nemen. Thans rest nog een kwantificering van de risico's. Dit wordt in de Jaarstukken 2023 meegenomen.
blz. 6 van 6