Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen
Tekst van het document
Collegebesluit
Onderwerp Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/714161 Berkhout, R.A.H. 5.2 Energie ECDW Jongh, I. de idedejongh@haarlem.nl Haarlem wil een duurzame, sociale en toekomstbestendige stad zijn. We werken daarom samen met bedrijven, bewoners en partners aan de beste oplossingen om in 2040 onze huizen en gebouwen zonder aardgas te verwarmen. Deze ambitie is door de gemeenteraad vastgelegd in de Transitievisie Warmte (TVW, 2021) en in de Routekaart CO2-reductie. De transitie naar een aardgasvrij Haarlem biedt een gezonder en betaalbaarder woonmilieu en draagt bij aan een beter klimaat. Een aardgasvrij Haarlem is ook een bouwsteen voor een weerbaarder en onafhankelijker Nederland. Haarlem ligt tot nu toe op koers om de doelen voor CO2-reductie te halen. Om het tempo vast te houden is de komende jaren veel nodig. In onze stad zelf, maar ook stabiel rijksbeleid, nieuwe wetgeving, toegang tot financiering en technische mogelijkheden. Dit jaar krijgt de Transitievisie Warmte (TVW) uit 2021 de geplande update in de vorm van een Warmteprogramma. Hierin beschrijft het college in welke wijken en buurten ze de komende 5 jaar in gesprek gaat om aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken en op welke manier, met een doorkijk naar warmteoplossingen voor de hele stad. Zo weten bewoners en ondernemers tijdig waar ze aan toe zijn. Dat gebeurt faciliterend, en er is uiteindelijk voor elk type woning een perspectief.
Het is ook altijd mogelijk om een eigen duurzame oplossing te kiezen. Het Warmteprogramma bouwt voort op de door de raad vastgestelde kaders en uitgangspunten uit de TVW: we werken vanuit duurzaamheid, betrouwbaarheid, betaalbaarheid en samen met de stad. Het Warmteprogramma geeft een beeld van de toebedachte infrastructuur voor de warmtetransitie en wijst die buurten aan waar het college de komende 5 jaar samen met de buurten aan de slag gaat met het uitwerken van Wijkwarmteplannen. Ook wordt het voorgenomen warmtekavel in beeld gebracht dat, na inwerkingtreding van de Wet Collectieve Warmte (WCW), door het college
Kenmerk: 2025/714161
1/15
wordt vastgesteld. Het college is voornemens om dit warmtekavel toe te wijzen aan het Warmtebedrijf Haarlem. Gedurende een periode van zes weken is inspraak op het ontwerpWarmteprogramma geboden. De reacties uit de stad hebben geleid tot tekstuele aanscherping in het stuk, toegankelijker maken van het kaartmateriaal en het opstellen van klantreizen (Bijlage B.3. bij het Warmteprogramma). Dit laatste geeft inwoners inzicht in wat het Warmteprogramma en de fase van uitvoering die hierop volgt voor hen betekent. Het Warmteprogramma is nu gereed voor vaststelling. De komende maanden wordt de organisatie ingericht om in 2026 te starten met de eerste buurten. Behandelvoorstel voor commissie
Het college stuurt het collegebesluit ter bespreking naar de commissie Beheer. Het betreft een zienswijze op grond van de basis van artikel 160 gemeentewet. De raad wordt gevraagd om een zienswijze ter kennis van het college te brengen.
Relevante eerdere besluiten
-
Besluit college d.d. 18 november 2025
Ontwerp-Warmteprogramma 2026-2030 vrijgeven voor inspraak, collegevergadering van 23 september 2025 (2025/519164) Notitie Reikwijdte en detailniveau van een milieueffectrapportage voor het Warmteprogramma, collegevergadering van 18 maart 2025 (2025/228939) Informatienota Bouwstenen Warmteprogramma, collegevergadering van 28 januari 2025 (2024/2078761) Informatienota Besluitvorming warmtetransitie 2025 , collegevergadering van 17 december 2024 (2024/2067186) Transitievisie Warmte, raadsvergadering van 1 juli 2021 (2021/254262); Uitvoeringsagenda Haarlemse Transitievisie Warmte, collegevergadering van 21 april 2023 ((2023/405029).
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het Warmteprogramma 2026-2030 vast te stellen onder de voorwaarde dat de zienswijze van de raad geen aanleiding geeft het besluit te wijzigen of in te trekken; 2. Het college verzoekt de gemeenteraad zijn zienswijze te geven op het voornemen van het college te besluiten tot vaststelling van het Warmteprogramma 2026-2030. de secretaris,
Kenmerk: 2025/714161
de burgemeester,
2/15
1. Aanleiding Doel van het document Het Warmteprogramma is een omgevingsprogramma conform de Omgevingswet. Het doel van het Warmteprogramma is om de doelen uit een Omgevingsvisie t.a.v. de warmtetransitie concreet te maken met beleid en maatregelen voor een betaalbare transitie voor bewoners en ondernemers en voor een goede fysieke inpassing in de Haarlemse leefomgeving. Het programma beschrijft wat er moet gebeuren, hoe, en met wie, om de gewenste doelen te bereiken. Het programma vertaalt de lange termijn doelen van de omgevingsvisie naar concrete acties en afspraken die de komende vijf jaar worden uitgevoerd. Een Warmteprogramma is enkel zelfbindend en is bedoeld voor onze inwoners, ondernemers, beleidsmakers, stakeholders en de gemeenteraad. Wat staat er in het warmteprogramma? • Een prognose van de meest kansrijke aardgasvrije alternatieven per buurt. • De buurten waar de gemeente de komende vijf jaar met bewoners en stakeholders start om samen Wijkwarmteplannen te maken. • Aanvullende beleidskeuzes om tot de uitvoering over te gaan. • Handelingsperspectief voor de buurten waar de gemeente de komende jaren nog niet start. • Een aanpak voor hoe we aan de slag gaan met de buurten die de komende 5 jaar aan de beurt zijn voor een Wijkwarmteplan. Wat staat er niet in het warmteprogramma? • Geen definitief besluit voor het aardgasvrije alternatief.
• Geen besluit over het jaartal waarin aardgaslevering gestaakt zou worden. • Geen exacte kostenberekening. • Geen inhoudelijke uitleg over onze lopende isolatie aanpakken zoals de VVE aanpak, Monumentenaanpak of aanpak Energie armoede. • Geen schone opwek, elektriciteit infrastructuur of opslag van energie. Het warmteprogramma is een overkoepelende visie en strategie. De volgende stap is om concrete plannen te gaan maken op wijk/buurt niveau om alle randvoorwaarden en details verder in te vullen in de vorm van Wijkwarmteplannen. Daarnaast gaat het college door met de stadsbrede ondersteuning gericht op het energiezuiniger maken van gebouwen voor verschillende soorten eigenaren en gebruikers.
Totstandkoming van het Warmteprogramma 2026-2030 Het Warmteprogramma is de geplande update van de Transitievisie Warmte (TVW) uit 2021. Hierin beschrijft de gemeente in welke wijken en buurten ze de komende vijf jaar aan de slag gaat met het
Kenmerk: 2025/714161
3/15
aardgasvrij maken en op welke manier, met een doorkijk naar warmtevoorzieningen voor de hele stad. Zo weten bewoners en ondernemers tijdig waar ze aan toe zijn. Het Warmteprogramma bouwt voort op de door de raad vastgestelde kaders en uitgangspunten uit de TVW: duurzaamheid, betrouwbaarheid, betaalbaarheid en samen met de stad. Met het Warmteprogramma wordt de uitvoering van de energietransitie in Haarlem verder uitgewerkt. Het ontwerp-Warmteprogramma 2026-2030 heeft ter inzage gelegen van 2 oktober 2025 tot en met 13 november 2025. Er zijn in totaal dertig inspraakreacties ingediend. De inspraakreacties en ambtshalve wijzigingen hebben tot een aantal aanpassingen geleid (zie bijlage 3, Nota van beantwoording). Verschillende particuliere insprekers gaven aan behoefte te hebben aan wat het Warmteprogramma, en de fase van uitvoering die hierop volgt, voor hen betekent. Er zijn ook veel vragen over cv-ketels. Om in deze behoefte te voorzien zijn Klantreizen voor inwoners toegevoegd aan het Warmteprogramma (bijlage B.3). Ook is het kaartmateriaal in het Warmteprogramma aangepast, zodat het beter leesbaar is voor lezers met een visuele beperking. Tot slot is het Warmteprogramma aangescherpt met enkele tekstuele toevoegingen. Opmerkingen uit de Commissie Beheer van 09-10-2025 hebben een plek gekregen in de paragraaf Ambtshalve wijzigingen van de Nota van beantwoording.
De commissie Beheer had vragen en aandachtspunten over: • De gemeentelijke organisatie, zowel qua capaciteit als financieel. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 5.1 van deze nota. • Wat betekent de uitvoering van het Warmteprogramma voor bewoners en ondernemers? Hiervoor zijn stappenplannen uitgewerkt die gebruikt kunnen worden om aan bewoners de aanpak van Wijkwarmteplannen uit te leggen. Ook zijn Klantreizen (ervaringen van bewoners in verschillende situaties op weg naar duurzame warmte) aan het programma toegevoegd. Ook het zo goed mogelijk voorkomen van vervroegd afschrijven van CV-ketels heeft onze aandacht. Het Warmteprogramma is op dit punt verduidelijkt. • Betaalbaarheid en leveringszekerheid. Op dit moment werkt het Rijk aan een wettelijke rekenregel om de betaalbaarheid van een Wijkwarmteplan te bepalen. Het is een van de belangrijkste punten bij het opstellen van de Wijkwarmteplannen. In paragraaf 5.1 wordt verder ingegaan op het verbeteren van betaalbaarheid voor huishoudens die aansluiten op het warmtenet van Warmtebedrijf Haarlem. De leveringszekerheid wordt via de ACM geborgd. • Innovatie. Slimme oplossingen zijn nodig om zo goed mogelijk om te gaan met netcongestie. Warmtenetten zijn daarin een belangrijk onderdeel. Maar ook de ontwikkeling van warmtepompen staat niet stil.
Innovaties hebben onze voortdurende aandacht om kosten en de impact van de energietransitie zo laag mogelijk te houden. • Monitoring en voortgang. In paragraaf 3.4 Duurzaamheid en 5.4 Planning is uitgewerkt hoe de Raad wordt geïnformeerd.
Kenmerk: 2025/714161
4/15
Met het eindigen van de ter inzagelegging en het verwerken van de inspraakreacties en ambtshalve wijzigingen is het Warmteprogramma nu gereed voor vaststelling. 2. Beoogd resultaat Doelen en effecten Een omgevingsprogramma met: - Uitgangspunten waaraan de transitie naar aardgasvrije wijken moet voldoen: betaalbaar, duurzaam, betrouwbaar en samen met de stad; - Een visie op de best passende warmtevoorzieningen per buurt op basis van objectieve indicatoren en buurtkenmerken, zoals laagste kosten, type gebouwen en eigendomssituaties, ruimte in en om woningen, financieel draagkracht, beschikbare warmtebronnen en ruimte in de ondergrond. Deze zijn niet definitief, maar geven richting aan de verdere uitwerkingen en te maken keuzes. - Een overzicht van de buurten/wijken waarmee de gemeente de komende 5 jaar een plan gaat maken om stap-voor-stap aardgasvrij te worden. Zo’n plan heet een Wijkwarmteplan. Zo wordt van een grof naar een fijn detailniveau gewerkt. - De wijze waarop de gemeente met bewoners, ondernemers en andere stakeholders Wijkwarmteplannen gaat maken en daarna stap-voor-stap gaat uitvoeren en monitoren. Acties Op basis van het Warmteprogramma start de gemeente met het maken van gebiedsgerichte Wijkwarmteplannen, conform de in het Warmteprogramma aangegeven programmering. Meerdere wijkwarmteplannen kunnen tegelijkertijd worden opgesteld en vastgesteld.
Vervolgens wordt de raad gevraagd om op basis van Wijkwarmteplannen het Omgevingsplan te wijzingen met regels voor het stap-voor-stap aardgasvrij maken van het betreffende gebied. Wat betekent het warmteprogramma voor bewoners? Het Warmteprogramma geeft bewoners duidelijkheid over wanneer hun buurt aan de beurt is, welke mogelijkheden er zijn en welke hulp ze kunnen krijgen. De overstap naar aardgasvrij doen we stap voor stap, samen met bewoners en partners in de stad. 3. Onderbouwing voorstel 3.1 Het Warmteprogramma draagt bij aan een toekomstbestendige aardgasvrije stad. Bij deze opgave geeft het Warmteprogramma invulling aan de kaders van de raad en uit de stad t.a.v. betaalbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en samen met de stad op de volgende manieren: 1) Betaalbaarheid – Aardgas wordt naar verwachting steeds duurder en bovendien is Nederland afhankelijk van aardgas uit het buitenland. Met het Warmteprogramma zet de gemeente stappen om betaalbare en duurzame warmte voor bewoners en ondernemers te borgen. Daarvoor kan de gemeente zelf instrumenten inzetten, maar verwacht de gemeente ook
Kenmerk: 2025/714161
5/15
instrumenten en subsidies van het Rijk. We volgen de (reken)regels in de Wgiw en Bgiw als het gaat om betaalbaarheid. 2) Betrouwbaarheid – Met het Warmteprogramma stelt de gemeente voor om de warmtenetten in de stad te laten ontwikkelen en beheren door Warmtebedrijf Haarlem. Voor 50% van de gemeente en voor 50% van Firan (een dochter van het publieke Alliander) en daarmee voor 100% publiek. Daarnaast wordt ingezet op verschillende bronnen, zoals warmte uit Haarlemse watergangen, afvalwater en uit de bodem aangevuld met restwarmte van datacenters uit de omgeving. Ook wordt ingezet op het opwekken en opslaan van warmte als er een overschot aan elektriciteit is op het netwerk en daarmee de prijzen laag zijn. Door toe te werken naar een robuust systeem met meerdere bronnen en buffers en slimme aansturing wordt continue gewerkt aan de levering van zo goedkoop mogelijke warmte en een robuust energiesysteem. De leveringszekerheid van warmtenetten is bij wet (Wcw) gegarandeerd. Het uitgangspunt betrouwbaarheid betekent in individuele gebieden dat woningeigenaren kunnen rekenen op een stabiele, uitvoerbare en goed doordachte overstap naar duurzame warmte. De gemeente adviseert alleen oplossingen die technisch haalbaar zijn binnen de capaciteit van het elektriciteitsnet en die ook op koude dagen voldoende comfort bieden.
Bewoners krijgen heldere en tijdige informatie, zodat ze weten waar ze aan toe zijn en welke stappen nodig zijn. Betrouwbaarheid gaat dus niet alleen over techniek, maar ook over een zorgvuldige planning, duidelijke communicatie en ondersteuning bij de uitvoering — zodat iedere bewoner zeker kan zijn van een goed werkende, betaalbare en toekomstbestendige warmtevoorziening. 3) Duurzaamheid – In de bronnenstrategie (bijlage 5 van het Warmteprogramma) is te lezen dat Haarlem inzet op een mix van verschillende, fossielvrije bronnen. Eerder is het gebruik van houtige biomassa door de gemeenteraad uitgesloten. Ook stelt de Wet Collectieve Warmte steeds strengere eisen aan de duurzaamheid van de gebruikte bronnen voor het warmtenet. Daarnaast is een milieueffectrapportage gemaakt om de juiste mitigerende maatregelen toe te passen om eventuele negatieve effecten te beperken. 4) Samen met de stad – Het Warmteprogramma wordt uitgevoerd door samen met alle stakeholders Wijkwarmteplannen te maken. Voor het samen maken van die plannen nemen we ruim de tijd, namelijk circa 2 jaar per buurt. Ook heeft de gemeente een convenant gesloten met Liander en de woningcorporaties om werkzaamheden in de stad integraal te programmeren. In november 2025 is het platform Duurzaamheid opgericht. Dit is een platform voor buurtinitiatieven die in hun buurt bezig zijn met de energietransitie.
Dit platform biedt de mogelijkheid tot onderlinge kennisdeling en samenwerking met de gemeente, bijvoorbeeld bij de uitvoering van het warmteprogramma. Ook zijn verschillende buurtinitatieven actief betrokken bij de isolatie inkoopacties in de buurten. De uitwerking van het Warmteprogramma leidt tot Wijkwarmteplannen die bijdragen aan toekomstbestendige en aardgasvrije buurten.
Kenmerk: 2025/714161
6/15
3.2 Het Warmteprogramma sluit aan bij eerdere besluitvorming. Eerder dit jaar is de Informatienota Bouwstenen Warmteprogramma besproken met de Commissie Beheer. Daarin waren de bouwstenen voor het Ontwerp-Warmteprogramma uitgewerkt. Het ontwerp-Warmteprogramma is door het college vastgesteld voor inspraak vanuit de stad en is besproken in de Commissie Beheer. Nu ligt het definitief Warmteprogramma voor ter besluitvorming. 3.3 Gemeenten worden verplicht om een Warmteprogramma vast te stellen Met de aankomende Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) zijn gemeenten verplicht om een Warmteprogramma vast te stellen. In de ontwerp-Wgiw/Bgiw is de deadline daarvoor eind 2027. 3.4 Duurzaamheid Met het uitvoeren van het Warmteprogramma wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan reductie van gebruik van fossiele brandstoffen. Met het nieuwe warmteprogramma kan een realistische inschatting gemaakt worden van de snelheid van het aanleggen van de warmtenetten en hun bijdrage aan de CO2 reductiedoelstelling van de gemeente Haarlem. De nieuwe prognoses worden onderdeel van de afwegingen in aanloop naar de Kadernota 2027 en de volgende bijstelling van de routekaart Duurzaamheid. Naast de positieve impact van het Warmteprogramma, zijn er ook risico’s op negatieve milieueffecten.
Voor het Warmteprogramma is daarom een plan-mer onderzoek uitgevoerd (bijlage bij het Warmteprogramma). Bij de gebiedsgerichte aanpakken (Wijkwarmteplannen) worden de relevante aandachtspunten uit het plan-mer gehaald en de daarbij horende mitigerende maatregelen. Het college neemt ook de positieve effecten op het milieu (zoals CO₂-besparing) mee in de afwegingen. 3.5 Juridisch De juridische grondslag van een warmteprogramma is de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), die het warmteprogramma als een verplicht programma onder de Omgevingswet plaatst. Hiermee krijgen gemeenten een kader om de warmtetransitie te organiseren, met de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen die van het aardgas af gaan. Het programma vormt de basis voor latere besluiten, zoals het wijzigen van het Omgevingsplan en het aanleggen van warmtenetten. Het college van BenW is bevoegd gezag en stelt het warmteprogramma vast en moet dit vervolgens elke vijf jaar bijwerken. In het Haarlemse Warmteprogramma wordt geanticipeerd op de inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte (Wcw), het bijbehorende besluit (Bcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en het daarbijbehorende besluit (Bgiw). Omdat de Wgiw en Bgiw nog niet in werking zijn getreden, kan het college het Warmteprogramma nu enkel als vrijwillig programma
Kenmerk: 2025/714161
7/15
onder de Omgevingswet vaststellen. Na inwerkingtreding krijgt deze automatisch de status van een verplicht programma via het overgangsrecht, zolang deze voldoet aan de wettelijke vereisten, zoals een PlanMER. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 1 Betaalbaarheid warmtenetten wordt landelijk (nog) niet goed geregeld Als de landelijke overheid niet zorgt voor instrumenten om collectieve netten betaalbaar te maken, wordt het onhaalbaar om voldoende gebouweigenaren in het warmtenetgebied een betaalbaar aanbod te doen. Omdat collectieve warmtenetten voor een groot deel van de stad het voorkeursalternatief zijn, heeft dit gevolgen voor het realiseren van onze doelstelling om onze energie-infrastructuur aan te passen. Verder gaan meer gebouweigenaren dan al aan de slag met individuele oplossingen. Dit kan tot gevolg hebben dat collectieve warmteoplossingen niet meer betaalbaar worden voor de achterblijvers en zij ook over moeten gaan op een individuele oplossing met hogere kosten en vergroting van druk op het elektriciteitsnet (en bij luchtwarmtepompen meer geluidshinder, toename van hittestress en negatieve effecten op ruimtelijke kwaliteit). Het college blijft lobbyen voor rijksregelingen om collectieve warmteoplossingen betaalbaar te maken en houdt kostenbesparende innovatieve oplossingen en marktonwikkelingen in de gaten.
Het financiële risico voor de gemeente als een warmtenetproject niet doorgaat, bestaat uit gemaakte onderzoeks- en ontwikkelkosten en eventuele voorinvesteringen. 2 Netcongestie houdt langer aan dan nu gedacht. Als netcongestie langer aanhoudt, bestaat het risico dat buurten waar volledig elektrische technieken de voorkeur hebben in het Warmteprogramma, de overstap naar aardgasvrij niet volgens planning kunnen maken. Buurtwarmtenetten waarbij gebruik wordt gemaakt van een collectieve warmtepomp krijgen mogelijk geen netaansluiting waardoor de warmtebron niet gerealiseerd kan worden en/of het langer duurt voordat de warmtebron verduurzaamd kan worden. Dit heeft tot gevolg dat gebouweigenaren langer gebruik moeten maken van aardgas en daarmee onze doelstellingen niet worden gehaald. We zetten vol in op het aardasvrij gereed maken en de isolatie aanpak en gaan op zoek naar innovatieve mogelijkheden voor opslag van energie. Door samen met Liander te programmeren houden we zoveel mogelijk grip op de planning. 3 We krijgen bewoners onvoldoende mee in de warmtetransitie Voor het aardgasvrij maken van de stad is het cruciaal om gebouweigenaren en -gebruikers te motiveren om mee te doen aan de verduurzaming van hun woning en wijk of buurt. Bij onvoldoende draagvlak vertraagt de warmtetransitie.
Door organisatie van een zorgvuldig participatieproces en buurtinitiatieven een plek te geven bouwen we aan draagvlak voor de transitie. Om de kansen te vergroten dat bewoners mee gaan doen, neemt het college ongeveer twee jaar de tijd om te komen tot een Wijkwarmteplan, organiseert het college passende ondersteuning en start het college in
Kenmerk: 2025/714161
8/15
gebieden waar werkzaamheden reeds gepland zijn en logische momenten zijn om aan de slag te gaan met verduurzaming van huizen. 4 Onvoldoende capaciteit beschikbaar voor de uitvoering De warmtetransitie vraagt veel mensen en middelen. Er is risico dat er te weinig capaciteit beschikbaar is bij gemeente, partners of uitvoerende bedrijven. Dit kan leiden tot vertraging van plannen. Haarlem speelt hierop in door vroegtijdig samen te werken met partners, kennis te bundelen en capaciteit slim te plannen en te prioriteren. Dit doet het college o.a. in het traject Integraal programmeren. 4.2 Kanttekeningen 1 Uitvoering van het Warmteprogramma is mede afhankelijk van invloeden van buitenaf Haarlem wil een duurzame, sociale en toekomstbestendige stad zijn. We werken daarom samen met bedrijven, bewoners en partners aan de beste oplossingen om in 2040 onze huizen en gebouwen zonder aardgas te verwarmen. Deze ambitie is door de gemeenteraad vastgelegd in de Transitievisie Warmte (TVW, 2021) en in de Routekaart CO2-reductie. De transitie naar een aardgasvrij Haarlem biedt een gezonder en betaalbaarder woonmilieu en draagt bij aan een beter klimaat. Een aardgasvrij Haarlem is ook een bouwsteen voor een weerbaarder en onafhankelijker Nederland. Haarlem ligt tot nu toe op koers om de doelen voor CO2-reductie te halen. Om het tempo vast te houden is de komende jaren veel nodig.
In onze stad zelf, maar ook stabiel rijksbeleid, nieuwe wetgeving, toegang tot financiering en technische mogelijkheden. 2. Integraal programmeren met partners kan invloed hebben op de volgorde en planning van buurten De uitvoering van het Warmteprogramma doet de gemeente met partners Liander en de woningcorporaties en eigen afdelingen t.a.v. groot onderhoudsprojecten, herinrichtingen en ontwikkelzones. Verschuivingen in programmeringen van onze eigen projecten en van andere partners kunnen invloed hebben op de fasering in het Warmteprogramma. 3. Anticiperen op wetgeving die nog in ontwikkeling is De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is op 10 december 2024 in de Eerste Kamer aangenomen. De wet treedt gefaseerd in werking; de Wgiw voorziet in een wijziging in de Warmtewet, Gaswet en Omgevingswet. Het deel van de wijziging van de Warmtewet is per 1 januari 2025 in werking getreden. Dit was noodzakelijk om de betaalbaarheid voor de huidige afnemers van collectieve warmte te verbeteren. De Wgiw en Bgiw treden naar verwachting op 1 juli 2026 in werking. Door het Warmteprogramma vast te stellen voordat deze definitief is vormgegeven in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) kan het gebeuren dat er nog aanpassingen nodig zijn om het Warmteprogramma te laten voldoen aan deze wetgeving.
Dit kan gaan over inhoudelijke vereisten die nog voortkomen uit het Besluit gemeentelijke instrumenten
Kenmerk: 2025/714161
9/15
warmtetransitie (Bgiw). Het college acht de gevolgen beperkt, omdat de inhoudelijke eisen uit de ontwerp-Bgiw zijn meegenomen in het Warmteprogramma en het college de ontwikkelingen van de Bgiw nauwgezet volgt. 4. Samenhang PlanMER met het Warmteprogramma Met het PlanMER zijn de eventuele milieueffecten van het Warmteprogramma onderzocht op plan/programma-niveau. Het mer is gebruikt om het Warmteprogramma te verbeteren en om passende mitigerende en compenserende maatregelen toe te passen in de uitvoeringsfase. Het is daarmee een goede aanvulling op het afwegingskader zoals opgenomen in het Warmteprogramma (paragraaf 3.2). De commissie mer geeft begin 2026 advies over de PlanMER welke betrokken kan worden bij het maken van Wijkwarmteplannen en de uitvoering hiervan. Kijkend naar advies op de PlanMER van het Warmteprogramma van de gemeente Utrecht, die enkele maanden op Haarlem voorloopt, verwacht het college dat adviezen betrekking zullen hebben op: • Het meenemen van het onderwerp ‘hittestress’. Het college heeft in het Warmteprogramma aangegeven dit onderwerp als belangrijke kans mee te nemen in Wijkwarmteplannen. • Het verder onderzoeken van de milieu-effecten van warmtebronnen. Zo is voor de ontwikkeling van een geothermiebron een eigen mer-beoordeling noodzakelijk, maar daarvoor moet de locatie eerst bekend zijn.
• Voor Wijkwarmteplannen voor buurten waar veel warmtepompen komen, zijn mogelijk meer buurt-specifieke geluidsberekeningen en berekeningen van trillingen nodig. Verder is nog weinig informatie beschikbaar over cumulatief geluid en laagfrequentie-geluid. Overigens is het advies op de PlanMER van Utrecht ook al gebruikt om de PlanMER voor Haarlem te verbeteren. Om die reden verwacht het college niet de PlanMER aan te moeten passen. De adviezen geven vooral verdere invulling aan uitvoering van het Warmteprogramma en moeten o.a. goed landen in Kavelplannen en Wijkwarmteplannen. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Uit het Warmteprogramma blijkt dat een warmtenet voor grote delen van Haarlem een geschikte warmteoplossing is. De maatschappelijke kosten voor individuele en collectieve eindoplossingen verschillen vaak niet significant van elkaar, maar er zijn ook andere afwegingen om in veel buurten te kiezen voor een publiek warmtenet. Zo vragen warmtenetten (veel) minder capaciteit van het (overbelaste) elektriciteitsnet, vergt een warmtenet een kleinere initiële investering van de woning/pandeigenaren, is het ook mogelijk gebouwen te verwarmen die lastig te isoleren zijn en vergt een warmtenet minder ruimte in en om de woning dan een warmtepomp (zie afwegingskader). Deze publieke warmtenetten vergen echter een grotere rol in initiële financiering van overheden.
In In Haarlem gaat het om het aardgasvrij maken van 43.000 woningen (of equivalenten) daarvan. De
Kenmerk: 2025/714161
10/15
investeringskosten worden samen gedragen door overheden, ondernemers en inwoners. Deze investeringen leveren de gemeente als aandeelhouder van het warmtebedrijf rendement op. De financiële impact voor de komende coalitieperiode, met een doorkijk naar de kosten op de langere termijn, wordt door het college inzichtelijk gemaakt in een Informatienota Financiën Warmteprogramma voor de raad (half maart). In de voortgangsrapportage 2026 zal, inddien nodig, aan de raad worden voorgelegd budget beschikbaar te stellen voor de jaarschijf 2026 om de voortgang in de warmtetransitie mogelijk te maken. Tot die tijd beschikt het college over voldoende CDOKE-middelen om aan de slag te gaan. Er zijn 3 typen opgaven met financiële consequenties voor de gemeente: - Gemeentelijke capaciteit - Investeringen - Overig Gemeentelijke capaciteit Gemeentelijke capaciteit en benodigde onderzoeken worden gedekt door het Rijk zoals afgesproken in het Klimaatakkoord uit 2019. Daarvoor is CDOKE en planfinanciering beschikbaar. CDOKEmiddelen zijn minstens tot 2030 toegezegd door het Rijk. Haarlem heeft voor een aantal buurten in het Warmteprogramma planfinanciering toegekend gekregen en voor de rest van de buurten van dit Warmteprogramma een aanvraag gedaan.
Investeringen In de collectieve buurten wordt geïnvesteerd in de aanleg van een warmtenet door het 100% publieke Warmtebedrijf Haarlem (WBHa), waarin de gemeente zelf voor 50% aandeelhouder is en de andere 50% aandelen in handen van Firan zijn. Voor warmtenet Meerwijk heeft de gemeente vanuit haar rol als aandeelhouder al een storting gedaan bij de oprichting van het warmtebedrijf. Voor financiering van de volgende projecten zal er eigen vermogen worden aangewend om vreemd vermogen aan te trekken, bijvoorbeeld bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Voor het Warmtebedrijf Haarlem (WBHa) bestaan de jaarlijkse kosten uit de rente op en aflossing van het aangetrokken vreemd vermogen (80% lening), die als kapitaallasten in de begroting van WBHa staan. De aandeelhouders (gemeente en Firan) dragen voor 20% bij via eigen vermogen in de vorm van een aandelenstorting. Een aandelenstorting is een balans transactie, de bijbehorende lasten zijn uitgaven voor aandelen en aan de batenkant staan daar aandelen in dezelfde omvang tegenover. Het effect hiervan op de gemeentelijke begroting is afhankelijk van de manier waarop de aandelenstorting wordt gefinancierd. Bij financiering middels vreemd vermogen brengt dit jaarlijkse rentelasten met zich mee die worden terugverdiend met het rendement uit de deelneming. Overig
Kenmerk: 2025/714161
11/15
Niet alle kosten van een startend warmtebedrijf kunnen direct worden terugverdiend uit de exploitatie en zijn nog niet gedekt. Omdat de gemeente Haarlem koploper is en wil blijven in de energietransitie is het passend om meer risico te nemen door bij te dragen aan deze initiële kosten. In de informatienota Financiën Warmteprogramma worden deze kosten inzichtelijk gemaakt. Voor het komende half jaar heeft het college voldoende CDOKE-middelen om aan de slag te gaan en WBHa in stelling te brengen. Om voortgang in de warmtetransitie te behouden zal het college voor de tweede helft van 2026 in de voortgangrapportage aan de raad voorleggen om budget beschikbaar te stellen. Uit gesprekken met soortgelijke gemeenten en onze adviespartners blijkt een bedrag van € 1 – € 1,5 miljoen nodig te zijn voor onder andere het opstellen van een globaal kavelplan, kosten gerelateerd aan communicatie, personele kosten en de verdere (juridische) uitwerking van de samenwerking. Verdere afspraken over de verdeling van deze kosten worden gemaakt in de Samenwerkingovereenkomst met Firan over WBHa. Betaalbaarheid Op dit moment is de businesscase voor het aanleggen van warmtenetten zelden sluitend. Daarom zijn er extra instrumenten en subsidies vanuit het Rijk nodig om de eenmalige aansluitkosten voor gebouweigenaren betaalbaar te houden.
Hier voorziet het college, net als vele andere gemeenten in Nederland, een belangrijke rol voor het Rijk. Benodigde rijksinstrumenten zijn o.a. de Warmtenetten InvesteringsSubsidie (WIS), de prijsgarantie voor eindgebruikers, de garantieregeling warmtenetten en de Subsidie Warmtenet Inpandige Kosten (SWIK). Deze instrumenten en subsidies worden momenteel door het Rijk ontwikkeld. De looptijd van dit warmteprogramma is van 2026 tot 2030 en de ambitie van de warmtetransitie loopt minimaal tot 2040. De financiële implicaties van de gefaseerde uitvoering, inclusief de benodigde gemeentelijke investeringen, worden nader uitgewerkt en in tijd uitgezet. Gemeentelijke investeringen en programmatische ambities worden lopende het proces ter besluitvorming aan het gemeentebestuur voorgelegd. 5.2 Communicatie en participatie a) Communicatie en participatie tijdens de totstandkoming van het Warmteprogramma Het Warmteprogramma heeft gevolgen voor bewoners, bedrijven en organisaties in de gebieden waar dit Warmteprogramma 2026-2030 betrekking op heeft. Het college vindt daarom een zorgvuldig en transparant proces belangrijk. Participatie is verplicht vanuit de Omgevingswet, en is dan ook een belangrijk onderdeel geweest bij het opstellen van het Warmteprogramma.
Het participatieproces is vormgegeven volgens het participatiebeleid (‘Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Haarlem 2024’). De participatie en hoe de participatie heeft bijgedragen aan de kwaliteit van het Warmteprogramma is beschreven in de Participatieverantwoording die als bijlage B.1 is toegevoegd bij het Warmteprogramma. Bij het opstellen van het Warmteprogramma heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden met samenwerkingspartners, zoals woningcorporaties,
Kenmerk: 2025/714161
12/15
warmtebedrijven, Liander en buurtinitiatieven. Ook is input opgehaald van bewoners en ondernemers via een digitale vragenlijst en vier inloopbijeenkomsten. De definitieve vaststelling van het warmteprogramma wordt gecommuniceerd via de gemeentelijke communicatiekanalen. Daarin zal het college ook communiceren over een omgeving waar men meer kan lezen over onze aanpakken en een digitale kaart met een postcodechecker waarop iedereen voor een specifiek adres kan zien wat het beleid en het handelingsperspectief is per buurt. Die kaart komt Q1 2026 online. b) Bestuurlijke communicatie Het Warmteprogramma bouwt voort op de Transitievisie Warmte (TVW). Net als bij de TVW wordt er een uitvoeringsagenda opgesteld waarin verslag wordt gedaan van de projecten die bijdragen aan de doelen uit het Warmteprogramma. Het college kiest ervoor om deze halfjaarlijkse uitvoeringsagenda te verbreden naar de gehele Haarlemse energietransitie en niet alleen warmte. Zomer 2026 zal de eerste update van deze uitvoeringsagenda energietransitie aan de gemeenteraad worden aangeboden. c) Communicatie en participatie tijdens de uitvoering van het Warmteprogramma De overstap naar duurzame warmte is een traject dat ons als stad bindt: bewoners, ondernemers, woningcorporaties, bedrijven, buurtinitiatieven en de gemeente zetten samen stap voor stap de koers uit naar een aardgasvrij Haarlem.
Geen enkele partij kan dit alleen; juist door samenwerking en betrokkenheid boeken we vooruitgang. Iedere kleine stap – van isoleren tot het ontwikkelen van een uitvoeringsplan – draagt bij aan het gezamenlijke doel van een toekomstbestendige, betaalbare en duurzame stad. c.1) Gebiedsgerichte communicatie en participatie Zodra een buurt start met een Wijkwarmteplan, zet het college actieve communicatie en participatie in. Het College heeft in het Warmteprogramma aangegeven voor welke buurten van 2026 tot en met 2028 een Wijkwarmteplan gemaakt zal worden. De exacte programmering en clustering van buurten wordt na vaststelling verder uitgewerkt (integrale programmering). Het college start midden 2026 met de eerste Wijkwarmteplan-processen in de Archimedesbuurt & Erasmusbuurt (gebied van het warmtenet in Meerwijk), in de Zuiderpolder Noord & Zuiderpolder Zuid, De Krim (Te Zaanenkwartier), Schoterveenpolder en Kweektuinbuurt (Ter Kleefkwartier), Ramplaankwartier en Bloemenbuurt en Veldzigt (Duinwijk). Inwoners, corporaties en ondernemers in deze eerste buurten krijgen hierover een brief en worden vanaf dat moment betrokken, zodat wensen, vragen en zorgen meegenomen worden.
Het college voorziet in maatwerk per wijk met een aanpak die optimaal is afgestemd op het bewonersprofiel van de wijk, inspeelt op zorgen en behoeften en garandeert dat bewoners tijdig en volledig worden geïnformeerd. Tegelijkertijd krijgen bewoners en ondernemers de gelegenheid om actief mee te denken over oplossingen die passen bij hun wijk.
Kenmerk: 2025/714161
13/15
c.2) Stadsbrede communicatie en vertrouwen Naast de gebiedsgerichte aanpak is er een stadsbrede communicatielijn. Campagnes richten zich op energie besparen en worden toegespitst op specifieke doelgroepen, zoals kwetsbare Haarlemmers, huurders, ondernemers, VvE’s en bewoners van monumenten en erfgoed. Het college bouwt aan vertrouwen en zet in op een langdurige relatie met de stad. Onderdeel hiervan is het communiceren van voorbeelden van Haarlemmers die al succesvol zijn overgestapt op een duurzame energiebron. De transitie naar duurzame warmte is een proces van vele jaren; continuïteit en betrouwbaarheid in de communicatie zijn daarom essentieel. c.3) Handelingsperspectief voor bewoners Ook in buurten die voorlopig niet aan de beurt zijn, kunnen bewoners al stappen zetten. Isolatie, energiebesparing en het benutten van beschikbare regelingen dragen altijd bij. Zo kan iedere Haarlemmer zich, op eigen tempo, voorbereiden op een aardgasvrij Haarlem. 5.4 Planning Zienswijzen van de Raad vragen Met dit besluit wordt op basis van de zienswijzen uit de stad en ambtshalve wijzigingen het Warmteprogramma vastgesteld onder voorwaarden van de zienswijzen van de Raad via de zware voorhangprocedure. Met dit besluit wordt de Raad om zienswijzen gevraagd. Het college geeft een reactie op de zienswijze in de eerste collegevergadering van januari.
Vooruitlopend op de wetgeving gaat het college met de uitvoering aan de slag. De komende tijd ziet het proces er als volgt uit: • Ontvangen advies commissie mer: In januari geeft de commissie mer (Cie mer) advies over de PlanMER. Naar verwachting (zie paragraaf 4.2) geeft het advies van de commissie mer vooral verdere invulling aan uitvoering van het Warmteprogramma en moeten o.a. goed landen in Kavelplannen en Wijkwarmteplannen. De commissie Beheer wordt geïnformeerd over het advies van de Cie mer. • Samenwerkingsovereenkomst met Warmtebedrijf Haarlem: In het Warmteprogramma zijn de contouren van het Voorgenomen Warmtekavel vastgelegd en is aangegeven dat het college dit wil toewijzen aan Warmtebedrijf Haarlem. Dat kan formeel zodra de Wcw in werking is getreden (2027). Omdat het college voortvarend aan de slag wil gaan met Wijkwarmteplannen in het warmtenetgebied, richt het college de samenwerking (juridisch) zo in dat we werken in de geest van de Wcw. Daarvoor hebben we o.a. de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur (AVOI) en stellen we een Samenwerkingsovereenkomst met WBHa op. De WcW treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking. Het overgangsrecht bepaalt dat de WcW één op één van toepassing wordt
Kenmerk: 2025/714161
14/15
•
•
•
op de dan bestaande situatie, waarbij dus een warmtebedrijf waarmee op dat moment een overeenkomst geldt, of anderszins bestuurlijke en/of juridische stappen zijn ondernomen voor de realisatie van het warmtenet, wordt aangewezen voor een warmtekavel. De wijze waarop en binnen welke termijnen is afhankelijk van de dan bestaande situatie. Het is de bedoeling de Samenwerkingsovereenkomst met WBHa in Q 1 van 2026 aan het college voor te leggen. Deze overeenkomst is ook de basis voor andere afspraken tussen de gemeente en het warmtebedrijf waaronder maar niet uitsluitend over tarieven, afstemming en samenwerking, aansluitpercentages, voorinvesteringen, garantstellingen en de personele inrichting van het bedrijf. Informatienota Financiën Warmteprogramma: De financiële impact voor de komende coalitieperiode, met een doorkijk naar de kosten op de langere termijn, wordt door het College inzichtelijk gemaakt in een Informatienota voor de Raad (half maart). Daarmee zullen ook de financiële consequenties voor het begrotingsaldo inzichtelijk worden gemaakt ten behoeve van de integrale afweging die hierover in een volgende raadsperiode plaatsvindt. Voortgangsrapportage 2026: Om WBHa in 2026 stelling te brengen om als warmtebedrijf te fungeren voor Haarlem en het Warmteprogramma conform planning uit te voeren is er in 2026 een bedrag van € 1 – € 1,5 miljoen nodig.
In de Voortgangsrapportage 2026 zal aan de raad worden voorgelegd tussen €1 en € 1,5 miljoen budget vrij te maken voor de werkzaamheden die in dat jaar nodig zijn om de voortgang in de warmtetransitie mogelijk te maken. Hieronder valt ook een eerste verkenning van mogelijke voorfinanciering van het warmtenet bij herinrichtsprojecten en buurtaanpakken. Periodieke updates Warmteprogramma: In navolging van de updates Uitvoeringsagenda TVW zal het college de Raad periodiek meenemen in de voortgang van de uitvoering van de energietransitie. Te beginnen voor de zomer van 2026.
6. Bijlagen Bijlage 1 – Samenvatting Warmteprogramma 2026-2030 Bijlage 2 – Warmteprogramma 2026-2030 Bijlage 3 – Nota van beantwoording
Kenmerk: 2025/714161
15/15