CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Samenleving van 6 februari 2025

commissie Samenleving 6 maart 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 23 januari en 6 februari 2025 (alleen naar aanleiding van)21.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Want zij zijn natuurlijk primair verantwoordelijk voor de opvoeding. Ook is het verstandig om strengere voorwaarden op te nemen voor de pgb, om misbruik te voorkomen en

16

daarmee publieke middelen doelmatig in te zetten. Ditzelfde geldt ook voor de aanpassingen ten aanzien van toezicht en fraudebestrijding. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Hoe kijkt u ertegenaan dat pgb voor een heleboel mensen een veel goedkopere manier is om zorg in te kopen en voor sommige vormen van zorg zelfs de enige? Op het moment dat je voor dagbesteding op bijvoorbeeld de Hartekampgroep zit, kan dat bijvoorbeeld alleen maar met een pgb. Dus die mogelijkheid moet je wat ons betreft niet willen afsnijden. Hoe kijkt de VVD daarnaar? De heer Van der Vliet: Daar ben ik het mee eens of daar is de VVD het mee eens. Dat staat er ook niet in. Dus als ik mijn betoog verder kan vervolgen. Wel willen wij onze zorg uiten ten aanzien van de wachtlijst in de jeugdzorg. Hoewel we dit onderwerp bij het volgende agendapunt verder bespreken, vinden wij het belangrijk om de link te leggen tussen deze problematiek en de Verordening. Meer geld is volgens de VVD ook daarom niet per se de oplossing en om deze reden hebben we de volgende vraag voor de wethouder. In hoeverre is bij het actualiseren van deze Verordening overwogen om passages op te nemen die kunnen helpen bij een efficiëntere uitvoering en het terugdringen van bureaucratie? Deze konden wij namelijk niet terugvinden in de stukken. En dan voor zover mijn bijdrage.

De voorzitter: Dank u wel. Andere commissieleden die nog het woord willen voeren? Mevrouw, ga uw gang. Mevrouw El Bluny: Dank u wel, voorzitter. GroenLinks bedankt de wethouder voor de nieuwe Conceptverordening. Is blij om te lezen dat veel van onze aandachtspunten zijn meegenomen in deze versie en sluit voor de rest volledig aan bij de opmerkingen en de vragen van mijn collega van PvdA. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Is dat een hand? Ja, mevrouw De Valk, namens D66. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. Als eerste wil D66 graag de inbreng van de vaktherapeuten graag bedanken voor hun bijdrage en ook voor hun waardevolle bijdrage aan de jeugd en hun welzijn. Het pilot eindrapport zal het derde kwartaal in ieder geval worden gepresenteerd aan de commissie. We willen dan graag met jullie ook verder het debat samen voeren. Verder wil D66 pleiten voor een wijziging in het kader van de verlengde jeugdzorg, namelijk de mogelijkheid om een perspectiefplan op te stellen vanaf 17 jaar in plaats van de huidige 17,5 jaar. We weten namelijk allemaal hoe belangrijk het is om jongeren goed voor te bereiden op hun toekomst en dat sprake is van een zogeheten warme overdracht tussen de jeugd en de volwassenenzorg. Geef de jeugdige daarom voldoende tijd om dat perspectiefplan tijdig op te stellen en zien graag dat dit dan ook geïntegreerd in de nieuwe Verordening.

Tot slot, gezien de tijd, wil D66 ook hier op dit dossier speciale aandacht vragen voor de jonge mantelzorgers, die vaak een vergeten doelgroep zijn. Het is daarom van groot belang dat we hen de nodige ondersteuning bieden, zodat ze vaak hun niet-gekozen zorgrol kunnen combineren met hun eigen ontwikkeling en welzijn. Daarom graag een toezegging van de wethouder dat die ook deze groep meeneemt in de Verordening jeugdgroep. De voorzitter: Een toezegging van de wethouder op een Verordening die al voorligt. Die is op zich heel interessant, maar dat gaan we zo van de wethouder ook horen. De heer Procee, namens op OPHaarlem. De heer Procee: Dank u wel. En ook namens de anderen, een lichte andere invalshoek. Ik wil het eerst hebben over de toegankelijkheid van de zorg, die lijkt afgeknepen te worden. Tenminste, zo zien wij het. Het kan de ouders zo moeilijk gemaakt worden dat de toegankelijkheid van de jeugdhulp in gevaar komt. PvdA heeft het

17

niet zo gelezen, hoorden wij. En dan is het nu denk ik voorzitter, heel belangrijk dat de wethouder hier duidelijkheid schept, zodat zowel de PvdA als wij weten waar we aan toe zijn. Wordt hier de toegankelijkheid van de jeugdhulp ernstig beperkt? Door het de ouders moeilijk te maken, want wij maken ons erg veel zorgen. Bij het vorige agendapunt heeft het college gezegd, bij monde van mevrouw Van Loenen, dat mensen in deze situatie niet zoveel te kiezen hebben. Dat ging over een nieuwe spijkerbroek. Nu gaat het over kinderen die helemaal dreigen weg- en uit te vallen. Des te meer reden om hier scherp op te zijn. Vaktherapie, daar wil ik het nog even over hebben, want ook hier is weer wat verwarring. Wordt nou bewust vaktherapie erbuiten gelaten? Want we zijn nog bezig met een evaluatie. Is het dan niet te … Dan kun je terwijl je nog bezig bent niet nu al definitief afsnijden dat vaktherapie als optie op tafel blijft liggen. Dus daar zou iets in de Verordening aangepast moeten worden, lijkt ons. Het is tenslotte effectieve therapie voor kinderen die niet zo verbaal sterk zijn en het kan ook een bijdrage leveren aan het terugdringen van de wachtlijst. En belangrijk, het is gewoon een erkende behandeling. Dus graag voor ons wat extra toelichting van de wethouder over toegankelijkheid en vaktherapie. Dank u wel. De voorzitter: Was het een interruptie? Ja, dat mag, mevrouw Booms.

Mevrouw Booms: Een vraag, want daar was ik net ook over aan het nadenken, is behandeling, is het jeugdhulp of is het een andere vorm van hulp? De voorzitter: Een technische vraag aan de heer Procee. De heer Procee: En dan ben ik zo blij, voorzitter, dat er een hulplijn is in de vorm van een wethouder. Mag ik hem doorschuiven naar de wethouder? De voorzitter: We schuiven deze technische vraag door, als hij te technisch is voor de wethouder, dan komen we daar ongetwijfeld schriftelijk op terug. Iemand anders nog het woord? Ga uw gang, mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden. We delen veel zorgen die hier zijn gedeeld. In het bijzonder het terugdringen van de bureaucratie, waar de VVD het net over had. Wanneer we in deze sector geld en tijd spenderen, laat dat dan ook zoveel mogelijk aan de zorgtaak zelf zijn. Ook zijn we benieuwd naar de toelichting van de wethouder op behoud van vaktherapie. Zeker in tijden van zulke wachtlijsten en personeelstekorten. Deze optie behouden, lijkt ons namelijk zeker belangrijk. Dank u wel. De voorzitter: En u ook dank voor uw bijdrage. Dan denk ik dat we zo iedereen gehad hebben die het woord wilde voeren. Gaan we luisteren naar de beantwoording van de wethouder. Als hij zover is natuurlijk. Neem rustig even de tijd.

Wethouder Van Leeuwen: Hij was nog rustig aan het bladeren door de mappen die digitaal voor hem liggen. Laten we beginnen. Dank voor de toelichting en inderdaad het gaat om een regionale Verordening jeugdhulp. Een regionale Verordening gaar over hoe regelen we het juridisch goed en kloppend binnen het juridisch kader van de wet. Dan begin ik met een simpel antwoord op een simpele vraag, als mensen het moeten begrijpen, dan moeten we het inderdaad in begrijpelijke taal opschreven. Dat hebben we met elkaar zo afgesproken. Als daar hulp bij nodig is, dan is dat cliëntondersteuning en ook het CJG helpt met zo'n plan opschrijven. Tegelijkertijd moeten in een Verordening bepaalde termen uit de wet terugkomen, want dit is een Verordening binnen de Jeugdwet. Dus daarom is even de tekst die u nu ziet in de Verordening, die gaat nooit helemaal op B1 kunnen, omdat onze wetgever ook de Jeugdwet niet op B1-niveau heeft geschreven. Dus daar zit wel een verschil tussen het plan. Daar moeten we bij helpen en die invoeren. Die moet duidelijk zijn. Deze

18

verordening zelf gaat dus niet zo lukken, omdat bepaalde termen die wij hier met elkaar denk ik zelfs al moeilijk vinden, die staan zo in de wet en die worden dan ook zo overgenomen. Dus daar zit een verschil. Hulp bij plan, ja. Deze Verordening zelf helemaal op B1 gaat hem niet worden. De voorzitter: De heer Visser, een interruptie. De heer Visser: Ik hoop ook dat het duidelijk was, dat ging over het plan wat wordt gevraagd voor ouders om op te stellen en niet om de Verordening. De voorzitter: Wethouder, gaat u verder. Wethouder Van Leeuwen: Dat was een makkelijke vraag. Uiteindelijk deze Verordening. Deze Verordening die valt weer binnen de visie die hier ook met elkaar in de raad is vastgesteld. De visie die ook onder de inkoop ligt die wij met zeven gemeenten hebben gedaan. Dat zijn dus de doelen die daarin staan. Ga ik gewoon altijd weer opnoemen. U vindt ze ook in de toeleiding bij de Verordening. Daar hebben we als eerste opgeschreven, ouders en jeugdigen kunnen met steun van een omgeving omgaan met gewone hobbels in het opvoeden en opgroeien. Tweede punt, kinderen en jongeren krijgen tijdig de best passende hulp, zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. Derde punt, kinderen en jongeren groeien zo thuis mogelijk op. Vierde, kinderen en jongeren groeien veilig op. En vijf is jeugdhulp en onderwijs zetten zich in samenhang in voor de ontwikkeling van jeugd.

Dat is even het inhoudelijke kader, waarbinnen we dus hulp hebben ingekocht. Daar hebben we het nu niet over, op welke wijze we het hebben ingekocht en op welke we het verordenen. Dus op welke wijze we het juridisch beschikbaar maken. Dat is wat nu voorligt. Daar zitten heel wat meer technische aspecten aan. Ik zal misschien gewoon beginnen. Dan draai ik een beetje om wat er hier niet onder valt. Dus lokale ondersteuningsvormen, waarbij we ook lokale afspraken hebben, bijvoorbeeld over een pilot, een pilot vaktherapie, die op dit moment uitgevoerd wordt, binnen die pilot hebben we ook afspraken hebben gemaakt over tarieven hoe we daarmee omgaan. Die lokale pilot die dus hier is afgesproken tussen college en raad en niet in Bloemendaal, niet in Heemstede, niet in Zandvoort, niet in alle andere gemeentes, dat staat dus niet in deze Verordening, want dit is een lokale pilot. Dus daar is misschien het grote misverstand, dat dit inderdaad niet in deze Verordening zit. De voorzitter: Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Betekent dat dan, want ik vind dat echt heel lastig te duiden, dat er niet gezegd is dat vaktherapie in Haarlem en in de zeven jeugdzorggemeentes moet gaan stoppen? Want het lijkt er nu op dat er een pilot loopt die al dan niet succesvol is, maar die is nog niet afgerond en dat er nu eigenlijk geen ruimte meer is om ze nog toe te voegen.

Dus ik snap niet zo goed hoe dat zit. Wethouder Van Leeuwen: Dat kan met nadere regels. Dus in nadere regels kunnen wij lokale aanpassingen doen. Waarbij we dat dus doen. Dus kijk deze pilot loopt gewoon door. Die loopt tot juli, uit mijn hoofd, zeg ik. Dan komen we in het derde kwartaal hierbij terug en dan moeten we met elkaar kijken wat we daarin toepasselijke, nadere regels zouden vinden, op basis van de uitkomst van die pilot. Dat kunnen wij hier voor Haarlem beslissen met elkaar in die nadere regels. Dat kan kunnen wij niet, u niet, voor de andere zes gemeentes beslissen. De voorzitter: De heer Procee, een interruptie.

19

De heer Procee: Maar onze zeer voortreffelijke wethouder kan natuurlijk wel zich daarvoor inzetten, denk ik, bij de andere gemeenten? De voorzitter: Wethouder kunt u zich daarvoor inzetten? Wethouder Van Leeuwen: Ja, deze wethouder zet zich elke dag in voor de gemeente Haarlem en ook natuurlijk voor dit soort gezamenlijke trajecten. Tegelijkertijd is er natuurlijk ook sprake van lokale besluitvorming. Dus men is daar ook op de hoogte van de pilot die Haarlem doet. Zoals al werd gezegd door inspreker, voorzitter, kijken zij met veel interesse. Dus zij hebben niet gezegd: wij doen nu al mee. Wij gaan kijken met u meekijken naar de uitkomsten. Dus zodra die uitkomsten er zijn, gaan we die natuurlijk delen met ze. Dan hebben we het daarover en dan gaan we ook weer het gesprek aan. Kunnen we hier gezamenlijk iets mee of blijft dit iets waar Haarlem een eigen oordeel in doet? Maar zij kijken met interesse naar die pilot en naar wat eruit komt. De voorzitter: Nog een interruptie van mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Een korte interruptie. In de regionale verordening staat wel iets over pgb en ik hoorde net dat zij niet meer onder pgb kunnen zorg verlenen. Wethouder Van Leeuwen: Dan kom je helemaal terug bij de discussie die hier ook eerder, dat werd door de inspreken gezegd en daar was u ook bij en was ik ook bij, heeft plaatsgevonden.

Is vaktherapie een eigenstandige zorg of kan er zorg verleend worden onder een SKJ- of BIG-geregistreerde therapeut. Dat kan altijd, ook via het pgb. En dan kom je bij de Jeugdwet. Dus dat is ook goed om dat technisch te doen. Die pilot gaat erover om het als zelfstandige hulpvorm in te zetten. In de Jeugdwet zit ook het Kwaliteitskader jeugd. Want wij moeten met elkaar, u ook als opdrachtgever, ik namens u, opletten op de kwaliteit die in jeugdhulp geboden wordt en daarbij is zo'n Kwaliteitskader jeugd dan een SJG-registratie of een BIG-registratie. Is dat een operationalisering van het Kwaliteitskader. Daar heb je je aan te houden. Daar kan je een uitzondering op maken. Alleen dan moet je er dus inderdaad nader specificeren met nadere regels, want het is eigenlijk nee, tenzij. Daar is ook een interessante circulaire over van de Vereniging Nederlandse Gemeentes, die hier specifiek op ingaat over hoe de Jeugdwet en vaktherapie zich tot elkaar verhouden. Daar moeten we met elkaar goed op letten, als we zien dat die nadere regels gesteld worden. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: En de eigen registratie dan? Wethouder Van Leeuwen: Dat is een goede om technisch uit te zoeken. Dus dat Kwaliteitskader gaat op SKJ, BIG. Op het moment dat er een eigen kwaliteitsregistratie en dat zit ook in de circulaire van de Vereniging Nederlandse Gemeentes.

Dat kan dan inderdaad een bypass zijn om daarbij rekening te houden. Maar dan moet je dan voor kiezen dat je het als zelfstandige hulpvorm inzet en niet in een breed behandelteam, waarbij eigenlijk wel in wordt voorzien. De voorzitter: Wethouder, gaat u verder. Wethouder Van Leeuwen: Dan ga ik even kijken. Waar beginnen we? Waar gaat deze Verordening nu wel over, waar gaat het niet over? Daar waren een aantal vragen over. Vraagt deze Verordening aan mensen om een baan om hun baan op te zeggen? Nee, dat vraagt deze Verordening niet. Nee, daar ga ik gewoon geen

20

voorbeeld bij noemen. Dat is niet helpend. Waar het om gaat, is dat er een gesprek wordt gevoerd. Wie biedt wat op welk moment? Want helaas is het zo dat soms en ik zeg soms, dus dat is totaal niet universeel, maar er is geprobeerd heel specifiek te beschrijven wat ligt in het eigen netwerk zelf? Dat valt ook weer onder die doelen. Zo thuis mogelijk, lichte zorg, zware zorg waar nodig. Ik zie gelijk een hand omhoog gaan, dan stop ik maar met praten. De voorzitter: Ik had net een slokje water in mijn mond, dus dat was een uitstekende timing. Mevrouw Scholten, ga uw gang. Mevrouw Scholten: Ik heb best wel wat mensen in mijn netwerk, ik kom zelf ook uit zo'n netwerk van mensen met een kwetsbaar kind of een chronisch ziek kind, enzovoort. In deze Verordening staat letterlijk: het belang van hun kind voor het belang van de werkcarrière te stellen, zorgverlof, andere soorten verlof in te zetten, werktijden aan te passen, gebruik te maken van de opvangmogelijkheden van de Wet kinderopvang, wachttijden, ik zeg het er alvast even bij, sociaal netwerk inzetten, werken aan het vergroten van het sociaal netwerk. Bijvoorbeeld een collega van mij, een van onze zustergemeenten waar ze woont. Dus het is niet herleidbaar gelukkig. Zij heeft een kwetsbaar kind, maar ze heeft bijvoorbeeld ook een kwetsbare ouder, waar ze voor moet zorgen.

Wat verwachten we nou van mensen, dat zij haar hele carrière in de ijskast gaat zetten? Hetzelfde gold voor mijn moeder met een kwetsbaar kind. Wat wil je van mensen? Hier staat echt iets in wat mensen zeer doet, namelijk het belang van hun kind voor het belang van hun carrière te stellen. Wat betekent dat? Dat mag best wat concreter en dat doet echt heel veel met mensen. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank. Wat deze Verordening beoogt. Deze verordening beoogt duidelijkheid te maken. Duidelijkheid te maken dat we niet een overheid hebben die levert op bestelling. En ik hoor duidelijk emotie. Die emotie is niet zo bedoeld. Dus ik zal goed kijken ook in de toelichting wat we daarin kunnen doen, dat deze emotie ... Dat het niet op die manier gelezen wordt. Waar het om gaat en ik ga nu wel gewoon uitpraten, voorzitter. Waar het om gaat, is dat als we jeugdhulp gaan bieden, als wij een schaars goed, want het is een schaars goed, want er zijn meer kinderen die jeugdhulp willen dan dat we plek hebben in de jeugdhulp, dat we geld hebben voor jeugdhulp. Dat we een gesprek hebben: hoe gaat dit? Wat kunt u als gezin betekenen? Wat kan een netwerk betekenen? Ook wetende dat een oplossing in het gezin in het netwerk, in de warme kring, voor het kind beter is dan uiteindelijk jeugdhulp.

En ja, jeugdhulp kan noodzakelijk zijn en het mag ook niet … Wij beseffen ons en de wetgever beseft zich ook dat ouders moeten voorzien in een inkomen. En dat een baan ook heel belangrijk is in het leven. Maar het gesprek over wie doet wat op welke manier, dat staat hierin omschreven. Als het door u gelezen wordt als iets wat aanstootgevend is, dat is geenszins zo bedoeld. Het is wel het gesprek dat we met elkaar moeten voeren. Wat is des ouders, wat is in het netwerk van de ouders de beste oplossing, wetende dat het voor kinderen beter is? En wat kunnen wij als overheid daarnaast stellen, als het nodig is? De voorzitter: Dan ga ik nu … Ik denk dat u aan het einde van uw antwoord was. U wilde dat wel even af horen. Mevrouw Scholten, als eerste en er staan nog een aantal verdere interrupties in de wacht. Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter en dank u wel wethouder. Natuurlijk heeft dit met emotie te maken, maar we kunnen het met een heleboel taalgebruik verbloemen. Dat wat dit beoogt, is de toegang tot hulp eigenlijk afknijpen of inperken. Dat is waar het hierover gaat en dat betekent dingen voor mensen met een kwetsbaar kind. Dat betekent dat zij bijvoorbeeld zichzelf moeilijker kunnen ontplooien. Dat betekent dat ze een enorm beroep moeten doen op inderdaad buren of andere mantelzorgers. Die moeten er ook echt maar net zijn.

En wat we aan het doen zijn in dit land op dit moment, wethouder, en ik hoop dat u dat ook zo

21

voelt, is dat we een wachttijd aan het accepteren zijn en vervolgens de problemen neerleggen bij mensen met een kwetsbaarheid en bij de werkers, maar niet bij de bedenkers van dit systeem wat faalt. De voorzitter: Uw toekomstige interruptie mag iets korter. Dat zie ik. U heeft nog 19 seconden, maar ik hoorde niet echt een vraag, wel? Of de wethouder het met u een is. Wethouder, daar mag u op reageren. Wethouder Van Leeuwen: Geenszins. De voorzitter: Dat is een duidelijk en kort antwoord. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Twee vragen. U had het net over soms, soms is dat zo en toch zet u het in de Verordening en geldt het voor alle ouders. Ouders die zich keihard inzetten om de zorg te verlenen 24/7 voor hun kind. En u doet eigenlijk, om via deze de vraag te stellen, dat er ouders zijn of in ieder geval dat iedereen dit allemaal al niet doet, terwijl u hier helemaal geen cijfers of iets over heeft. En mijn tweede vraag is: u zegt net dat het niet zo is, maar het staat letterlijk in de Verordening. Hoe kunt u dat dan verklaren? De voorzitter: Ik ga opnieuw u daar even op aanspreken. Ik begrijp de emotie en ik hoor die in uw stem, maar u spreekt wel constant mij als voorzitter aan met u. Ik wil echt ervoor zorgen dat we dit netjes kunnen doen. Dus spreekt u de wethouder alstublieft aan met de wethouder. Wethouder, aan u.

Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, ik ga ook een voorbeeld schetsen, want dat werd net ook gedaan. Ik schets het voorbeeld van een jeugdige, een jeugdige die een bindingsstoornis heeft ontwikkeld. De jeugdige staat bij ons op een van de wachtlijsten bij een consortium. Het consortium zegt: wij kunnen eigenlijk niet behandelen zolang de oorzaak van de stoornis, van de angst nog steeds bestaat. En de stoornis en de angst zijn twee ouders, hoogopgeleide ouders, verdienen allebei oké, die allebei een advocaat hebben genomen en die eigenlijk ook de jeugdige proberen op te zetten tegen de andere ouder. Ze zijn verwikkeld in een vechtscheiding en zoals u weet, een derde van de huwelijken, de helft van de relaties strandt. Je komt nu bij een voorbeeld waarbij ook je echt ik denk als liberaal, als socialist of sociaaldemocraat moet nadenken: wat gaan wij doen? Twee weken terug heb ik gesproken met een gezinsadvocaat. Dat is een pilot die loopt, waarbij dan in het gezin door ons betaald, door u eigenlijk dan betaalt, een advocaat wordt aangesteld voor het gezin, voor de jongere, om te kijken hoe komen we hier samen uit, samen met een gedragswetenschapper. Wij zijn in een samenleving gekomen waarbij er ook ouders zijn die hun eigen nieuwe geluk wellicht, omdat ze uit elkaar willen gaan, op dat moment. Want bij 70 procent van de ondertoezichtstellingen speelt een vechtscheiding.

Ik wil het niet bagatelliseren. Dat kunnen mensen met ook heel veel meer problemen zijn, maar dat zijn wel mensen die privaat een advocaat in kunnen huren. Voor hun eigen gewin, om goed uit die scheiding te komen. En dan zijn er twee advocaten in het spel, er zit ook nog heel verdienmodel achter. En uiteindelijk als die vechtscheiding eindelijk klaar is, dan staat die jongere al die tijd bij ons op een wachtlijst, want veel jeugdzorgaanbieders zeggen: een behandeling heeft geen zin zolang die vechtscheiding duurt. En zo’n vechtscheiding kan drie tot vijf jaar duren. Als die ouders dat hun kind aandoen en ik mag niet met die ouders het gesprek voeren, waar staat uw kind op uw ranglijst? Staat uw vechtscheiding op nummer een? Ik vind dat bizar. Ik vind dat niet oké. We zijn in een samenleving gekomen waarbij dit wel, dat heet bij de advocaten het toernooimodel. Een interessant gesprek over gehad met die gezinsadvocaat. Hij zegt: ik wil als gezinsadvocaat niet meer het toernooimodel, maar dat is wel wat in deze samenleving gebeurt. En nee, dit is niet 99 procent van de jeugdzorggevallen, maar ook dit zit erbij. En daarom staat in de Jeugdzorgverordening: kijk nou wat ouders zelf kunnen doen en dat is bijvoorbeeld niet zo lelijk doen in die vechtscheiding, want uw kind gaat er aan onderdoor en dat gaat mij ook echt aan het hart. En dat is wel waar we instaan.

Dan kom ik nog bij één voorbeeld. Dat weet u allemaal. Daar hebben we het hier vaker over gehad en hoort echt niet bij

22

de Verordening, maar heb ik u wel nodig voor dit verhaal. We zien dat de jeugdzorg in Haarlem-Oost en Haarlem-Schalkwijk stabiel blijft, in Haarlem Zuidwest, waar toch wat meer mensen zitten in een koopwoning, waar toch wat meer mensen zitten met een baan, niet de onderklasse van de samenleving, die wonen daar echt veel minder en daar stijgt de jeugdzorg het hardst. Ik weet wel waar ik uw geld het liefst uitgeef. Bij ouders die het echt nodig hebben. En daar is deze Verordening … Gaat ons daarbij helpen. De voorzitter: Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Een korte vraag. Is de wethouder zich er ook van bewust dat heel veel scheidingen veroorzaakt worden juist door de overbelasting van het omgaan met een kwetsbaar kind? Daar kan ik zo 100 voorbeelden van opnoemen. Dus het is niet altijd dat een vechtscheiding, denk ik, ik weet niet hoe de wethouder dat ziet, ontstaat uit luxe.. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Nee, dat kan. Daarom twijfelde ik even voor de interrupties om een voorbeeld te gaan noemen, want een voorbeeld is altijd een versimpeling van de werkelijkheid. Maar ik denk dat dit voorbeeld wel schetst dat het beeld dat geschetst wordt, dat ouders die al in sociaaleconomische problemen zitten, dat die onrecht aangedaan worden.

Nee, dit is volgens mij een hele realistische Verordening, om ook de groei die er in de jeugdhulp aanwezig is, daar eigenlijk een maatschappelijk gesprek over te voeren. Dat maatschappelijke gesprek hebben we hier ook. Dat waardeer ik ook, dat u daar ook heel fel op bent, want het gaat hier over een groot goed. Hoe organiseren wij als overheid, als gemeente zorg voor mensen die dat op dat moment echt nodig hebben? Maar het voorbeeld dat u aanhaalt is niet de voorbeelden waar wij de grootste groei zien in de jeugdzorgstijging. Daarmee is deze Verordening, die past ook in de Jeugdwet, in de hervormingsagenda, in vele andere gesprekken die we gehad hebben. Hoe gaan we nou dit maatschappelijke gesprek voeren? Wat verwacht je van ouders, wat verwacht je van ouders en de omgeving, wat verwacht je van de school? Wat kan zo thuis mogelijk? Ook wetende dat het beter is. En wanneer moeten wij inspringen? En dat weet u van mij, dat weet u van dit college, dit college wil warm en nabij zijn waar het nodig is als het tijdelijk nodig is, warm en nabij zijn als het permanent nodig is. Maar dat kunnen we alleen doen om ook wel scherp te zijn wanneer wij in kunnen stappen, want wij kunnen niet op alles instappen. De voorzitter: Mijnheer Procee. De heer Procee: Dank u wel, voorzitter. Die voorbeelden, ik weet niet of die inderdaad veel verhelderen of juist bedekken.

Daarvoor zei de wethouder wel: wij willen dit gesprek voeren, want we hebben schaarse te verdelen. En daar zit de angst dat juist de schaarste via wachtlijsten of op andere manieren zo verdeeld wordt dat juist kwetsbare kinderen hier het slachtoffer van worden. En ik denk dat iedereen hier hetzelfde wil, maar het vertrouwen dat dat ook goed gaat, dat mis missen wij nog een beetje van de wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, ik hoor hier geen vragen, dus ik ga naar de vragen die wel gesteld zijn. Kan hij helpen? Vertrouwen, volgens mij is dat het zorgen dat we hier met elkaar een goed stelsel hebben, wat juridisch kloppend is, wat duidelijk is voor ouders en waarbij de toegang duidelijk geregeld is. Waarbij en dat hebben we ook vorige maand besproken, we kunnen het hier elke maand over hebben. In dat rapport wat wij hebben uitgevraagd, staat: dit stelsel is een moedige keuze van het college, waarbij je toekomstbestendig organiseert. En tegelijkertijd en dat werd net ook al aangehaald, is er een deskundigencommissie geweest, die heeft op 30 januari gepubliceerd, hoe de rijksoverheid dit in 2015 aan ons als gemeente heeft gegeven, is niet eerlijk. Dus ik kijk ook vooral uit ook wat de staatssecretaris, wat het kabinet hierop gaat zeggen. Ik heb goede

23

hoop dat zij in de Voorjaarsnota iets gaan doen, maar ik weet niet of ze daar met elkaar uitkomen. En dat is best spannend hoe we dat in Nederland hebben georganiseerd. Want precies wat u zegt, we willen daar zijn waar het echt nodig is. Willen er ook zo vroeg mogelijk zijn, voordat de hulp echt nog zwaarder nodig is. Voordat het escaleert. Maar dat is inderdaad, daar moeten we met elkaar het goede in doen. De voorzitter: Mevrouw Özogul, u heeft ook nog een interruptie. En dan gaan we er zo meteen een klein beetje tempo weer inbrengen. Mevrouw Özogul: Deskundigen zeggen ook: pas op de plaats en nu even niets. En de tweede vraag is: de wethouder zegt wel dat dit alleen maar een geval is, maar zoals het in de Verordening staat, kan het overal getrokken worden. En dan kan het dus ook betekenen dat je aan alle ouders vraagt: heeft u zorgverlof? Bent u minder gaan werken? Kan de wethouder hierop antwoorden? Wethouder Van Leeuwen: Er worden nu twee dingen door elkaar gehad, voorzitter. De pas op de plaats ging over de bezuiniging die het Rijk heeft ingeboekt. Pas op de plaats is: Rijk, u moet niet bezuinigd inboeken, u moet niet de gemeente nog verder korten. Want we weten niet wat we aan het doen zijn. Dat is sturen in de mist. En daar ben ik het helemaal mee eens.

Dus wat mij betreft kunnen wij, maar dan loop ik een beetje vooruit op de Vereniging Nederlandse Gemeenten, dat advies van kaft tot kaft vernemen en vragen beste Rijksoverheid, welke afspraken kunnen we hierover maken met elkaar? Dat traject dat loopt. Dan kom ik bij de tweede. Gaat dit met alle ouders een gesprek worden? Ja, dat is wat er in deze Verordening staat. Met alle ouders gaat het een gesprek worden: hoe gaan we om met uw kind? Uw kind, waar u de ouder, verzorger van bent of waar u de voogd van bent. Wat kunt u doen? Wat lukt niet? Want u moet in een bestaan voorzien. Wij zien dat ook in draagkracht en overbelasting. Het kan ook zo zijn dat inderdaad de situatie zo precair wordt dat er inderdaad echt spanning ook in het gezin komt. Dan moeten wij ernaast gaan staan. Dan moeten wij ernaast gaan staan met hulp. En ja, ik vind het heel gezond en heel goed dat dat bij alle gezinnen een onderwerp van gesprek is. Moet dat warm en nabij? Ja, wat mij betreft moet dat warm en nabij. Hoe u het koud en zakelijk voorstelt, dat bedoelen wij nadrukkelijk niet zo. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Als je dit met alle ouders bespreekt, dan bespreek je dat ook met de kwetsbare ouders die dag en nacht bezig zijn met de zorg.

En vindt u niet dat u ze dan meer kwaad doet dan goed? Wethouder Van Leeuwen: Volgens mij heb ik net al uitgelegd, voorzitter, dat dat wat mij betreft warm en nabij kan en volgens mij zitten er in deze sector ook hulpverleners, of dat nou de POH-jeugd is of dat het de huisarts is, het CJG. Hulpverleners zijn er om hulp te verlenen en dat zijn volgens mij geen mensen die bij een slagboom staan of iets dergelijks. Die zijn daar om naast het gezin te gaan staan en kijken hoe het gezin zo goed mogelijk geholpen is. Ik ga naar de vragen. We zitten een beetje in de discussie waar we ook niet uit gaan komen met elkaar, voorzitter. Uiteindelijk doen we dit om de zorg voor de meest kwetsbare, te behouden. En dat is waar we zijn en daar zo vroeg mogelijk bij te zijn, waar we erbij moeten zijn. Toch het laatste puntje daarover. Het CJG doet dit soort gesprekken. Dat zijn hulpverleners en gebruiken hier ook instrumenten voor om deze inschatting te maken. En er zit daar geen, nee, ik ga ook geen niets lelijks zeggen over handhavers en zo. Er zitten hier hulpverleners die hiervoor zijn opgeleid en het kunnen. De klachtenregeling. De klachtenregeling is de klachtenregeling van de gemeente Haarlem.

Dus dit is natuurlijk, omdat het uiteindelijk wel weer het mandaat is van het college valt dit onder de, dat was een vraag van de PvdA, voorzitter, onder de klachtenregeling van de gemeente Haarlem. Hoe we dit slimmer en beter toegankelijk kunnen maken, daar kijken we ook nog naar dit jaar. Sowieso hebben we natuurlijk nu ook al dat we cliëntenondersteuning bieden

24

en ook in de vorm van jeugdsteun. Dus ook inderdaad dat je mee kan geven wat je hiermee kan en dat je daar hulp bij kan krijgen. Dus het loopt al, maar helemaal mee eens, die klachtenregeling moet goed en toegankelijk zijn. Nog een vraag van de PvdA, voorzitter, die vroeg naar de derde uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep. Ik had de afkorting opgeschreven, maar ik kwam er even niet meer in. Daarvan hebben we ook opgeschreven, daar komen we op terug. Dat zal in de loop van dit jaar zijn. Dus je ziet dat daar, dat is altijd met jurisprudentie, vaak bij Verordeningen, dan ontstaat er iets en dan moeten we daarop reageren. Dus kijk, wij hebben met elkaar natuurlijk gewoon via lumpsum contracten ingekocht. Dat is via het inkooptraject. Het CJG maakt een plan, dat is dan ook de beschikking. Hoe we dit precies goed doen volgens de laatste uitspraak, dat wordt nog uitgezocht. Voor nu lijkt het passend. Dus Amsterdam en Utrecht en een aantal andere steden doet het ook zo. Maar hierbij zie je eigenlijk weer zo'n stelsel in ontwikkeling en in groei, als dat nog aangescherpt moet worden, dan komen we natuurlijk bij u terug. D66 vroeg over het Perspectiefplan. Ik begrijp hem niet helemaal. Dus wellicht kan de mevrouw De Valk … In artikel 4.4 staat dat het vanaf de zeventiende verjaardag kan. Dus ik herken niet helemaal dat het 17,5 zou zijn.

Want wat ons betreft is uw vraag, kan het vanaf 17 jaar? Ja, wat ons betreft kan dat en kan het vanaf de zeventiende verjaardag, maar dat is hoe wij dat zien in de nota. Mantelzorgers, daar ging het natuurlijk ook even met collega-wethouder Van Loenen over. Voor jongeren, als jongeren daar zelf zorg voor nodig hebben, dan val je natuurlijk in jeugdzorg. En als daar inderdaad nog extra aanvullende ondersteuning in nodig is vanuit de Wmo, dan kan het ook. Wij werken hier ook met ondersteunen, ik ben de naam van de organisatie even kwijt, maar een specifieke organisatie in Haarlem die hierop ook met jongeren in mee kan kijken. Die naam kan ik u nog doen toekomen. Dat was gewoon een merknaam van een zorgaanbieder die specifiek ook voor deze zorg beschikbaar is. Ga ik even kijken. Dan nog, dat moet me toch van het hart, ik hoop altijd hier een open en eerlijk gesprek met u te hebben. We hebben het afgelopen jaar vaak gehad over kosten in de jeugdzorg en ook over winst in de jeugdzorg. Ik heb hier vaak uitgelegd wat we hiertegen doen. Dat dat de baan is van contractmanagers. Dat wij in perceel 2 bewust tarieven hebben gekozen, na tariefonderzoek, waar eigenlijk geen winst mee gemaakt kan worden. Dus dat is echt een tarief wat eigenlijk een soort van maatschappelijk tarief is. Daar kan je je loon uit betalen, kan je je spreekkamer uit betalen, maar niet veel meer dan.

Dus als een organisatie die in perceel 2 actief is winst maakt, dan kan dat niet van Haarlem zijn. Dan moet dat als het een grote ggz praktijk is, dan zal dat ergens anders zijn. Vanuit perceel 1 in de consortia hebben we gezegd: winst maximaal 5 tot 8 procent en anders worden daar gesprekken gevoerd. Ik heb hier ook vorige maand nog gezegd, daar vinden nu in het consortium gesprekken plaats die daarover gaan. En u zegt dat we daar niets aan doen. Sorry, dan vraag ik me echt af wat ik hier elke maand met u voor een gesprek zit te voeren als u gewoon niet luistert of ervoor kiest om niet te luisteren. Voorzitter, dat vind ik echt heel lastig, want dan moet ik misschien die vragen niet meer gaan beantwoorden. De voorzitter: U bent hier om vragen te beantwoorden, dus dat lijkt me sowieso wel fijn om te doen. En in ieder geval heeft u een voorzitter die luister. Mevrouw Özogul, een interruptie. Mevrouw Özogul: De wethouder heeft het over 5 tot 8 procent winst, maar volgens mij ging de motie over max 5 procent winst. Dat is een. En ten tweede, ik luister heel goed, maar ik zie tot opdoen nog niets en u zegt nu dat dat via andere regio's komt, maar ik heb geen verklaring daarvoor. Wethouder Van Leeuwen: We verschillen hierover van inzicht. Kijk, ik heb het gewoon uitgelegd. Ik heb vorige maand uitgelegd.

Ik heb het vorig jaar juli uitgelegd, wat we doen, wat de inzet is en op welke wijze we dat doen. Dat we ook een fraudeteam hebben. Ik weet niet of ik dat elke maand moet gaan uitleggen of ik het op een A4’tje moet ophangen aan de deur, maar ik vind het echt heel vervelend als het college iets aangewreven wordt dat we iets niet zouden doen, terwijl ik volgens mij maand op maand uitleg dat we dat wel doen.

25

De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Graag antwoord op de motie en ik vind het flauw van de wethouder. De voorzitter: Wethouder. Kunt u dat laatste even laten? Maar nog wel eventjes, de vraag was geloof ik duidelijk. U zei 5 tot 8 procent, waar mevrouw Özogul aan refereert, is een motie die zei maximaal 5 procent. Wethouder Van Leeuwen: Nee, volgens mij is er antwoord gekomen op de motie. Dat weet ik even niet uit mijn hoofd of die al formeel is afgedaan of dat er een antwoord is gekomen. Ik weet wel dat we hier veelvuldig over gesprekken hebben gevoerd, dat ik keer op keer daar hetzelfde in heb gezegd. En van de laatste opmerking waarvan akte. De voorzitter: Uitstekend. Dan heeft u nog een interruptie van mevrouw De Valk. Mevrouw De Valk: De wethouder vroeg mij om toelichting over die 17,5 jaar. De voorzitter: Dat mag in uw tweede termijn, dat lijkt me beter. Daar zijn we inmiddels al even voorbij bij dat punt. Wethouder, maakt u alstublieft uw termijn af. Wethouder Van Leeuwen: Volgens mij heb ik alle specifieke vragen die gesteld zijn behandeld, voorzitter. De voorzitter: Uitstekend. Gaan we naar de tweede termijn, ga uw gang. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. Een toelichting op de vraag van de wethouder over de 17,5 jaar van het Perspectiefplan.

Dat is te vinden in de regionale vragen en antwoorden van de regionale Verordening Jeugdhulp IJmond en Zuid-Kennemerland, in de bijlage. De voorzitter: Dank u wel. Anders mensen in de tweede termijn nog een bijdrage? Ja, de heer Visser van de ChristenUnie, ga uw gang. De heer Visser: Voorzitter, ik ben letterlijk gehandicapt, omdat ik een groot deel van het antwoord van de wethouder heb gemist, omdat de commissie Ontwikkeling beneden uitliep. Dus ik houd het even op hoofdlijnen. Ik weet ongeveer op hoofdlijnen wat de SP zou inbrengen. Ik zeg niet dat ik het met alles van de SP eens ben, want ik heb ze niet gehoord, maar op hoofdlijnen vinden we wel, hebben we zorgen over de eisen richting de ouders. Ja, want ouders hebben een zorgplicht, maar ze zitten niet voor niets met hun kinderen in de jeugdzorg. Ze hebben ook zorgen over hun kind en natuurlijk doen alle ouders alles om voor hun kinderen op te komen. En vaak hebben ze ook meerdere kinderen in de jeugdzorg. En dat is pittig en je mag van ouders eigen verantwoordelijkheid verwachten, maar je kunt niet alles van ouders vragen. En ik las tussen de regels toch een beetje door, een verwijt richting ouders dat ze carrièretijgers zijn. Volgens ons doet dat in de situatie geen recht. Alle ouders zullen het uiterste voor hun kind doen, maar er zijn grenzen en ouders kunnen ook overbelast raken.

En als ik dan gewoon de letterlijke regels van de nieuwe Verordening lees, dan gaan een aantal regels, als die verkeerd worden uitgelegd, gaan wat ons betreft te ver. We hebben de indruk dat sommige nieuwe eisen, op grond van jurisprudentie is gezegd: we moeten duidelijke eisen gaan formuleren. Nou, prima dat er duidelijke eisen komen, maar nu we die eisen op papier hebben gezet, dat die uiteindelijk in de praktijk toch te hardvochtig zullen zijn en daarom overwegen wij op een of meerdere van die punten een amendement. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Visser van de PvdA.

26

De heer Visser: Ik begrijp dat de heer Visser een gedeelte gemist heeft, omdat hij in een andere commissie zat. Zijn collega zat hier echter wel volgens mij en ik vraag me af of mijnheer Visser van plan is om de hele discussie van de eerste termijn over te doen, want dat zou ik een beetje zonde vinden. De voorzitter: Daar ga ik even antwoord op geven, dat we dat absoluut niet gaan doen, want we hebben daar net 25 minuten over gedebatteerd. Ik ga ook de wethouder dat vragen, maar u mag wel uw betoog verder houden. De heer Visser: Prima, als de wethouder antwoord op de vraag heeft gegeven dat die niet mijn vraag opnieuw gaat beantwoorden. Dat kan ik terugluisteren, maar ik wil wel kunnen zeggen wat ik vind. Daar heb ik ook spreektijd voor en anders krijg ik straks het verwijt dat ik het niet heb gezegd in de commissie als er een amendement komt. De voorzitter: Daar heeft u de mogelijkheid voor. De heer Visser: Dus ik noem toch even een concreet punt, omdat ik niet weet wat is gezegd. Er staat bijvoorbeeld letterlijk in het laatste sub-lid van artikel 2: ouders die een aangepast vervoersmiddel voor de jeugdige hebben ontvangen op grond van onder andere de Wmo, die kunnen geen aanspraak maken.

Er wordt gezegd: je hebt al dat vervoermiddel, dus je moet zelfredzaam zijn, maar stel dat je als ouders zo'n vervoermiddel hebt zodat de jongere naar de gehandicaptensport kan of naar van alles nog wat. Maar je moet dat als ouder besturen, dan is het noodzakelijk dat dat middel er is, dat die jongere mee kan doen, maar dat hij dan voor de jeugdzorg of voor een andere functie toch gebruikmaakt van Wmo-vervoer vinden wij heel logisch. Als die ouder ondertussen aan het werken is. Misschien wel als arts in een ziekenhuis, wat heel belangrijk is, omdat er te weinig artsen of te weinig verpleegkundigen of weet ik veel zijn. Dus zo'n regeltje wat hier staat heel letterlijk interpreteren, kan problemen geven. Zo zijn er meer van die regeltjes in deze Verordening die ik best wel begrijp, maar als het een optelsom voor ouders is, kan het heel erg hardvochtig zijn. En dan raken we echt van de regen in de drup en dat moeten we niet willen. Dus wij gaan daar toch naar kijken en met alle redelijkheid, wethouder, want ik begrijp, we moeten ook naar de kosten kijken. En iets in mij zegt dat de SP daarin wat verder gaat dan wij, maar in de kern zeg ik ook als ouder nu met veel ervaring in de jeugdzorg: ouders zijn echt zwaar overbelast. En als je deze regels zo letterlijk leest, dan gaan er echt dingen ontsporen en dat wil ik voorkomen. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage.

Andere commissieleden in de tweede termijn die nog het woord willen voeren? Nee. Wethouder, dan heeft u denk ik alleen nog het punt van D66 openstaan, aangezien ik denk dat op de vragen van de heer Visser van de ChristenUnie de meeste antwoorden wel gegeven zijn al. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank. Heel scherp van mevrouw De Valk van D66. In de vraag en antwoord staat het inderdaad fout. Dat is een vraag en antwoord die blijkbaar verouderd is of daar heeft iemand een tikfout gemaakt. Ik weet niet precies hoe dat gegaan is, maar de Verordening geldt gewoon, want de Verordening is wat voorligt en waar u over besluit en daar staat heel duidelijk onder 4.4 vanaf het zeventiende levensjaar kan er zo'n plan opgesteld worden. Dus excuus voor het foutje wat daarin is geslopen, in die Q&A die voor de regio is gemaakt. Dat klopt niet, maar het is gewoon artikel 4.4. Daar staat heel duidelijk dat het vanaf het zeventiende levensjaar kan. En dan nog over die winst. Dat was in de eerste termijn ook even. Ik heb het hier heel vaak mondeling al gezegd: u heeft gelijk. Het antwoord op de motie is er nog niet. Dat komt binnenkort, want die data waren nog niet binnen. Maar ik heb daar keer op keer hetzelfde verhaal afgedraaid.

Dus als dan het college wordt verweten dat daar niets zou gebeuren en dat daar nooit iets over gehoord is, dat vind ik echt geen recht doen aan de inzet van alle mensen die dit voor ons als zeven

27

gemeentes dag in dag uit doen, om te kijken dat er inderdaad, ik vind uw woord mooi, zorgcowboys … Zorgcowboys willen wij ook niet. Dus daar staan wij echt aan dezelfde kant, om te zorgen dat zorg gaat naar jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben en niet naar zorgcowboys. En daarvoor hebben we tariefonderzoek gedaan en voor perceel 2. Daarvoor hebben we in perceel 1 afspraken gemaakt. Dus als dan wordt gezegd dat er niets gedaan wordt, dat gaat mij dan gewoon aan het hart, want dat doet echt geen recht aan wat er hier dag in dag uit gebeurt door het college van zeven gemeentes, zeven wethouders en door de organisaties die voor hen werken. De voorzitter: Dank u wel. Dan denk ik dat we dit zo voldoende hebben besproken. Ga ik met u kijken naar hoe we de Verordening door gaan sturen naar de raad. Als bespreekpunt. Ik geloof dat ik wat … Een amendement. Helemaal goed. Dan doen we dit als bespreekpunt door naar de raad. 9.

Motie 29 Triagefonds – Als hulp niet kan wachten, kan het niet wachten De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 9, de motie 29 het Triagefonds, als hulp niet kan wachten kan het niet wachten van de fracties van GroenLinks en de PvdA. Het agenderingsverzoek is ingediend door mevrouw Lammertse van GroenLinks. Zij is helaas afwezig, maar wordt hier vervangen door mevrouw Klazes, die nu aanschuift. Die gaat natuurlijk haar tas uitpakken, de spullen neerleggen, de laptop openslaan. Haar betoog erbij pakken. Ik praat wel door, hoor. En die gaat dan als eerste zo het woord krijgen. Nee, ik stop even. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja, u mag. Mevrouw Klazes: Ja, mag ik? Van de loze ruimte, zal ik maar zeggen. Bedankt ook commissie, dat ik mag aanschuiven en mevrouw Lammertse mag vervangen op dit onderwerp. Mevrouw Lammertse en ik hebben eigenlijk samen die motie op gesteld. Zij vertrouwt dit aan mij toe, maar het kan best zijn dat ik het niet helemaal scherp heb, maar dat zal de wethouder zo meteen uitwijzen. De motie, zoals u allen weet, gaat over het instellen van een Triagefonds, waardoor de kinderen die echt hulp nodig hebben, waarbij het echt urgent is dat ze zo snel mogelijk worden geholpen, omdat uitstel van hulpverlening echt leidt tot grote problemen, dat die voorrang krijgen.

De bedoeling is dus dan om een fonds in te stellen waardoor die triage, want zo heet dat, wie heeft dan echt recht op snelle hulp? Die kinderen die het het hardst nodig hebben. Hoe bepaal je dat? Om die triage dan te betalen vanuit dat Triagefonds en ook te kijken waar die kinderen dan terecht kunnen en misschien ook wel bij niet-gecontracteerde partners. Daar is natuurlijk dan ook geld voor nodig, extra geld voor nodig. Dat is dus de inhoud van de motie. De afdoening van de motie staat van we gaan eerst even kijken of er innovatieve manieren zijn, waardoor die wachtlijsten niet verder oplopen en waardoor we die kinderen op een andere manier kunnen helpen. De motie is echt bedoeld juist, omdat er ondanks alles wat we proberen, er toch kinderen zijn die op een wachtlijst terechtkomen, terwijl ze echt dringend hulp nodig hebben. En we begrijpen heus wel de redenatie van de wethouder. Ik zie dat de wethouder toch behoorlijk onder vuur ligt hier op dit onderwerp. En ik ben het … Niet? ik vond het net best wel pittig eigenlijk. Maar goed, dan vergis ik me. Dan zal dit wel de gang van zaken zijn hier in deze commissie. Wij zijn altijd heel aardig voor elkaar in de andere commissie. Ja, zo zijn we, toch? Frank.

Maar dat wil ik dus even neerleggen bij de wethouder of hij dan mogelijkheden ziet hoe dit probleem, wat wij echt ervaren als probleem, op een andere manier ook aangepakt kan worden. Dus niet door het wachten op innovatieve middelen, totdat die hun uitwerking gaan krijgen, want dan kunnen we lang wachten wat ons betreft. Dat is mijn vraag aan de wethouder.

28

De voorzitter: Dank u wel. U moest eens weten hoe het hier eraan toe gaat, voornamelijk in de pauzes. Dan zijn we heel erg scherp. Commissieleden die het woord willen voeren? De heer Visser van de PvdA, ga uw gang. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Grotendeels kan ik me aansluiten bij de bijdrage van mijn collega, mevrouw Klazes. Wij vinden een jaar afwachten ook wat lang, als het gaat over, mevrouw Özogul gaf vorige keer aan 77 weken wachttijd, geloof ik. Dan is de nood wel een beetje aan de man, wat ons betreft. We begrijpen de uitleg van de wethouder ook heel goed en daarom zouden we graag van de wethouder willen weten welke mogelijkheden hij dan ziet om bijvoorbeeld wel iets te kunnen doen met het bedrag dat wij beschikbaar gesteld middels deze motie. En als dat, om wat voor redenen dan ook, niet anders kan worden ingezet dan alleen een Triagefonds, wat hij dan van ons nodig heeft, bijvoorbeeld een andere motie om dit bedrag alsnog in te zetten? Deze vraag stel ik ook namens mijn collega van Jouw Haarlem. De voorzitter: Kijk en dat is nou de samenwerking die wij hier in deze commissie graag zien. De heer Procee, gauw gang. De heer Procee: Een interruptie. Is de heer Visser zich ervan bewust dat hij dan tegelijkertijd ook voor SP en OPHaarlem spreekt? En dat dat in dit geval ook heel welkom is. De heer Visser: Daar mag ik volgens mij op reageren.

Nee, daar was ik mij niet van bewust, maar bij deze en dank u wel. De voorzitter: Dan is al uw tijd op zo ongeveer, dus dat gaat … U heeft nog even. Uitstekend. Fijn dat die samenwerking er onderling is. Dat bespaart dan mooi weer tijd. Goed, wie dan het woord? De heer Van der Vliet, ga uw gang. De heer Van der Vliet: Dank u wel, voorzitter. Als VVD kunnen wij ons redelijk goed vinden in de afdoening van de motie en de toelichting door het college tijdens de vorige commissievergadering. Als gemeente hebben wij diverse maatregelen genomen. De effectiviteit van deze maatregelen duurt al even een langere periode voordat het goed zichtbaar is in de cijfers. Wij willen daarom ook niet dat het hele systeem overhoop wordt gehaald, door wellicht onnodige extra maatregelen te nemen. Het blijft natuurlijk voor ons als VVD wel een worsteling tussen beschikbare middelen en jongeren die op de wachtlijst staan. Want het is geen getal, niet alleen een getal, maar wij hebben de aantallen opgevraagd als technische vraag. Daaruit kunnen we opmaken dat sinds een halfjaar het aantal wachtenden op de wachtlijst wel iets is afgenomen. Niet dermate lager als beginstand van vorig jaar, maar wel dat het langzaam, het beeld wordt wel langzaam iets positiever, omdat we het systeem niet overhoop direct wil halen, lijkt ons het verstandig om het Triagefonds daarom niet in te zetten op dit moment.

Wel willen wij aan de wethouder vragen om ons als commissie ook te blijven informeren de komende maanden over de wachtlijst. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Bent u zich ervan bewust dat de wachttijd nog steeds negen maanden is of zelfs langer? De heer Van der Vliet: Ja, dat wist ik niet, dat dat de exacte wachttijd is, maar wel dat het aantal wachtenden is afgenomen en het lastig is het beheersmatig te zien in de cijfers. Dat duurt altijd even. Dus ik begrijp heel goed dat het college ook zegt: we moeten ook nog even een periode vooruitkijken en moeten even wachten, voordat we wellicht onnodig extra maatregelen nemen.

29

De voorzitter: Vervolginterruptie. Mevrouw Özogul: Er staan 383 jongeren op de wachtlijst gespecialiseerde zorg. Dat is urgent, vindt u niet? De heer Van der Vliet: Ja, dat is urgent, maar daar kan ik verder geen oordeel over doen, wat ze nodig hebben. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Dank u wel, voorzitter. Als ik me goed kan herinneren, ik probeer het op te zoeken, maar daar ben ik gewoon te traag voor, heeft de VVD deze motie gewoon gesteund tijdens de behandeling hiervan. Dus ik ben een beetje verbaasd over de teruggaande beweging die de VVD nu maakt, door te zeggen dat het eigenlijk wel goed is zo en dat u geen probleem ziet. Hoe ziet u dat zelf? De heer Van der Vliet: De VVD zegt ook niet dat er problemen zijn, dat die er niet zijn, maar we kunnen ons redelijk goed vinden in de argumentatie van de wethouder, dat we ook gekozen hebben voor een nieuw systeem. En dat we daarmee ook, zoals de wethouder ook noemt, een moedige keuze maken en dat we dat niet direct overhoop willen halen en dat er wel een lichte daling al te zien is, maar dat we even moeten afwachten wat de komende tijd zich zal uitwijzen. De voorzitter: Geen vervolginterruptie? Nee, mooi. Ik geloof dat u aan het einde was van uw bijdrage. Wie anders nog het woord, die nog tijd heeft? Nee. Er wordt druk overlegd, de fractie hier aan mijn rechterzijde. Nee, dan gaan we naar de wethouder.

Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank en dank voor het agenderen, want het is denk ik goed om dit te bespreken. Volgens mij en dat heb ik ook al vaker duidelijk gemaakt, ben ik de laatste die zal beweren dat we het hier over een uitontwikkeld stelsel hebben wat optimaal functioneert. Dat is op landelijk niveau niet zo. Dat is in geen een van de jeugdhulpregio's in Nederland zo en ook in deze jeugdhulpregio is nog veel te verbeteren. Daar hebben we het vorige maand met elkaar uitgebreid over gehad. Ik neem u even terug mee naar de zomer van vorig jaar. Vorig jaar zomer wilde u, wilden wij ook als college heel graag maatregelen nemen, omdat we de wachtlijsten op zagen lopen. Ik kan me ook voorstellen zelfs dat ik ofwel formeel hier in de vergadering van de raadscommissie of in een raadsvergadering of ergens in de wandelgangen heb gezegd: dat een idee zoals dit en dat heb ik volgens mij ook in de preadvisering op de motie inderdaad toen ook nog gezegd, dat op dat moment er nog geen regionale consensus was over noodmaatregelen. Dat dit best op dat moment, juni-juli vorig jaar, een nuttige maatregel leek. Daarna en dat weet u ook, hebben we met elkaar, zijn we als regio tot noodmaatregelen gekomen. Noodmaatregelen die deels geïmplementeerd zijn, want het zat deels in implementatiekosten. Er is een noodfonds opgezet. Daar worden de ideeën nu beoordeeld.

Daar zitten, heb ik begrepen, hele hoopgevende ideeën bij. Dus we zijn een half jaar verder. Het stelsel, zoals hier in Haarlem gebouwd, is een half jaar verder ontwikkeld. Er zijn ook in hoe we werken, verbeteringen hebben al plaatsgevonden. Dus er zijn nu wachtlijstfunctionarissen bij consortia. Er wordt getriageerd, ofwel binnen het consortium, ofwel binnen de instellingen binnen het consortium. Dat hing ook weer even samen met die AGBcode. Daar hebben we ook vaker over gehad. Daar hebben we even vrijstelling voor gegeven, om die administratieve verplichting niet aan te gaan. Dus als je kijkt naar wat er nu hier staat in de motie, dan is hij eigenlijk dus voor wat er nu gebeurt, want dat was toen echt een noodmaatregel voordat we die regionale noodmaatregelen hadden genomen, was dit een soort van ding waar ik toen ook best wel fiducie in zag, als we niet tot regionale maatregelen waren gekomen. Waarvan ik nu denk van dan ga je eigenlijk het stelsel ga je weer complexer maken, want dan ga je een taak bij het CG neerleggen. Terwijl we die taak nu inderdaad bij de consortia, bij de jeugdhulpaanbieders hebben neergelegd. Waar een wachtlijstfunctionaris zit, waar getriageerd wordt. Dus dat gaat steeds beter. Gaat het nu al perfect? Nee, zeker niet, maar dat is dus ook het antwoord wat u leest. Het is niet, het gaat nu goed. Nee, deze maatregel, waar ik denk ook in dat nou bijna

30

een jaar geleden juni-juli vorig jaar zelf van had gezegd: dat zou voor nu een maatregel kunnen zijn. Met het feit dat we een half jaar verder zijn, acht maanden verder zijn, vindt die triage steeds beter en steeds passender plaats. Dat is ook wel moeilijk, want we zien altijd getallen, maar dat betekent dus ook al dat als het goed gaat en het gaat lang nog niet altijd goed. Dat zal ik ook gelijk weer zeggen. Als het goed gaat dat een kind met urgente zorgvraag eerder wordt geholpen dan een kind wat langer kan wachten. En dat gaat echt nog niet altijd goed. Dat vrees ik ook dat het niet altijd goed had, maar dat gaat wel steeds beter en dat moeten we met elkaar doen. Wat kan dan wel helpen? Dat was een vraag van de PvdA, voorzitter. Dat zijn dingen die we nu ook al aan het onderzoeken zijn. Dus ik zei net bij het vorige agendaonderwerp en dat zal ik herhalen, omdat een van de raadsleden toen niet hier was, voorzitter. Dus ik zeg het toch heel kort. Zo’n pilot met de gezinsadvocaat. De gezinsadvocaat is een hulpmaatregel aan de preventieve kant, wat wij nu niet in ons jeugdhulpaanbod hebben zitten. Waarbij je dat toernooimodel van twee strijdende ouders met twee advocaten, terugbrengt naar een model waarbij inderdaad één advocaat voor heel het gezin optreedt. Ook apart de kinderen hoort.

Samen met een gedragswetenschapper kijkt, wat is er hier nu om dit in het gezin goed te laten gaan? Nou dat is ook één zo'n inzet van zorg waarbij wij kijken, waarbij ik recente gesprekken heb gehad met de landelijke initiatiefnemer van de gezinsadvocaat. Hoe zou dat hier kunnen helpen om uiteindelijk om uiteindelijk weer een wachtlijst te voorkomen? Want als er in dat gezin drie kinderen zitten die alle drie jeugdzorg nodig hebben en dat kan je voor zijn door de gezinsadvocaat in te zetten, dan hoef ik u niet uit te leggen dat het wellicht een nuttige maatregel is. Dat zijn natuurlijk ook van die zaken waar wij naar kijken. Hetzelfde natuurlijk met BSO plus. BSO plus is ook een voorziening waarbij u als raad al geld heeft vrijgemaakt om dat preventief in te zetten. Dat is ook zo’n maatregel, waarbij ik natuurlijk, dat weet u, met het Ravijnjaar 2026 in zicht klotst het geld hier niet tegen de plinten, maar waarbij ik natuurlijk wel kijk van hoe zouden we daar nog wat meer van in kunnen zetten? En daarbij hoop ik natuurlijk ook weer dat het Rijk, alle partijen die landelijk in de regering zitten, kijk ik links voor me. Ga ook vooral naar uw eigen partijvrienden toe in Den Haag, om te kijken dat ze het oordeel van de deskundigencommissie echt waarmaken en dus inderdaad die bezuiniging die al is ingeboekt, dat ze die ongedaan maken. Ik denk dat dit al zo een aantal zaken zijn.

Ik kan nog meer. Warme overdracht van zaken die van de GI naar het CJG gaan. We hebben eigenlijk al acht maanden verder hebben we heel veel verbetermaatregelen gehad en we zoeken dus naar inderdaad hoe we preventieve maatregelen kunnen nemen, zoals BSO plus. Dus daar ligt een heel pakket onder. Dus daarmee is deze motie in die zin een beetje misschien wel uit de tijd, zo 2024. De voorzitter: Dat was het einde van de termijn. Dus we gaan een tweede termijn doen, als u een specifieke vraag heeft. Wethouder, dank ook voor het specifieke gedeelte voor de ChristenUnie in uw beantwoording. Die hebben vast goed net opgelet. De tweede termijn, mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Nu ben ik zelf ook wel een beetje uit de tijd, dus dat past dan heel mooi natuurlijk. Ik begrijp uw antwoord en complimenten voor alles wat al is gebeurd. Het is ons niet ontgaan. Er zijn heel veel dingen opgevolgd en daar heeft iedereen baat bij. Dat zien we heus wel. We vinden dat u echt heel goed bezig bent want dat dat betreft. Dus dit is ook geen aanval. Het enige is, wij hebben zorg over kinderen. Want u zegt de triage gebeurt binnen de consortia en ik kan me voorstellen dat de consortia bepalen, de hoogte van een kind, waar een kind terechtkomt op de wachtlijst.

De kinderen waar wij het over hebben daarvan willen wij niet dat die überhaupt op een wachtlijst komen, omdat de urgentie zo groot is dat er echt onmiddellijk hulp nodig is. En daar gaat het mij een beetje over. Als u mij gerust kunt stellen, voor die kinderen zijn er echt uitzonderingsgevallen, daarvoor geldt de wachtlijst per definitie niet. Die gaan langs alles heen schieten, die halen rechts in en die gaan onmiddellijk hupsakee de zorg in. Dan ben ik volkomen gerustgesteld en krijgt een dikke pluim en een krul onder uw naam. Dus stel mij maar gerust.

31

De voorzitter: Andere commissieleden die het woord willen voeren in deze tweede termijn en nog tijd hebben? Helaas. Geen tijd, dat heb je soms. Wethouder, wilt u nog antwoord geven op de prangende vragen van mevrouw Klazes? Mevrouw Klazes: Voorzitter, dank. Ik vrees dat ik mevrouw Klazes niet helemaal gerust kan stellen. En dat heb ik vorige maand hier ook in de commissie gezegd, toen we het over de Quickscan hadden. Ik zou willen dat het zo gaat. Ik zou willen dat het altijd zo gaat, dat een kind wat de zorg het meest urgent nodig heeft, ook om te voorkomen dat het verslechterd, die als eerste zorg krijgt. Gaat dat nu al perfect? Nee, dat denk ik nog niet. Gaat het beter dan een jaar geleden? Ja, dat zeker wel. En dat is wel de waarheid die erin zit. Daarbij zie je ook. Daar hebben we het in het vorige agendaonderwerp ook heel veel over gehad al. Uiteindelijk gaat het voor de zorg voor de meest kwetsbare kinderen, voor de meest kwetsbare gezinnen als eerste. Dat lijkt nu echt beter te gaan. Dat gaat nog niet perfect. Mevrouw Klazes: Omdat ik gewoon lekker nog tijd heb, toch? De voorzitter: Ja, maar dan mag u nog wel netjes het woord vragen. Ga uw gang. Mevrouw Klazes: Ik maak hem lekker op. Dus als ik het goed begrijp, is het niet zo. De triage betreft niet de plek van de wachtlijst, maar betreft ook het al dan niet op een wachtlijst terechtkomen.

Begrijp ik u zo goed? Dat dat niet perfect gaat, dat begrijp ik. Dat verwachten we ook niet onmiddellijk. Dat zou mooi zijn, maar zo werkt het niet. De triage bepaalt dus inderdaad niet de plek op de wachtlijst, maar het al dan niet terechtkomen op de wachtlijst? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Zoals het met veel vormen van zorg gaat. Triage gaat erover, wat is de beste behandelmethode? Wanneer is die beschikbaar en wat kunnen we in de tussentijd doen? Dus het gaat er ook over wat voor een vorm. Stel dat het een hele unieke behandeling is, waarvan er maar zes behandelplekken zijn in heel Nederland. Misschien is die uiteindelijk het meest wenselijk, maar wat zouden we in de tussentijd kunnen doen? Dus het gaat over hoe ziet het wacht traject eruit? Wat is passende hulp? Wat is niet passende hulp? Wat zou in de tussentijd hulp kunnen zijn, die ook helpt om het probleem minder erg te maken? Dus het gaat over het hele samenstel, over de plek op de wachtlijst en ook over welke hulp je in de tussentijd kan bieden. Ook daar weer, als er echt een acute crisis is en dat heb ik volgens mij ook al vaker toegezegd, als er gelijk nood aan de man is, dan gebeurt het ook nog weleens dat wij gebeld worden. Is dit onderaannemerschap, is deze zorg wel vergoed? Dan accordeert deze wethouder ook deze organisatie, ja, ga maar doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15171474/1