CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Woonwerk balans gewogen rapport RKC Second opinion EVH - aangepast nav collegereactie (def)

commissie Ontwikkeling 19 mei 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Woonwerk balans gewogen rapport RKC Second opinion EVH - aangepast n.a.v. collegereactie (RB)20.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

REKENKAMERCOMMISSIE

Woon-werk balans gewogen Second Opinion Economische visie Haarlem

rekenkamercommissie

Inhoudsopgave 1. Inleiding

4

Economische Visie Haarlem 2020-2024

4

Onderzoeksvraag: is het beleid toereikend voor de doelstellingen?

4

Leeswijzer

5

2. Wat is de context van economisch beleid?

6

2.1 Haarlemse bevolking groeit (beperkt) door

6

2.2 Weinig banen per 1.000 inwoners met beperkte groei

7

2.3 Arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit bieden kansen voor Haarlem

8

2.4 Ondernemerschap als dynamische factor

11

2.5 Economische gevolgen van de coronacrisis nog niet duidelijk

12

2.6 Conclusies: inzet op arbeidsmarktontwikkeling en productiviteit

13

3. Waar zet Gemeente Haarlem op in?

14

3.1 Ruimte: voldoende aantrekkelijke werkgebieden, borgen van ruimte voor werken

14

3.2 Talent: inzet op inclusieve en toekomstbestendige arbeidsmarkt

15

3.3 Innovatie: Haarlem als proeftuin voor toegepaste innovatie

16

3.4 Ondernemen: inzet op optimaal ondernemersklimaat

17

3.5 Profileren: zichtbaar dynamisch kerngebied in de MRA

18

3.6 Capaciteit en middelen: welke inzet is beschikbaar?

18

4 Analyse

20

4.1

20

Analyse van de woon-werkbalans

4.1.1 Verbetering van de woon-werkbalans in Haarlem

20

4.1.2 Verbetering van de woon-werkbalans in zeven gemeenten

21

4.2

23

Analyse van het besluitvormingsproces

4.3 Analyse instrumenten EVH

24

4.3.1 Ruimte

24

4.3.2 Talent

25

4.3.3 Innovatie

26

4.3.4 Ondernemerschap

28

4.3.5 Profilering

29

4.3.6 Regionale samenwerking

29

4.3.7 Capaciteit en middelen voor de uitvoering van het economisch beleid

30

5. Antwoord op de onderzoeksvragen

32

5.1.

Economisch beleid Haarlem onvoldoende om ambitie te halen

32

5.2.

Beantwoording van de deelvragen

32

6. Conclusies en aanbevelingen

35

6.1.

Conclusies op basis van het onderzoek

35

6.2.

Aanbevelingen voor de toekomst

35

Bestuurlijke reactie

37

2 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

Nawoord van de RKC

42

BIJLAGEN

43

Bijlage 1 analyse van het besluitvormingsproces rond de EVH

43

Bijlage 2 onderzoeksrapport Platform31

48

3 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

1. Inleiding Economische Visie Haarlem 2020-2024 In juni 2020 heeft de Haarlemse gemeenteraad de Economische Visie Haarlem (EVH) en de Economische Actieagenda 2020-2024 vastgesteld. Hoofddoel van de EVH is het behoud van de woon-werkbalans van minimaal 0,43 baan per inwoner tot idealiter de streefwaarde van 0,5 baan per inwoner. Naast behoud van deze woon-werkbalans zijn drie subdoelen geformuleerd: een duurzame, inclusieve en vitale economie. Haarlem kiest daarbij voor profilering als dé creatieve stad van toegepaste innovatie. In de EVH wordt onderscheid gemaakt tussen vijf groeibepalende factoren met bijbehorende strategie en uitvoeringslijnen, te weten: ruimte, talent, innovatie, ondernemerschap en profileren. Ook wordt een aantal uitdagingen en knelpunten geïdentificeerd, waarvan ruimte de grootste is.

Onderzoeksvraag: is het beleid toereikend voor de doelstellingen? Onderzoeksbureau Platform31 is door de Rekenkamercommissie Haarlem (RKC) gevraagd om voor de raad na te gaan of de doelstelling van de EVH adequaat en volledig is. En of de meest effectieve aanpak wordt gekozen bij de uitvoering van de EVH. Daarvoor heeft de RKC de volgende vraag centraal gesteld voor beantwoording: Is het economisch beleid toereikend om de beoogde werkgelegenheidsgroei te realiseren en welke invloed heeft de corona-pandemie daarop? Voor beantwoording van deze centrale vraag zijn de volgende deelvragen geformuleerd: 1.

Is het doel van 0,43 werkgelegenheidsratio haalbaar met de gekozen inzet?

2.

Is de focus in profilering en sectoren (ook in de regionale context) een logische en kansrijke?

3.

Is het gekozen instrumentarium efficiënt en effectief (o.b.v. ervaringen elders en eigen ervaringen in het verleden) en wordt het beleid voldoende integraal benaderd? Zijn er lessen uit het verleden getrokken?

4.

Zijn budget en capaciteit toereikend?

In het door Platform31 uitgevoerde onderzoek is op deze vragen ingegaan door een brede invalshoek te kiezen waarlangs economisch beleid getoetst kan worden: welke beleidsmaatregelen zijn, om welke redenen, te overwegen om de kans op succes van de EVH en de effecten van de uitvoeringslijnen te vergroten? Het behoud van de woon-werkbalans van minimaal 0,43 baan per inwoner was in deze analyse geen uitgangspunt. In de bijlage is het onderzoek van Platform31 opgenomen. De centrale rapportage is opgesteld door de RKC zelf, om bepaalde zaken uit het onderzoek van Platform31 er uit te lichten. Vooral waar het gaat om de kaderstellende en controlerende taken van de gemeenteraad. De RKC behandelt in dit rapport daarnaast de rol van de raad in het proces om tot de EVH te komen. Dit betekent dat het rapport dat u nu leest een RKC rapportage is die gebaseerd is op de rapportage van Platform31. De rapportage van Platform 31, compleet met onderzoeks-verantwoording, vindt u in de bijlage.

4 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: van context, naar visie naar instrumenten in Haarlem (zie ook het figuur). Dit betekent dat in hoofdstuk 2 de context wordt meegegeven waarbinnen de EVH is opgesteld en waar bij het opstellen van de visie rekening mee gehouden moet worden. Daarbij gaat het onder meer over brede economische ontwikkelingen zoals verwachte bevolkingsgroei in Haarlem en in de regio en arbeidsmarktontwikkeling. In hoofdstuk 3 is de visie en de daaraan verbonden instrumentenkeuze van gemeente Haarlem uitgewerkt. Vervolgens zijn de diverse analyses in hoofdstuk 4 opgenomen, zoals de analyse van de woon-werkbalans, de analyse van het besluitvormingsproces en de rol van de raad, en tot slot de analyse van de instrumentkeuze. Tenslotte worden in hoofdstuk 5 de onderzoeksvragen beantwoord en zijn in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen opgenomen.

5 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

2. Wat is de context van economisch beleid? In dit hoofdstuk staan de trends en ontwikkelingen beschreven welke de context van de Economische Visie Haarlem (EVH) bepalen. Daarbij is gekeken naar de trends en ontwikkelingen die volgens het onderzoeksbureau Platform31 relevant zijn voor de instrumentkeuze in de economische visie. Daarbij zijn trends, ontwikkelingen en kenmerken in en van Haarlem en de regio afgezet ten opzichte van vergelijkbare gemeenten1.

2.1 Haarlemse bevolking groeit (beperkt) door De Nederlandse bevolking zal in de komende jaren verder groeien. Volgens het CBS zal deze groei vooral doorzetten in de grotere steden, waarmee tevens de verstedelijking doorzet (bevolkingsprognose 2020-2070). Economische groei en bevolkingsgroei zijn sterk met elkaar verweven: meer mensen betekent meer verzorgende bedrijvigheid (denk aan supermarkten, kappers, et cetera) en het betekent ook dat sommige leeftijdsgroepen toenemen. De Haarlemse bevolking groeit in de komende jaren. In de Economische Visie Haarlem gaat de gemeente uit van een groei met ongeveer 20.000 inwoners tot 2040. Mede gebaseerd op de woningbouwopgave, waarin tot 2025 met 10.000 woningen (+/- 20.000 inwoners) en tot 2030 met 5.000 extra woningen (+/- 10.000 inwoners) gerekend wordt. In vergelijking met de referentiegemeenten (zie figuur 2.1) is de groei minder groot, maar nog altijd groter dan de gemiddelde bevolkingsgroei in Nederland. Haarlem wordt binnen regio ZuidKennemerland wel de centrale trekker van de bevolkingsgroei, doordat de bevolking naar verwachting harder groeit dan het regionaal gemiddelde. Figuur 2.1 Prognose ontwikkeling bevolking Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio GrootAmsterdam, provincie en Nederland 2020-2050 in procenten. Bron: CBS Statline.

Kijken we wat verder in de cijfers, dan heeft de groei van de Haarlemse bevolking ook een effect op de samenstelling en opbouw van de bevolking. Zo zullen de leeftijdscategorieën 0-15 jaar en 15-30 jaar groeien, met respectievelijk 1,8% en 10%. Verder neemt de Haarlemse potentiële beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) naar verwachting toe met 1,9% in de komende 30 jaar.

1

In de bijlage is de onderbouwing te vinden van de keuze voor de gemeenten in dit hoofdstuk.

6 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie Figuur 2.3 Prognose ontwikkeling potentiële beroepsbevolking (15-75 jaar) in Haarlem, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland 2020-2050 in procenten

Bron: CBS-Statline (bevolkingsprognose)

Samenvattende conclusie: Haarlem groeit in de komende 30 tot 40 jaar gestaag door en is een duidelijke stimulerende factor van de bevolkingsgroei in Zuid-Kennemerland en van de groei van het percentage jongeren in de bevolkingssamenstelling in de regio. Juist in de categorie 15-30 jaar vindt ondernemerschap, vernieuwing, dynamiek en innovatie doorgaans plaats2 en is groei dus belangrijk. Bevolkingsgroei, bouw van nieuwe woningen, verjonging van de bevolking en innovatiekracht zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als de woningbouwproductie achterblijft is dat problematisch voor de het halen van de doelen in de EVH.

2.2 Weinig banen per 1.000 inwoners met beperkte groei Hoe de Nederlandse economie precies herstelt na corona is nog niet precies duidelijk. Uitgaande van de structurele trends (vergrijzing, krimp van de potentiële beroepsbevolking, grote dienstensector, zeel zzp’ers en veel flexibele arbeid) wordt een lage economische groei van gemiddeld 1% per jaar verwacht. Juist deze beperkte groei maakt economisch beleid van belang. Suboptimaal beleid kan door latere sterke economische groei niet meer makkelijk gecorrigeerd worden en werkt langer negatief door. Maar economische groei in enge zin, is in toenemende mate niet het enige criterium voor succes. In heel Nederland verschuift de focus van beleid van enkel en alleen gericht op economische groei (enge definitie van welvaart) naar aandacht voor ‘brede welvaart’. Dat wil zeggen aandacht voor alle aspecten die voor de inwoners van belang zijn (welvaart, welzijn, gezondheid, milieu, onderwijs, persoonlijke ontwikkeling, et cetera)3. Als we kijken naar de gevolgen van deze beperkte economische groei voor Haarlem vallen verschillende perspectieven op in vergelijking met de referentiegemeenten.

Zo is het aantal banen per 1.000 inwoners van 15 tot 65 jaar met 659 lager dan het Nederlands gemiddelde (796 banen), de provincie (872 banen), het gemiddelde van alle gemeenten met tussen de 100.000 en 300.000 inwoners (877 banen), het gemiddelde van alle zeer sterk verstedelijkte gemeenten (900 banen), het gemiddelde in de regio Groot-Amsterdam (1.068 banen). Alleen in Zaanstad (654 banen) en in de regio Zuid-Kennemerland (631 banen) ligt het aantal banen per 1.000 inwoners nog lager. (NB hier wordt uitgegaan van 15 tot 65 jaar en niet van 15 tot 75 jaar, zoals in de paragraaf hiervoor over 2

Sabine Meier; Nol Reverda en Dick van der Wouw, “Achtergrond”, in: Rooilijn themanummer Randland, jrg. 48, nr. 4, 2015, blz. 275; Ruud Dorenbos, Frank Wassenberg en Matthijs Uyterlinde, Van kansarme naar kansrijke gebieden, Acht inzichten voor woningmarkten met bevolkingsdaling, Den Haag, maart 2021.

3

Zie bijlage 5.

7 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

bevolkingsgroei. De bron van de data verschilt; in vergelijk met de eerste definitie is de potentiele beroepsbevolking in Haarlem nog groter) In het perspectief van ‘brede welvaart’ scoort de agglomeratie Haarlem (Zuid-Kennemerland) redelijk. De brede welvaart is gemiddeld (figuur 2.5). In 2013 lag de brede welvaart iets boven het nationale gemiddelde. Maar tussen 2013 en 2019 is de gemiddelde toename van de brede welvaart in ZuidKennemerland geringer dan de toename van de brede welvaart in heel Nederland (figuur 2.5). Figuur 2.5 Ontwikkeling Brede Welvaart van 2013-2019 in de COROP-regio’s

Bron: Otto Raspe, Brede Welvaart. Webinar Anders kijken naar economie en maatschappij, Rabobank , 3 juni 2021.

Samenvattende conclusie. Vanuit de economische groei heeft Haarlem een lastige positie. Enerzijds is de uitgangspositie in vergelijking met omliggende gemeenten niet gunstig. Er zijn binnen de gemeentegrenzen van Haarlem relatief weinig banen beschikbaar per 1.000 inwoners. Anderzijds is ook in het licht van de Brede Welvaart Haarlem duidelijk geen koploper. Kortom, Haarlem heeft geen gunstige uitgangspositie om meer banen of stijging in brede welvaart te bereiken.

2.3 Arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit bieden kansen voor Haarlem De arbeidsmarkt, het arbeidsaanbod en de arbeidsproductiviteit zijn belangrijk voor het economisch beleid van gemeenten. De coronacrisis heeft dit niet makkelijker gemaakt, zo blijkt uit onder meer het aantal openstaande vacatures, onvoldoende goed opgeleide mensen om te voorzien in de vervangingsvraag (mensen die met pensioen gaan) en het onbenutte arbeidspotentieel en de instroom van arbeidsmigranten. Deze kenmerken van de regionale arbeidsmarkt in de regio Haarlem en in Nederland belemmeren de economische ontwikkeling van bedrijven en organisaties en vormen een rem op de economische groei4. In Haarlem is het aantal banen in de afgelopen tien jaar toegenomen met 1.500 banen, oftewel met 2,2%. De groei is bescheiden in vergelijking met de referentiegemeenten, maar beter dan het regionaal gemiddelde met een daling van 1% van het aantal banen in deze periode. De verwachting naar de toekomst is bescheiden: een banengroei van 0,7 procent per jaar (0-scenario) tot 1,2 procent per jaar 4

Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland, Amsterdam, 2013, blz. 194; Mathijs Bouman, “De arbeidsmarkt is krapper dan krap: mooi voor wie wil werken, niet voor ondernemers”, in: Het Financieele Dagblad, 22 februari 2020; Suzanne IJzerman en Rolof van der Velde, Regio in Beeld. Zuid-Kennemerland en IJmond, UWV, oktober 2020; Ton Wilthagen, “Iedereen krijgt last van het personeelstekort”, in: Het Financieele Dagblad, 11 juni 2021; Mathijs Bouman, “Eindelijk geld voor nieuw kabinetsbeleid, maar nu zijn de mensen op”, in: Het Financieele Dagblad, 25 september 2021.

8 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

(hoog) voor de komende twintig jaar. In alle scenario’s is de banengroei in Amsterdam hoger dan gemiddeld in de MRA. Figuur 2.6 Ontwikkeling aantal banen 2008-2019 in Haarlem, referentiegemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland in procenten

Bron: CBS - Statline

De bruto arbeidsparticipatie − het werkende deel van de bevolking van 15 tot 75 jaar inclusief de werklozen − steeg in Haarlem tussen 2010 en 2020 van 71,9 procent naar 73,0 procent5. In vergelijking met de referentiegemeenten is dit hoog. Oorzaak voor de groei ligt met name in de arbeidsparticipatie van vrouwen. Verdere groei van arbeidsparticipatie is beperkt mogelijk. Zo heeft Haarlem een relatief lage werkloosheid van 4,0% in vergelijking met andere gemeenten, is het potentieel van jongeren zonder baan of opleiding klein6 en is ook het aantal mensen met een uitkering relatief laag in vergelijking met de referentiegemeenten. Het totale onbenutte arbeidspotentieel voor Haarlem ligt op ongeveer 14,3%, dit is iets hoger dan de regio, maar lager dan van diverse referentiegemeenten (figuur 2.7). Figuur 2.7 Aantal uitkeringsgerechtigden in procenten van de beroepsbevolking in 2019 in Haarlem, referentiegemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio Groot-Amsterdam, provincie en Nederland in procenten

Bron: Platform31 op basis van CBS, Statline (regionale kerncijfers, arbeidsdeelname en uitkeringsontvangers per soort uitkering). Aantal uitkeringsgerechtigden: alle inwoners met een uitkering voor werkloosheid, bijstand tot AOWleeftijd of voor arbeidsongeschiktheid.

5

. Omdat de potentiële beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) ruimer is gedefinieerd dan de bevolking tot de pensioengerechtigde leeftijd (15 t/m ongeveer 67 jaar) is de maximale te bereiken netto-arbeidsparticipatie (excl. werklozen) in de ‘potentiële’ beroepsbevolking lager dan 100 procent (in 2019 ongeveer 86 procent), zie verder Metropoolregio Amsterdam, Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2020, blz. 46. Tussen de bruto- arbeidsmarktparticipatie (incl. werkloosheid) en netto-arbeidsparticipatie (excl. werkloosheid) zit in 2019 globaal drieprocentpunt.

6

Koos van Dijken, Ruud Dorenbos en Pieter Ros, Jongeren (weer) activeren. Van ‘uit beeld’ naar ‘aan de slag’, Platform31, Den Haag, oktober 2019; Centraal Bureau voor de Statistiek, NEETs jongeren die geen opleiding volgen en niet werken, Nieuwsbericht, 16 april 2018.

9 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

De ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit is de belangrijkste bron voor economische groei. Over een langere periode gemeten is de economische groei in Zuid-Kennemerland bescheiden (figuur 2.8). Dit is een indicatie dat de arbeidsproductiviteitsontwikkeling óók bescheiden is. Figuur 2.8 Ontwikkeling BBP (Bruto Binnenlands product: marktprijzen) van 2000 tot en met 2019 in procenten (links) ontwikkeling BBP per inwoner van 2000 tot en met 2019 in procenten (rechts) in regio Zuid-Kennemerland, overige regio’s (Corop en Corop-plus), provincie Noord-Holland en Nederland

Bron: CBS – Statline (regionale kerncijfers, nationale rekeningen)

De kwaliteit van en variatie in het onderwijs draagt in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. Goed opgeleide werknemers, om-, her- en bijscholing en Leven lang Ontwikkelen zijn een belangrijke sleutel voor economisch succes. Op verzuim en het percentage voortijdig schoolverlaters scoort Haarlem gemiddeld ten opzichte van de benchmarkgemeenten (figuur 2.9). Figuur 2.9 Relatief verzuim per 1.000 leerlingen in 2019 (links) en percentage voortijdig schoolverlaters totaal (vo & mbo) in 2019 (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, gemiddelde van de zeer sterk verstedelijkte gemeenten, gemiddelde van de gemeenten met tussen 100.000 en 300.000 inwoners, provincie Noord-Holland en Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl. Relatief verzuim is als een jongere wel op een school staat ingeschreven maar gedurende een bepaalde tijd de lessen/praktijk verzuimt; veelvuldig te laat komen, kan ook hiertoe worden gerekend. Voortijdig schoolverlaters is het percentage van het totaal aantal leerlingen van het VO en MBO (12 tot 23 jaar) dat voortijdig, d.w.z. zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat.

Samenvattende conclusie. De beperkte banengroei in Haarlem zet in de toekomst waarschijnlijk door, terwijl het al lastig wordt op de vrijvallende banen - als gevolg van mensen die met pensioen gaan - op te vullen, waarbij de mogelijkheden om het onbenutte arbeidspotentieel verder in te zetten beperkt is (uit vergelijking met de referentiegemeenten). Omdat tegelijkertijd de arbeidsproductiviteit ook beperkt is (en waarschijnlijk blijft) groeit de Haarlemse economie maar beperkt. Groeipotentie ontstaat dus in dit perspectief door het beter benutten van het onbenutte arbeidspotentieel (stimuleren werkzoekenden naar een baan, ondersteunen jongeren, inzetten op mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, etc.) en het verhogen van de arbeidsproductiviteit (door inzet op bijvoorbeeld technologie, creativiteit, vernieuwing en innovatie).

10 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie 2.4 Ondernemerschap als dynamische factor Ondernemerschap is een belangrijke verklarende factor voor economische groei en vernieuwing. Zo dragen kleine bedrijven en nieuwe toetreders in belangrijke mate bij om veranderingen als digitalisering, energietransitie, circulaire economie en de coronacrisis om te zetten in banengroei. Los daarvan zorgen jonge ondernemingen voor veertig procent van de nieuwe werkgelegenheid ongeacht de conjunctuur7. Toch is een sterke toename van het aantal jonge en kleine bedrijven niet zonder meer goed voor innovatie en productiviteit. De ondernemerschapsparadox in Nederland is dat aantal nieuwe bedrijven en zelfstandigen de laatste decennia enorm gegroeid, maar dat dit niet heeft geleid tot de verwachte toename van innovatie en productiviteit.8 Voor het versterken van de concurrentiepositie, economische groei, banencreatie, het kunnen investeren in buitenlandse markten, productiviteitsontwikkeling en goed betaalde banen zijn vooral innovatieve ondernemers nodig.9 In Haarlem is sprake van een gemiddeld beeld van het ondernemerschap. De toename van het aantal vestigingen van 2016 tot en met 2020 is bovengemiddeld, wat vooral voortkomt uit een toename van kleine bedrijven (0-9 werknemers) en zzp’ers. Het aantal oprichtingen minus het aantal opheffingen is gemiddeld.

Het aantal snelgroeiende bedrijven is laag en het aantal exporterende bedrijven is gering. Verder komt het Haarlemse ondernemerschap tot uiting in de groei van het aantal zzp’ers en de verdiensten van de zzp’ers (figuur 2.10). Haarlem blijkt voor deze doelgroep een aantrekkelijke gemeente bij een grote stad10. Figuur 2.10 Gemiddeld inkomen van zzp’ers (x 1.000 euro) in 2018 (links) en percentage zzp’ers met een laag inkomen (< € 15.000) in 2018 (rechts) in Haarlem, benchmarkgemeenten, regio Zuid-Kennemerland, regio GrootAmsterdam, vergelijkbare gemeenten naar grootte, vergelijkbare gemeenten naar mate van verstedelijking, provincie en Nederland

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Samenvattende conclusie. In Haarlem groeit het aantal vestigingen bovengemiddeld. Verder is het aantal goed verdienende ZZP’ers een belangrijke indicator van ondernemerschap in de gemeente. Haarlem scoort hier gemiddeld. De innovatieve kracht van ondernemers is belangrijk voor (voldoende) economische groei. In Haarlem is het beeld hiervoor ook gemiddeld.

7

Mirjam van Praag en Roy Thurik, “Canon deel 4: ondernemerschap”, in: Economisch Statistische Berichten (ESB), jrg. 97, nr. 4644, 28 september 2012, blz. 580 – 583; Irma Tems, Lisa van de Voort en Pieter Waasdorp, “De overheid als partner in het entrepreneurial ecosysteem”, in: ESB dossier Ecosystemen voor ondernemen, jrg. 99, nummer 4698S, 20 november 2014, blz. 61.

8

Erik Stam, “Ecosystemen voor ambitieus ondernemerschap”, in: ESB dossier Ecosystemen voor ondernemen, jrg. 99, nummer 4698S, 20 november 2014, blz. 6; Pim den Hertog e.a., Innoveren en ondernemen met beleid. Analytische achtergrondstudie van de beleidsdoorlichting artikel 12 (innovatie) en 13 (ondernemingsklimaat) ministerie van Economische Zaken, Utrecht, maart 2015, blz. 65.

9

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, MKB-actieplan, Den Haag, juni 2018; Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Vernieuwend mkb heeft toekomst. MKB-actieplan Voortgangsrapportage 2020, Den Haag, oktober 2020; Pim den Hertog e.a., Innoveren en ondernemen met beleid. Analytische achtergrondstudie van de beleidsdoorlichting artikel 12 (innovatie) en 13 (ondernemingsklimaat) ministerie van Economische Zaken, Utrecht, maart 2015; Rijksoverheid, Rijksoverheid stimuleert innovatie (website).

10

Ruud Dorenbos, Barbara Heebels en Joost van Hoorn, Zzp’ers in de G32-steden. Analyse, duiding en beleidsaanpakken, Platform31, Den Haag, 2016.

11 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

De ontwikkeling is positief; na de looptijd van onderhavig onderzoek verscheen de Economische Monitor 2021 die laat zien dat het aantal ZZP’ers als aandeel van de werkenden over 2020 sterker stijgt (16%) dan het landelijk gem. (12%).

2.5 Economische gevolgen van de coronacrisis nog niet duidelijk De economische gevolgen van de coronacrisis zijn nog moeilijk te bepalen. Door de omvangrijke steunmaatregelen van de Rijksoverheid is het aantal faillissementen zeer gering en de werkloosheid laag. Voor de middellange termijn is veel onzeker. In de coronacrisis is bovendien duidelijk geworden dat het herstel van het verdienvermogen, het vergroten van de veerkracht en weerbaarheid en het vergroten van de arbeidsproductiviteit door middel van digitalisering, innovatie, vernieuwing, goed onderwijs en ondernemerschap belangrijk zijn. Innoveren is ook van belang om het herstel in het teken te laten staan van de transitie naar een groene, duurzame, digitale en inclusieve economie.11 Ook in Haarlem is hard gewerkt om sinds voorjaar 2020 de noodmaatregelen voor ondernemers uit te voeren. De uitvoering van landelijke en lokale hulp (o.a. TOZO regeling), het mogelijk maken van de 1½ meter economie (o.a. terrassenbeleid) en het treffen van financiële regelingen op het gebied van belastingen, precario en BIZ-heffingen. Ook in Haarlem zijn de zwaar getroffen sectoren: cultuur, evenementen, horeca, detailhandel en dienstverlening. Voor Haarlem en enkele andere steden (met name Amsterdam) zijn er daarnaast grote effecten vanwege het teruglopen van de dagrecreatie en de (internationale) toeristen.

Er is een landelijke campagne bedacht om bezoekers naar Haarlem te trekken zodra de coronamaatregelen dat weer toelaten. Door onder andere de unieke sectormix (luchtvaart, internationale toerisme, zakelijke reizigers, congressen) is de MRA-economie in 2020 ongeveer twintig procent harder geraakt dan de rest van Nederland. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht voor Haarlem begin 2022 een toename van de winkelleegstand, namelijk van 5,6 procent (1 oktober 2020) naar 10,2 procent op 1 januari 2022. Een toename van de winkelleegstand met 4,6 procentpunt en een toename van ruim 6.000 m2 extra leegstand. Dit is minder dan in vele andere (grote) gemeenten. Gemiddeld over alle onderzochte 54 binnensteden neemt de winkelleegstand van 1 oktober 2020 tot 1 januari 2022 met naar verwachting 5,8 procentpunt toe. Daarbij verwacht het Planbureau voor de Leefomgeving dat de sterkte binnensteden de hardste klappen krijgen. Zo neemt in Groningen de winkelleegstand naar verwachting toe met 10,5 procentpunt toe (van 11,9 procent tot 22,4 procent), in Amsterdam met 8,8 procentpunt (van 5,8 procent naar 14,6 procent), in ’s-Hertogenbosch met 8,1 procentpunt (van 12,1 procent naar 20,2 procent), in Leiden met 7,8 procentpunt (van 12,5 procent naar 20,3 procent).

Daarmee valt de klap in Haarlem relatief mee.12 Voor zelfstandigen (zzp’ers), jongeren, flexwerkers en het midden- en kleinbedrijf zijn de gevolgen groot. De arbeidsmarkregio Zuid-Kennemerland en IJmond is relatief zwaar getroffen en kent de grootste toename van het aantal uitkeringen in Noord-Holland. Het is nog onduidelijk wat de exacte impact van de coronacrisis is op de vraag naar werklocaties en hoe de behoefte zich gaat ontwikkelen mede in het licht van de toename van het thuiswerken. Ook de uiteindelijke effecten op de mobiliteit en het woon-werkverkeer zijn nog onduidelijk.13

11

Zie bijlage 5.

12

David Evers, Gertjan Slob, Jeroen Content en Frank van Dongen, Veerkracht op de proef gesteld. Een verkenning van de impact van corona

13

Gemeente Haarlem, Economisch Jaarplan 2021, blz. 4 en 5; Martijn Exterkate en Hub Ploem, Nieuw perspectief voor de Haarlemse

op binnensteden, Planbureau voor Leefomgeving, Den Haag, 2020, blz. 15, 53, 54. hoofdwinkelstraten, Stec Groep, 22 april 2021, blz. 5 en 20; Boston Consulting Group, De impact van COVID-19: noodzakelijke keuzes voor een beter Amsterdam. Eindrapport over toekomst Amsterdam na coronacrisis, Lange leesversie, december 2020.

12 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie 2.6 Conclusies: inzet op arbeidsmarktontwikkeling en productiviteit Door de afname van de beroepsbevolking in Nederland en de regio, de stabilisatie van de omvang van de beroepsbevolking in Haarlem en de provincie, de vergrijzing, het hoge aandeel van de dienstensector in de economie, de vele zzp’ers en flexwerkers en de lage productiviteitsontwikkeling is de structurele economische ontwikkeling in Haarlem voor de komende jaren waarschijnlijk bescheiden. Aangevuld met de beperkte bevolkingsgroei in Haarlem, is er ook vanuit die hoek geen sterke ontwikkeling te verwachten in verzorgende bedrijvigheid en daarmee gepaard gaande aantal banen. Haarlem kan deze problematiek voor de economische ontwikkeling proberen te keren door er voor te zorgen dat méér mensen gaan werken, door het onbenutte arbeidspotentieel beter te mobiliseren, te stimuleren dat méér mensen gaan werken en méér mensen langer willen gaan werken (verminderen van de armoedeval, aantrekkelijker arbeidsvoorwaarden, meer variatie en flexibiliteit in arbeidscontracten) en vooral door de arbeidsproductiviteit te verbeteren met méér innovatie, vernieuwing, digitalisering, en beter en gevarieerder onderwijs. De structurele effecten van de coronacrisis zijn daarbij nog niet duidelijk.

Wat al wel voorzichtig geconcludeerd wordt, is dat de werking van de arbeidsmarkt, het vergroten van arbeidsparticipatie, het vergroten van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling (investeren, vernieuwen, digitaliseren, innoveren) en de bij-, om- en herscholing nóg belangrijker zijn geworden. Sectoren die voor de coronacrisis moeilijk aan werknemers konden komen, kunnen dat nog steeds maar moeizaam. Terwijl de sectoren die lang dicht moesten (horeca, toeristische sector, evenementensector, cultuur) personeel zagen verdwijnen en bij het weer opstarten ook problemen hebben om aan voldoende personeelsleden te komen. De trends die voor de coronacrisis al waren ingezet (meer via internet winkelen, meer thuiswerken) hebben een aanzienlijke versnelling gekregen. Dit zal leiden tot een toename van de winkel- en kantoorleegstand waaraan het hoofd geboden moet worden (transformeren naar woningen, meer functies toevoegen, meer functiemenging). Om het aanpassingsproces van ondernemers mogelijk te maken (soms door de coronacrisis nog meer noodzakelijk geworden) kunnen door de gemeente nieuwe businessmodellen en functiemenging veel meer mogelijk gemaakt worden. Dit betekent dat goed beleid en goede keuzes nog belangrijker worden. Door de bescheiden verwachte economische groei kunnen suboptimale keuzes niet makkelijk gecorrigeerd worden en hebben een relatief lange negatieve doorwerking.

13 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

3. Waar zet Gemeente Haarlem op in? De EVH zet in op het behoud van de bestaande werkgelegenheid en bij het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid op banen die meer aansluiten bij de beroepsbevolking (lees: kennisintensieve banen). Voor de ontwikkeling van die economie zijn er vijf bepalende factoren gekozen waarmee wordt gewerkt: ruimte, talent, innovatie, ondernemerschap en profilering. Deze factoren zijn in de EVH van belang om de economische ontwikkeling in Haarlem en de regio mogelijk te maken en te bevorderen. Elk van de vijf vormt een uitdaging, waar op moet worden ingezet om de visie ‘creatieve stad van toegepaste innovatie’ te kunnen realiseren. Elk met een eigen strategie en bijbehorende uitvoeringslijnen / acties. In dit hoofdstuk worden in paragraaf 3.1 t/m 3.5 deze factoren en uitvoeringslijnen van de Economische Visie Haarlem kort en bondig beschreven. Aansluitend op de vijf factoren wordt er in paragraaf 3.6 ingegaan op de inzet van de team Economie & Toerisme van de gemeente.14

3.1 Ruimte: voldoende aantrekkelijke werkgebieden, borgen van ruimte voor werken Gemeente Haarlem zet in op voldoende aantrekkelijke werkgebieden, door het borgen van ruimte voor werken. In de EVH zijn de volgende strategische uitvoeringslijnen benoemd om deze ambitie te realiseren: Bestaande werkgebieden behouden en intensiveren •

Ruimte aan bestaande werkgebieden toevoegen door te onderzoeken hoe de ruimte slimmer te benutten, bijvoorbeeld door te verdichten en te verhogen.

•

Bestaande werkgebieden aantrekkelijker maken voor bedrijven om zich te vestigen en voor talent om er te werken en te verblijven. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van het voormalige Nieuwe Energie-terrein, Haarlemmer Stroom.

•

Intensievere vormen van werken met een hoog aantal arbeidsplaatsen stimuleren.

•

Als bestaande werklocaties worden getransformeerd, inzetten op vervanging van het aantal banen.

Inzetten op nieuwe multifunctionele woon-werkgebieden •

In nieuwe multifunctionele woonwerkgebieden moet voldoende ruimte voor werken zijn. Deze hoogwaardige stedelijke gebieden met kennisintensieve bedrijvigheid concentreren zich rondom OV-knooppunten, zoals NS-station Haarlem Spaarnwoude, NS-station Haarlem Centrum en OV knooppunt Nieuw Zuid.

•

Waar wenselijk stimuleren van specifieke kennisclusters. In aanloop hier naartoe eventuele leegstaande ruimte benutten voor place making en pop-up initiatieven om ter plekke meer dynamiek te genereren.

Versterken economische structuur •

Ruimte bieden aan hub-vorming (economische hotspots), proeftuinen en broedplaatsen, gericht op toegepaste innovatie.

•

Het stimuleren van creatieve en innovatieve clusters waarin bedrijven samenwerken met kennisen onderwijsinstellingen en overheden.

•

Als het nodig is, inzet van gemeentelijk vastgoed.

Wonen en werken dichter bij elkaar, waar dat kan

14

In paragraaf 4.3 volgt de analyse − vanuit de second opinion − op de kansrijkheid om de bepalende factoren te versterken.

14 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

•

Streven naar een evenwichtige groei met behoud van de stedelijke kwaliteit en de juiste balans tussen wonen, werken, voorzieningen, groen en mobiliteit.

•

Omarmen van nieuwe vormen van woon-werkmilieus die toekomstbestendig zijn en goed bij de stad passen; kansen voor informele werklocaties, werken-aan-huis en bedrijfsverzamelgebouwen.

De bijbehorende acties zijn onderdeel van de Economische agenda 2020-2024: •

Opstellen ruimtelijk economisch beleid, minimaal voorzien van een afwegingskader en kwaliteitscriteria voor verdichten, verhogen, stimuleren intensieve werkvormen en mate van functiemenging, met daarbij de randvoorwaarden voor vervanging van het aantal banen bij transformatie.

•

Inzetten op nieuwe, multifunctionele woonwerkgebieden met hoogwaardige kennisintensieve werklocaties bij OV-knooppunten. Prioriteit hebben de locaties Oostpoort bij NS-station Haarlem Spaarnwoude en het stationsgebied bij NS-station Haarlem Centrum.

•

Inzet op het toevoegen van werkgelegenheid rondom OV knooppunt Nieuw Zuid.

•

Faciliteren place making en pop up initiatieven, inclusief tijdelijke invulling leegstaand vastgoed.

•

Stimuleren en faciliteren creatieve en innovatieve clusters waarin bedrijven samenwerken met kennis- en onderwijsinstellingen en overheden, gericht op toegepaste innovatie.

•

Borgen ruimte voor werken in onder andere Groei van Haarlem en Omgevingsvisie Haarlem.

•

Onderzoek naar een kennisintensieve werkzone met hoge banenintensiteit in het zuidelijk deel van Waarderpolder Haarlem Business Park, tussen Oostpoort en NS Treinmodernisering (onder voorbehoud van capaciteit en middelen).

3.2 Talent: inzet op inclusieve en toekomstbestendige arbeidsmarkt Gemeente Haarlem zet in op een inclusieve en toekomstbestendige arbeidsmarkt, door talent te behouden, ontwikkelen en aan te trekken. En heeft in de EVH de volgende strategische uitvoeringslijnen benoemd om deze ambitie te realiseren. Verbeteren aansluiting arbeidsmarkt en onderwijs • Het stimuleren een betere aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs door de samenwerking in de arbeidsmarkt regio Zuid-Kennemerland en IJmond te versterken. •

Gezamenlijk richten op werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, verbinding tussen onderwijs en werk en de beweging van werk naar werk.

Kwalitatieve match tussen beroepsbevolking en banen • Om de mismatch tussen de beroepsbevolking en het banenprofiel niet verder te vergroten, bij het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid inzetten op kennisintensieve banen. Talent boeien en binden • Streven naar een evenwichtige woningvoorraad met voldoende betaalbare woningen voor de laagen middeninkomens. •

Een aantrekkelijk werk- en leefklimaat.

•

Versterken van de binding van studenten en jong talent met de stad en het bedrijfsleven.

Inspelen op internationalisering • Er vanuit gaan dat (partners van) arbeidsmigranten en internationale kenniswerkers een noodzakelijke bijdrage leveren om de krapte op de arbeidsmarkt terug te dringen.

15 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

•

Faciliteren van de International School Haarlem, de internationalisering van het regulier onderwijs en internationaal onderwijs bij hogeschool Inholland en in de Koepel

De bijbehorende acties zijn onderdeel van de Economische agenda 2020-2024: •

Actief betrekken van studenten bij het oplossen van (maatschappelijke) vraagstukken vanuit overheid of bedrijfsleven via o.a. CityLab Haarlem.

•

Stimuleren stage- en werkleertrajecten en (innovatief) onderwijs bij bedrijven op locatie, bijvoorbeeld via het Stagebureau Waarderpolder, Triple TreaT en het netwerk Waarderpolder Werkt.

•

Opzetten tech-pilot in Schalkwijk i.s.m. TechConnect MRA.

•

Opstellen internationaliseringsbeleid.

•

Voortzetten en versterken samenwerking in de Arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond.

•

Bijdrage leveren aan de transformatie naar een op vaardigheden (skills) gerichte arbeidsmarkt, via House of Skills (onder voorbehoud van capaciteit en middelen)

3.3 Innovatie: Haarlem als proeftuin voor toegepaste innovatie Gemeente Haarlem zet in op Haarlem als proeftuin voor toegepaste innovatie, door het aanjagen ervan. En heeft in de EVH de volgende strategische uitvoeringslijnen benoemd om deze ambitie te realiseren. Impact maken • Voorrang geven aan innovaties die focussen op sociale en maatschappelijke uitdagingen, die bijvoorbeeld gericht zijn op het behoud of verhogen van de kwaliteit van leven, betere volksgezondheid of op het gebied van milieu. Winstmaximalisatie is niet de enige factor bij het meten van resultaat. Verbinden bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheden • Actief inzetten op het verbinden van lokale en regionale partijen, het stimuleren van interactie en gezamenlijke draagkracht. •

Versterking van de samenwerking met de regio’s Zuid-Kennemerland, IJmond, Haarlemmermeer en de MRA (o.a. Amsterdam Economic Board).

Versterken creatieve industrie • Het creatief kapitaal in de stad meer benutten door deze meer te verbinden aan de innovatieve clusters op het gebied van circulaire en duurzame economie, technologie en gezondheid. •

Het ontwikkelen van creatieve concepten voor producten en diensten is essentieel om toegepaste innovatie op te kunnen schalen en te vermarkten.

•

Versterken van innovatieve clusters op circulaire en duurzame economie, technologie en gezondheid.

De bijbehorende acties zijn onderdeel van de Economische agenda 2020-2024: •

Verkennen deelname Invest-MRA.

•

Verbeteren informatievoorziening richting ondernemers en het aanjagen van duurzaamheidsinitiatieven via Haarlem doet Duurzaam.

•

Verbinden van partijen in de stad en regio om innovatie te stimuleren.

•

Opstellen Actieprogramma Impact Ondernemen 2020-2024. :

•

Aanjagen, versterken en versnellen van innovatie gericht op maatschappelijke opgaven door (pilot) projecten in samenwerking met bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen. (onder voorbehoud extra capaciteit en middelen)

16 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

•

Samen met betrokken partijen (door)ontwikkelen van economische clusters voor toegepaste innovatie op het gebied van circulaire en duurzame economie (zoals C-District met fieldlab status), technologie en gezondheid (zoals Spaarne Lab). (onder voorbehoud extra capaciteit en middelen)

•

Versterken creatieve industrie door de sector meer te verbinden aan maatschappelijke opgaven en economische clusters voor toegepaste innovatie. (onder voorbehoud extra capaciteit en middelen)

•

Aansluiting en samenwerking zoeken op de thema’s van Amsterdam Economic Board (onder voorbehoud extra capaciteit en middelen)

3.4 Ondernemen: inzet op optimaal ondernemersklimaat Gemeente Haarlem zet in op een optimaal ondernemersklimaat, door ondernemers te faciliteren, stimuleren en verbinden. En heeft in de EVH de volgende strategische uitvoeringslijnen benoemd om deze ambitie te realiseren. Behouden en versterken aantrekkelijke stad • Behouden en versterken van de hoge kwaliteit van het woon- en leefklimaat, en de aantrekkingskracht op bezoekers. Ook als de stad gaat groeien. •

Om het aantal inwoners tot en met 2030 goed te faciliteren zijn 3.000 tot 5.000 extra banen nodig in de consumentverzorgende economie zoals detailhandel, horeca, onderwijs, zorg, cultuur, sport en recreatie.

Benutten en versterken kansrijke sectoren • Benutten en versterken van sterke sectoren. Haarlem heeft een goede positie voor met name dienstverlenende, kennisintensieve en creatieve bedrijven. En als regionaal centrum een sterke positionering voor de verzorgende economie. Daarnaast is er een gedegen fundament van (industriële) anchor tenants (grote, toonaangevende en innovatieve bedrijven), logistiek dienstverleners, startups en talent. •

Stimuleren van de transitie naar duurzaam ondernemerschap.

Stimuleren ondernemerschap en publiek-private samenwerking • Inzet op het behouden van bestaande bedrijven, deze faciliteren in hun groei. •

Stimuleren startups en nieuwe bedrijvigheid aantrekken.

•

Nauwe samenwerking met bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en belangenbehartigers om te zorgen voor een optimaal ondernemingsklimaat in een hoogwaardige stedelijke omgeving.

Adequaat accountmanagement • Een betrouwbare en goede partner zijn voor het bedrijfsleven. •

Grote en snelgroeiende bedrijven faciliteren bij hun ontwikkeling, vanuit de idee dat zij de meeste werkgelegenheid bieden.

•

Actief richten op de sterke en kansrijke sectoren voor Haarlem en op innovatieve concepten.

•

Adequaat accountmanagement, optimale dienstverlening en goede informatievoorziening.

Gerichte acquisitie • Bij het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid inzetten op kennisintensieve (stuwende) bedrijven in de kansrijke sectoren. Dit kunnen ook dependances zijn van grotere bedrijven en organisaties. Optimaliseren ondernemersdienstverlening • Een goed functionerend ondernemersloket, zowel fysiek als online. •

Verbeteren communicatie richting ondernemers; communicatie helder en transparant

De bijbehorende acties zijn onderdeel van de Economische agenda 2020-2024:

17 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

•

Opstellen en uitvoeren (vernieuwd) beleid op het gebied van detailhandel en horeca, toerisme, startups en reclamebeleid.

•

Opstellen nieuw Convenant Waarderpolder Haarlem Business Park.

•

Versterken bestaande publiekprivate samenwerkingsverbanden (o.a. CMG, BIZ-en, Parkmanagement Waarderpolder) en verkennen mogelijkheden voor een BIZ vastgoedeigenaren binnenstad.

•

Optimaliseren (digitaal) ondernemersloket.

•

Stimuleren ondernemersbijeenkomsten en organiseren bedrijfsbezoeken en burgemeestersbijeenkomsten met grote werkgevers.

•

Opzetten en uitvoeren actief accountmanagement bestaande bedrijven. (onder voorbehoud extra capaciteit en middelen)

•

Voortzetten acquisitie, gericht op het aantrekken van kennisintensieve en stuwende bedrijvigheid. (onder voorbehoud extra capaciteit en middelen)

3.5 Profileren: zichtbaar dynamisch kerngebied in de MRA Gemeente Haarlem zet in op een zichtbaar dynamisch economisch kerngebied in de MRA zijn, door actief positie te pakken in de regio. En heeft in de EVH de volgende strategische uitvoeringslijnen benoemd om deze ambitie te realiseren. Versterken samenwerking westkant MRA • Inzet op meer economische samenwerking tussen de regio’s Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. Hierdoor versterkt de westkant van de MRA. •

Benutten kansen om gezamenlijk tot oplossingen te komen voor bovenlokale (maatschappelijke) opgaven.

Haarlem positioneren als creatieve stad van toegepaste innovatie • Positionering van de stad op het gebied van toegepaste innovatie met focus op de circulaire en duurzame economie, technologie en gezondheid. •

Dit koppelen aan de hoge woon- en leefkwaliteit met aantrekkelijke stedelijke voorzieningen en de aanwezigheid van talent.

De bijbehorende actes zijn onderdeel van de Economische agenda 2020-2024: •

Opzetten digitaal ondernemersplatform Haarlem.

•

Actief positie pakken in economische platformen zoals Regionaal Economisch Platform ZuidKennemerland, Platform Economie MRA, Plabeka en Amsterdam Economic Board.

•

Onderzoek naar gezamenlijke business marketing en aansluiting bij Amsterdam in Business met gemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond. (Onder voorbehoud van extra capaciteit en middelen)

3.6 Capaciteit en middelen: welke inzet is beschikbaar? Uitvoering van bovengenoemde zaken is conditioneel; zijn er voldoende middelen en capaciteit beschikbaar? De huidige middelen van het team Economie & Toerisme zijn beperkt. Rond de inspraak van de concept Economische Visie Haarlem werd er op gewezen dat je capaciteit en middelen moet vrijmaken als je ambities hebt en iets wilt bereiken. “Het kan niet met zes fte en € ½ miljoen. Het behouden van de woon-werkbalans van 0,43 is niet gratis”. Van alle 28 steden met tussen de 100.000 en 250.000 inwoners geeft Haarlem − op Zaanstad na − het minst uit voor het economisch beleid per inwoner. Haarlemmermeer geeft ruim twee keer zoveel uit als Haarlem, alle 28 steden geven gemiddeld bijna drie keer meer uit en Amsterdam zelfs 16 keer meer (tabel 3.1.)

18 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

Tabel 3.1 Uitgaven per inwoner in euro’s voor ‘economie’ in begroting 2021 Gemeente

Lasten per inwoner (€) in 2021

Zaanstad

18

Haarlem

23

Haarlemmermeer

51

Gemiddelde 28 steden met tussen de 100.000 en 250.000 inwoners

64

Amsterdam

376

Bron: Ministerie van Financiën – Findo (Data Financiën Decentrale Overheden: hoofdtaakveld ‘economie’). Zie voor de inhoud van het hoofdtaakveld ‘economie’ bijlage 3.

Ook in de Economische Agenda Amstelveen reflecteert de gemeente Amstelveen op de mogelijkheden en onmogelijkheden van het gemeentelijke economische beleid in het licht van hun aantal medewerkers Economische Zaken in de gemeente Amstelveen (tabel 3.2).

Tabel 3.2 Globaal overzicht EZ-medewerkers regiogemeenten in 2014 Gemeente

Aantal inwoners

Aantal bedrijven

Aantal medewerkers EZ (fte)

Amstelveen

85.000

8.000

2,5

Haarlemmermeer

144.000

9.000

10,5

Zaanstad

150.000

12.000

7,5

Almere

196.000

16.000

18,0

Haarlem

155.000

12.000

8,0

Hilversum

86.000

7.000

9,0

Velsen

67.000

4.000

4,0

Lelystad

76.000

7.000

12,5

Bron: Gemeente Amstelveen, Economische Agenda Amstelveen, mei 2016

19 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

4 Analyse In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van drie analyses gepresenteerd: de analyse van de woonwerkbalans, de analyse van het besluitvormingsproces en de analyse van de beleidsfactoren uit de EVH.

4.1 Analyse van de woon-werkbalans 4.1.1 Verbetering van de woon-werkbalans in Haarlem Een belangrijk uitgangspunt én doel van de Economische Visie Haarlem (EVH) is om een woon-werk stad te zijn én te blijven. De EVH moet er aan bijdragen om niet nog meer een woonstad en een slaapstad te worden. De EVH moet er toe bijdragen om in Haarlem geen monocultuur te laten ontstaan met enkel voorzieningen en toerisme als belangrijke werkgevers. In het licht van dit uitgangspunt is het streven om de woon-werkbalans minimaal op 0,43 vast te houden (ondergrens) en deze liefst te laten toenemen tot 0,5 (streefgetal). Door te onderzoeken op welke wijze de woon-werkbalans in vergelijkbare gemeenten in de Randstad van 1996 tot en met 2019 verandert en wat de verklarende factoren zijn, kunnen conclusies getrokken worden.15 De gemeenten waarvoor de ontwikkeling van de woon-werkbalans met die van Haarlem wordt vergeleken verschillen in mindere of meerdere mate van Haarlem. Met enkele variabelen worden de verschillen duidelijk gemaakt: sociale structuur, centrumfunctie, aantal inwoners, adressendichtheid, bebouwd terrein in procenten van de oppervlakte van de gemeente en de lasten per inwoner in euro’s voor het hoofdtaakveld ‘economie’ van de gemeente.16

Gemeente

Haar

Socia

Centr

Aantal

Adress

Bebouwd

Lasten

le

um

inwone

en-

terrein in %

‘economie’

struct

functi

rs

dichthe

oppervlakte

per inw. 2021

uur

e

Matig

sterk

lem

id

162.54

3.440

(€)

59

23

9

In Haarlem vertoont de ontwikkeling van het aantal banen een grillig verloop. Een sterke daling in 2000 en een sterke toename in 2001 en 2002. Van 2002 tot 2009, met fluctuaties, een relatief stabiel verloop. Om in de financiële crisis van 2008 tot 2014 weer sterk af te nemen en zelfs uit te komen onder het niveau van 1996. Sinds 2015 is weer sprake van een toename van het aantal banen. Van 1996 tot 2009 blijft het aantal inwoners stabiel om daarna met 9 procent tot te nemen tot 2019. Over de hele periode (1996 t/m 2019) neemt het aantal inwoners met 9 procent toe en het aantal banen met 8 procent (figuur 4.1). Daarmee is de woon-werkbalans niet verbeterd.

15

De ‘vergelijkbare’ gemeenten zijn geselecteerd op basis van de ongeveer vergelijkbare zwaarte van de gemeentelijk taken op basis van de sociale structuur (zwak, matig, redelijk of goed) en de centrumfunctie (sterk, redelijk, weinig of geen), de mate van verstedelijking, het percentage bebouwd terrein van het oppervlakte van de gemeente, het aantal inwoners (tussen 80.000 tot 220.000 inwoners) en de Randstedelijke ligging.

16

Zie voor een omschrijving van de activiteiten, baten en lasten onder het hoofdtaakveld bijlage 3.

20 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

Figuur 4.1 Ontwikkeling aantal inwoners en aantal banen 1996 – 2019 in Haarlem (1996=100)

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek: aantal inwoners per 1-1; LISA: banen = totaal aantal werkzame personen: alle arbeidskrachten die fulltime of parttime beroepsmatig (een) betaalde activiteit(en) verrichten op of vanuit de vestiging, zoals meewerkende ondernemer/eigenaar (directeur, bedrijfshoofd), meewerkend gezinslid, zelfstandig beroepsbeoefenaar, freelancer, werknemer en uitzendkracht. Bewerking Platform31: index aantal inwoners in 2019 = 109; index aantal banen in 2019 = 108; gemiddelde woon-werkbalans in periode 1996-2019 = 0,44 (mediaan)

4.1.2 Verbetering van de woon-werkbalans in zeven gemeenten De ontwikkelingen en opgaven in Almere, Amersfoort, Amstelveen, Delft, Leiden, Purmerend en Zaanstad hebben soms een sterke gelijkenis met de ontwikkelingen en opgaven in Haarlem, maar zijn soms ook sterk afwijkend.

Gemeente

Soc

Centr

Aantal

Adress

Bebouwd

iale

um

inwone

en-

terrein in %

‘economie’

str

functi

rs

dichthe

oppervlakte

per inw. 2021

uct

e

id

Lasten

(€)

uur

Haarle

ma

m

tig

sterk

Almere

red

redeli

elij

jk

162.54

3.440

59

23

1.565

25

320

2.231

42

78

90.946

2.538

30

78

103.58

3.442

53

47

9 214.75 7

k Amersf

red

oort

elij

sterk

157.43 8

k Amstel

red

redeli

veen

elij

jk

k Delft

ma

redeli

tig

jk

8

21 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

Leiden

ma

sterk

tig

124.07

3.521

61

64

81.676

2.158

50

101

157.01

1.981

32

18

7

Purme

red

redeli

rend

elij

jk

k Zaanst

ma

redeli

ad

tig

jk

3

Uit de ontwikkeling van de woon-werkbalans in Almere, Amersfoort, Amstelveen, Delft, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Purmerend en Zaanstad kan een aantal conclusies getrokken worden over de oorzaken van de ontwikkeling: aanwezigheid van fysieke ruimte, overloop van werkgelegenheid uit Amsterdam, sectorspecialisatie, ondernemersnetwerken en prioritering zijn succesformules in deze gemeenten. De aanwezigheid van fysieke ruimte voor groeiende en nieuwe bedrijven Dit is vooral het geval in Almere, Amstelveen en Leiden. Amstelveen is sterk gericht op internationale bedrijven en Leiden op de nationale en internationale bedrijven die passen bij het profiel van het Leiden Bio Science Park. Amstelveen vergroot de aantrekkelijkheid als vestigingsplaats voor internationale bedrijven met onder andere een expatdesk, een internationale school, eindexamens in het Engels op een middelbare school en een desk voor buitenlanders in het ziekenhuis. Almere, Amersfoort, Amersfoort en Leiden zetten ook in op acquisitie van nieuwe bedrijven. De afwezigheid van ruimte en het verminderen van de fysieke ruimte voor bedrijvigheid verklaart de sterke verslechtering van de woon-werkbalans in Leidschendam-Voorburg. Overloop uit Amsterdam Als er ruimte is, verbetert in een aantal gemeenten de woon-werkbalans door overloop uit Amsterdam. Dit is vooral het geval in Almere, Amstelveen en Purmerend.

In Zaanstad is dit in afnemende mate het geval omdat de ruimte schaars wordt. Sectorspecialisatie in sterk groeiende sectoren In Almere, Amersfoort, Delft en Leiden wordt de sterke verbetering van de werkgelegenheid verklaard door de aanwezigheid van sectoren die sterk groeien. Dit is vooral in Amersfoort (ICT, adviesbureaus, zorgorganisaties), Delft (zakelijke diensten, onderwijs, zorg) en Leiden (biotechbedrijven en – instellingen, farmacie, medische instrumenten, R&D) het geval. In Almere is zowel sprake van relatief veel werkgelegenheid in weinig kennisintensieve en weinig conjunctuurgevoelige sectoren (beveiligingsbedrijven, autolease, uitzendbedrijven) als in sterk groeiende sectoren (industrie, ICT, zakelijke diensten). Een sectorstructuur met branches die sterk groeien en sectoren die veel minder sterk groeien, is ook het kenmerk van Purmerend en Zaanstad. Sterke ondernemersnetwerken In Amersfoort, Delft en Leiden zijn sterke ondernemersnetwerken. Zeker in Delft en Leiden is er ondernemersecosysteem waarin de kansen op ontwikkeling, groei, innovatie en kennisuitwisseling maximaal benut kan worden. Mede omdat er geen historische traditie is en daardoor geen sterke lokale binding van de bedrijven en ondernemers wordt Almere juist gekenmerkt door de afwezigheid van sterke ondernemersnetwerken.

Veel dezelfde prioriteiten en speerpunten Het valt op dat vele gemeenten inzetten op dezelfde speerpunten: zorg, gespecialiseerde, kennisintensieve zakelijke diensten, ICT en de ontwikkeling van circulaire activiteiten. Alleen Delft

22 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

(valorisatie van kennis van de TU Delft) en Leiden (Leiden Bio Science Park) hebben een duidelijk onderscheidend profiel. Meerdere gemeenten constateren dat de grootste groei van de werkgelegenheid niet langer plaatsvindt op monofunctionele bedrijventerreinen, maar in gemengde woon-werkmilieus en in woonwijken. Het minimaal behouden van de woon-werkbalans is een streven in vele gemeenten In meerdere onderzochte gemeenten (Almere, Amersfoort, Amstelveen, Delft, Zaanstad) bestaat de zorg dat door de groei van het aantal inwoners de woon-werkbalans verslechtert. Zelfs in de duidelijke woongemeente Leidschendam-Voorburg is van een kentering sprake. Ook deze gemeente constateert dan men ondernemers nodig heeft. Het lijkt er niet op dat al krachtige effectieve beleidsantwoorden zijn gevonden in de gemeenten. In dit licht is het opmerkelijk dat Amstelveen een rem zet op een forse bevolkingsontwikkeling. Men wil niet zonder meer het verzoek van de ontwikkelaars om woningen te mogen bouwen, honoreren. Mede om niet te zeer te moeten inleveren in kwaliteit, groen en leefbaarheid.

4.2 Analyse van het besluitvormingsproces Voor beantwoording van de deelvraag ‘op welke manier is de raad betrokken, geïnformeerd en in positie gebracht?’ is een tijdlijn opgesteld van de besluitvorming, zijn de vergaderingen tussen raad en college teruggeluisterd en is gekeken op welke manier de raad vragen gesteld heeft over de economische visie en op welke wijze deze vragen beantwoord zijn. In de bijlage is de analyse van deze besluitvorming in de vorm van een tijdlijn terug te vinden. Op basis van deze analyses komen wij tot de volgende bevindingen. Proces van visie-vorming is conform procedure doorlopen De raad is in een vroeg stadium betrokken door het college bij de totstandkoming van de economische visie. Door de informatienota, het participatieproces met de stad, uitgevoerde evaluaties en (externe) analyse, is er bij besluitvorming voldoende mogelijkheid geboden aan de raad om informatie te hebben over de economische visie. De raad is op sleutelmomenten in het proces aangehaakt en daarmee is het proces van visie-vorming conform de procedure verlopen. Visie-document geeft te abstracte kaders voor de uitvoering Het samenspel tussen raad en college in de totstandkoming van de economische visie heeft onvoldoende richting gegeven aan de economische visie.

Het uiteindelijke visie-document biedt zeer abstracte kaders en het ontbreekt aan een vertaling naar inzet van beleidsinstrumenten (met name op woonbeleid en toeristisch beleid) en ambtelijke capaciteit. Daarmee blijven vragen vanuit de raad over voldoende ruimtebeslag voor de realisatie van de economische visie en aandacht voor bepaalde sectoren (detailhandel, horeca en cultuur) boven de markt hangen. Ja, er is aandacht voor in de economische visie; maar nee, het is niet duidelijk wat er dan precies gedaan gaat worden. Daar staat tegenover dat de raad ook akkoord is gegaan met deze werkwijze van het college, zonder daarmee scherpe kaders gekregen te hebben waarop zij op een later moment controle kan uitvoeren. Ook is de raad weinig pro-actief en neemt een afwachtende houding aan, wanneer informatiebehoeften niet direct door college beantwoord lijken te worden. Woonwerkratio is leidend voor economische visie. In de behandeling van de economische visie is vanaf begin duidelijk dat de raad zorgen heeft over het ruimtebeslag dat nodig is om de economische visie te realiseren en met name in de realisatie van de woonwerkratio. Het college heeft geen sterke onderbouwing laten zien waarom de woonwerkratio zo van belang is. Zo blijkt ook uit bijvoorbeeld de evaluatie van de STEC-groep: niet de woonwerkratio

23 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen

rekenkamercommissie

wordt ter discussie gesteld, maar vooral welke consequentie deze heeft voor het aantal nieuwe banen (dat nodig is). Op verschillende momenten worden vragen gesteld vanuit de raad over het effect van het ruimtebeslag en hoe deze doelstellingen zich verhouden tot de grote woningbouwopgave in de ontwikkelzones (waar woningen komen op werklocaties). De gewenste concretisering blijft echter uit in de economische visie.

4.3 Analyse instrumenten EVH In de EVH worden vijf groeibepalende factoren benoemd waarmee de economische visie gerealiseerd moet worden: Ruimte, Talent, Innovatie, Ondernemerschap en Profilering. Het zijn randvoorwaarden die op orde moeten zijn voor een aantrekkelijk vestigings- en ondernemingsklimaat, om uiteindelijk economische activiteiten te behouden, te stimuleren en aan te trekken. Het onderzoek van Platform31 analyseert deze factoren door vergelijking vanuit een ‘what works’-benadering op twee manieren: op de factoren zelf en op wat mogelijk ontbreekt. 4.3.1 Ruimte Er zijn verschillende instrumenten mogelijk om de factor ruimte te beïnvloeden, naast de in de EVH opgenomen instrumenten: •

Flexibiliteit en verbreding inzet van instrumenten bij gebiedsontwikkelingen Wees flexibel bij gebiedsontwikkelingen. Flexibiliteit om harde aspecten (financiële middelen, contractuele afspraken) te combineren met zachte aspecten (contact betrokken personen, netwerken). Het is een complexe taak en rol die met de nodige hobbels gepaard gaat en waarbij men constant moet zoeken naar de juiste configuratie van spelers, middelen, verhalen.17 Het team Economie & Toerisme maakt idealiter systematisch onderdeel uit van de configuratie (hetgeen nu nog niet altijd het geval is). Hiermee zou de ruimteclaim voor werk in de ontwikkelgebieden beter op de agenda gehouden kunnen worden. Een verbreding van het instrumentarium om gebiedsontwikkelingen te sturen, is wenselijk. Het hele pallet van zowel actief als faciliterend grondbeleid, het versnellen van de exploitatie, het verlengen van de exploitatie, de begrenzing van het exploitatiegebied aanpassen, onteigening, voorkeursrecht, realisatieplicht indien sprake is van zelfrealisatie, kostenverhaal, erfpacht, (regionale) verevening, stedelijke herverkaveling (mét stok achter de deur) en value capturing dient ingezet te kunnen worden.18

•

Werk integraal als je inzet op knooppuntontwikkelingen De opgave voor de korte en lange termijn is verbetering van de samenhang tussen verstedelijking, infrastructuur en mobiliteit, op met name lokaal en regionale schaal. Dit moet leiden tot goede bereikbaarheid met minder mobiliteit; een belangrijke doelstelling in het beleid van Haarlem. De komst van de Omgevingswet en de omvorming van het Infrastructuurfonds naar een Mobiliteitsfonds bieden kansen om tot integrale gebieds- en knooppuntontwikkelingen te komen, waar werken een integraal onderdeel is. Dit vergt binnen de gemeente de samenwerking tussen meerdere afdelingen.

•

17

Leegstand valt mee ; het (geringe) leegstaande bestand invullen is gewenst maar lastig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264920/1