CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Samenleving 28 oktober 2021

commissie Samenleving 28 oktober 2021, gemeente Haarlem43.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

5 alinea's met “griffie”: 4 7 15 209 273

TRANSCRIPT VAN DE RAADSCIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 28 oktober 2021

1.

17.10 uur Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Zo, goedemiddag. Welkom bij de commissie Samenleving van 28 oktober 2021, ook een bijzonder welkom voor degenen die met de livestream meekijken. Ik heb even een paar huishoudelijke mededelingen. Nog even ter herinnering: let u op de spreektijden. De voorzitter let er natuurlijk ook wel op, maar het is ook handig als u zelf even op de spreektijden let. Het is niet de bedoeling dat u technische vragen stelt of te veel technische vragen. Een enkele kan natuurlijk wel even tussendoor, maar soms worden er te veel technische vragen gesteld en dan moet de wethouder daar misschien ook weer op reageren. Of tenminste, dat wordt verwacht. Het is beter als het beperkt wordt en meer een inhoudelijk debat gevoerd gaat worden. Dan heb ik een mededeling voor verhindering. Mevrouw Ziggy Klazes is afwezig, heb ik gezien. Is er nog iemand die afwezig is? Verder zie ik wel iedereen die ik verwacht. Nee? Dan het jaarlijks onderwijsgesprek tussen de raadscommissie Samenleving Haarlem de schoolbesturen zal dit jaar plaatsvinden op donderdag 18 november, van 20:00 uur tot 21:30 uur op de basisschool De Cruquius. Dat is de Cruquiusstraat nummer 2, dat kunt u allemaal wel nalezen, denk ik. Het thema van de bijeenkomst is: duurzame en gezonde scholen in een historische stad.

De officiële uitnodiging met programma volgt binnenkort per mail en de schoolbesturen hopen op een brede belangstelling vanuit de commissie voor het onderwijsgesprek op 18 november. Mevrouw … Mevrouw Stroo: Het is tijdens de Meet & Share-avond. Dat vind ik een beetje ongelukkig, want ik zou er wel graag bij zijn, maar ik ga naar de Meet & Share-avond. De voorzitter: Nee, die komt als het goed is later. Maar dat heeft ook te maken met allerlei Haarlemse feesten volgens mij, die in de maand gegeven worden. Maar daar wordt u nog over geïnformeerd. Het zou inderdaad wel zonde zijn als u daar niet bij kunt zijn. Op dinsdag 23 november organiseert het regionaal contractmanagementteam van de deelnemende gemeenten een regionale informatieve raadsbijeenkomst over de uitgangspunten doelgroepenvervoer 2024 voor RegioRijder. U wordt hierbij uitgenodigd voor de digitale raadsbijeenkomst, uitgangspunten doelgroepenvervoer 2024. Wat moet ik allemaal herhalen, mijnheer Smit? Het is een digitale bijeenkomst, dat wordt georganiseerd door het regionale contractmanagementteam, die organiseert dat. Het gaat over de uitgangspunten van het doelgroepenvervoer 2024. Dat wordt daar besproken. Ik weet niet of dit al in de Raadzaam stond, ik kijk heel even naar de griffie.

Het staat al in de Raadzaam, hè? Want u moet, als u dat bij wil wonen, dan moet u even een mailtje sturen naar het mailadres wat in de Raadzaam staat. Duidelijk, ja?

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 2, het vaststellen van de agenda. Kunnen we deze zo conform vaststellen? Nee, zie ik. Mevrouw Roséanne Timmer. Mevrouw Timmer-Aukes: Ja, dank u wel, voorzitter. Vandaag ben ik even mevrouw Klazes, dan weten jullie dat. Ons voorstel is om agendapunt 12 te verplaatsen naar een latere vergadering. Er is een onderzoek gedaan naar aanleiding van een pilot Multidisciplinaire Aanpak ++ en het rapport zou inmiddels beschikbaar moeten zijn voor de raad. Wij willen dit graag meenemen in de behandeling van dit onderwerp en we willen de griffie

1

vragen dit onderwerp te verplaatsen naar de vergadering van december en het rapport ‘Kwestie van lange adem’ van Jonker-Verwey dan ook toe te voegen. De voorzitter: Dank u wel. Is daar draagvlak voor in de commissie? Volgens mij hebben we er over gecommuniceerd ook, blijkt nu wel ook, ja. Gelukkig maar. Oké, dank u wel. Dan gaan we die naar een later moment doorschuiven, dat zal dan ergens 2 december zijn, denk ik, als alles binnen is. Ja, dus dat is dat. Verder nog, kunnen we hem dan verder wel zo vaststellen? Ja? Dan doen we dat. 3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan gaan we naar de mededelingen van de wethouders en commissieleden. Eerst even naar de wethouders. De heer Botter, u had volgens mij een mededeling. Wethouder Botter: Ja, ik heb één korte mededeling. Namelijk, ik had bij de kadernota beloofd dat wij ten aanzien van de discriminatie bij de stages en met name op de namen daarover nog een uitvoerig stuk zouden doen toekomen voor uw begrotingsbehandeling. Dat gaat helaas niet lukken, maar hij komt in ieder geval wel dit jaar nog. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik weet niet of er iemand van de techniek aanwezig is. Het geluid is aan mijn kant wat zacht. Is dat bij jullie ook zo? Zou dat iets harder gezet kunnen worden? Dus dat wordt dan geregeld. Nee, het ligt niet aan … Sorry. Staat al op maximum? Nou, dan gaan we misschien iets harder praten. Zijn er nog mededelingen vanuit de commissie? Nee?

4.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Dan gaan we naar de agenda voor de komende vergaderingen, de Jaarplanning en de Actielijst. U heeft de Jaarplanning en de Actielijst ook weer bij de agenda aangetroffen. Zijn er daar nog op- of aanmerkingen op, Jaarplanning/Actielijst? De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ja, ik had verwacht dat op de Actielijst wethouder Meijs zou terugkomen met een stukje over respijtzorg. Dat zou zij voor de vakantie doen, maar ik zie er niets bijstaan, dus graag hier aandacht voor. De voorzitter: Misschien dat u dat nog zo meteen bij agendapunt 11, want dan is de wethouder er als het goed is ook bij, dan wil ik even deze vragen ook herhalen. De heer El Aichi: Dan wil ik hem herhalen, is goed. De voorzitter: Als ik het goed heb, hè? Ja, dan we de raadsjaaragenda bepalen. Dank u wel. Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Ik wilde graag agenderen punt 1.4, dat is de afbouw tijdelijke maatschappelijke opvang, voor de volgende vergadering. De voorzitter: Kunt u dat motiveren? Mevrouw Zoon: Jazeker. Er staat dat we afbouw maatschappelijke opvang voor COVID-19 gaan doen en volgens mij zitten we weer in een boost van COVID-19 en komen er ook nog vluchtelingen bij. Volgens mij

2

hebben we altijd, op het ogenblik maatschappelijke opvang is een issue voor deze doelgroepen en als we dan gaan afbouwen zou ik dat wel graag met de commissie willen bespreken, of dat een verstandige keuze is. De voorzitter: Is hier draagvlak voor? Ja? Wordt die genoteerd. Nog iemand? De heer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Ja, voorzitter. Ik zou graag van de ingekomen stukken de raadsinformatiebrief over het toenemende aantal Wmo-aanmeldingen met lange behandelingsduur agenderen. 3.2. Omdat dat is een zorgpunt en het ging de goede kant op, maar het gaat nu weer de verkeerde kant op. Dus ik denk dat we met de wethouder moeten praten over de vraag: hoe kan dat gekeerd worden? De voorzitter: Er is wel een brief gekomen, heb ik gezien, naar aanleiding daarvan. Dan heeft u alsnog vragen hierop? Ja, is daar behoefte aan? Oké, ik zie al genoeg vingers. Dus dan gaan we die ook op de agenda zetten. Verder nog iemand? Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: 1.2, aangaan convenant uitstroomregeling. Maar ik wil het onder voorbehoud, want ik wil nog wat technische vragen stellen en eventueel na de beantwoording wil ik het agenderen, omdat daar de uitstroom uit de maatschappelijke opvang staat, waar wat problemen waren in het verleden. De voorzitter: Ja, naar aanleiding van de beantwoording van de technische vragen wilt u het agenderen.

Maar dan wil ik nu even weten of er een klein beetje consensus is, ook vanuit de commissie, om het te agenderen. Dat is misschien een beetje een lastige vraag, want de antwoorden zijn misschien ook … Ja? Gaat u even vragen stellen en laat u het aan de griffie even weten wat de stand van zaken is. Ja? En dan mail het nog even rond. Dank u wel. Verder nog iemand? Nee? Dank u wel. 5.

Transcript commissie d.d. 30 september 2021 (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Dan gaan we naar 5, dat is het transcript van de vorige vergadering van 30 september. Heeft u daar nog op- of aanmerkingen op? Nee? Overige punten ter bespreking

6.

17.20 uur Pre-selectiedocument regionale verwerving jeugdhulp (JB) De voorzitter: Dan gaan we naar het eerste bespreekpunt. Dat is agendapunt 6, dat is het preselectiedocument regionale verwerving jeugdhulp. Het regionale pre-selectiedocument verwerving jeugdhulp markeert de start van de dialooggerichte aanbestedingsprocedure. Deze procedure start met de preselectiefase die resulteert in de selectie van jeugdhulpaanbieders, voor de twee percelen enkelvoudige en complexe jeugdhulp die worden toegelaten tot de dialoogfase van de regionale aanbestedingsprocedure. Deze nota is ter kennisname op verzoek op de agenda gezet door de commissie. Ik weet alleen niet meer wie, maar ik dacht dat de heer Sepers daar iets over zou … Ja, wilt u? Dan geef ik u als eerste het woord. De heer Sepers: Ik wil in ieder geval wel beginnen, om aan te kondigen dat ik eigenlijk dit een beetje mosterd na de maaltijd vind na de discussie die we in de raad al hebben gehad. Daar hebben we allerlei moties aangenomen, de wethouder met nadere boodschappen op pad gestuurd. Dus wat de PvdA-fractie betreft wachten we nu de verdere ontwikkelingen af en wachten we op zijn rapportage als afronding van de preselectiefase en de beslissing met welke partijen in de selectiefase verdergegaan wordt. Dus daar hou ik het bij. Dank u wel.

3

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ik ben ook door het pre-selectiedocument jeugdhulp gegaan en zoals te verwachten was sluit het volledig aan bij die Regiovisie jeugdhulp zoals vastgesteld in de raad. Deze discussie hoeven we dan ook niet over te doen, lijkt mij. Echter, deze documenten bieden eventuele aanbieders volgens mij nog steeds weinig houvast. Het gaat nu om een eerste aanmelding, voldoen aan een aantal eisen en een paar visies op papier zetten. Op basis hiervan kan een partij dan uitgenodigd worden voor een dialoogfase. Hoewel er geen maximumaantal aanbieders genoemd wordt heeft de wethouder het over één of meer. Er wordt dus ingezet op forse reductie van het aantal, zeker in de complexe jeugdhulp. Nu leveren circa tweehonderd aanbieders deze jeugdhulp in de regio. Als er straks maar een paar over mogen blijven is de vraag hoe men zich voorstelt dat de gekozen partijen opschalen om dat totale volume te kunnen leveren. Dit ontbreekt in de vraagstelling en de selectie-eisen. Ik lees verder in het stuk dat alle producten van de complexe jeugdhulp in het product van enkelvoudige jeugdhulp staan. Met andere woorden: de enkele strategische partijen die straks complex gaan doen kunnen en zullen in principe ook enkelvoudig aanbieden en leveren.

Ik ben nieuwsgierig wat GroenLinks hiervan vindt, want die hadden daar volgens mij andere ideeën over. Partijen die zich voor enkelvoudig aanmelden – wat een lichte procedure is – komen straks in een flexpool terecht waar de strategische partners zich van gaan bedienen als er capaciteitsproblemen zijn. Hoezo continuïteit? Er wordt verder met geen woord gerept over vormen van omzetgarantie. Dat wil zeggen: ofwel je hebt een contract met de gemeente voor een bepaald volume aan werk, ofwel het is een vrije markt waar iedereen zich moet hunten om omzet. Het is het een of het ander, nu is het echter geen van beiden. Ik zou als aanbieder dan ook werkelijk geen idee hebben waar ik nu precies op inschrijf. Kortom, het blijft een merkwaardige aanbesteding. Gelukkig staat er ook een clausule in dat de gemeente de aanbestedingsprocedure op eigen initiatief en op ieder moment moet kunnen staken. Hopelijk keert de wal het schip. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zal niet ons standpunt ten aanzien van aanbesteding herhalen, dat hebben we bij de Regiovisie uitgebreid gedaan. Ik heb nog wel drie belangrijke vragen die gaan over de kwaliteit van de aanbieders en de zorg.

De eerste vraag is: hoe borgt onze wethouder dat bepaalde aanbieders worden geweerd die niet inclusief zijn? Er zijn in andere gemeentes bijvoorbeeld partijen actief die bijvoorbeeld mensen met een voorkeur voor de eigen sekse niet in behandeling wensen te nemen. Dat lijkt me een hele onwenselijke situatie en dat zijn gewoon gemeentes zoals Utrecht en Leiden, dus dat zijn verder compleet normale gemeentes volgens mij. Hoe borgt u dat het armoedebeleid – daar zit ook een stuk bij de ingekomen stukken over – in de jeugdzorg geïntegreerd wordt? Met name armoede is echt een voorspeller voor problemen in de jeugdzorg, dus we hopen dat de wethouder daar een duidelijk antwoord op kan geven. De laatste vraag is: hoe gaat u ervoor zorgen … Nee, laat ik het anders zeggen: jeugdzorg kan een behoorlijke bescherming geven voor jongeren om niet in de criminaliteit terecht te komen, zoals psychiatrie vaak mensen kwetsbaar maakt om in het criminele circuit te komen. Veel burgemeesters hebben daar al opmerkingen over gemaakt, dat er met name door de coronacrisis weer meer jongeren op het verkeerde pad belanden.

Dus wij hopen dat de wethouder daar ook aandacht voor heeft in deze aanbestedingsprocedure, want met name de samenwerking tussen jeugdhulp en jeugd-GGZ en het beschermen van jongeren tegen om in de criminaliteit te belanden is wat ons betreft een heel belangrijk onderwerp en we hopen dat dat goed geborgd wordt. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Timmer-Aukes, GroenLinks.

4

Mevrouw Timmer-Aukes: Dank u wel, voorzitter. Een belangrijk document waar de belangrijke gesprekken al over hebben plaatsgevonden. De partijen gaan nu de dialoogfase in en als het goed is zullen aan het eind van deze fase een aantal aanbieders overblijven die tijdens de dialogen hebben hard gemaakt dat zij altijd het belang van het kind voorop hebben staan en een gedeelde verantwoordelijkheid hebben in het in de hand houden van de kosten van jeugdhulp. Maar het gaat niet alleen om geld. Gisteren is er door de ombudsmannen van Rotterdam, Amsterdam en Den Haag een brandbrief gestuurd aan de Tweede Kamer. De jeugdhulp faalt, was de boodschap. Maar dat ligt niet per se aan een tekort aan geld. De brief was een pleidooi voor het voortdurend betrekken van de ouders en kinderen zelf bij de trajecten, het oplossen van de huiselijke problemen zoals schulden, om erger te voorkomen en het normaliseren. Wanneer een ouder grote schulden heeft, heeft een opvoedcursus geen zin, was de logische boodschap en zo is het. De brief had door onze wethouder geschreven kunnen zijn. De kansencirkel draaide er schitterend doorheen.

We hopen dan ook dat dit geluid als fundament zal dienen voor dialogen die in Haarlem gevoerd gaan worden met de aanbieders, dat er gekeken zal worden naar het brede plaatje van wat nodig is voor een kind om zich te kunnen ontwikkelen en dat ook de geselecteerde aanbieders dat meedragen in hun DNA. Het moet anders, het systeem moet veranderen. Wij wensen de wethouder en alle aanbieders heel veel succes de komende periode en we zijn benieuwd naar de uitkomsten. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg mij nog steeds af, u heeft gepleit voor complexe jeugdzorg in een ander traject te gooien. Nu valt het onder de enkelvoudige jeugdzorg. Wat vindt u ervan in dit document? Mevrouw Timmer-Aukes: Dat vind ik een hele moeilijke, omdat mevrouw Klazes is woordvoerder op dit onderwerp en die zit er helemaal in. Ik durf hier nu even geen uitspraak ze over te doen, maar ik kan u wel zeggen dat mevrouw Klazes daarop terug zal komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Smit en daarna de heer Van Kessel. De heer Smit, OPH. De heer Smit: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Dan gaan we eerst even naar de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, laat ik beginnen met een compliment.

Het is een flink document, het selectiedocument, om te kijken welke aanbieders de dialoog aangaan. Wat mij opviel ten goede was dat er in het selectiedocument een casus zit om te kijken hoe de instellingen daarop reageren. Dat gaat over een familie De Jong, die al langzaam het leven in een nachtmerrie ziet veranderen, omdat vader een auto-ongeluk krijgt, moeder daardoor uiteindelijk overwerkt raakt en dat ook weer de weerslag heeft op de kinderen. Zo zie je maar, dat is een mooi voorbeeld van hoe het leven kan tegenzitten en dat het dan heel fijn is dat je professionele jeugdzorg hebt en zorgverleners die ook integraal naar het gezin kijken. Ik ben eigenlijk dus ook heel benieuwd hoe de verschillende aanbieders daarop gaan reageren. Vervolgens, dit is dus een heel gedetailleerd document. Ik heb wel een aantal gedetailleerde vragen, excuses daarvoor. Eén van de keuzes die wordt gemaakt is dat voor de complexe jeugdhulp er wordt gekeken naar contracten van drie jaar en dat er dan twee keer met drie jaar verlengd wordt, dus negen jaar. Voor de enkelvoudige jeugdhulp is de drie jaar met twee keer één jaar verlengen, dus dan wordt er voor vijf jaar gekozen. Ik vroeg mij af waarom deze twee periodes van elkaar afwijken en wat daar de onderbouwing van is.

Ook vroeg ik mij af hoe de overgang van het oude systeem naar het nieuwe systeem geregeld gaat worden en wat de gedachtes daarbij zijn. Ook omdat als er nieuwe aanbieders zullen zijn, dan zullen die met elkaar moeten gaan samenwerken in de overdracht

5

bijvoorbeeld. Dus wat is het beeld daarbij? Tijdens de selectie wordt er ook over de bekostiging gepraat. Ook daarvan zou ik graag na de dialoog een afdronk van alle argumenten willen ontvangen die hierover gewisseld zijn, dus de vraag aan de wethouder of dat mogelijk is, zodat we daar nog eens een keer goed naar kunnen kijken ook. Vervolgens lees ik in het stuk dat de samenwerking tussen de jeugdhulpaanbieders en de CJG nodig is om meer grip te krijgen op klantvolumes en tijdig op- en afschalen. Mijn algemenere vraag is eigenlijk hoe het CJG betrokken is bij het proces en ook tijdens de dialoogfase, omdat uiteindelijk de toekomstige aanbieders ook goed met dat CJG moeten samenwerken, dus de rol van het CJG de komende tijd. Nog iets wat mij opviel: de opdracht is inclusief de hulp aan jongvolwassenen. Voor een aantal van de gemeenten, maar Haarlem en Zandvoort bekostigen dit uit de Wmo. Mijn vraag is eigenlijk: waarom zijn wij nou zo slim of zij? Laat ik het daarbij houden. Dus waarom wijken wij daarvan af en waarom wordt dat niet gelijkgetrokken, want geeft dat niet allemaal problemen uiteindelijk in de verrekening? Ik vond het ook netjes in dat stuk dat er een tegemoetkoming wordt voorgesteld voor afgevallen jeugdhulpaanbieders, die in dit traject dus heel veel energie stoppen. Alleen de vraag is of dat bedrag en de verdeling daarvan onderbouwd kan worden.

Dat is nu vijf ton, meen ik, en dat wordt verdeeld over alle afvallers. Maar als er meer mensen meedoen met dit traject en afvallen, dan is dat bedrag hoger of lager, dus ik vroeg me gewoon af: waar is dat op gebaseerd, dat bedrag? En ik had hem in mijn spreektijd voor het laatst bewaard, de casus van familie De Jong. Complimenten voor degene bij jullie die dat bedacht heeft. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Ik dank u wel, mijnheer de voorzitter. Een briljante analyse van Hart voor Haarlem, complimenten van OPHaarlem daarvoor. Ik deel de opmerking van mijnheer Sepers van de PvdA, dat we natuurlijk nu met mosterd na de maaltijd bezig zijn. Wij hopen, maar wij zijn bevreesd, dat de hele kernachtige opmerkingen van Hart voor Haarlem toch uiteindelijk weer niet of onvoldoende landen bij de wethouder en wij toch te maken krijgen met een aanbestedingsprocedure waarin we talloze vragen hebben, talloze vage punten herkennen die uiteindelijk ons niet gaan helpen in een goed product straks. Ons standpunt: wij zijn tegen de aanbesteding, dat hoef ik niet nog een keer uit te leggen. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Verhagen, Trots Haarlem. Mevrouw Verhagen: Dank u wel, voorzitter.

Ook de complimenten voor wat Hart voor Haarlem heeft gezegd, daar waren wij het helemaal mee eens, ook wat mijnheer Sepers heeft gezegd, ook wat mijnheer Smit al daarover heeft opgemerkt. Ik hoef dan een heleboel dingen niet meer te vermelden, maar één ding, al is het mosterd na de maaltijd: uit de stukken heeft Trots Haarlem ook de uitkomst van de raad, heeft Trots Haarlem begrepen dat de wethouder de motie ‘Hoe houden wij de hulpverlening in de hand?’ mee zou nemen en op punten zou reageren. Eén van die punten was hoe de gemeente de regie op de toegang, voortgang en beëindiging houdt. In hoeverre dit terug te zien is in het pre-selectiedocument, wij kunnen het niet vinden. Daarin lijkt die toegang via het CJG te verlopen, terwijl de diagnostiek nog steeds ondergebracht is bij de hulpaanbieder, zo van: “Er is iets aan de hand, CJG, wat weten we niet, maar we denken dat hier wel jeugdhulp nodig is. Diagnosticeren jullie maar wat er precies aan de hand is en welke therapie hier nodig is.” Daarmee is het medisch circuit of eigenlijk geen jeugdhulp, maar schuldhulpverlening al helemaal uitgesloten en kan het aanbod nog steeds de vraag bepalen.

Zou het in dit geval niet beter zijn als hier een onafhankelijke – en wij hebben dit natuurlijk al vaker opgemerkt – eventueel bij het CJG ondergebrachte psycholoog op grond van een goede diagnose verwijst naar een geschikte therapievorm van een hulpaanbieder? Waarbij vermeld moet worden dat diagnostiek vakmanschap is en veel meer dan het scoren van wat testresultaten. Bij zo’n grote aanbieder is het nog maar de vraag of diagnostiek ook door gekwalificeerde, maar helaas dure NIP-

6

psychologen plaatsvindt. Net zoals de toegang voor de vrijgevestigde therapie via de eerstelijnspsycholoog dient te verlopen – daar zijn wij het ook helemaal mee eens – en niet via foldertjes op school, in dit geval het prikbord van het CJG. Dat zou de positie van de vrijgevestigde therapeuten ook gelijkstellen met die van de grote aanbieder. Die psycholoog kan dan ook toezicht houden op voortgang door verwijzing en beëindiging, altijd een heel belangrijk punt met betrekking tot het volume. Wellicht vindt u ons erg drammerig, maar toch nog één keer de vraag of het nog mogelijk is om op een of andere manier het schakelcentrum buiten de aanbesteding te houden, desnoods onder te brengen bij het CJG? Trots ziet namelijk nog steeds niet hoe en waar de gemeente de regie in handen kan houden. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank u, voorzitter. Zo langzamerhand wordt de strategie om tot een nieuwe verwerving van jeugdhulp te komen steeds duidelijker. Dit pre-selectiedocument omschrijft wat er van de zorgaanbieders wordt verwacht. De jeugdhulpaanbieders kunnen zich nu gaan inschrijven om te kunnen deelnemen aan de dialoogfase. Het belang van jeugdigen en hun gezin staat voorop, het gaat erom dat zij passende hulp krijgen. Dit lees ik gelukkig terug in het pre-selectiedocument. We zijn er blij mee dat de term ‘maatwerk’ regelmatig genoemd wordt.

Jouw Haarlem heeft al eerder benoemd niet voor de jeugdhulp te zijn vanuit de gedachte: one size fits all. Goed dat het een vereiste is dat de verschillende jeugdzorgaanbieders moeten gaan samenwerken, zodat de spreuk niet wordt: ‘In de JZ ga je van loket naar loket.’ Door kennis van de lokale infrastructuur ook als vereiste te noemen in dit stuk krijgen de lokale partijen wat Jouw Haarlem betreft bij gelijke kwaliteit de voorkeur. Goed dat de twee percelen verschillend worden aanbesteed. We zijn het eens met de verschillende manieren van bekostiging. De taakgerichte bekostiging van de complexe jeugdhulp en voor de enkelvoudige hulp de prijs keer product, P x Q-bekostiging, waardoor de enkelvoudige jeugdhulp naar verwachting flexibel en op elk moment kan worden ingezet. Vaak is de nood al hoog als men uiteindelijk besluit hulp buiten de deur te zoeken, omdat het kind en hun ouders het even zelf niet meer weten. In dit preselectiedocument wordt ook gesproken over toename van ambulante hulp. Door de toegang te versterken en de hulp ook af te kunnen schalen naar enkelvoudige hulp of naar de sociale basis hoopt de wethouder deze toename af te vlakken, als ik het goed begrepen heb tenminste, evenals de uithuisplaatsingen te verminderen. Wij ondersteunde deze gedachte. Wij wensen de jeugdhulpaanbieders sterkte met het aanleveren van een pre-selectiedocument.

Er is voor hen een hoop werk aan de winkel. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA, en dan mevrouw Çimen. De heer El Aichi: Dank je wel, voorzitter. In de stukken is te lezen dat in elke gemeente jaarlijks een beschikbaar budget vastgesteld wordt. Het beschikbare budget voor 2023 wordt door de gemeenteraad bepaald bij de vaststelling van de programmabegroting. Een vraag aan de wethouder: hoe kunnen meerjarige contracten bij de instellingen worden aangegaan als de gemeenteraad jaarlijks de budgetten gaat vaststellen? De gemeente wil een zorgcontinuïteit bieden in de overgangsfase van oude naar nieuwe contractpartners. Het hiermee gemoeide budget wordt in 2023 in mindering gebracht op het budget voor deze opdracht. De omvang van dit budget wordt medio 2022 berekend, dat is wat ik gelezen heb. Kan de wethouder tegen die tijd ons op de hoogte houden? Dank u wel. Laatste punt, in de bestuursrapportage, wat wij straks gaan doornemen, lees ik dat het beter moet als het gaat om aansluiting jeugdzorg of jeugdhulp op vraag aan behoeften van jongere en gezin. Als gevolg van de coronaperiode is er een toegenomen complexiteit in hulpvragen, waar niet altijd een passend hulpaanbod voor beschikbaar was. Ik wil hierbij de wethouder meegeven om dit ook mee te nemen in de aanbesteding van de jeugdzorg. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66.

7

Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank aan de wethouder voor het stuk. Ik had daar al behoorlijk wat technische vragen op gesteld en ik heb naar aanleiding van die beantwoording eigenlijk nog een paar vragen. Dat zit hem als eerste in de partijen die mogen inschrijven op de aanbesteding. Dat is dus ook buiten de twee regio’s die meedoen. In de antwoorden krijg ik natuurlijk: ja, op basis van het aanbestedingsrecht mag iedereen zich inschrijven. Maar het is natuurlijk de bedoeling dat er consortia worden ingericht en dat partijen binnen dat consortium alle hulp moeten kunnen aanbieden. Maar wat gebeurt er nou als er één lokale partner is en een aantal mensen, ik zeg maar wat, in Almere of in Hoorn en wij dus uiteindelijk Haarlemmers binnen dat consortium opeens naar Almere moeten gaan sturen voor benodigde zorg? Schiet het dan niet een beetje zijn doel voorbij en heeft de wethouder hierover nagedacht, hoe we dit ook tijdens de dialoogfase zouden kunnen tegengaan in ieder geval? Dan over de duur van de contracten, daar heeft de VVD ook net een vraag over gesteld, over het verschil tussen de complexe jeugdhulp, wat tot negen jaar kan lopen, en de enkelvoudige hulp, wat maximaal vijf jaar kan lopen.

Hebben we dan al een beeld wat er met die enkelvoudige hulp na die vijf jaar gaat gebeuren? Hoe is daartoe gekomen? Want dat kwam ook niet helemaal goed terug in de beantwoording van mijn technische vraag. Dan nog één laatste vraag, daar heb ik dus ook al een technische uitvraag over gedaan. Wat gebeurt er nou als één van de deelnemers in zo’n consortium financieel in de problemen raakt? Wat voor effect heeft dat op de andere partijen? Want uiteindelijk, ik bedoel, zij gaan zelf natuurlijk die samenwerking aan en in de beantwoording krijg ik te horen: ja, wat er dan moet gebeuren is sterk afhankelijk van die samenwerkingsverbanden. Dat is natuurlijk zo, maar wij hebben de wettelijke taak om die zorg toegankelijk te houden en mogelijk te maken. Dus hebben we iets meer zicht op wat nou de rol is van de gemeente in zo’n soort situatie? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me aan bij de vraag over de verschillende termijnen. Ik heb nog een vraag over de samenwerking sociale basis. Verschillende plekken in het document zie ik de sociale basis terug, maar het viel me op dat de sociale basis niet werd genoemd ergens aan het eind, ik geloof hoofdstuk acht of zo, bij de onderwerpen die aan bod komen in de dialoogfase.

Het gaat wel over de samenwerking met het onderwijs, maar niet over de samenwerking met de sociale basis. Dus daar zou ik toch nog wel wat meer aandacht willen vragen, juist ook omdat de sociale basis lokaal is vormgegeven en de jeugdzorg regionaal is. Dus dat is best wel een spannende, omdat die sociale basis ook weer in elke gemeente anders is georganiseerd. Dus het lijkt me wel van belang dat het in die dialoogfase goed aan bod komt en ook, er zijn misschien ook wel accentverschillen tussen de complexe jeugdhulp en de enkelvoudige jeugdhulp. Dus misschien kan de wethouder daarop ingaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja. Ook de visie van de SP over de Regiovisie is denk ik wel duidelijk. Voor ons ligt het pre-selectiedocument en daar hebben we wel een aantal vragen over. Vooral met name over het stukje armoede, schuldhulpverlening en de betrekking met de hulpverlening vanuit de jeugdzorg. Wij zijn wel benieuwd hoe dat plaats gaat vinden. We hebben dat ook gezien met de toeslagaffaire, dat het één met het ander te maken heeft en ook natuurlijk met uithuisplaatsingen en problematieken. Het verhaal van familie De Jong wat voor ons geschetst werd is denk ik één van de honderden verhalen waardoor een jeugdige hulp nodig heeft. Ieder verhaal is denk ik ook complex en heeft ook betrekking tot de juiste vorm van hulpverlening.

Wat de SP dan hoopt is dat die dan ook beschikbaar is voor onze jonge Haarlemmers, wat op dat moment beschikbaar is. We hebben wel een vraag met betrekking tot capaciteit. Wij lezen dat, mocht er een probleem in komen, dat wij dan eerst gaan praten met onze hoofdaannemers en de aanbieders en

8

mochten zij niet kunnen leveren, dat we dan verder kunnen kijken. Daar zou ik toch wat duidelijkheid vanuit de wethouder willen. Verder hebben wij ook dezelfde vragen als Actiepartij net gesteld heeft. Het stukje open afschalen, indien nodig, dat vinden wij natuurlijk hartstikke goed. Het gaat erom wat een kind nodig heeft en niet wat wij zouden willen. Alleen hopen wij wel dat dat heel makkelijk gaat en dat daar juist niet een belemmering in komt. Maar wat ik wel mis – en ik weet niet of het hierin hoort of bij de gunning – is toch dat wij iets zetten over grootverdieners, want we hebben ooit de motie aangenomen ‘Schneidersnorm’. Ik weet ook niet hoe dat zit in de jeugdzorg, maar dat daar wel iets dan in zou komen daarover. De voorzitter: Dank u wel. We hebben iedereen gehad, dus dan kunnen we naar de wethouder. Wethouder Botter, gaat uw gang. Wethouder Botter: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik wil graag ook een klein beetje uw hulp, naar aanleiding van ons overleg wat we tussen het college in het presidium van gisteren hebben gehad. Want – en dat is door de voorzitter zojuist ook al aangegeven – er komen ook weer een heleboel technische vragen nu aan de orde. We hebben afgesproken, gisteren met elkaar in het presidium, dat ik daar niet meer allemaal één voor één op inga. Dus als u technische vragen heeft, dan staat het u vrij natuurlijk om die van tevoren te stellen.

Wij zullen ook ons uiterste best ervoor doen om die allemaal mee te nemen, maar ik beperk me vandaag in de reactie op hoofdlijnen, juist ook omdat ik regelmatig teruggekoppeld krijg dat ik te lang aan het woord ben en dat ik daardoor te veel tijd neem van het college. Dus wat mij betreft ga ik nu in op een aantal hoofdlijnen die zijn geschetst. Dan kom ik eerst even terug op het document an sich, want dit is het document, het pre-selectiedocument wat in principe naar de aanbieders is gestuurd met het verzoek om hierop te reflecteren. Hebben zij vragen, hebben zij suggesties, zijn er mogelijkheden tot verbetering en dergelijke? Dat is dus nog niet de dialoogfase, dat is nog niet echt de aanbestedingsfase, maar dat is de fase daarvoor. Wij gaan pas in januari de dialoogfase beginnen, op het moment wanneer we echt het selectiedocument hebben gemaakt. Dit is het pre-selectiedocument en u bent de enige raad in heel Midden- en Zuid-Kennemerland die dit bespreekt in uw commissie, want voor de rest wordt het allemaal aangenomen. Het is ook al vastgesteld door het college op 15 oktober jongstleden en dit zijn de uitgangspunten die nu voorliggen richting de verschillende partijen. Dus dat even vooraf over de status van het stuk. Ik heb u beloofd dat ik ook met u hier kom te praten op het moment dat er echt een selectiedocument is.

En een aantal van de dingen die u in de afgelopen weken mij heeft meegegeven bij de Regiovisie en ook bij de andere stukken en ook de verschillende moties, die zullen wij komende week of de week daarna in het college gaan behandelen. Die worden als zodanig vastgesteld en die worden als addendum sowieso aan de stukken toegevoegd. Dat zal in alle gemeenteraden gebeuren van Midden- en Zuid-Kennemerland, zodat we een eenheid hebben van alle opmerkingen die zijn gemaakt en die worden meegenomen. Die treft u dus ook nog niet aan in dit stuk, dat is ook nog niet erg, maar die gaan we wel ook publiceren. De voorzitter: U heeft een interruptie, wethouder. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, misschien dus ook technisch, wederom excuses. Zijn er in de andere raden moties of amendementen aangenomen die ook in een addendum terecht gaan komen? Of is alleen Haarlem amenderend geweest? Wethouder Botter: Haarlem heeft verreweg de meesten, maar ook in Heemskerk en in Velsen zijn moties aangenomen. Dat krijgt u ook allemaal te zien, dat wordt ook allemaal gedeeld onderling, dus dat wordt ook allemaal uitgelegd. Wellicht komen die op de nieuwe website, want dat vind ik toch ook wel een leuk nieuwtje om u te melden op dit moment. Er is sinds afgelopen week een nieuwe website in de lucht. Dat is jeugdhulpzuidkennemerland.nl.

Dat wordt het communicatiemiddel waar wij ook allerlei zaken op gaan …

9

Heeft u hem gevonden? Oké. Maar het is jeugdhulpzuidkennemerland.nl, en daar zijn de mogelijkheden te vinden als het gaat over wat we verder met u, ook als het gaat om dat soort addendum of andere teksten en dergelijke, die zullen daarop komen en ook de vragen en dergelijke komen daarop. Dan ga ik terug naar op hoofdlijnen, de vragen die aan de orde zijn gesteld. Ik begrijp niet heel erg goed de opmerking zoals die van Hart voor Haarlem is gemaakt, ook niet in de richting van GroenLinks over de wijze dat dat op één en dezelfde manier nu is. Er zijn volgens mij altijd de wensen geweest om twee verschillende vormen van aanbesteding te hebben als het gaat over de partijen die vrijgevestigd zijn of de enkelvoudige jeugdhulp, moet ik zeggen, en ook de meervoudige jeugdhulp. Maar het is natuurlijk een vrijgevestigde altijd mogelijk om zich bij een samenwerkingsverband van de meervoudige jeugdhulp aan te sluiten. Maar het zijn wel twee gescheiden trajecten. De voorzitter: Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, wethouder. Want misschien is het wel handig dat dit ook heel duidelijk in het document komt te staan, dat het inderdaad twee gescheiden. Want ik haal het er niet uit, maar goed. Dank. Wethouder Botter: Ik wel, maar dat is misschien beroepsdeformatie.

Mevrouw Zoon: Dan is het nu ook helder, dat dat inderdaad twee gescheiden en dan hoeft GroenLinks daar ook niet meer op te reageren, want dat was hun wens. Wethouder Botter: De vraag is vervolgens, ook die door Hart voor Haarlem wordt gesteld: is het nou zo dat we van die tweehonderd partijen nu teruggaan naar twee of drie verschillende partijen? Nee, dat is niet zo. Ervan uitgaande dat de grote aanbieders uit de meervoudige problematiek niet het gehele spectrum aanbieden gaat het om samenwerkingsverbanden, dat kunnen er twee zijn, dat kunnen er vijf zijn. Maar binnen zo’n samenwerkingsverband heb je natuurlijk meerdere partijen, dus het is niet zo dat we teruggaan van tweehonderd instellingen naar pakweg drie of vier grote instellingen. Nee, dat is niet zo, maar we gaan wel bij de meervoudige problematiek naar samenwerkingsverbanden toe en dat kan – al naargelang hoe men dat met elkaar afspreekt – een samenwerkingsverband zijn van vier partijen, maar ook van zeven of acht partijen. Dus gewoon om te zorgen dat je het hele geheel weet te bedienen. Dan is er ook het één en ander gevraagd over: waarom schrijf je nou eigenlijk in? Nu is nog niet het moment om in te schrijven. Je gaat je pas inschrijven op het moment dat we overgaan tot de dialoogfase en daarna tot het moment dat mensen zich echt gaan inschrijven.

Tot die tijd gaan we met elkaar in gesprek en overleggen we met elkaar hoe het zit. Kwaliteit. Zaken als: hoe borgen we dat aanbieders inclusief zijn en geen onderscheid maken? Hoe zorgen we ervoor dat het armoedebeleid wordt geïntegreerd? Wij hebben geprobeerd om zowel in de Regiovisie als ook in de stukken die nu voorliggen een volledig inclusief verhaal neer te leggen. Wij denken dat de kansencirkel als uitgangspunt moet worden genomen bij hoe je het beleid verder vormgeeft. Dat betekent dat het ook in goede samenhang met het onderwijs is, met ook opgroeien, maar ook met schuldenproblematiek. Dus wij nemen dat wel degelijk mee, ook als het gaat over de indicatie en wij kijken daar heel nadrukkelijk naar, dat er gewoon naar het complete kind en het gezinsconcept wordt gekeken als het gaat om de indicatiestelling. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel voor deze geruststellende woorden, maar ik was toch met name ook benieuwd, want er zijn dus aanbieders die bijvoorbeeld zeggen: homoseksuelen behandelen we niet. Laten we het maar gewoon bij de naam noemen. Die zijn ook actief na inschrijving en na aanbesteding zijn zij juist erdoor gekomen, omdat in de aanbestedingsprocedure wordt daar geen onderscheid in gemaakt. Dus hoe borgt u

10

nou dat we niet straks met zo’n partij zitten opgescheept die inderdaad gewoon bepaalde groepen mensen uitsluit van behandeling? Wethouder Botter: Kijk, die partijen zijn gewoon wettelijk in overtreding, dus op het moment dat u mij kunt aantonen dat wij op dit moment contracten hebben gesloten of dat wij in de toekomst contracten sluiten met partijen die er dergelijke praktijken op na houden, dan worden die er meteen uitgesodemieterd. Dat is echt niet mogelijk in een construct waarbij wij als overheid de opdracht geven aan een partij, dat die op basis van seksualiteit of op basis van geaardheid wel of niet diensten zouden verlenen. De voorzitter: De heer Hulster. De heer Hulster: Nou, dat is weer wederom geruststellend. Het verbaast me dan dat er dan toch zulke partijen actief zijn in de markt, maar het lijkt me dat het fijner is om dat aan de voorkant te borgen, hoewel de wet dat ook onmogelijk maakt, maar dan aan de achterkant gaan procederen als straks toch dat soort partijen binnen zijn gekomen. Wethouder Botter: Nee, maar nogmaals: wij zullen, en ik vind dat pure winst van het gesprek wat wij nu met elkaar hebben, dat we dit gewoon ook heel expliciet opnemen, zodat we daar geen misverstanden over hebben straks bij de definitieve selectie. Maar wat ik nu een beetje ook het gevoel krijg is dat wij nu ook in onze regio te maken hebben met partijen die dat zouden doen.

Dat wilde ik bestrijden, want dat geloof ik niet. De heer Hulster: Als ik daarop mag reageren. Nee, typisch van een aanbesteding is natuurlijk dat er nieuwe toetreders kunnen komen en daarbij zou het ons een lief ding zijn als we daar het kaf van het koren bij voorbaat al een beetje uit selecteren. Wethouder Botter: Zeker, dan gaan we daar ook maatregelen voor nemen. Datzelfde geldt ook voor dat wij natuurlijk niet gaan meemaken dat kinderen uit Midden- en Zuid-Kennemerland naar Hoorn of naar Friesland zouden moeten op het moment dat er andere partijen zijn die gaan deelnemen. Het zal heel nadrukkelijk ook de voorwaarden zijn dat je lokaal geïntegreerd moet samenwerken en dat zie je ook nu al in vrijwel alle vormen van samenwerking, dat zag je ook destijds met Horizon. Wij zijn extra gewaarschuwd dat voor partijen die toetreden als nieuwe partij, dat we daar echt op zullen toezien van hoe ze dat dan ook gaan managen en organiseren. Want als jij als nieuwe toetreder hier komt en je hebt geen locatie of je hebt geen mogelijkheden om je werk op een goede manier uit te oefenen, dan heb je echt een probleem. Dat gaan we ook zien te voorkomen, want dat willen we gewoon op die manier niet. Dan toch heel erg kort even ingaan op de brandbrief van de nationale ombudsman.

Het is inderdaad zo dat er heel veel gekeken wordt naar de vraag op welke wijze jeugdhulp en jeugdzorg verder mede vorm moet krijgen, ook door de invloed van cliëntenbetrokkenheid en cliëntenparticipatie. Dat is echt ook iets waar we heel veel aandacht aan besteden, volgens mij staat dat ook wel goed in dat stuk. Dat is ook in de pre-dialoogfase een punt waar we uitvoerig over zullen gaan praten met de partijen die interesse tonen. Datzelfde geldt voor kwaliteit. Dan gaat het ook om kwaliteit in de zin van: hoe zit je met de tarieven, welke vormen van overhead heb je, hoe zit het met het toezicht, heb je dat een goede manier geregeld? Dat zijn allemaal aspecten die in de gesprekken ook terug zullen komen. Daar zijn overigens ook nu al, en datzelfde geldt ook voor de toegang, want er is een paar keer ook gevraagd: hoe zit het nou precies met het CJG, is het CJG wel of niet betrokken? Het CJG is vanaf vorig jaar ook al betrokken bij een aantal gesprekken die wij hebben gevoerd in de aanloop naar dit preselectiedocument. Er is een aparte werkgroep, een ambtelijke werkgroep regionaal die over het vraagstuk toegang gaat. Die nemen ook heel erg nadrukkelijk mee: hoe zit dat nou met die ‘…’jeugd? Want die zijn meestal in dienst ook van het CJG. Hoe is die relatie en hoe zorgen we straks voor een goede indicatiestelling?

11

En hoe zorgen we er ook voor dat er geen stapeling plaatsvindt? Want dat was volgens mij ook iets wat net werd genoemd. Wij zijn aan het kijken, dat staat iets los van deze aanbesteding, maar als Haarlem zijn we nu ook heel druk aan het kijken, en dat doen ook andere gemeenten: hoe zit het nou met die tien duurste cliënten? Bij die tien duurste cliënten zie je natuurlijk gewoon een grote mate van stapeling. Ik hoop in de loop van dit jaar nog een keer met u ook daarover in gesprek te gaan: hoe gaan we dat nou proberen terug te dringen en wat is daar de oorzaak van? Bij sommige cliënten zie je gewoon dat ze drie keer hetzelfde soort traject hebben gehad bij verschillende aanbieders. Dat was de idee ook om dat te voorkomen door middel van te gaan werken met die consortia en dat ze integraal daarvoor verantwoordelijk zijn en dat ze ook een acceptatieplicht hebben daarvoor. Maar dat is dus wel iets waar we in de toekomst naar gaan kijken hoe we dat verder vorm en inhoud geven. Maar daar kom ik ook dan bij u op terug op een later moment. Als partijen onverhoopt in financiële nood komen, dan zullen we daarnaar handelen.

In het kader van de nieuwe werkwijze die ook de Jeugdautoriteit heeft is het early warning system wat door Jeugdautoriteit wordt gehanteerd: het zorgen dat je snel wordt geattendeerd als gemeente op eventuele financiële problematiek en daardoor ook sneller kunt handelen naar jeugdzorginstelling is echt een thema wat we ook verder gaan versterken. We hebben daar ook nu ervaring mee, na Levvel, na Kenter en na Parlan. Wij zullen in ieder geval ervoor zorgen dat er ook dan weer oplossing komt, want de zorgcontinuïteit – en dat hoop ik dat u ook van mij aanneemt – de zorgcontinuïteit voor deze kwetsbare doelgroep van kinderen en gezinnen staat wat mij betreft voorop. Dan had de VVD echt een heleboel echt technische vragen. Eén daarvan – en daar wil ik ook nog wel wat over zeggen – is de duur van de contracten, dat onderscheid dat gemaakt wordt. Zoals u wellicht weet hadden we in de oorspronkelijke ideeën sowieso drie jaar contract met daarna de mogelijkheid tot twee keer verlenging tot in zijn totaliteit negen jaar, dat gold voor het geheel. Maar wij denken dat we wel iets open moeten laten nog richting de vrijgevestigden. Kijk, wij hebben heel goed naar u geluisterd en dat heb ik ook heel eerlijk tegen u gezegd met elkaar.

De wethouders van de zeven gemeenten vinden nog steeds het oorspronkelijke idee van ‘werk alleen maar met die consortia en niet werken met een apart traject voor de vrijgevestigden’, vinden wij … Vonden wij, laat ik het zo zeggen, vonden wij, want de rest heeft dat natuurlijk helemaal geïnternaliseerd. Maar dat was niet voor niks en wij hopen dat we op een gegeven moment wel – na een jaar of drie, vier misschien – ook met de vrijgevestigden in gesprek kunnen gaan om te kijken: is het wel of niet mogelijk om daar nog een wijziging in aan te brengen? Is het wel of niet mogelijk dat je op een gegeven moment zegt ‘misschien is het toch mogelijk om wel langs die lijnen te gaan’? Hoe dat gaat weet ik niet. Ik weet dat er ongeveer 25 vrijgevestigden zijn, die hebben zich verenigd, daar heb ik ook gesprekken mee gehad. Die zijn erg blij met de situatie zoals die nu is, die hebben ook de handen ineengeslagen om een gezamenlijk declaratiesysteem verder vorm en inhoud te geven. Ik denk dat het gewoon belangrijk is om die andere 25 of 40 vrij gevestigden, om in ieder geval daarmee in gesprek te gaan de komende periode. Daar is denk ik het komend halfjaar te kort voor, maar daar moeten we de komende jaren mee in gesprek gaan om te kijken hoe je die misschien ook bij elkaar kunt brengen.

En op het moment dat je die dan bij elkaar hebt gebracht, dan ligt misschien weer alles open De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Ja, mijnheer de wethouder, een vraag. Want u zei: dan kan je over een paar jaar eventueel kijken naar de positie van de vrijgevestigden en daar andere afspraken over maken. Als u dat gezegd hebt, is er daar dan ook een bepaalde ruimte voor in de aanbestedingsprocedure zoals die nu loopt en zoals de afspraken straks met de aannemende partij of partijen gemaakt worden? Kan je daar dan in een latere fase nog rechtens in muteren?

12

Wethouder Botter: Dat is dus één van de vragen waar we naar kijken. Waar we wel in ieder geval de ruimte voor willen creëren aan de kant ook van de vrijgevestigden, dat ze niet vastzitten meteen voor een periode van negen jaar ook aan de contracten. Dus wij gaan dat gewoon op zijn merites beoordelen en ik denk ook dat het heel erg afhankelijk is van hoe dat verder zich ontwikkelt. Ik denk, en dat heb ik u ook gezegd, hoe we de Regiovisie hebben behandeld, dat het best wel heel erg ook afhangt van hoe straks de hervormingsagenda van het Rijk en de VNG eruit komt te zien, of er een nieuwe Jeugdwet komt, hoe we verder gaan met wijzigingen die er ook plaatsvinden in het kader van het jeugd- en gezinsbeschermingsverhaal. Dus er staat gewoon heel erg veel op stapel en daarom is het fijn dat je een contract hebt in principe voor beide partijen met drie jaar en dat je dan na drie jaar dus die balans op kunt maken of je het gaat verlengen of niet, of dat je het misschien op een andere manier inricht. Maar nogmaals, de idee is dat je zoveel mogelijk continuïteit wil borgen, omdat je ook rust in de tent wilt. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, ook gewoon om het te begrijpen, hoor. Want het verhaal klinkt verder wel goed, dat er aandacht is voor de vrijgevestigden, dat is natuurlijk mooi.

Ik weet ook niet of ze hier zelf mee gekomen zijn. Maar mijn vraag is eigenlijk: wat gebeurt er dan eigenlijk na vijf jaar? Dat is ook denk ik de vraag die D66 nog stelde. Vindt er dan weer een nieuwe aanbesteding of verwerving plaats voor alleen de enkelvoudige jeugdhulp, terwijl de complexe jeugdhulp dan doorgaat? Of hoe moeten we dat dan zien na vier, vijf jaar? Wat gebeurt er dan? Wethouder Botter: Nou, als u mij goed beluisterd heeft willen we onze handen vrijhouden om te kijken: hoe kunnen we dan na bewind van zaken zo goed mogelijk handelen en ook ervoor zorgen dat we inspelen op de ontwikkelingen die hier dan gaande zijn? De hervormingsagenda, het enige wat ik daarvan weet is dat die een tijdsduur gaat hebben vanaf januari voor zes jaar. Dan loopt dat min of meer ook weer gelijk op met elkaar. Dus je wil nogmaals zoveel mogelijk rust creëren voor het veld, want daar is het veld ook bij gebaat, daar is de sector bij gebaat, daar zijn de medewerkers bij gebaat en daar zijn de cliënten bij gebaat en ook wij zijn daarbij gebaat. Maar het punt natuurlijk in dit hele complexe ingewikkelde dossier wat jeugdzorg heet maakt dat het verreweg van te voorspellen valt hoe dat er over vijf jaar uit komt te zien.

Dat maakt denk ik dat het ook belangrijk is dat we dat ook met elkaar beseffen, maar de intentie is er natuurlijk om al die uitgangspunten die ik net noemde, rust, tijdigheid en dergelijke, om daaraan vast te houden. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja, ik heb nog een vraag voor de wethouder over de vrijgevestigden. Denkt de wethouder dat de jeugdhulpaanbieders van de consortia net zo snel kunnen handelen als de vrijgevestigde psychologen? Dus dat credo, of dat principe van: dicht bij huis, snel kunnen handelen. Denkt u dat jeugdhulpaanbieders die in die consortia zitten diezelfde hulp kunnen bieden? Wethouder Botter: Ik denk van wel. Het punt is alleen: het gaat om complexe problematiek. Het kan wel eens zo zijn dat juist omdat het om complexe problematiek gaat het betekent dat er eerst even goed moet worden gekeken: wat is hier nou precies aan de hand en wie binnen het consortium kan het beste dit oppakken? Op het moment dat je te maken hebt met enkelvoudige hulp in de eerste lijn van de GGZ-psycholoog is het gewoon heel helder. Je weet: dit is het probleem, dit ga ik behandelen en dit ga ik oppakken. Dat is nou ook bij uitstek de reden geweest waarom een meerderheid van uw raad ervoor heeft gepleit om die twee dingen uit elkaar te halen.

Maar soms is het gewoon niet mogelijk dat, en de wil is er misschien wel, maar het is misschien niet altijd mogelijk om binnen hetzelfde tijdsbestek als dat iemand die enkelvoudige hulp biedt dat

13

ook bij meervoudig doet. Maar dat is wel het streven, zeker bij acute situaties willen wij meteen hebben dat iemand geholpen kan worden, dat iemand terecht kan en dat er goede diagnoses plaatsvinden om te zorgen dat iemand de hulp krijgt die hij of zij nodig heeft. Mevrouw Stroo: Mag ik daar nog op reageren? De voorzitter: U krijgt ook nog een tweede termijn zo, want dit is niet echt een interruptie meer. Mevrouw Stroo: Ik denk dat het probleem niet altijd duidelijk is en dat daar de vrijgevestigden een hele belangrijke positie in hebben. Want zoals in het stuk ook staat: als mensen te maken krijgen met een hobbel in hun ontwikkeling, dan weet je vaak niet precies waar het hem in zit. Dan wil je met die vraag gewoon terechtkunnen, zodat je weer verder kan. Wethouder Botter: Maar volgens mij gaan er nu twee dingen door elkaar heen lopen, want zegt u: in principe zouden vrijgevestigden dan de indicatie moeten stellen, wat er aan de hand van is en eventueel moeten doorverwijzen. Wat mij betreft zit daar nog iemand voor. Dus het moet zo zijn dat de indicatie wordt gesteld: of je gaat naar de enkelvoudige hulp, of je gaat naar de meervoudige hulp. Het is niet en/en.

Er zal ongetwijfeld, en daar heb ik u ook voor gewaarschuwd toen we die knip maakten: het kan best voorkomen dat sommige kinderen nu straks naar de enkelvoudige hulp worden gestuurd omdat degene die de indicatiestelling doet denkt ‘het valt wel mee’. Dan kan het komen, wat u zegt, dat die persoon bij de GGZpsycholoog komt en dat die zegt: luister even, dit is helemaal geen enkelvoudig vraagstuk, dit gaat veel verder, dit is veel breder en iemand heeft veel meer meervoudige hulp nodig. Het idee … De voorzitter: Wethouder, denkt u ook aan uw tijd. Ik weet dat u heel bevlogen bent om dit onderwerp te behandelen, maar ook de tijd van het college willen we een beetje in de gaten houden en ik vraag u om wat korter en zakelijker te zijn. De heer Hulster, ook met de interrupties graag echte interrupties en niet een halve tweede termijn. De heer Hulster: Nee, ik had echt een oprechte vraag na het betoog van de wethouder over de termijnen. Want u zei: enkelvoudig doen we vijf jaar en complex negen jaar. Maar de NVVP heeft een brief geschreven die zei: laten we de complexe zorg bij de gemeentes weghalen. Dus is het niet eigenlijk meer voor de hand liggend om de enkelvoudige, die dan bij de gemeente blijven, om die een langere periode te geven en de complexe een kortere.

Hoe kijkt u daarnaar? Wethouder Botter: Kijk, het punt is dat het een contract is voor de duur van drie jaar voor ook de meervoudige hulp met een mogelijkheid tot een verlenging. Dus in die zin denk ik dat we ons wat dat betreft heel erg goed houden aan de mogelijkheid om dat bij te gaan stellen. Het zal ook niet zo zijn dat binnen drie jaar de complexe hulp weggaat bij de gemeente, daar ben ik niet van overtuigd. Ik kan het helemaal mis hebben, maar zo zie ik het op dit moment niet. Maar dat dat misschien in de loop van de tijd gaat gebeuren, die kans bestaat. Het is denk ik ook aan ons met zijn allen, zoals we als gemeente nu ook bezig zijn hoe we het inrichten, om ervoor te zorgen dat we laten zien dat we het echt ook kunnen, dat we het goed in de hand hebben en dat we het kunnen waarmaken wat ons is opgedragen. Ik heb nog één punt waar ik op terug wil komen, mijnheer de voorzitter, dat is de vraag over het budget. Hoe rijm je langere contracten met ieder jaar het budget vast te stellen? Dat heeft voor een belangrijk deel natuurlijk ook te maken met het budgetrecht van uw raad. Tegelijkertijd hebben wij natuurlijk een meerjarenbegroting, waarin we de prognoses opnemen op basis van de gegevens die we hebben. Het is wel, en dat is echt het gevoelen wat binnen en Midden- en Zuid-Kennemerland leeft, in ieder geval bij de wethouders en ook bij heel veel gemeenteraden, om zoveel

14

mogelijk te proberen binnen die financiële kaders te blijven die we vanuit het Rijk hebben meegekregen. Ik weet niet, de vorige keer heb ik gerefereerd aan dat filmpje van de hoofddirecteur van de VNG, Leonard Geluk, waarin hij schetst dat de hervormingsagenda ook een antwoord moet geven op de vraag: hoe gaan we verder met het rationaliseren en het normaliseren van deze budgetten? Ik verwacht dat we de komende jaren niet heel veel meer zullen krijgen dan dat we tot op heden hebben gehad. Wat wij hebben gehad, daar hebben we het van de week ook over gehad, eergisteren, dus dat het budget wat gekomen is vooral een compensatie is voor de extra gemaakte kosten die we in de afgelopen jaren hebben gemaakt. Maar voor de toekomst verwacht ik niet dat het budget nou heel veel hoger gaat worden dan dat we hebben. Dus het vasthouden aan dat je toch een budget herkadert en als het moet dan is het algemene reserve, want we willen allemaal zoals we hier zitten wel ervoor zorgen dat nogmaals, kinderen die het nodig hebben de hulp ook krijgen die ze nodig hebben. Dat is dan een afweging die ook u dan weer moet maken. Mijnheer de voorzitter, volgens mij heb ik bijna alles gehad. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil graag, ik denk dat we even een korte tweede termijn gaan doen.

Ik hoop dat we het kort kunnen houden en dan kunnen we proberen eerst dit stuk af te ronden, ja? De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja, ik had nog gevraagd naar hoe de wethouder kijkt tegen de jeugdzorg en de relatie met de jeugdcriminaliteit en of daar specifiek beleid op komt. De voorzitter: Oké. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal de vragen over de hulp aan jongvolwassenen en de vraag over de tegemoetkoming in de kosten, die zal ik wel technisch uitvragen. Ik had nog wel een vraag waar ik wel graag nu een antwoord op zou krijgen, als dat kan en dat mag ook procedureel. Dat gaat over de bekostiging. Die wordt taakgericht voor de complexe jeugdzorg en PxQ voor enkelvoudig. Mijn vraag is: is dat al besloten? In hoeverre wordt dat in de dialoog besproken? En als het wordt besproken in de dialoog, kunnen wij dan nog eens een afdronk van eigenlijk alle argumenten krijgen waarom er wordt gekozen voor een bepaalde bekostiging? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja, ik had eerder een vraag gesteld over grootverdieners, of de wethouder daar rekening mee gaat houden bij de gunning of nu bij de pre-selectie. En eventueel ook, mocht een jeugdzorgorganisatie omvallen, hoe we dan, achteraf horen we altijd: daar kan ik niks mee doen.

Maar of daar ook rekening gehouden wordt met CAO en daarvoor ook op te treden, mocht het misgaan. Mijn laatste vraag is: wij hebben natuurlijk met een aantal jeugdzorgorganisaties problemen gehad met financiën. Als wij naar een systeem gaan waar de SP niet achter staat van een hoofdaannemer en er gebeurt iets met de hoofdaannemer is of die valt of dreigt om te vallen, hoe daarmee om te gaan. De voorzitter: Dank u wel. Wie nog? Mevrouw Verhagen, Trots Haarlem. Mevrouw Verhagen: Ik heb net begrepen dat de wethouder dus het belang van een goede diagnose wel heel erg inziet. En als dat verkeerd gaat kun je inderdaad van het ene naar de andere therapie en iedere keer verwijzen, maar ik zie eigenlijk niet hoe we dat in de hand kunnen houden of als die diagnostiek nou bij zo’n consortium komt te liggen, hoe we daar dan nog enige controle op kunnen hebben, of die diagnostiek nou werkelijk vakkundig geschied. Ik heb daar ook wel wat ervaring mee, wij wisten bijvoorbeeld op school heel

15

goed dat je maar het beste naar het Triversum kon gaan, dan kreeg je een goede diagnose. Deed je dat bij anderen, dan was dat allemaal vrij twijfelachtig. Dus het is heel belangrijk, maar hoe kunt u dat borgen, dat dat goed geschiedt binnen zo’n consortium? De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand? Nee? Dan gaan we naar de … O, toch? Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja, ik stelde dat ik de jeugdhulpaanbieders veel sterkte wens met het pre-selectiedocument, maar ik begrijp van de wethouder dat het alleen is om te overleggen met elkaar, in dialoog te gaan. Dus we hoeven nog niks aan te leveren, dat komt pas bij het selectiedocument. Heb ik het goed begrepen zo? De voorzitter: Daar gaat de wethouder zo antwoord op geven. Iedereen klaar? Ja? Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Botter. Wethouder Botter: Eerst even terugkomen op dat laatste punt. Er wordt nu aan hen voorgelegd: dit is de insteek die wij als gemeente hebben. We hebben een aantal punten openstaan waar we gewoon algemene vragen over hebben en het is eigenlijk de vraag: is het nu voor de aanbieders helder wat wij willen, wat de doelstellingen zijn, wat de opvattingen zijn die we hebben? Daar kunnen ze op reageren, kunnen ze vragen over stellen en dan komt er uiteindelijk de uitvraag. Dan moeten ze aangeven of ze wel of niet daarin mee willen gaan. Dus dat is in een latere fase, dus vanaf januari.

Dan hebben we de vraag over de veiligheid en de criminaliteit. Ja, dat is een onderwerp wat eigenlijk ook veel meer lokaal wordt ingevuld. U had het ook over de sociale basis. Dit pre-selectiedocument en hetgeen waar we over gaan praten is vooral regionaal ingestoken. Zaken rondom hoe je je veiligheidsbeleid inricht, hoe je omgaat met je lokale sociale basis en wat ik u ook al van de week heb aangegeven: wij willen echt een draai maken om een deel van het jeugdhulpbudget te gaan inzetten voor de sociale basis, voor het voor zorgen dat er minder jeugdcriminaliteit komt kijken, hoe je met Halt en allerlei andere partijen kunt spreken. Dus dat is een apart verhaal, dat treft u hier niet aan. Voor een deel zit dat in de sociale basis, want het budget voor jongerenwerk wordt in zijn totaliteit vrijwel overgeheveld naar gewoon in de wijk, dus daar is dat een onderdeel van. Maar dat willen we ook nog verder gaan aanscherpen. Maar dat treft u niet aan in dit verhaal. Datzelfde geldt voor het overleg wat wij regelmatig, mevrouw Meijs en ik, ook met de burgemeester hebben over jeugd en veiligheid, zorg en veiligheid en dat soort aspecten meer. Daar zijn we echt heel erg hard ook mee bezig. Dan een paar vragen over grootverdieners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12289590/1