Transcript commissie Samenleving van 23 januari 2025
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 23 januari 2025 1.
Opening en mededelingen De voorzitter: Goedenavond, allemaal. Welkom bij de commissie Samenleving van 23 januari. We zijn al een soort van gestart, maar toch ook niet, met de gezamenlijke bespreking met de commissie Ontwikkeling. Toch even een officieel welkom. Allereerst, de beste wensen. Het is de eerste commissie Samenleving na het kerstreces en de eerste van 2025. Laten we er weer een mooi vergaderjaar van maken in deze commissie. Normaal onder leiding van de heer Aerssens, maar ik vervang hem vanavond en nu wel de hele avond. Even kijken. Hier staat nog dat ik mag handhaven op spreektijden. Niet door elkaar praten en dergelijke. Volgens mij weet u dat allemaal ongeveer wel. Zeker omdat de agenda redelijk licht is. Ik kan me voorstellen dat er genoeg tijd is, maar desalniettemin mocht het snel gaan, dan zal ik u laten weten als uw tijd bijna voorbij is. Eerst nog in de categorie lief en leed wil ik een kersvers raadslid van D66 mevrouw De Valk welkom heten bij de commissie Samenleving. Ik heb gelezen al dat u zich in wil gaan zetten voor de jeugdhulp. Dus wat dat betreft valt u met uw neus in de boter, omdat het ook op de agenda staat en dan voelt u zich thuis. Dan heb ik hier ook staan dat de heer Baars gaat stoppen. Hij is niet aanwezig vanavond, maar laten we hem vanuit deze positie ook danken voor zijn inzet voor de commissie Samenleving. Ik zie veel geknik.
Dus bij deze. Ik kijk de heer Van der Vliet ook even aan bij deze, dat ze ook worden overgebracht. Verder kwam uit de commissie de wens naar voren om een informatiebijeenkomst te organiseren voor inwoners met vragen over gezondheidsaspecten, mede naar aanleiding van een rapport van het RIVM waarvan artikel 32 vragen van de Actiepartij besproken zijn vorig jaar in deze commissie met betrekking tot luchtverontreiniging rond Tata Steel. Wethouder Van Loenen heeft toen toegezegd een informatiebijeenkomst te laten organiseren over dit onderwerp. Dus luchtkwaliteit. Namens de gemeente door Stichting Waag, die ook trekker is van het project Hollandse Luchten. Ik zou willen vragen welke commissieleden Waag zouden kunnen adviseren voor deze bijeenkomst. De commissie Beheer zou ook worden uitgenodigd, omdat het enig raakvlak heeft met de commissie. Ik heb al iemand, de Actiepartij organiseert al mee, dus wellicht iemand vanuit de oppositie die nog mee wil doen. Ik zie de heer Amand niet heel overtuigend, maar toch wel overtuigend, fijn. Dank voor de ongevraagde feedback. Leuk om te horen natuurlijk. Dus dat noteren we bij deze. U gaat samen met de heer Trompetter dit voorbereiden. Dank daarvoor. De voorlopige datum voor deze sessie is overigens bijvoorbeeld maandagavond 31 maart.
Ik kan me voorstellen dat u nog niet allemaal direct scherp heeft wat u dan gaat doen, maar ik ga u toch vragen of dat akkoord is om het op die avond te organiseren. Met in achtneming van de normale vergadertijden van uw fracties. Ik zie heel veel instemmend geknikt. Hiermee gaat u daarmee akkoord. Ik heb verder geen bericht van verhindering. Wilt u me nog een verhindering doorgeven? Zo niet, dan gaan wij naar nieuwe bijeenkomsten voor uw agenda. Ik heb er een paar. Allereerst 24 februari is er een informatiesessie over het thema brede welvaart. Dit is een inspiratiesessie. Een intekenlijst gaat rond. Meld u zich vooral aan. Op 28 februari is er een werkbezoek aan de Boulderhal De Fabriek. Dat is van 15:00 uur tot 17:00 uur. Wethouder De Raadt is aanwezig bij deze sportclinic. Let op, het is een sportclinic, dus trek ook wat sportiefs aan. Kijk ik naar links, neem ik aan. Schoenen zijn beschikbaar op locatie, maar voor de rest misschien iets lichters voor Bouderen, van 15:00 uur tot 17:00 uur op 28 februari. Aanmelding via griffiebureau@haarlem.nl. Het zal ook in de Raadzaam staan of stond er al in. Verder is er 3 april een technische sessie over de aanpak van jeugdoverlast en criminaliteit, in gezamenlijkheid met de commissies Bestuur en Samenleving en aansluitend zal er een vergadering zijn. Dat u het ook alvast weet.
1
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 2, dat is het vaststellen van de agenda. Kan de agenda worden vastgesteld? Helemaal goed. Doen we dat bij deze. Er is één agenderingsverzoek binnengekomen en dat is van GroenLinks, mevrouw Lammertse. Dat heeft betrekking op agendapunt 2.1, dat is motie 29 Triagefonds, Als hulp niet kan wachten, kan het niet wachten. We vragen daar een afdoening, maar mevrouw Lammertse, u zou het graag willen agenderen. Zou u willen aangeven waarom u dat wilt? Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het agenderingsverzoek voor zich spreekt. Uit de motivatie van de afdoening concludeer ik dat de wachtlijsten nog niet opgelost zijn. Dus we willen toch graag bespreken of er echt geen noodzaak is voor een Triagefonds of andere vergelijkbare maatregelen gericht op de meest acuut en ernstige problematiek. Met de kanttekening dat we dan ook graag de actuele stand van zaken qua wachttijden zouden willen ontvangen, zodat de commissie ook een beeld heeft van de huidige situatie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de commissie. Is er steun voor het agenderen? Ik tel een meerderheid. Dan is dat helder. Dan gaan we dat agenderen. Vervolgens vraag ik aan u de ter kennisname meegezonden stukken, kunnen die worden afgedaan? Met natuurlijk de opmerking dat twee 2.1 niet is afgedaan, maar geagendeerd.
Dat is dan verder voor akkoord voor de commissie. Helemaal goed, dank u wel.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder (s) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 3, mededelingen commissieleden en wethouders. Dan kijk ik even de commissie rond en ik kijk naar wethouder Van Leeuwen of er nog mededelingen zijn. Die zijn er niet. Helder.
4.
Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden De voorzitter: Dan gaan we agendapunt 5, dat zijn de mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden. Dan kijk ik de wethouder aan. Is er onlangs een bestuursvergadering over een voor deze commissie relevante gemeenschappelijke regelingen geweest, waar de wethouder de commissie over wil informeren? Nee, ik krijg wel een pen, maar geen mededeling. Dus dan concludeer ik dat die er niet is.
5.
Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: En dan gaan we naar agendapunt 5, de agenda voor komende vergaderingen, de jaarplanning en de actielijst. In de cyclus van februari hebben we alleen op 6 februari een vergadering. Dus de vergadering van 13 februari, de week daarna, zal komen te vervallen. Wat staat er op de agenda in februari? Dat is dan de Beleidsvisie armoede en schulden vanaf 2025, plus info de wijziging en actualisatie beleidsregels minimaregelingen 2025. En ter bespreking vaststellen Verordening jeugdhulp gemeente Haarlem 2025.
6.
Transcript commissie d.d. 12 december 2024 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 6, dat is het transcript van 12 december 2024. Zijn er nog opmerkingen over dit transcript? Ik concludeer maar dat die er niet zijn helder.
2
7.
Concept-actieprogramma wonen en zorg 2025-2030 “Gewoon samen thuis” De voorzitter: Dan gaan wij weer vlug door naar het volgende agendapunt, agendapunt 7 en dat gaat over het Concept-actieprogramma. Excuus ik lees door. Ja, precies, agendapunt 7 hebben we natuurlijk gehad.
8.
Quickscan Inkoop Jeugdhulp Gemeente Haarlem De voorzitter: Dus dan gaan we naar agendapunt 8. Zo snel kan het ook gaan. Dat is de Quickscan Inkoop Jeugdhulp gemeente Haarlem. De informatienota en het rapport Quickscan Inkoop Jeugdhulp zijn ter bespreking geagendeerd, met instemming van de commissievoorzitter. Het agendering verzoek van Jouw Haarlem is bijgevoegd. Er zijn ook wat technische vragen gesteld, ook door Jouw Haarlem en D66. Die zijn ook beantwoord. En aangezien het door Jouw Haarlem is geagendeerd, zou ik mevrouw Scholten als eerste het woord willen geven. Ga uw gang. Mevrouw Scholten: Dank u wel. Doet hij het? Jawel, sorry. Ik hoorde even mezelf niet. Goedenavond, allemaal en dank voor het woord. We hebben de Quickscan samen met SP en OPH geagendeerd, omdat we het een heel interessant onderzoek vinden, dat ook op een goed moment is gekomen. Het is van juni vorig jaar. We hebben het er nu over, omdat er nu weer een nieuwe ronde aankomt, met een nieuw schooljaar, een nieuw politiek seizoen. Voor een deel is die misschien achterhaald met de reparatie van het Innovatiefonds en de noodmaatregel. Dat is inmiddels gelukkig geregeld. We hebben inderdaad veel vragen gesteld ter verheldering.
Die hebben hopelijk ook effect voor de wat langere termijn voor gewoon een goed begrip van iedereen, waar hebben we het over? De technische sessie met de hoofdonderzoeker zelf was echt heel prettig en heel verhelderend. Waarvoor grote dank voor het organiseren. Dus voor beide dingen, de Quickscan en de sessie, maar er zijn echt grote problemen en daar kunnen we als gemeente niet alles aan doen. Dat erkennen we natuurlijk ook, maar we hebben de stand van zaken van de wachttijden, voor zover we die online kunnen vinden, per 1 januari even uitgezocht. Wachttijden tot 88 weken voor jeugdhulp trauma. Dat is echt, het is niet schandalig, want het is niet expres, maar het is echt veel te lang, 52 weken wachttijd is op dit moment al vrij normaal. Ik denk dat we dat toch echt niet normaal moeten gaan vinden. Dat willen we ook allemaal niet. Het is ook echt niet wenselijk als ouders hun hele leven on hold moeten gaan zetten om hun kind met een kwetsbaarheid te kunnen helpen, maar dat is wel wat er op dit moment in de praktijk gebeurt. En mensen gaan daar echt kapot aan. Hoe gaan we dat dan vervolgens proberen te herstellen? Dat zal heel erg moeilijk zijn, ook omdat we niet met onszelf en alleen maar onszelf te maken hebben, maar ook met een overheid die landelijk niet bepaald meewerkt.
De VNG is volgens mij nu landelijk uit het overleg de hervormingsagenda gestapt, maar gaat regionaal nog wel door. Dus er gebeurt gigantisch veel in dit veld en het is heel moeilijk om daar grip op te houden. Nou, dan iets meer de inhoud ervan. Wat ons betreft moet het lumpsumbedrag in perceel 1 niet alleen omhoog met de prijsstijgingen en de loonontwikkelingen, maar ook met volumegroei. Er is volumegroei. We krijgen ook meer inwoners. Dus meer inwoners is volumegroei. Nationaal is er daarnaast sowieso elk jaar een groei te zien in het aantal jongeren dat hulp nodig heeft. De conclusie van de onderzoekers is dan ook niet voor niets: het budget knelt. Dat doet het. Daar kunnen we ook niet alles aan doen, maar we zullen toch moeten doen wat we kunnen doen. Toedelingsafspraken voor perceel 1. De onderzoekers constateren ongelijkheid, door het ontbreken van die afspraken en de lumpsumbudgetten zijn voor de consortia vastgesteld op basis van de omzet van 2021. Dat is echt een tijdje geleden inmiddels. Er is niet heel veel regie op wie wat en hoeveel krijgt, lijkt. Bij de consortia zijn er ook grote verschillen in de winsten die gemaakt worden. Er zijn consortia die verlies draaien en er worden soms ook echt grote winsten gemaakt.
Consortia moeten alles kunnen aanbieden, maar kunnen dat niet allemaal en dat geeft ook best wel een administratieve druk, want hoe zet je dan al die zorg toch om? De Quickscan blijkt wel dat de behandeltijd
3
van 1.050 minuten voor perceel 2 voldoende is. Dus dat is mooi. Dat is ook fijn om te weten. Geeft ons ook wat meer concrete houvast, maar het lijkt ons een goed idee dat aanbieders verplicht worden voor perceel 1 en 2 wat hun omzet en eventuele winst is in deze regio. Zodat we ook inzicht krijgen in hoe onze financiën ingezet worden. We weten niet precies wat er met ons budget wordt verdiend. Dan een lastigere. Wat doe je met die knip tussen perceel 1 en perceel 2? Dat is denk ik een van de kernproblemen hier, maar ook heel moeilijk op te lossen. Je kan zeggen: hef die hele knip op. Volgens de onderzoeker maak je een hele hoop over … Trek je een hele hoop overhoop, wat je misschien niet overhoop moet willen trekken. Aan de andere kant is die knip wel nog steeds best heel onhandig. Dus hoe gaan we dat repareren? Misschien heeft de wethouder daar inmiddels een briljant idee bij, hoor. Dat zou zomaar kunnen en zou me niets verbazen. Maar wat gaan we doen met die knip tussen perceel 1 en perceel 2, zonder het hele programma overhoop te trekken en iedereen doodongelukkig te maken met weer een stelselwijziging. Even denken, sorry, ik ben de tel kwijt van mijn verhaal. Ik denk dat ik er zo ongeveer ben. Ik heb zo'n verhaal.
De vraag is: wat betekent die knip weghalen nu eigenlijk? Dan staat er voor volgende maand een geagendeerde, eigenlijk een vervolg van jeugdhulp de Conceptverordening 2025. Een klein schot voor de boeg in mijn laatste minuut en dan hoop ik dat mijn compadre misschien nog wat aan willen vullen. Die verordening daarin staat toch ook weer het normaliseren centraal. Wij noemen dat een frame. Mensen kloppen echt niet voor een snotneus aan bij jeugdhulp. We zullen toch met zijn allen moeten zorgen dat kinderen die hulp nodig hebben dat krijgen. En het mag niet zo zijn, ik kan daar een anekdote over mijn eigen ouders voor zetten in die laatste 30 seconden. Mijn broertje had een chronische dodelijke ziekte. Mijn moeder zei aan het einde van haar leven: ik had toch echt heel graag wat meer tijd gehad om ook mijn eigen leven te ontwikkelen. Dat is wat we mensen aandoen als we zeggen: je zegt je baan maar op als je kind ziek is. Je kunt er niets aan doen dat je kind ziek is, maar je hele leven gaat overhoop en alles staat on hold en dat is gewoon niet oké. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik compadre mevrouw Özogul, SP. Ga uw gang. Mevrouw Özogul: Bedankt, Jouw Haarlem, want dat was inderdaad ook onze bijdrage. Ik wil het even kort hebben over het begin.
Even terug naar de aanbesteding en voor die tijd, wat er allemaal besproken is in deze commissie en wat er indertijd ook door de toenmalige wethouder beloofd is. De commissie was zeer kritisch met betrekking tot de aanbesteding op dat moment. De onderwerpen die toen voorbijkwamen waren bijvoorbeeld normaliseren, de aanbesteding an sich ons en ook sturing en monitoring. Met betrekking tot de sturing en monitoring zie ik wat terug ook in het stuk zelf. Wat de wethouder toen beloofde, dat er een iemand vanuit de gemeente zou zijn en die zou dan constant de wachtlijsten en de sturing en de monitoring volgen. Wat wij nu gezien hebben de afgelopen periode is dat het toch met betrekking tot de wachtlijsten finaal is misgegaan. Uit het onderzoek blijkt ook dat we weinig weten. Heel veel dingen zijn niet bekend en heel veel dingen hadden we niet zien aankomen. Ik vraag mij af hoe dat kan. Wellicht kan de wethouder daar kort een antwoord op geven. Jouw Haarlem heeft het net over de knip gehad. Daar wil ik nog kort iets op vragen. Past het binnen de aanbesteding wat we nu hebben om die knip in ieder geval zover weg te halen, zoals het advies ook is? Want zo niet, dan is in ieder geval de SP van mening dat we dan niet moeten verlengen en moeten kijken hoe we dat toch kunnen oplossen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk de commissie rond. Mevrouw Lammertse, GroenLinks, ga uw gang.
Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. In feite lees ik in die Quickscan best een positief en bemoedigend stuk. Dat is verder bevestigd door de inderdaad erg informatieve technische sessie met de hoofdonderzoeker die we hebben gehad. Dank daarvoor. Het door onze regio gekozen stelsel wordt als moedig bestempeld en het uitgangspunt was om de status quo te doorbreken. Die moest ook doorbroken
4
worden. We moesten komen tot een betere samenwerking met jeugdhulpaanbieders, de administratiedruk moest verlicht worden en er moest meer ruimte komen voor innovatie. We hebben daar gekozen voor een langetermijnvisie en het opbouwen van een strategisch partnerschap. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Dat weten wij als commissie en dat lezen we ook terug in dit stuk. Er zijn dingen misgegaan, er zijn dingen niet goed afgebakend of te snel in gang gezet, terwijl er inhoudelijk nog van alles uitgewerkt moest worden. En sommige van die zaken heeft de raad in de tussentijd ook middels moties is al aangepakt. Bijvoorbeeld de problemen rond de vaststelling van de budgetplafonds voor perceel 2 en de implementatiekosten die nu vergoed zijn voor perceel 1. Nu is het tijd om onze blik op de toekomst te richten, met dit rapport in de hand. Daarbij vallen mij een aantal dingen op uit de aanbevelingen, waar ik graag de mening van de wethouder over wil horen. Ten eerste de keuze om geen eisen te stellen aan de inrichting en de organisatie van de consortia. Sommigen hebben nu in de praktijk weliswaar een gezamenlijke voordeur, maar de rest van het pand bestaat nog steeds uit allemaal aparte hokjes. Wat ons betreft biedt de aanstaande verlengingsprocedure de kans dit te verbeteren.
Is de wethouder dat inderdaad van plan? Daarnaast betreffende de vaststelling van het lumpsumbudget sluit ik me graag aan bij Jouw Haarlem. Ten derde, het feit dat er op dit moment geen handvatten of afspraken zijn om te komen tot een prioritering. Dat raakt aan mijn agenderingsverzoek over het Triagefonds, maar prioriteren gaat verder dan triage. Hoe gaan we in dit strategisch partnerschap er gezamenlijk voor zorgen dat we heldere, inhoudelijk onderbouwde prioritering hebben? Zodat we met inherent gelimiteerde middelen kinderen helpen die dat het hardste nodig hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Amand, Trots Haarlem. De heer Amand: Dank u wel, namens Trots. Het is een mooi stuk, maar we zeggen toch een beetje, u noemde het woord schandelijk al, want wij vinden toch wel dat die kinderen meer en sneller geholpen moeten worden. Dan is Haarlem eigenlijk toch wel een stad dat je denkt: dat gaat niet de goede kant op. Dus wij verzoeken de wethouder om met een plan te komen dat een aanpak nog versnelt. Ik zie hem kijken, maar dat willen wij graag horen van u, dat u versnelt. Want we praten en praten maar en iedereen komt langs, maar dat is natuurlijk de bedoeling niet. Wij willen concrete plannen van u zien. Daar wil ik het even laten en ik wacht op een antwoord van hem. De voorzitter: Het leek even alsof u mij aankeek.
Ik hoop dat u naar de wethouder keek, maar ik keek in ieder geval naar u, omdat ik de voorzitter ben. Ik zou zeggen: stop met complimenten, want u heeft er al eentje gegeven, maar dank. Helemaal goed. Het is niet te verstaan voor mensen thuis. Ik ga naar de heer Visser, PvdA. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Voorafgaand aan deze periode was het voor iedereen in deze commissie al duidelijk dat de noodzakelijke transitie naar een nieuw jeugdhulpmodel weleens een proces van een lange adem kon worden. Deze Quickscan laat wederom zien dat dat zo is. Wat positief is aan deze Quickscan is dat die niet is gemaakt op aanvraag van een bezorgd raadslid of een partij, maar op aanvraag is van het college zelf. Dat de wethouder om een Quickscan heeft gevraagd, geeft wederom blijk van betrokkenheid en dat verdient wat ons betreft een compliment. De Quickscan laat echter ook zien dat wij er nog niet zijn. Collega Scholten van Jouw Haarlem heeft vandaag aan ons allemaal gevraagd na te denken over de conclusies, adviezen en aanbevelingen uit de Quickscan en over wat er voor de rest van deze zittingsperiode nodig is om tot een sluitend systeem te komen voor jeugdzorg. Ik zou daaraan graag willen toevoegen dat het ook voor de PvdA belangrijk is om na deze termijn van ons allen te zorgen voor een sluitend jeugdhulpsysteem en daarbij goed te blijven luisteren naar adviezen vanuit het veld.
We hebben een moeilijke opdracht, want we hebben nog steeds een groeiend aantal kinderen dat hulp nodig heeft en we hebben, zoals
5
eerder ook al werd gezegd, geen regering die ons in korte tijd financieel lijkt te gaan helpen. Dat we hard moeten werken voor de verbetering van ons jeugdstelsel, is duidelijk. En dankzij de Quickscan zijn er een aantal concrete verbeterpunten aangeleverd. We zien bovendien dat we op een aantal van deze punten ook al voortvarend bezig zijn geweest met aangenomen amendementen afgelopen zomer. De PvdA gelooft nog steeds in het idee en de visie achter deze manier van werken. Dat verdient wat ons betreft nog steeds onze commitment, maar we vinden ook dat we nu vervolgstappen moeten zetten om dit stelsel beter te maken. Daarbij moeten we naar alle opties kijken, ook naar bijvoorbeeld de groeibudgetten die mevrouw Scholten al noemde. We moeten alles in het werk zetten om binnen dit stelsel de wachtlijsten binnen onze mogelijkheden aan te pakken. Daarnaast sluiten wij ons graag aan bij de vraag die mijn collega, mevrouw Lammertse van GroenLinks al stelde. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Vliet, VVD. De heer Van der Vliet: Dank u wel, voorzitter. Een aantal jaar geleden is de dappere keuze gemaakt voor een nieuwe richting van onze jeugdhulp. We zien dat er veel problematiek is ten aanzien van de implementatie hiervan.
De Quickscan dateert van halverwege 2024, biedt ons wel een mooie gelegenheid om vooruit te kijken naar verbetering van ons stelsel en dit te bespreken, vanavond onder andere. Allereerst willen we de wethouder complimenteren voor het proactief uitvoeren van deze Quickscan. Het biedt ons een goed inkijkje in hoeverre we dit verder kunnen verbeteren als gemeente. Het betreft een complex dossier en niet alleen is het in Haarlem, maar ook breed in Nederland zien we dat. We hebben nu eenmaal beperkte middelen, ook al is de afgelopen 10 jaar wel het budget verdubbeld. We moeten daarom ook keuzes durven te maken. Naar aanleiding van de Quickscan heeft VVD twee vragen voor de wethouder. Allereerst, kan de wethouder ons meenemen wat de huidige status van de implementatie van de aanbevelingen is? Zijn ze allemaal overgenomen en geïmplementeerd of zijn er bepaalde aanbevelingen die de wethouder niet overneemt? Daarover worden we graag geïnformeerd. Ten tweede zouden wij graag willen weten welke stappen de wethouder heeft ondernomen om vraag en aanbod van de consortia beter op elkaar te laten aansluiten. Tot zover mijn bijdrage, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog in de eerste termijn? Mevrouw De Valk, D66. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. Haarlem is al geruime tijd bezig om het jeugdzorgstelsel te transformeren.
Hierdoor werkt Haarlem samen met de regio met een taakgerichte bekostigingsvariant en een beperkt aantal consortia, waarin aanbieders samenwerken die gezamenlijk de hele keten van noodzakelijke jeugdhulp dekken, met vrijgevestigde en instellingen die enkelvoudige jeugdhulp aanbieden. Deze systeemveranderingen zijn sinds 2023 gestart. Het jeugdzorgstelsel is complex, precair en het gaat hier om kwetsbare jongeren. Met het oog op de fundamentele systeemveranderingen vindt D66 het bewonderingswaardig dat de wethouder op eigen initiatief en vooruitlopend op de formele evaluatie, de Quickscan jeugdzorg heeft laten uitvoeren. Dit onderzoek laat diverse knelpunten zien en heeft diverse aanbevelingen opgesteld. Ook hebben de onderzoekers aangeraden om voort te bouwen op het bestaande systeem en om het principe van partnerschap met gecontracteerde consortia te behouden. Een van de knelpunten die uit onderzoek naar voren komt en waar D66 zich zorgen over maakt, is het uitgangspunt dat alle consortia alle hulp kunnen bieden, in de praktijk niet haalbaar is. Consortia schakelen elkaar ook nauwelijks in als onderaannemer, waardoor er een risico bestaat dat kinderen die jeugdhulp uit verschillende consortia nodig hebben geen passende hulp krijgen en er dus langere wachtlijsten ontstaan.
Is het college het met D66 eens dat dit met prioriteit aangepakt dient te worden? Zo ja, hoe wil het college dit aanpakken en op welke termijn kunnen we concrete resultaten verwachten? Een ander punt is het beoogd doel van
6
transformatie, dat consortia zelf efficiëntere werkwijze ontwikkelen om de wachtlijsten aan te pakken. Deze consortia krijgen hiervoor aanvullend een bedrag van 4 miljoen uit de zorg, het Innovatiefonds. Maakt het college zich zorgen of dit wel in goede banen gaat lopen? Gezien de Quickscan-constatering dat consortia op het gebied van samenwerking inschakelen voor jeugdhulp nauwelijks plaatsvindt. Zo nee, graag een toelichting van het college. Tot slot, er wordt in de informatienota van de Quickscan gesproken over dat consortia met de gemeente een ontwikkelplan gaan opstellen, waarin inhoudelijke doelen naar aanleiding van het onderzoek worden uitgewerkt. Dit ontwikkelplan is dus belangrijk voor de verdere vormgeving van het jeugdzorgstelsel. D66 is daarom benieuwd naar dit ontwikkelplan en wil dit graag in de commissie bespreken. Kan de wethouder daarom toezeggen dat hij dit ontwikkelplan actief met de commissie gaat delen? Zo ja, op welke termijn kunnen we dit ontwikkelplan dan ontvangen? De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Dat er risico's zijn aan het gekozen systeem is heel duidelijk. De vraag is aan de wethouder over de knip tussen perceel 1 en 2. Wat zal er gebeuren voor het geval dat wij dat gaan doen? De wachtlijsten die spelen ook een rol. Dat is ook gezegd door Jouw Haarlem in het begin.
Wat kunnen we daaraan doen? Ik bedoel, zulke lange wachtlijsten, dat is ongekend. Dat is echt ongelooflijk. Is heel veel, heel lang. Ik zou graag van het college willen weten wat zij kunnen doen met de aanbeveling en de conclusies die in de Quickscan staan. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Moedt, Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Er zijn al een hele hoop verstandige dingen gezegd. Duidelijke vragen gesteld, onder andere over prioritering. Daar sluiten we ons graag bij aan. Ook wij willen de wethouder bedanken voor de voortvarendheid waarmee die deze Quickscan heeft georganiseerd, een technische sessie heeft georganiseerd. Dank daarvoor. Wat mij met name bijblijft van die technische sessie. We kregen een hele hoop informatie, met name vier dingen heel belangrijk. Prioriteren, professionaliseren, partnerschap stimuleren, normaliseren. Er zijn zoveel punten om iets over te zeggen. Ik wil ook nog in ieder geval die knip, daar nog iets over zeggen. Voor onze tijd, voordat de Partij voor de Dieren in de raad zat, is die keus gemaakt. Er kwam ter sprake dat dat misschien niet de meeste handige keuze was. Dat er een aantal problemen door ontstaan en zoals de onderzoeker zegt, de holistische gedachte achter die stelselwijziging minder duidelijk naar voren komt.
Ik denk niet dat de Partij voor Dieren voorstander is om dat hele systeem nu overhoop te gooien. Wie weet wat we dan op onze hals halen. En volgens mij worden er wel acties ondernomen om die knip wat minder heftig te maken en de samenwerking tussen die percelen, tussen consortia onderling, tussen de aanbieders in perceel beter te krijgen. Dat bijvoorbeeld binnen perceel 2 niet alleen enkelvoudige zorg kan worden geboden, dat wanneer het complexer wordt, dat er dan toch ook wat mogelijk is en dat mensen bijvoorbeeld niet meer terug naar het CJG worden gestuurd voor overbruggingszorg en terug de wachtlijst op. Dat lijkt ons verstandig. Ik kan bij een heleboel dingen die eerder gezegd zijn aansluiten. Jouw Haarlem noemde de landelijke overheid, die werkt niet echt in ons voordeel. Daar zijn we het helemaal mee eens. We zullen toch wat moeten. Er is nog geen sprake van een gemeenschappelijke regeling. Andere gemeentes hebben dat al wel. Het heeft voordelen, het heeft nadelen. We hebben nu zeven wethouders, zeven gemeenteraden die aan zet zijn. Dat is natuurlijk fijn om directe invloed te hebben, maar dat maakt ook wat minder slagkracht, heb ik het idee. Is de wethouder dat met ons eens? En heeft hij enig idee wanneer die gemeenschappelijke regeling van start kan gaan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Dan denk ik dat dit echt een mooi moment is om naar de antwoorden van de wethouder te gaan. Ik heb hem zien meeschrijven. Dus wethouder, ga uw gang.
7
Wethouder Van Leeuwen: Zeker. Voorzitter, dank en commissie dank. U heeft als commissie al vaker uw grote betrokkenheid laten blijken bij dit onderwerp en dat bleek ook uit de grote belastingstelling voor de sessie die vorige week is geweest. De technische sessie met de onderzoeker van het AEF-rapport. Dus fijn dat u daar in grote getalen daarbij aanwezig was. Het rapport waar we het vanavond over hebben, geeft een indruk van de stand van zaken rondom de jeugdhulp in onze regio. En dat zeiden sommigen van u ook al, het was een Quickscan van rond de zomer vorig jaar. Dus sommige dingen daar is gelijk uitvoering aan gegeven en andere dingen lopen ook nog en andere dingen die vinden later tijd. Dus ik zal proberen daar een schifting in te maken. Dat hebben ook verschillende van u gevraagd. Ik zal dat eerst aan de hand van de aanbevelingen doen uit het rapport en dan nog specifiek de vragen die zijn blijven liggen. Ik denk dat dat het handigste is voor nu. Inderdaad in de tussentijd is er ook alweer een hoop veranderd. Dus zeker als je het hebt over perceel 2, daar kom ik ook op terug. Ook over wat we inmiddels hebben gedaan, daar hebben verschillende van u ook aan gerefereerd. Over het vergoeden van de implementatiekosten, over het Innovatiefonds wat is ingesteld. Dan ga ik een antwoord op de vraag die werd gesteld.
De innovatie kwam niet zomaar los, dat we hadden gehoopt, maar juist het Innovatiefonds, waarbij inmiddels nu de plannen zijn ingediend, geloof ik ook ambtelijk. Die heb ik bestuurlijk nog niet gezien. Dat is juist gericht om de consortia te stimuleren. Wat ga je nou doen qua innovatie? Maak ik mij daar nu zorgen over? Nee. Het feit dat we 4 miljoen hebben gelabeld echt voor innovatie, dat je daar actief op stuurt. Want ik heb ook meerdere van u horen vragen: hoe zit het nu met die sturingsvraagstukken? Daar kunnen we inderdaad echt iets in verbeteren. Dus daar kunnen wij ook een betere opdrachtgever zijn met zijn zevenen. Dat staat ook in de aanbeveling in het rapport. Kom ik bij de conclusies. Begin ik even bij AEF. Verschillende van u zeiden het al. Ik was zelf ook blij om te lezen dat AEF ook zegt: het is een moedige keuze geweest. Dit is inderdaad ook de way to go hoe je het moet willen. Niet met uurtjefactuurtje, waarbij meer uren schrijven de prikkel is, maar het systeem moet inderdaad nog wel volwassen worden. Dat wisten we ook en daar refereerde de SP ook aan, voorzitter. We hebben een keuze gemaakt en we wisten ook dat we moesten gaan ontwikkelen. Verschillende van u hebben aangehaald, er is een knip gemaakt. Dat is een knip geweest die op verzoek ook van onder andere de Haarlemse gemeenteraad gemaakt. Daar hebben we het uitgebreid afgelopen jaar over gehad.
De knip maakt het werk moeilijker. Tegelijkertijd, toen dit rapport werd gedaan, liep perceel 2 pas een halfjaar. Dus daar zaten ook echt nog veel kinderziektes in, die inmiddels ook zijn opgelost. Dus dat verlengen, dat dat administratieve rompslomp met zich meebracht, dat onderaannemerschap, die plafonds. Dat is inmiddels in de tussentijd wel opgelost. Dus dat is ook, die verstandhouding daar, het vertrouwen … Dan hoor ik wel weer hoe snel ik praat, dan weet ik dat ik wat rustiger kan praten. Dus dank daarvoor. Nee, dus als je kijkt, die knip tussen inhoud die toen gemaakt is, op verzoek ook van onder andere de Haarlemse gemeenteraad. Die maakt aan de ene kant het werk complexer. Dat is ook aangegeven. Tegelijkertijd heeft volgens mij de onderzoeker in de technische sessie vorige week aangeven: waarschijnlijk is het beter om de knip vast te houden, maar dan wel te kijken wat je kan optimaliseren. Daarbij zijn een deel van die acties al uitgevoerd. Zoals ook vorig jaar gezegd in een eerder gesprek over perceel 2. We zijn van 140 aanbieders naar 4 consortia gegaan. Perceel 2 zitten nog wel meer vrijgevestigde in. De sturingsvraag voor u als raad en voor mij als wethouder is daar complexer in. Tegelijkertijd blijven we daar zien dat zij wel heel veel kinderen voor relatief lage kosten helpen.
Dus daarmee, de SP zei dat volgens mij, voorzitter, moeten we daar niet mee stoppen? Sowieso is dat in dit contract complex. Dus dan zouden we echt opnieuw moeten aanbesteden. Ik blijf ook wel de kracht in onze regio van de vrijgevestigde en hoe zij voor relatief lage kosten veel kinderen helpen. Dan praat ik voor mezelf. Ik zou dat niet willen verliezen, want ik denk dat dat echt een kracht is van onze regio, dat daar een aantal hele bekwame vrijgevestigde zijn die echt hele goede zaken doen voor onze kinderen en ook met respect voor kinderen en ouders passende jeugdhulp bieden. Inderdaad, toen dit onderzoek gedaan werd, zaten er nog heel veel kinderziektes in, die voor een heel goed deel inmiddels zijn opgelost met de oplossing die u noemde. U noemde ook al toedeling van kinderen en budget naar consortia is niet congruent. We hebben natuurlijk
8
met elkaar in die aanbesteding gezegd: alle consortia moeten alles bieden. Tegelijkertijd hebben we wel de bonnetjes van 2022. Dat werd ook al gezegd, de inbrengwaarde, als budgetten genoemd. We hebben een consortium wat 35 miljoen krijgt per jaar. We hebben een consortium dat 8 miljoen per jaar krijgt. Dat is natuurlijk niet evenwichtig en tegelijkertijd moet je ook wel recht doen aan het feit dat verschillende consortia ook verschillende specialismes hebben. Dat de een misschien net iets beter is met de ene problematiek en de ander misschien slimmer, handiger, sneller beter is met andere problematiek. Dat is zo eentje die raakt zo erg eigenlijk de grondvesten van deze aanbesteding, dat die in het komende halfjaar in die evaluatie die we nu aan gaan uitvoeren, moet worden meegenomen. Dus ook daar om even de knip te maken. Kijk, we hebben dingen die hebben we al gedaan, de aanbevelingen opgelost. Dingen die lopen nu nog, die zijn ongoing en zaken waarvan we hebben gezegd: contract van negen jaar en voor elke drie jaar gaan we evalueren. Dus het komende halfjaar gaan we die evaluatie uitvoeren over de eerste twee jaar op weg naar 01-01-2026. Dit is zo eentje van hoe gaat die toedeling nou en moet je nou als kunnen vragen aan elk consortium? Die moet daar echt inkomen en daar moeten we een goed gesprek met elkaar over hebben. Andere conclusie, perceel 1 knelt financieel.
Verschillende van u hebben daar een vraag over gesteld. Waaronder Jouw Haarlem. Dat klopt. Daarom hebben we dus het afgelopen jaar ook implementatiekosten vergoed. Die eis van de AGB-code laten vallen, de excessieve casuïstiek en ook noodmaatregel gecertificeerde instellingen, hebben we dus buiten eigenlijk het vierkant om hebben we aanvullende middelen toegekend. Dan kom ik bij een complex punt. Dat weet u. Dat heeft u ook eerder van mij gehoord. Het is heel complex en dat raakt ook verschillende van u aan. En dan kom ik bij PvdD, voorzitter, zou zo'n GR helpen? Ja, zo'n GR gaat helpen. Dat wordt ook voorgeschreven. Dat is een traject van anderhalf jaar tot tweeënhalf jaar tot we daar helemaal uit zijn. Want wat is nou het bijzondere? We zijn met elkaar ingestapt, maar we begroten nog op verschillende manieren. Dus u heeft met elkaar met het vaststellen van de begroting bovenop de indexatie, dus bovenop de OVA 4 procent groei toegekend. Dus wij hebben in onze gemeentebegroting voor dit jaar meer geld dan we op dit moment in de lumpsum uitgeven. Zolang we niet met zijn zevenen op dezelfde manier die groei toekennen, kunnen we dat geld niet uitgegeven. Terwijl wij als Haarlem doen dat, we hebben dat geld gereserveerd. Zandvoort doet het ook en de andere vijf gemeentes hebben gewoon door historie een andere begrotingssystematiek.
Dat is een gesprek wat ik met de zes andere wethouders voer. Hoe wij nou recht doen aan de verdeelsleutel. Dat zat ook in het AEF-rapport, maar ook aan het realistisch begroten. Want op den duur hoop je wellicht, ook omdat er misschien in sommige gemeenten minder kinderen zijn, maar ook dat wellicht zorg afneemt. Dat is nog steeds iets wat ik hoop. Tegelijkertijd, als zorg inderdaad ook landelijk gezien bij doelgroepen toeneemt, moeten we ook met elkaar realistisch begroten. Zoals u weet doen wij dat al via een trendrapportage. Dat is een gesprek wat ik ook met de collega's in de regio voer. Hoe komen wij met zijn zevenen tot een uniforme manier van begroten? Want die OVA hebben we allemaal wel te pakken, maar we willen ook die groei toekennen, als de maatschappij daarom vraagt. Dus wij hebben hem erin zitten, in de begroting. U heeft hem erin zitten, want u heeft dat met elkaar vastgesteld. De collega's in Zandvoort ook. Dat moeten we met zijn zevenen op een uniforme wijze gaan doen, want anders kan je niet met elkaar op deze wijze blijven inkopen, want je moet recht doen aan die zorgvraag die er in de maatschappij is. Ik ga door. Een andere aanbeveling, werk in de regiovisie uit naar een concreet beeld van de benodigde jeugdhulp, inclusief prioritering. Dat is inderdaad een heel belangrijk punt. En dan raak je iets bij, waar Jouw Haarlem mee begon. Ja, dat gaan wij meenemen.
Tegelijkertijd blijft het inderdaad ook een landelijk vraagstuk. Dus je ziet eigenlijk dat in die hervormingsagenda is de toezegging gedaan door het ministerie. Wij gaan ook iets zeggen over reikwijdte, want nu is vrijwel alles een openeinderegeling en vrijwel alles is jeugdhulp. Dus hoe het ministerie ingrijpt in reikwijdte is hier echt heel belangrijk in. Tegelijkertijd en dat is natuurlijk ook, doe ik hier tussendoor even, de leestip en de kijktip. Artikel afgelopen week in de Correspondent, hoe de gemeenten kapot worden bezuinigd. Dat is een artikel over hoe dat gaat en dat gaat ook heel sterk over de jeugdhulp. De kijktip, velen van u zullen dat al hebben gezien, op de NPO is nu de prachtige serie 100 dagen in de jeugdzorg van Nicolaas
9
Veul. Je ziet hoe waardevol het werk is, maar ook wel hoe complex en hoe het lang niet altijd over kinderen gaat, maar ook heel vaak over de ouders gaat. Dus we hebben het hier over jeugdzorg, maar het zou regelmatig ook gezinszorg of ouderzorg kunnen heten. Daarin aspecten die wellicht andere aspecten van het sociaal domein of van de samenleving laten vallen, die komen uiteindelijk terecht bij de jeugdzorg. Dat is natuurlijk ook een debat wat regelmatig landelijk tussen VNG en het Rijk wordt gevoerd. Los van die tips. Dus prioritering is er eentje waar wij echt ruggensteun moeten bieden aan de consortia. Want eigenlijk merk je ook, ik ben ook teruggegaan naar die documenten. Wat mevrouw Özogul van de SP ook had gedaan, voorzitter, naar de dialoogfase destijds van drie jaar geleden. Dan zie je dat destijds de jeugdhulp zei: geef ons het budget en wij komen wel tot een prioritering. Dat doet geen recht aan hun rol, want er zitten daar behandelaars, die willen elk kind behandelen en ze hebben echt ons als politiek nodig en eigenlijk liefst landelijk, want het is heel gek als 342 gemeentes in elke gemeente zelf een discussie gaan voeren over reikwijdte. Dus het liefst landelijk. Komt landelijk niet over de brug, dan moeten wij in ieder geval met zijn zevenen, met zeven gemeenten die het samen hebben ingekocht, hen helpen om reikwijdte te doen.
Want ik vind zelf ook pijnlijk om te zien dat er als je een spoedeisende hulp komt, hangt er gewoon een lijst op de muur wie eerst mag en wie later kan. In de jeugdzorg hebben we dat niet en dat is eigenlijk heel gek. Dus dan merk je ook dat het heel gek is dat bij de jeugdzorg niet is deze mag alle rijen passeren en deze casus kan ook wachten, want misschien kan het ook in het normale netwerk opgelost worden. Dat zegt wel iets over hoe deze sector nog ontwikkeld moet worden. Ik had al iets gezegd over de knip tussen perceel 1 en 2 of dat congruent is. Dus in het fijn slijpen, dat is voor een goed deel al gebeurd. Tegelijkertijd was het vorig jaar, een half jaar geleden, dus vorig jaar zomer, was echt in een andere staat dan het nu is. Ik ga even kijken wat er nog meer staat. Hebben we een interruptie? Ik zie een microfoon. De voorzitter: Nee, ik wilde aangeven dat u nog 19 minuten spreektijd heeft. Dat u daarvan bewust bent, maar gaat u door. Wethouder Van Leeuwen: Ja. Aanbeveling, waar ook meerdere vragen over waren. Opereren als consortium als één organisatie en organiseren interne checks en balans. Dat stond ook in het rapport. Dus op dit moment is Hyperionhelpt is het consortium wat als enige als heel consortium stuurt op de besteding van de lumpsum. Daar kan de rest iets van leren en dat is ook wel eentje waar … Dat is echt zo'n punt wat nu al loopt.
Waar we gesprekken over hebben met consortia. Wat ook werkt, want ook binnen consortia zijn er ook partijen die veel winst maken. En dan zie je ook al dat daar, wij hebben daar natuurlijk als regel gesteld wat die winstpercentages zijn. Binnen die consortia is dat nu aan het groeien. Dus binnen zo'n consortium is nu een intensief gesprek van wacht, wij verdelen met elkaar geld. Een van de onderaannemers heeft daar inderdaad een winst die ook het consortium als geheel niet oké vindt. En dan zie je dat systeem wel beginnen te werken. Dus daarbij zie je dus inderdaad ook dat die consortia volwassen worden. Wat ik daarvan hoop en waar we ook bij de evaluatie moeten helpen, als we zien dat één consortium echt een heel goed en slim systeem heeft, hoe kunnen wij de consortia helpen? Dat was ook een duwtje geven of misschien wel wat dwingender dan een duwtje, dat we zeggen: kijk eens naar hoe zij nou bijvoorbeeld gezamenlijk de intake doen. Zouden we dat niet in alle vier de consortia zo willen? Dat hebben we op dit moment niet zo ingeregeld. Wij gaan over de wat, we kopen jeugdhulp en zij gaan over hoe ze het met elkaar doen. Maar het sturingsvraagstuk en ook hoe zij intern slim goed en scherp georganiseerd zijn, daar zie je een ontwikkeling in. Daar zie je ook de behoefte om het anders te doen.
Een volgende stap in die evaluatie moet zijn dat daar met elkaar, wij als strategische partner van de consortia en als degene die de factuur betaalt en ook de opdrachtgever zijn, dat we daar een volgende stap in kunnen doen. Dus daar dat is ongoing en daar gebeurt dus nog het nodige voor. Ik ga dan even kijken, want ik ben door alle aanbevelingen heen gegaan en veel vragen al gepakt, die u heeft gesteld. Ik heb al iets gezegd over de volumegroei dat daar inderdaad nog aanvullende afspraken over zijn tussen de verschillende
10
gemeenten. De jeugdhulpverordening was een vraag over, daar gaan het volgende maand over hebben. Dat gaat echt over de toedeling, op welke gronden krijg je wanneer hulp? In die regiovisie zit wel en dat vind ik zelf ook, dat zie je vaak, wanneer is iets jeugdhulp en wanneer niet? En u kent mijn rijtje inmiddels, geloof ik. De maatschappelijke trends van individualisering, van prestatiesamenleving, van maakbaarheid, iedereen kan gelukkig worden, als je maar je best doet, maar ook zorgen over de toekomst. Heb ik straks wel een woning? Hoe gaat het met het klimaat en hoe ziet de geopolitieke situatie eruit? Maakt dat er heel veel zorgen zijn en dat dat er heel veel in jeugdhulp terecht kan komen. Terwijl je je ook af kan vragen of dat nodig is. Een van de voorbeelden die we aan de hand hebben gehad en volgens mij heb ik u die weleens genoemd. We hebben een tijd lang een logeerzorg geboden aan een jeugdige om de moeder te ontlasten. Tegelijkertijd is dan de vraag en daarbij is … Ik was twee weken terug, dat heeft u wellicht ook gezien, bij de 100e koppeling van buurtgezinnen. Buurtgezinnen is zo'n preventief aanbod, waarbij een gezin zegt: ik wil kinderen van een ander Haarlems gezin wil ik één keer per maand of één keer per week hier over de vloer hebben, om daar de goede vrienden, de goede oom en tante of misschien wel de goede buurman van vroeger te zijn.
De vraag is dus inderdaad: wat is echt jeugdzorg? Reagerend op Jouw Haarlem, voorzitter, normaliseren, om dat nog te verduidelijken, dat is niet het bagatelliseren van problemen, maar wel kijken: komen in jeugdzorg gevallen terecht waarvan je misschien 30 jaar geleden had gedacht: dat gebeurt gewoon bij de oudtante, buurman of iemand van de voetbaltraining, iemand in het sociale netwerk. Dat netwerk is wellicht bij de doelgroep afgenomen. Wat kunnen we dan doen om dat wel weer op te laten nemen? Als er echt duidelijk problemen zijn, kan dat niet. Volgens wordt het woord normaliseren ook nooit bedoeld om problemen te bagatelliseren. Wel kijken: wat kan anders, wat wellicht ook beter is? Dan ga ik ook weer naar de eerste aflevering van de serie van Nicolaas Veul, heel veel respect voor de man die daarin zit, een jeugdhulpwerker. Die al 30 jaar in de jeugdhulp werkt en die zegt over zorg met verblijf: ik ken weinig kinderen die met minder problemen weggaan dan toen ze binnenkwamen. Dat is natuurlijk wel het moeilijke. Als samenleving vinden wij het heel moeilijk om te verdragen dat in sommige gezinnen het niet vlekkeloos gaat.
Alleen zo'n jeugdhulp werker die ook zegt van: het is heel goed dat we er zijn en wij zorgen heel liefdevol voor deze kinderen die bij ons komen wonen, maar er gaan vrijwel altijd kinderen met meer problemen hier weg, dan toen ze binnenkwamen, want ze zijn uit hun systeem losgerukt, zijn bij hun gezin weg. Ze nemen ook gedrag van andere jongeren over. En dat vond ik zelf, dat raakt mij wel, als zo'n jeugdwerker die er al 30 jaar werkt, dat raakt mij echt als zo'n man dat zegt. Die werkt echt met ziel en zaligheid al 30 jaar in de sector. Tegelijkertijd is dan altijd weer de vraag: wat betekent dit voor de kinderen als we ze dan op zo'n plek zetten? Dus ik vond het heel ontroerend hoe die man dat zelf bracht en die nog wel heel liefdevol daar dag in dag uit in de sector werkt en ook echt met zijn ziel en zaligheid probeert de kinderen daar een veilige omgeving te bieden. Dus dat over normaliseren. Dus wat kan er in de eigen omgeving, al dan niet met extra preventief aanbod en wat is nodig in jeugdzorg? En dat is een heel precair onderwerp en ook een moeilijk onderwerp om dat te bespreken met elkaar, denk ik. Dus vandaar dat ik ook probeer mijn woorden zorgvuldig te kiezen. Heel veel zaken. En dat ging natuurlijk over de wachttijden. Kijk, een deel zit in budget, een deel zit ook, hoe werken we anders en een deel zit in prioriteren.
Wat gewoon nu al loopt, is het team bij aanpak wachttijden. Dat weet u ook. Daar heb ik ook al eerder over gesproken. Dat is een landelijke aanpak, waar data specialisten samen met de sector, CJG, GGD, de jeugdhulpaanbieders, dat zijn onze mensen, gaan kijken van waar zitten nou rare dingen die opgelost moeten worden? Dat is een aanpak die loopt en dat is ook gekoppeld aan het ontwikkelprogramma. Dus daar vroeg D66 ook naar, voorzitter. Ik merk, dat is niet zo … Dat ontwikkelplan dat is een soort van digitaal schema met volgens mij 3 projecten en 17 actielijnen om problemen op te lossen. Dus dat dat is volgens mij geen nota die ik zo naar u toe kan sturen. Wat mij wel goed lijkt en dat is ook omdat ik regelmatig merk dat u wellicht een kennisvoorsprong inmiddels heeft door al mijn teksten die ik uitspreek, ten opzichte van de andere zes gemeenteraden, dat we vragen aan onze regionale inkooporganisatie om daar in het komende halfjaar een technische sessie over te doen voor de zeven gemeenteraden. Het lijkt me heel goed als de projectdirecteur,
11
want dat is ook een van de aanbevelingen: die inkooporganisatie moet zwaarder. We hebben sinds een half jaar ook een projectdirecteur inkoop jeugdzorg. Dat we haar vragen om voor de zeven gemeenteraden in een regionale radensessie over dat ontwikkelplan, die ontwikkellijnen, daar een technische sessie over te doen, om te laten zien waar zij dagdagelijks aan werken. Want dat was ook nog een vraag van mevrouw Özogul van de SP, voorzitter. Zou er een iemand zijn die dit allemaal in de gaten houdt? Er is niet een iemand, er zijn heel veel mensen. Dus wij hebben heel veel contractmanagers en hun dagdagelijkse taak is om op dat dashboard te kijken: wat gebeurt er nu? Waar zijn wachtlijsten? Waar gaan dingen mis? Dan hebben we ook nog mensen bij onze organisatie werken die kijken van als een kind vastloopt bij een aanbieder, als de zorg niet blijkt aan te slaan, dan heb je een soort van escalatie. Waarbij mensen uit verschillende consortia, maar ook van het CJG meedenken van hé, welke behandeling zou wel kunnen werken om dit kind weer een zetje in de goede richting te bieden? Dus we hebben niet een iemand, maar we hebben meerdere mensen voor wie dit een dagtaak is, om te kijken naar hoeveel kinderen worden geholpen? Hoe gaat het met het aantal instroom en uitstroom? Dus wordt een behandeling afgesloten? Want als je geen behandeling afsluit, dan kan je ook geen nieuwe mensen opnemen.
Even kijken. Dus team aanpak wachttijden had ik al gezegd. Ik ga nog even snel erdoorheen. Misschien nog de landelijke lijn. Volgende week is een spannende week. Dat moet ik er nog even bij zeggen en dan kom ik helemaal terug bij de eerste zinnen van mevrouw Scholten, voorzitter, van Jouw Haarlem. Want de deskundigencommissie brengt volgende week haar oordeel uit. De deskundigencommissie jeugdhulp gaat volgens mij 30 januari publiceren. Mijn eerste berichten, want u vraagt: hoe houden we grip? Ik probeer voor u grip te houden. In die landelijke discussie lijkt het erop dat zij gaan zeggen van zie het Correspondentartikel van afgelopen week, dat de gemeentes met een redelijk onmogelijke opgave, met te weinig budget, met een openeinderegeling zonder een vorm van reikwijdte, op pad zijn gestuurd. Dus ik ben redelijk positief over de eerste berichten die ik zo een beetje hoor in de wandelgangen, wat zij volgende week naar buiten gaan brengen. De volgende vraag is wat het ministerie ermee doet. Want de Rijksoverheid heeft ook geen geldboom. De minister heeft wel gezegd: ik ga serieus ernaar kijken en ik ben van plan zo veel mogelijk over te nemen. Tegelijkertijd moet de minister dan ook nog een gesprek hebben met de minister financiën. Dat vind ik zelf heel spannend, maar het kan wel soelaas bieden.
Soelaas bieden, niet alleen in onze jeugdzorgregio, maar ook in de andere 42 jeugdzorgregio 's die Nederland kent. Want zoals u ook al op verschillende manieren zei: dit speelt op heel veel plekken in het land en overal op een andere manier. Ik ga nog heel snel kijken, voorzitter, of ik nog vragen vergeten ben uit de eerste termijn. Ik denk dat ik heel veel gehad heb. Er was de vraag: Innovatiefonds heb ik daar zorgen? Nou nee, daar heb ik juist weinig zorgen mee. Trots vroeg nog versneld concrete plannen. De concrete plannen, ik heb al aangegeven hoe een aantal aanbevelingen zijn opgepakt en dat een aantal aanbevelingen terugkomen bij de evaluatie. Sommige ook meelopen in het team aanpak wachttijden. Dus ik denk dat ik bijzonder veel vragen … Ik loop nog even door wat u allemaal heeft gezegd in de eerste termijn, want dat heb ik ook nog meegeschreven. Perceel 2 daar hebben we al een aantal paaltjes echt verzet. Dus die verlenging onderaannemerschap en ook welke rol zij kunnen spelen. Budgetten zijn ook wat opgehoogd, omdat bepaalde aannemers die nieuw waren niet leverden. Dus ik denk dat dit voor nu wel mijn eerste termijn is. Dan heb ik inderdaad alweer 20 minuten gesproken, voorzitter. De voorzitter: Ja, dat is inderdaad de procedurele conclusie. Ik kijk even naar de commissie of er behoefte is aan een tweede termijn. Laten we even een rondje doen.
Mevrouw Özogul, ga uw gang, SP. Mevrouw Özogul: Goed om te horen dat volumegroei of in ieder geval groei in aantal cliënten, meegenomen wordt in het budget. Met betrekking tot de vraag over de toegang, dat sommige consortia meer cliënten toebedeeld krijgen, heb ik nog niet echt geruststellend antwoord. Want dat moet natuurlijk ook aangepakt worden, was ook een van de adviezen. Daar zou ik toch even wat meer duidelijkheid willen. De wethouder zei
12
met betrekking tot alle consortia moet alle zorg kunnen bieden, want dat is natuurlijk wel een van de vereisten van onze aanbesteding. U noemde een aantal voorbeelden, hoe mooi het is dat de een wat meer kan. Nou, prachtig natuurlijk, maar er is wel een scheefgroei en ook zoals Jouw Haarlem net ook namens ons aankaartte, met betrekking tot de winst. Je ziet dus dat daardoor het ene consortium winst maakt, terwijl dus het andere consortium tekort komt eventueel. Wij komen volgende week in ieder geval met ons onderzoek naar buiten, met betrekking tot dit. Ik heb daarover één vraag: het is belangrijk om, laat ik het zo zeggen, sommige aanbieders opereren ook landelijk of in ieder geval over een groot deel en als je kijkt naar de winsten en naar de bedragen, merken wij op dat we niet kunnen zien welk deel van het budget voor Haarlem bestemd is en of er in Haarlem winsten worden gemaakt. Kan er met betrekking daarover duidelijkheid komen in het vervolg? Dat het voor ons in ieder geval duidelijk is van hoe doen ze het in Haarlem? Dat is het andere. Als laatste met betrekking tot de wachtlijsten. Jouw Haarlem heeft het opgevraagd. Ik had het in november opgevraagd. Wij hebben 124 kinderen geholpen in perceel 1. Dat is hartstikke goed, maar toch zien wij nog steeds op dat moment in perceel 1 alleen al 383 kinderen nog op de wachtlijst staan. De wachtlijst is negen maanden.
Dat zijn niet de kinderen waar u het als wethouder over heeft met betrekking tot normaliseren. Dit zijn de kinderen die specialisme nodig hebben en die dus hard die zorg nodig hebben. En negen maanden is echt heftig. Ik wil van de wethouder weten wat u aankomende periode nog kunt doen om die kinderen ook de hulp te bieden waar zij recht op hebben. Want wij hebben een zorgplicht. Met betrekking tot normaliseren en prioriteren. Dat komt in februari terug. Dan wil ik het erover hebben. Ik ben het met Jouw Haarlem inderdaad eens dat ouders niet al te snel naar hulp rennen en ik zou ook in beeld willen hebben hoeveel van al deze kinderen die nu op de wachtlijst staan, volgens ons, zoals wij dat nu noemen, niet in aanmerking zouden komen voor spoedhulp? Want ik vraag me af of het aantal klopt. Hoe wij op dit moment als gemeente beeld dat we hebben van heel veel kinderen die rennen te snel naar hulp. Dat idee heb ik absoluut niet, als ik kijk naar de wachtlijst hoe groot die is voor specialisme. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Scholten, u heeft nog ruimte voor een zinnetje of twee. Ga uw gang. Mevrouw Scholten: Ik vergat in mijn eerste termijn één ding te benoemen. Namelijk, we willen in Haarlem echt inzet op preventie. We zijn ook druk bezig om op scholen de toegang goed voor elkaar te krijgen.
Er is op dit moment voor zeker zes scholen geen jeugdarts, er zijn scholen zonder VO-coach en bij leerplicht gaat het ook niet zo lekker. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Vliet, VVD. De heer Van der Vliet: Dank u wel. In het verlengde op de vraag van de SP, heb ik van de wethouder nog geen antwoord op mijn tweede vraag, die ik al eerder stelde. Welke stappen worden door de wethouden of bij de consortia ondernomen om vraag en aanbod beter op elkaar te laten aansluiten? De voorzitter: Dank u. mevrouw Lammertse, GroenLinks. Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. Ik mis nog wat concretisering bij de beantwoording van mijn vragen. Ten eerste over de prioritering. Ik hoor u zeggen: dat moet eigenlijk landelijk geregeld. Het gaat over de reikwijdte van de Jeugdwet. Het lijkt me niet verstandig om hier langer op te gaan wachten. Wij hebben als gemeentes wel de verantwoordelijkheid om jeugdzorg te bieden. Zonder afspraken over prioritering verloopt dat niet optimaal. Dus mijn vraag blijft staan. Wat gaat dit concreet betekenen in onze regio? Wie gaat dat gesprek aanzwengelen? Wanneer gaan we daarover tot een afspraak komen? En idem over de inrichting van de consortia. Ik hoor de wethouder suggereren dat de consortia van elkaar kunnen leren. Tegelijkertijd zien we dat dat dus niet van de grond komt tot dusver. Dit is wel echt de basis van het stelsel. Dit ligt wel echt aan
13
de grondslag van wat we willen bereiken met die consortia. Een goed gesprek vind ik wat vrijblijvend klinken in dit stadium. Mijn vraag blijft: wanneer gaat de gemeente daar ook meer directief op sturen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Valk, D66. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. In het verlengde van GroenLinks zijn we eigenlijk ook wel benieuwd naar wat meer verduidelijking naar onze vragen die we hadden gesteld over de samenwerking binnen de consortia. U heeft aangegeven, wethouder, dat u zich daar geen zorgen over maakt. Wij zouden daar graag wel wat meer toelichting op willen krijgen, want het is wel zorgwekkend dat in het rapport meerdere keren wordt aangehaald dat de samenwerking niet altijd vlekkeloos verloopt. Zo wordt bijvoorbeeld ook aangegeven dat het onderaannemerschap op het gebied van samenwerkingsverbanden nauwelijks voorkomt bij de consortia. Dat kan bijvoorbeeld teruggezien worden op pagina 17. Het is dus dan ook wel de vraag van hoe we dat ook als gemeente verder kunnen stimuleren. De voorzitter: Helemaal goed. Dank u wel. Dan zie ik dat de heer Amand nog naar mij kijkt, Trots Haarlem. De heer Amand: Een nabrander, voorzitter, als dat even mag.
Heeft de wethouder waarschijnlijk nog meer geld nodig of hoeveel? Heeft hij dat een beetje begroot? Kunnen we daar een overzicht over krijgen financieel, wat u denkt nodig te hebben? Hoe zit het met het toezicht? Heeft u daar zelf meer toezicht op of heeft u dat uitbesteed aan derden? Wij willen dat graag zwart-op-wit hebben van u. Kunt u daarvan een schrijven sturen naar ons? Hoe de becijfering allemaal loopt, dat willen wij graag weten. U zit mij aan te kijken, maar dat menen we serieus. Dus wij willen dat toch van u ontvangen om dat te vergelijken. Dus ik hoop dat u daaraan mee wilt werken. De voorzitter: Dan ga ik nog naar de tweede termijn van het CDA, de heer El Aichi. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. De wethouder die had het in zijn betoog over dat de financiën wat betreft Zandvoort, Haarlem, we komen wel uit, maar met de rest, wij bespreken het nog steeds. Denkt de wethouder dat die uitkomt met de besprekingen? Als er besprekingen zijn, wat denkt de wethouder hiervan, denkt hij dat hij er wel uit gaat komen met de overige gemeentes, ja of nee? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we daarmee naar de tweede termijn van de wethouder, de heer Van Leeuwen, ga uw gang. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank en dank ook voor de aanvullende vragen. Kijk, ik zal heel duidelijk zijn. Ik ga een vergelijking maken.
Nee, ik heb geen goede vergelijking in mijn hoofd. Hebben wij als gemeente een blauwdruk wat de beste inrichting voor een consortium is? Nee, dat hebben wij niet. Dus zowel GroenLinks als D66 vragen aan mij: kunt u concreter zeggen hoe een consortium zich in moet richten? Nee. Dat zie je ook in het rapport van AEF. In Utrecht doen ze het op die manier, in Den Haag hebben ze ook een soort gelijke manier gehad. Je ziet in heel Nederland is men lerende hoe we dit op een goede manier met elkaar doen. Dat is een transformatie. Een transformatie kost tijd. Je ziet dat we daar … Ik noemde al een consortium die doet het op één bepaalde manier. Daar is winst te behalen. Kan ik sturen op een blauwdruk die ik niet heb? Nee, daar kan ik dus niet op sturen. Kan ik zeggen van jongens, we moeten met elkaar een volgende stap maken? Dat is ook wel het strategisch partnerschap. Het is niet zo dat ik een bosje bloemen bestel waar de heer Amand, voorzitter, heel veel meer van weet dan ik, precies weet welke bloemen in dat boeket moeten zitten. Nee, dat bestellen wij niet. Wij bestellen met elkaar … Wij zijn met elkaar een samenwerking aangegaan, een strategisch partnerschap. Deze partijen hebben heel veel verstand van
14
jeugdzorg en ook hoe ze dat snel goed en evidence based kunnen organiseren. Wij verdelen uiteindelijk met elkaar, zoals op veel dossiers, schaarste, want onze middelen zijn schaars, de zorg is schaars en ook de behandelaren zijn schaars. Dus dat is met elkaar een zoektocht. Ja, daar moeten wij meer in sturen. Dat is ook onderdeel van die evaluaties. Dat heb ik ook aangegeven, onderdeel van die evaluatie moet zijn: wat hebben de consortia van ons meer nodig, dat wij een scherpere, betere opdrachtgever zijn? Dat heeft de onderzoeker ook gezegd vorige week, volgens mij. Dus ja, daar moeten wij ruggensteun in bieden. Hebben wij nu al ergens op een muur een blauwdruk klaar hangen hoe dat eruitziet? Nee. Dus als u mij vraagt van wilt u daar precies op sturen op een blauwdruk? Nee, dat gaat dus niet, want we hebben die blauwdruk ook niet. Dus dat is een lerend traject en dat is iteratief zoals dat hip heet. Dan moeten we met elkaar kijken. Dat is ook precies hoe we werken in dat team aanpak wachttijden. Daar zitten consortia, GGD-artsen, jeugdartsen, CJG en gemeenten, om samen met elkaar te kijken: wat moeten we ook in die inrichting doen? Dan kom ik ook op de vraag van de SP, voorzitter, wat doen we nu aan die wachttijden? Met die wachtrijen hebben we al een aantal dingen gedaan. De eerste is meer geld toegekend. Dat heeft u met elkaar gedaan.