Zienswijze D66 Haarlem Warmtevisie
Tekst van het document
Zienswijze Warmteprogramma 2026-2030 – Fractie D66 Haarlem De fractie van D66 spreekt haar waardering uit voor het voorliggende Warmteprogramma. De ambitie om Haarlem in 2040 aardgasvrij te maken is noodzakelijk en biedt kansen voor een schonere en onafhankelijke stad. Echter, de uitvoering bepaalt het succes. Wij geven het college de volgende aandachtspunten mee voor de verdere uitwerking en uitvoering. Van juridische ‘vergewisplicht’ naar sociale garantie Het programma stelt dat de levering van aardgas pas stopt als de gemeente zich ervan ‘vergewist’ heeft dat er een alternatief is. D66 benadrukt dat deze vergewisplicht meer moet zijn dan een administratieve check of een afgevinkt dossier. ●
Aandachtspunt: Wij verzoeken het college te borgen dat de vergewisplicht, bij geen response, een bezoek aan huis inhoudt om de situatie te bespreken, zeker bij kwetsbare huishoudens. Een juridische brief mag nooit leiden tot een koude woning bij inwoners die de transitie digitaal of financieel niet kunnen bijbenen.
Gelijkwaardige ontzorging in ‘individuele wijken’ In wijken waar geen warmtenet komt, moeten bewoners zelf aan de slag met individuele of kleinschalige oplossingen. Wij constateren een risico op rechtsongelijkheid: bewoners in warmtenet-gebieden worden volledig ontzorgd door het Warmtebedrijf, terwijl bewoners in 'individuele wijken' het zelf moeten uitzoeken. ●
Aandachtspunt: De toezegging in de Nota van Beantwoording om 'Warmte-as-a-Service' te onderzoeken als tussenoplossing moet daadwerkelijk leiden tot een concreet aanbod. D66 ziet dit als een noodzakelijke voorwaarde om bewoners in individuele wijken niet aan hun lot over te laten, bijvoorbeeld wanneer hun CV-ketel stuk gaat voordat de wijk aan de beurt is.
Actieve oprichting en ondersteuning van buurtinitiatieven D66 ziet dat niet elke wijk vanzelfsprekend tot een krachtig bewonersinitiatief komt. Juist in wijken waar de sociale cohesie of organisatiekracht minder groot is, dreigen bewoners achter te blijven of minder invloed te hebben op hun eigen wijkwarmteplan. ●
Aandachtspunt: Wij dragen het college op om niet afwachtend te kijken waar initiatieven ontstaan, maar actief te faciliteren bij de oprichting ervan. Zeker in wijken waar deze uitblijven, moet de gemeente proactief helpen met startbijeenkomsten, ambtelijke ondersteuning en middelen, zodat elke buurt een gelijkwaardige stem en organisatiekracht krijgt in de warmtetransitie.
Ruimte voor burgerinitiatieven (Right to Challenge) Het programma noemt bewonersinitiatieven een "vliegwiel". Echter, in wijken die op de kaart zijn aangewezen voor individuele oplossingen, mag de gemeentelijke voorkeur geen blokkade vormen voor initiatieven die toch een collectieve oplossing willen realiseren. ●
Aandachtspunt: Het programma moet flexibiliteit bieden. Als een buurtinitiatief in een 'individuele zone' een haalbaar collectief plan presenteert, moet de gemeente dit faciliteren en niet afwijzen puur op basis van de kaart in dit programma.
Realisme en innovatie rondom netcongestie De planning voor wijken met een individuele oplossing leunt zwaar op de aanname dat Liander vanaf 2028 (p. 44-45 warmteprogramma) voldoende netcapaciteit heeft gerealiseerd. Gezien de landelijke problematiek is vertraging een reëel risico dat de verduurzaming van hele wijken kan ophouden. ●
Aandachtspunt: D66 vraagt het college niet blind te varen op de planning van de netbeheerder. Neem slimme netoplossingen (zoals buurtbatterijen, energiehubs en netbewuste sturing van warmtepompen) expliciet op als randvoorwaarde in de Wijkwarmteplannen. Zo voorkomen we dat gemotiveerde bewoners en initiatieven straks klaarstaan, maar ‘op slot’ gaan door een overvol stroomnet.
Financiële sturing op deelnamegraad De gemeente wordt aandeelhouder van het Warmtebedrijf. Het grootste financiële risico voor de betaalbaarheid is een tegenvallende deelnamegraad en grote investeringslast, waardoor de kosten per aansluiting mogelijk stijgen. ●
Aandachtspunt: Wij hebben kennisgenomen van de toezegging om via de P&C-cyclus te rapporteren (*zie noot onderin). D66 geeft mee dat in deze rapportages specifiek de ontwikkeling van de aansluitgraad (participatie) en toekomstige investeringsvraag expliciet moet worden opgenomen als kritieke prestatie-indicator (KPI), zodat de raad tijdig kan bijsturen als het draagvlak en de financiële lasten – en daarmee de betaalbaarheid – achterblijft.
D66 steunt de koers naar 2040, mits de menselijke maat leidend blijft. Niemand door het ijs en niemand in de kou. Met deze kaders stemmen wij in met het Warmteprogramma.
Noot: *Nota van beantwoording pag. 80 punt 5. Bij financiële onderbouwing ook aandacht voor de grootste risico’s met impact op financiering en monitoring en beheersing van die risico’s. Geef zicht op risico’s die de gemeente financieel neemt en hoe daarop gestuurd/gemonitord gaat worden. - Dit wordt aangevuld in het collegebesluit ter vaststelling van het Warmteprogramma