Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting getekend
Tekst van het document
Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2022 De raad van de gemeente Haarlem;
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 november 2021; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2022.
Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied dat is gelegen in de Cronjéstraat/Julianapark zoals nader aangewezen en in rood aangegeven op de kaart in de bij deze
verordening behorende bijlage 1, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.
Artikel 3 Belastingplicht 1.
De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondiging wordt aangetroffen.
2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting voor een openbare
aankondiging, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon is gedaan in verband
met de verhuur of de verkoop van roerende en onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon. 3.
In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de reclamebelasting voor een openbare aankondiging die is aangebracht door tussenkomst van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van ten behoeve
van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op daartoe
beschikbaar gestelde oppervlakken, geheven van die natuurlijk persoon of rechtspersoon.
Artikel 4 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen:
a.
die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn aangebracht, getoond of vertoond in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden aangebracht, getoond of vertoond, die individueel korter
Reclamebelasting 2022
Pagina 1
dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen
gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn;
b.
die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen
worden aangemerkt; c.
die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;
d.
die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen of verenigingen zijn aangebracht en die een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen;
e.
aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of wijkorganen, waarbij het
reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag met naam van de winkeliersvereniging of het wijkorgaan;
f.
aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;
g. h.
die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde artikelen en producten in een etalage of in de winkel;
i.
bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen zaak;
j-
aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die
betrekking hebben op de functie van het gebouw; k.
die nostalgische uitingen aan de gevel zijn ouder dan 50 jaar en die geen relatie hebben met
de uitoefening van het bedrijf.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.
De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag per openbare aankondiging.
2.
Het tarief bedraagt per belastingjaar: € 620,00
3.
Voor de toepassing van dit artikel worden openbare aankondigingen die bij één bouwwerk of gedeelte daarvan behoren, aangemerkt als één openbare aankondiging. Indien meerdere bouwwerken of gedeelten daarvan naast elkaar zijn gelegen en tezamen worden gebruikt
door één belastingplichtige, worden de openbare aankondigingen die bij deze bouwwerken of gedeelten daarvan behoren voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als één openbare aankondiging.
4.
Openbare aankondigingen behoren in ieder geval tot één bouwwerk indien zij daarmee
fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt.
Artikel 6 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.
De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.
2.
Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de
belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.
Reclamebelasting 2022
Pagina 2
3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 8 Wijze van heffing 1.
De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.
2.
Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de
vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
reclamebelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 9 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2.
In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is
dan € 100,00 en minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel
van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moet de aanslag worden betaald in
negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand
volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds één maand later. 3.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde
termijnen.
Artikel 10 Overgangsrecht 4.
De Verordening reclamebelasting 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Reclamebelasting 2022
Pagina 3
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1.
2. 3. 4.
De 'Verordening Reclamebelasting Cronjé 2021' van 17 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening reclamebelasting 2022'.
Vastgesteld in de raadsvergadering d.d.
2021 de voorzitter.
Reclamebelasting 2022
Pagina 4
Bijlage 1 bij de Verordening reclamebelasting 2022 Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 2 van de Verordening reclamebelasting 2022, geldt het op onderstaande kaart gearceerde gedeelte.
rƒ
’n
7
Behoort bij raadsbesluit van d.d.
De gr ffie r v;
2 3 DEC 2021
;emeente Haarlem
Reclamebelasting 2022
Pagina 5