CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijze / wensen en bedenkingen ten aanzien van vaststellen van het Warmteprogramma 2026-2030

gemeenteraad 18 december 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwerp-Raadsbesluit

Onderwerp zienswijze / wensen en bedenkingen ten aanzien van vaststellen van het Warmteprogramma 2026-2030 Nummer Besluit raad d.d. ………. (wordt ingevuld door de griffie)

2025/714161 De raad der gemeente Haarlem, gelezen het voorgenomen besluit van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 160 Gemeentewet en artikel 8 van de Financiële verordening; besluit: 1. de volgende wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het voorgenomen collegebesluit ‘Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen’: a. Communicatie In de wijken waar geen warmtenet komt, kunnen bewoners zelf al volop aan de slag, ook zolang het wijkwarmteplan er nog niet is. Zet daarom, zodra het communicatiemateriaal (zoals de postcodecheck) op orde is, vol in op communicatie in deze wijken. Laat bewoners weten wanneer ze een wijkwarmteplan kunnen verwachten, maar ook wat ze in de tussentijd al kunnen doen. Neem daarin de financiële voordelen van een warmtepomp mee; b. Betaalbaarheid Met een warmtepomp kunnen huishoudens jaarlijks honderden euro’s op de energierekening besparen. Breng dit actief onder de aandacht in de communicatie (inclusief de duurzaamheidslening), met name in de wijken waar geen warmtenet komt. Onderzoek ook de mogelijkheid voor het Haarlems Warmtebedrijf om in deze wijken warmte-as-a-service met een warmtepomp aan te bieden, speciaal voor huishoudens die opzien tegen de investering of tegen het aangaan van een lening; c.

Ondersteuning van kwetsbare bewoners De warmtetransitie vraagt ook wat van bewoners, en voor kwetsbare groepen (zoals ouderen) kunnen veranderingen in hun woning extra ingrijpend zijn. Daarom is het belangrijk dat corporaties, samen met de gemeente, actief inzetten op ondersteuning van deze bewoners. Maak daarbij gebruik van de kaders en instrumenten van het Algemeen Sociaal Plan (ASP) dat corporaties hanteren. Via dit plan kunnen bewoners goed worden begeleid, geholpen met praktische ondersteuning en voorzien

Kenmerk:

1/4

worden van maatwerkafspraken wanneer aanpassingen in de woning nodig zijn. Voeg daarnaast expliciet toe dat ook de werkzaamheden en aanpassingen die voortkomen uit de aansluiting op het warmtenet onderdeel moeten worden van het Algemeen Sociaal Plan. Zo wordt geborgd dat bewoners (zeker de meest kwetsbaren) niet alleen technisch maar ook sociaal goed worden meegenomen in het proces, en dat zij passende begeleiding en ondersteuning krijgen bij iedere stap in de overstap naar een andere warmtevoorziening; d. Van juridische ‘vergewisplicht’ naar sociale garantie Het programma stelt dat de levering van aardgas pas stopt als de gemeente zich ervan ‘vergewist’ heeft dat er een alternatief is. De raad benadrukt dat deze vergewisplicht meer moet zijn dan een administratieve check of een afgevinkt dossier. Aandachtspunt: De raad verzoekt het college te borgen dat de vergewisplicht, bij geen response, een bezoek aan huis inhoudt om de situatie te bespreken, zeker bij kwetsbare huishoudens. Een juridische brief mag nooit leiden tot een koude woning bij inwoners die de transitie digitaal of financieel niet kunnen bijbenen; e. Gelijkwaardige ontzorging in ‘individuele wijken’ In wijken waar geen warmtenet komt, moeten bewoners zelf aan de slag met individuele of kleinschalige oplossingen.

Wij constateren een risico op rechtsongelijkheid: bewoners in warmtenet-gebieden worden volledig ontzorgd door het Warmtebedrijf, terwijl bewoners in 'individuele wijken' het zelf moeten uitzoeken. Aandachtspunt: De toezegging in de Nota van Beantwoording om 'Warmte-as-a-Service' te onderzoeken als tussenoplossing moet daadwerkelijk leiden tot een concreet aanbod. De raad ziet dit als een noodzakelijke voorwaarde om bewoners in individuele wijken niet aan hun lot over te laten, bijvoorbeeld wanneer hun CV-ketel stuk gaat voordat de wijk aan de beurt is. f.

Actieve oprichting en ondersteuning van buurtinitiatieven Niet elke wijk komt vanzelfsprekend tot een krachtig bewonersinitiatief. Juist in wijken waar de sociale cohesie of organisatiekracht minder groot is, dreigen bewoners achter te blijven of minder invloed te hebben op hun eigen wijkwarmteplan.

Kenmerk: 2023/5563

2/4

Aandachtspunt: De raad draagt het college op om niet afwachtend te kijken waar initiatieven ontstaan, maar actief te faciliteren bij de oprichting ervan. Zeker in wijken waar deze uitblijven, moet de gemeente proactief helpen met startbijeenkomsten, ambtelijke ondersteuning en middelen, zodat elke buurt een gelijkwaardige stem en organisatiekracht krijgt in de warmtetransitie. g. Realisme en innovatie rondom netcongestie De planning voor wijken met een individuele oplossing leunt zwaar op de aanname dat Liander vanaf 2028 (pagina 44-45 van het Warmteprogramma) voldoende netcapaciteit heeft gerealiseerd. Gezien de landelijke problematiek is vertraging een reëel risico dat de verduurzaming van hele wijken kan ophouden. Aandachtspunt: De raad vraagt het college niet blind te varen op de planning van de netbeheerder. Neem slimme netoplossingen (zoals buurtbatterijen, energiehubs en netbewuste sturing van warmtepompen) expliciet op als randvoorwaarde in de Wijkwarmteplannen. Zo voorkomen we dat gemotiveerde bewoners en initiatieven straks klaarstaan, maar ‘op slot’ gaan door een overvol stroomnet. h. Financiële sturing op deelnamegraad De gemeente wordt aandeelhouder van het Warmtebedrijf. Het grootste financiële risico voor de betaalbaarheid is een tegenvallende deelnamegraad en grote investeringslast, waardoor de kosten per aansluiting mogelijk stijgen.

Aandachtspunt: De raad heeft kennisgenomen van de toezegging in de Nota van beantwoording op pagina 80, punt 5, om via de P&C-cyclus te rapporteren. De raad geeft mee dat in deze rapportages specifiek de ontwikkeling van de aansluitgraad (participatie) en toekomstige investeringsvraag expliciet moet worden opgenomen als kritieke prestatie-indicator (KPI), zodat de raad tijdig kan bijsturen als het draagvlak en de financiële lasten – en daarmee de betaalbaarheid – achterblijft.

Kenmerk: 2023/5563

3/4

i.

Aanhaken bij het Hoogheemraadschap van Rijnland Het Hoogheemraadschap van Rijnland gaat een groengas installatie bouwen, waarbij ze verwachten vanaf 2030 6.7 miljoen m³ biogas en 3,7 miljoen m³ groen gas te gaan produceren uit slib. Hier kunnen we niet alleen de ketels mee stoken die de middentemperatuur warmtenetten gaan bijverwarmen en als back up dienen (in plaats van aardgas), maar het is misschien ook een oplossing voor het centrum. De raad stelt voor om erop in te zetten hierbij aan te haken;

j.

Emissieloos alternatief Zet zoveel mogelijk in op een emissieloos alternatief. Vervang aardgas niet zomaar door iets anders dat CO2 uitstoot.

de griffier,

de voorzitter,

Kenmerk: 2023/5563

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16390949/2