Verkenning opgaven WTG
Tekst van het document
Versterking van de kwaliteit van het Westelijk Tuinbouwgebied Verkenning van de opgaven
Gemeente Haarlem Gemeente Bloemendaal Provincie Noord-Holland Hoogheemraadschap van Rijnland Staatsbosbeheer PWN Nationaal Park Zuid-Kennemerland
10 oktober 2022
Inhoudsopgave 1 Inleiding......................................................................................................................................... 5 2 Kenschets gebied en beleid........................................................................................................... 6 3 Opgaven vanuit overheden en beheerders................................................................................. 18 4 Opgaven en wensen van gebruikers van het gebied................................................................... 24 5 Aandachtspunten voor de toekomst........................................................................................... 30 Bijlagen.............................................................................................................................................. 32 Geraadpleegde documenten............................................................................................................. 34 Colofon.............................................................................................................................................. 34
3
1 Inleiding Aanleiding Het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK) is een hoogwaardig en zeer gewaardeerd natuurgebied met intensief recreatief gebruik in de regio Haarlem. Het NPZK ziet een aantal ontwikkeling zoals klimaatverandering (langere droge perioden, meer intensieve regenbuien en hogere temperaturen) en toename van recreatie die hun effect zullen hebben op het NPZK maar ook op de omgeving. Deze opgaven kunnen het beste in samenhang met de omgeving worden aangepakt. Om de kwaliteit van het gebied ook in de toekomst te kunnen handhaven is een betere verbinding naar de omgeving voor landschap, natuur en recreatie nodig. De partners van het NPZK hebben hiervoor gezamenlijk in 2020 het projectplan Nationaal Park 2.0 ontwikkeld waarbij de uitvoering wordt ondersteund vanuit het ministerie van LNV. Onderdeel van het projectplan is het kwalitatief verbeteren van de binnenduinrand, het versterken van de landschappelijk verbinding tussen de duinen en het achterland en het versterken van de verbinding met de bewoners en bezoekers (NPZK, 2020). Het Westelijk Tuinbouwgebied ten westen van de stad Haarlem is één van de gebieden waar een kwalitatieve verbetering van landschap, natuur en recreatie wordt nagestreefd.
Op 18 augustus 2021 heeft op instigatie van de heer Henk Wijkhuisen als bestuurslid van de Stichting Ondersteuning Overlegorgaan van het NPZK een verkennend bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen het Nationaal Park, gemeente Haarlem en PWN. Hierin is het voorstel voor een integrale aanpak van het Westelijk Tuinbouwgebied besproken en positief beoordeeld. Hierbij is afgesproken om als eerste stap met alle betrokken partijen - waaronder overheden, beheerders, bewoners en ondernemers en belangenverenigingen - te overleggen om gezamenlijk tot een gewenste ontwikkelingsrichting en procesaanpak te komen. Deze notitie is hier de uitwerking van. Bij verdere planvorming is het raadzaam de bewoners, ondernemers en belangenverenigingen te betrekken en om de plannen en wensen af te stemmen op de gebruikers van het gebied.
Ligging gebied en context Het Westelijk Tuinbouwgebied (WTG) ligt direct ten westen van de stad Haarlem tussen de stad en de duinen. Het ligt op de strandvlakte, tussen de duinen en de strandwal van Haarlem en is onderdeel van het kustlandschap. Landschappelijk is het onderdeel van de binnenduinrand die gekenmerkt wordt door een hoogwaardig en afwisselend open-gesloten landschap met landgoederen, weides, bossen en tuinbouwgebieden met zichtlijnen. Het landschap is mede tot stand gekomen door generaties tuinbouwers die in het gebied aanwezig zijn, het landschap gevormd hebben en onderhouden. Het gebied heeft een hoge ecologische potentie en grote landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. De huidige waarde voor natuur, recreatie (toegankelijkheid en gebruik) en landschap blijven echter achter bij deze potentie. Om de landschappelijke waarden van het WTG te behouden wordt al jarenlang restrictief planologisch beleid gevoerd. Dit laat onverlet dat het gevaar van versnippering van het landschap, door het wegvallen van een deel van de agrarische functie, steeds aanwezig is en blijft.
Waarom dit plan van aanpak? Dit plan van aanpak is de eerste stap in het ontwikkelproces. Het is bedoeld om de belangrijkste opgaven in beeld te brengen en op hoofdlijnen een gezamenlijke ambitie te bepalen. Daarnaast wordt de procesaanpak voor de gebiedsontwikkeling beschreven. Dit alles is het vertrekpunt voor de partijen om gezamenlijk naar buiten te treden en de integrale gebiedsontwikkeling samen met partijen uit het gebied daadwerkelijk te starten.
1
Proces De volgende partijen zijn betrokken bij de eerste ronde van het opstellen van dit plan van aanpak: Gemeente Haarlem, Gemeente Bloemendaal, Nationaal Park Zuid-Kennemerland, Staatsbosbeheer, Provincie NoordHolland, Hoogheemraadschap Rijnland en PWN. De opgaven van overheden en beheerders zijn in beeld gebracht en vormen een eerste stap in de koerst voor de toekomst. In een tweede ronde zijn de randvoorwaarden en wensen voor de toekomst met een groot aantal belanghebbenden uit het gebied opgehaald. Er is gesproken met de volgende partijen (op alfabetische volgorde): DreefBeheer B.V./DekaMarkt, Hondenuitlaatservice Doggy Walker, Parochie Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen, Platform Groen, Stichting Tuin van Haarlem, Vereniging Belangengroep Agrarische Bedrijven Westelijk Tuinbouwgebied, Wijkraad Ramplaankwartier en Wij Telen Groente. De resultaten zoals beschreven in dit Plan van Aanpak zijn de uitkomst van de gesprekken gevoerd met bovenstaande partijen en vormen samen een integraal verhaal.
5
2 Kenschets gebied en beleid 2.1 Ontwikkeling in de tijd Onder invloed van wind en zee is gedurende duizenden jaren in het kustgebied een reeks duinen en strandwallen ontstaan met daartussen vochtige strandvlakten. Haarlem ligt op één van die strandwallen. Ten westen daarvan ligt op een strandvlakte het gebied wat nu het Westelijk Tuinbouwgebied heet. De Brouwersvaart en de Brouwerskolk zijn gegraven in de 16e eeuw om de Haarlemse brouwerijen te voorzien van schoon duinwater. De komst van blekerijen en de vervuiling van water die dat met zich meebracht zorgde ervoor dat de bierbrouwers verder westelijk water gingen winnen, o.a. in de Brouwerskolk, en dit per schip naar de stad Haarlem vervoerden. In de 17e eeuw wordt duinzand gewonnen voor stadsuitbreidingen in Amsterdam en Haarlem. Via de Marcelisvaart en de Brouwersvaart wordt het zand afgevoerd. Rijke kooplieden ontwikkelen in de binnenduinrand buitenplaatsen zoals Elswout en Duinlust, en worden rijker door het verkopen van zand. De vaarten worden ook gebruikt om bouwmaterialen voor deze buitenplaatsen aan te voeren. Groentetelers en later ook bollentelers vestigen zich in het gebied. In de 18e eeuw wordt de waterhuishouding steeds beter geregeld. Zo reguleren de eigenaren van Elswout de waterstand door aan de westkant van de Marcelisvaart een sluisje aan te leggen.
Doordat de binnenduinrand steeds intensiever bebost raakt door het planten van beuken, eiken en iepen krijgt het gebied zijn karakteristieke westrand. Daarnaast is de hagenstructuur als perceelgrens voor de tuinbouwpercelen karakteristiek.
1650: Elswout en de eerste vaarten
1850: ontwikkeling buitenplaatsen en tuinderijen
1900: spoor en verstedelijking
1960: bouwen in de strandvlakte
Er vinden in de loop van de 20e eeuw grote uitbreidingen van Haarlem plaats waardoor de strandvlakte steeds verder bebouwd raakt. Rond 1910 ontwikkelt gemeente Bloemendaal Tuindorp, dat uitgroeit tot het Ramplaankwartier. Het kenmerkende open karakter komt steeds verder onder druk te staan, mede door de aanleg van de Westelijke Randweg in 1958 en door verdere woningbouw. De verschuiving van bollen- naar bloementeelt en van productie naar handel maakt de bouw van grotere loodsen nodig. In de huidige situatie is de gebruiksaanspraak op het gebied groot. De verdergaande verstedelijking in de omgeving vergroot de groene recreatieve behoeften. Bedrijfsvoering van aanwezige agrariërs, natuur en landschapskwaliteiten staan, door deze verstedelijking, steeds verder onder druk. Versnippering van het gebied dreigt.
? 6
2000: van strandvlakte naar stadsrand
2040: toekomst Westelijk Tuinbouwgebied?
2.2 Huidige situatie Het gebied is halfopen, ingeklemd tussen de westelijke bebouwingsrand van Haarlem, buitenplaats Elswout, de achterkanten van de bebouwing aan de Zijlweg en de woonwijk en sportvelden aan de zuidzijde. In de huidige situatie is het deels tuinbouwgebied, er is een aantal recreatieondernemers en het is deels begrensd als natuurgebied. Op de kaart hiernaast zijn de belangrijkste kenmerken van het gebied afgebeeld. Landschap, cultuurhistorie en natuur De optrekkende verkaveling met smalle slootjes bepaalt grotendeels de indeling van het gebied. De Brouwersvaart en Marcelisvaart passen in dit patroon, zij verbinden de duinen met de stad. De open gebieden rond het Koepad en ten zuiden van de Marcelisvaart hebben ecologische waarden als kruidenrijke graslanden en potentieel ook vochtige hooiland afhankelijk van de kwaliteit van de bodem. Als uitloper van de binnenduinrand en aansluitend op Elswout zijn er restanten van de buitenplaatsen Duinvliet en Sandenhoef te vinden. Reliëfrijk, bebost en met een dicht padenstelsel. Ondernemers en maatschappelijke initiatieven Er zijn veel ondernemers in het gebied actief. Tussen de Marcelisvaart en de Vlaamseweg ligt het oude tuinbouwgebied waar agrarische ondernemers actief zijn en er o.a. een tennishal wordt geëxploiteerd die ook wordt gebruikt als vergaderlocatie voor de wijkraad, duurzame initiatieven en stemlokaal.
Ten noorden van de Vlaamseweg liggen DekaTuin en Wij Telen Groente. De laatste richten zich op lokaal geproduceerd voedsel en buurtparticipatie. Ook DekaTuin heeft plannen in deze richting en beide partijen zien samenwerkingsmogelijkheden. Ook zijn er verschillende voorzieningen in het gebied, zoals maneges, volkstuinen en horecagelegenheid zoals het Wapen van Kennemerland. Tenslotte zijn er verschillende maatschappelijke initiatieven actief, zoals Stichting Tuin van Haarlem en Platform Groen die zich hard maken voor de natuur en biodiversiteit in het gebied. Wonen, werken en recreatie Het Ramplaankwartier ligt als een woonenclave in het gebied, omgeven door groen met een agrarische bestemming. Het gebied is matig toegankelijk voor recreanten en matig dooraderd met recreatieve routes. Veel paden lopen dood. De druk op Sandenhoef en Duinvliet o.a. vanuit het Ramplaan kwartier en Haarlem zuidwest is daardoor groot, zeker door (loslopende) honden. De verwachting is dat de druk zal toenemen door woningbouw in Haarlem en daarmee ook de verschillende functies, zoals recreatie, wonen en hondenuitlaat verder met elkaar zullen concurreren. Gebied onder druk, veel ruimteclaims en versnippering In de huidige situatie is de gebruiksaanspraak op het gebied groot. De verdergaande verstedelijking in de omgeving vergroot de recreatieve behoefte.
Bedrijfsvoering van de aanwezige agrariërs en natuur- en landschapskwaliteiten staan steeds verder onder druk. Er ligt een belangrijke opgave om de charme en aantrekkingskracht van het gebied te behouden en niet verder te laten versnipperen.
2.3 Bestaand beleid en perspectieven De integrale ontwikkeling van het WTG heeft relatie met diverse bestaande beleidslijnen. We bespreken hier de belangrijkste, van regionaal naar lokaal. Metropoolregio Amsterdam, MRA In de metropoolregio Amsterdam wonen 2,5 miljoen inwoners, verdeeld over een groot aantal steden en dorpen. Dankzij de grote variëteit in woon- en werkmilieus is er ruimte voor iedere leefstijl in elke levensfase. De MRA is tegelijkertijd een van de belangrijkste economische motoren van Nederland, met 300.000 bedrijven en 1,5 miljoen banen. Dankzij de hoge leefkwaliteit en de gunstige economische positie oefent de MRA een grote aantrekkingskracht op mensen en bedrijven uit, in binnen- en buitenland. Tot 2050 wordt een groei in inwoners en banen verwacht. De komende jaren staat de Metropoolregio Amsterdam (MRA) ook voor grote opgaven. Er moeten veel woningen worden gebouwd en tegelijkertijd moet de overgang naar een duurzame energievoorziening worden gerealiseerd. Aanpassing aan klimaatverandering is nodig en beperking van de uitstoot van stikstof. Concreet heeft de MRA de volgende ambities voor zichzelf voor de komende 30 jaar geformuleerd (Verstedelijkingsconcept 2050, MRA 2021): 1. De hele metropoolregio profiteert van de groei; 2. Er zijn genoeg woon- en werkmilieus van goede kwaliteit; 3. We versterken diversiteit en verbondenheid in de economie; 4.
We brengen wonen en werken meer met elkaar in balans; 5. De MRA wordt beter bereikbaar en bereisbaar; 6. De regio biedt een gezonde leefomgeving; 7. We stoten minder broeikasgassen uit; 8. We versterken de kracht van ons gevarieerde landschap; 9. We richten de regio zo in dat die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering; 10. We vergroten de biodiversiteit. Met name de ambities ten aanzien van de gezonde leefomgeving (6), het gevarieerde landschap (8), klimaatadaptatie (9) en biodiversiteit (10) hebben relatie met de beoogde ontwikkelingen in het WTG.
Omgevingsvisie 2050, Provincie Noord-Holland Provincie Noord-Holland wil balans tussen economische groei en leefbaarheid en heeft een aantal ontwikkelprincipes beschreven, die ook gelden voor de ontwikkeling van het WTG: 1. Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap; 2. Nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief; 3. Versterken van het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem; 4. Natuurlijke processen zijn richtinggevend voor inrichting en beheer van nieuwe en bestaande natuurgebieden; 5. Om een robuust ecosysteem te realiseren worden verbindingen tussen natuurgebieden verbeterd en functies slim gepositioneerd.
MRA: wonen werken en recreeren bij kust en duin
Omgevingsverordening NH2020, Provincie Noord-Holland In de provinciale omgevingsverordening zijn de regels op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit , erfgoed, ruimte en water samengevoegd voor de Provincie Noord-Holland. Hierin staat opgenomen dat een deel van het WTG als NNN is begrensd, en een deel als Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) wordt gekenmerkt. De te beschermen landschappelijke kernkwaliteiten worden in het BPL verder uitgewerkt, waaronder het open karakter van het WTG. Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, Provincie Noord-Holland De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie geeft aanbevelingen voor het gebied in Zuid-Kennemerland. De overgang van de landschappen in binnenduinrand worden als zeer bijzonder aangegeven. Belangrijk is dat de continuïteit en herkenbaarheid van de verschillende landschapskarakteristieken behouden blijven. Ook ligt er een kans om het schone kwelwater zo lang mogelijk vast te houden in de strandvlakte. Het open landschap, de historische complexen zoals de buitenplaatsen en de bijbehorende zichtlijnen in het WTG moeten zo goed mogelijk behouden blijven.
10
11
Natura 2000, NNN en stikstofopgave, provincie Noord-Holland Het Natuurnetwerk (NNN) betreft de opgave om de natuurgebieden in Noord-Holland te versterken en beter met elkaar te verbinden. De inzet is hiermee de biodiversiteit in de gebieden voor de toekomst te behouden en versterken. De komende jaren zet de provincie Noord-Holland in op afronding van het Natuurnetwerk. In het projectgebied is er veel natuur die deel uitmaakt van het NNN die tezamen met andere groengebieden in de regio een ‘Nationaal Park Zuid-Kennemerland Nieuwe Stijl’ kunnen vormen. Het NP2.0 verbindt dan het duingebied met de recreatiegebieden, landgoederen en polders in de regio. In het gebied zijn ook diverse nieuwe NNN-gebieden geprogrammeerd. Deze gronden zijn grotendeels verworven maar nog niet ingericht (zie afbeelding Begrenzing NNN en Natura 2000). Een deel van het WTG is begrensd als Natura 2000-gebied. Hiervoor is een beheerplan vastgesteld, waarin beschreven staat welke activiteiten zijn toegestaan en welk beheer plaats moet vinden. Natura 2000 heeft externe werking, dat betekent dat ontwikkelingen alleen zijn toegestaan als aangetoond wordt dat deze geen significante effecten op de natuurdoelen hebben. Dat is ook van belang voorde stikstofopgave. De stikstofbelasting op Natura2000 gebieden dient te worden beperkt om de biodiversiteit in deze gebieden te kunnen handhaven.
Hiervoor is de Strategie Noord- Hollandse aanpak stikstofproblematiek 2021-2022 door het provinciebestuur (GS en PS) in mei 2021 vastgesteld. De provincie wil hiermee de stikstofuitstoot terugdringen; samen met gemeenten, natuurbeheerders, de landbouw, de bouw en de industrie, zowel in de provincie als geheel als gebiedsgericht. In het tweede spoor wordt er per gebied bekeken welke activiteiten stikstof uitstoten en hoe de stikstofneerslag aan te pakken.
Masterplan Biodiversiteit, Provincie Noord-Holland Om biodiversiteitsverlies tegen te gaan heeft Provincie Noord-Holland een masterplan opgesteld, waarbij in beeld wordt gebracht wat de provinciale bijdrage zal zijn voor de versterking van de biodiversiteit. Waar mogelijk wordt aangesloten op bestaand initiatieven vanuit de omgeving. De provincie neemt op de volgende vijf aspecten verantwoordelijkheid: 1. Versterking van de kwaliteit in natuurgebieden; 2. Versterken van de biodiversiteit in het landelijk en agrarisch gebied; 3. Versterken van de biodiversiteit in het bebouwd gebied en infranatuur; 4. Versterken biodiversiteit in en rond het water; 5. Beschermen kwetsbare soorten en bestrijden invasieve exoten.
Begrenzing NNN en Natura 2000
De ambities en opgaven worden per regio uitgewerkt in concrete projecten en gebiedsgerichte plannen. De verkenning van de opgaven en koers van het WTG kunnen hier goed als input voor dienen.
Voedselvisie, Provincie Noord-Holland De provincie streeft naar een schone en veilige productie van gezond, betaalbaar en smaakvol voedsel voor iedereen. Om dit te bereiken is het nodig dat alle partijen in de sector hieraan bijdragen. De opgave is van toepassing op het WTG door de eeuwenlange tuinbouwgeschiedenis. Er zijn verschillende innovatieve ondernemers in het gebied werkzaam die lokale voedselproductie verbinden aan sociale werkgelegenheid en recreatie in de buurt en hiermee als voorbeeld kunnen dienen. Regionale Energiestrategie (RES) Noord-Holland Zuid In de RES 1.0 is onderzocht waar wind- en zonne-energie in de regio mogelijk gemaakt kan worden en hoeveel energie de regio op zou kunnen wekken. Voor de Westelijke Randweg in het WTG ligt een opgave voor zon op geluidschermen. In de planvorming dient hier rekening mee te worden gehouden (zie afbeelding Regionale Energiestrategie (RES) Noord-Holland Zuid, Provincie Noord-Holland).
Regionale Energiestrategie (RES) Noord-Holland Zuid, Provincie Noord-Holland
12
13
Waterbeheerplan 6, Hoogheemraadschap Rijnland Het waterbeheerplan is opgebouwd met de volgende pijlers: waterveiligheid, voldoende water, schoon en gezond water, waterketen, duurzaam en circulair en klimaatadaptief. Deze pijlers zijn gebied specifiek uitgewerkt voor verschillende landschappen. De binnenduinrand wordt daarbij aangemerkt als zoetwaterparel. De binnenduinrand biedt volgens het waterbeheerplan kansen om de goede waterkwaliteit beter te benutten en het schone water te bufferen voor bijvoorbeeld drinkwaterwinning, natuurontwikkeling of zwemwater. Door het schone water te bufferen en te benutten, kunnen knelpunten als verdroging en achteruitgang van de waterkwaliteit verminderd worden. Omgevingsvisie 2045, gemeente Haarlem De omgevingsvisie speelt in op de grote opgaven rond verstedelijking, leefbaarheid en klimaatverandering. In de omgevingsvisie valt het WTG binnen het landschap van de binnenduinrand. Er wordt ingezet op (potentiële) ecologische verbindingen langs de Brouwersvaart, de Vlaamse weg en het Duinvlietpad. De versterking van de boezemstructuur (waar de Brouwersvaart deel van uitmaakt) als waterbuffer wordt genoemd, en ook de ambitie om de wateropgave zo veel mogelijk op eigen gebied tegemoet te treden. Belangrijk thema is bouwen aan een klimaatbestendige openbare ruimte die o.a.
groene en/of blauwe recreatiemogelijkheid biedt op loopafstand van elke woning (tien-minutennetwerk voor actieve mobiliteit). Icoonproject Ramplaankwartier wordt beschreven. De buurt heeft een spaargas- project opgestart met als doel een aardgasvrij aanbod voor alle wijkgenoten. Op het dak van de Fablo-tennishal liggen 1.300 zonnepanelen die de wijk van stroom voorzien. Waterbeheerplan, HH Rijnland
Ontwikkelperspectief Binnenduinrand, gemeente Haarlem De binnenduinrand is een hoogwaardig en zeer gewaardeerd gebied. Het prachtige afwisselende landschap van duinen, bossen, eeuwenoude buitenplaatsen en monumenten, groene villawijken, karaktervolle dorpen en kleinschalige agrarische gebieden kent zijn gelijk niet. Binnen de ruimere MRA staat het gebied bekend als een voortreffelijk woonmilieu (Gemeente Haarlem e.a., 2018). Deze landschappelijke kwaliteit is niet vanzelfsprekend en staat onder een steeds hogere druk, onder andere door een onzorgvuldige inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen, ruimteclaims voortvloeiend uit MRAopgaven en ontbrekende financieringsmogelijkheden. Tegelijkertijd is er een groeiend besef van het belang van behoud van biodiversiteit en goede en gezonde leefomgeving.
Omgevingsvisie 2045, gemeente Haarlem
Voor de binnenduinrand zijn de volgende ambities bepaald: • Recreatie: uitbreiden van het ‘verzorgingsgebied’ van de binnenduinrand naar de gehele MRA; • Ecologie: ontwikkelen van de groene oost-west verbindingen tot ecologische en recreatieve verbindingszones met het achterland; • Recreatie: optimaliseren van de verbindingen van de kust met het achterland, met name voor fiets en OV; • Water: tot stand brengen van een robuust watersysteem voor de Binnenduinrand; • Bereikbaarheid: optimaliseren van de verbindingen van de kust met het achterland en vervolmaken van het recreatieve netwerk; • Buitenplaatsen: versterken van karakter, belevingswaarde en recreatieve gebruikswaarde van buitenplaatsen; • Verstedelijking: behoud van openheid gaat vóór ontwikkeling (Gemeente Haarlem e.a., 2018). Concreet zijn er voor het WTG de volgende ambities opgenomen: • Landschap: openheid versterken en duurzaam waarborgen; • Landschap: de noordrand van het gebied (overgang naar de stad) kwalitatief verbeteren; • Recreatie: ommetjes vanuit de wijk creëren in combinatie met plaatselijk kwaliteitsverbetering landschap. Perspectief Binnenduinrand, gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede, Velzen en Zandvoort
14
15
Bestemmingsplan Binnenduinrand, gemeente Haarlem De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, het herstel en/ of de ontwikkeling van de landschappelijke waarden, recreatief medegebruik en de diverse vormen van bedrijvigheid bedrijven zoals tuinbouw, glastuinbouw, boomkwekerij, hoveniers. De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden en open landschap, met recreatief en educatief medegebruik en agrarisch medegebruik als grasland. De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bos. Het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden en landschappelijke waarden en recreatief medegebruik. Ecologisch Beleidsplan en ecologische verbindingen, gemeente Haarlem De gemeente Haarlem heeft in haar Ecologisch Beleidsplan aangegeven waar waardevolle natuur aanwezig is en welke ontwikkelingskansen er liggen in de huidige groenstructuur. Daarnaast is een beeld ontwikkeld van de noodzakelijk te versterken ecologische verbindingszones. Het is daarbij de inzet om de huidige groenstructuur ecologische optimaler in te richten en beheren (Gemeente Haarlem, 2019). In relatie tot het projectgebied zijn Duinvliet Nationaal Park Zuid-Kennemerland en de graslanden in Tuinbouwgebied-Zuid als zeer waardevol aangemerkt.
Daarnaast zijn de volgende ambities aangegeven: • Versterken natuurwaarde; • Versterken ecologische verbindingszones: Oost-west langs de Bouwersvaart de bebouwde kom in en noord-zuid ten westen van de randweg.
Perspectief Binnenduinrand, PWN De inzet van het perspectief is om de kwaliteit van drinkwater, natuur en recreatie voor de toekomst te behouden. Alle drie deze aspecten staan onder als gevolg van klimaatverandering, milieubelasting en intensief gebruik. Om de kwaliteit voor de toekomst te handhaven is verbetering van de kwaliteit van de binnenduinrand noodzakelijk. Een belangrijke ingreep is het herstel van de binnenduinrand als ‘spons’. In natte tijden kan het systeem water opnemen om het vervolgens in droge tijden beschikbaar te hebben voor diverse doeleinden. In Nationaal Park Zuid-Kennemerland liggen direct langs de duinzoom een aantal niet bebouwde hooi-/ weilanden die als waterbuffer zouden kunnen worden ontwikkeld.
N B
A
Bestemmingsplan Binnenduinrand, gemeente Haarlem (A= agrarisch, N = natuur, B = bos)
Een tweede belangrijk onderdeel van de waterstrategie is het vertragen en opvangen van het water van goede kwaliteit dat uit het duin in de binnenduinrand treedt. Het zo lang mogelijk schoonhouden van dit kalkrijke kwelwater om het in te kunnen zetten voor natuurontwikkeling en eventueel later als drinkwater, en niet te vermengen met het nutriënt-rijke en met bestrijdingsmiddelen vervuilde water uit het landbouw- en bollenareaal is onderdeel van een duurzame toekomststrategie. Het in de binnenduinrand tot stand brengen van een uitgebreid en divers recreatienetwerk met een keur aan bestemmingen, dat het duingebied, de stadsranden en de regionale recreatiegebieden verbindt en ontlast, staat in het hart van het perspectief voor recreatie en toerisme. Duinzoom en strandvlakte bieden een groot potentieel aan (toeristisch) recreatieve bestemmingen. Aantrekkelijke groene wandel- en fietsverbindingen tussen de bestemmingen die voeren langs wei- en hooilanden, landgoederen en vaarten vormen een routenetwerk dat de binnenduinrand omspant.
Ecologie gemeente Haarlem: overzicht hotspots, potentiegebieden en verbindingen
16
3 Opgaven vanuit overheden en beheerders 3.1 Opgaven in regionale context In de binnenduinrand liggen een aantal belangrijke opgaven voor de toekomst. Deze zijn met name gericht op water, bodem, natuur en recreatie. Deze spelen op meerdere locaties in de binnenduinrand en worden hier specifiek voor het WTG belicht. 1. Watersysteem en waterkwaliteit • Naar een klimaatadaptief watersysteem. Het klimaat verandert en leidt ertoe dat de temperatuur toeneemt, er vaker intensieve regenbuien zijn, er vaker langere droge perioden zullen optreden en grondwaterstanden in het duingebied zullen stijgen. Dit leidt potentieel tot grote schade door overstromingen dan wel verdroging. Hier moeten we op anticiperen door een klimaatadaptief watersysteem te ontwikkelen waarbij water wordt vastgehouden en er ruimte is voor het opvangen van water bij clusterbuien, infiltratie en afkoppelen van regenwater (HHRS van Rijnland, 2021). • Verbeteren waterkwaliteit. Een goede waterkwaliteit is de basis voor een gezond watersysteem. In de binnenduinrand is van nature kwelwater aanwezig wat zorgt voor een bijzonder habitat. Het is zaak het schone kwelwater niet te mengen met boezem/stedelijk water. In de WTG ligt een opgave om vanuit de Kaderrichtlijn Water de waterkwaliteit te verbeteren (HHRS van Rijnland, 2021). 2.
Natuurkwaliteit en duurzame energie • De kwaliteit van de natuur in de Natura2000 gebieden van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland staat onderdruk. Dit is mede een gevolg van verstoring, vermesting en verdroging (NPZK, 2020). Om de kwaliteit ook voor de toekomst te verbeteren, dan wel te handhaven, behoeft er enerzijds ingezet te worden op herstel van natuurlijke processen in de duingebieden en vermindering van verstoring; en anderzijds op versterken van de natuurkwaliteit in de binnenduinrand en het realiseren van ecologische verbindingen naar het achterland (Gemeente Haarlem 2018, 2019). • In het gebied zijn ook diverse nieuwe NNN-gebieden geprogrammeerd. Deze zijn nog niet allen verworven en ingericht. Er ligt nog een beperkte opgave. • Vermindering van stikstofbelasting op Natura 2000 gebieden. De belangrijkste stikstofbronnen in het gebied zijn industrie, autoverkeer en verwarmen van woningen. Provincie Noord-Holland werkt verder uit wat de doelen voor dit gebied zijn en hoe die gerealiseerd kunnen worden. • Opgave energietransitie. Ook in het WTG is de uitdaging om naar een klimaatneutrale samenleving te gaan. Verkeer, ondernemen en wonen zorgen voor CO2 uitstoot. 3. Landbouw & duurzaam voedselsysteem De landbouw heeft altijd een plek gehad in de binnenduinrand en bijgedragen aan de basis het landschap.
Als gevolg van ontwikkelingen in de markt en de maatschappij staat dit echter onder druk. Voor intensieve landbouw is er maar beperkt ruimte in de binnenduinrand gezien de beperkte omvang en kwetsbaarheid van dit landschapstype. Inzetten op landbouw als integraal onderdeel van het geheel met aanvullende waarde voor andere maatschappelijke functies is het meest kansrijk. 4. Landschap en cultuurhistorie Door het geheel aan ontwikkelingen staat de kwaliteit van het landschap, en die van buitenplaatsen, onder druk. Hierdoor dreigen de karakteristieke openheid, historische zichtlijnen en cultuurhistorische kenmerken te verminderen, dreigt het gebied te versnipperen, bovenmatig te slijten en het unieke karakter te verliezen. 5. Recreatie: omgaan met en anticiperen op recreatieve drukte Het recreatieve gebruik van het NP en andere groengebieden is zeer hoog. Als gevolg van toenemende verstedelijking en toerisme zal dit de komende jaren nog verder toenemen. Volgens de meest recente provinciale prognose groeit de bevolking van Noord-Holland van bijna 2,9 miljoen in 2021 naar bijna 3,4 miljoen in 2050. Op dit moment is er een probleem met de draagkracht van ongeveer 70% van de gebieden in Noord-Holland. De vraag naar groene recreatieruimte en de recreatieve druk neemt hiermee toe (Provincie Noord-Holland, 2022).
Specifiek voor het WTG geldt dat binnen de bebouwde kom van Haarlem nieuwe woongebieden worden ontwikkeld waardoor de recreatieve druk op het WTG zal toenemen. Het inzetten op het dicht bij huis kunnen recreëren, het verbeteren van de recreatieve kwaliteit van het WTG, het verbeteren van de toegankelijkheid en het verbeteren van de doorgaande recreatieve routes is in dit verband van groot belang. Duidelijk (honden)beleid en bebording van natuurgebieden draagt verder bij aan het goed in banen leiden van recreatie.
18
3.2 Concrete opgaven in het WTG IIn een aantal werksessies met de betrokken overheden en beheerders zijn de belangrijkste opgaven in beeld gebracht. De cijfers tussen haakjes zijn terug te vinden in de kaart. Deze opgaven zijn nog niet besproken met de gebruikers van het gebied, waaronder bedrijven, bewoners en eigenaren. In een later stadium zal in overleg met alle betrokken besproken moeten worden welke ambities haalbaar zijn, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de eisen en wensen van de gebruikers. Er zijn ook gesprekken gevoerd met de bewoners, bedrijven en eigenaren van het gebied. De resultaten hiervan zijn opgenomen in hoofdstuk 4. 1. Verbeteren watersysteem en waterkwaliteit • Vasthouden en optimaal benutten van het schone kwelwater voor versterking natuur en waterkwaliteit, bufferwerking, sponswerking en het minder belasten boezem bij piekbuien (13). • Verbeteren waterkwaliteit in het gebied en de Brouwersvaart door aanvoer van boezemwater uit de stad te beperken (KRW-opgave). Lichte stuwing vanuit Brouwerskolk hierbij benutten (14). Vervuild (landbouw) water scheiden van schoon kwelwater. • Verbeteren ecologische kwaliteit van het water door aanleg van natuurvriendelijke oevers (15). 2. Versterken natuurkwaliteit en duurzame energie • Versterking natuurwaarden o.a. door ontwikkelen kwelnatuur. • Verminderen drainerende werking op het duingebied.
• Verbeterde ecologische inrichting en beheer van de weilanden (10) als kruidenrijk grasland of vochtig hooiland. • Versterking van de ecologische verbindingszone met de omgeving. Twee belangrijke routes: o Via de Brouwersvaart (7) richting de stad. o Verbinding met stadsparken aan zuidzijde van Haarlem, via Pijlslaan en spoortalud (9). • Versterken van natuurkwaliteit van ‘voordeur tot duin’ door particulieren aan te moedigen om tuinen te vergroenen en natuurlijk beheer van openbaar groen, in combinatie met verdere aanmoediging en ontwikkeling van duurzame energie in het Ramplaankwartier en daarbuiten. • Beperken van de stikstofbelasting op de duinen. Beperken automobiliteit en verbeteren isolatie huizen Haarlem west. Vanuit agrarische sector is er vanuit enkele bronnen depositie van belang op het gebied. • Realiseren van een zachter overgang duinzoom – binnenduinrand. Kansrijke typen in open deel: bloemrijke graslanden/ duinbeek met poelen; langs de randen: rietkraag/ struweel/ coulissen van elzenof berkenbroekbos. • Herstel van de duinrellen¬ waar deze nog aanwezig zijn, met name de duinrellen langs de zuidwestzijde van het Duinvlietpad. 3. Landbouw & duurzaam voedselsysteem • Samen met ondernemers de mogelijkheden van de agrarische tuinbouwfunctie in het centrum van het gebied verkennen (14).
Samen met de ondernemers verkennen hoe de tuinbouwfunctie verbeterd kan worden. Inzet op het verminderen van bemesting en bestrijdingsmiddelen in het WTG. • Verder uitbouwen van een gezond, natuurinclusief en lokaal voedselsysteem. Een van de voorbeelden in het gebied is Wij Telen Groente. Zij hanteren een gezond productiesysteem met een positief effect op zowel de natuur als de omgeving (12). 4. Landschap & cultuurhistorie • Versterken van de cultuurhistorie van Duinvliet en Sandenhoef (3 en 4). Oude structuren in het landschap zijn nog goed zichtbaar in het terrein. Nader verkennen van de mogelijkheid van verbindingen tussen Elswout en Middenduin. • Betrekken van het gebied ten noorden van de Brouwersvaart (1). Onderdeel maken van het westelijk tuinbouwgebied, van de huidige rafelrand een helderdere stadsrand maken. • Inspelen op binnenstedelijke woningbouw (2). Goede recreatieve verbindingen naar het WTG vergroten de leefbaarheid van de Ontwikkelzone Zuid-West. • In stand houden van ‘landgoedbiotoop’ inclusief open karakter en zichtlijnen. • Voor zichzelf sprekende ruimtelijke organisatie; geen versnippering van de ruimte in kleine eenheden. 5. Recreatie: omgaan met en anticiperen op recreatieve drukte • Versterken van de recreatieve verbindingen van, naar en door het gebied en vergroten van het de recreatieve aantrekkelijkheid.
Het gaat hierbij om: o Bieden van een groen, recreatief interessant gebied zodat er minder mensen naar het NP gaan. o Ontlasten recreatiedruk Elswout en Duinvliet d.m.v. zonering; Ommetjes voor buurtbewoners uit Haarlem-west (11);
20
o Betere verbinding stad - NP Zuid-Kennemerland en station Overveen beter benutten als OVtoegangspoort (12); • Benadrukken van verbondenheid van stad en land. Het gebied toegankelijk maken voor bewoners uit de omgeving, rekening houdend met de natuur, privacy en bedrijfsvoering. Een eigentijdse inrichting met b.v. voedselbossen, moestuinen of pluktuinen en meer uitloopmogelijkheden en rondjes voor bijvoorbeeld hardlopers en trailrunners vergroten de aantrekkelijkheid. • Reguleren van de verkeersstromen rondom Elswout. Gemotoriseerd verkeer op de Elswoutweg kan beter gereguleerd worden, bijvoorbeeld door de snelheid te verminderen tot 30 km/uur. Daarnaast ligt er ook een uitdaging voor het veilig naast elkaar laten bestaan van racefietsers en voetgangers op het fietspad. • Verbeteren hondenuitloopgebieden en zonering. Duinvliet is op dit moment dé hondenuitlaatplek met daarbij ook overlast van hondenuitlaatservices, en er is de wens om de druk daar te verminderen (3) bijvoorbeeld door meer alternatieve routes te creëren.
5. Recreatieve routes en verblijfskwaliteiten ontwikkelen • Continuïteit van recreatieve beleving vanuit stad naar het NP en visa versa verbeteren; • Verbeterde recreatieve toegankelijkheid van het gebied en een betere recreatieve zonering met behoud van de huidige rust in het gebied voor mens en natuur; • Verbeteren korte recreatieve routes vanuit de bebouwde kom het gebied in; • Recreatieve aantrekkelijkheid WTG door het verbeteren en het benutten van kansen voor buitensport zonder dat wordt ingezet op grootschalige, intensieve recreatievormen • Hondenuitlaatlocaties beter regulieren en faciliteren. 6. Bewoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bouwen mee aan identiteit • Betrekken bewoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de uitwerking en realisatie van het project in een participatieve procesaanpak; • Eigenaarschap van onderdelen van het totale programma stimuleren.
3.3 Koers op hoofdlijnen De betrokken partijen willen de kwaliteit van de grote groene ruimte van het Westelijk Tuinbouwgebied behouden voor toekomstige generaties. Het is de ambitie de kwaliteit van het gebied te versterken en toekomstbestendig in te richten met de bestaande landschappelijke, cultuurhistorische, agrarische, natuurlijke en recreatieve kwaliteiten als vertrekpunt. De inzet voor het gebied is om een duurzame groene schakel tussen stad en duin te creëren. Een klimaatrobuust gebied dat als eenheid beheerd wordt, met ruimte voor lokale recreatie en waarbij de ondernemerskracht van betrokken partijen wordt benut. Als koers op hoofdlijnen zijn er een aantal ambities geformuleerd, elk vanuit een eigen invalshoek. Deze ambities zijn:
1. Duurzame en toekomstgerichte groene schakel tussen stad en duinen • Achtertuin van Haarlem West én voortuin NP Zuid-Kennemerland met een hoogwaardig landschap; • Duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn overkoepelende thema’s die op alle schaalniveaus doorklinken in de toekomstige ontwikkeling van het WTG; • Transitie van een van de stad afgescheiden gebied naar een naar natuurlijker en toegankelijker openbaar groengebied; • Transitie van opgeknipt en verdeeld naar eenheid en verbonden. 2. Een robuust watersysteem en veerkrachtige natuur vormen de klimaatadaptieve basis • Een klimaatadaptief, waterrijk gebied waar gebiedseigen water en regenwater wordt vastgehouden (‘spons’) voor alle functies en kwel wordt benut voor natuur. Daarnaast zorgt de klimaatadaptieve inrichting voor het vermijden van wateroverlast voor woningbouw, landbouw en infrastructuur; • Op basis van een goede waterkwaliteit, natuurvriendelijke oevers met gebiedseigen flora en fauna om de biodiversiteit te vergroten, natuurlijke processen stimuleren en extensief beheren; • Ramplaankwartier klimaatadaptief en natuurinclusief doorontwikkelen: samen met de wijk inzetten op afkoppelen regenwater, groene daken, infiltreren en vasthouden van regenwater in wadi’s en versterken natuur in de wijk.
1. Duurzame en toekomstgerichte groene schakel tussen stad en duinen
2. Robuust watersysteem en veerkrachtige natuur vormen de klimaatadaptieve basis
3.Landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit versterken
4. Recreatieve routes en verblijfskwaliteiten ontwikkelen
5. Ruimte voor ondernemers in samenhang met de omgeving
6. Bewoners, ondernemers en verenigingen bouwen mee aan identiteit
3. Landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit versterken • Versterken en terugbrengen van cultuurhistorische waarden en verbeteren van de kwaliteit van het landschap. Versterken van de landschappelijke eenheid van het WTG; • Heldere landschapsstructuur ontwikkelen: stevig landschappelijk raamwerk op basis van de opstrekkende verkaveling met spelregels en speelruimte; • Identiteit en structuur Duinvliet en Sandhoef verbeteren. 4. Ruimte voor ondernemerschap in samenhang met de omgeving • Ruimte behouden voor agrarische bedrijvigheid in het WTG waarbij versterkt de synergie wordt gezocht met het gebied om maatschappelijke meerwaarde te creëren; • Inzetten op benutten van het ‘tuinbouwgebied DNA’ van het gebied voor het door ontwikkelen van de identiteit (van dit deel) van het gebied); • Inzetten op landschap- en/of natuurinclusief ondernemen (landschap, natuur, milieu, recreatie) met meerwaarde voor het gebied met handhaving van een gezonde bedrijfsvoering.
22
23
4 Opgaven en wensen van gebruikers van het gebied Er is een groot aantal partijen betrokken bij het Westelijk Tuinbouwgebied. Variërend van bewoners van het Ramplaankwartier tot agrarische ondernemers en andere grondeigenaren, hondenuitlaatservices en belangenverenigingen. Een representatieve groep partijen is benaderd voor een open gesprek over de toekomst van het WTG. In het gesprek zijn de partijen gevraagd naar hun visie op de ontwikkeling van het gebied, de eigen behoeften, maar ook naar de overkoepelende belangen en de eventuele dilemma’s en aandachtspunten. Alle gesprekken zijn vastgelegd en ter herziening voorgelegd aan de geïnterviewden; en de opmerkingen zijn vervolgens nauwkeurig verwerkt. In dit hoofdstuk geven we de hoofdlijn weer uit de verschillende gesprekken. In de periode van 24 mei tot en met 10 juni 2022 hebben acht gesprekken plaatsgevonden. De volgende partijen hebben hun visie over het gebied gegeven (in alfabetische volgorde): • DreefBeheer B.V./DekaMarkt; • Hondenuitlaatservice Doggy Walker; • Parochie Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen; • Platform Groen Haarlem; • Stichting Tuin van Haarlem; • Vereniging Belangengroep Agrarische Bedrijven Westelijk Tuinbouwgebied; • Wijkraad Ramplaankwartier; • Wij Telen Groente. Uit de gesprekken komt een heldere lijn naar voren. Het WTG wordt gewaardeerd en veel partijen voelen zich betrokken bij het gebied.
Mensen zijn trots op het groene, open landschap, de rijke tuinbouwhistorie en de ligging tussen het National Park Zuid-Kennemerland en de stad Haarlem. Daarnaast zijn er knelpunten te benoemen tussen de verschillende opgaven die er in het gebied te vinden zijn; zoals landbouw, recreatie en het te realiseren type natuur. Het merendeel van de partijen ziet de oplossing in het verbinden van de verschillende opgaven, in combinatie met een heldere visie op het gebied. Uiteraard zijn er verschillen tussen de partijen. De belangrijkste conclusies worden hieronder op hoofdlijnen per thema weergegeven. Daarna worden de wensen en opgaven per deelgebied behandeld (zie ook kaart). In de laatste alinea worden de dilemma’s en aandachtsgebieden weergegeven.
1. Verbeteren watersysteem en waterkwaliteit De geïnterviewde partijen zien twee belangrijke opgaven met betrekking tot water in het gebied: het verbeteren van de waterkwaliteit en het klimaatadaptief inrichten het gebied. Voor het eerste is het van belang dat het aquatische milieu verbeterd wordt. Dit kan onder andere door het aanleggen van poelen of open water en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, maar ook door het tegengaan van vermesting van het WTG en inspoeling van bestrijdingsmiddelen uit de landbouw. Daarnaast is goed beheer van de sloten en de oevers noodzakelijk. Het klimaatadaptief inrichten van het gebied is nodig om om te gaan met meer intensieve regenbuien en langere droge perioden. Dit kan door meer ruimte voor (regen)water te maken, het water vast te houden en het grondwater te voeden. Hiermee wordt wateroverlast voor woningbouw, landbouw en infrastructuur voorkomen; en het risico van droogteschade voor landbouw en natuur verminderd. Het is hierbij wel van belang dat de overige functies van het gebied geen last ondervinden van het verhoogde waterpeil. 2. Versterken natuurkwaliteit Veel partijen zien mogelijkheden om de natuurwaarden van het gebied te verbeteren, met behoud van het unieke open, groene karakter en de historische structuur en met inachtneming van de woon-, werk- en recreatiefunctie.
In het weidegebied kan de kwelpotentie (opwellend grondwater) van het gebied worden benut voor versterking van flora en fauna. Tevens kan de natuurkwaliteit versterkt worden door de aanleg van goed in het landschap passende beplanting, bijvoorbeeld door herstel van het oude heggenpatroon; en door extensief beheer. Belangrijk is dat de openheid van het gebied niet in het geding komt. Daarnaast zijn er kansen om de natuur in Haarlem te verbinden met de natuur in de binnenduinrand en het Nationale Park aan de westkant van het WTG. De kwaliteit van het bestaande duin- en bosgebied wordt versterkt door verbetering van de natuurwaarden van het WTG.
24
25
3. Landbouw & duurzaam voedselsysteem De tuinbouwhistorie van het gebied wordt door velen gewaardeerd en past ook in de toekomst voor veel partijen in het gebied. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest past minder in dit plaatje. De visie is om de agrarische bestemming te behouden. Agrarische bedrijven beheren het land al eeuwenlang en geven op hun grond de kans om initiatieven op te zetten zoals lokale productie van voedsel. Een wens is om deze activiteiten verder uit te bouwen voor bewoners, met verbrede verdienmodellen met maatschappelijke meerwaarde voor de stad. 4. Landschap & cultuurhistorie Veel partijen waarderen het open, groene karakter en de cultuurhistorische kenmerken van het gebied en vinden het belangrijk dat deze bewaard blijven en versterkt worden. Het WTG is een mooi open gebied aan de rand van oude buitenplaatsen met een unieke geschiedenis van o.a. tuinders en kassen. Versterking van de landschappelijke eenheid is hierbij van belang. 5. Recreatie Het WTG en de omgeving bieden ruimte voor beleving van natuur en landschap dicht bij huis, mits dit de natuurontwikkeling niet verstoord en rust en ruimte voor fauna behouden blijft. Er is ruimte voor het creëren van recreatieve ommetjes en kleinschalige wandelpaden, zoals een rondje vanuit het Wapen van Kennemerland maar ook in het gebied achter De Blinkert - Kennemerhart.
Tevens is er een kans voor versterking van recreatiemogelijkheden rond bestaande clusters, bijvoorbeeld de tennishal. De hoeveelheid recreatie die het gebied aankan is wel een punt van aandacht. Er wordt aandacht gevraagd voor het respecteren van de privacy van grondbezitters. Een ander aandachtspunt is de communicatie over de verschillende functies van gebieden in het WTG en duidelijk aan te geven waar er gewandeld of gefietst mag worden. Dit geldt ook voor het uitlaten van honden. Duidelijke richtlijnen over de hoeveelheid honden en losloopplekken kunnen frustratie voorkomen. Zorg hierbij ook voor ommetjes voor honden aan de lijn en richt een klein gebied in als intensieve hondenspeelplek om de druk op andere gebieden te verminderen.
T en noorden van de Vlaamse weg liggen DekaTuin en Wij Telen Groente. Beide partijen zien samenwerkingsmogelijkheden en een toekomst voor lokaal geproduceerd, gezond en biologisch voedsel, in combinatie met buurtparticipatie, horeca en educatie. Het hele gebied tussen de Brouwersvaart en de Vlaamseweg heeft de potentie om een open en biologisch stadslandbouwgebied te worden met toevoeging van natuurwaarden in en rondom het gebied. Daarnaast biedt het gebied ruimte voor educatie voor een gebruik door scholen. Het gebied biedt de mogelijkheid voor een ommetje vanuit het bejaardentehuis in het Ramplaankwartier. De kruising van de Vlaamseweg met de N208 kan groener en veiliger gemaakt worden;
De deelgebieden
et gebied ten noorden van de Brouwersvaart heeft veel potentie voor versterking van de natuur en het H landschap. Een belangrijke kwaliteit is de openheid van het gebied, het oude slotenpatroon, de rust en de donkerte. Het aquatische milieu kan gestimuleerd worden door het aanleggen van bredere sloten, natuurlijke oevers, poelen/waterpartijen. Bloemrijk grasland past tevens mooi in het gebied. Het gebied behoort behouden te blijven als open, stil en donker gebied, met ruimte voor recreatie. Wel verdient het aanbeveling de wandel- en fietsfunctie van elkaar te scheiden. Er ligt een kans voor een recreatief wandelpad tussen Brouwersvaart, Overveen en de duinen.
26
T ussen de Vlaamseweg en Marcelisvaart ligt in het oude tuinbouwgebied een gebied waar nog veel ondernemers actief zijn en o.a. een tennishal exploiteren. Er worden snijbloemen en vaste planten geteeld en bollen verpakt, vervoerd en verkocht. Het gebied bevat naast de tennisbaan ook kassen, een volkstuincomplex en een meditatietuin. De ondernemers zien kansen om de buurt nog meer te betrekken en de sportfuncties uit te breiden en te combineren met educatie, duurzame energie en natuurlijk tuinieren. Het gebied kan beperkt openbaar gemaakt worden voor de buurt – in zorgvuldige afstemming met de ondernemers - en landschappelijk met goede gepositioneerde houtwallen en laanbomen groener worden ingericht. De visie voor het gebied is het handhaven en versterken van gezonde en duurzame bedrijvigheid met een versterkte maatschappelijke functie in een groene setting.
27
Het Ramplaankwartier is een duurzame, vooruitstrevende wijk. Er zijn extra mogelijkheden om de verbinding tussen woonwijk en natuur te versterken; en om het gebied klimaatadaptiever te maken. Dit kan door het planten van extra groen in de tuin, het weghalen van tegels en het afkoppelen van het regenwater waardoor het infiltreert in de grond.
e inrichting van het weidegebied (incl. NNN-gebied) biedt de kans om kwelnatuur weer terug te brengen en kan D gebruikt worden om water op te slaan (sponswerking). Er zijn meerdere strategieën om de kwelnatuur weer terug te brengen, waaronder het maaiveld verlagen, het dempen van sloten of het aanleggen van dammen en het proces van natuurlijke verlanding te stimuleren. Hier dient goed onderzoek naar gedaan te worden. Tevens kan het oude heggenen hagenpatroon hersteld worden om de natuur te versterken. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het open karakter van het gebied. Zo ontstaan er meer overgangen tussen beplanting, ruigten en gras, en daarmee voor meer planten en dierensoorten een geschikt habitat. Voor behoud en herstel van het weidegebied is het van belang dat er ingezet wordt op de vermindering van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Er valt dus snel veel winst te behalen voor de natuur, met een open uitstraling en ruimte voor lokale recreatie zonder de natuur te verstoren. Het gebied biedt de mogelijkheid om het recreatief te verbinden met Elswout en een betere verbinding te maken met het Ramplaankwartier. Om de Elswoutweg beter te integreren in het landschap en minder verstorend te laten werken voor het Ramplaankwartier, is het voorstel de snelheid te verminderen tot 30 km/uur.
Tevens kan het gebied beter worden aangesloten op Duinvliet waardoor het toegankelijker wordt voor het publiek.
e buitenplaats Duinvliet is een prachtig Natura 2000-gebied met een rijke cultuurhistorie. D Het is een gebied waar veel wandelaars en recreanten gebruik van maken. Aandachtspunten zijn verbetering van ecologisch bosbeheer en het beter faciliteren en concentreren van hondenuitlaat. Dit kan door zonering aan te brengen, een kleine speelgelegenheid te faciliteren voor de honden, en afvalbakken en duidelijke bewegwijzering te plaatsen.
28
29
5 Aandachtspunten voor de toekomst Vanuit overheden en beheerders wordt ingezet op een integrale en participatieve aanpak. Voorstellen voor het vervolg worden in een separaat document verder ontwikkeld om tot een integraal gebiedsplan te komen. De genoemde koers voor de toekomst en de opgaven en wensen van de gebruikers zijn daarbij het uitgangspunt. Uit de gesprekken met de gebruikers van het gebied zijn een aantal aandachtpunten naar voren gekomen, waar in het vervolg van het proces rekening mee dient te worden gehouden. Goed om te zien dat er veel overeenstemming is met de punten die door de overheden en beheerders zijn genoemd: • Er wordt veel gesproken over de geschiedenis en het behouden en herstellen van de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken. Sommige partijen zijn bijvoorbeeld voorstander van het terugbrengen van het oude heggen- en hagenpatroon in het NNN-gebied, andere voor het behoud van de open landschapsstructuur. De aannames hiervoor verschillen per partij en per persoon. Een goed uitgangspunt en eerste stap is het maken van een analyse om het cultuurhistorische uitgangspunt te bepalen. • Voor het verhogen van het waterpeil en het versterken van de kwelnatuur is onderzoek nodig naar de ecohydrologische potenties voor natuur en de mogelijke effecten op andere functies.
In een aantal varianten kunnen deze beschouwd worden en worden meegenomen in de planvorming. • Een ander aandachtspunt is de toekomstvisie van de landbouw in het WTG. Het verdient aanbeveling om samen met de agrarische ondernemers een toekomstvisie te ontwikkelen voor de bedrijvigheid in het gebied in relatie tot de omgeving. Hierbij kunnen kansen voor verbreding van het bedrijfsmodel worden meegenomen. • Ook liggen er mogelijkheden voor de samenwerking tussen agrarische ondernemers en natuurbeheerders. Ondernemers kunnen het natuurbeheer uitvoeren en de afzet van reststromen tot biomassa verwerken. Het verkennen van verdere kansen is een interessant aandachtspunt voor de toekomst. • Belangrijk hierbij is om eutrofiering in het WTG zoveel mogelijk tegen te gaan om de kwetsbare delen van het gebied, zoals het weidegebied, zo goed mogelijk te beschermen. Het gaat hierbij niet alleen om kunstmest, maar om alle soorten bemesting. Dit moet ook meegenomen worden in de toekomstvisie in goed overleg met de ondernemers. • De intensiteit van recreatie in het WTG is een discussiepunt.
In hoeverre is het wenselijk om recreatie in het gebied te stimuleren? Op welke schaal kan dit en hoe kan dit het best worden vormgegeven naast de andere opgaven die er spelen? • Er wordt veel belang gehecht aan het openhouden van het gebied en het creëren van ommetjes, maar ook aan de privacy van de grondeigenaren. Het is belangrijk om hier zorgvuldig mee om te gaan. • Het ontsluitingsvraagstuk verdiend verdere aandacht. Hoe ga je met het autoverkeer om, ook in relatie met vermindering van stikstof? Een optie is om de capaciteit van de regionale weg te beperken. Er is gesproken over het mogelijk apart ontsluiten van het agrarische cluster, dit zal verder onderzocht en besproken moeten worden. Hoewel veel partijen het op veel punten eens zijn, zorgen sommige onderwerpen voor frictie en is er op bovenstaande onderwerpen sprake van tegengestelde belangen. Dit kan in het komende gebiedsproces voor vertraging zorgen. Het op tijd betrekken van alle partijen, open communicatie, transparantie, een onpartijdige facilitator en een uitgebreid participatieproces kunnen hierin ondersteunen.
30
Bijlagen
1
1
Geraadpleegde documenten Gemeente Haarlem e.a., 2018. Ontwikkelperspectief Binnenduinrand. Gedeelde Weelde. Samenwerking van de gemeenten Haarlem, Bloemendaal, Haarlemmerliede & Spaarnwoude, Heemstede, Velsen, Zandvoort; en de provincie Noord–Holland. Gemeente Haarlem, 2021. Ecologisch Beleidsplan, deel 2: uitwerking van een robuust ecologisch netwerk. Houtskoolschets. Gemeente Haarlem, 2019. Ecologisch Beleidsplan. deel 2: uitwerking van een robuust ecologisch netwerk. Gemeente Haarlem 2017. Bestemmingsplan Binnenduinrand. HHRS van Rijnland, 2021. Waterbeheerprogramma. Water wijst de weg. MRA, 2021. Verstedelijkingsconcept Metropoolregio Amsterdam 2050. Noord-Hollandse Energie Regio, 2022. Regionale Energiestrategie 1.0 Noord-Holland Zuid NPZK, 2020. Op weg naar een toekomstbestendig Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Projectplan nationaal Park Zuid-Kennemerland. Ten behoeve van LNV-subsidie Kwaliteitsimpuls Nationale Parken. Provincie Noord-Holland, 2018. Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Provincie Noord-Holland, 2018. Omgevingsvisie NH2050. Provincie Noord-Holland, 2020. Bijzonder Provinciaal Landschap. Provincie Noord-Holland, 2021. Voedselvisie. Provincie Noord-Holland, 2021. Masterplan Biodiversiteit. Provincie Noord-Holland, 2022. Omgevingsverordening NH2020. Provincie Noord-Holland, 2022. Programma Natuurnetwerk 2022. Provincie Noord-Holland, 2022.
Studie recreatie. PWN, 2021. Perspectief op de binnenduinrand 2040.
Colofon Samenwerkende gebiedspartijen Gemeente Haarlem Gemeente Bloemendaal Provincie Noord-Holland Hoogheemraadschap van Rijnland Staatsbosbeheer Nationaal Park Zuid-Kennemerland PWN NPZK 2022 i.s.m. Matthijs Willemsen Landschapsarchitect
34
1