x 12-01 Schriftelijke inspreekbijdrage dhr. Van Eeden m.b.t. participatie
Tekst van het document
Open brief aan raadscommissie bestuur 1/12 2022 Op Uw agenda staan op 1 december 3 agendapunten die over hetzelfde gaan, te weten punt 6 (actualisatie participatiebeleid) , punt 7 (van wijkraden naar wijkplatforms) en bij ter kennisname punt 1.1. (afronding Nieuwe democratie). U maakt het burgers niet makkelijk om de ontwikkelingen kritisch te volgen. Ten eerste krijgen zij amper 10 dagen om de in totaal 90 bladzijden tot zich te nemen, terwijl de ambtelijke voorbereiding vanaf de collegevorming maanden in beslag kon nemen. Ten tweede is er een pauze ingelast tussen de samenhangende punten 6 en 7, vermoedelijk om de wethouders behulpzaam te zijn met hun drukke agenda's Ten derde gaat het om stukken van twee wethouders over hetzelfde onderwerp die qua accent verschillen waar met een enkel stuk had moeten zijn volstaan. Inspreken wordt hiermee bemoeilijkt , reden om deze open brief te schijven.
Eerst het goede nieuws. In het stuk van wethouder van Leeuwen wordt terecht een zwaar accent gelegd op het verduidelijken van de verwachtingen en rollen aan de start van participatietrajecten. Zo wordt door middel van een participatieladder aangegeven welke mate van zeggenschap aan bewoners wordt toegekend bij bepaalde beleidsonderwerpen. Zo wordt gesteld dat rondom voorzieningen van kwetsbare groepen en ook rond bovenwijkse zaken alleen gereageerd kan worden door bewoners, en over de uitvoering kan worden meegedacht, maar dat ze niets hebben te zeggen over het voornemen en het latere besluit. De gemeente heeft kennelijk geleerd van de perikelen rond de huisvesting van overlastveroorzakers. Bewoners krijgen alleen zeggenschap over pure buurtkwesties.
Het blijft top down denken Alleen wreekt zich het gekozen uitgangspunt om in het laatste geval te spreken van overheidsparticipatie. Want qua zeggenschap komt de wethouder niet verder dan dat bewoners mogen meebeslissen. Er is geen sprake van wijkdemocratie in de zin van overdracht van bevoegdheden aan een groep bewoners. Want hun voornemens moeten blijven passen in de gemeentelijke beleidskaders. Er is geen enkele sprake van vertrouwen geven. Er staat letterlijk dat maatschappelijk initiatief moet bijdragen aan gemeentelijke doelen. De verwarring die dit begrip overheidsparticipatie geeft blijkt uit het feit dat projectontwikkeling ook als overheidsparticipatie wordt gezien. Een neoliberale misvatting. En het kan anders en beter , zo blijkt uit de plannen in Groningen rond het model voor wijkdemocratie. Daar kom ik straks nog op terug.
Op naar onduidelijke wijkplatforms? Over het stuk van wethouder Roduner kan helaas minder goed nieuws worden gemeld. Weliswaar predikt het meer zeggenschap voor de buurt en doet het modern aan met termen als doedemocratie en netwerksamenleving, er wordt een keuze gemaakt voor een nieuwe vorm van bewonersparticipatie, nl. wijkplatforms, op onduidelijke gronden. Het stuk roept de vraag op of het College andere vormen als alternatieven heeft afgewogen. Dat lijkt niet zo. Kennelijk is tijdens de collegeonderhandelingen gezegd: “die wijkraden werken niet en zijn niet democratisch, laten we wijkplatforms van elders kopieren”. Langs informele weg heb ik aanwijzingen dat het zo is gegaan. Natuurlijk kan het college de oude wijkraden achterhaald vinden en kan men op goede gronden tot vernieuwingen over gaan. Ik heb op de achtergrond het initiatief genomen voor het onderzoek van Marilou den Outer over de wijkraden, via het Haarlems Mediafonds en daaruit blijken voldoende
redenen om eens goed naar hun positie te kijken, na jaren van verwaarlozing. Maar ik maak bezwaar dat de wethouders wegkomen met het zetten van een streep onder de oude constructie zonder daarover in de stad op een behoorlijke wijze met bewoners te hebben gepraat, transparant en vanuit vertrouwen. Nu trakteert de wethouder de stad op een startnota met een enkele beoogde uitkomst, nl wijkplatforms, nader in te vullen na “gebiedssessies” in het komende halfjaar. Zonder duidelijk aan te geven of er van onafhankelijke gespreksleiding sprake zal zijn, welke ondersteuning bewoners kunnen krijgen etc..
Een leugentje om politieke wil Naast deze procedurele bezwaren is er een 'leugen' geslopen in het stuk van Roduner. Er wordt beweerd dat uit gehouden conferenties blijkt dat de wijkraden zelf het pad op willen van netwerkorganisatie en hun taak vooral zien in het bevorderen van consensus in de wijk en het vormen van een schakel richting gemeente. Ik moet er op wijzen dat in het stadsgesprek met en over de rol van de wijkraden,maart 2019, waarvan er 29 aanwezig waren er 17 via een stemming (met een mentimeter) aangaven belangenbehartiging de voornaamste taak te vinden. Slechts 7 kozen voor de schakelfunctie. Dit klemt temeer omdat de wethouder stelt dat beinvloeding van besluitvorming niet over wijkraden moet verlopen maar rechtstreeks via de politiek. Hij sluit op voorhand belangenbehartiging van de nieuwe wijkplatforms uit. Met ander woorden : wijkraden/platforms hebben bijvoorbeeld niets te zeggen over ruimtelijke ordening en wonen in hun buurt. Dat zou in zijn ogen waarschijnlijk een vorm zijn van gesubsidieerde oppositie, die zijn woningbouwopgave in gevaar brengt. Een managersstandpunt, geen democratische gedachte. Ik vind dit een vorm van depolitisering van wijkdemocratie. Die moet zich kennelijk beperken tot welzijnsactiviteiten die ook nog eens moeten passen in wat de gemeente wil.
Kijk eens uit de ramen: Groningen Ik raad U als raadsleden aan eens te neuzen in het Gronings model voor wijkdemocratie. Dat vertrekt niet vanuit een “managersdemocratie” waarin alles in van boven bedachte kaders moet passen. Daar neemt men een jaar om systematisch onder onafhankelijke leiding met buurten en wijken te verkennen wat men wil qua participatie. Daar gaat men op zoek men naar zeggenschap op maat. Vanuit de wil om met de democratie te oefenen en te werken. Iets waar ons democratisch systeem om schreeuwt! Niet om als overheid te participeren maar ook om los te laten en te vertrouwen. Daar houdt men de optie open dat een wijk kiest voor een eigen wijkagenda met beslissingsmacht en al. Ik teken bij dit laatste direct aan dat Groningen terecht stelt dat als een wijk daarvoor kiest men moet voldoen aan stevige eisen qua representatie en verantwoording . (dat is precies wat in Haarlem de laatste jaren is verwaarloosd en wat tot bestuurlijk cynisme heeft geleid).
Wat te doen met de startnotities Ik zit niet meer in de actieve gemeentepolitiek omdat ik mijn portie ruim heb gehad. Maar ik probeer vanuit mijn kennis en achtergrond U een spiegel voor te houden vanuit de overtuiging dat dat kan helpen om de vermaledijde kloof tussen U en de bewoners te dichten. Daarom: *houdt de startnota's aan en verzoek het College om eerst over de achtergrond van haar voornemens met de stad in debat te gaan (bijvoorbeeld in de Pletterij, maar ook in de wijken). Het gaat tenslotte om die bewoners. *verzoek het college om aan te geven welke middelen zoals onafhankelijke gespreksleiding er voor dat debat zijn.
*verzoek het college om de rol van het professionele welzijnswerk hierbij te verduidelijken. Toelichting: Laat het college de nieuwe cooperatie 'Van Hier' uitdagen om de inzet van professionals als ondersteuners (in fte's) expliciet te maken. De relatie van hun 'wijkprogrammering' met wijkdemocratie mag beslist wel wat duidelijker dan uit hun enthousiaste documenten tot dusverre blijkt. Tot nadere toelichting graag bereid. Van de mogelijkheid om 3 minuten in te spreken zal ik geen gebruik maken. Dhr. Van Eeden