Transcript Vragenuur 11.01.2024
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN VRAGENUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 11 januari 2024 1.
Vragen voor het vragenuur De voorzitter: Beste allen, welkom allemaal bij het eerste vragen halfuur van 2024. We zijn nog in afwachting van een aantal collegeleden en ook een aantal vragenstellers, dus we beginnen wat anders dan de volgorde die op de website staat. Maar ik zou willen voorstellen om te beginnen met de vraag van Jouw Haarlem, mevrouw Scholten over de problemen met het leerlingenvervoer. Als u zover bent, dan heeft u wat mij betreft het woord. Gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. Ik pak hem er heel even bij, want ik zat bovenaan de agenda. We piepen weer. Onlangs is de nieuwe Verordening leerlingenvervoer vastgesteld. Er zou hierdoor een betere dienstverlening voor het leerlingenvervoer gerealiseerd worden. Jouw Haarlem heeft van de week echter klachten ontvangen, niet één, over het functioneren van het leerlingenvervoer. Zo werd bijvoorbeeld een leerling die naar de school voor dove- en slechthorende kinderen cluster 2 in Amsterdam moest vergeten op te halen. Ook niet één keer deze week, maar meerdere keren. Het was ook de afgelopen maanden al de zoveelste keer. Contact met de vervoerder bleek niet mogelijk. Jouw Haarlem wil daar graag de volgende vragen over stellen.
Is het college op de hoogte van deze problemen? Onderkent het college ook de ernst van deze problemen voor heel kwetsbare kinderen die heel structuurbehoeftig zijn? En zo ja, wat gaat het college ondernemen om de problemen bij het leerlingenvervoer op te lossen? En zo nee, waarom niet? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. Ook dank voor de vragen. Collega Van Loenen zal zo meteen denk ik ook wel iets daarover zeggen op de vraag van de ChristenUnie. Want zoals u weet, RegioRijder doet zowel Wmo-vervoer als leerlingvervoer. Ik zal even specifiek ingaan op de vraag over het leerlingenvervoer. Ja, wij zijn als college op de hoogte van de problemen bij de opstart van leerlingenvervoer van begin dit jaar. Voor de duidelijkheid, het heeft geen relatie met de door uw vastgestelde verordening. De problematiek vloeit voort uit de overgang naar nieuwe regiecentrale, een wijziging bij de vervoerders na de aanbesteding die vorig jaar gedaan is en die per 1 januari van dit jaar is ingegaan. In de eerste week, dus in de schoolvakantie, liep het Wmo-vervoer over het algemeen redelijk goed, maar deze week, waarin het leerlingenvervoer is opgestart na de vakantie, zijn de prestaties heel slecht geweest, met name de dinsdag.
Als gevolg van problemen in de informatie-uitwisseling tussen de planning en vervoerders zijn kinderen niet of te laat gehaald of gebracht. Als gevolg hiervan waren de callcenters van RegioRijder overbelast, waardoor ouders en ook Wmo-reizigers geen of moeilijk contact konden krijgen. Dus dat ze ook geen contact krijgen, dat herkennen wij helaas ook. Op de dag zelf en de dagen daarna is hard gewerkt aan verbetering in het systeem, waardoor het vervoer op woensdag gelukkig een stuk beter is gegaan. Er wordt gewerkt aan de stabiliteit de komende weken en er wordt stap voor stap gewerkt aan verbetering, totdat de prestaties op gewenst niveau zijn. Uw tweede vraag was, onderkent het college de ernst van deze problemen? Ja, zeer. Dit is echt zoiets waar je gewoon na de start van het nieuwejaar buikpijn van krijgt, waar collega Van Loenen en ik ook intensief contact over hebben gehad met zowel de ouders die zich bij ons hebben gemeld, dus die zijn ook door de medewerkers door ons gesproken, als met de collega's in de regio met wie we dit samen doen. Want voor ons staat als college boven alles dat Haarlemse kinderen en natuurlijk kinderen die naar Haarlemse scholen gaan, dat deze kwetsbare doelgroep geen vervoersproblemen zouden mogen ondervinden. Dit veroorzaakt onzekerheid bij leerlingen, bij ouders en ook bij de scholen en alle mensen op de scholen.
Dus wij zitten er samen bovenop om deze
1
problemen onder controle te krijgen en het leerlingenvervoer weer naar behoren te laten functioneren. Dan was uw derde vraag, wat gaat het college ondernemen? Zoals al gezegd, met de ouders waarvan wij weten dat zij in de problemen zijn gekomen, is er contact geweest. Sowieso door RegioRijder, maar ook, als het bij ons is gemeld, ook door ons. En er is intensief contact met RegioRijder en de vervoerscentrale om de uitvoering van het leerlingenvervoer weer op niveau te krijgen. Uit de laatste berichten lijkt dat het vandaag en gisteren weer de goede kant op was, maar dinsdag was echt een dag zoals je dat op dit dossier niet wil meemaken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. U had een vervolgvraag van mevrouw Scholten. Ik zie ook van de heer Visser, maar eerst mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Dank u wel. Waaruit bestaan concreet die oplossingen? Want ik zie ze op dit moment namelijk niet zo. Wethouder Van Leeuwen: Dat gaat echt over de systematiek hoe zij werken. Dus dat kan collega Van Loenen zo meteen beantwoorden, want dat zit ook meer in vragen van … Of nu? Wethouder Van Loenen: Laten we dat meteen doen dan. Dus wat er echt misging op dinsdag, was echt een fout in het systeem. Dus chauffeurs kregen ritten niet door, waardoor dus mensen niet zijn opgehaald bijvoorbeeld.
Vervolgens is er dus voor woensdag weer naar het normale systeem, om het even zo te zeggen, overgeschakeld. Dat heeft dus echt wel grote positieve resultaten gehad. Dus we hebben die cijfers ook inmiddels gezien voor de woensdag. Ook vandaag inderdaad zijn het veel betere resultaten gelukkig. Dat komt ook omdat … Dus het is enerzijds die overgang naar de regiecentrale. Dan neem ik ook even de vraag van de ChristenUnie mee. De overgang met de nieuwe contractaanbieders van drie naar twee partijen. We hebben gezien dus dat de derde partij die dus niet gegund is, de latende partij, die heeft niet hun chauffeurs over laten gaan naar de nieuwe partijen. Dat betekent dus dat er andere chauffeurs gezocht moesten worden. Er is inmiddels bijgeschakeld dus door een vervoerder en daarom zijn er dus ook meer chauffeurs beschikbaar. Dus dat is ook waarom er concreet … Waarom je dus nu op woensdag en ook gelukkig vandaag veel betere resultaten ziet. Je ziet ook nog wel drukte op de telefooncentrale. Dat is nog best ingewikkeld, want mensen bellen natuurlijk nu ook nog steeds ook vanuit zorg. Dat snap ik ook. We zien dus wel dat die wachttijd gemiddeld al een stuk is afgenomen gelukkig. Alleen die is ook nog niet op het niveau waar die moet zijn.
Ik moet wel zeggen, dit is natuurlijk, wat mijn collega Van Leeuwen ook al zei, in de eerste week ging het relatief goed eigenlijk met het Wmo-vervoer. Deze week met leerlingenvervoer, Wmo-vervoer samen maandag en dinsdag dus ronduit slecht. Het is natuurlijk een contract voor vijf tot negen jaar. Het is ook een systeem, een nieuw systeem waar op zich wel van voorzien was dat het natuurlijk wat minder zou gaan, alleen maandag en dinsdag onacceptabel slecht. Je ziet dus wel dat er nog echt wel even wat tijd nodig is de komende weken om het helemaal goed te krijgen. De voorzitter: Dank u wel. Dan had de ChristenUnie, mijnheer Visser, u had ook een vervolgvraag en u had misschien ook nog uw eigen vraag. Die kan dan misschien in één keer mee. De heer Visser: De meeste vragen zijn al beantwoord. Die wachttijden, bij mij waren de meldingen geloof ik ook al van vorige week toen het leerlingenvervoer er niet was, dat mensen echt drie kwartier in de wacht stonden. Dus graag toch daar nog aandacht voor, want drie kwartier wachten om iemand aan de lijn te krijgen, dat is gewoon onacceptabel. Kan de wethouder ons over enige tijd, een week of twee, drie of zo, informeren over wat dan de wachttijden zijn, of die dan weer op normaal niveau zijn? En een tweede vraag is, die aantal vervoerders, we zijn teruggegaan van drie maar twee vervoerders, stel nou, die twee vervoerders kunnen niet
2
leveren, kan de wethouder dan de regiecentrale verplichten om dan toch een niet-gecontracteerde vervoerder in te zetten? Of kan een vervoerder zeggen, ik heb geen chauffeurs, helaas, jammer dan. Volgens ons moet je dan de regiecentrale verplichten om buiten het contract om andere vervoerders in te zetten. Is de wethouder het daarmee eens? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Loenen. Wethouder Van Loenen: Ten eerste zullen we komen ook met een raadsinformatiebrief volgende week, waarin we dit zetten nog eens even rustig, maar ook wat meer zullen zeggen over de resultaten. Want u zegt ook van, ik zou wat willen weten ook over de wachttijden, et cetera. Ik denk dat het goed is om daarna ook nog verdere opvolging te doen. Dan moeten we even kijken wat praktisch het meest slim is. Dus helemaal eens. Die van drie naar twee, dat klopt. Dus dat is ook eigenlijk wat er gebeurd is. De regiecentrale heeft dus ook een andere vervoerder erbij geschakeld. Dat kan ook voor langere tijd en dat zal ook voor langere tijd gebeuren, tot we echt meer zekerheid hebben over dat de twee vervoerders het zelf kunnen leveren. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik dat de collegeleden nu allemaal aanwezig zijn en de vraagstellers ook. Dan wil ik beginnen met de eerste vraag van de Actiepartij, de heer Van Leeuwen, over het vuurwerkverbod. De heer Van Leeuwen: Dank u wel.
Bij de eerste vraag merk ik op dat er ook technische vragen uitstaan die misschien wat meer duiding geven op de vraag die we willen stellen. Als eerste, burgemeester, college, bent u het met Actiepartij eens dat het handhaven van het lokale afsteek-/vuurwerkverbod eigenlijk totaal kansloos is gebleken? Ten tweede, is de burgemeester het met Actiepartij eens dat een landelijk verkoopverbod voor consumentenvuurwerk beter werkt dan, en daarmee mist een belangrijk woord, dan alleen een lokaal afsteekverbod? Dus boven op een lokaal afsteekverbod. Tot slot, is de burgemeester bereid namens de gemeente om in Den Haag bij het ministerie, maar misschien ook bij de informateur, het verzoek in te dienen werk te maken van een landelijk vuurwerkverbod, -verkoopverbod en adequate handhavingsmiddelen om dit te kunnen handhaven in Haarlem? De voorzitter: Dank u wel. Burgemeester Wienen. Burgemeester Wienen: Dank u wel. Ik denk dat de handhaving, dat wisten we van tevoren en dat is ook gebleken, praktisch nauwelijks te doen is. Een enkele keer kan de politie optreden, maar over het algemeen lukt dat niet. Is een landelijk verkoopverbod voor consumentenvuurwerk beter dan een lokaal afsteekverbod? Ik weet niet of hier bewust gekozen is voor andere woorden. Landelijk verkoopverbod en lokaal afsteekverbod. Dan zou ik zeggen, dan zou ik ook een landelijk afsteekverbod veronderstellen.
Maar u legt wel een verband wat heel erg belangrijk is. Ik denk dat een van de redenen waarom het niet goed lukt om te handhaven, dat is, er mag wel worden verkocht. Dus je kunt ook in Haarlem en in andere steden waar een afsteekverbod gold het wel gewoon kopen. Je kunt het ook gewoon bij je hebben. Je kunt 's avonds met een tas vol met vuurwerk lopen en dat is gewoon toegestaan. Die twee aspecten zijn wel heel erg relevant voor handhaving. Dus ik zou als eerste antwoord geven, ik denk dat als het lukt en mogelijk is om een verkoopverbod te krijgen en een meedraagverbod in die gemeenten waarin een afsteekverbod geldt, dan denk ik dat de handhavingspositie van politie en boa's al heel anders wordt dan die nu is. Het meest consequent en het meest effectief is ongetwijfeld als dat voor het hele land geldt. Dan kom ik bij de derde en misschien ook wel meest cruciale vraag, bent u bereid om dat te bepleiten? Wij hebben regelmatig discussies hierover met het kabinet, met verschillende verbanden. Daarin heb ik ook gezegd dat ik denk dat het goed is als er een vuurwerkverbod gaat komen. Dus die positie wordt al ingenomen. Maar als u vraagt van, moeten wij daar nu heel actief ook naar buiten toe mee de boer op, dan zou ik dat eigenlijk adviseren om niet te doen.
3
Wij zitten in Nederland in een klimaat waarin in de eerste plaats het politieke draagvlak op dit moment niet zo heel erg groot is. Dan kan je zeggen, maar dan kan je het wel bepleiten. Maar vervolgens in een klimaat in Nederland waarbij het gevoel is dat, ik zeg het maar gewoon zoals je het in de media ook terug kunt vinden, de linkse Randstad de rest van het land zijn normen wil opleggen. Ik vind het veel effectiever dat de VNG namens alle gemeenten dit soort pleidooien houdt. Dat gebeurt en dat ondersteunen we ook. En om zelf vooral te vragen om, geef ons nou de instrumenten om consequent te zijn en niet alleen een lokaal afsteekverbod te hebben, maar dan ook een verkoopverbod en een meedraagverbod van vuurwerk. Ondertussen loopt de discussie verder over een landelijk verbod en dat komt, ben ik van overtuigd, vanzelf onze kant op. Maar ik denk dat wij meer effectief en vruchtbaar opereren, als het niet zozeer iets is waarvan het gevoel bestaat, dat is het gedram van bepaalde grotere steden in het westen van het land, maar als het breder vanuit de samenleving wordt bepleit. Dus het liefst samen met anderen. De voorzitter: Dank u wel voor deze antwoorden. Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ik begrijp sowieso het spoor van VNG.
Maar wat u nu zegt, burgemeester, is dat niet eigenlijk zeggen dat, zolang dit politieke klimaat in het land bestaat, we eigenlijk aansturen op volgend jaar dezelfde situatie in Haarlem, waarbij we toeschouwer zijn naar onze eigen verboden en geboden die we in onze stad willen en ook politiek hebben bevochten om dat met elkaar voor elkaar te krijgen? Burgemeester Wienen: Nee, eerlijk gezegd denk ik dat het andersom is. Ik denk echt dat, als wij met grote woorden zeggen van, er moet een landelijk verbod komen, dat we volgend jaar gewoon dezelfde situatie hebben. Terwijl als wij nu aan de ene kant dat pleidooi laten bij degenen die daar breder steun voor kunnen krijgen en zelf op aandringen van, wees nou consequent, het is toch belachelijk om wel een afsteekverbod lokaal te geven en ondertussen kan er gewoon verkocht worden? Dus geef ons nou gewoon de instrumenten om het ook goed te handhaven. Dat gesprek is aanzienlijk kansrijker, dat wij volgend jaar of een volgend jaar inderdaad meer instrumenten krijgen om effectief te handhaven. De voorzitter: Dank u wel. Er was ook nog een vervolgvraag van de heer Aynan van Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. U had het over consequent, effectief en vruchtbaar. Volgens ons dienen dit soort dingen op Europees niveau geregeld te worden. Dat is nog veel effectiever.
Bent u ook bereid om dat bij de VNG op tafel te leggen? De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Wienen: Het vraagstuk van de verkrijgbaarheid en het via post en verzending halen van vuurwerk uit het buitenland is een van de grote problemen waar we mee zitten. Dus ik denk dat dat zeker ook aan de orde komt in die discussie die we voeren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Raadt, u heeft ook een vervolgvraag of heeft u gelijk uw eigen vraag? De heer Van den Raadt: Ik had eerst nog een vervolgvraag. Ik hoor dat het meeste vuurwerk in China gemaakt wordt. Bent u ook bereid om naar China te gaan om daar te pleiten voor een vuurwerkverbod? De voorzitter: Burgemeester Wienen, een zakenreisje naar China misschien?
4
Burgemeester Wienen: Ik zou dat eerlijk gezegd de raad niet aanbevelen, omdat ik dat een niet efficiënt gebruik van gemeentelijke middelen zou vinden. Ik vind het wel een leuke vraag. Maar goed, alle gekheid op een stokje. Ik denk niet dat we daar veel invloed op hebben, dus dat lijkt me nu niet de aangewezen actie. De voorzitter: Dank u wel. Dan komen we toe aan uw eigen vraag, mijnheer Van den Raadt, Trots Haarlem. Ook over het vuurwerkverbod. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Voorzitter, dank u wel. Ik merk dat we twee vragen in één kwartier doen, dus het gaat prima met de tijd. Burgemeester Wienen was tegen het lokale vuurwerkverbod. We zien inderdaad dat onze burgemeester deskundig was op dat onderwerp, want het vuurwerkverbod werkt niet. Gaat het college nu de logische stap zetten om het lokale verbod terug te draaien en dat advies aan de raad te sturen, of gaat het college nu de landelijke regering om meer politie, wijkagenten en meer budget voor het werven van handhavers vragen om het te kunnen handhaven? En zo nee, waarom denkt het college dat een lokaal verbod dan ooit zal werken? Dank u. De voorzitter: Burgemeester Wienen. Burgemeester Wienen: Ik denk dat ik feitelijk al antwoord gegeven heb, want ik denk dat u wel de vinger bij de zere plek legt. Maar de oplossingen, die of, of, dat is volgens mij niet de richting.
De richting is dat wij van het Rijk vragen om een aantal maatregelen, die effectieve handhaving wel mogelijk maken. Een paar extra politieof wijkagenten gaat ons op dit punt niet helpen. Maar een verkoopverbod lokaal en een verbod om vuurwerk bij je te hebben, dat gaat ons in de handhaving zeker wel helpen. Dus dat is de discussie die wij in ieder geval zouden willen voeren. De voorzitter: Dank u wel. Dat levert nog een vervolgvraag op. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Eén vervolgvraag, want dan wordt er weer gesteld dat als er iets anders gaat gebeuren, dat we het wel effectief kunnen handhaven. Toen dit vuurwerkverbod kwam, toen was een van de argumenten, als we straks een vuurwerkverbod hebben, dan is het duidelijk dat als er ergens een knal is, dat dat verboden is. Dus daar kan meteen op gehandhaafd worden en die mensen kunnen dan gepakt worden. Met terugwerkende kracht, ziet u nou eigenlijk dat dat eigenlijk een nuttig argument was en dat dat ook geholpen heeft? Zijn er inderdaad mensen opgepakt die vuurwerk hebben afgestoken voor de tijd dat het mocht of na de tijd dat het mocht? Is daar een evaluatie van? De voorzitter: Dank u wel. Burgemeester Wienen. Burgemeester Wienen: Nou vond ik dat u zo mooi begon met uw vragen, door aan te geven van hoe ik toen in de richting van de raad heb gereageerd. Eigenlijk wil ik daarnaar verwijzen.
Ik heb nooit gezegd van dat het makkelijker te handhaven is. Ik heb gezegd, dit is nauwelijks te handhaven in de huidige situatie. Dat blijkt dus ook zo te zijn. Kleine correctie voor de mensen thuis. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt: Kleine correctie voor de mensen thuis. Ik heb ook niet gezegd dat de burgemeester dat zei, maar dat argument werd toen op de tafel geworpen dat dat nu allemaal goed zou komen. Gelukkig was de burgemeester inderdaad helder dat dat ook nergens op sloeg.
5
De voorzitter: Goed. Dan gaan we daarmee door naar de volgende vraag van Jouw Haarlem. Ik denk de heer Aynan, over de voorlichting referendum. Gaat uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. We lezen in de informatiebrief dat er 20.000 euro gereserveerd is voor voorlichting over het referendum, zowel voor online als offline. Dat is hartstikke goed natuurlijk. Maar daar hebben we wel een aantal vragen over. Want eigenlijk is het referendum, dat hebben we gezien toen we erover stemden, het college hield zich volledig afzijdig en zei, het is jullie ding. Dus de vraag, is het college het met Jouw Haarlem eens dat het referendum een aangelegenheid is van de gemeenteraad en nu natuurlijk ook van de Haarlemmers? En zo ja, is het college het met ons eens dat de inhoud van de in te zetten off- en online kanalen voor het referendum vooraf ook in ieder geval door de gemeenteraad geaccordeerd … Dat we in ieder geval in gekend worden over wat er in die flyers en de informatiekanalen komt te staan? Zo nee, dan horen we graag waarom niet. Maar we gaan uit van een ja natuurlijk. De voorzitter: Dank u wel. Burgemeester Wienen. Burgemeester Wienen: Ik denk in de eerste plaats dat het referendum, nadat de raad een verordening heeft vastgesteld, een instrument is van burgers. Dus daar … U zei dat uiteindelijk ook en daar ben ik het ook mee eens.
Het besluit om een referendum te houden is een bevoegdheid van de raad. Daar heeft het college zich dus ook terughoudend bij opgesteld en daar heeft de raad uiteindelijk haar verantwoordelijkheid ook genomen en een besluit genomen. Volgt daaruit dan dat ook alle volgende stappen aan de raad zijn? Dat denk ik zelf niet. Ik denk dat de verordening niet voor niks voor de fase die nu is aangetreden zegt dat het college verantwoordelijk is om dat te organiseren. Dat doet niet de raad, maar dat moet het college doen. Dat de referendumcommissie een rol heeft in het toetsen, bekijken, adviseren rond de communicatie en dat de politiek nu even niet in deze politieke arena die zaken verder bespreekt, maar dat dat het op straat met de burgers, uitleggen waar je staat, eventueel de burgers oproepen tot iets, volgens mij heeft de raad op dit punt zijn werk nu gedaan en is het niet de bedoeling … En ik moet ook eerlijk zeggen, volgens mij zou u dat ook met me eens kunnen zijn van, wat gaat dat nou opleveren? Als het waar is dat de raad daar inhoudelijk verschillend inzit, en dat weten we, dan krijgen we allemaal discussies. U weet zelfs wat de uitslag van die discussies uiteindelijk is, als je kijkt naar getalsmatige verhoudingen. Volgens mij is nou juist het mooie dat we zeggen, de raad is aan de beurt geweest. Die heeft een inhoudelijke discussie gevoerd.
Die heeft het besluit genomen om een referendum te houden. We hebben een referendumcommissie die ons adviseert en een college die de taak heeft niet om nu de bevolking te gaan vertellen hoe ze moeten stemmen, want daar gaan ze zelf over en daar gaat u eventueel campagne voor voeren, maar het college heeft de verantwoordelijkheid om te zorgen dat er zorgvuldige informatie wordt verstrekt aan de burgers. Volgens mij is dat ook de manier waarop het moet. De voorzitter: Dank u wel. Dat levert nog een vervolgvraag op. Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel. Het mooie is dat die getalsmatige verhoudingen juist veranderen. Dat hebben we gezien. Eerst tegen het referendum, nu voor. Maar even een klein vervolgvraagje, voorzitter. De referen… De onafhankelijke referendumcommissie die wordt dan wel echt betrokken en die geeft akkoord over wat er in de flyers komt te staan. Burgemeester Wienen: Nee, die wordt betrokken en die brengt advies uit. Dat weegt zwaar, maar het is niet zo dat wij onze verantwoordelijkheden allemaal hebben afgelegd en dat de zaken in de stad worden overgenomen door de referendumcommissie. Maar u heeft helemaal gelijk, het wordt voorgelegd, dus die
6
zien ook die communicatiezaken. Als ze daar dingen inzien van, dit lijkt heel onhandig, dan maken ze daar opmerkingen over en dan gaan we dat verwerken. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik de volgende vraag van Trots Haarlem, mijnheer Van den Raadt, over de hoge maandelijkse lasten. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Dank u, voorzitter. Het leven wordt steeds duurder. Voor een grotere groep bewoners is het bijna onbetaalbaar geworden. Dit betekent vaak dat men gaat bezuinigen op de extra's, bijvoorbeeld het lidmaatschap van een sportclub. Dit terwijl de overheid in het IZA, Integraal Zorgakkoord in de gemeente in het GALA juist hoopt dat mensen gezond eten en meer bewegen. Vraag één, hoe staat het college ten opzichte van het, even kijken, in plaats van een maandelijks lidmaatschap, dat Haarlemmers ook bijvoorbeeld per les of per activiteit kunnen betalen om te sporten, zodat in ieder geval af en toe nog een verbinding is tussen de sport en de Haarlemmer en ze niet definitief hoeven te afhaken wegens het maandelijks lidmaatschap wat onbetaalbaar is geworden? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner. Ik zou zeggen, doe het allemaal bij elkaar. Wethouder Roduner: Het waren een hele hoop vragen. Eén vraag had u over het kaartje. Ik zal die maar beantwoorden.
In principe … Laten we zo zeggen, wat we in ieder geval doen natuurlijk voor de mensen met een echt laag inkomen via de minimaregeling, is dat we ook tegemoetkoming hebben in de sporten, sportkosten, via het Jeugd Sport- en Cultuurfonds, maar ook voor ouderen. Als je kijkt naar de dingen waar we dan wat rechtstreeks overgaan, bijvoorbeeld de zwembaden, daar kun je gewoon een kaartje per keer kopen. Maar ik denk niet dat wij als stad gaan over hoe sportclubs, commerciële sportclubs, hun bedrijfsmodel hebben. Ik denk niet dat we daar iets van vinden. Het is mooi dat het kan. Als andere mensen andere manieren vinden omdat ze juist mensen willen binden aan hun sportverenigingen, wat we vaker ook langs hebben zien komen, is dat natuurlijk ook een hele goede manier. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar de volgende vraag van de Partij van de Arbeid over de externe inhuur leraren. Ik denk mevrouw Bastiaans. Aan u het woord. De heer Aynan: Ik was nog niet helemaal klaar. Ik dacht, ik doe die vraag apart omdat ik die ook apart had ingediend. Maar de rest … Of ik doe die straks, twee tot en met vijf. De voorzitter: Doe dan twee tot met vijf nu, want dat is logischer dan om het later te doen. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. De wethouder maakte al een mooi bruggetje om weer te zeggen dat het voor de mensen met de minima allemaal goed geregeld is.
Maar het trieste nieuws bereikt ons natuurlijk dat het artikel bij maxvandaag.nl, waar ze dat onderzocht hebben, dat als je 1000 euro bruto verdient, je maar 393 euro netto ervan overhoudt en dat daar vooral de mensen met iets meer dan modaal inkomen de klos zijn. Heeft u dit artikel gelezen? Vraag drie, voelt het college zich nu extra schuldig, nu ze ook nog de lokale lasten met weer meer dan inflatie hebben verhoogd? Vraag vier, is het bereid om de groepen met de hoogste belastingdruk tegemoet te komen en hoe gaat het college dat dan doen? En is het in dit kader gewenst de lasten nog hoger te maken door gereguleerd betaald parkeren in te voeren of zou u tenminste uitstel kunnen overwegen, getuigen het feit dat uw college zegt altijd rekening te houden met de hele bevolking? De voorzitter: Wethouder Roduner.
7
Wethouder Roduner: Een hele hoop vragen bij elkaar. Misschien goed, volgens mij heeft u het onderzoek niet helemaal goed geïnterpreteerd. Het gaat, want ik heb het er even bij gepakt, het gaat over … Dus de belastingdruk waarnaar u verwijst, gaat over de groep die minimaal 45.000 euro verdient en dan over het deel tussen de 45.000 euro en ongeveer 6000 euro, dat is … Over dat deel is het marginale belastingdruk. Maar dan moet je bij rekenen dat vanaf … Tot de eerste 18.000 euro, 18.000 bijna 19.000 euro, dat daar maar 5 procent belasting over betaald wordt. Dus ik denk dat het goed is om even te nuanceren dat niet over alle 60 procent belasting wordt betaald, maar dat het over een klein deel gaat en dat je dus gemiddeld veel lager uitkomt. Ik denk in onze … We proberen in onze lastenontwikkeling … Hebben we ook afgelopen jaren proberen terughoudend de inflatie door te berekenen. Dat kon niet helemaal, want wij worden ook geconfronteerd met de hoge inflatie. Ik denk wel dat we als gemeente een hele hoop belangrijke voorzieningen hebben, schoolgebouwen, openbare ruimte, de uitkeringen, de goede zorg die we met elkaar leveren, die we ook belangrijk vinden om overeind te houden. Ten aanzien van parkeren, zeg ik als wethouder Financiën altijd, voor niks gaat de zon op. Dus ook de perceptie dat parkeerplekken nu gratis zijn, is denk ik ook niet helemaal waar.
Als wethouder RO zeg ik altijd, geef mij tien lege parkeerplekken en daar kan ik een mooi complexje met tien sociale huurwoningen van bouwen. Dat heeft dus ook een waarde. Maar ik denk dat we moeten kijken hoe we dat ook op een eerlijke manier doen. Volgens mij, het voorstel wat er ligt, doet daar een poging toe. Een deel van de stad, denk ik ook altijd goed om te realiseren, is al gereguleerd, daar betalen inwoners ook aan het gebruik van die openbare ruimte door daar hun privéauto op te stallen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu eindelijk door naar de vraag van de Partij van de Arbeid over de externe inhuur leraren. Mevrouw Bastiaans. Mevrouw Bastiaans: Dank u wel, voorzitter. Deze week was in het nieuws dat het geld dat scholen uitgeven aan een huur van flexkrachten de afgelopen jaren fors is toegenomen. De vraag … En dat blijkt uit de trendrapportage Arbeidsmarkt voor het onderwijs. De PvdA heeft vraag aan het college of dat in Haarlem ook het geval is, of het ook zo fors is toegenomen. Een tweede vraag is, is er bij alle scholen een pool van flexibele docenten? Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. Dank voor de vragen. Allereerst, wij delen de zorg. We hebben geen volledig zicht op de situatie in Haarlem. Dat is natuurlijk allereerst een taak van de schoolbesturen zelf.
De openbare schoolbestuurders, daar kent u de verslagen van, net als ik ze ken, want die bespreken we in de raadscommissie. Er is bij een aantal VO-besturen wel sprake van meer inzet van extra personeel van inhuur of anderszins. Daarom, en dat doe ik al wat langer, bevraag ik de schoolbestuurders ook actief of een schoolbestuur overstijgende flexpool voor deze regio wellicht een mooie kans zou zijn, dat je dus inderdaad het niet eens per school doet, maar schoolbestuur-overstijgend. Dat hebben zij natuurlijk in overweging, als dan de wethouder van onderwijs zoiets aan hen suggereert. Dan is er bij alle scholen een pool van flexibele docenten. Voor zover bij ons bij de gemeente bekend, maken niet alle VO-scholen gebruik van pools. Datzelfde groot voor PO-scholen, want er zijn natuurlijk ook nog scholen bij die niet onder groot schoolbestuur vallen. Maar zoals gezegd, het is allereerst aan de schoolbesturen. Maar het is wel zo'n dossier van het karakter, ik ga er niet over, maar ik vind er wel wat van. Dat doen we dus ook. De voorzitter: Dank u wel. U heeft nog een vervolgvraag. Gaat uw gang. Mevrouw Bastiaans: Dank u wel voor uw beantwoording. Dus ik begrijp dat u wel al de vragen heeft uitstaan voor een overkoepelende pool de schoolbesturen overstijgend. Dat klopt?
8
De voorzitter: Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Ik kan het nog wat duidelijker zeggen. Ik heb al vaker gezegd, hoe mooi zou het zijn als we een schoolbestuur-overstijgende flexpool hebben voor deze hele regio, zodat het ook gewoon heel duidelijk is dat het voor docenten die niet voltijd willen werken of maar een deel van het jaar willen werken, dat je bij die flexpool aan kan sluiten? Hoe mooi zou dat zijn als je dat op de arbeidsmarkt kan aanbieden? En hoe mooi kan het ook zijn dat je dat dus inderdaad niet via een extern bureau hoeft te doen, maar dat de schoolbesturen het gezamenlijk doen? Dus die suggestie heb ik inderdaad aan verschillende bestuurders regelmatig gedaan. Mevrouw Bastiaans: Maar wie is er dus nog niet. Is daar wel zicht op? Sorry, voorzitter. De voorzitter: Voor nu is het … U heeft een vervolgvraag gesteld en anders moet het op een andere manier, denk ik. Want het is inmiddels ook al 17:00 uur. Dat doet mij een beetje pijn voor alle andere goede vragenstellers, maar die kunnen we nu niet behandelen. Het positieve nieuws is dat we volgende week alweer een nieuw vragenhalfuur hebben. Dan kunt u deze vragen opnieuw indienen. U heeft wat, mevrouw Scholten? Mevrouw Scholten: Ik heb even een soort punt van orde. Wij hadden nog een vraag ingediend, namelijk over de spullen van de wijkraden die zo meteen over zouden moeten naar de wijkplatforms.
Toen krijgen wij technische beantwoording. Maar zonder ons akkoord, hij stond gister nog op het lijstje en is er nu toch af. Maar dat was wat ons betreft niet helemaal de bedoeling, want niet al onze vragen zijn behandeld. Dus graag weer op de lijst. De voorzitter: Dank u wel. Voor de volgende keer. Dan eindig ik hiermee het vragenhalfuur. Dank voor uw komst en fijne avond.
9