CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Samenleving 3 juni 2021

commissie Samenleving 2 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 3 juni (alleen naar aanleiding van)52.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

19 alinea's met “gemeenschappelijke”: 27 30 31 32 35 37 41 44 45 48 49 50 59 62 63 68 74 75 334

Alleen om vijf voor negen hadden we ook al een inspreker en die zit hier inmiddels al een half uur. Dus ik wil graag even voorstellen om even die twee punten om te draaien. Dat we dus eerst beginnen met de doorstroomvoorziening maatschappelijke opvang in Anton Pieckhofje. De heer Visser. De heer Visser: Voorzitter, ik heb er geen probleem mee om eerst de inspreker te doen. Maar ik moet wel straks naar de andere commissie. En ik heb daar in het tijdsschema rekening mee gehouden. Dus als we echt agendapunten gaan omdraaien dan kan ik in de problemen komen met een ander agendapunt. De voorzitter: Ja we kunnen ook alleen... Het is een beetje raar maar we kunnen alleen de... We kunnen de inspreker in ieder geval aanhoren. Ja dan ja die gaat aan de kant zitten. 11. 20.55 Doorstroomvoorziening maatschappelijke opvang in Anton Pieckhofje (MTM) De voorzitter: Dan gaan we nu even de inspreker hierheen halen. Fysiek ja die is fysiek er ja. Goede avond, mevrouw U... als ik het goed uitspreek ja. U komt inspreken op het bespreekpunt doorstroomvoorziening maatschappelijke opvang in Anton Pieckhofje. We hebben even voorgesteld om in ieder geval een inspreekbijdrage op dit moment te laten doen. Maar we gaan de behandeling van het stuk gaan we wel even na een ander stuk doen. Maar dan kunt u in ieder geval het woord doen en dan kunt u naar huis als u dat wil.

En dan gaan we dus over denk ik een uur pas dat andere stuk behandelen. U krijgt drie minuten de tijd. En tegen het eind zal ik u ongeveer een seintje geven dat u moet gaan afronden. En dan kan de commissie eventueel nog wat vragen aan u stellen. Ja gaat uw gang. Rechterknopje. Mevrouw U...: Goedenavond. Ik zit voor u namens het bewonersinitiatief Anton Pieckhofje waarvoor honderden mensen hebben getekend. Wij maken ons zorgen om twee zaken. Als eerste het gebrek aan participatie en de gebrekkige en tegenstrijdige informatievoorziening naar de buurt. En als tweede de haalbaarheid van het plan om van het hofje een tussenvoorziening voor 36 mensen te maken in slechts zes appartementen. Beide punten zal ik kort voor u toelichten. Betreffende de informatievoorziening. De wethouder geeft aan dat er gesprekken zijn geweest met de buurt. Het betreft hier een klankbordgroep van maar liefst twee huurders waarmee is gesproken. Twee. Communicatie met ons, het bewonersinitiatief dat

51

honderden mensen vertegenwoordigt is er niet geweest. En wij willen weten waarom niet. Uit de informatienota bij deze vergadering blijkt dat de beslissingen rondom de bestemming van het hofje reeds definitief is. Ik citeer, in overleg met eigenaar Ymere wordt gewerkt aan het realiseren van een doorstroomvoorziening in het Anton Pieckhofje. En omdat dit al definitief lijkt wil ik graag door naar het tweede punt. En dat is de te plaatsen doelgroep van 36 mensen, dakloze mensen. Ons is verzekerd door de gemeente dat de betreffende doelgroep bestaat uit mensen met alleen financieel economische problemen. Wij hebben echter interne informatie gezien waaruit blijkt dat bij de beoogde doelgroep sprake is van multiproblematiek zoals middelengebruik en psychische problematiek. En dat is een heel andere zware doelgroep. Waarom wil de wethouder deze mensen clusteren in een gezinsrijke rustige buurt? Een bijzondere keuze die volgens ons niet gestoeld is op enige realiteitszin. En wij hebben hierover als buurt heel veel vragen. Ik noem er een paar die spelen. Waarom wordt er naar ons toe gecommuniceerd dat het een lichte doelgroep betreft? Terwijl al duidelijk is dat de beoogde doelgroep een zwaardere is. Met een problematische achtergrond. De wethouder spreekt van een haalbaarheidsonderzoek waaruit is gebleken dat plaatsing van deze doelgroep in onze buurt kansrijk is.

Maar welke succesfactoren zijn er dan geïdentificeerd in dit onderzoek? Welke omgevingsfactoren zijn in het onderzoek meegenomen? De wethouder gaat met dit plan namelijk dwars in tegen het eigen beleid van de gemeente. In het advies van de taskforce huisvesting bijzondere doelgroepen wordt aangegeven dat voor de duurzaam woonsucces voor deze doelgroep de voorkeur wordt gegeven aan spikkelen in plaats van clusteren. In het genoemde rapport worden bovendien diverse randvoorwaarden genoemd om tot woonsucces te komen voor de doelgroep. Te weten een eigen woonruimte, een wijk met voorzieningen, en een magic mix van bewoners. De voorzitter: Wilt u gaan afronden mevrouw U...? Mevrouw U...: Aan al deze voorwaarden wordt niet voldaan. En wij willen als buurt graag weten waarom niet? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja dank u wel voor het inspreken. Het feit dat dit college niet uitblinkt in het verkrijgen van goed draagvlak en participatie dat dat niet zo goed verloopt dat is wel bekend. Wat mij niet bekend was is dat er dat u signalen dat er een andere dan een lichte groep van inderdaad alleen financieel en economisch dakloos, want zo heb ik het ook altijd begrepen dat die op de locatie zou komen. U zegt ik heb bronnen waaruit blijkt dat daar toch een zwaardere multiproblematiek en dergelijke komt. Dat is voor mij nieuwe informatie.

Kunt u aangeven hoe u daaraan komt? En waarom u dat vermoeden heeft dat er een andere doelgroep komt? Mevrouw U...: Ik kan niet precies aangeven hoe ik aan het memo kom, omdat ik ook geen medewerkers verder in de problemen wil brengen. Maar wij hebben een intern memo van de gemeente onder ogen gezien. En daarin staat dat er niet alleen sprake is van financieel economische problematiek, maar dat dat bij deze doelgroep ook echt gecombineerd wordt met middelengebruik, psychische problematiek, noem maar op. De voorzitter: Mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Dank u wel. Fijn dat u inspreekt. En dank voor uw heldere betoog. Mijn vraag is, hoe heeft u voor de eerste keer gehoord dat deze doelgroep in het Anton Pieckhofje gehuisvest zou worden?

52

Mevrouw U...: Ik heb dat gehoord via een van de twee huurders uit de klankbordgroep. Die zich zorgen maakte. En die mevrouw heeft brieven in de brievenbus gedaan om ons als buurt daarvan verder op de hoogte te stellen. Zij is ook inmiddels uit de klankbordgroep gestapt. Dus de klankbordgroep betreft nog één van persoon. En alle voorstellen die ook zijn gedaan zijn van tafel geveegd. Mevrouw Zoon: En hoe lang is het geleden dat u die eerste informatie kreeg? Mevrouw U...: Nou dan ik zou denken ik kan het voor u nakijken in mijn e-mail. Maar het zal rond februari zijn geweest. Mevrouw Zoon: Oké helder, dankjewel. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja nog een vervolgvraag. Dat heeft er eigenlijk mee te maken op het moment dat de doelgroep wel zou komen te bestaan uit alleen financieel en economische daklozen, heeft u dan een beeld hoe de buurt er dan tegenaan kijkt? Mevrouw U...: Ja ik denk dat ik daar wel een globaal beeld bij heb. Ik denk op het moment dat er 36 mensen in zes appartementen worden gepropt dat er per definitie geen optimale situatie ontstaat voor de leefbaarheid in de buurt. Ik denk op het moment dat er in zes appartementen 6 mensen komen te wonen die door een scheiding of baanverlies of noem maar op mensen zoals u en ik dakloos zijn geworden ja natuurlijk.

De voorzitter: De heer El Aichi had u een vraag? De heer El Aichi: Ja dank u wel voor het inspreken. U heeft aangegeven in uw betoog dat er gebrek is aan participatie. En in de stukken lees ik dat er gesproken is met de buurt. En ik heb van u begrepen dat dat niet het geval is. Klopt dat? Mevrouw U...: Ja wij waren ook heel verbaasd om te vernemen dat er met de buurt gesproken is. Net zo verbaasd als u. Ja. De voorzitter: De heer Yerden. De heer Yerden: Nou dank u wel voor heldere verhaal. En u maakt zich zorgen over de veiligheid en participatie. En bent u nou ja vindt u het wel goed als de wethouder in gesprek gaat met de bewoners? Om helder verhaal ‘…’. Mevrouw U...: Ja wij willen heel graag in gesprek met de wethouder. Maar waar wij vooral graag over in gesprek willen is het vinden van een passende doelgroep in het hofje. Het is een kleine voorziening die heel centraal staat in een hele rustige buurt, kinderrijke buurt. En er zijn heel veel doelgroepen te bedenken die daar heel goed zouden passen. De heer Yerden: Maar als ik van uw verhaal kijk dan u heeft niet direct van de wethouder gehoord van indirecte verhaal. Mevrouw U...: Ja dat klopt, dat is ook...

53

De heer Yerden: Over dat doelgroep. Mevrouw U...: Nou dat is ook een van de zorgen die wij hebben. Waarom wordt er zo schimmig gedaan over die doelgroep die daar komt? Onze voortuinen zijn 2 meter weg van dat hofje. Het is echt heel erg ja heel erg kleinschalig allemaal. Waarom worden wij niet geïnformeerd? Er wordt gezegd van wel. Maar wij hebben niks gehoord. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja dank u wel voorzitter. En ook van mijn kant dank voor het inspreken. U gaf aan we hebben eerste berichten gehoord dat er economisch daklozen eigenlijk zouden verblijven in het Anton Pieckhofje. Zou de buurt dat wel een prettige doelgroep vinden? In het geval u mag wensdenken en denkt van nou oké goed er gaat iemand in zitten. Is dat dan iets waar de buurt zich prettig bij voelt? Mevrouw U...: Ja volgens mij is dat ongeveer ook dezelfde vraag die meneer Van Kessel net stelde en ja wij hebben helemaal geen problemen. Het is een buurt waar draagvlak is voor heel veel doelgroepen. Nou u kent bijna zo gek niet bedenken of ze zijn er welkom. Alleen op deze manier om een doorstroomvoorziening te realiseren voor mensen die zelfstandig moeten gaan leren wonen ja dan moeten er gewoon aan een aantal voorwaarden worden voldaan om tot een duurzaam woonsucces te komen. En in onze buurt in dit plan wordt aan geen enkele van die voorwaarden voldaan. De voorzitter: De heer Hulster.

De heer Hulster: Ja dank voor het inspreken. Mijn vraag is eigenlijk, stel nu dat er een beheersoverleg zou worden opgetuigd met afvaardiging van de bewoners en misschien begeleiding. En de omwonenden. Zou u daarin deelnemen en zou u zeg maar actief gaan proberen om de situatie voor de bewoners en de buurt daar te verbeteren? Mevrouw U...: Ja. De voorzitter: Mevrouw Stroo. Mevrouw Stroo: Beheersplan die had ik ook. Maar ik heb nog twee andere vragen. Ik had begrepen dat van die zes appartementen dat er per appartement dan 6 kamers zijn. Dan kom je op 36. Klopt dat? En uit welke buren bestaat de klankbordgroep? Uit welke mensen? Mevrouw U...: Nou er is nu sprake van een verbouwing van het hofje. Dus hoe die eerst moet gaan plaatsvinden. Dus hoeveel kamers er uiteindelijk komen weet ik niet. Ik weet wel dat de kamers die er nu zijn kleine kamers zijn. Dat is op geen enkele manier een woonruimte die mensen goed kan voorbereiden op zelfstandig wonen. Wat was uw tweede vraag? Mevrouw Stroo: Uit welke mensen tot... Mevrouw U...: Nou de klankbordgroep bestaat uit huurders van Ymere. Het hofje heeft een bovenverdieping die wordt verhuurd. Daar wonen gewoon reguliere huurders. En daaruit zaten twee mensen in de klankbordgroep. En in de stukken staat dat er eigenlijk twee groepen omwonenden zijn. En de tweede groep omwonenden dus de rest van de buurt die hebben niet kunnen deelnemen.

54

Mevrouw Stroo: Ik bedoelde eigenlijk de initiatiefgroep. Mevrouw U...: Het bewonersinitiatief. Ja wij zijn langs de deuren gegaan, dus dat zijn huurders en kopers en in een brede cirkel rondom het hofje. Eigenlijk alle huizen we hebben ongeveer 80% van de mensen hebben getekend dat wij namens hen mogen spreken. De voorzitter: De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja want u heeft dus wat de wethouder zegt is dus eigenlijk anders dan wat u op papier heeft. Heeft u vertelt u dat nu voor het eerst hier in de gemeenteraad of heeft u dat al aan de gemeente gestuurd en wat is daar dan de reactie op? Mevrouw U...: Dat die informatie verschillend is bedoelt u? Nee dat is voor het eerst dat ik dit nu hier vertel. Mijn buurman heeft eerder ingesproken bij de commissie ontwikkeling. Toen is mevrouw Meijs die was er niet. Nou ik zie dat ze nu ook even weg is. Ja dus hij heeft eerder ingesproken. Ja dat hopen we. Hij heeft eerder ingesproken. Maar ik doe dit voor het eerst ja. De voorzitter: Oké de heer Smit. De heer Smit: Mevrouw U..., als we er vanuit gaan dat het economisch mensen zijn met economische problematische achtergrond, wat vindt u dan een redelijk getal aan mensen dat in een doorstroomsituatie in de accommodatie zitten? Zijn het er 6, 12, 18, 24? Heeft u daar met de omgeving over gesproken? Want nu is het beeld heel duidelijk vol met 36.

Heeft u ook zich afgevraagd wat u een redelijk belasting voor de omwonenden vindt? Mevrouw U...: Ik denk dat omwonenden over het algemeen niet belast zouden moeten worden. Zodra er sprake is van belasting gaat het al mis denk ik. De doelgroep die er hier voor in zat waren oudere mensen. Nou ja dat is natuurlijk een hele andere doelgroep. Ik heb niet geïnventariseerd hoeveel mensen er voor of tegen zijn. Maar ik kan me niet voorstellen dat als er alleen sprake is van een economische dakloosheid dat mensen zijn gescheiden of hun baan kwijt zijn, dat er een bezwaar zou bestaan tegen het plaatsen van zes mensen in zes appartementen. Dat lijkt mij heel reëel. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil het gaan afsluiten. Gaan we snel met het volgende punt. Ik dank u voor uw bijdrage. U mag de microfoon uitzetten. En dan gaan wij zo meteen na dit stuk wat we nu eerst gaan behandelen gaan we dit stuk ook behandelen in het college. Ja dank u wel en wel thuis zo. Ik ga hem vast voorlezen. 9. 20.10 Preselectiedocument Verwerving Voorzieningen Gewoon in de Wijk (MTM) De voorzitter: We gaan nu het stuk behandelen preselectiedocument verwerving voorzieningen gewoon in de wijk.

En bij de bespreken van het onderzoek naar samenwerking tussen DOCK Haarlem en Haarlem Effect in de commissie samenleving van 1 april jongstleden bleek dat er nog vragen en onduidelijkheden zijn over de aanbestedingsprocedure. Dat maakt dat er 10 mei een technische sessie is georganiseerd en dat het preselectiedocument verwerving voorzieningen gewoon in de wijk is opgewaardeerd. Het preselectiedocument bevat een nieuwe vorm van subsidiëring waarbij er twee samenwerkingspartners gevormd moeten worden. En de commissie wil onderzoeken en bespreken of dit document voldoet. Het stuk

55

staat op verzoek van de ChristenUnie als bespreekpunt op de agenda en wil daarom eerst het woord geven aan de heer Visser. Gaat uw gang. De heer Visser: Dank u wel voorzitter. Bij de agenda zit ook een stuk over de samenwerking tussen CJG en sociale wijkteams. Dat raakt hier ook aan. Maar daarover kan ik kort zijn. De uitkomst is duidelijk, de overlap is zeer beperkt en waar overlap is wordt al goed samengewerkt. Zeker met preventie zijn nog verbeteringen mogelijk maar fuseren is hiervoor niet nodig en levert alleen maar gedoe op. Dat moeten we niet willen. Voorzitter, dan kom ik bij sociale basis. Daar heb ik wat meer tijd voor nodig. De ChristenUnie ziet bij de verwerving van de sociale basis heel veel parallellen met die van de jeugdzorg. Ook dit proces gaat erg snel. We spreken vandaag pas over het preselectiedocument terwijl die fase inmiddels is afgerond. En ook hier wil de ChristenUnie dat de raad wat kan zeggen over de definitieve opdracht na de dialoogfase. Graag reactie van de wethouder. Ook hier is veel onduidelijk over de monitoring. En ook hier hebben we over de perceelindeling als raad geen echte keuze gehad. Een half jaar geleden was het nog totaal andere focus op Haarlem Effect en DOCK. Ze moesten alleen regie voeren. Ze moesten samenwerken. Nu is dat 180 graden gedraaid.

Er staan ineens ook het sociaal wijkteam en de dagopvang ter discussie, en wordt alles mogelijk in slechts twee percelen gestopt. En zijn Haarlem Effect en DOCK weer apart. En over die kaders hebben we als raad nauwelijks kunnen spreken. Het ging zo gehaast, tijd voor reflectie van wat dit nou eigenlijk betekent was er niet. En ook hier hebben wij grote zorgen over de verhouding hoofdaannemer met onderaannemers. Is dat nou wel zo'n goede keuze? Elke partner in de samenwerking heeft een eigen deskundigheid. En waarom niet een meer gelijkwaardige constructie zonder dat iedereen gelijk voor alles verantwoordelijk is. Als niemand het hele perceel aan kan wethouder, is het perceel dan gewoonweg niet te groot? Dat is eigenlijk mijn belangrijkste vraag voor vanavond. De sociale wijkteams zijn nog maar net opgetuigd. En er zijn zoveel zorgen over de werkdruk. Het is nog volop in ontwikkeling. En in een keer is het weer onzeker voor medewerkers en dreigen ze uitbesteed te worden. Inmiddels ligt er een brandbrief van de sociaal wijkteams. Een heel ander geluid dan vorige maand toen tijdens een raad ‘…’ nog suggestie werd gewekt dat er overleg was met deze teams dat het allemaal goed ging. Voorzitter, die informatie klopte niet. En dat geeft mijn fractie erg weinig vertrouwen. Hoe kan dat? Die brandbrief hier was volgens mij nauwelijks een dag later.

Maar er aan onze raad gesuggereerd dat is allemaal koek en ei, dat is allemaal goed. Graag een reactie en een reflectie op die brandbrief. Voorzitter, wij zijn enthousiast over de synergie die wordt gezocht met ambulante begeleiding. Maar volgens ons kan dit alleen voor de lichte vormen van ambulante begeleiding en zeker niet voor de middelzware en zware vormen. Dit is een specialisme, en hiermee maak je het perceel veel te zwaar. En veruit de meeste partijen die nu aan tafel zitten kunnen dan dat perceel niet doen. En ja dan wordt er vanzelf toegewerkt naar twee grote partijen die alles maar gaan aansturen. Maar op grote afstand staan van de Haarlemmer. Waarom niet meer wijkgericht uitvragen? We weten natuurlijk nog niet wat de uitkomst zal zijn van het nu lopende proces. Maar de ChristenUnie vreest dat middelgrote partijen zoals ‘…’, Stem in de Stad en Stichting Ontmoeting straks alleen maar onder de vlag van een grote partij van buiten moeten werken en na een tijdje simpelweg aan de kant worden gezet. Want zo gebeurt het ook in andere gemeenten. Dan moeten de mensen maar in dienst treden van die grote partij die alles op zich heeft genomen. En dit zijn juist allemaal organisaties die geworteld zijn in de stad. En die organisaties willen wij als ChristenUnie niet kwijtraken. En ik heb er net drie genoemd, maar er zijn er natuurlijk meer.

Wij zien nu zelfs dat een aantal van deze middelgrote partijen maar niet hebben ingeschreven in de preselectiefase. Maar allemaal afwachtend gebeurt. En anderen hebben wel ingeschreven om maar aan tafel te zitten maar weten nu al dat ze niet die hele opdracht kunnen pakken. Dus dat ze straks toch onderaannemer worden. Is dat nou echt wat de wethouder wil? De ChristenUnie verzoekt de wethouder daarom meer percelen te openen waarbij aanbieders de mogelijkheid krijgen om meer wijkgericht in te schrijven. Of op een deelonderwerp. Wij zijn echt niet tegen vernieuwing wethouder. Maar dit is te radicaal. En wij vrezen dat u echt het kind met het badwater, de mooie

56

pareltjes van Haarlem, nu aan het weggooien bent. En om met meer wij willen dus graag de toezegging dat er dus meer percelen komen. Dat vinden wij noodzakelijk. Of de preselectiefase helemaal opnieuw te starten met andere uitgangspunten. En als dat nodig is dat kost tijd. Maar het gaat hier om de aanbesteding ook weer van bijna negen jaar. En zoals voor de jeugdzorg geldt, beter ten halve gekeerd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Ja. De PvdA is het op onderdelen met je betoog, dankjewel ChristenUnie. Alweer en nog steeds gaat het om een majeure verandering in het huidige aanbod aan voorzieningen in de wijk. Anders dan eerder het geval was inclusief een operatie waarbij de sociale wijkteams onwillig tot nu toe onderdeel gaan uitmaken van een wijkgericht aanbod. Daarbij vormt de financiële reikwijdte van wat de gemeente kan bieden een voortdurend mantra in de voorlopige beleidsnota. Bijvoorbeeld stappen om de Wmo op termijn haalbaar te houden, de financiële druk is te hoog. En ik zie het hier nog meer. Gewenst is bekostigingsmodel om de juiste ondersteuning op het juiste moment door de juiste professionals efficiënt en effectief in te zetten. Elders in de nota wordt daarbij de vinger op de zere plek gelegd als het om de hoevraag aankomt.

Binnen de huidige systematiek, ik citeer opnieuw, vraagt dat een hoop administratieve handelingen om de ondersteuning aan te laten sluiten op de toenemende of afnemende ondersteuningsvragen van de inwoner. Het staat er echt. Met de probleemanalyse is in de nota gewoon in de wijk niet zoveel mis. De proof of the pudding zit hem natuurlijk in de toepassing van het scala aan mogelijk aanbod van professionals en wijkteams. Nu al voelen die professionals dat hebben wij gemerkt in de commissie zich overbelast en vaak niet begrepen. En dan dreigt er ook beperkingen van budgetten en wensen om gestructureerder te werken. En een optimistisch vertrouwen op ik citeer de kracht van de buurt. En dan lees je hoe de toeziend ambtenaar over je denkt. Alweer een quote. Uit de evaluatie blijkt dat de integrale sturing op de opdrachten en de organisaties van de sociale wijkteams beter kan. Het klopt dat het ondersteuningsaanbod binnen de gemeente Haarlem versnipperd is. Het is ook juist dat meer dan honderd verschillende organisaties een paar honderd verschillende activiteiten en vormen van ondersteuning in de sociale basis en als maatwerkvoorziening aanbieden. Het is ook juist dat een hechte samenwerking en eigenaarschap in het wijkgerichte werk vaak ver te zoeken is.

De ondersteunende nota vat het probleem nog eens samen in de conclusie de gemeente ervaart onvoldoende zicht op het resultaat voor inwoners en te weinig sturing op kostenbeheersing. Laten we met elkaar vaststellen dat we nog in een verkennende fase in de aanpak op dit dossier zitten. De PvdA lijkt de feitelijke probleemstelling in orde. De aanpak van de problemen niet. Die begint bij de vraag, welk aspect van dit omvangrijke dilemma wil je als eerste aanpakken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Interrupties? Oh de heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Ja de PvdA deelt de aanpak niet. Maar als ik goed begrijp wilt u wel nog verder met het proces. Op welk moment wilt u dan een conclusie trekken? Want de conclusie kan op een gegeven moment zijn dat we dan helemaal opnieuw moeten beginnen. De heer Oomkes: Ja dat kan heel goed. Dat is heel wel mogelijk. Wij vinden de voorstellen nu incompleet, en wel in richting van denken. En een betere beheersing is oké. Maar ten aanzien van de juiste instrument voor de juiste doelgroepen te vaag. De heer Visser: Maar begrijp ik nu te zeggen dat u eigenlijk zegt van oké er is nu een preselectiefase dat u zegt van wij willen van het college eerst de uitkomst van de preselectiefase met een risicoanalyse of zo. En dat eerst bespreken in de commissie voordat de wethouder doorgaat met de volgende fase. Is dat wat u vraagt?

57

De heer Oomkes: Juist. De heer Visser: ‘…’ wethouder daarvan vindt. De voorzitter: Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank u voorzitter. Met dit preselectiedocument heeft de wethouder voor opschudding gezorgd. Een belangrijke partner, de sociale wijkteams, voelt zich overrompeld door deze verwerving. Ze vrezen dat de kennis en verbeterde relatie met de wijk zou kunnen verdwijnen met deze nieuwe selectie. We vrezen met hen mee. Ook andere samenwerkingspartners laat de wethouder in het ongewisse. Zoals de basisspelers in Schalkwijk als Triple ThreaT, Het Open Huis, Woord en Daad, en een aantal zelforganisaties in Schalkwijk. Zij zorgen ervoor dat de buurtbewoners in de wijk gebruik maken van het aanbod in de wijk. Het wordt door hen al in de praktijk gebracht op een manier die de wethouder volgens mij voor ogen heeft. Ondanks dat zet de wethouder deze partners in de wacht. En niet bovenaan de lijst. Het gevolg van het werken met hoofd- en onderaannemerschap. Totaal onbegrijpelijk en ongewenst. Misschien kan de wethouder aan het werk gaan met de punten wat er goed gaat en wat er beter kan. Dat vinden wij een normale gang van zaken naar een evaluatie. We snappen niet zo goed waarom alles op de schop moet. Jouw Haarlem vindt dat de wethouder eerst in gesprek moet gaan met de partners die het nu voor u doen.

Op voorhand dreigen met een scheiding vinden wij geen constructieve opstelling. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja dank u wel voorzitter. D66 steunt de visie van het college ten aanzien van gewoon in de wijk. Maar ook wij hebben de nodige vragen aan de wethouder over de concrete verwerving. Als eerste de brandbrief van vorige maand. Daarin lees ik dat sociaal wijkteams in verwarring verkeren over de plannen van het college. Ze weten niet meer wat hun opdracht is. Heldere sturing vanuit aansturing vanuit de verschillende afdelingen van de gemeente was al een verbeterpunt zoals bleek zo bleek uit de evaluatie van de sociaal wijkteams. Kan de wethouder ons meenemen in de uitkomsten van de gesprekken die zij sinds de commissie vorige maand heeft gevoerd met de sociaal wijkteams naar aanleiding van de brandbrief? En wat is de wethouder aan het doen om deze onrust en onduidelijkheid bij de sociaal wijkteams weg te nemen en strakker te sturen op dat proces? En voorzitter, willen de doelen van de jeugdzorg, dus preventie, normaliseren, demedicaliseren, en die van de kanteling in de Wmo slagen dan moet er een sociale of een solide sociale basis staan met stevige sociaal wijkteams en CJG-teams. De ambities ten aanzien van preventie in de jeugdhulp betekent dat er ook een duidelijke plek in de sociale basis voor jeugdactiviteiten moet zijn.

De wethouder jeugd heeft al eerder aangegeven in deze commissie dat er ook geld vanuit budget jeugdhulp wordt overgeheveld om een stevige inzet op preventie hier mogelijk te maken. Dit om te zorgen dat er brede jongere activiteiten plaatsvinden en het beroep op die jeugdzorg hopelijk op termijn vermindert. Hoe wordt die basisinfrastructuur jeugd ondergebracht in deze sociale basis? En ik vraag dit omdat de programma's en trajecten integraal worden ingediend. En D66 wil wel graag dat het herleidbaar blijft welk budget specifiek voor jeugd wordt ingezet. En dat we moeten voorkomen dat het jeugdbudget niet aan andere doelgroepen wordt besteed. Graag een reactie. En dan het is al genoemd... De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Mevrouw Çimen, u begon met lovende woorden. En vervolgens maakt u een hele rits inhoudelijk sterke opmerkingen. Wat vindt u nou eigenlijk goed aan het verhaal dat hier ligt aan preselectiedocument? Want daar ben ik nog niet achter gekomen behalve de algemene opmerking.

58

Mevrouw Çimen: Nou kijk wat ik er wel goed aan vind is dat deze manier dus die dialooggerichte aanbesteding partijen wel dwingt om sterker om steviger samen te werken. Dus de visie ook sowieso de visie op gewoon in de wijk en wat we daarmee willen, dus de hogere doelen eigenlijk, die kan ik sowieso ondersteunen. En op zichzelf die getrapte fasering van zo'n aanbesteding die snap ik ook. Alleen ik heb nog wel vragen over ja die percelen. En echt over die concrete uitwerking daarvan. Dat betekent niet dat ik het hele traject niet goed vind. Maar ik heb wel gewoon aanscherping en eigenlijk verhelderingen richting de wethouder. De voorzitter: De heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Ja ik hoor dat u vragen heeft over de percelen. Ik hoor u onder andere over de sociale wijkteams. Maar zou u ook kunnen aangeven wat u vindt van dat hoofd-, onderaannemerschap? Heeft u daar ook vragen over? En bijvoorbeeld die ambulante begeleiding waar wij net een opmerking over hadden, deelt u ook met ons de mening dat het wel heel erg topzwaar wordt als die zware ambulante begeleiding er ook onder valt? Mevrouw Çimen: Ik heb geen specifieke vraag over die ambulante begeleiding. En ik ben eigenlijk ook wel benieuwd naar de beantwoording vanuit de wethouder op die vraag. Ik kom nog wel nu op het punt strategische aanbieder en ondernemerschap. Dus dat komt er nog aan. Nou ja dan dit punt.

Kan de wethouder aangeven hoe die aanbieders die dus geen strategische partner zijn later aanhaken in dat verwervingsproces? Wordt dat bij de strategische aanbieder neergelegd of stuurt de gemeente hier ook nog op vanuit die helicopterview die wij hebben? En de maatschappelijke opgave die wij zien. Want ik krijg namelijk berichten van aanbieders die nu nog steeds niet goed weten waar ze aan toe zijn. En ik hoor graag van de wethouder hoe dit proces wordt gemanaged en gecommuniceerd vanuit de gemeente naar deze partners in de stad. Want niet iedere partner niet iedere aanbieder zal strategisch aanbieder zijn. Maar wel een belangrijk onderdeel vervullen in die sociale basis. Denk hier aan bijvoorbeeld heel concreet vrijwillige inzet en vrijwillige dagbesteding door bijvoorbeeld het VWC of Stichting de Baan. Borgt de gemeente dat alle thema's, alle onderdelen in die dialoogfase worden opgenomen in die percelen? Dat is mij ook met dit document eigenlijk nog niet helemaal helder. Dus ik hoop dat de wethouder daar wat over kan zeggen. En komt er eventueel een aparte categorie of een perceel voor aanbieders die eigenlijk in de kern een vreemde eend in de bijt zijn maar wel een groep Haarlemmers bedienen en niet goed onder zo'n strategisch aanbiederschap vallen eigenlijk? Dus niet goed in zo'n samenwerkingsverband. Graag een reflectie van de wethouder op dit punt.

En dan voorzitter, in Amsterdam is er ook gewerkt met een aanbesteding. Maar daar hebben ze expliciet gekozen om met Amsterdamse partijen te werken. Waarom is er in Haarlem besloten om te verwerving open te stellen voor partijen van buiten Haarlem? Ik weet eigenlijk niet wat de redenering daar achter is maar ik hoor het graag. En dan bij de jeugdzorg zie ik dat er KPI's zijn afgesproken. Zodat kan worden gestuurd op kwaliteit, resultaat, et cetera. Kunnen wij dit ook verwachten in een later op later termijn bij deze verwervingsronde? Want meer inzicht voor de raad, meer sturingsinformatie was immers ooit het doel van mijn motie over de sociale basis. Dus met andere woorden, hoe monitoren we dit in de komende jaren? Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen u heeft nog twee en een halve minuut en we hebben nog vijf onderwerpen. Ik weet niet waar u allemaal nog iets over wil zeggen maar ik geef het maar even mee. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja oh ik heb nog even. Ja we zijn nu een paar jaar bezig met het voorbereiden van de stelselwijziging van de sociale basis. De thematafels zijn destijds raadsbreed afgeschoten en de wethouder werd op pad gestuurd om met een beter idee te komen. En dat betere idee is na een oriënterend tussenjaar gestart met deze verwervingsstrategie sociaal domein. De processen van de verwerving sociale basis en de

59

jeugdhulp zijn vergelijkbaar. En lopen ook min of meer parallel aan elkaar. Met het verschil dat deze verwerving al een stapje verder is omdat het preselectiedocument inmiddels in maart al is verstuurd aan de aanbieders. In eerste instantie hoorden wij geluiden vanuit de aanbieders dat zij zich niet voldoende meegenomen voelden aan de voorkant van dat proces. Het was voor hen niet duidelijk wat er van ze verwacht werd. En helaas die signalen krijgen we nog steeds. En eerlijk gezegd hebben ook wij geen duidelijk beeld van waar we nu staan. Waar is het idee gebleven van de twee strategische partners DOCK en Effect? Hoe is er gekomen tot een oplossing in vijftien regiehouders van percelen. Zijn die vijftien beoogde partners die ieder regievoerder zijn van een perceel al geselecteerd? Wat is... De voorzitter: U heeft een interruptie van meneer Visser. Ja u stop ja dan geef ik hem maar even het woord. De heer Visser: Ja volgens mij haalt u nu twee dingen door elkaar. We hebben de discussie over Haarlem Effect en DOCK die samen zouden moeten werken. Nou dat is nu 180 graden gedraaid. Nu wordt er alleen maar gesproken over twee strategische partners die een hoofd-, onderaannemerschap krijgen. En er komen helemaal niet vijftien percelen, nee er zijn nog vijftien partijen in de race.

Maar zoals u de plaatjes heeft gezien die we hebben gekregen moeten die allemaal gaan samenwerken of afvallen, blijven er uiteindelijk echt nog maar twee spelers over en die gaan bepalen wie er voor hun gaan werken. Mevrouw Klazes: Nou dat schetst alweer dat ik het gelezen maar kennelijk niet zorgvuldig genoeg. En kennelijk is een hele zorgvuldige lezing nodig om dit goed te begrijpen. Ik heb begrepen dat er inderdaad vijftien percelen, vijftien regievoerders zouden zijn. Ik heb de indruk dat in ieder geval de nieuwe inrichting van het stelsel teruggrijpt op het idee en daar komen we toch weer een beetje elkaar tegemoet op het idee van de thematafels. Maar met dit verschil dat er partijen niet aan de voorkant hebben meegedacht over de mogelijke samenwerking. Het systeem is gedraaid zo lijkt het. We zoeken nu een aantal partijen. En daarbij moeten mensen moeten partijen zich dan aansluiten op diverse hoofddisciplines. Dezelfde vragen die golden bij de verwerving jeugd gelden ook hier. Wat zijn de voordelen ten aanzien van de administratieve lastendruk? Ten opzichte van het oorspronkelijke systeem bijvoorbeeld.

Is de regiehouder ook uitvoerend en wat is de positie van de zelforganisaties? Hoe en op basis waarvan wordt het budget verdeeld? En tot slot, wij hebben destijds met klem gevraagd en eigenlijk bijna als voorwaarde gesteld om een goede kennis van het lokale werkveld door de aanbieders die in Haarlem aan te slag te gaan te borgen. Nu vind ik dat inderdaad ook terug in het preselectiedocument. Maar ik vind hem niet zo bindend als ik hem graag had gezien. Want ik had eigenlijk graag gezien en mevrouw Çimen zei het net ook al, in Amsterdam is gewerkt met aanbieders alleen uit Amsterdam. We lopen het risico en we weten allemaal er is een sterke aanbieder die is overal aan het aanbesteden, wint bijna elke aanbesteding op sociaal domein, heeft geen enkele binding met het lokale veld in Haarlem, de kans dat deze aanbieder in deze opzet het ook nog maar zo zou gaan winnen dat betekent dat wij heel veel kennis laten wegvloeien die nu nog voorradig is en dat zou heel jammer zijn. En ik zie hem niet bindend genoeg terug in het preselectiedocument. Dus het kan maar zo gebeuren dat dit kan gaan gebeuren. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit. De heer Smit: Als u zegt, dit zou zomaar kunnen gebeuren dan mag u toch aannemen dat dat een beleidsambitie is van het college om het te laten gebeuren.

Dat is toch geen toeval dan? Mevrouw Klazes: Ja het is een jammerlijk gevolg van deze manier van aanbesteden dat het kan gebeuren. De manier volgens mij, maar daar kan de wethouder vast meer over vertellen om dat te voorkomen is door het harde eis te stellen dat je kennis moet hebben van het lokale veld. En dat je inderdaad in staat bent tot samenwerking met die lokale partners. Nogmaals, het staat erin hoor. Ik zie het wel benoemd onder bij

60

selectiecriteria. Maar niet bindend. Je krijgt een aantal punten voor. En zelfs als je die punten mist zou je het misschien nog steeds kunnen winnen. En dat is een beetje vind ik riskant. De voorzitter: De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja dank u wel voorzitter. Ook bij ons lokt dit document bijzonder veel vragen op. En nou ja voor een deel hebben we de indruk dat er nog een hoop in ontwikkeling is en dat een aantal vragen dan wel opgelost zijn. Maar laat ik beginnen met de eerste. Er staat bij de inschrijving en gunningsfase aanwijzen van de winnende aanbieder. Dat klinkt alsof er er staat niet tussen haakjes een S achter. Dus er één aanbieder komt er voor de twee percelen. Dus eigenlijk krijgen we straks één welzijnsorganisatie die alles gaan doen. En ik heb al eerder aangegeven dat we dat eerder hebben meegemaakt in Haarlem. Toen ging die welzijnsorganisatie failliet. En toen hadden we geen welzijnsorganisatie meer. En dat heeft tot hele grote brokken geleid. Dus volgens ons is dit al een fundamentele vergissing die we niet nog een keer moeten gaan moeten begaan. En dan in de tweede plaats, vervolgens wordt gewerkt met onderaannemerschap. Dus er wordt een budget van 3 ton beschikbaar gesteld wat aan zelfhulporganisaties moet worden verdeeld door de winnende aanbieder.

Nou dat klinkt natuurlijk heel goed, maar wij vragen ons af nou ja dan gaat er dus heel veel werkzaamheden die hier op de gemeente worden gedaan om de gelden te verdelen verdwijnt. Gaat dat geld dan ook mee naar de winnende aanbieder? Want die moet heel veel werkzaamheden doen. In het rapport leren waarderen heeft de RKC aanbevolen om KPI's mee te geven aan de welzijnsorganisatie. Waar zien we terug of die KPI's er zijn en hoe gaan we als gemeenteraad sturen en controleren op de KPI's worden gehaald die we hebben mee gedaan? En dan nog maar een beginnetje was dat. Nou ook dat er twee percelen worden gedefinieerd. Dat de sociale wijkteams die altijd multidisciplinaire teams nu ineens door een aanbieder moet worden geleverd die dus wel dus zowel welzijns- als psychiatrie in zijn portefeuille moet hebben. Hoe ziet de wethouder dat eigenlijk voor zich? Dat lijkt me heel merkwaardig. Of is het alleen de aansturing van de sociale wijkteams die wordt aanbesteed? En waar komen dan de andere mensen de welzijnsmensen weer vandaan? Nou weer een vraag. Dan hebben ja hoe zit het nou met de Werkpas Holding die dus de Werkpas Holding dat de Werkdag B.V. en buurtbedrijven worden mee aanbesteed in een perceel. Ik zie dat ook niet bij die twee percelen staan. Maar dat wordt ineens erbij gekieperd. Van dat gaat ook maar mee in de aanbesteding.

Het is een compleet samenraapsel van allerlei dingen. Wij hebben er erg weinig vertrouwen in. En we hebben eigenlijk het gevoel dat het proces ja echt niet goed loopt. En dat we op deze manier geen stabiel welzijnswerk in Haarlem krijgen. We vinden dit te belangrijk om op deze manier te doen. Het zijn te weinig percelen, we willen dat er meerdere partijen op een perceel kunnen winnen. Zodat we in ieder geval in die zin verschillende aanbieders houden in deze stad. We vinden dat er duidelijke KPI's moeten komen en dat we die ook in de gemeenteraad krijgen voorgelegd en ook een keer per jaar daar een rapportage van zien zodat we kunnen bijsturen als dingen niet goed gaan. En ook het onderaannemerschap vinden wij uiterst slecht idee. We hebben het gevoel dat we liever met aparte contracten blijven werken voor de zelfhulporganisaties zodat die niet mee aanbesteed worden. Maar dat dat er los geknipt van wordt. Zodat we in ieder geval gegarandeerd zijn dat dat blijft bestaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul: Ja dank u wel voorzitter. Ook de SP heeft bedenkingen met de manier van hoe wij hier te werk gaan. Ook hier net als bij de jeugdzorg willen we met onderaannemers werken. En waarschijnlijk ook al onze verantwoordelijkheden op de hoofdaannemer verschuiven. Ik heb een vraag aan de wethouder.

Wie is verantwoordelijk dan voor de kwaliteit op het moment? En gaat er een budget mee om de administratie als hoofdaannemer te doen? Daarnaast hebben wij zorgen met betrekking tot zorg in de wijk. Ook zoals sociale

61

wijkteams dat aangeven, het loopt nog niet. We hebben het nog niet als pilot gedraaid. En we gaan het nu aanbesteden en we gaan aan de slag. Dus eigenlijk is het wat ons betreft te snel. Ook omdat er heel veel onzekerheden zijn. Hoe zit het bijvoorbeeld met bepaalde zorg specifieke zorg? Is daar mogelijkheden? Ik kan me voorstellen, is er één hoofdaannemer, hoeveel hoofdaannemers zijn er? Heel veel zaken zijn onduidelijk. Dus ja wij hebben daar als SP veel zorgen over. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel voorzitter. Gewoon in de wijk betekent voor het CDA dat iedereen meedoet en toe doet. De selectie van twee aanbieders en hoe de selectie verloopt om het gesprek te voeren over de ‘…’ van de opdracht vinden wij niet correct. Wij willen Haarlemmers en organisaties betrekken en niet uitsluiten. In dit stuk geeft het college aan dat de procedure een strakke planning kent. De organisaties vinden dat ook. Er leven nog heel veel onduidelijkheden en onbeantwoorde vragen bij organisaties in de stad. De gemeente wil koste wat kost gewoon in de wijk doorjassen en houdt met niemand rekening. Voorzitter, als je een digitale bijeenkomst organiseert waar twee van de dertig uitgenodigde organisaties op af komen dan moet je jezelf gaan afvragen en waarom er zo weinig mensen zijn geweest.

Nee hoor, want de gemeente doet wat de gemeente doet en naar buiten communiceert is de participatie en betrokkenheid van organisaties en zelforganisaties is goed verlopen. Nee voorzitter, de communicatie is niet goed verlopen. Daarom een verzoek aan de wethouder om niet digitaal met organisaties te overleggen maar fysiek. Vanaf nu kan het gelukkig op anderhalve meter afstand. Immers wij zitten hier op fysiek ook fysiek te vergaderen en waarom kan de gemeente de onbeantwoorde vragen van alle organisaties niet beantwoorden? Wat het CDA betreft gewoon in de wijk betekent burgerinitiatieven en vrijwillige organisaties koesteren en niet uitsluiten. Wat het college met haar plan beoogt is kleine organisaties afhankelijk van grote organisaties maken. Hierdoor gaan veel kleine organisaties en vrijwilligers afhaken terwijl wij deze waardevolle krachten ontzettend nodig hebben. Er komen moeilijke tijden aan. College investeer in deze organisaties in plaats deze links te laten liggen. Het college verwacht dat professionele organisaties samen gaan werken met allerlei vrijwilliger organisaties. Kijk hoe lang het duurt voordat bijvoorbeeld de sociaal wijkteams en de CJG samen kunnen werken. Laat staan vrijwillige organisaties en professionals. Voorzitter, een van de voorwaarden om te kunnen samenwerken is gelijkwaardigheid en niet afhankelijkheid.

Hoe denkt het college met verwervingsvoorziening gewoon in de wijk gelijkwaardigheid te waarborgen en in te bedden voor een vruchtbare samenwerking? Ik heb toevallig vandaag een medewerker van het sociaal wijkteam gesproken. En heb begrepen dat zij alleen met Wmoindicaties bezig zijn. Voorzitter, sociaal wijkteams komen niet toe aan hun echte werk. En de burger wordt hier de dupe van. Een hoop medewerkers van de sociaal wijkteams zijn weg of zijn op zoek naar een andere baan. Dit vind ik zorgelijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel meneer de voorzitter. Meneer El Aichi gebruikt het woord doorjassen maar daar heb ik een andere mening had. Had ik op geschreven het woord doorkachelen. Maar betekent toch eigenlijk wel hetzelfde. U kachelt door, u bent een betonnen muur in onze ogen. En we gooien er een hele hoop tegenaan en we hebben het gevoel dat u een pad heeft getrokken waarbij u uiteindelijk uit wil komen op wat hier op papier staat. En dat zijn zorgelijke dingen. Want er staat toch eigenlijk letterlijk dat na de eerste dialoogfase ons wordt medegedeeld dat de medewerkers van de sociale wijkteams naar een andere arbeidsrechtelijke situatie gaan. En u mag straks uitleggen dat dat niet besloten is, maar als je de tekst leest dan is die opening zo breed dat u die gezocht heeft om het straks mede te kunnen delen.

Dus ik hoor van u graag of u dat na de eerste fase gaat mededelen. En als dat niet zo dat het niet gaat gebeuren. Vervolgens is er gesproken...

62

De voorzitter: Meneer Smit, u weet dat u wel via de voorzitter moet spreken. Want u spreekt nu direct de wethouder eigenlijk aan, maar ik ga niks zeggen natuurlijk daarover. De heer Smit: Nee. Dank u wel meneer de voorzitter. Vervolgens meneer de voorzitter staat er dat er maximaal twee aanbieders per perceel zijn. Dus ik neem ook aan dat het één kan zijn. Het woord maximaal betekent dat het er ook één kan zijn. Wou ik even ook horen. Een spannend punt is en ik steun eigenlijk elke opmerking die hier gemaakt is, elke kritische opmerking die ga ik niet herhalen. Het uit het samenwerkingsverband stappen dat daarvan vindt u dat dat niet kan. Maar dan wil ik ook weten welk dwangmiddel u kunt gebruiken om het uitstappen uit een samenwerkingsverband tegen te gaan. En dan we hebben het al gehad over de zelforganisaties die uiteindelijk toch een hele ongewisse toekomst tegemoet gaan hebben wij het over de onderaannemer aanbieders. Er staat letterlijk u kunt aanbieders in deze categorie in principe vrijelijk inwisselen en laten afvallen. Nou het is toch anno 2021. En het heel grappige is er komt toch een nieuw profiel aan dat de vakbonden en de werkgevers met het kabinet gaan afspreken waardoor dit zelfs niet meer kan denkt OPHaarlem.

Maar is het echt waar dat u aan een model werkt waarin mensen anno 2021 eruit gegooid worden en binnengehaald kunnen worden? Helemaal niets aan rechtspositionele relationele rechten hebben maar gewoon handelswaar zijn? De voorzitter: Meneer Smit, uw laatste minuut is ingegaan. De heer Smit: En dat maakte voor OPHaarlem de constatering dat als niet duidelijk is dat u inderdaad serieus mee kunt gaan in een wijziging van uw ingeslagen pad dat wij hier in een situatie waarin we voor acht en een half jaar moeten tekenen met heel vaag ingerichte evaluatiemomenten maar niet duidelijk is wat het kan betekenen op die evaluatiemomenten dat wij op dit moment zeggen u moet heel veel aanpassen. Anders gaan wij als OPHaarlem uiteindelijk niet in mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja voorzitter, ik luister dit zo en ik hoor dit en ik denk nou we zijn eigenlijk best nog wel mild als raad. Want ik agendeer in het begin van deze vergadering een stuk voor de volgende keer omdat ik weet dat 100% zeker weten niet klopt. We hebben daarnet een inspreker gehad van Anton Pieckhofje die heeft totaal andere informatie als wordt verteld. Mijn collega van de ChristenUnie die begint dit onderwerp met te vertellen dit is heel wat anders als u die dag daarvoor beloofd had.

En PvdA en CDA geven bijval ja eigenlijk iedereen dat dit aan alle kanten rammelt en dat dit niet goed is. Bent u van plan nou elke keer te gaan doen of gaat u er een keertje mee stoppen? En kunt u niet bij risico's en kanttekening toevoegen dat er een kans bestaat dat raadsleden ontdekken dat de informatie niet klopt? En het ondertussen niet meer accepteren. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Dank u wel. Sorry? Ja ik heb vijf bladzijdes vol geschreven met vragen. Dus het onderwerp leeft zullen we maar zeggen. Maar dat we het spannend vinden en dat ik het zorgvuldig wil doen volgens mij bent u dat wel van mij gewend. En ik ben van u gewend dat u vele vragen heeft, dus ik ga mijn best doen. Maar bij voorbaat als ik er eentje mis van die vijf bladzijdes geloof ik toch op een kleine mea culpa. In ik zal in volgorde van uw spreektijd ook antwoorden. ChristenUnie, volgens mij staan we diametraal tegenover elkaar als we het überhaupt hebben over dit onderwerp. Dus ik weet niet of we elkaar ergens gaan bereiken in het geheel. Maar ik hoop u toch te overtuigen van een bepaald vertrouwen en ook de spanning die ik ook voel bij dit traject. Dat het spannend is ja. Maar we zijn hier wel al enige tijd mee bezig. We hebben u echt al in een

63

van de vorige sessies hier aan tafel met de commissie meegenomen over alle selectiecriteria die we hebben gecommuniceerd met de aanbieders. Dat u het daar niet mee eens bent dat we dit pad op zijn dat is een ander ding. Maar we hebben echt wel al het een en ander met u gecommuniceerd. Wat we niet goed hebben gecommuniceerd dat kwam ook wel in de technische sessie naar voren waar PvdA volgens mij ook wel een punt had was dat we het pad hadden verlaten om Haarlem Effect en DOCK als een soort tussenvoorziening als een tussenlaag als de aanbieders of de nou ja opperwachtmeesters hadden benoemd. Maar daarover hebben we wel met u gecommuniceerd in een van onze RIB's. Heb ik het ook genoemd in een van onze sessies hier aan tafel. Maar is blijkbaar onvoldoende hier nou ja geland. En nou ja daar maak ik mijn excuus voor. Want het is best wel een essentiële ommekeer. En dat is geen draai van 180 graden andersom. Maar dat is wel gemist hier denk ik aan de tafel. En daarvoor mijn excuus dat we dat dan onvoldoende hebben meegenomen. Ik denk dat het ook mijn tekortkoming is. Omdat we zo bezig zijn met zo'n soort transformatie en transitie dat je op een gegeven moment kwijt bent van hebben we dat nou wel of hebben we dat nou niet gecommuniceerd. Dat heb ik me gewoon onvoldoende gerealiseerd.

Waarom we dit doen waarom we van dat pad zijn afgetreden is ook omdat u aangaf dat u daar een soort concurrentiepositie in zag die u niet wilde. U wilde wel het welzijnswerk in de benen houden, u wilde wel de expertise van Haarlem Effect en DOCK in de benen houden. En u wilde ze niet eigenlijk buiten spel zetten. Tegelijkertijd waren wij met Haarlem Effect en DOCK aan het kijken of ze konden samen gaan werken. Ik had daar voor ogen een soort fusie. Dat was een brug te ver voor de twee welzijnsorganisaties. Daar verschilden ze ook wel van in mening. Maar ze hadden ook heel veel overeenkomsten. En wie schetst onze verbazing? Dat zijn ook aan ons hadden gevraag gaandeweg dit traject om niet die tussenlaag te willen formuleren maar dat zij zelf graag mee wilden participeren in het doen uitvoeren van deze zaken in de sociale basis. Dus daar hebben we ergens, heb ik u gemist, of heeft u mij gemist. En ik trek meteen het boetekleed aan dat ik dat onvoldoende met u heb gecommuniceerd. Dat kwam bij mij pas naar voren op het moment dat we met u die technische sessie de vorige keer deden en dat ik zag dat dat emoties opriep en dat ik dacht: hè, maar die stap hadden we toch met elkaar gedeeld? Maar dat was blijkbaar onvoldoende. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Yes, oké. Ik ben niet zo rechts.

Wat ik nog even wilde memoreren was dat er nog een ander facet een rol speelde bij die terugtrekking van die tussenlaag en dat was dat deze twee organisaties vooral praktisch actief wilden blijven. In de eerste voorstelling van zaken was dat of coördineren, of praktisch actief blijven. Zij hebben gekozen voor praktisch actief blijven. Dat is in zoverre belangrijk, omdat ze daarmee gewoon in het veld een rol blijven spelen en niet gaan superviseren. Dat geeft natuurlijk weer een verandering in de voorstelling van zaken nu. De voorzitter: Dat is niet echt een interruptie, maar gaat u verder. Wethouder Meijs: Ja, dat is geen interruptie inderdaad, maar wel een constatering. Dat is volgens mij wat ik net zei, dat zij zelf ook hadden aangegeven niet in die tussenlaag als coördinerend, maar ook echt participerend wilden. Nu, het model wat we nu hebben, wat u kunt zien in de bijlage of in het stuk zelf, is dat we het perceel hebben opgeknipt in twee grote zaken. Dat is het perceel – ik moet ook steeds kijken, want dat zijn woorden die ook nog niet bij mij verinnerlijkt zijn – dat is het perceel redzaam en dat is het perceel meedoen. Dat meedoen, dat gaat over het hele groepscollectieve deel waar we het hebben over de sociale basis en de maatwerkvoorzieningen en de dagbesteding. Het redzaam, dat is het individuele.

Daarvan, die twee percelen, zijn we bezig om nu in deze preselectie en straks weer in de dialoogversie en straks in de tweede dialoogversie, die twee percelen gaan twee samenwerkingsverbanden komen. Daar voor elk perceel

64

komt één hoofdaannemer. Dus hier komt er één, en hier komt er één. Nu hebben we hier nog, nou, ik geloof dat er vijftien aanbieders zich al aangediend hebben, en hier hebben er een X-aantal zich voor aangediend. Die vijftien gaan niet allemaal de hoofdaannemer worden, dat gaan we weer trechteren, dus daar komen uiteindelijk wel hoofdaannemers en die hoofdaannemers gaan samenwerken. Dat kan dus al zijn met die vijftien die zich nu al gepresenteerd hebben, al dan niet ook al in samenwerking met elkaar, want sommigen hebben zich al verenigd en het in gezamenlijkheid ingediend. Maar het kan ook zijn dat in die latere fase partijen die zich helemaal nog niet gemeld hebben, maar wel actief zijn, nog aansluiten. Want er bestaat niet één organisatie – hoewel ik inhoudelijk er nog niets van weet, want het is allemaal aanbesteed, dus dat moet allemaal onder rechtmatigheid en juridisch correct gebeuren – maar er zijn partijen, die hebben zich nog niet aangemeld, maar straks wel mee willen doen. Want er bestaat niet één partij, of dat nou een Haarlemse is of geen Haarlemse partij, die dat hele perceel van meedoen of dat hele perceel van zelfredzaamheid kunnen bedienen. Daar moeten samenwerkingsverbanden uit ontstaan en dat … De voorzitter: Een interruptie van de heer Visser van de ChristenUnie. De heer Visser: De wethouder bevestigt nu dus dat er inderdaad straks twee hoofdaannemers zijn.

Maar dit stuk heet Gewoon in de wijk. Stel nou dat er een aantal aanbieders goed gaan samenwerken op stadsdeelniveau, Haarlem-Noord of Schalkwijk. Dat is voor u niet genoeg, want op stadsniveau wilt u een hoofdaannemer hebben. Dan gaan we dus in feite toch dan niet Haarlem Effect, maar misschien een andere partij die moet gaan coördineren hebben, want het mag niet op stadsdeelniveau. Maken we dan de koek niet veel te groot? U zegt zelf: geen enkele partij is in staat om alles te doen. Dat vraagt dus een coördinerende partij. Grote kans, zoals GroenLinks zegt, dat die van buiten komt. Dan zijn we misschien wel verder van huis dan waar we nu zijn, dat partijen steeds meer gaan samenwerken. Dus waarom niet gewoon in de wijk ook een perceel voor Schalkwijk maken of zo? Waarom moet het per se voor de hele stad all-in? De voorzitter: Oké, de vraag is duidelijk, mijnheer Visser. U heeft nog anderhalve minuut. Wethouder Meijs: Dat wordt de grootste puzzel voor de komende periode om dat goed inzichtelijk te maken. Want dat heeft een contradictie in zich. Dat is een soort tegengesteldheid, hè? Als je zegt: één samenwerkingsverband voor het geheel, maar ze moeten ook nog eens al die leefgebieden – want in die sociale basis zitten ook nog zeven of acht leefgebieden die ze moeten bedienen – en ze moeten ook nog per wijk het gaan bedienen.

Maar het is niet zo dat alles in elke wijk ook weer terugkomt. Per wijk verschilt ook weer … Zal ik het afmaken? Per wijk zal de behoefte ook weer verschillen. Dus het vergt nogal wat, het is een hele transitie. Het is een omgooien, dat ben ik helemaal met u eens. Maar het kan nog steeds zo zijn – ja, ik weet het niet, hè, want ik mag dat ook nog niet zien, dat is in de aanbesteding allemaal nog netjes correct buiten mijn zichtveld – maar ik kan me voorstellen dat bepaalde partijen uit bepaalde wijken zich wel aan gaan sluiten bij die samenwerkingsorgaan, bij dat hoofdondernemerschap, omdat zij op dit moment de meest toegewezen persoon voor die wijk met dat specifieke werk zijn. En een hoofdaannemer, het is wat dat betreft denk ik net zoals bij de bouw: de ene partij is ongelooflijk goed in het bouwen van dit of dat, maar die heeft altijd weer een onderaannemer – een loodgieter, een houtbedrijf, een stukadoor – nodig om dat plaatje van het huis compleet te maken. Ik doe het te simpel af als ik het vergelijk met de bouw, hoor. Maar … De heer Visser: Voorzitter? Wethouder Meijs: … even voor het begrip.

65

De heer Visser: Voorzitter, het probleem is, het gaat hier om het sociaal weefsel van de stad. Omgooien vind ik prima, want er moet meer samengewerkt worden en ik zie daar hele mooie ontwikkelingen achter de schermen. Maar was het alleen maar omgooien, dit is namelijk ook op afstand plaatsen. Want u wilt als wethouder niet meer contacten met zestig organisaties, maar met twee. Mijn voorstel is: u moet niet met zestig organisaties contact hebben, maar met een stuk of tien, twaalf. Dan heeft u ook meer controle, maar behoudt u het sociaal weefsel van de stad. Nu zit u dat op te offeren aan een marktpartij die straks iedereen onder zijn macht heeft en na twee of drie jaar kan zeggen: wij doen het zelf wel, wij gaan niet meer met een paar succesvolle organisaties in de stad verder. Dan is het sociale weefsel in de stad weg. Misschien aan het eind van de aanbesteding is het er allemaal nog en kunt u trots zijn: kijkt u wat we bereikt hebben. Maar na drie jaar zegt die hoofdaannemer: ik ga niet verder met Triple ThreaT, of ik ga niet verder met Stem in de Stad, of wat dan ook. Dan heeft u geen poot om op te staan en staan wij op afstand als raad. Dat willen wij niet. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Meijs: Ik snap uw spanning en dat u bang bent dat u tussentijds de goede wagonnetjes verliest van de trein.

Maar daar ben ik niet zo bang voor, omdat we in die samenwerking … De heer Visser: U hebt geen juridische poot om op te staan. Wethouder Meijs: Mag ik verder? Omdat we in dat samenwerkingsverband natuurlijk heel duidelijk ook contracten laten ondertekenen. Het gaat er niet om dat iemand de macht krijgt, zoals u zegt, maar dat het een echt samenwerkingsverband is. Ik ken het model vanuit het onderwijs, daar waren alle individuele scholen verantwoordelijk voor het samenwerkingsverband voor het specialisme in het onderwijs en dat werkte al jaren en dat werkt nog steeds. Dat is de modus. Je hebt een toko en je hebt een deel waarin je samenwerkt. Wat we nu doen, dat is inderdaad een hoofdaannemer benoemen. En de contracten die we aangaan, die zijn voor negen jaar, maar tussendoor gaan we natuurlijk evalueren en houden we ze vast aan de doelstelling zoals we die met u hebben opgesteld. En als ze daar niet aan voldoen, daar hebben we die KPI’s voor, die komen in de tweede dialoogfase aan bod. Dan mag u mij erop afrekenen, als u zegt: maar mevrouw de wethouder – of wie er dan ook op deze stoel zit – de angst die we hadden, het gaat niet goed, of de contracten worden verbroken, want. Dan heeft u recht van spreken. Maar het is een contractuele verplichting. De voorzitter: Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter.

Ten aanzien van dit punt, hè? Want dit was ook eigenlijk mijn vraag, dit begrijp ik ook gewoon niet goed. In dat samenwerkingsverband, er wordt dan als ik het goed heb één contract aangegaan, waarbij dan wordt uitgelijnd welke organisatie verantwoordelijk is voor welk deel en dus de facto ook een contractpartner is? Dat stelt u zich zo … Oké, ja. Iets meer toelichting op dat punt, dat vind ik wel heel interessant. Wethouder Meijs: Nou, kijk, het zijn allemaal fases, hè? Want ook voor mij is dit nieuw en ook voor de organisatie is dit nieuw. Dus als het perspectief al helemaal kant en klaar was, dan had ik nu geen preselectiedocument en geen dialoogdocument en geen tweede dialoogdocument. Dan was het al klip en klaar en dan konden we het morgen beginnen. Dus gaandeweg zullen er ook een aantal dingen verduidelijkt worden, ook voor mij, ook voor u en ook voor de aanbieders. Maar, ja, we gaan met die KPI’s aan de gang en ja, we gaan met contracten aan de gang. Want het kan natuurlijk niet zo zijn dat we straks met één aanbieder het contract maken en dat hij of zij vervolgens willekeurig welk jaar dan ook met wie dan ook kan gaan samenwerken. Daar zitten bepaalde verplichtingen voor. Dat zullen doelverplichtingen zijn, zoals we dat

66

afspreken binnen de basis rond de thema’s, maar dat zullen natuurlijk ook – hoe noemen we dat met een sjiek woord – werkgeversafspraken zijn, net zoals conform alle andere organisaties. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Oomkes, PvdA. Microfoon, de heer Oomkes, rechterknopje. De heer Oomkes: Weer het verkeerde knopje. Ik zit er andersom voor, denk ik. Mevrouw de wethouder, ik heb een aantal ervaringen in het verleden die vergelijkbaar zijn met de verwijzing die u pleegt naar het bouwbedrijf, waarbij verschillende mensen in verschillende vormen samenwerken aan de verbouwing van bijvoorbeeld een huis. Dan ga je een contract aan met één aannemer en daaronder zit dan een onderaannemer. Dus je hebt iemand voor het loodgieterswerk, iemand voor het schilderwerk enzovoort. Dat wil niet zeggen dat het busje van de loodgieter niet voor mijn huis komt te staan en dat die gebruikmaakt van het feit dat hij een eigen etiket daarop heeft. Waar ik zo bang voor ben, dat bij onze aanbesteding van deze hele kwetsbare vormen van sociale basis en de werkzaamheden daarin, mensen hun identiteit verliezen en dat je dus ook niet het vermogen hebt om te zeggen: kom eens even hier, loodgieter, ik ben weliswaar iemand die een contract heeft gesloten met de hoofdaannemer, maar dit kun je toch beter doen? Die fijnmazigheid, die bepaalt de kwaliteit van het werken in de wijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12271666/1