CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 27.02.2025

gemeenteraad 27 februari 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Opening en mededelingen26.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

14 alinea's met “vreemd”: 2 94 158 159 161 162 165 166 173 177 178 186 190 191

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 27 februari 2025 1.

Opening en mededelingen De voorzitter: Dames en heren, leden van de raad, wilt u gaan zitten, de gesprekken staken? Dan kunnen wij de vergadering beginnen. Ik open de vergadering en ik moet u melden dat mevrouw Moedt, mevrouw en Verhoeff afwezig zijn. Ik geloof dat het daarbij blijft. Heeft de heer Blokpoel ook een mededeling? De heer Blokpoel: Een mededeling vanuit de raad, burgemeester, want uiteindelijk gaan we stemmen over moties vreemd en ook over een motie vreemd rondom het Spaarne Gasthuis, motie 12.5. Daarom zal ons fractielid mevrouw Van de Sanden de zaal verlaten, omdat zij werkzaam is bij het ziekenhuis. De voorzitter: Ja, begrijp ik. Helder.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt 2, het vaststellen van de agenda. Jouw Haarlem heeft gevraagd om het agendapunt 7, geactualiseerde integratie beleidsvisie Armoede en Schulden ‘In Haarlem meer kansen voor financieel kwetsbaren’ 2025-2028 tot bespreekpunt te maken, omdat ze daar moties voor wil indienen of heeft ingediend. Forum voor Democratie verzoekt tot opwaardering van agendapunt 8, afronden initiatieffase en vaststellen uitgangspunten ontwikkeling Stationsgebied, ook in verband met een motie. Dan passen we de agenda daarop aan. Voor de rest is die dan vastgesteld.

3.

Ingekomen stukken De voorzitter: De ingekomen stukken zijn geen opmerkingen bij binnengekomen, dus die handelen we af zoals voorgesteld.

4.

Vaststellen besluitenlijst raadsvergadering 30 januari 2025 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4, de besluitenlijst van de raadsvergadering van 30 januari 2025. Er zijn ook geen opmerkingen op binnengekomen. Dus die stellen wij vast.

5.

Kadernota 2026-2023 Cocensus zienswijze raad

6.

Ingekomen stukken De voorzitter: Dan gaan we naar de hamerstukken punt 5 en 6 en die stellen we ook vast.

7.

Geactualiseerde integrale beleidsvisie Armoede en Schulden ‘In Haarlem meer kansen voor financieel kwetsbaren’ 2025-2028 De voorzitter: Dan komen we bij de bespreekpunten, want beide hamerstukken met stemverklaring zijn bespreekpunt geworden. En dan is aan de orde agendapunt 7, de geactualiseerde integrale beleidsvisie Armoede en Schulden ‘In Haarlem meer kansen voor financieel kwetsbaren’ 2025-2028. Het verzoek om op te waarderen komt van Jouw Haarlem, dus ik kijk even wie daar het woord voert. Mevrouw Scholten.

1

Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. Bij de begroting hebben wij voorgesteld om de 3 miljoen van de gelden voor de energietoeslag voor minima te reserveren. En dat is toen niet gebeurd. In Haarlem komen behoorlijk veel gezinnen echt met moeite rond en dat is wat ons betreft niet altijd nodig. Laten we de gelden die naar de algemene reserve zijn gegaan en die bedoeld waren voor minima, daar inzetten waar ze verschil maken voor minima en daarom hebben wij de volgende drie moties. 7.02 Motie verdubbel het budget voor het A-dossier Kinderarmoede Mevrouw Scholten: Verdubbel, het budget voor de aanpak van kinderarmoede. We vragen het college om een voorstel uit te werken waarin het budget voor de aanpak kinderarmoede wordt verdubbeld. De benodigde 330.000 euro hiervoor dus te dekken uit die algemene reserve. De gemeenteraad voor de Kadernota van 2026 te informeren over de uitvoering. De voorzitter: Gaat u door. Mevrouw Scholten: Dubbel de tegemoetkoming in schoolkosten. De voorzitter: Even wachten. U was klaar met het voorlezen van het eerste dictum? Mevrouw Scholten: Ja. De voorzitter: Dan is daar kennelijk een opmerking over of een vraag. De heer Aerssens. De heer Aerssens: Inderdaad, voorzitter, dank u wel. Mevrouw Scholten, we hebben een prachtig A-dossier doorgemaakt met zijn allen. Daar hebben we als raad keuzes in kunnen maken. Ik ben wel benieuwd.

U heeft daar heel veel informatie uit. Waar gaat u dit extra geld aan besteden? Want om het nou gewoon bij het college te laten liggen. Het college heeft natuurlijk gezegd: beste raad, dit is het budget en u heeft er een fantastisch beleid uit te komen. Mevrouw Scholten: Als u mij toestaat de volgende twee moties voor te lezen, dan zijn dat alvast de volgende twee punten. 7.01 Motie verdubbel de tegemoetkoming schoolkosten Mevrouw Scholten: De tweede motie is verdubbel de tegemoetkoming voor de schoolkosten, waarbij wij het college vragen om een voorstel uit te werken waarin de tegemoetkoming voor schoolkosten voor kinderen uit gezinnen met lage inkomens wordt verdubbeld. Die verdubbelde tegemoetkoming vanaf het nieuwe schooljaar in te voeren, zodat ouders ook tijdig op de hoogte zijn van de ondersteuning. Voor de benodigde ongeveer 410.000 euro bij de Kadernota 2026 een dekkingsvoorstel te doen en de gemeenteraad dan ook te informeren over de uitvoering.

7.03 Motie gelijke inkomensgrens voor Stichting Leergeld en Jeugdfonds Sport en Cultuur Mevrouw Scholten: En als laatste om de inkomensgrens voor Stichting Leergeld en Jeugdfonds, Sport en Cultuur gelijk te trekken, zodat het ook logischer voor aanvragers wordt om dingen aan te kunnen vragen, de voorwaarden om in aanmerking te komen voor ondersteuning via Stichting Leergeld dus gelijk te trekken met die voor het Jeugdfonds, Sport en Cultuur. Dus ook voor inkomens tussen 130 en 150 procent van het minimum. Om in samenspraak met betrokken organisaties en maatschappelijke partners te onderzoeken hoe

2

deze maatregel zo effectief mogelijk uitgevoerd kan worden en om de hiervoor benodigde middelen te dekken uit de algemene reserve. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie wenst nog meer het woord over dit onderwerp? De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, de Actiepartij is akkoord met de actualisatie zoals voorligt. We zien uit naar de genoemde acties uit met name hoofdstuk 3, grip op geld heet dat hoofdstuk. Waarmee het college onze motie voor bij vraaggelegenheid wenst af te doen. En we zien natuurlijk de resultaten van die afdoening dit jaar met belangstelling tegemoet. Althans, een aanvang van die afdoening, want het loopt langer door. Wat betreft verder. Dan is er ongelooflijk nog veel te wensen over, dat begrijpen we wel, maar het college stelt natuurlijk niet voor niets en niet onterecht, dat door het open einde karakter van de minimaregelingen en het schuldenbeleid de begroting gevoelig is voor een stijging in de grootte van de doelgroep en of het bereik. Dat begrijpen we ook en dan kunnen we niet allerlei moties of voorstellen op voorhand gaan dekken die een greep doen uit de algemene reserve. Daar zijn we terughoudend mee. Tegelijkertijd zijn we wel erg benieuwd, want we vinden inhoudelijk de voorstellen die zojuist door collega Scholten zijn gedaan wel interessant.

Wethouder, wat kunt u van deze moties meenemen richting een Kadernota, om ons misschien beter dan de moties zelf kunnen doen in dit stadium, ons eventuele aangescherpte keuzes voor te leggen als het gaat met name op die tegemoetkoming van die schoolkosten. Daar worden bedragen genoemd, maar zijn dat dan de bedragen waar het om moet gaan? En wat betreft het gelijktrekken van het leergeld, vinden wij een interessante, maar we denken ook dat daar nu tijdelijk incidentele middelen voor worden ingezet voor de andere posten. Dus kan dat zomaar structureel gelijkgetrokken worden? Daar zien we graag een reactie in tegemoet. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wegman. Mevrouw Wegman: Dank u wel, voorzitter. We hebben natuurlijk al in de commissie uitgebreid gepraat over dit onderwerp en natuurlijk ook al intensief samengewerkt in het A-dossier Kinderarmoede, dus ik zal me nu even richten op de moties die zijn ingediend. Motie 7.1 die stelt voor om de schoolkostenregeling te verdubbelen. We hebben natuurlijk in het A-dossier al afgesproken om de regeling vanaf 2025 te verhogen met 25 procent en daarna ook jaarlijks te indexeren. Wat ook een wens van de PvdA was. Dus ik zie nu eigenlijk ook geen reden om dat nu te veranderen. Dat is ook al door de VVD aangestipt. Motie 7.2 vraagt om extra geld, maar zonder ook duidelijk wat er precies mee is gebeurd. Dus ook die motie steunen we niet.

Motie 7.3 staat wat ons betreft wat meer open voor discussie, maar de timing zou denk ik wel beter zijn bij de Kadernota. Dus het lijkt mij verstandig om het daar te bekijken, zodat we ook kunnen onderzoeken f er dekking is en we het bijvoorbeeld ook samen kunnen trekken met de eerdere motie over het Jeugd Sport- en Cultuurfonds. Dus voor nu geen steun, maar ik raad de indieners aan om deze aan te houden, zodat we bij de Kadernota kunnen kijken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen op dit moment? De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, Arjen Lubach heeft in de avondshow een keer een hele mooie berekening laten zien van wat er gebeurt als mensen … De ene had een volledige baan en die andere had een parttimebaan. Toen werd er aan die mevrouw met de parttimebaan gevraagd: zou je een extra dienst kunnen draaien? En als die mevrouw dat dan deed, dan zou ze niet alleen de hele dag kwijt zijn aan werken, maar dan zouden ze er ook nog effectief 8 euro op achteruitgaan. Als wij nu hierbij dit onderwerp zien dat weer meer geld naar minima gaat, kan de wethouder dan toezeggen dat het steeds aantrekkelijker wordt om minder te gaan werken? En als u die toezegging kan doen, wilt u dan ook de toezegging doen dat u alle werkende

3

mensen in Haarlem daarvan op attent maakt, dat het gunstiger is, als we dit alles aannemen, om minder te gaan werken, zodat mensen niet eigenlijk voor niets werken en erop achteruitgaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen vanuit de raad? Mevrouw Hamzad. Mevrouw Hamzad: Dank, voorzitter. GroenLinks sluit zich volledig aan bij PvdA. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het op voor dit moment? Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Van Loenen. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. Ik zal inderdaad ook even kort ingaan op de moties en de vraag die gesteld is. Ik kan mij eerlijk gezegd de verwondering die hier zo werd uitgesproken enigszins begrijpen, want er liggen eigenlijk in ieder geval twee moties over de kinderarmoedebudgetten verdubbeling en de tegemoetkoming van de schoolkosten verdubbeling. Waarbij het eigenlijk gaat om structurele verhoging uit de algemene reserve en dat is natuurlijk niet de manier waarop we dat doen. Ik had een beetje de vraag dat ik dacht: hoe zit het eigenlijk met die cursus Hoe vind ik dekking voor mijn motie? Ik weet niet precies hoe die cursus is verlopen, maar ik werd niet heel enthousiast eigenlijk van deze aanpak, heel eerlijk gezegd. Maar goed, even over de inhoud. Schoolkosten dat werd net al eigenlijk door de Partij van de Arbeid gezegd, is al 25 procent verhoogd.

Deze motie stelt voor om het 100 procent te verhogen. Het is ook zo, daar hebben we het ook over gehad in het hele A-dossier Kinderarmoede, dat we niet zien dat de schoolspullen zo erg zijn gestegen als de rest van de inflatie, ook omdat er wat goedkopere aanbieders eigenlijk zijn. We zullen hier geen reclame maken, maar u weet waar het over gaat. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Er is sprake sinds 2008 van zeker 45 procent inflatie. Dus we vragen ons toch echt af hoe verhoudt zich dat dan tot wat u nu zegt? Wethouder Van Loenen: Dus dat zeg ik eigenlijk net. Dus 45 procent inflatie dat gaat ook over bijvoorbeeld energielasten, over andere lasten. Dat zien wij niet bij de schoolspullen. Daar hebben we het ook over gehad in het A-dossier Kinderarmoede. We zien dat er ook veel meer goedkopere aanbieders zijn, zoals bijvoorbeeld de Action. Dus we zien die stijging van die kosten van die schoolspullen veel minder. Wij verhogen het met 25 procent en daarna wordt het geïndexeerd. En dat is echt toereikend voor hetgeen wat er nodig is. Dus ik kon eigenlijk heel slecht plaatsen waarom je 100 procent zou verhogen, terwijl ik denk dat we met 25 procent verhoging en indexatie, dat we daar echt voldoende aan hebben. De verdubbeling van de kinderarmoedebudgetten … De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Van den Raadt.

De heer Van den Raadt: Voorzitter, meestal als je op televisie kijkt en iemand noemt in een programma een winkelketen, dan moeten ze er nog een paar achteraan noemen om geen reclame te maken. Kunt u misschien naast de Action nog iemand anders noemen, zodat u geen reclame maakt? Wethouder Van Loenen: Daarom zei ik, we maken geen reclame, maar omdat er werd doorgevraagd, noem ik er toch een, omdat wij natuurlijk toch vaak terug horen uit deze doelgroep dat zij daar de spullen kopen. Verder zullen we daar niet op ingaan. Dan nog ook over de motie over de verdubbeling van de kinderarmoedebudgetten. Daar geldt hetzelfde voor. Daar wordt ook een structurele claim gelegd, ook zonder

4

billijke dekking, maar ook zonder enig doel. Dus er is voldoende budget voor de minimaregelingen die we hebben. Het is niet nodig om ze te verdubbelen en de facto zou dat betekenen dat dit extra geld naar de reserve gaat. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Het A-dossier vroeg ons om keuzes te maken met een bijzonder beperkt budget. Er was een heel keuzemenu. We hebben in al die discussies ook al aangegeven dat we het nogal beperkt vonden. Je zou met meer middelen ook meer keuzes kunnen maken, in plaats van heel beperkt, lijkt ons. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder Van Loenen: Ik denk dat het heel helder was, maar nu spreek ik eigenlijk een beetje voor de raad, dat er financiële kaders waren bij het begin van het A-dossier en dat daar ook uitgebreid over gesproken is. Als u aan die kaders wilt gaan zitten, dan denk ik dat het handig is om dat bij de Kadernota te doen, zodat u ook kunt afwegen ten koste van wat het dan gaat. En dat is natuurlijk hier niet wat er gebeurt. Dan een motie over Stichting Leergeld. Dat is best een lastig dilemma. Het is natuurlijk, de Partij van de Arbeid zei het volgens mij ook al, het is naar aanleiding van een motie die door de raad destijds is aangenomen. Dat ging inderdaad om twee jaar extra geld voor de groep van 130 tot 150 procent van de bijstandsnorm voor Jeugd Sport- en Cultuurfonds.

Ik weet niet precies wat de reden is geweest destijds om dat niet ook Stichting Leergeld daarbij te voegen. Maar ik kan mij voorstellen dat u zegt, als je dat wel wilt, dat je dat bij de Kadernota voorstelt en dat je dan nog op tijd bent om dat in het nieuwe schooljaar op te plussen, maar dat is ook aan u, om dat daar ook af te wegen en dat is die keuze. Dus ik denk dat er al met al gewoon nu een heel afgewogen geheel ligt, waar ook nog inderdaad de raad stevig heeft kunnen kiezen voor een aantal regelingen binnen kinderarmoede. Ik denk dat het dus voldoende is ook voor wat we nodig hebben. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede ronde? De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik had graag antwoord gehad op de vragen die ik gesteld heb in de eerste ronde. Ik hoop niet dat ik dat straks nog een keer moet herhalen. Wethouder Van Loenen: Uw vraag ging … O, sorry. De voorzitter: Ja, ik zie het, sorry. Zijn er nog meer bijdragen in de tweede termijn? Niet? De wethouder. Wethouder Van Loenen: Mijnheer Van den Raadt, u begon uw bijdrage met als er weer meer geld gaat naar minima en uit mijn antwoord blijkt dat mijn advies is om de moties niet aan te nemen en dat dat dus ook niet het geval is. Dus vandaar dat ik niet daar nog apart op in ben gegaan. De voorzitter: Dank u wel. Dan kennen we de standpunten.

Dan wordt het tijd om te komen tot besluitvorming. We hebben de stukken zelf, de integrale beleidsvisie en daarnaast een aantal moties. Eerst de integrale beleidsvisie . Wenst iemand daarover stemming? Ja. Dan gaan we stemmen. Is er iemand die het woord? Dat is de volgende vraag. Is er iemand die een stemverklaring wil en dat wilt u blijkbaar, mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ik vind het een goed verhaal van de wethouder. Voor ons is de armoedeval inderdaad een hele grote zorg, want werken loont niet en we gaan de moties die ingediend zijn, met een dekking uit de algemene middelen, absoluut niet steunen.

5

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Dank u wel, voorzitter. Wij zien hier een zorgelijke trend van nivellerende inkomenspolitiek, in plaats van het vervolgens plakken van pleisters van toeslagen en FreeBees, waar de steeds relatief kleiner wordende groep werkenden voor opdraait, zien wij liever een lastenverlaging voor alle Haarlemmers en beleid dat onze burgers helpt om zelfredzaam te zijn. Wij zullen tegenstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Op dit moment, de heer Aerssens. De heer Aerssens: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De VVD gaat voor deze beleidsvisie stemmen. Een beleid waarin we mooie stappen maken naar de zelfredzaamheid van mensen, waarin we kinderen centraal zetten om verder te groeien. Wat is er nu meer VVD dan dat? Dus de VVD is voor. De voorzitter: Dank u wel. Dat waren de stemverklaringen. Dan gaan wij nu over tot stemming. Mevrouw Scholten nog. Mevrouw Scholten: Ik wilde graag ook een stemverklaring uitspreken. We stemmen voor het nieuwe beleid, omdat er echt heel veel in staat dat heel belangrijk is en heel goed in elkaar zit. Daar hebben we ook lang over nagedacht. Complimenten ook aan allen die dat gedaan hebben. We betreuren het wel echt nog steeds enorm dat 3 miljoen naar de algemene reserve is gegaan, die eigenlijk voor minima bedoeld was. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog één keer rond.

U heeft nog een stemverklaring? Mevrouw Scholten: Nee. Dan even een punt van orde. Dan houden we de motie leergeld voor nu aan. De voorzitter: Helder. De laatste, motie nummer 3. Dan gaan we nu eerst stemmen over de integrale beleidsvisie. U kunt stemmen. De stemming is geopend. Die is aangenomen met 35 stemmen voor en 2 stemmen tegen. Dan gaan wij naar de moties. Misschien wilt u even nog de aandacht hebben voor wat er gebeurt. Zijn daar nog apart stemverklaringen voor motie nummer 1 gaan we over stemmen. Geen aparte stemverklaringen. Wel, mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Wij zullen voor nu tegenstemmen, maar we denken wel, we hebben destijds wel het amendement gesteund om die 3 miljoen naar de minimagelden te krijgen. Maar we denken dat het goed is om dan bij de Kadernota een totaalvoorstel te maken, waar eventueel dit soort voorstellen nog in kunnen komen. Dus voor nu stemmen we tegen de moties. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: De Actiepartij zal tegen deze motie stemmen. We zijn erg blij dat niet alleen een verhoging, maar ook een indexatie plaatsvindt. Dat vonden we met de cultuur ook altijd heel belangrijk dat we de indexatie mee blijven lopen. We zien graag bij de Kadernota of het systeem zoals nu wordt uitgezet voldoende is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt.

De heer Van den Raadt: Voorzitter, met mijn middeninkomen kan ik ook alleen nog maar rondkomen door bij de Action te kopen. Dus ik zou iedereen aanraden: koop bij de Action. We gaan dus niet voor deze motie stemmen.

6

De voorzitter: Dank u wel. Dat was het wat de stemverklaringen betreft. Dan gaan we nu stemmen over de motie verdubbelde tegemoetkoming schoolkosten. De stemming is geopend. De stemming is gesloten. Ik dacht dat u heel snel was deze keer, maar ik denk ongelooflijk en precies dezelfde uitslag. Goed, wij hebben een wedstrijdje gehouden. Dat kon u niet zien. Wie gaat het winnen, de oude techniek of de moderne techniek? De nieuwe, maar we gaan nu voor de oude techniek. Wie is voor de motie? Gewoon de hand opsteken. Dat is OPHaarlem, Jouw Haarlem en de SP. De motie is verworpen met 6 stemmen voor. Ook de oude techniek laat het nog weleens afweten. We gaan door met de tweede motie. Zijn daar nog aparte stemverklaringen voor? Niet. Dan gaan we stemmen over de motie verdubbel het budget voor A-dossier Kinderarmoede. We doen het weer traditioneel. Wie is voor? Dat zijn de fracties van OPHaarlem, Jouw Haarlem en SP, 6 stemmen voor is te weinig, de motie is verworpen. De derde motie wordt aangehouden. 8.

Afronden initiatieffase en vaststellen uitgangspunten ontwikkeling Stationsgebied De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt 8, het afronden van de initiatieffase en het vaststellen van de uitgangspunten ontwikkeling Stationsgebied. Ook die is opgewaardeerd vanwege een motie. Dus het woord is aan mevrouw Hartman. 8.01 Motie Stationsplein het oog wil ook wat Mevrouw Hartman: Dank u wel, voorzitter. Je krijgt maar één kans om een goede eerste indruk te maken. Het Stationsplein is de toegangspoort tot Haarlem voor duizenden bezoekers en reizigers per dag. Net als een moderne stadspoort vormt het plein de eerste indruk voor onze prachtige stad. Met de herontwikkeling van het Stationsgebied en het Beresteyncomplex hebben we de unieke kans om niet alleen een functioneel knooppunt te creëren, maar ook een visitekaartje dat recht doet aan het historisch karakter van Haarlem. Een samenhangend en esthetisch aantrekkelijk ontwerp is daarbij van belang. We zullen niet te veel op de stoel van de architecten en ontwikkelaars gaan zitten, maar we zouden ze wel in de voortzetting van dit plan wat willen meegeven. De voorzitter: U heeft eerst een interruptie, de heer Krouwels. De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter. Je krijgt maar een keer de kans hoor ik van Forum voor Democratie.

Waarom heb ik u op dit dossier dan nog een enkele keer op dit punt gehoord? Mevrouw Hartman: Omdat ik geen woordvoerder ben in de Commissie Ontwikkeling. Ik ga graag verder, voorzitter. Daarom dienen wij de motie Stationsplein het oog wil ook wat in met als dictum: we vragen het college om in de verdere uitwerking van het programma van eisen voor de leefomgeving te borgen dat de nieuwbouw ter vervanging van het Beresteyncomplex aansluit bij de historische en esthetische kenmerken van het stationsgebouw in de binnenstad. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog anderen die het woord hierover wensen te voeren? De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, de Actiepartij kan akkoord gaan met de uitgangspunten. We zijn blij dat we in de commissie tot de conclusie zijn gekomen dat het onzalige plan om het Stationsplein in tweeën te hakken met een gebouw midden op het plein voor de deur van de entree, dat we dat niet willen. We zijn ook blij dat de wethouder scherp erop wil toezien dat als zich kansen voordoen in de openbare ruimte tussen het

7

Stationsplein en de Lange Herenstraat ter hoogte van de Jansweg, dat hij dat zal doen. Dus ja, snel een volgende stap. We kijken daarnaar uit. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Voorzitter, bij de behandeling van het stuk in de commissie was duidelijk dat de variant behouden zoals het nu is, de Janswegvariant de mogelijkheden om tot een groen, aantrekkelijk verblijfsplein te komen zeer beperkt zijn. Dat maakt dat onze voorkeur in eerste instantie uitging naar de Kruiswegvariant. We zijn echter nog een keer alle documentatie ingedoken, de lijnenstudie , de inspreekbijdragen. Wat ons betreft zouden we nu toch kunnen instemmen met deze uitgangspunten, maar wel met de gedachte dat bussen zo veel mogelijk halteren in plaats van parkeren op het Stationsplein. Daarmee zou ruimte geschept kunnen worden voor een echte groene pleinfunctie, wat dan ook gelijk een goed visitekaartje voor de stad is. Wij hopen dat het college hierbij het vervolg van het traject dan ook nadrukkelijk op zou willen gaan inzetten en voor het vervolg graag betere plaatjes, zonder al die ingetekende bouwblokken aan de stukken toe te voegen. Wat ons betreft sowieso geen toename van bebouwd oppervlak. Dan de motie, met die titel zijn we het uiteraard roerend eens, maar architectuur mag juist ontwikkeling van de stad laten zien en dat willen we nog niet te veel inperken.

Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Krouwels. De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter. We kunnen ons grotendeels aansluiten bij de vorige sprekers, maar voornamelijk dank, omdat wij ook als D66 hebben gezegd: station staat, ov staat op plaats 1, 2 en op 3. Wij zijn voornamelijk dankbaar dat er toch wel heel erg is geluisterd ook naar de inspreekbijdragen die uit de stad zijn gekomen. Ook complimenten dat er dat er niet is gekozen voor Jansstraat, Kruisweg, maar dat de spreidingsvariant ook de juiste benaming is voor deze variant. Ik wil de bewoners die zich hier ook hard voor hebben ingezet nogmaals bedanken. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? De heer Bruch. De heer Bruch: Dank u wel, voorzitter. De VVD kan zich ook aansluiten bij de uitgangspunten, maar wel met de aantekening dat wij pleiten voor een goede Kiss and Ride zone en dat wij tegen het afsluiten van de autorichtingennoordwest en west-noord op de kruising N200 Kennemerplein zijn. Voor wat betreft de ingediende motie sluiten ons aan bij de Partij voor de Dieren. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rademaker. De heer Rademaker: Dank u wel, voorzitter. BVNL sluit zich aan bij de inbreng van de VVD, behalve over de motie. Wij zullen de motie wel steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Voorzitter, de ChristenUnie kan voorlopig instemmen.

Wij vonden het stuk eigenlijk zwak wat betreft de keuze voor de variant en zeker omdat allerlei suggesties die door de raad zijn ingebracht nog niet zijn bekeken. Dus we vinden eigenlijk de keuze te vroeg, maar we wachten het ontwerp af. Voor ons is de toetssteen van D66: ov op 1, 2 en 3. Natuurlijk mag het ook architectonisch mooi zijn. Het kan ook spannend zijn, als het maar past en niet zo lelijk is als nu.

8

De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, Trots Haarlem sluit zich aan bij het standpunt van de VVD. Wij zullen wel de motie van Forum voor Democratie steunen. Want ik was laatst in Brussel bij het Europees parlement en als je dan over die stad kijkt wat een lelijke bende dat daar is, dat moet je toch echt voorkomen in Haarlem. De voorzitter: Dank u wel. De heer Drost. De heer Drost: Dank u wel, voorzitter. Inmiddels praten we denk ik alweer een jaar of 8, 10, denk ik, over de toekomst van het Stationsplein. We gingen van de Stationsstraat naar allemaal mooie varianten, zoals een goed huwelijk, goede vrienden, goede buren, kan ik me herinneren, naar de varianten Kruisweg, Jansweg, zoals die nu voorligt. Dat vinden wij een goede stap. Wij sluiten ons verder aan bij ook wat de Actiepartij zegt, wat ons betreft blijft dat Stationsplein vrij en dat daar niet een extra. Blok in het midden komt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Dreijer. De heer Dreijer: Dank, voorzitter. Ook het CDA is voor het vaststellen van de uitgangspunt van het Stationsgebied. Net als de D66 vinden wij ook dat de spreidingsvariant de beste variant is. Ook gespreide lasten in de buurt. Dat ook met name het ov daar eerst goed gefaciliteerd moet worden en dat dan pas de rest komt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten.

Mevrouw Van Zetten: Wij constateerden dat er niet veel energie was gestoken in dit plan, maar de keuze die gemaakt is, namelijk de Janswegvariant en de spreiding in dat gebied, daar zijn wij altijd voor geweest. Dus daarin voelden wij ons gesteund door deze wethouder. Het moet bereikbaar zijn, liefst nog met de auto, maar dat zal wel vloeken in de kerk zijn hier. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of er nog andere bijdragen zijn op dit moment. Niet. Dan gaan we naar het college, wethouder Roduner. De heer Roduner: Ik hoorde vooral heel veel stemverklaringen, geen vragen, maar wel wil ik graag even reageren op de motie. Vanzelfsprekend moet het mooier worden dan het nu is, maar die lat ligt nog wel wat hoger, denk ik. In de visie is daar ook al iets over opgeschreven. In de visie die is vastgesteld, wordt ook al een aantal keer iets gezegd over de architectuur. We hebben natuurlijk ook de Nota ruimtelijke kwaliteit, die iets zegt over de architectuur die wij graag in de binnenstad zien. Dus op dat punt is volgens mij de motie overbodig. Maar als uw doel met de motie is om vooral historiserende architectuur in de binnenstad vast te leggen, dat als lijn vast te leggen, dan zou ik hem ontraden. Want ik denk dat de binnenstad ook wel inderdaad die gelaagdheid verdient en dat niet alles terug moet naar een bepaalde periode.

Dus dan zou ik de motie ontraden, maar in beide gevallen denk ik dat deze motie, ben ik negatief over deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de tweede termijn. Mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Even kort op reageren. Het gaat hier niet dat er in de bouwstijl van de 17e eeuw of iets dergelijks gebouwd zou worden. Het gaat om harmoniseren met wat er al staat en wat er blijft staan. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere bijdragen in tweede termijn? Niet. Dan gaan wij over naar de stemming. Als eerste het vaststellen van de uitgangspunten ontwikkeling Stationsgebied. Wenst iemand daar

9

stemming over of zijn we het gewoon eens? Niemand stemming? Dat wel. U wilt stemming? Er wordt gevraagd om een stemming. Is er nog behoefte aan een stemverklaring? Niet. Dan stemmen wij nog steeds … Ik zie hier dat er al gestemd wordt. Dit suggereert dat het kan. Even wachten. Waarom zou die het niet doen? OPHaarlem, doet u ook mee aan de stemming? Mijnheer Krouwels, u heeft uw glorieuze moment. Iedereen is voor. Het is vastgesteld, de uitgangspunten. De heer Krouwels: Pardon, maar er zitten ook mensen op de publieke tribune om hier echt foto's van te maken, dus dat wil ik ze serieus even gunnen. De voorzitter: Daarom zeg ik toch, dit is dan toch een prachtig moment? Dan gaan wij naar de motie, die is ingediend door Forum voor Democratie. Stationsplein het oog wil ook wat. Wenst iemand stemming? Nee, sorry, natuurlijk is er stemming. Ik dacht: misschien doen we het andersom, doen we het gewoon niet. Is er nog iemand die een stemverklaring wil afleggen? Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ik begrijp de motie heel goed, maar ik hoop dat we toch een toekomstig monument daar neer kunnen zetten. Als we kijken naar het station, is natuurlijk prachtig, maar als we daarnaast dat gebouw van het Rijksvastgoed zien, dat is afschuwelijk. Dus ik hoop wel dat de architect een eigen idee heeft hoe het moet, maar in die zin wil ik dan de motie wel steunen. De voorzitter: Dank u wel.

Ik begrijp dat het systeem nog een beetje op apegapen ligt. Het kan via het systeem. Mooi zo. De stemming is geopend. De stemming is gesloten, 6 stemmen voor en 31 stemmen tegen, de motie is verworpen. Mevrouw Van den Broek, wat is er aan de hand? Mevrouw Van den Broek: Een punt van orde. Ik heb per ongeluk verkeerd gestemd. Dus ik wilde toch geacht worden tegengestemd te hebben. Kan dat nog? De voorzitter: Nee. Wat er dan gebeurt, is dat we aantekenen dat u verkeerd gestemd heeft. 9.

Vaststellen Verordening Jeugdhulp gemeente Haarlem 2025 De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt 9, namelijk het vaststellen van de Verordening Jeugdhulp van de gemeente Haarlem 2025. Wie wenst daarover het woord? De heer Visser. 9.01 Amendement Eigen vervoer niet altijd beschikbaar of geschikt De heer Visser: Voorzitter, ik kom gelijk tot mijn amendementen. Het eerste amendement wordt mede ingediend door Trots Haarlem, eigen vervoer niet altijd beschikbaar of geschikt. Het gaat over artikel 2.3 4e lid onderdeel f, waarin het gaat over aangepaste vervoersmiddelen voor de jeugdigen en als ze dat helemaal hebben dat ze geen recht hebben op ander vervoer. Ons punt is dat dat niet elk vervoersmiddel geschikt is voor elke reis. Je kan een vervoersmiddel hebben voor een korte afstand en als je dan ineens een lange afstand moet doen, je gaat niet 20 kilometer op een driewielerfiets afleggen. Daarom vragen we het beslispunt over de verordening te wijzigen, dat artikel 2.3 4e lid onderdeel f wordt geschrapt. Dat is het eerste amendement. 9.02 Amendement Maatwerkoordeel college zelfredzaamheid en medische noodzaak voor vervoer De heer Visser: Het tweede amendement, Maatwerkoordeel B&W zelfredzaamheid medische noodzaak vervoer. Dat gaat dus ook over het artikel over vervoer, maar dan de bredere afweging die erin staat. Daar

10

staat eigenlijk een soort moet-bepaling. Die willen wij vervangen door een kanbepaling, zodat er iets meer maatwerk mogelijk is en daarom vragen wij, moet ik het even goed zeggen, artikel 2.3 4e lid aanhef te wijzigen in: het college kan oordelen dat er geen sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid in de volgende situaties en het gaat dus om de woorden ‘kan oordelen’. Die is ook met Trots. 9.05 Amendement Eigen mogelijkheden versterken waar mogelijk De heer Visser: Dan moet ik de laatste even zoeken. Dat is een amendement samen met de VVD en met Trots Haarlems. Dat amendement heet eigen mogelijkheden versterken waar mogelijk. Daar viel ons op in artikel 3.4, waarin allerlei argumenten staan wanneer mensen vooral dingen zelf moeten doen. Bij het ene argument staat, waar mogelijk en bij het andere argument staat de toevoeging, waar mogelijk niet. Die vinden wij net iets te absoluut, want soms is het gewoon niet mogelijk. En het moet uiteindelijk bij deze verordening om maatwerk gaan en dat moet dus ook blijken uit de tekst van de verordening. Daarom stellen wij voor artikel 3.4 lid 4d en lid 4f om daar dus de woorden waar mogelijk toe te voegen. Dus ik citeer: dat artikel d wordt dan werktijden waar mogelijk aan te passen en artikel f wordt dan: het sociaal netwerk waar mogelijk in te zetten en te werken aan het vergroten van het sociale netwerk.

EN gaat over tot de orde van de dag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie wenst nog meer het woord over dit onderwerp? Mevrouw Oppenhuis. Nee, de heer Kuin, sorry. De arm was van een ander. 9.03 Amendement Wijzig artikel 3.4 jeugdhulp De heer Kuin: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben twee amendementen en wij is Jouw Haarlem, OPHaarlem en de SP over dezelfde artikelen en die zijn verstrekkender, dus die zullen straks, denk ik, als eerste in stemming moeten worden gebracht. Voor wie het nog een beetje wil snappen, we hebben het over de toegang tot jeugdhulp, de Jeugdhulpverordening. Die toegang wordt zwaar beperkt door, zoals het nu geformuleerd is. Ik begin met artikel 3.4.1 van de verordening zoals die voorligt. Die regelt, kort samengevat, dat de voorziening wordt toegekend als de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige met zijn ouders en sociaal netwerk ontoereikend is. Verderop in artikel 3.4.4 stelt de voorliggende verordening dat van ouders verwacht wordt dat zij hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen versterken door en nu komt de aanstootgevende bepaling onder 3.4.4a, het belang van het kind voor het belang van de werkcarrière te stellen. Direct daarna wordt nog apart genoemd dat verwacht wordt dat ze zorgverlof en andere soorten verlof inzetten en dat ze hun werktijden aanpassen.

Wat kun je nog meer doen dan verlof opnemen, als dat al kan en je werktijden aanpassen als dat al kan? De toelichting geeft hierover geen helderheid. Wat kun je nog meer doen om het belang van je kind boven het werk te stellen, geheel of gedeeltelijk ontslag nemen? Heel veel andere smaken zijn er niet. Wat ons betreft kan dat niet de bedoeling zijn. Ouders kiezen niet voor een kwetsbaar of speciaal kind. Alle ouders stellen het belang van hun kind boven alles, ook boven zichzelf. Maar de meeste hardwerkende ouders hebben niet de keus om werktijden aan te passen of geheel of gedeeltelijk ontslag te nemen. Gaat de gemeente zich bemoeien met hoeveel tijd de ouders aan hun werk besteden en of ze het conflict met hun werkgever aan moeten gaan? Dat is de principiële vraag: willen wij ouders voor die keuze stellen? Wat ons betreft doen we dat niet. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Ik begrijp de terechte zorg van de SP, maar ik vroeg me alleen af, want u heeft het over werken. Vindt u dan dat de Wet flexibel werken daar voldoende in uitgerust is om daarmee om te gaan?

11

Die zou eigenlijk voor dit gat moeten kunnen zorgen, juist dat mensen daar niet tegenaan lopen. Dus voldoet die wet dan niet of weten mensen daar niet voldoende gebruik van te maken? De heer Kuin: Die wet is heel soft en er staan geen absolute rechten in. Dat is de principiële vraag waar we het over moeten hebben. Er is tientallen jaren hard gestreden voor economische zelfstandigheid van man en vrouw en als je kind toevallig hulp nodig heeft, kan deze bepaling daar in een keer een einde aan maken en je weer economisch afhankelijk maken van je partner en of sociaal netwerk. Als het antwoord is, dat is niet de bedoeling, oké, maar dan moet toch deze tekst echt aangepast worden. Als het antwoord is dat hiermee de welgestelden, die bijvoorbeeld werken op de Zuidas, uitgesloten kunnen worden. Ook dan is dit de verkeerde tekst, want dat staat er niet. Het zou de toets voor iedereen worden. Als het antwoord is, we moeten op grond van de Jeugdwet tot afbakening komen, dan verwijzen wij naar het rapport van de Commissie Van Ark. Zij stellen dat er sprake is van wensdenken als het gaat om wat afbakening oplevert. Als het antwoord is de groei van de uitgaven moeten worden beperkt, dan zeggen wij: had wat meer haast gemaakt met het aanpakken van de zorgcowboys, die miljoenen publiek geld in hun zak steken.

Wel de rechten van ouders en jeugdigen beperken, maar niet de zorgcowboys aanpakken. Dat kan toch niet de uitkomst zijn? Wij hebben ook niet zo snel andere gemeenten gevonden die een soortgelijke bepaling kennen. Wel hebben we verschillende alternatieven bij andere gemeenten gevonden. Die toetsen wat de ouders wel of niet kunnen en of dat tot overbelasting of financiële problemen leidt, zoals in Midden-Groningen. Ons amendement op artikel 3.3.4 is daarop gebaseerd. 9.04 Amendement Verordening jeugdhulp vervoer De heer Kuin: Tot slot nog kort over artikel 2.3.4. Dat gaat over het recht op vervoer, waar we een zelfde soort bepaling aantroffen. Dat artikel regelt dat er in ieder geval geen recht op vervoer bestaat als de ouders dat vanwege werkverplichtingen niet kunnen verzorgen. Ook achter deze bepaling zit de veronderstelling dat ouders zelf kunnen beslissen of ze gaan werken en op welke dag en welk tijdstip ze dat gaan doen. De normale hardwerkende Haarlemmer heeft die keuze niet. Wij stellen dan ook voor die bepaling te schrappen. Het dictum van het amendement tot wijziging van artikel 2.3.4 luidt, 9.04 amendement: te besluiten dat artikel 2.3.4a wordt geschrapt en de toelichting conform dit besluit wordt aangepast. Die wordt ingediend door SP, Jouw Haarlem, OPHaarlem en ook de VVD.

Het dictum van amendement 9.03 tot wijziging van artikel 3.4.4 luidt, dat is van Jouw Haarlem, OPH Haarlem en SP: te besluiten artikel 3.4.4 als volgt te wijzigen in deze tekst: het in kaart brengen van de eigen kracht mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van jeugdigen en of ouders, door te onderzoeken of de ouders in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, of de ouders beschikbaar zijn om noodzakelijke hulp te verlenen, of het bieden van de noodzakelijke hulp niet tot overbelasting leidt of ouders niet in de financiële problemen komen door het bieden van hulp en de toelichting conform dit besluit aan te passen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog anderen die het woord wensen te voeren? Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Allereerst complimenten voor het harde werk van de wethouder en de ambtenaren van uw organisatie en natuurlijk ook voor ons commissielid Hanna Lammertse, die is toevallig vandaag jarig, dus ze zit thuis, maar ze heeft het voorwerk voor ons in deze commissie verricht. Ik beperk me in deze bijdrage tot de amendementen. We begrijpen de amendementen die zijn ingediend goed. Ook wij willen niet dat mensen, die het toch al niet makkelijk hebben, verder in de problemen komen door te strakke bepalingen van de gemeente.

Maar tegelijkertijd willen we ook dat het budget, dat door de hoge vraag naar jeugdhulp en de beperking ervan, gebruikt wordt voor de mensen die er echt afhankelijk van zijn. Het gaat wat ons betreft dus om een rechtmatige en eerlijke verdeling van een heel schaars middel en om ervoor te zorgen

12

dat dat goed wordt uitgevoerd, kan het niet anders dat je als gemeente duidelijk bent in de regels en de bepalingen zoals genoemd in de verordening. Maar tegelijkertijd is maatwerk absoluut noodzakelijk. Ook de modelverordening van de VNG, die zojuist is aangehaald door mijnheer Kuin, die nu heel erg druk zit te zwaaien. De voorzitter: Ik stel voor dat hij dan eerst interruptie pleegt. Ga uw gang. De heer Kuin: Vindt GroenLinks dat mensen ontslag moeten nemen? Mevrouw Klazes: Nee, wij vinden niet dat mensen ontslag moeten nemen om goed voor hun kind te kunnen zorgen. Zeker niet. Dat is ook precies waarom wij pleiten voor maatwerk. Dat is het stuk waar ik nu aan toekom. De bedoeling van al die amendementen is, mijnheer Kuin, als ik even mijn zin mag afmaken. Al die amendementen vragen eigenlijk om hetzelfde. Die vragen om van geval tot geval te bekijken wat er mogelijk is. Wat ouders wel kunnen, wat er niet kan, wat er mogelijk is, om zo veel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van de ouders en aan de mogelijkheden van de ouders. Dat is volgens mij precies wat er in de toelichting is beloofd door de wethouder, dat we daaraan tegemoet komen. Dus wat ons betreft is dat maatwerk geborgd. Misschien heeft u nog een vraag? De voorzitter: Zeker, er is weer een interruptie.

De heer Kuin: Maatwerk klinkt leuk, maar dan moet die verordening daar toch ruimte voor bieden? Die biedt die ruimte niet. Want er staat dat er geen probleemoplossend vermogen is als je werk boven het kind stelt. Mevrouw Klazes: We zijn het daar dus niet mee eens, mijnheer Kuin. Wij kijken anders naar die verordening. In de voorwaarden en in de bepalingen, in alle artikelen staat precies wat u zegt. Dat klopt. Dat staat erin. Tegelijkertijd staat er ook in de toelichting dat met enige … Het is ook een soort hardheidsclausule. Er wordt gekeken naar wat er mogelijk is. De VNG in zijn modelverordening zegt dat inderdaad, dat heeft u zojuist letterlijk geciteerd. De gemeente Haarlem heeft weliswaar een andere bewoording, maar beoogt precies hetzelfde aan de achterkant. Als u de toelichting goed heeft gelezen, dan biedt dat ook de ruimte voor maatwerk. Dan is het vervolgens de vraag: vertrouwen we erop dat dat maatwerk wordt geboden? Daar staat het misschien anders in. Wij vertrouwen het college dat dat maatwerk wordt geboden. Dat naar elk geval individueel gekeken wordt en dat er gehandeld zal worden naar de mogelijkheden van de ouders en het gezin. De voorzitter: Dank u wel. Nog een interruptie van de heer Kuin. De heer Kuin: Ja, ik had hem opgestoken hoor, maar in de toelichting staan er twee zinnen over en ik heb hem hier voor me. Even kijken.

Carrièreplannen mogen geen negatief effect hebben op de draagkracht en de belastbaarheid. Dat betekent dus anders gezegd: het draagvlak en de belastbaarheid mag niet ten koste gaan van de carrièreplannen, dus weg je carrière. Mevrouw Klazes: Mijnheer Kuin, ik heb de toelichting hier nu even niet bij de hand. We hebben die toelichting gelezen. Ik kan hem wel even, als u erop staat, opzoeken. Dat kost wat mij betreft een beetje te veel tijd, dat gaat allemaal van mijn spreektijd. Ga er maar vanuit dat het erin staat. Wij hebben dat zo gelezen. Dat is ook nogmaals bevestigd door de wethouder dat het inderdaad zo bedoeld is. Zo meteen krijgt de wethouder de kans om het persoonlijk uit te leggen. Laten we daar nog even op wachten. Als de wethouder zo meteen zegt: er is geen schijn van kans dat wij maatwerk gaan leveren en die bepalingen die er staan, zijn keihard, dan gaan we nog even goed nadenken, maar ik kan me niet voorstellen dat dat de bedoeling is van deze wethouder. Dat

13

gaat hij zo meteen waarschijnlijk zelf toelichten. Tegelijkertijd, nu ga ik verder met mijn betoog, is maatwerk absoluut noodzakelijk. Ook de modelverordening van de VNG is hier duidelijk in en stelt dat het college een individuele afweging moet maken. De toelichting op de Haarlemse verordening laat wat ons betreft ruimte voor maatwerk. In plaats van middels de ingediende amendementen ruimte te maken voor eventuele interpretatie van de verordening, wat onduidelijkheid zou creëren, laten wij de ruimte liever open aan de achterkant en we vertrouwen erop dat het college de juiste afwegingen zal maken in geval een individuele casus tot twijfel leidt. We zullen motie 9 1 tot en met 4 daarom niet steunen. Wel steunen we amendement 9.05 en uiteraard het mede door ons ingediende amendement 9.06. Dank u wel. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere bijdragen? De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. De commissie die ik terug heb gekeken, ik was daar zelf niet bij aanwezig, liet zien dat er best bij aanvang al wat onduidelijkheid bestond. Hadden we het nu over een Haarlemse verordening of een regionale verordening? Het blijkt een regionale verordening te zijn. En dan werkt het niet mee als de verordening nog steeds heet Haarlemse verordening, want dat is dan toch een regionale verordening.

Dus daar begon het mee en ook bleek dat het onderwerp, begrijpelijk, niet geheel zonder emoties gepaard ging. Dat is logisch, want iedereen die zelf te maken heeft of mensen kent die te maken hebben met jeugdzorg weten dat het een enorme struggle en een enorme strijd is om op een goede manier de dag door te komen met de hulp die je nodig hebt en het vervoer dat je moet regelen om je kind van A naar B te krijgen. Het is dan ook goed dat wij willen onderstrepen dat we de vijf doelstellingen in dit stuk, dat we die een uitstekende basis vinden om het gesprek waar de wethouder over begon, het gesprek wat nodig is met ouders over wie wat, wanneer en hoe, hoe dat vorm te geven. Dus wij staan achter die doelstellingen van die verordening. Tegelijkertijd begrijp ik best ook uit de commissie dat het heel terug naar het jaar kruik lijkt als je zegt van je carrière mag je aan de wilgen gehangen. Ik hoorde de heer Kuin daar net ook iets over zeggen. Dat snap ik. Het recht op zelfontplooiing wordt ontzettend bemoeilijkt lijkt het, als je zo koud die artikelen opleest. Tegelijkertijd zeg ik ook heel eerlijk: de amendementen die daarover gaan laten voor ons niet een omschrijving zien waar we beter mee uit de voeten kunnen.

Waarom niet? De wethouder geeft aan eigenlijk in de artikelen, we willen dat ouders zich een aantal zaken ter harte nemen om aan te voldoen en eigenlijk wordt het omgedraaid door te zeggen van nou nee, we gaan gewoon een toets doen, terwijl de uitkomst van die toets door de tijd heen heel anders kan uitpakken. Iemand is nu wel in staat om zorg te verlenen, maar misschien over een tijd niet meer. Dus ik weet oprecht niet of dit amendement een betere formulering is voor het probleem wat ik erken dat als je het koud leest dat je zegt: de carrière. Inderdaad, dat zei mevrouw Klazes, ik ben het daar wel mee eens: ik ga ervan uit dat in schrijnende gevallen een wethouder moet kunnen interveniëren in het gesprek met ouders daarover. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Kuin. De heer Kuin: De verordening die voorligt die zegt dat je alles moet doen, dus ook je werk, ten koste van, om voor je kind te zorgen. Het amendement dat wij hebben gemaakt, gaat ook toetsen wat er mogelijk is en dus ook of er iets met het werk te regelen. Dat is een ander uitgangspunt dan dat je zegt: je regelt het maar.

De heer Van Leeuwen: Ter voorkoming dat het een herhaling wordt van het debat wat u net had, ik zie dat die punten die worden aangestipt dat dat is een inspanning waar ouders zich aan moeten committeren en wat u daartegenover stelt, is we gaan eenmalig een toets doen en dan blijkt of iemand wel of niet geschikt is om. U heeft het met Romeinse cijfers, vier punten genoemd. Kunt u zelf teruglezen. Ik denk niet dat dat een beter uitgangspunt is, maar wat ik wel met u deel is dat ik het afschuwelijk zou vinden als iemand zegt: hoor eens wethouder, ik kan mijn carrière aan de boom hangen. Ik kan mijzelf niet meer ontplooien, want jeugdzorg,

14

want ik kom niet in aanmerking. Dat zou ik een verkeerde uitkomst vinden. Dat is hoe ik het bekeken heb. Ik ga ervan uit dat de wethouder maatwerk kan leveren. De voorzitter: Mijnheer Kuin, een interruptie. De heer Kuin: Niet zozeer een vraag, maar een opmerking, het staat er niet als inspanningsverplichting. De heer Van Leeuwen: Maar zo interpreteer ik hem dus. Vervolgens, balans in het gesprek met die ouders. Dan vind ik het voorstel van de ChristenUnie 9.05 precies die balans zoeken die wij ook zoeken, namelijk kijk naar de mogelijkheden. Tot zover, voorzitter. De rest zal met stemverklaringen gaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visser, Partij van de Arbeid. 9.06 Amendement Meer ruimte voor het pgb in de Verordening jeugdhulp De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Vanavond stellen we de Verordening jeugdhulp 2025 vast en voor ons is dat een belangrijke stap in die regionale samenwerking met de zeven gemeenten waarin we samen optrekken om de jeugdhulp te kunnen verbeteren. Voor de PvdA moet een verordening daarom … Nee, voor de PvdA is de Verordening daarom zo belangrijk, omdat dit ook een bindende rechtsbehandeling is van waaruit gewerkt moet worden. Dat betekent voor ons dat de verordening helderheid en duidelijkheid moet geven voor iedereen die met jeugdhulp te maken heeft.

Allereerst bedanken wij de wethouder ook dat we veel van onze eerdere opmerkingen terug kunnen zien in de tekst van de Verordening. Tijdens de commissievergadering hebben we het veel over de positie van vaktherapie gehad binnen deze Verordening. De wethouder heeft toen aangegeven de pilot die wij hebben te willen afwachten en later eventueel nadere regels lokaal zou willen bespreken. Vaktherapeuten hebben een aparte kwaliteitsregistratie en kunnen niet BIG- of SKJ-geregistreerd staan. De wethouder gaf in deze zelfde vergadering ook aan dat daarbij afgeweken kan worden. Een eigen registratie als kwaliteitskader werd toen een mogelijke bypass genoemd. Omdat er in de Jeugdwet ruimte bestaat voor ruimere pgb's regels en omdat de PvdA er waarde aan hecht om deze mogelijkheid toe te voegen aan deze Verordening vanwege eerder genoemde duidelijkheid en helderheid, dienen wij het amendement in met de titel meer ruimte voor de pgb's in de Verordening jeugdhulp. Dit amendement wordt tegelijkertijd ingediend in de gemeenteraad van de gemeente Velsen.

Wij vragen hierom om beslispunt artikel 3.10g, waar nu staat: waar geen SKJ- of BIG-geregistreerde professionals werkzaam zijn, met uitzondering van vervoer, in het voorstel aan te passen in: waar geen SKJ- of BIG-geregistreerde professionals werkzaam zijn, met uitzondering van vervoer, op gemotiveerd advies van het CJG kan bij de verstrekking van het persoonsgebonden budget op voorgaande registratie-eis worden afgeweken. Dit amendement wordt mede ingediend door de fracties van GroenLinks, Actiepartij, CDA, Jouw Haarlem, SP, OPHaarlem, ChristenUnie en Trots. Naast dit amendement steunen wij de amendementen 7.04 Verordening jeugdhulp vervoer van Jouw Haarlem, SP en OPHaarlem en 7.05 eigen mogelijkheden versterken waar mogelijk van de ChristenUnie. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw De Valk. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. Laat iedereen vrij, maar niemand vallen. Ieder kind in Haarlem verdient de hulp die nodig is om mee te doen in de samenleving. Dat is het doel van deze jeugdverordening, zorgen dat jeugdhulp eerlijk, snel en effectief wordt geregeld. Ouders en kinderen moet kunnen rekenen op duidelijke regels en goede bescherming. Zo laten we niemand in de kou staan. Het is essentieel dat we ons bewust blijven van de specifieke behoeften van jongeren in ons gemeente. Er is geen one size fits all-oplossing voor

15

jongeren die in verschillende situaties verkeren en maatwerk leveren is echt noodzakelijk. De jeugdverordening grijpt mij persoonlijk aan, want het raakt aan de basisprincipes van zorg en ondersteuning voor onze jongeren. Een fundament dat zorgt dat niemand tussen wal en schip valt. Dat is het kernprincipe van D66. Laat iedereen vrij, maar niemand vallen. Dat is niet slechts een kreet, maar een manier van denken over hoe wij die zorg als samenleving bieden. Het gaat erom dat jongeren de ruimte krijgen om zichzelf te ontwikkelen en hun eigen pad te volgen, zonder dat er iemand achterblijft. We willen een samenleving waarin kwetsbare jongeren de zorg en aandacht krijgen die ze verdienen. Denk aan geadopteerde kinderen waarbij trauma, identiteit en hechtingsproblematiek vaker voorkomt en waarbij de kans op zelfdoding vier keer hoger ligt dan bij niet geadopteerde. Of denk aan de groep jonge mantelzorgers. Deze jongeren dragen zware verantwoordelijkheden. Zorg voor ouders of broers en zus die ziek zijn of hebben een ander gezinslid die intensieve zorg nodig heeft. Ze zijn vaak de stille kracht achter het gezin, maar krijgen te weinig steun om hun eigen ontwikkeling en toekomst te waarborgen. En weet, dit is geen kleine groep. Het gaat hier om ongeveer een kwart van de kinderen en jongeren in Nederland.

Ik wil ook graag mijn commitment uitspreken om samen met alle raadsleden ervoor te zorgen dat de uitvoering van deze jeugdverordening niet stopt bij de woorden papier, maar daadwerkelijk het verschil maakt in het leven van onze jongeren. Het is aan ons om te zorgen dat deze jongeren, die vaak te maken hebben met onzekerheden en uitdagingen, de kans krijgt die ze verdienen en zich ondersteund voelen in elke fase van hun ontwikkeling. Laten we met elkaar zorgen dat we hen niet alleen een beleid bieden dat hen ondersteunt in moeilijke tijden, maar ook een omgeving creëren waarin ze zich kunnen ontwikkelen, hun potentieel kunnen ontdekken en actief kunnen bijdragen aan de samenleving of zoals D66 zegt: laat iedereen vrij, maar niemand vallen. De voorzitter: Gefeliciteerd met uw maidenspeech. Dan is nu het woord aan mevrouw Van de Sanden. Mevrouw Van de Sanden: Dank u wel, voorzitter. Met trots sta ik hier vanavond als Haarlemse mug voor de VVD voor de eerste keer het woord voeren over de Verordening jeugdhulp. Als nieuw raadslid zal ik mij inzetten voor een overheid die juist voor de Haarlemmers werkt. Ik wil iedereen eraan helpen herinneren dat het vandaag vijf jaar geleden is dat de eerste covidpatiënt in Nederland kwam. En ik was namelijk net twee maanden afdelingshoofd van de intensive care. Dat was een hele zware periode en ook een hele bijzondere periode.

Ik heb veel van die periode geleerd. Juist in lastige tijden is samenwerking de sleutel voor succes. Daarom wil ik hier uitspreken dat ik mij zal inzetten voor een goede samenwerking in de raad en het college. De jeugd is belangrijk voor de VVD, want wie de jeugd heeft, die heeft de toekomst en een mooie toekomst dat willen we allemaal, welke leeftijd we ook hebben. In de gezamenlijke regionale visie jeugdhulp wordt duidelijk benoemd dat in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de ouders is dat de kinderen veilig en gezond opgroeien, als dat in de mogelijkheden ligt. De VVD onderschrijft deze visie. Verantwoordelijkheid is een van de liberale waarden van de VVD die ook voor mij belangrijk is. Wie vrij is om zijn eigen keuzes te maken, moet ook de gevolgen van die keuzes zelf dragen. De VVD steunt daarom ook de Verordening jeugdhulp. Bedankt. De voorzitter: Ook u, gefeliciteerd met uw maidenspeech. Zijn er nog anderen die hierover het woord wensen te voeren? De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, in het algemeen vroeg ik me af, toen ik opgroeide toen werkte mijn vader, die was leraar en mijn moeder, die was thuis, want die werkte in de zorg. Die begon in de Mariastichting en die mocht toen niet meer werken, want die ging trouwen. Als ik thuiskwam, stond er altijd een kopje thee en ik heb ook geen jeugdhulp nodig gehad.

Zou u als wethouder denken dat doordat juist mensen elke keer maar allemaal moeten werken, dat dat bijdraagt aan de toename bij de jeugdhulp? En geeft u daarom eigenlijk in

16

bedekte termen het advies om minder te gaan werken of te stoppen met werken, omdat u weet dat, even het bruggetje naar het vorige onderwerp, dat u weet dat je dan eigenlijk technisch meer overhoudt en dat je dan ook nog beter voor je kind kan zorgen of zit er toch anders in elkaar? De voorzitter: Dank u wel. Nog andere bijdragen in eerste termijn? Die zijn er niet. Dan gaan we naar wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank. De Verordening jeugdhulp Haarlem en om daarmee te beginnen, dat was een vraag, voorzitter van de Actiepartij, omdat we stellen deze verordening zeven gemeenten vast, maar zoals u weet, is er geen gemeenschappelijke regeling, is er geen regionale entiteit. Dus hij ligt in de zeven gemeenteraden voor in hetzelfde format. We stellen hem op dit moment in zeven gemeenten vast. De wetgever vraagt ons om op den duur een gemeenschappelijke regeling te worden. Dan stelt u een zienswijze vast, zoals u wel bekend bij gemeenschappelijke regelingen en dan is dus wel de regionale verordening Kennemerland en IJmond. Maar omdat we geen regionale entiteit hebben, is dus nu de Verordening jeugdhulp gemeente Haarlem 2025. Ik heb een beetje een aanloop nodig, zal ik vertellen, voorzitter. Want wat doet die verordening? Die verordening regelt de jeugdhulp zoals bepaald in de Jeugdwet.

Ik heb het gevoel dat een aantal van de mooie discussie die ik vanavond heb gehoord, er is wat mij betreft goed gedebatteerd, zit in de uitgangspunten van de Wet. En uiteindelijk is deze Verordening jeugdhulp, voorziet in toegang vanuit hulp die wordt voorzien in de Jeugdwet. En wat zijn nou de uitgangspunten van de Jeugdwet? Allereerst het versterken van probleemoplossend vermogen van kinderen, jongeren, hun ouders en de sociale omgeving. Ten tweede het bevorderen van opvoedvaardigheden van ouders en het opvoedkundig klimaat van de sociale omgeving. En dan heb je ook nog natuurlijk preventie en vroeg signalering. Het tijdig bieden van juiste hulp op maat, dus over maatwerk gesproken, dat is echt een van de vijf uitgangspunten en minder regels voor de professionals. De Jeugdwet gaat dus nadrukkelijk uit van eigen verantwoordelijkheid van de ouders. Dat staat in de Jeugdwet, als u het na wilt lezen, in artikel 18 en ik heb soms het gevoel in het debat wat ik in de commissie heb gevoerd en ook wat ik vanavond terug hoor, dat bepaalde partijen niet altijd eens zijn met het uitgangspunt van de Jeugdwet. Dat is niet iets wat we in deze zaal met elkaar gaan oplossen, volgens mij. Er zijn best wat vragen gesteld over artikel 2.3.4 van de Jeugdhulpverordening en dat geeft aan wat de gemeente van ouders verwacht als het gaat om de inzet van vervoer bij jeugdhulp.

Vervoer is geen standaardonderwerp van jeugdhulp. Het is dus in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de ouders om dit te regelen. Wanneer sprake is van een medische noodzaak of beperkende zelfredzaamheid kan de gemeente een vervoersvoorziening treffen en dat kan op verschillende manieren. Via ov, via een kilometervergoeding of via aangepast vervoer, zoals een taxibus, zoals ook bij het leerlingenvervoer bekend is. Een aantal voorbeelden hoe dat nu gaat. Nee, daar kom ik zo meteen op. Ik doe het eerst even anders. Wat zijn dan aandachtspunten voor die eigen verantwoordelijkheid van ouders? Want is daar veel over te doen. We weten en dat blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek, dat zoveel mogelijk verantwoordelijkheid voor het kind en zo veel mogelijk regie op het leven van het kind bij de ouders, verzorgers laten beter is voor de kinderen. Dat kunnen wij als overheid en ook de partijen die het voor ons doen, heel beperkt overnemen. Dat kunnen wij niet beter doen. Dus het is essentieel en dat zit ook in de Jeugdwet, om de verantwoordelijkheid voor de regie voor het kind daar te laten waar het primair hoort, bij ouders en opvoeders. Bij een hulpvraag gaat CJG met de ouders in gesprek en gebruikt een afwegingskader om de hulpvraag beter in beeld te brengen. Daar komen draagkracht en draaglast altijd aan de orde. Daarbij helpt natuurlijk zo’n toetsingsraam.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15253878/2