Transcript commissie Samenleving 2 september 2021
Tekst van het document
De heer Van Kessel: Nou, niet helemaal, en ik wilde graag dus ook nog een derde interruptie hebben en dat is eigenlijk om ook vast te stellen dat u in die zin wel pleit om de jeugdzorg aan te gaan besteden, want dat hoor ik u nu een paar keer zeggen. Dus in die zin, die marktwerking op die manier in de jeugdzorg in te brengen, dat is wat ik ook u hoor zeggen. Of hoor ik dat toch verkeerd? Mevrouw Klazes: Ja, mijnheer Van Kessel, u hoort mij zeggen, en dat heeft u niet goed gehoord want ik wil hier best heel erg uitgebreid ingaan op wat ik voor me zie. Om het heel kort te houden, want ik geloof dat de voorzitter dat ook altijd heel fijn vindt, je zou ervoor kunnen kiezen om het segment wat in het midden zit, de
18
lichte enkelvoudige jeugdhulp, om die middels marktwerking aan te besteden. Dat zou kunnen middels een open house aanbesteding, zodat de mensen heel veel keuze hebben in dat segment. Op het moment dat je het hebt over zware complexe jeugdzorg is er wat mij betreft absoluut nog steeds een mogelijkheid, maar ik weet niet wat de uitwerking is van het college op dit moment, om dat niet aan te besteden maar te gunnen, om dat op een andere manier te regelen. Maar ik weet niet welke kant het op gaat, ik weet net zoveel als u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja, voor de termijn. Ja, op het eerste gezicht is dit een visie waar niet zoveel op aan te merken is en dat is precies waarom het geen goede visie is. Deze visie, kijk, er wordt gezegd van nou, een visie dat is een stuk en stel je dan vast en dan krijg je vervolgens een uitwerking, maar ik denk dat dat echt een probleem is juist. Dat is ook precies de reden waarom wij bijvoorbeeld erg gecharmeerd waren van het voorstel van OPH om dit van de agenda af te halen. Want wat ons betreft is dit stuk niet behandelrijp. Als we dit vaststellen dan stellen we namelijk niks vast en dat is heel erg slecht. Dat gaat echt tegen ons werken. Het is echt in die zin een slecht stuk.
Een beter stuk zou zijn als er in stond wat we nu gaan doen en hoe we dat ongeveer verwachten te gaan doen en welke, laten we het maar smart noemen. Dus dat we daadwerkelijk van een stapje dichter bij de uitvoering komen. Dit is echt te globaal, te hoog over en te algemeen. De voorzitter: U heeft een interruptie. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, kijk, dit begint wel een beetje de kip of het ei discussie te worden natuurlijk want als je zegt, we hebben een visie, we hebben een aantal uitgangspunten en we gaan daarna met elkaar de dialoog in om juist die punten die u wilt samen uit te werken, dan kun je dat nu niet al in je visie opnemen. Of u zegt eigenlijk van, joh, ik zit niet te wachten op een dialoog gerichte aanbesteding, wij moeten gewoon zeggen wat wij willen en dan kunnen partijen daarop inschrijven. Is dat de lijn van de Actiepartij? De heer Hulster: Ja, dat klopt. We moeten een stapje concreter worden, vooral omdat we hier in de raad een discussie moet voeren over hoe wij denken dat we de jeugdzorg beter kunnen organiseren. Als ik nu de bijdragen hoor, zegt iedereen, ja … Dat klopt niet. Er moeten stukken in staan waardoor we hier een heel pittige discussie met elkaar gaan voeren van hoe zit de jeugdzorg aan elkaar. Ik zal een voorbeeld geven, er staat in dat we zo licht mogelijke zorg gaan bieden.
Dat is eigenlijk heel gek want we hebben hier te maken met een groep mensen die heel zware problematiek hebben en als je die mensen misschien beter zou behandelen, dan zouden ze niet steeds terugkomen en dan ben je misschien goedkoper uit dan deze pappen en nathouden constructie. En waar staat het woord behandelen in dit stuk? We hebben het helemaal niet over behandelen, we zeggen alleen maar hulp en zorg, een beetje omfloerst. Wat is dat, is dat maatschappelijk werk of gaan we mensen ook daadwerkelijk proberen weer op de rails te krijgen? Gaan we daadwerkelijk wat doen voor mensen die hier vastlopen of zitten we hier alleen maar een beetje gezellig met elkaar het geld op te maken? Dat is de zorg die we hebben en daarom vinden we het niet behandelen. De voorzitter: Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, ik snap op zich het betoog, hoor, van de Actiepartij wel maar tegelijkertijd denk ik wel van ja, we willen natuurlijk inzetten op preventie, op normaliseren, op demedicaliseren, dat zijn die uitgangspunten geweest van afwijken hoeft niet altijd slecht te zijn. Een kind mag ook gewoon iets anders normaal zijn. Tegelijkertijd ben ik het wel met u eens van, we zien een stabiele instroom maar er is nooit meer uitstroom. Dus er gebeurt iets heel raars binnen de jeugdhulp en binnen de jeugdzorg. Dat delen we met elkaar.
Maar hoe pak je dat aan? Ja, samen met die aanbieders, door ze te dwingen om samen te werken in
19
samenwerkingsverbanden, door te gaan sturen op effectiviteit van de geleverde zorg, door te gaan sturen op verminderen van administratieve lasten. De voorzitter: Mevrouw Çimen, een interruptie kort graag. Mevrouw Çimen: Dat klopt, maar daar proberen we hier dan toch nu eigenlijk gewoon de bodem voor te leggen en dan samen daarnaartoe te werken. De heer Hulster: Ja, ik moet altijd denken aan, ik ken iemand die congressen leidde en die zei altijd, als u nog een keer samenwerken zegt, dan zet ik u hier eruit. Want samenwerken is helemaal niet de oplossing, wat we moeten gaan doen en de situatie moeten creëren is dat behandelaren weer gaan behandelen. Wat er nu gebeurt, is dat mensen vooral rondgepompt worden in het systeem, nog een diagnose, nog een diagnose. Mensen hebben zulke pakketten met diagnostiek en dat moet allemaal gelezen worden. Dat kost zoveel tijd dat mensen niet ‘…’. Dat hoop je te gaan faciliteren door beter samen te werken, oké. Maar de realiteit is dat je ervoor wil zorgen dat mensen gewoon behandeld worden en dat betekent dat je je systeem moet gaan inrichten op dat je de zwaarste 20% goed op orde kan krijgen.
Dat is een uitgangspunt wat ik graag in dit stuk terug zou willen zien en nu lees ik vooral heel veel gezelligheid en aardigheid maar hoe we echt van die prop aan mensen, ik bedoel, de vraag is, sinds het gedecentraliseerd is verdubbeld, het volume wat we uitgeven. Ik verwacht hier een heldere analyse hoe we dat gaan aanpakken. Hoe gaan we die prop naar beneden brengen? En nu krijg ik een stuk waarin alleen maar staat, nou, kijk, als raad stelt u dit vast. Dan zijn we klaar want er is uitvoering. U heeft het misschien nog niet helemaal door maar het gaat hier als volgt in de gemeenteraad. Visies stelt de raad vast en de uitvoering laten we aan het college. Dus we krijgen hier straks niets meer over te zeggen, dat is mijn grote vrees en daarom wil ik een heel goed stuk hebben hier waar ik een goed gevoel bij heb. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazes, GroenLinks, een interruptie. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, misschien heb ik het gewoon helemaal verkeerd begrepen, maar volgens mij gaat die visie over wat we precies willen, dat is kaderstellend, dat is inderdaad, dat is onze taak.
Wij hebben ons terdege, zoals we hier zitten met zijn allen, uitentreuren bemoeit met het hoe vervolgens door ons echt volop in die aanbesteding technicalities te storten en te kijken of het college bereid is om een draai te maken die meer tegemoetkwam aan wat wij voor ogen hadden. Volgens mij is onze, hoewel misschien op papier onze invloed daarin beperkt is, denk ik dat wij nou juist het voorbeeld zijn van een raad die zich wel degelijk wat meer heeft bemoeid met de zaak waar ze misschien op zich niks mee te maken had. De heer Hulster: Nou, kijk, dat is natuurlijk heel goed want de raad gaat namelijk overal over dus dat is inderdaad ook heel goed zoals we het moeten doen, maar ik stel vast of voor dat we een heel goede visie vaststellen zodat we minder hoeven te sturen op het moment dat het verkeerd gaat, want dat is eigenlijk heel gek natuurlijk, dat wij ons met de uitvoering moeten gaan zitten bemoeien. Dan is er toch echt iets mis en daarom vind ik, en het is natuurlijk ook heel gek dat we een visie vaststellen terwijl dat de aanbesteding al loopt. Dat is toch een beetje bijzonder. De voorzitter: De heer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Inbreng, he? Dank u wel, voorzitter.
Ja, kort, de PvdA fractie die kan instemmen met de regiovisie met de uitdrukkelijke kanttekening dat het wat ons betreft gaat over het wát en daar ligt een heel duidelijke knip naar het hoe, wat wij dan de machinekamer noemen. Wat dat betreft kan de regiovisie niet
20
vooruitlopen op de inrichting van die machinekamer. De regiovisie staat vol met bijna, dat is niet oneerbiedig bedoeld, met de gebruikte beleidstaal waar je eigenlijk helemaal niet tegen kan zijn. De woorden samenwerken, ontwikkelen, netwerkorganisatie, die komen heel veel keren voor, maar dat roept tegelijkertijd, dat is wel voor de volgende fase van belang, daar hebben we het in het Pletterij debat ook over gehad, als je nou zo’n visie neerlegt, hoe kan je dan met een concurrentieel gedachtegoed als een aanbesteding, daarmee aan de slag in de machinekamer? Daar hebben wij in ieder geval nog heel veel twijfels over en anderen hebben daar ook heel veel twijfels over, daar gaat het in de vervolgfase ook. Richting de heer Hulster zeg ik, ik ga ervan uit, dat hebben we ook al eerder gezegd, dat we over die machinekamer, dat we daar wel degelijk de commissie en de raad in stelling willen hebben, dat dat nu niet vanaf nu een bevoegdheid van het college is. Nee, we hebben aangegeven dat we daar als commissie en raad heel uitdrukkelijk bij betrokken willen worden en uiteindelijk het ja-woord op willen zeggen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Hulster. De heer Hulster: Ja, mevrouw Çimen zei net van, goh, ik mis eigenlijk waar de raad in stelling wordt gebracht maar u bent het echter roerend eens met deze visie.
Hoe zit dat dan? De heer Sepers: Nou, ik stel hier vast dat we in de commissie al vaker hebben aangegeven dat we uiteindelijk als commissie en raad ja willen kunnen zeggen tegen het model hoe de jeugdzorg in Haarlem geregeld gaat worden en onder welke voorwaarden et cetera. Daar is een toezegging van het college op dat uiteindelijk dat de raad en de commissie daar het laatste woord over heeft dus daar vertrouw ik op. Nou ja, goed, we kunnen nog een keer een bevestiging vragen aan de wethouder. De voorzitter: De heer Hulster. De heer Hulster: Ja, mijnheer Sepers, wilt u alstublieft antwoord geven op mijn vraag? De heer Sepers: Nou, ik geloof dat ik in de geest van uw vraag gereageerd heb. Maar goed, zoals ik zei, de grote vraag bij ons ligt natuurlijk in die machinekamer, begrip aanbesteding et cetera. In navolging van het Pletterij debat wil ik de wethouder eigenlijk twee indringende vragen stellen. De uitvoering van de jeugdwet is een publieke taak en acht hij het denkbaar dat op de langere termijn, dat we de jeugdzorg weer onderbrengen in een publieke organisatie en dat we überhaupt afkunnen van al dat quasi marktgedoe wat hij blijkbaar wil gaan volgen? Twee, dat was ook een interessante analyse in het Pletterij debat, het subsidierecht geeft wel degelijk mogelijkheden om, anders dan het aanbestedingsrecht, om dingen voor elkaar te krijgen in deze.
Dus is de wethouder het daarmee eens en is zij bereid om elementen van het subsidierecht een belangrijke rol te laten spelen bij de inrichting van de machinekamer? De voorzitter: Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben wel benieuwd naar welke veranderingen de heer Sepers voor zich ziet als we overstappen van een aanbesteding naar subsidiëring, of we daar de uitdagingen even goed mee kunnen oppakken of is de heer Segers eigenlijk gewoon principieel tegen aanbesteden in de zorgsector? De heer Sepers: Ja, principieel dat klinkt zo zwaar maar wij hebben in toenemende mate problemen met allerlei marktachtige praktijken om publieke taken uit te gaan voeren. Nou we hebben net artikel 38 vragen over Spaarnelanden gesteld en dat geldt hier natuurlijk ook. Kijk, met subsidierecht haal je het dichter naar de gemeente toe, naar de publieke sfeer. Bij het aanbesteden, afhankelijk natuurlijk van de wijze waarop je het
21
aan besteed, kan er al snel een situatie ontstaan dat je de boel over de schutting gooit en dat je het anderen maar uit laat zoeken en wij vinden het dus heel belangrijk dat je er dicht op zit want wij moeten als raad, en wij als raadsleden, moeten uiteindelijk verantwoording kunnen afleggen aan de bewoners van Haarlem dat we dat goed geregeld hebben. De voorzitter: Vervolg een interruptie, mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Kijk, met het laatste ben ik het uiteraard hartstikke eens, met de heer Sepers, wij moeten daar ook verantwoording over afleggen. Maar het is dus wel denkbaar dat er vanuit een aanbestedingsprocedure ook gewoon goed contract gemanaged kan worden en dat de overheid, dus de gemeente in dit geval, de zeven gemeenten in dit geval, er prima boven op kunnen zitten. Dat is wel mogelijk. De heer Sepers: Ik sluit dat niet uit, contracten zijn niet per definitie verderfelijk maar ik vind wel, contracten die gesloten worden met instellingen die elkaar eerst concurreren in een veld van zorg, zorg is niet een veld waar je moet concurreren, zorg is een veld waar je moet samenwerken om tot een goed product te komen dus daar zitten wel spanningen, maar ik sluit niet helemaal uit dat dat kan. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter.
De heer Sepers die is wel heel goed om zijn principes hier neer te leggen en hij noemt hij het quasi markt gedoe, begrijp ik, het aanbesteden. Maar dus om zijn afkeer daar tegen uit te spreken. Maar ik wil graag weten wat de woorden van de heer Sepers ook waard zijn. Op het moment dat uiteindelijk er gekozen gaat worden voor dialogen aanbesteden, betekent het dat mijnheer Sepers dat niet gaat meemaken en daar tegen zal zijn of ziet hij toch gewoon mogelijkheden om mee te stemmen? De heer Sepers: Het lijkt wel een vraag die de wethouder ons zou kunnen stellen, maar in de vorm waarop onze het nu voorgeschoteld is, tot nu toe, denk ik niet dat wij 100% ja daartegen zullen zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog termijn? Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja. Voor ons ligt de regiovisie jeugd en wat ons betreft is het eigenlijk een visie zonder echt een visie. Er staat heel weinig in, er staat geen richting in. We hebben net ook gezien met gewoon in de wijk, hadden we ook zo’n notitie en achteraf bleek, nadat we ja hadden gezegd, dat we het ook volledig uit handen hadden gegeven en dat het een collegebevoegdheid werd. Wat ons betreft zal dit het niet op die manier worden, dat hoorde ik net ook van de PvdA. Wat ik lees in de visie is zo licht als mogelijk. Als dat je uitgangspunt is en niet vanuit het kind wat nodig is, dan zijn wij daar beangstigend voor.
En wat ons betreft, we hadden het over 80%, 20%, het is inderdaad belangrijk dat je niet onnodig zware jeugdhulp biedt en niet van de ene naar de andere geshopt wordt, maar dat er gelijk de passende zorg wordt verleend. Maar wat ook belangrijk is, dat die 80% uiteindelijk niet overgaat naar die 20% zwaardere zorg door de manier hoe wij het dan hier in Haarlem hebben ingericht. We hebben het net over zorg gehad. De SP is nooit voor marktwerking in de zorg geweest en vooral niet, zoals nu, in de jeugdzorg en ik ben blij dat de PvdA dat nu ook beaamt, dat ze daar ook voor zijn. Daarnaast mis ik inderdaad een aantal dingen. Kwaliteit. Ik lees wel bepaalde kreten maar ik heb het idee dat in deze regiovisie meer gestuurd wordt op financiën en dat kwaliteit een beetje daarin wegvalt. Daar zou ik graag antwoord van de wethouder willen, hoe ziet de wethouder dat? De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66.
22
Mevrouw Çimen: Ja, voorzitter, dank u wel. Mevrouw Özogul zegt, ik mis de check op kwaliteit, maar in het stuk staat heel duidelijk van, de jeugdwet stelt heel duidelijke kwaliteitseisen en die gaan wij nu ook met elkaar hanteren en daar gaan we ook op meekijken, op monitoren en op sturen. Wat mist u dan nog meer? Mevrouw Özogul-Özen: Als we dan verder kijken naar de manier hoe wij dat dan weer in de uitvoering willen doen, dan zitten wij alle bevoegdheden, hoofdaannemer die krijgt dus alle verantwoordelijkheid. Ook alle verantwoordelijkheid met betrekking tot kwaliteit. Dat is zorgelijk. Het kan wel zo zijn, het kunnen heel mooie woorden zijn van we sturen op kwaliteit, maar op het moment dat je het in de uitvoering zegt, je hebt een hoofdaannemer, die wordt verantwoordelijk voor alle kwaliteit, alle bureaucratie, alle rompslomp, dan vraag ik mij af hoe jij dan wil sturen op die kwaliteit. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dus mevrouw Özogul is eigenlijk ook voor heel goede monitoring en evaluatie ook richting de raad. Mevrouw Özogul-Özen: Zeker. Wat ik ook mis, of in ieder geval niet gelezen heb, is het vertrouwen in de zorgverlener. Ik denk dat het belangrijk is iemand die een verwijzing geeft, dat die wel weet wat een jeugdige nodig heeft.
Daarnaast mis ik ook het stukje, inderdaad zoals het CDA het net zei, kopje corona wat op dit moment natuurlijk ontzettend actueel is. De voorzitter: U heeft een interruptie nog even van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, de woorden van mevrouw Özogul die klinken me een zeer goed in de oren. U zegt, we zullen meer vertrouwen ook in het zorgveld zelf moeten leggen. Is mevrouw Özogul dan ook een groot voorstander dat op het moment dat je die afspraken voor een groot aantal jaar gaat vastleggen, dat je dan in een soort dialoog met het veld treedt om te komen tot goede afspraken? Mevrouw Özogul-Özen: Zeker. Kijk, we hebben gezien met de thuiszorg, in het verleden hebben we gezegd, we geven een standaard aantal uur en vervolgens moet de organisatie maar zelf zien hoe ze dat dan managen. We hebben gezien dat organisaties die heel veel zware thuiszorguren hadden, dat die eigenlijk op een gegeven moment bijna omvielen en dat die het niet meer gingen redden. Waar ik bang voor ben, is dat we eigenlijk nu ook met de jeugdzorg een beetje hetzelfde gaan doen. Als we alle verantwoordelijkheid bij de aanbieders op die manier leggen en dan ook zeggen van, nou, kijk maar wat je doet, dat we dan over een paar jaar een probleem hebben wat eigenlijk nog groter is dan op dit moment. Ja. Ook voor de rest wil ik het op 30 september er meer over hebben. De voorzitter: Dank u wel.
De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, we staan de komende tijd in Haarlem voor twee van de grootste beslissingen van het decennium. De aanbestedingen van de regionale jeugdzorg en de maatschappelijke ondersteuning. Dat zouden we voor negen jaar gaan doen voor meer dan een half miljard aan middelen. Maar ik begrijp zojuist in ieder geval dat er voor de jeugdzorg in ieder geval een grote wijziging nog in de systematiek aangebracht gaat worden. Mijn eerste reactie daarbij is dat dat niet behulpzaam is ten aanzien van het vertrouwen wat wij allemaal in dit project hebben. Een project waar de VVD aan het begin ook al heeft aandacht gevraagd voor de wijze van beheersing. Goed, mijn tweede reactie is dat ik hier ook tussen wethouder zie die aan het reageren is op de grote weerstand die vanuit de raad en ook vanuit het veld
23
is gekomen. Dat getuigt ook wel van bestuurlijk inzicht en wat mij betreft gaan we dus de nieuwe plannen die opgestuurd zijn netjes bekijken en beoordelen. Wel twee vragen alvast aan de wethouder. In hoeverre impliceert deze regiovisie en het instemmen daarmee, ook dat dit gaat leiden tot dialoog gericht aanbesteden? De tweede vraag is, op het moment dat het dialoog gericht aanbesteden losgelaten zou worden, kan de wethouder aangeven wat daar de gevolgen van zouden zijn? Dan kom ik nu bij de visie die voorligt. Ja, het is niet verrassend, D66 zei dat ook al, dat het nogal hoog over is en dat zal ook wel moeten op het moment dat je met een heleboel andere regiogemeenten een gezamenlijke visie moet vaststellen. Maar veel van de dingen die de VVD erin leest, daar kunnen wij ons in vinden zoals de inzet op preventie, dat is belangrijk, voorkomen is beter dan genezen maar het is ook goedkoper dan genezen, zo is de gedachte. Ook een aantal andere uitgangspunten zijn in lijn met ons programma, zoals het normaliseren, regie bij het gezin en integrale samenwerking. Waar ik mijn handen nog niet helemaal omheen krijg is hoe eigenlijk de verbinding tussen gewoon in de wijk en het jeugdbeleid gemaakt gaat worden. De afstemming tussen wijk ondersteuning en jeugd, dat vraagt afstemming op allerlei niveaus, op het gebied van de toegang, op het gebied van de verwijzing door de loketten.
In die complexiteit zie ik wel een groot risico maar ik lees er niet veel over dus ik zou van de wethouder graag horen hoe die omgaat met die link tussen gewoon in de wijk en jeugdzorg. Wat we ook al een paar keer hebben gehoord is dat het van belang is dat zorg effect heeft en dat we dan dus ook die effecten meetbaar willen zien. Nu moet ik wel een compliment geven over de visie dat er wel heel veel cijfers in genoemd staan. Ik dacht dat de collega van het CDA daar ook positief over was. Het valt me op dat er in de visie vijf beleidsdoelen worden geformuleerd, op pagina 10, alleen de waarden om die over tijd te meten, die ontbreken dan weer en de VVD zou graag zien dat deze doelen in de regiovisie wel uitgewerkt worden want anders maakt het ons onmogelijk om de inspanningen van de regio hier te volgen of te zien wat de trend is. Dus de vraag ook aan de wethouder is, hoe denkt hij in ieder geval de voortgang van die beleidsdoelen aan ons mee te kunnen geven en hoe denkt hij ze zelf te kunnen monitoren? Dan de kosten. Deze visie zegt niks over de financiële afspraken die worden gemaakt tussen de verschillende gemeenten hierover. Mijn vraag is, waarom is daar niets over opgenomen of heb ik het gemist en waar en wanneer worden dan de financiële afspraken tussen de verschillende gemeenten gemaakt? Ik had ze eigenlijk hier wel verwacht.
Dan mijn laatste vraag, in de visie ontbrak wat mij betreft de relatie met betrekking tot niet alleen de gemeenteraad, want dat is net al genoemd, maar ook de toezichthouder op jeugdzorg. Die toezichthouder is ook wel belangrijk om de kwaliteit in de gaten te houden. Dus kunt u mij aangeven waarom dit niet in de visie staat of waarom dit daar toch niet relevant voor is. Je zou toch zeggen dat op het gebied van continuïteit van de jeugdzorg, de rol van de toezichthouder en hoe we ons als regio daartoe verhouden van belang is. Nou, veel vragen, toch wel een stuk of zeven, maar goed, ik hoop dat we zo de tijd hebben om de wethouder rustig hierop aan te horen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik dan het woord geven? Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben het hier over een visie en ik zeg daarvoor zat altijd een missie, een missie is waar je staat en een visie is waarvoor je gaat. Dus dit is de visie waar we in deze regio voor willen gaan. De gemeente en jeugdaanbieders in de regio hebben de taak om de jeugdhulp nabij en passend te organiseren. Met nabij en passend zegt Hart voor Haarlem dat gemeente en jeugdhulpaanbieders, dat jeugdhulp moet passen bij het gewone leven en eenvoudig en toegankelijk moet zijn.
Dat betekent zo dicht mogelijk bij het gezin, in de school en in de omgeving waar het kind of gezin woont, uitgaand van eigen kracht en veerkracht van het gezin. Wij normaliseren opvoeden en opgroeien en ondersteunen de verantwoordelijkheid van de ouders. Jeugdigen horen op te groeien in gezinssituaties en als dat niet mogelijk is, dan bij voorkeur in een situatie die dicht in de buurt komt van een gewoon gezin, zoals een pleeggezin of een gezinshuis. Alleen als het niet echt haalbaar is, maken we gebruik van andere oplossingen, zolang als
24
nodig. Dit neemt niet weg dat er ook situaties zijn waar meer ingrijpende hulp noodzakelijk is, bijvoorbeeld als veiligheid in het geding is. Ons doel is om iedere jongere kansrijk, gezond en veilig te laten opgroeien. De ambitie om de jeugdhulp nabij en passend te organiseren sluit aan in de u gevormde visie. Het heeft namelijk twee redenen waar we behoefte hebben aan een visie. De belangrijkste reden is dat de gemeente en de aanbieders in de jeugdhulpregio zien dat er een heleboel zaken goed gaan in de ontwikkeling. Maar er zijn ook een aantal knelpunten geconstateerd waar het beter kan en zeker beter moet. En waar een visie eenduidigheid en richting aan moet geven. De andere reden is waarom we een visie moeten hebben is luisteren naar de vraag van het kind. En spreek de taal van het kind. We moeten vragen wat zij willen, streven naar passende hulp. Gewoon is nooit genoeg. Echter, we zien wel als we deze visie vaststellen dan hebben hoog over met elkaar bepaald waar we naartoe willen. Alleen het hoe we dat dan gaan doen daar maakt Hart voor Haarlem zich ernstige zorgen over. We hebben er ook een notitie over geschreven. Die hebben we ook naar het college gestuurd en die zullen we dan ook de 30ste met elkaar hier kunnen bespreken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel meneer de voorzitter.
In het stuk staat, de ambities en doelen in deze visie zijn geformuleerd op een vrij abstract niveau. En ik denk dat ik mag zeggen namens ‘…’ dat er een heel hoog zweefniveau is en leidt over het algemeen tot weinig discussie. Nou bij OPHaarlem nog steeds wel, maar als je het zo vaag maakt dat je zegt dat er weinig discussie is dan tekent het de kwaliteit van het stuk. Wat spannend is en tot wrijving kan leiden is de uitwerking. Dus daar kan de spanning komen. Het stuk en dan staat er vervolgens ook deze regiovisie en dat is nu al is het inhoudelijk kader van de verwervingsstrategie. Dus van zweven moeten we naar concreet. Dat is een afstand die nog even overbrugt moet worden in dialoog met ons. Maar het is nu al als we er ja tegen zeggen het inhoudelijk kader voor de verwervingsstrategie. Daar doe OPHaarlem nog even niet aan mee. En mevrouw Çimen dat komt ook omdat wij niet zitten te wachten op een dialoog gerichte aanbesteding. Wij vinden dat behoud van structuur zoals we nu hebben de voorkeur verdient. En wij gaan ook niet voor een opzet met winstoogmerk. Dus zijn even twee redenen waarom wij niet de dialoog gerichte aanbesteding wensen. En heel belangrijk, we hebben nog steeds niet gezien dat de wethouder in staat is om heel concreet aan te geven wat hij inbrengt in die dialoog. Kwaliteitsaspecten, meetinstrumenten, noem maar op. We hebben ze nog niet gezien.
En dan vragen we ons steeds af, wat is de inhoud van de dialoog? Er wordt ook gezegd dat de regiovisie... De voorzitter: De heer Smit, u heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja dank u wel voorzitter. Ja ik kan ik hoor de heer Smit in ieder geval. Dat zeker. Dank u wel, tromgeroffel. Maar ten aanzien van het punt van de financiën. U zegt joh van de financiën. U zegt ik wil niet aan die dialoog gerichte aanbesteding beginnen. Want er zit ook een winstoogmerk aan. Maar er zitten nu toch ook al gekke financiële prikkels in het stelsel. Waarom is dit wat we nu hebben beter dan wat we hebben wanneer we dialoog gericht gaan aanbesteden en mogelijk ook knelpunten en rare prikkels eruit gaan halen? De heer Smit: U krijgt van mij eigenlijk wel gelijk. In die zin dat wat er nu fout is moeten wij corrigeren. En als ik het over structuur heb dan zijn het zorgstructuren, dan zijn het de intakestructuren. Wij werken nu in Haarlem met de sociale wijkteam, met CJG, met anderen. Die structuren die zijn mij heel veel waard. Alles wat op dit moment niet goed functioneert moeten we natuurlijk eruit halen. Ik ga door. Er staat de regiovisie is tot stand gekomen op basis van eerder gegeven input van jeugdhulpaanbieders, samenwerkingspartners, jeugdigen en ouders. En we hebben nog steeds de indruk dat het ook in de recente dialogen niet eigenlijk geen dialoog is geweest.
Maar men heeft wat kunnen praten. Hoe er geluisterd is is voor velen die gepraat hebben niet duidelijk. Ik noem nog steeds maar eventjes de vaktherapie die nog steeds ergens
25
ondergeschoven staat en nog steeds geen volwaardige plek lijkt te hebben. Ik kom straks terug bij in de wijk waarin de sociale wijkteams met mensen die een ambtelijke status hebben nog steeds niet duidelijk is hoe die status wordt gecontinueerd of verdwijnt. Dat is voor OPHaarlem op dit moment een positie om te zeggen de regiovisie gaan we niet mee akkoord. We wachten op de 30ste. Maar in deze fase niet mee akkoord. Het is te vaag, het is te ver weg van blijkbaar knelpunten die te zijner tijd opgelost moeten worden. Als het een inhoudelijk kader is voor de verwervingsstrategie en ik zeg er ja tegen dan geef ik een soort commitment, een soort zienswijze op de basis van de verwervingsstrategie. En dat is op dit moment nog steeds de dialoog gerichte aanbesteding. Daar zien wij op dit moment ook de meerwaarde nog niet van in. En dan ben ik wel zo dat ik zeg, ik wacht op de 30ste, ik wacht op aanvullende informatie. En ga dan hopelijk de dialoog verdiept aan. Maar dan hoop ik wel dat de visie zoals die er nu staat toch niet voor wat dan ook een leidraad mag zijn. Want hij mag niet te vaag zijn om te ver weg te staan van die dingen die we aan moeten pakken. Het lijkt mijn collega van de Actiepartij zei het al. Wij sublimeren op dit moment visie die heel hoog heel vaag zijn. Waar je niks mee kunt. En dan ligt die hele uitvoering bij het college. En dan staan we aan de kant.
Nou op dit belangrijke punt doet OPHaarlem er niet aan mee. De visie moet concreter. Het moet dichter bij de uitvoering zitten. En ik wacht de 30ste in ieder geval af. Dank u wel meneer de voorzitter. De voorzitter: Nou nee dank u wel. Verder nog iemand. De heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel voorzitter. De ChristenUnie is blij te lezen dat de regiovisie tot stand is gekomen op basis van eerder gegeven input van jeugdhulp bij aanbieders, samenwerkingspartners, jeugdigen en ouders. En wij sluiten ons aan bij de opmerking van het CDA wel over het niet noemen van corona en over het belang van één kind, één gezin, één plan. En ook de goede vraag van D66 over de rol van de raad. We praten ten slotte over een periode van negen jaar. En over monitoring. En ja ook de opmerking van Jouw Haarlem over het normaliseren vonden we heel goed. En als we toch met complimenten bezig zijn, VVD over de verbinding met Gewoon in de wijk. Hoef ik al die punten voor de rest niet verder uit te werken. Voorzitter, de samenwerking is nu tussen Zuid-Kennemerland en De IJmond. En dat is een mooie stap. Kennelijk was het oude schaalniveau van de jeugdregio's toch te klein. Maar dat leidt bij mijn fractie wel tot de vraag of we nu wel het juiste schaalniveau te pakken hebben.
Was het niet beter geweest om bijvoorbeeld ook met Haarlemmermeer samen te werken? En misschien zelfs Noord-Kennemerland. Wij onderschrijven de visie, de uitgangspunten en de beleidsdoelen. En heel veel mensen hebben het al gezegd van ja je kan er ook moeilijk tegen zijn. Omdat het vrij algemeen geformuleerd is. Maar wel valt me op dat een duidelijke analyse van de knelpunten ontbreekt. Die moet je eigenlijk een beetje tussen de regels door lezen. En dat roept de vraag op lossen we met al deze voornemens, met deze uitgangspunten, met deze beleidsdoelen, lossen we dan ook de knelpunten op die er zijn? Of is er meer nodig? We hebben nog een paar vragen over de doelen. In de visie staat dat normaliseren belangrijk is en dat ouderschap versterkt dient te worden. En te accepteren dat opvoeden en opgroeien met hobbels gepaard gaat zorgt er echter niet voor dat ouders ook meteen de juiste tools in handen hebben om ook daadwerkelijk op te kunnen voeden. Wordt er voldoende ingezet op het trainen van ouders om de opvoeding van hun kinderen aan te kunnen? Bijvoorbeeld ook groepstrainingen waarbij ouders elkaar ontmoeten en kunnen ondersteunen. Of de onlinecursus van Haarlem Effect, positief opvoeden in onzekere tijden.
En is het mogelijk dat dit voorliggend is of een vereiste is wanneer er zwaardere hulp ingezet wordt? Er werd net ik geloof door GroenLinks ook uitgebreid stilgestaan bij het punt van echtscheidingen. En wij zijn het er heel erg mee eens dat er veel meer wordt ingezet op preventie van vechtscheidingen. Dat is een hele goede zaak. Daar kunnen we echt heel veel ellende mee voorkomen. Maar wij missen preventieve inzet op gewone tussen aanhalingstekens scheidingen. Eigenlijk is een gewone scheiding niet de juiste term, want ook een echtscheiding die zonder vechten gaat is over het algemeen wel een persoonlijk drama voor alle betrokkenen en zeker ook de kinderen. En wat ons betreft wat mag ook voor
26
die gewone scheidingen meer aandacht zijn. We kunnen natuurlijk niet elke scheiding voorkomen. Maar als we zien wat de effecten zijn in de levens van kinderen ontkomen we er niet aan om daar meer naar te kijken in preventieve zin. Graag reactie van de wethouder. En wordt er op de achtergrond ook gekeken naar de ontschotting tussen de jeugdhulpverlening en het gedwongen kader? Er zijn immers twee verschillende geldstromen waardoor ouders en professionals opnieuw intakeformulieren en ander papierwerk aan moeten leveren. We willen immers toch de administratieve last verkleinen. En hoe gaat de wethouder om met het knelpunt voldoende crisisbedden om dat op te lossen? En ten slotte voorzitter... De voorzitter: De heer Visser, u heeft een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja dank u wel voorzitter. Ik zat toch even te kauwen op dat voorstel van de ChristenUnie om ook voordat een echtscheiding plaats gaat vinden of dat het gebeurt dat de overheid daar dan maar een soort adviserende rol zou bij moeten geven. En ik zat gewoon even te zoeken hoe ziet hij zich dat eigenlijk voor zich dat je preventief gaat proberen om huwelijken in stand te houden. En kunt u dat zeggen in woorden zonder dat ik er eng van wordt? De heer Visser: Nou ik wil vooral niet dat u eng wordt. Overigens heb ik niet bij u de associatie dat u eng bent. Maar dat terzijde.
Nee dat is niet mijn bedoeling. Maar ik kan wel dingen aanbieden. Mensen die worstelen met relatieproblemen kan je cursussen aanbieden. En dat moeten mensen zelf weten of ze daarvan gebruik maken. Maar in die sfeer moet u denken. En is er denk ik echt nog heel veel mogelijk. En weet ik ook dat verschillende gemeenten in Nederland daarmee bezig zijn. Ja en als we daarmee ellende kunnen voorkomen en dat kan zijn een echtscheiding voorkomen, maar het kan ook zijn dat je inderdaad zorgt dat een echtscheiding op een wat prettiger manier gaat. En niet vechtscheiding willen we helemaal niet. Maar ook tussen een scheiding waar alles in pais en vree gaat en een vechtscheiding zit ook nog heel veel nuances. En ook daar is heel veel winst te boeken voor het kind. De voorzitter: De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Nou daar ben ik wel blij om met die laatste woorden. Want mijn vraag zou dan zijn van is de ChristenUnie ook voorstander van om sommige echtscheidingen juist een beetje een zetje te geven omdat er dan heel veel ellende bespaart wordt. En ook nee ik meen het er wordt gelachen maar ik meen het serieus. Want als dat ook bij het plan van het ChristenUnie staat dan wordt ik er al in ieder geval een stuk minder eng van. Dus dankjewel daarvoor. De heer Visser: Volgens mij geven wij geen zetjes.
En helaas zijn echtscheidingen nou eenmaal in deze wereld en in sommige gevallen moet ik ook zeggen dat dat een goede een verstandige keuze is. Maar dan nog als je die dat getal van die 80% ziet waar mevrouw Klazes ook aan refereerde dan zie je gewoon dat heel veel kinderen er echt jarenlang het met zich meedragen. En alles wat we kunnen doen om die ellende wat kleiner te maken en kinderen ook wat meer toekomstperspectief te geven want het heeft ook invloed op schoolprestaties van alles en nog wat. Daar moeten we gewoon alles voor doen. En ik denk uiteindelijk dat het ook heel veel geld kan besparen als we daar meer op inzetten. De voorzitter: Meneer Visser, u heeft nog een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel meneer de voorzitter. Meneer Visser, hoorde ik nou u in de aanvang zeggen dat u het een goede visie vindt en vervolgens een waslijst aan dingen benoemen waarvan u zegt dat u ze niet erin
27
tegenkomt of dat ze erin moeten. Is het nou in uw ogen wel of niet een goede visie of is het iets wat te ver weg staat van die problemen die u de probleemvelden die u benoemt? De heer Visser: Nou ik heb mezelf nog niet een waslijst van dingen horen noemen. Ik heb weleens wat langere lijst hier gedaan. Soms met steun van mensen, soms zonder steun zal ik maar zeggen. Volgens mij valt dat nog wel mee. Nee de uitgangspunten zijn goed. Alleen hier en daar kan het wat ons betreft wat concreter en dan met name dus van inderdaad lossen we die knelpunten op en nou in die preventieve sfeer denk ik dat we echt nog wel een paar stappen extra kunnen zetten rondom die echtscheidingen. En dan ben ik ook benieuwd naar de visie van de wethouder. En ten slotte voorzitter, was bijna aan het eind maar is ook wel een beetje een antwoord op de vraag denk ik van u. Op bladzijde 27 komt er ineens een heel theoretisch kader over ‘…’ model als ik het zo goed uitspreek. En met hefbomen om blokkades op te lossen. Nou ik vond het eigenlijk heel interessant. Maar daar staat bijvoorbeeld dat het gebrek aan focus of middelen om doelen te bereiken dat kan je oplossen door duidelijke doelen te stellen. Ja oké maar als u dan kijkt dan vertaal ik dat als een smart. En dat mis ik nog een beetje.
Het staan in deze visie wel meer cijfers maar wat zijn nou onze smart doelen? Waar willen we staan over vijf jaar? Waar willen we staan over tien jaar? Hoe gaan we dat monitoren? Dat mis ik nog een beetje. En ik hoop dat daar nog echt een verdiepingsslag in komt. En daar horen ook middelen bij. Dus dan is ook de vraag aan de wethouder van hebben we voldoende middelen om deze visie te realiseren? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij hebben we iedereen gehad. En dit was een hele korte bijdrage volgens mij. We zijn best wel lang bezig. Ik zit even naar de wethouder naar u te kijken. Misschien kunnen we nu ook pauze houden want ik zie dat er ontzettend veel vragen op de wethouder zijn. U kan... En nou ja als u wil de antwoorden nu dan gaan we gewoon door. Anders had ik voorgesteld om even pauze te nemen. Ja dan gaan we nu gewoon door. Wethouder Botter. Wethouder Botter: Ja dank u wel meneer de voorzitter. Dank u wel leden van uw commissie voor de heldere en duidelijke vragen. Ik zou toch nog wel graag iets willen toelichten op de status en de aard van dit stuk. Er staat inderdaad dat het een vrij hoog over en abstract stuk is überhaupt. Maar er staat ook op pagina 3 dat dit eigenlijk de kaders zijn waar we met zijn alleen zeg maar overeenstemming over hebben. In ieder geval als het gaat over de wethouders, de aanbieders en dergelijke.
Maar er staat daaronder dat de volgende stap is dat er een uitvoeringsprogramma moet komen van dit. En dat uitvoeringsprogramma dat komt er pas op het moment wanneer we in dialoog zijn gegaan. En dan wil ik het woord aanbesteding even weglaten. Maar wanneer we in dialoog zijn gegaan met het veld en heel concreet gaan opschrijven vervolgens van wat er moet gebeuren. Wie wat moet doen. Welke organisaties aan de lat staan. En dan kan daar vervolgens mee aan de slag worden gegaan van hoe dat ook daadwerkelijk in de praktijk tot uitvoering komt. Ik zie een interruptie. De voorzitter: De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Meneer de wethouder, kunt u zich voorstellen dat ik het wij zoals u dat toch nadrukkelijk noemt toch iets meer zie als wij van Wc-eend. Want ik heb niet het gevoel dat het unaniem gedragen wordt. Dus ik wil dat onderscheid wel maken dat het niet wij allen is. Wethouder Botter: Nee dat heb ik ook niet gezegd. Volgens mij heb ik proberen te duiden dat het hetgeen is waar de aanbieders en de wethouders die met die aanbieders hebben gesproken dat die het zeg maar dat die dit kader onderschrijven. De voorzitter: De heer Smit, OPHaarlem.
28
De heer Smit: ... zich hier in dit wij herkennen. Maar die discussie kunnen we nu niet per aanbieder gaan voeren. Maar ik betwijfel dat ja. Wethouder Botter: Wat ik me ook heel goed realiseer is dat u gisteren een aantal stukken heeft gekregen die u nog niet helemaal tot u heeft kunnen nemen. En dat we daar eigenlijk ook volgende week woensdag of komende woensdag met elkaar over gaan praten. Maar daarin zult u zien dat er zeg maar heel erg goed geluisterd is naar een aantal partijen in het veld. Dat er goed geluisterd is naar de raden. En dat we met een veranderd voorstel zijn gekomen waarin we ook de rest van de procedure zoals we dat verder gaan uitrollen met u willen bespreken. En mijn punt is dat ik graag nu even de gelegenheid zou willen hebben om in te gaan op de vragen die u gesteld heeft. En dan de 3ste kijken of de conclusie van in ieder geval de informatiebijeenkomst die we hebben gehad dit stuk in samenspraak met een aantal andere stukken of dat het complete beeld maakt van waar u dan mee kun instemmen. De voorzitter: De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Als ik de constatering maak dat u zegt er is goed geluisterd dat ik dat vertaal in u vindt dat er goed geluisterd is. Dan blijven we nog steeds die verschillen houden in het bezien van de problematiek. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja dank u wel voorzitter.
Ik wacht het graag even af totdat we meer informatie hebben. Even nog een procesmatige vraag. Er komt een uitvoeringsprogramma wat gekoppeld is inderdaad aan deze visie is uitgangspunt. Het zal lastig zat zijn om al die partijen een kant op te laten kijken. Dat ligt er nu. Dan komt er vervolgens een uitvoeringsprogramma. Ik neem aan dat dat ook weer aan de raden wordt voorgelegd ter goedkeuring ook. Dat moet ook vastgesteld worden denk ik. Wethouder Botter: Dat was oorspronkelijk allemaal niet het idee. Maar er zijn verschillende vragen gesteld over de sturingselementen en de sturingsmomenten. En daar wil ik graag ook op terugkomen in mijn reactie. Mevrouw Klazes: Oké heb ik nog een korte aanvullende vraag. Dat lijkt me prima. Is het dan ook mogelijk om per gemeente dan weer bepaalde accenten te leggen in de uitvoeringsprogramma? Ik kan me voorstellen meneer Visser en ik hebben het erover, dat wij vinden dat die echtscheidingsproblematiek vinden wij misschien belangrijker dan Velsen. Want iedereen weet in Velsen wordt niet gescheiden. Dus ik kan me voorstellen dat het voor ons dan weer het accent daar misschien meer op zou komen te liggen dan misschien voor andere gemeenten weer andere problemen daar het accent op willen hebben liggen. Is daar ruimte voor of niet? Wethouder Botter: Nou daar heb ik in die zin niet over nagedacht.
Het is zo dat wij met elkaar een regiovisie vaststellen waarbij ook in het stuk wordt ingegaan op lokaal versus regionaal. Er moet voldoende ruimte zijn natuurlijk om je lokale beleid op in te vullen. Sowieso is het hele voorveld wat in de hoe heet het in de wijk bij ons heet. Daar zit het hele jeugdbeleid als het ware wat nu door de jeugdorganisaties wordt uitgevoerd daarvan gaat het budget op in Gewoon in de wijk. Dat wordt preventieve kant om te zorgen dat je in de wijk ook jeugd- en jongerenwerk houdt. Vroeger voorschoolse educatie en alles wat er nu mee samenhangt. En dat wordt veel meer in samenhang dan gebracht. En wat wij in ieder geval met zeven wethouders ook belangrijk vinden is dat die poot ook wordt versterkt. Als je werkelijk wil inzetten op de preventie en ondersteuning moet je kijken of je misschien een deel van je jeugdzorgbudget zou moeten gaan overhevelen naar die
29
activiteiten in buurten en wijken. En die laagdrempelige opvoedondersteuning. Maar ik zal ook ik ga gewoon even als u me de gelegenheid geeft om het even langs te komen dan wordt het hopelijk allemaal wat duidelijker. Het is niet zo wat Trots denkt dat wij ons in de loeren laten leggen door de aanbieders. Het is niet zo dat op het moment dat de aanbieders zeggen van wij vinden dat dit en dit nog nodig is, nee we hebben met elkaar nu die kaart gemaakt en die data verzameld. Daar worden we het over eens. Er is wel een autonome groei opgenomen in de begroting altijd van 4%. Nou ik vind dat zelf al te veel. Want waarom zou je er bij voorbaat al vanuit gaan dat je elk jaar 4% groei hebt in het jeugdzorgbudget? Maar tegelijkertijd gaan wij natuurlijk proberen om samen met die aanbieders, want het wordt een verantwoordelijkheid van de overheid, de gemeente en die aanbieders om te zorgen dat we een stelsel gaan hebben dat we niet meer met de ruggen tegenover elkaar staan maar dat we echt samenwerken om te zorgen dat de kinderen die zorg nodig hebben dat ook krijgen. Maar dat we dat wel gaan doen veel meer vanuit de normalisatie, vanuit de opvoedingsondersteuning. Vanuit het preventieve werken. En ook dat er zaken niet dubbel worden gedaan. Dus het is niet zo dat wij ons laten leiden door de aanbieders.
Mevrouw Klazes: Maar is het dan heel duidelijk wat voor soort zorg er aanbesteed moet gaan worden? Heeft de gemeente dan goed voor ogen welk soort zorg allemaal in kaart... Ja ja en dat las ik dus niet uit dat document, absoluut niet. Wethouder Botter: Nee maar dat zit in het stuk wat heet het verwervingsdocument. Ik heb het zelf ook niet allemaal verzonnen. Maar dit is dus de regiovisie. De regiovisie krijgt nog een uitvoeringsprogramma nadat de dialoog heeft plaatsgevonden. Maar bij die dialoog wordt ook de verwervingsstrategie betrokken. En die verwervingsstrategie die geeft dus helemaal aan over welke percelen het gaat, over welke hoeveelheden het gaat, over wat voor type we gaan inkopen en die er nu nodig is. Dus dat zit in het verwervingsdocument. Waar u komende woensdag over gaan praten met elkaar. Nou dan ik vind het terecht dat het CDA en ook andere partijen aangeven dat er niet een aparte coronaparagraaf in zit. Maar het idee is, het is niet zo dat wij een structureel extra budget krijgen voor corona. We hebben nu incidenteel twee jaar geld gekregen en dat gaat vaak rechtstreeks naar de aanbieders via VWS of via in dit geval bij ons in Noord-Holland, Amsterdam. Maar het is niet zo dat wij verwachten dat corona verder een enorme impact gaat hebben op de zorgvraag. Als het gaat over de komende vijf à negen jaar. Het is iets wat op dit moment heel erg speelt.
Je ziet ook dat de te verwachten problematiek die er was opgetreden op dit moment minder groot is dan dat iedereen had gedacht. En er zijn miljoenen voor het onderwijs en jeugdorganisaties beschikbaar gekomen om de directe gevolgen van corona de nood de lenigen. Dus er is extra geld gekomen voor psychosociale hulpverlening. Er is ondersteuning gekomen voor de scholen om ondersteuning te doen. Om ook weerbaarheidstrainingen en dergelijke te doen. Dus we zouden een paragraaf corona op kunnen nemen. Maar dan zou de strekking van die paragraaf zijn, niet dat we daar de komende jaren rekening mee moeten houden dat daardoor de vraag enorm zal stijgen. Ja ik zie u verbaasd kijken maar... De heer Lint: Ja nee ik dacht zou ik nou interrumperen of niet interrumperen. Ik deel uw verwachting niet maar dat is een meningsverschil. Dat is prima. Wethouder Botter: Oké nou je ziet ook bij Veilig Thuis en bij andere organisaties het aantal stijgingen wat men verwachtte is er niet. Dus ja ik kan het niet anders maken. Als het, dat neemt niet weg dat er mensen zijn die vaker naar de huisarts gaan en dat er meldingen zijn bij de huisarts. Maar juist vanwege het feit van de ‘…’ wordt dat voor een groot deel ook afgevangen dat door een aantal gesprekken problematiek kan worden opgelost. Maar u heeft net besloten om dat agendapunt van de agenda te halen.
Dat heb ik begrepen dat gaan we niet bespreken zo meteen. Maar dat komt dan ook waarschijnlijk 30 september terug. En daarin kunt u
30
gewoon in die rapportage ook lezen hoe dat werkt en hoe dat gaat. Dan het één gezin, één regisseur, één plan. Ja daar gaan we ook later op de avond nog over praten. Maar ik ben het met u eens. Ik heb geprobeerd het wel ook in het document te borgen. Het staat er ook dat we daar voorstander van zijn. En dat we daar echt nu ook daadwerkelijk werk van willen maken. En dat ook door middel van technische mogelijkheden om te kijken of je kunt werken met digitale systemen zodat je die dubbele intakes en dergelijke ook niet meer hoeft te hebben. De governance is en de rol van de raden is karig. Ja dat is zo. Dat is niet bewust gedaan maar het is zo van u stelt de kaders. We informeren u als het gaat over klanttevredenheid. Er is veel meer aandacht voor klanttevredenheid dan nu het geval is in het stuk. Daar kunt u rapportages van krijgen net als dat bij het Wmodoelgroepenvervoer is. Dat zal echt worden aangezet. Ook de kwaliteit en de effectiviteit dat is echt een heel nadrukkelijk onderdeel van de toekomstige aanpak. En daarover wordt u ook met regelmaat geïnformeerd. En als u er waarde aan hecht om een gesprek te hebben met de wethouder sociaal in den brede. Ik heb weleens begrepen dat u een dergelijke rapportage ook prettig zou vinden en het daarover heeft gehad. Dan zou dat daarin mee kunnen worden genomen. Namelijk hoe staat het met de voortgang van het jeugdzorgdossier.
Jouw Haarlem is voorstander van normaliseren in de vorm van hulp en ondersteuning. En ook preventie. Ja volgens mij is dat de kern van de manier zoals we dat nu ook willen aanpakken. Wij willen niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Maar we willen wel zeg maar kijken waar en hoe je het beste ervoor kunt zorgen dat je de middelen die in de jeugdzorg omgaan zo efficiënt mogelijk worden besteed. En daarbij betekent het ook het terugdringen van de administratieve lasten. Dat betekent ook zorgen dat je vertrouwen hebt in de professional. Dat hebben we natuurlijk de afgelopen vijf jaar ook als adagium gehad. En dat gaat niet veranderen. De problematiek van de echtscheiding is echt een heel erg groot probleem. Ik geloof dat dat niet in dit stuk staat maar ik heb in het kader van een project waar ik onlangs kennis van heb genomen en dat is het uitvoeringsprogramma scheiden zonder schade, dat is een landelijk programma van de overheid van Rouvoet. Die heeft dat met heel veel gemeentes tot stand gebracht en daar plukken wij ook de vruchten van. Nemen wij kennis van. In het stuk zelf staat ook het een en ander daarover in. Maar het blijft gewoon een enorm ingewikkeld probleem. Het is zo dat op het moment wanneer mensen gaan scheiden dat het slechtste in de mens kan doen naar boven halen. Waarbij dan vervolgens geen compassie met het kind ook meer is.
En dan is vervolgens wel de vraag natuurlijk van hoe je ervoor zorgt dat dat ja op een goede manier ja wordt begeleid. Maar belangrijker nog is preventie. En daar wordt veel aandacht aan besteed. Ook vanuit het CJG, ook vanuit cursussen vanuit lokaal volksgezondheidsbeleid. Als het gaat over de jeugdzorg. Daar wordt heel veel aandacht aan besteed. Maar het blijft wel een kwestie van dat mensen zelf ook moeten inzien dat dat niet goed is voor het kind. En extra aandacht daarvoor is ook in financieel opzicht aantrekkelijk. Want ik heb weleens een berekening gehoord van dat het de gemeente of de gemeenschap sorry de gemeenschap alles bij elkaar 50.000 euro per geval kost als het uit de klauwen loopt via zo'n vechtscheiding. En ik heb het soms zelf ook wel meegemaakt van dat je dan in een conflictsituatie terecht komt dat we met de GI'en dat mensen zeggen van ja wethouder u bent hoofdverantwoordelijk voor de jeugdzorg. De jeugdzorg de GI heeft mijn kind afgenomen. En u moet zorgen dat ik mijn kind weer terugkrijg. Ja daar kan ik verder gewoon niet tussen treden. Dat gaat gewoon niet. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Even een klein vraagje, ik zie deze problemen eigenlijk voorlopig alleen maar groter worden.
Op het moment dat het zo moeilijk is om nog een huis te vinden op het moment dat je uit elkaar gaat kan bijna niemand meer een ander huis betalen. Veel mensen blijven noodgedwongen bij elkaar wonen. De problemen worden alleen maar erger. Wat ik mij afvraag en ik wil het gewoon even meegeven. Want ik zie hoe groot het probleem is. En ik zie ook hoe zwaar dat druk op de hele begroting van de jeugdzorg. Misschien zou het een overweging kunnen zijn om te kijken of mensen die we maken gebruik van het netwerk van de
31
mensen zelf. Dit is niet een taak voor de overheid om hier met deze mensen te gaan praten. Je moet het echt anders doen of blijven bij elkaar. Dat is echt wel een taak waarin juist daar zit een taak voor de directe omgeving van de mensen zelf. Die soms dit probleem ook niet kunnen tackelen omdat het heel giftig en heel toxic. Zou het niet iets kunnen zijn om voor die ring die eromheen staat daar te kijken of er iets van een trainingsprogramma is om te mensen die in zo'n situatie zitten en ze zitten aan alle kanten. Je bent onderdeel van een netwerk... Wethouder Botter: Maar die zijn er, en er zijn er ook bijvoorbeeld bij Kenter. En ik heb het ook gezien met familieopstellingen. Er wordt zo ontzettend hard gewerkt en er is zoveel in deze markt beschikbaar. Want het is echt een markt om te kijken van hoe je mensen toch weer nader tot elkaar kunt brengen door ze ook inzicht te geven hoe slecht het voor het kind is. Maar er zijn heel veel gevallen waarbij dat niet lukt. En dat is heel naar. Mevrouw Klazes: Ik ga daar nog even straks met u verder over praten. Wethouder Botter: Nou dan de Partij van de Arbeid. Die wil graag van mij weten of het niet veel meer naar het publieke domein weer moet. Kijk je kunt erover twisten. Maar het is vaak is het gepremieerde door de overheid gefinancierde zorg wat er al geleverd wordt.
En de markt is zo groot dat je nooit zeg maar echt sprake hebt van marktwerking. Maar wat ik bij dit onderwerp wel heel erg belangrijk vind is dat er zoveel gebeurt wat directe invloed op de leefsfeer van een persoon dat je je als overheid daar eigenlijk wel heel verre van moet houden. Dus de verantwoordelijkheid die je aan de kant hebt door dat vertrouwen in die professional en die ondersteuning te bieden moet ook tot uitdrukking komen in de wijze zoals je de governance en de organisatie hebt georganiseerd. En ik denk dat dat de wijze zoals wij het nu aan het organiseren zijn door die gezamenlijke verantwoordelijkheid, door die enorme dichte relatie toch die we ook hebben met de aanbieders, eigenlijk al heel ver tegemoet komen aan uw wens om als gemeente overheid of als overheid daar invloed op te kunnen uitoefenen. Maar je hebt dan nog wel een beetje die afstand die misschien nou die misschien die ik wenselijk acht. De voorzitter: De heer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Ja dank u wethouder. Kijk ik denk mijn opmerkingen gaan niet over het feit dat de overheid op de stoel van de professional moet gaan zitten. Want laten we in godsnaam zorgen dat de professional zijn en haar werk kan doen. Het gaat mij vooral om de bepaling van de toegang, de wijze van organisatie en de bekostiging. Want daar zijn ja dat kan je via publieke methodes doen. En dat kan je doen via private methodes.
Dat bedoelde ik. Maar ik hoor u ook zeggen dat u in ieder geval streeft naar een situatie waarin de publieke sfeer meer dan in het verleden invloed heeft op wat er gebeurt. Wethouder Botter: Ja en ik hoop dat dat ook duidelijk is uit de stukken. En ik heb alleen dan wel nog een vraag aan u. Als u denkt namelijk dat ook de indicatiestelling en de toegang op dit moment door de markt gebeurt dat is niet zo. Het is door het CJG, de huisarts en een aantal partijen zoals van de Raad van de Kinderbescherming en de GI'en. Dat zijn allemaal overheids gerelateerde organisaties die met of subsidie of een budgetfinanciering worden gefinancierd. Dus dat zijn geen private organisaties. De voorzitter: De heer Sepers. De heer Sepers: Dat wist ik.
32
De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Botter: En het subsidierecht en het aanbestedingsrecht liggen steeds en zeker op de manier zoals wij het nu aan het vormgeven zijn heel dicht bij elkaar. Dus ik denk gewoon dat we daar met elkaar dan ook de 30ste over moeten gaan spreken als we het hele plaatje compleet hebben van wat zouden we dan moeten doen. Ja dan de SP. Ik heb al aangegeven zo licht mogelijk betekent niet zo goedkoop mogelijk. Het is een vorm van kijken wat je met de juiste zorg en de meest adequate zorg zo goed mogelijk kunt bereiken. Dat mensen ook niet van het kastje naar de muur gaan en dingen dubbel worden gedaan. Ja er wordt gesproken over miskwaliteit. En er wordt gestuurd op financiën niet op de kwaliteit. Nou dat vind ik niet helemaal een terechte constatering na het lezen van het stuk. Ik vind dat er heel veel aandacht is voor de kwaliteit, dat er ook getoetst wordt op de kwaliteit. En dat we de kwaliteitsparagraaf echt gaan uitwerken. Dan de VVD daar heb ik al een paar vragen al beantwoord in relatie tot de activiteiten van het Gewoon in de wijk. Dus het dus bij het brede jeugdwerk als voorliggende voorziening het speeltuinen werken en alles en nog wat, dat zit allemaal in Gewoon in de wijk. En dat zou ik graag willen uitbreiden.
De financiële afspraken tussen de gemeenten ik weet niet precies wat u daarmee bedoelt maar elke gemeente heeft gewoon een eigen budget voor jeugdhulp. En dat blijft ook zo. Het is niet zo dat dat in een pot wordt gedaan en dat we nu vanuit een gemeenschappelijke regeling gaan opereren. Dat kan ooit misschien een idee zijn van het rijk met de nieuwe jeugdwet maar dat is nu niet aan de orde. We hebben nu allemaal ook onze eigen budgetten. En dat geeft bijvoorbeeld bij zo'n maar daar komen we ook de 30ste over te spreken want het is geagendeerd ook bij ‘…’ over te praten. Wie moet nou wat bijdragen als zo'n organisatie dreigt om te vallen? Maar dat is allemaal moet allemaal via aparte budgetten. En dat doen we ook aparte budgetten. En we hebben ook aparte contracten die wel hetzelfde zijn maar het zijn contracten tussen de gemeente en de professionals. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja technisch bijna. Maar waar wordt dat dan vastgelegd? Ik had dat eigenlijk hier verwacht. Maar in welk document gaan we dat dan op gegeven moment zien? En krijgen we dat als raad dan ook nog langs? Wethouder Botter: Ja het wordt in een contract maar we hebben het nu ook al. Alle gemeenten hebben losse contracten met de aanbieders. De heer Van Kessel: Nou dat is mooi dat wist ik niet.
En dan zullen we die contracten wellicht op den duur ook nog zien nadat ze zijn afgesloten. Maar dan misschien wel goed om van tevoren dus te weten hoe dat dan werkt. Ik wist dat niet. Oké nou. Wethouder Botter: Nou ja ik ben blij dat ik in ieder geval daarin wat licht heb kunnen op kunnen werpen. Dan de ook de effectiviteit. Daar heb ik ook al het een en ander over gezegd. We gaan echt dat die effectiviteit en doelmatigheid gaan we verder uitwerken. En in de regiovisie komt in de uitwerking van die regiovisie daar komt dat dan ook te staan. Het ontbreken van een relatie met de toezichthouder. En dan weet ik niet precies wat met toezichthouder bedoelt. Want we hebben er nogal wat. We hebben toezichthouders via de raad van toezicht, via de instellingen afzonderlijk. We hebben de jeugdautoriteit. We hebben de inspectie voor hoe heet het de GI'en. En die laten zich allemaal horen op dit moment. Krijgen ook allemaal een rol in het hele nieuwe stelsel. Maar dat is eigenlijk een beetje hetzelfde als met de onderwijsinspectie. De jeugdautoriteit is wel bezig om zich te herpositioneren om de rol zwaarder te maken. En ook veel meer met een alert systeem te gaan werken van wanneer iets dreigt om te vallen en wanneer iets financieel verkeerd gaat dat ze dan ingrijpen. Maar dat is iets wat wij niet kunnen beïnvloeden, waar wij ook niet over gaan. Maar het is terecht