CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Samenleving 2 december 2021

commissie Samenleving 2 december 2021, gemeente Haarlem51.041 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Ik wist toen ik jong was heel goed naar welke middelbare school ik wilde gaan en dan misschien een andere nog als tweede keuze, maar zeven voorkeursscholen dat vind ik toch wel heel veel klinken en niet echt een oplossing. Dus mijn vragen, die in algemene zin kunt u eventjes op de oplossing die jullie hebben aangedragen reflecteren, een

16

checkvraag: hebben kinderen uit Haarlem, hebben die voorrang op de Haarlemse scholen? Dat wilde ik weten. Nu loopt Haarlem behoorlijk achter in de investeringen in onderwijshuisvesting. Dat wordt wel ingehaald maar is nog steeds niet voldoende. Was dit probleem kleiner geweest op het moment dat de investeringen in de huisvesting wel op orde waren geweest, dus in hoeverre is de onderwijshuisvesting een probleem hier, vraag ik u. En ook de vraag: wat kan de gemeenteraad hierin betekenen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Ik lees in uw verslaglegging dat er hogere salarislasten zijn geweest als gevolg van de belasting door corona. Kunt u daar iets specifieker in zijn? Wie heeft u bijvoorbeeld ingehuurd en ging het daarbij om bijkomende taken als gevolg van deze crisis? Verder lees ik dat het weerstandsvermogen van Dunamare over de gehele breedte goed is, maar de komende jaren wachten forse investeringen in de huisvesting en bijkomende zaken, dat brengt linksom of rechtsom ook forse investeringen voor u met zich mee. Is het weerstandsvermogen van uw koepel goed genoeg voor deze ambities? De voorzitter: Dank u wel. Verder niemand? Dan gaan we naar de heer Post, gaat uw gang. De heer Post: Dank voor de vragen. Eerst even de afname van leerlingen.

Ja, de leerlingen nemen wat af, we krijgen alleen wel, dat hebben we vorig jaar ook gezien, best wel een beetje verrassingen soms in de onderwijssector. Vorig jaar hadden we plotseling 150 leerlingen meer dan verwacht hadden. Ja, de prognoses zijn nu weer dat het iets minder is. Dus ja, we moeten daar gewoon op monitoren. Ik verwacht eerlijk gezegd niet dat Dunamare heel erg veel zal krimpen, het gaat om relatief kleine aantallen. Het heeft ook te maken omdat wij natuurlijk veel vmbo hebben. Ik heb dat vorig jaar hier volgens mij ook gezegd. Ja, er is op dit moment minder verwijzing naar vmbo, en als er dan een relatief groot deel van je scholen vmbo-scholen zijn en er gaan er meer naar havo/vwo, dan krimpen wij relatief gezien wel. Dus dat is iets waar we rekening mee moeten houden, en docenten in het vmbo zijn niet altijd bevoegd om op havo/vwo les te geven. Dus die puzzel daar proberen wij op een hele verstandige manier mee om te gaan. Op lange termijn door een IAP te hebben, of een strategisch huisvesting, personeelsplan bedoel ik, om goed te monitoren wat we willen weten. Het is wel zo dat die lichte krimp en onze investeringen die wij doen in de Dunamare Academie en het feit dat de meeste scholen van ons opleidingsscholen zijn, dat we daar op dit moment al best goed mee om kunnen gaan.

We zien nu wel dat door de NPO-gelden en door corona wij extra inzet hebben moeten doen om kinderen, en dat het nu niet meer lukt om docenten te vinden. Dus als je mij nu vraagt: hoe is dat ten opzichte van het po, dan denk ik dat het po het nog moeilijker heeft om leerkrachten te vinden maar dat wij er op dit moment dicht achter zitten want wij moeten bij sommige scholen toch wel licht schrapen in onze lessen, dan hoeven kinderen niet gelijk naar huis hè, maar dan geef je bijvoorbeeld in plaats van vier uur Nederlands, het is maar een voorbeeld, drie uur Nederlands. Nou, op dat moment ga je toch wel een beetje het onderwijs verschralen. En we lopen op dit moment met NPO tegen een enorme vraag uit de markt aan leerkrachten. Excuus. Enorme vraag aan leerkrachten, dus dat is gewoon een puzzel. En wij doen daar kortetermijnacties, langetermijnacties, en wij proberen met name zelf ook veel meer leraren op te leiden. De voorzitter: De heer Linder, ChristenUnie. De heer Linder: Dan ook even hier even de vraag: in hoeverre heeft u het gevoel dat de gemeente iets zou kunnen doen voor u? Dat lerarentekort? De heer Post: Ja, dat geldt eigenlijk hetzelfde als wat Martin net zei. Ja, denk, ja, de Amsterdamse trek zien wij nog niet. In de Haarlemmermeer hebben gemeenten bijvoorbeeld voorkeurswoningen aangeboden voor

17

leerkrachten en ook politieagenten overigens en zorgpersoneel, dus een x aantal procent van nieuw te bouwen woningen zijn dan beschikbaar. Ja, ook wij misschien hier en daar parkeervergunningen maar het zijn wel marginale dingen, moet ik zeggen. Uiteindelijk kiest een docent gewoon voor een school omdat hij die school interessant vindt, dat zijn vaak de drijfveren, en niet die parkeervergunning. Het zou helpen, moeten we zeker over spreken, en woningen misschien ook wel, en daar zullen we eens op de lange termijn eens over van gedachten moeten wisselen. Het is natuurlijk altijd, je moet in alles proberen het pakket van een docent zo aantrekkelijk mogelijk te maken, en alle kleine beetjes helpen. Ja, dat ging ook een beetje door over de leerachterstanden van kinderen. Ja, die zijn er, dat kunnen we gewoon constateren, ook uit objectieve metingen die wij ook in het vo doen met bijvoorbeeld Cito. Wij zien achterstanden in lezen, we zien achterstanden in rekenen en wiskunde. Nou, op dit moment lossen wij dat op door extra onderwijs te geven aan die kinderen, daar lopen we wel aan tegen de grenzen van het personeel. Ja, nogmaals, drie leerjaren al corona. Sommige leerlingen in vmbo-4 hebben eigenlijk in hun middelbare school één gewoon schooljaar gehad, dat is eigenlijk wel heel bijzonder. En toch zal je zien dat we veel leerlingen nog over de eindstreep weten te brengen.

En als je mij vraagt: waar maak je je zorgen om, dan is dat toch de havo-afdelingen bij ons en de basisberoepsafdelingen, dat zijn de afdelingen. De havo-afdelingen met veel leerlingen uit het vmbo die de havo gaan proberen, en zeker bij een scholengemeenschap zoals Dunamare is waarin we veel kansen geven, veel ruimte voor opstroom naar de havo te gaan, zien we daar ook wel de grootste risico’s natuurlijk. En het vmbo-basis, ja, we hebben gewoon gezien dat het aantal basisleerlingen de afgelopen jaren enorm is toegenomen. Op jullie vraag: is er meer of minder kansengelijkheid ontstaan? Nou, als je kijkt naar hoe het aantal vmbo gekrompen is dan moet je bijna wel constateren dat kansengelijkheid op dat niveau eerder toegenomen is dan afgenomen, maar ik begeef me nu op heel glad ijs om die conclusie te trekken want wetenschappers zijn het daar niet allemaal over eens. Ja, dus we trekken daar hard aan maar het heeft ook alle aandacht en tijd nodig, dat moet ik er ook bij zeggen. De financiën, winst, ja, die winst die is een beetje boekhoudkundig. Als de overheid besluit om in december geld aan ons over te maken dan is dat direct winst, maar die salarissen moeten we pas het jaar erop betalen. Nou, nu hebben wij al een hele reeks van jaren aan het eind van het jaar extra geld gekregen. Nou, dat kan je nooit meer gelijk opmaken in december dus dat moet je het jaar erop opmaken.

Dat is nu met NPO-gelden ook het geval. Ik durf te zeggen zonder dat de jaarrekening 2021 af is, maar dat we ook dit jaar weer met een forse winst zullen eindigen. Dat heeft alles met de systematiek van de overheid te maken, niet met onze bedrijfsvoering en de keuzes die wij maken. Maar boekhoudkundig moeten wij dat als winst, reserve heet dat dan hè, boeken. En dat is iets wat de landelijke overheid zo heeft bepaald. Als de overheid zou bepalen voortaan mag u dat als een bestemmingsreserve boeken, dan heb ik opeens geen winst meer. Dus dat maakt het een beetje lastig soms voor ons ook om dat te presenteren. NPO-middelen zijn de middelen die de overheid heeft gegeven, 8 miljard voor het hele onderwijs om de achterstanden weg te werken als gevolg van de coronacrisis. De voorzitter: Dank je wel, wethouder. De heer Linder, ChristenUnie. De heer Linder: Nou, misschien, ik ben niet zo goed bekend met financiën of zo maar als ik dat zie dan groeit toch op een gegeven moment de bankrekening als elke keer winst gemaakt wordt? En is dit niet juist in die tijd waar natuurlijk, je zegt het net, sommige leerlingen drie jaar lang al corona hebben gehad en weet niet wat allemaal door de neus geboord is. Sommigen hebben nog nooit een schoolfeestje gehad.

Maar op een gegeven moment bij wijze van spreken niet voor een, ja, een organisatie als Dunamare die financieel sterk goed voor staat, wat ook goed is, waar we blij mee zijn, iets om zeggen van oké, weet je, het is corona, laten we iets terugdoen. Het is voor iedereen een moeilijk jaar, dus ik vraag me af: hoe komt het dan, waar gaat dan dat geld heen als elke keer winst gemaakt wordt?

18

De heer Post: Nou, nogmaals, dat geld gaat dan uiteindelijk weer naar personeel, alleen het jaar later. En dat is, ik zou bijna zeggen, dan moet je een technische exercitie horen hoe die jaarrekening werkt en de exploitatierekening, maar het gaat naar docenten maar wij houden ons absoluut niet in als het gaat om mensen meenemen op een reis. Ik moet zeggen, schoolreizen zijn afgelast als gevolg van corona, dus dan heb je daar een begrote, een budgettering voor staan, maar als die niet doorgaat valt het weer mee. Als je geen docent kan vinden dan heb je een meevaller in je begroting en dus ook meer winst, zou je kunnen zeggen. Dus het is gewoon de markt die soms moeilijk maakt om dat geld uit te geven en je kan leerlingen wel helemaal volstoppen met lessen, ik was vandaag op Het Schoter, daar mogen de leerlingen in het weekend ook les volgen, en dat doen we ook, en veel leerlingen en ouders willen dat ook graag, die stellen dat enorm op prijs, dan krijgen ze in het weekend les. Maar je moet ook niet vergeten: we kunnen die cognitie er wel in proberen blijven te stoppen, maar er zit ook rek in het leren. Ik denk soms wel: we zouden die leerlingen allemaal willen gunnen dat ze er wat langer over mogen doen in plaats van intenser alleen maar aan die vaardigheden, want dat doet ook de motivatie van leerlingen geen goed.

Dus het is een spanningsveld waarin de school probeert die resultaten te halen en die leerlingen naar het examen te praten en te studeren. Ik zeg ook: we moeten, daar zit ook een einde aan, en dat betekent ook dat we misschien wel te veel geld hebben gekregen voor de korte periode waarin we dat moeten investeren. En wij hebben ook als alle scholen, en dat geldt voor het po ook, gepleit om dat geld voor een langere periode te mogen gebruiken, omdat wij denken dat we ons personeel en onze leerlingen beter aan doen om ze wat gespreider die stof te laten overbrengen en voor de leerlingen dat te laten leren. We hebben het als één brok geld gekregen en daarom zie je ook zo’n dikke plus staan. Dus ik doe er echt alles aan, en als een school zegt: we willen graag op reis en er is geen geld, dan kan ik wel zeggen, dan staat Dunamare daar pal voor en kunnen we, gaan we ook zorgen dat die leerlingen mee kunnen. Want dat past bij Dunamare. De voorzitter: Interruptie, de heer Oomkes. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. U zegt, u heeft zo’n enorme som geld gekregen. Is daar een perking in tijd aan? De heer Post: Ja, dat is een beperking, officieel is de beperking twee jaar. De heer Oomkes: Twee jaar. De heer Post: En dat maakt het natuurlijk ook dat er opeens zo veel geld staat.

Wij zullen zien dat we dat geld in die twee jaar niet kunnen uitgeven omdat de leerlingen dat niet altijd trekken om zo veel les te krijgen, onze docenten niet en we soms geen personeel kunnen vinden. En het gaat dus ook veel naar commerciële bureaus, en dat is een andere ergernis van veel mensen en dat vind ik ook een ergernis, maar het is niet anders. De heer Oomkes: Toch lees ik in uw verslag dat de salarislasten zijn gestegen. De heer Post: Jazeker, dat zien we ook als gevolg van corona want als je meer personeel inzet heb je ook hogere salarislasten. Dus dat is, wij zullen de komende jaren zal je zien dat de salarislasten relatief gaan stijgen omdat je dat geld hebt gekregen om extra lessen te geven aan docenten. Ja, die reizen heb ik net wat ook over gezegd, ik vind dat iedereen mee moet kunnen. Helaas zie je dat het aantal reizen terugloopt, het is heel ingewikkeld gebleken het afgelopen jaar echt goede reizen te organiseren, maar we hopen daar weer op een normale situatie te kunnen komen want ik denk dat het voor leerlingen heel goed is als ze weer op reis mogen en leuke dingen mogen doen waar ze ook blij en vrolijk van gaan worden. Er is een vraag gesteld over het

19

Schalkwijk en het Haarlem College. Ja, wij zijn op dit moment bezig met een onderzoek met alle besturen want dit moeten we doen in het regionaal plan onderwijsvoorzieningen, dus dat kan ik niet alleen beslissen. Het Haarlem College is een vmbo met basis, kader en mavo, dat wordt weleens vergeten, waar een samenwerking is met Coornhert voor leerlingen die naar de havo willen dat zeker kunnen doen. Dus dat is echt iets wat er al is, en er staat natuurlijk ook een mavo/havo/vwo-school van de Vrije School, niet onderdeel uitmakend van mijn bestuur, maar er zijn in Schalkwijk dus twee scholen. Mijn beeld is nu niet dat er nu, en die vraag is net ook gesteld, te weinig scholen zijn om lotingsproblemen te voorkomen. Ik wil niet te veel ingaan over de loting maar ik ben toch uitgedaagd om er iets over te zeggen en dan kan ik alleen maar dat zeggen dat ik denk dat het scholenaanbod in Haarlem voldoende is maar dat er vorig jaar wellicht door omstandigheden ook wel heel erg specifiek voor een aantal scholen is gekozen, en dat waren dan met name de eenpitters, scholen die geen mavo aanboden bij hun havo/vwo, en we hebben dit jaar proberen wij uit alle macht met andere scholen ook om die andere scholen goed op te kaart te zetten zodat ook die scholen aantrekkelijk genoeg zijn zodat er minder geloot mag worden.

Het blijft spannend, ik denk als jullie echt wat over de loting willen weten dat we daar Truus Vaes voor moeten uitnodigen als coördinator van de schoolbesturen van het loten, die heeft vorig jaar volgens mij ook weleens een technische briefing gegeven. En dan zou ik willen voorstellen om dat ‘…’, dat beslissen jullie, maar dat zou mijn suggestie zijn, wethouder en raad. Dus huisvesting is mijn ogen niet direct een probleem, wij investeren zelf in onze havo/vwo’s waar mogelijk, Het Schoter wordt op dit moment volop gebouwd, een prachtige sportzaal, hij is in aanleg. We gaan verder uitbreiden met behulp van de gemeente bij Het Schoter, dat is onze mavo/havo/vwo. We zijn druk bezig om een plan te maken voor Het Coornhert om dat een update, een upgrade te geven. En dat biedt, er is ook al intern in de school en extern op het terrein van alles gedaan om de school aantrekkelijk te maken dus wij proberen zeker die scholen ook echt up and running neer te zetten zodat het ook voor ouders aantrekkelijk is om voor die scholen te kiezen. Ze bieden trouwens allemaal ook voldoende kwaliteit volgens de inspectie, maar ik ben op die twee scholen heel trots want je ziet ook in de cijfers dat ze erg succesvol zijn als het gaat om kansen geven van leerlingen die bijvoorbeeld een mavo hebben gedaan en toch naar de havo kunnen, dus daar ben ik ook heel trots op.

En ook zeker dat pluspakket wat ze aanbieden voor de bovenkant, het havo en vwo. Ja, er is nog een vraag hoe die salarissen, net ook al een beetje beantwoord. Wie hebben we ingehuurd, ja, ik kan niet exact de getallen geven, wij geven docenten die bijvoorbeeld lesgeven in het weekend een extra beloning maar een docent kan er ook voor kiezen om taakbeleid in te zetten zoals dat ingewikkeld heet, en daar hebben we eigenlijk niet echt een rem op. Maar ook wij moeten gewoon heel veel inhuren en we zullen in het jaarverslag volgend jaar er ook natuurlijk over rapporteren wat we daar extern voor ingehuurd hebben en intern neergezet hebben. De voorzitter: U heeft nog een vraag van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voorzitter. Het antwoord op de vraag, één antwoord heb ik gemist, dat was of kinderen uit Haarlem in deze procedure ook voorrang hebben op de Haarlemse scholen of is het zo dat in de loting ook kinderen van buiten Haarlem hier kunnen meedoen? En het tweede is toch ook dat punt over, ik hoor de heer Post zeggen dat de investeringen in schoolgebouwen hier eigenlijk niet mee te maken heeft, en dat begrijp ik toch niet helemaal, omdat volgens mij om heel platgeslagen les te geven heb je een klaslokaal en een leraar nodig. Nou, dat lerarentekort is één en het andere is een klaslokaal.

Dus op het moment dat er in voorkeursscholen wat meer capaciteit is, dus iets meer lokalen waar op het moment dat als er wat minder druk is je wat kleinere klassen kan hebben wat natuurlijk ook fijn is, dat zijn toch de twee knoppen die dan het belangrijkste zijn bij zo’n lotingssysteem? Dus ik begrijp niet helemaal waarom als er niet meer geïnvesteerd was in de scholen en er dus meer klassen zouden zijn, dat dat niet van invloed is op zo’n loting. Nou, het aanbod voor een technische briefing om daar nog eens naar te kijken lijkt me inderdaad volgens mij goed,

20

vooral op het moment dat bij de volgende loting blijkt dat het niet goed gegaan is, en ik hoop gewoon dat het dit keer voor al die kinderen, dat ze allemaal op de school van hun voorkeur komen. De heer Post: Volgens mij, ik kan … Misschien is het goed om daar technisch even over te briefen, maar als je een school die moet loten extra lokalen geeft, dat is ook al bij een aantal Dunamare-scholen in het verleden gebeurd, Coornhert, dan moet je heel veel gaan bijbouwen. Dat lukt vaak op het terrein niet, dat lukt niet in bestemmingsplannen, die ruimte heb je gewoon niet. Maar dan staat er elders een school halfleeg, dus dat betekent dat elke keer als je een populaire school hebt dat je daarvoor moet bijbouwen, dan heb je echt binnen de kortste tijd heel veel leegstand bij scholen. En je probeert dat dus verstandig door goede scholen te, voor allemaal goede scholen te bouwen, probeer je dat een beetje in redelijkheid te doen. Er worden nu ook wel degelijk natuurlijk soms noodmaatregelen genomen om eerste opvang als gevolg van groei mogelijk te maken. Bij ons bijvoorbeeld bij de Daaf Geluk, daar participeert de gemeente, dat is een school voor speciaal onderwijs in het voortgezet onderwijs. Daar staan er ook noodgebouwen. Maar dat is een verre van optimale oplossing, je hebt niet zomaar een nieuwe school gebouwd.

Dus wat je moet doen, je moet in redelijkheid proberen alle scholen aantrekkelijk te maken, en ik denk dat we daar als gezamenlijke scholen winst kunnen boeken door onze scholen wat meer in samenhang te presenteren aan onze basisscholen zodat ook de scholen die vorig jaar niet zo in de populariteitrange hoog lagen wat populairder te maken. En dat is denk ik een betere oplossing dan elke keer als er een school leegstaat daarbij te bouwen, want dan ben je als gemeente binnen de kortste keren heb je financiële middelen te kort, is mijn stelling, en dan heb je ook geen geld om nog te investeren in renovatie, vernieuwbouw, dan gaat een school die oud is verpauperen want daar heb je geen geld voor want die moeten naar een nieuwe school doen. Nou, in die afweging moet je gewoon heel gebalanceerd een integraal huisvestingsplan maken, dat maakt de gemeente Haarlem goed, en we staan volgens mij aan de vooravond voor weer een nieuwe en dan praat je daar weer over met elkaar. En het gebied Haarlem loten, die vraag is ook nog gesteld, nee, er is niet zo dat je als je in Haarlem woont dat je voorkeur hebt, dat werkt niet zo in het Nederlandse onderwijs. Je hebt schoolkeuzevrijheid en je mag in elke gemeente je aanmelden bij een school.

En geld volgt de leerling, dus als de leerling naar een school gaat krijgt die geld en dat werkt ook zo een beetje bij het huisvestingsbeleid, dat gaat indirect via het gemeentefonds. Maar in principe gaat geld een leerling die op een andere gemeente in school zit, daar krijgt die gemeente ook geld voor om voor de huisvesting te zorgen. En in Haarlem is het zo dat erover en weer leerlingen Haarlem in komen, maar er gaan er bijna net zo veel uit. Dus denk maar aan scholen als het, nou, die allemaal in Bloemendaal staan, de scholen in Heemstede, en de grote 1.600 leerlingen alleen in een atheneumschool. Ja, die gaan feitelijk voor een groot deel allemaal uit Haarlem richting Heemstede en dat moet Heemstede dan weer betalen, dus je moet dan goed kijken naar de balans tussen in- en uitstroom maar er is dus geen voorkeursbeleid voor Haarlem. Dat kan in incidentele situaties rondom speciaal onderwijs wel, en daar werken we dan ook aan, maar dat heeft te maken omdat speciaal onderwijsscholen en praktijkscholen vallen onder de samenwerkingsverbanden, en niet onder de reguliere onderwijssystematiek. De voorzitter: Ja. Nou, heel verhaal, maar volgens mij is het wel duidelijk. 6.c Realisatie instandhouding openbaar voortgezet gymnasiaal onderwijs 2020 De voorzitter: We gaan naar de volgende bestuurder. Ik wil de heer Post danken en … Ja, ja, ja. ‘…’.

Ik zal alvast gaan voorlezen, dat is de heer Van der Werff, bestuurder van de Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia. En ook die heeft het jaarverslag ter kennisname ingediend en de gemeenteraad is ook als extern toezichthouder van het openbaar voorgezet gymnasiaal onderwijs bevoegd conform de Wet op het voortgezet onderwijs om op grond van het jaarverslag 2020 vast te stellen dat de stichting voldoende openbaar voortgezet gymnasiaal

21

onderwijs in 2020 heeft gerealiseerd. Dit stuk staat ook weer ter advisering en de commissie zal vanavond bepalen of het voorstel doorgaat naar de raad ter vaststelling. En kan ik de heer Van der Werff ook weer als eerste het woord geven? De heer Van der Werff: Hij staat al aan, mooi. Henk en Martin hebben al hele verstandige dingen gezegd. Die hebben ook de medewerkers van harte bedankt en ik kan me daar alleen maar bij aansluiten. Ik denk dat we hartstikke blij zijn dat het nog redelijk goed is gegaan en dat we, want dat is wel belangrijk, dat het ziekteverzuim onder onze medewerkers laag is gebleven en dat er wat dat betreft weinig lessen zijn uitgevallen, en dat is in deze tijd een groot goed. Maar ik zou jullie graag het woord willen geven en de kans te bieden vragen te stellen. De voorzitter: Nou, mevrouw Çimen weer en dan de heer Oomkes. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel. Ja, het jaar 2020 is met een negatief resultaat afgesloten en de belangrijkste reden daarvoor was de oplopende personeelskosten.

En ik vroeg me daar gewoon, kunt u daar iets meer duiding bij geven? Gaat dit om tijdelijke extra inhuur vanwege COVID om lessen doorgang te laten vinden of gaat het echt om structureel hogere lasten en is dit gewoon de nieuwe werkelijkheid in uw bestuur, of bij de school? En mijn volgende vraag, net zoals ik juist ook al benoemde, onze tieners, onze jongeren hebben veel te verduren tijdens deze pandemie. Een ontzettend mooi en waardevol initiatief is volgens mij ook de huiskamer van het Stedelijk Gym waar de leerlingen in alle rust kunnen studeren, eventuele achterstanden kunnen inhalen, begeleiding krijgen en ook gewoon kunnen zijn, dus dat is heel fijn. Maar volgens mij begreep ik dat het initiatief mede mogelijk wordt gemaakt door extra gelden vanuit het Rijk en gaat die huiskamer ook komende jaren voortgezet kunnen worden. Dus zou u daar iets meer over kunnen zeggen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nu de heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Even over die huiskamer, ‘…’ echt inderdaad een heel leuk initiatief. Heeft u getracht de waardering daarvan te meten onder de leerlingen en wat is die dan? Wat voor aanwijzingen krijgt u daarop terug? Want dit soort situaties komen eigenlijk te weinig voor op Haarlemse scholen is mijn idee. Dan in uw school maakt deel uit van de OSZG, dat is de koepel van zelfstandige gymnasia in Nederland.

Die club maakt melding van forse verschillen in resultaat over 19, over 2020 in vergelijking tot uw school zelf. Hebben we het over 919.000 euro. Komen die tekorten ook in de komende jaren terug en heeft dat een effect op uw situatie? De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wil eigenlijk een vraag herhalen die ik ook aan de heer Elkerbout had gesteld en dat gaat over die basisarrangementen. Ik heb daar goed gehoord dat gelet op de afgelopen periode het misschien niet het juiste moment is geweest om de lat op goed te leggen in plaats op voldoende, maar dat het streven er altijd is. Toch wil ik aan de heer Van der Werf als, nou ja, goed, voorzitter van de gymnasia waar dus de allerbeste kinderen en wat ook op misschien wel onze allerbeste scholen zouden moeten zijn, ook vragen hoe hij kijkt naar die lat van een basisarrangement goed, wat hij eraan doet om ook het beste basis, of het beste arrangement te krijgen voor de Haarlemse leerlingen, en wat er eigenlijk nodig is en of de gemeenteraad daar iets aan kan doen om daaraan bij te dragen, dus hoe hij daarnaar kijkt. De voorzitter: U heeft een interruptie. De heer Linder.

22

De heer Linder: Ja, u noemt net onze allerbeste kinderen. Ik ga ervan uit dat u onze vmbo’ers ook de allerbeste kinderen vindt? De heer Van Kessel: Volgens mij heeft de heer van de ChristenUnie een leuk punt gemaakt, maar ik hoor graag gewoon het antwoord van de heer Van der Werff. De voorzitter: Ja, kunnen we naar de heer Van der Werff? Dan gaan we naar u, gaat uw gang. De heer Van der Werff: Oké, ik ga proberen alles zo goed mogelijk te beantwoorden natuurlijk. Ja, als je naar de begroting kijkt dan zie je dat er binnen de stichting sprake is van een tekort dat eigenlijk niet voorzien was. Bij onze school is dat verschil minimaal en je zult nooit meer zo’n mooie budgetafwijking zien, dat heeft ook te maken met soms wat geluk hebben. We voorzien voor de komende jaren wel tekorten binnen de stichting en dat komt eigenlijk omdat we scholen hebben die in hele verschillende delen van het land opereren en ook in hele verschillende situaties verkeren. We zien bijvoorbeeld bij de scholen in het zuiden dat er wat terugloop is in leerlingenaantal, dus daar zul je zien dat tekorten als je niet uitkijkt worden veroorzaakt door terugloop in de leerlingenaantallen. Het Barlaeus en het SGH hebben een vrije dure staf, hebben heel veel docenten die in de eindschaal zitten. Dus dat betekent dat de salarislasten relatief hoog zijn.

Wij zijn hier met twee gebouwen ook wel aangewezen op meerdere conciërges en wat uitgebreidere ondersteunende staf, dat kan oplopende lasten veroorzaken. Dus alles bij elkaar zien we de komende jaren wel wat financieel zwaarder weer. Het Vossius heeft nog te maken met de afronding van een verbouwing waar nog extra middelen aan moeten worden toegevoegd, dus alles bij elkaar maakt dat het plaatje voor de komende jaren wat anders dan de voorgaande jaren waar we steeds overschotten hadden. Nou is dat eigenlijk geen probleem, want het gaat erom dat je geld wat voor onderwijs bestemd is uiteindelijk ook aan het onderwijs besteedt. Dus ik neem aan dat jullie daar eigenlijk wel een positieve richting in zien. De huiskamer, ja, dat is een prachtig initiatief, daar zijn we ontzettend trots op en dat gaan we heus niet opheffen als dat niet meer gefinancierd wordt vanuit subsidies. Dat blijft een dragend onderdeel van onze school en we zien het ook als een dragend onderdeel om verder te gaan met kansengelijkheid bieden. Als ik dat thema misschien wat mag uitdiepen in relatie tot de huiskamer, wij zijn eigenlijk afgestapt van broertjes-/zusjesregelingen, wij zijn afgestapt van voorkeursplekken van kinderen van docenten, andere medewerkers, dus we proberen die school echt zo breed mogelijk toegankelijk te maken.

We zijn begonnen, daar heeft Martin al aan gerefereerd, met een prachtig project om te gaan samenwerken met po-scholen in delen van Haarlem waar we normaliter weinig kinderen van krijgen. Het aantal scholen waarmee we samenwerken wordt steeds groter, maar het is voor mij pas de eerste stap. Het gaat er niet om dat kinderen op school komen, het gaat erom dat ze succesvol met een diploma de school verlaten. En daar heb je veel meer voor nodig dan alleen goede contacten met de basisscholen. En dus we zijn het project verder aan het verdiepen door te kijken: hoe kunnen we het gevoel van welbevinden van die leerlingen vergroten? Hoe kunnen we uitval beperken? En daar is de huiskamer zo belangrijk voor. En als je kijkt naar wat we dan noemen executieve vaardigheden, goed plannen, goed je huiswerk organiseren, dan zien we dat we daar echt een enorme stap mee hebben gemaakt maar we zijn er nog lang niet. Dus dit is echt een, hier is een lange adem voor nodig. Dit gaat jaren duren voordat we de populatie meer hebben gedifferentieerd en een betere afspiegeling laten zijn van wat de stad te bieden heeft. Dus lange adem nodig daar. Maar wel vind ik een voorbeeld wat nastrevenswaardig is. Dus gelukkig wordt het vanuit de gemeente ook enthousiast op gereageerd, jij doet het ook vaak, dus dat is misschien een mooi middel om met verder te gaan. De voorzitter: De heer Oomkes.

23

De heer Oomkes: Ik vroeg u of uw leerlingen daar ook over geënquêteerd worden, wat zijn hun bevindingen van die huiskamer? De heer Van der Werff: Ja, we hebben zowel de docenten als de leerlingen geënquêteerd. Niet allee over de huiskamer maar wat breder, en dan zie je toch wel dat daar een grote mate van tevredenheid over is en dat iedereen daar het belang wel van inziet. En je ziet ook dat die huiskamer langzamerhand een bredere populatie krijgt, velerlei kinderen die soms tijdelijk komen maar soms ook jaren dat als een veilige plek blijven zien. Kijken. Basisarrangement, of dat genoeg is, ik vind dat een interessante vraag. We zijn eigenlijk nog niet zo gespitst geweest om die kwalificatie goed te krijgen. Wat ik wel de komende jaren wil doen is ervoor zorgen dat de tevredenheid onder leerlingen en ouders stelselmatig onderzocht wordt en stelselmatig wordt verbeterd. Er worden voortdurend enquêtes uitgevoerd door DUO, vensters op het onderwijs, en wij gaan dat gewoon gebruiken om stelselmatig stapjes vooruit te maken. En ik denk als we dat op de goede wijze doen en implementeren, dat we een goede kans maken om wel die kwalificatie goed te gaan verdienen. De voorzitter: De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, dat vind ik een interessant antwoord.

Want begrijp ik daaruit dat die kwalificatie eigenlijk afhankelijk is van hoe de leerlingen en de ouders naar de school kijken, zit dat daarachter? De heer Van der Werff: Nou, dat is een deel daarvan maar ik denk als je in staat bent om de tevredenheid onder die groepen te vergroten, en dat gaat natuurlijk ook door verbeteringen in je onderwijs en het aanpakken van een aantal knelpunten in het onderwijs, dat zo’n arrangement goed dichterbij komt. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het, ja? De heer Van der Werff: Als er geen vragen meer zijn was dat het. Dank je wel. De voorzitter: Goed, dan wil ik u hartelijk danken. En dan rest mij nog om aan de commissie te vragen hoe we de drie stukken naar de raad laten gaan. Ik stel voor dat gewoon als hamerstuk te doen, indien u dat niet wilt wil ik graag handjes zien. Ja? In de zaal gaan alle drie de stukken als hamerstuk naar de raad brengen. Dank u wel. 7.

Vrijgeven kredieten investeringen buitensport 2022 (ER) De voorzitter: Even kijken, dan gaan we nu naar agendapunt 7, dat is de vrijgeven kredieten investeringen buitensport. Om de buitensportaccommodaties … Om de buitensportaccommodaties op de vereiste conditieniveaus te brengen staat in 2022 de renovatie van verschillende top- en onderlagen van de sportvelden op de planning en daarnaast zijn er nog andere vervangingsinvesteringen aan de buitensportaccommodaties nodig, zoals bijvoorbeeld het vervangen van afgeschreven veldverlichting door ledverlichting en een scorebord in het honkbalstadion. En bij de renovatie van de toplagen van de kunstgrasvelden wordt voorgesteld om een kurk infill te gebruiken en voor de renovatie en vervangingen wordt de raad verzocht een totaalkrediet van 2.045.000 euro vrij te geven. U heeft het budgetrecht dus u gaat daarover. Wie kan ik hierover als eerst het woord geven? De heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Aan mij het genoegen om de nieuwe wethouder welkom te heten in deze rol. Ik heb goed nieuws, die rapportage die deugt van voor naar achter. PvdA gaat akkoord met het voorstel.

24

De voorzitter: Fijn, dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank u, voorzitter. Welkom, wethouder De Raadt. We hebben in de laatste raadsvergadering gehoord dat u sport een warm hart toedraagt. Jouw Haarlem is daar blij mee. We investeren net als u graag in het onderhoud van goede sportvelden. De afgeschreven veldverlichting zal met deze investering vervangen worden door ledverlichting, goede zaak. Ik heb hierover nog een praktische vraag, een omwonende van het Noordersportpark vraagt zich af of er een timer op de nieuwe ledverlichting kan komen zodat de lichtmasten niet per ongeluk aan blijven staan als men vergeten is deze uit te zetten. Is dit mogelijk, wethouder? De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voorzitter. Dat is nog even een entree. Deze wethouder is vers begonnen en er gaan alweer een aantal toplagen op de sportvelden in Haarlem komen. Daarbij duurzame verlichting en nog mooier, een nieuw scorebord in het honkbalstadion zodat iedereen heel goed kan zien hoe goed onze honkballers wel niet zijn. Netjes afgestemd met de wethouder financiën ook. Voorzitter, ik hoop dat wethouder De Raadt dit niveau van fantastische voorstellen volhoudt en ik zal de fractie van de VVD in ieder geval positief over het voorstel adviseren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem.

Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, volgens mij is het inderdaad leuk om als wethouder zo te beginnen, welkom in deze commissie. Want de kredieten zijn er, het wordt goed gespendeerd aan de velden, aan de verlichting en aan de scoreborden, iets wat we allemaal een warm hart toedragen, dus Hart voor Haarlem zal dit stuk zeker steunen, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Timmer-Aukes, GroenLinks. Mevrouw Timmer-Aukes: Dank u wel, voorzitter. Ook van GroenLinks een welkom voor de wethouder bij de eerste vergadering van de commissie Samenleving in deze functie. Sport is heel belangrijk, daar zijn we het allebei, allemaal over eens. Het is fijn ook om terug, alle duurzame keuzes terug te lezen, zowel van de verlichting maar ook van de infill. En ook goed om te lezen dat het de non-infillvelden nog steeds als het beste alternatief worden gezien en dat ook goed in de gaten wordt gehouden wanneer deze velden ook klaar zijn voor gebruik. Daarnaast ook dat de SRO geen verontreiniging heeft gevonden bij het keuren van drainagewater is ook goed om te zien en met de kurk infill zal het ook steeds minder worden dat het drainagewater ook moet worden gecontroleerd. Dan nog even over de Urban Agenda voor de Europese subsidie innovatie en duurzame sportvelden. Blij dat we die hebben aangevraagd en we hopen dat we die ook krijgen en dan horen we het ook graag terug.

Voor de rest akkoord met het stuk. De voorzitter: Dank u wel. De heer Linder, ChristenUnie. De heer Linder: Ik wil mij volledig aansluiten bij GroenLinks. En maar ik wil even nog een aanvullende vraag: wanneer beslist de gemeente op een gegeven moment om te zeggen van goh, die sportvereniging is niet meer groot genoeg, jullie verliezen steeds meer leden, het is een kleine vereniging die zegt van goh, wij stoppen met het bijvoorbeeld nog een veld of met, ja, met weer een nieuwe laag. Waar is bij de gemeente de grens op gegeven moment om te zeggen van we stoppen daarmee? De voorzitter: De heer El Aichi, CDA.

25

De heer El Aichi: Ja, dank u wel voorzitter. De renovatie van verschillende top- en onderlagen van de sportvelden zijn aan vervanging toe. Wij vinden het heel belangrijk dat buitensportaccommodaties op vereist niveau gebracht moeten worden. Het vervangen van afgeschreven veldverlichting door ledverlichting draagt goed bij aan een schoner milieu, simpelweg omdat ledverlichting heel duurzaam en milieuvriendelijk is. Al met al redenen genoeg om akkoord te gaan met het verstrekken van het krediet. CDA gaat akkoord met het voorstel, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik wou dat ik het heel spannend kon gaan maken op het moment maar ik kan hier eigenlijk wel heel kort over zijn. Helder stuk, goede investering in onze buitensport en D66 is akkoord met het krediet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Ik volg de anderen in hun constatering en ik hoop dat wij uw stand, geachte nieuwe wethouder, kunnen volgen op de scoreborden de komende tijd. En succes ermee. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja, ook welkom. Sport is belangrijk, goed ook om te lezen dat we rubber vervangen door kurk, en wij zullen akkoord zijn. De voorzitter: Dank u wel. Iedereen gehad? Nee, mijnheer Van den Raadt, Trots Haarlem.

De heer Van den Raadt: Ja wethouder, wij zijn natuurlijk ook hartstikke blij met uw wijselijke besluit. Uw voorganger en die voorganger daarvoor, die twijfelen nog weleens eraan maar u ziet het toch heel helder, kurk is het beste infillmateriaal. Nou heeft u ook weer een fantastisch idee voor ledverlichting en in uw vorige rol, ja, dat moet ik natuurlijk niet, dat doe ik nog maar één keer, daarna ga ik het nooit meer doen, maar in uw vorige rol als raadslid van het CDA was het CDA altijd heel groot voorstander samen met Trots om lokaal aan te besteden. Ziet u nog een kans dat u die ledverlichting aanbesteed en dat lokale deelnemers daar ook kansen voor maken? De voorzitter: Dank u wel. Nu wel iedereen gehad? Dan gaan we naar wethouder De Raadt, gaat uw gang. En welkom ook namens de voorzitter. Wethouder De Raadt: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, allereerst dank dat ik hier mag zijn en dank voor de complimenten over het stuk, die ga ik natuurlijk direct doorgeven, dat begrijpt u. Ik heb drie vragen gehoord in totaal. De eerste vraag, de timer op de nieuwe ledverlichting van Jouw Haarlem. Die kan ik direct positief beantwoorden, die zit er inderdaad op. Dan de tweede vraag, die gaat, was van de ChristenUnie.

Ja, wanneer, ja, het wijkt wel ietsje af denk ik van het huidige onderwerp waar we het nu over hebben, het is echt een, dit gaat echt over de vervanging van de velden en dat wordt ook in overleg met de clubs gedaan. Dus alleen als het inderdaad noodzakelijk is en de velden gewoon gebruikt worden dan worden die natuurlijk de toplagen vervangen, anders niet. Ja, voor de exacte cijfers die we hanteren voor de clubs, ja, daar kan ik nog wel op een later moment op terugkomen als u dat wenst. De voorzitter: De heer Linder, ChristenUnie.

26

De heer Linder: Ja, het gaat me vooral daarom dat sommige clubs die lopen echt gewoon drastisch terug met leden, waar de vraag is: in hoeverre wil men nog zo veel investeren daarin als er toch eigenlijk relatief dan niet zo veel gebruik gemaakt wordt? Is daar ‘…’ een grens of niet? Wethouder De Raadt: Nou, ik kan u in ieder geval verzekeren dat er bij de vervanging wordt er altijd gekeken of het juist is om te doen, of het ook noodzakelijk is en dat het nut heeft. Is er inderdaad sprake van teruglopende leden, dat gebeurt helaas inderdaad wel bij een aantal clubs, dan worden de velden bijvoorbeeld ook omgebouwd. Zo is er recentelijk een voetbalveld omgebouwd tot een beachvolleybalveld. En dan inderdaad de laatste vraag van de ledverlichting van Trots. De ledverlichting dat, daar is echt wel een flink bedrag mee gemoeid dus daar zijn wij helaas verplicht om dat Europees aan te besteden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, nog één vraag nu naar aanleiding van de vorige discussie. Dan wordt er dus nu in het hoogtepunt van de corona-ellende gekeken of een club teruglopende leden heeft, is het handig dat we daar een soortement buffer voor gebruiken en dat we niet nu zeggen van god, jij hebt minder leden, weg veld en we maken er wat anders van. Ik zou daar nog even wel een beetje coulant mee omgaan natuurlijk.

Bent u dat met me eens? Wethouder De Raadt: Dat ben ik natuurlijk met u eens, en als laatste heb ik ook nog goed nieuws voor u want ik krijg net binnen dat de lokale partijen worden wel ingezet voor de toplaagrenovatie van gras en gravel. De voorzitter: Nou, dat is heel mooi. De heer Van den Raadt: Ik vind u nu al de beste wethouder van Haarlem. De voorzitter: En dat binnen vijf minuten hè, ongelooflijk. Oké, nou dan, ja, ik heb eigenlijk alleen maar akkoord, akkoord, akkoord gehoord, dus we gaan deze als een hamerstuk naar de raad brengen ook en ik dank u voor uw bijdrage, wethouder. Eetpauze De voorzitter: En dan gaan wij volgens mij nu een eetpauze houden. Dan zie ik u over, om half acht weer terug alstublieft. 8.

(Vaststellen van) het ‘Actieprogramma Verbinden en Versterken in de aanpak van huiselijk geweld Kennemerland 2021-2024 (JB) De voorzitter: Zo, goedenavond. Ja, we zijn weer terug bij de commissie Samenleving. We gaan door naar agendapunt 8, dat is het Actieprogramma Verbinden en versterken in de aanpak van huiselijk geweld Kennemerland 2021-2024.

8.3 Achtergrondinformatie tbv Actieprogramma Verbinden en versterken in aanpak huiselijk geweld De voorzitter: En op verzoek van GroenLinks Haarlem en met instemming van de commissie zijn stukken ter bespreking toegevoegd die bij de behandeling van dit agendapunt betrokken worden als achtergrondinformatie. En dit zijn het collegebesluit, het vaststellen van het Actieprogramma Verbinden en versterken in de aanpak van huiselijk geweld Kennemerland, het rapport Multidisciplinaire aanpak ++, en

27

tenslotte een factsheet en het rapport Kwestie van lange adem van het Instituut Verwey en Jonker. Het actieprogramma is reeds vastgesteld door het college en nu GroenLinks dit stuk heeft geagendeerd wil ik graag GroenLinks het woord geven. Mevrouw Klazes, gaat uw gang. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel voorzitter. Er was wat onduidelijkheid over de agendering, waarom is dit nu weer geagendeerd, we hebben dit toch al vastgesteld? Even voor alle duidelijkheid voor ook van de leden van deze commissie: op dit moment vind ik met toename van huiselijk geweld, het geweld achter de voordeur, vind ik dit onderwerp zo urgent en zo belangrijk dat ik heb besloten om, misschien een beetje erin gefrommeld, maar om dit op dit moment te agenderen, dus vandaar. Mijn stuk, ik zal u even waarschuwen, is behoorlijk extensive, maar heb geduld, het komt allemaal goed. Vorige week was ik met een aantal van u aanwezig bij een bijeenkomst waar aandacht werd gevraagd voor geweld tegen vrouwen. Een van de sprekers was Abbie, een schrijver en een acteur, hij is opgegroeid in een gezin met een gewelddadige vader. Hij las bij de bijeenkomst een stukje voor uit zijn boek dat hij schreef over zijn jeugd. Hij omschreef wat zijn vader deed met zijn zusje toen zij te laat was thuisgekomen. Abbie is van bovenaan de trap getuige van wat er gebeurt in de keuken.

Ik citeer, verkort weliswaar, uit zijn boek: hij hield de voet van Latifa, zijn zusje, stevig vast en drukte de vleesspies die hij verhit had in de gaspit van het fornuis tegen haar wreef. Zij krijste het uit, er kwam rook boven haar voet uit die zich binnen een paar tellen verspreidde door de ruimte. De geur van verschroeid vlees. Uit de muren klonk een hard gebonk waarvan hij schrok, de vader dus in dit geval. Ophouden, of ik bel de politie, schreeuwde de buurman. Einde citaat. De buurman heeft overigens nooit die politie gebeld. Dan lees ik de tekst uit het voorliggende document. Ik citeer wederom: bij de uitwerking van deze twee doelstellingen zijn zes concrete activiteiten benoemd voor dit jaar. De gemeente en de betrokken ketenpartners voeren samen met de projectleider Geweld hoort nergens thuis deze acties en activiteiten uit. Zo hebben de eerste trainingen voor gefaseerd samenwerken voor veiligheid, de leerlijn, plaatsgevonden en werken we nu aan de borg van deze samenwerking, de implementatielijn. Deze visie en werkwijze vormt de kern van de regiovisie en het programma Geweld hoort nergens thuis. Einde citaat.

En dan vraag ik mij af: hoe is Latifa hier precies mee geholpen, en zou de buurman de politie na het lezen van dit beleidsstuk nu wel hebben gebeld? Ik twijfel op geen enkel moment aan de intenties van de wethouders uit de regio, maar ik vrees dat de intimiteit van een huishouden in direct conflict is met een beleidsmatige en procesmatige aanpak. De conclusies uit het rapport over MDA++ bevestigen dit. Een paar punten uit dat rapport, de inschatting van de veiligheid van vrouwen klopt vaak niet. Er is vaak handelingsverlegenheid bij professionals, er is onwetendheid bij professionals over het bespreken van het thema, onduidelijkheid is er ook over de regierol, ook hier is één gezin, één regiehouder noodzakelijk. Er wordt te weinig met de kinderen gesproken terwijl zij expliciet aangeven betrokken te willen worden bij het proces van signalering tot aan evaluatie. Ik ben blij dat dit rapport nu eindelijk voorligt, ik heb een aantal malen om gevraagd en het is wat mij betreft scherp en verfrissend van toon. Ik heb ook gebeld met iemand in het lokale veld, zij benadrukte het belang van het vertrouwen van de slachtoffers in de hulpverlener, pas dan kan er echt een traject gestart worden. Eenop-een-gesprekken, tijd en geduld, aandacht en moed, dat is er nodig.

Dat lijkt mij een mooie rol voor het CJG die deze taak al deels op zich neemt wat betreft de vertrouwensrol, maar die wat mij betreft verder uitgewerkt zal mogen worden. Maar wie schetst mijn verbazing, en misschien heb ik het verkeerd gelezen, we hebben het er net even kort over gehad, dat er afgelopen dinsdag is besloten in door dit college om uitgerekend het jongerenteam op te heffen per 2022, dus dat gedeelte van het CJG wat deze rol van vertrouwenspersoon om dit allemaal bloot te leggen zou kunnen vervullen, terwijl daar deze expertise belegd zou kunnen worden. Dus een vraag aan de wethouder of het klopt dat die rol is opgeheven voor het CJG en waarom dit dan gebeurt en wat hij hier eigenlijk van vindt, want ik ken de wethouder als iemand die ook zeer nabij de materie staat en het lijkt mij dat juist deze rol van het CJG, dat ook de wethouder begrijpt dat dit misschien wel een oplossing zou kunnen zijn om dit onderwerp echt dicht bij de bron en lokaal goed aan te

28

kunnen pakken. Tot slot, mishandeling en misbruik is niets minder dan een trauma, een trauma dat zich herhaalt van generatie op generatie. En ik zou graag zien dat de behandeling van de slachtoffers gericht is op het behandelen ook van dit trauma. EMDR is niet zaligmakend als therapie, maar er zijn wel hele goede resultaten geboekt, ook bij kinderen en ook bij jongeren, en dit mag wat mij betreft vaker ingezet worden en ik ben benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt en of hier misschien, of dit is opgenomen in de plannen. Nou, dat wil ik graag van de wethouder weten. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: We hebben het over het Actieprogramma Verbinden en versterken in de aanpak van huiselijk geweld. Goed dat in de uitwerking van dit actieprogramma om huiselijk geweld aan te pakken de nadruk ligt op signaleren, duiden en handelen. Tijdens de bijeenkomst waar Ziggy ook vorige week was, vorige week in het kader van Orange The World, werd de noodzaak van het signaleren van huiselijk geweld pijnlijk duidelijk. Tijdens deze bijeenkomst werd ook aangegeven dat huiselijk geweld niet alleen schadelijk is voor het slachtoffer maar ook voor de kinderen die getuige zijn van de mishandeling, en dat het jaren kost om van dit trauma af te komen omdat men op dat moment geconfronteerd wordt met onmacht en schuldgevoel.

Deze aandachtsprogrammapunten lees ik terug in het actieprogramma. Degene die in een gewelddadige huiselijk situatie verkeert is vaak niet in staat om hulp in te schakelen. Daarom is het zaak om goede voorlichting te geven hoe je huiselijk geweld kan melden. Bijna de helft van de kinderen krijgt geen hulp. Belangrijk is het daarom om aan alle inwoners van Haarlem duidelijk te maken hoe en waar je kindermishandeling kan melden en dat dit anoniem kan. Volgens mij heb ik de vorige keer dat we dit bespraken in de commissie al aangegeven dat er continu gecommuniceerd moet worden hoe je kan melden en wat er daarna gebeurt, en wat iemand in de tussentijd kan betekenen voor het gezin. Wethouder, ziet u kans dit in gang te zetten en te houden? De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms-Van der Meer: Dank u, voorzitter. Geweld hoort nergens thuis, ook niet in Haarlem. Door het uitgebreide actieprogramma wordt duidelijk hoe veelomvattend huiselijk geweld is. Er zijn drie actielijnen uitgezet waarvan de eerste is dat huiselijk geweld eerder en beter in beeld komt. Door mijn werk in de jeugdzorg kom ik regelmatig een groot probleem tegen, dat is angst voor de bemoeienis van de jeugdzorg. Ik zal een recent voorbeeld noemen. Een ex-partner accepteert een scheiding niet, is boos en komt regelmatig ruzie maken met zijn ex-partner waar de kinderen bij zijn.

De moeder wil niet dat de buren de politie bellen dus haalt ze de boze ex naar binnen. Wanneer hij echter binnen is gaat de agressie door. De moeder gaat ook binnen de strijd niet aan omdat ze de kinderen wil beschermen tegen escalatie van de boosheid. De moeder doet geen aangifte omdat ze bang is voor de bemoeienis van de politie, jeugdzorg of Veilig Thuis. Veel moeders doen geen aangifte, vragen geen hulp van de politie en komen zo niet eerder en beter in beeld, want ze zijn net zo bang voor de bemoeienis van de jeugdzorg als ze zijn voor de agressie van de ex-partner. Dit was een voorbeeld, maar dit probleem komt dagelijks voorbij. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat moeders zich wel veilig voelen en tijdig hulp durven vragen? Daar is iets anders voor nodig dan hoe het nu ingericht is. Misschien is een laagdrempelige vrijblijvende hulpverlening de oplossing die de moeder met zorg en aandacht gaat ondersteunen totdat de moeder sterk genoeg is om uit de spiraal van geweld te komen. Wethouder, wat denkt u dat een oplossing zou kunnen zijn? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voorzitter. Kindermishandeling en huiselijk geweld komen het meest voor, ook hier in Nederland, en de cijfers zijn werkelijk schrikbarend. De aandacht voor dit thema in deze commissie

29

lijkt me dan ook heel helder dus het lijkt me ook heel goed dat dit weer is geagendeerd vanavond. Ja, ik zat zelf ook bij die bijeenkomst, ook met Abbie erbij, en nou ja, ik kan ook vertellen dat ikzelf ook uit zo’n gezin kom. En bij ons was er ook niemand eigenlijk die signaleerde. Er was niemand die belde, die ingreep. Ja, en hoe dan verder? En mijn familie greep zelf eigenlijk ook niet in, het was op een gegeven moment mijn moeder die dacht: het is een keer klaar. En zij had de moed om te zeggen van nou is het genoeg en ik gooi hem eruit. En ja, ik kan niet helemaal uitleggen wat er dan op een gegeven moment nog met je gebeurt want je groeit op, er gebeurt heel veel met jou, het verziekt ook een hoop relaties die je later in het leven aangaat. En dan denk ik ja, oké, dan hebben we zo’n actieprogramma. Komen we hiermee goed uit de voeten? Gaat dit het helpen om dat bewustzijn te creëren van meldt het, vertel je verhaal. En die handelingsverlegenheid ook bij mensen. Ja, misschien moet ik me er toch niet mee bemoeien want ja, ik wil ook geen gedonder met de buren. Ja, misschien ga ik nu uit van mishandeling thuis maar is het toch minder wat er aan de hand is. Het is altijd een inschatting die mensen maken, en het is van zulk wezenlijk belang dat dit altijd top of mind blijft.

Ja, en ik schrik dan wel eigenlijk in dat stuk bij risico’s en kanttekeningen dat mogelijk de landelijke financiering van dit programma voor Geweld hoort nergens thuis ophoudt. Het advies wordt gegeven aan het nieuwe kabinet, ja, zet het door. Of dat zo gebeurt is nog maar de vraag natuurlijk, het nieuwe kabinet is er nog altijd niet. Hoe dan verder? In het stuk staat dan ja, het programma wordt dan op een lager pitje gezet. Wat betekent dat en wanneer hebben we daar dan meer duidelijkheid over? Moeten we hier meer geld voor gaan vrijmaken, want dan gaan we dat doen. Moeten we met een voorstel komen voor de kadernota, ook goed. Maar laten we het wel vooral blijven doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel. Ja, ik word een beetje stil van de laatste bijdrage en ik denk dat we dat ook moeten worden van dit onderwerp want het is natuurlijk een gigantisch maatschappelijk probleem en eigenlijk een groot gedeelte van de mensen die in de hulpverlening terechtkomen zijn gewoon slachtoffer van huiselijk geweld. Het is eigenlijk de bron van een gigantisch leed wat er is bij mensen waardoor mensen vastlopen in hun leven. En daarom is het heel belangrijk dat we daar ongelooflijk goed mee omgaan, en als ik dit stuk lees dan word ik daar een beetje treurig van.

Want ja, er staat bijvoorbeeld in dat we beter moeten gaan samenwerken, ja, dat gaan we dus nu doen. Nou, dat klinkt als niet te vroeg. We lezen dat de sociale wijkteams worden bijgeschoold, maar ondertussen worden de sociale wijkteams in de huidige vorm ontmanteld en wordt er juist de fantastische combinatie aan verschillende disciplines die erin zitten, die wordt straks, die wordt straks, komt op straat te liggen, de vraag is of dat wel in deze vorm blijft bestaan. Ja, en dan zie ik allemaal acties staan en die waren allemaal in 2021, dus we stellen een actieplan vast waarvan alle acties al klaar zijn, of hoe staat het daar eigenlijk mee, wethouder, want ik lees alleen maar dingen die in oktober, december 2021 klaar moeten zijn. Wat gaan we dan volgend jaar doen? En als ik zie welk budget we er tegenaan gooien dan denk ik: de onderzoeken die hierbij zitten die kosten meer dan het geld wat we in het veld uitgeven. En mijn conclusie is: we moeten achter de deur kunnen komen, en dat is het hele punt. We kunnen van alles verzinnen hier, maar het grote probleem bij geweld is: de buren weten het, weten het al jaren, en als je gaat bellen met hulpverleners dan zeggen de hulpverleners allemaal van ja, ja, ja, nou, we proberen het wel. Maar ja, die mensen doen de deur niet open dus helaas, we kunnen er niks aan doen.

En het enige wat helpt is dat iemand de deur opendoet en desnoods met een koevoet, want dat is het enige wat helpt. De hulpverlening moet binnenkomen en dat gaat nog steeds goed. En wat hebben we daarvoor nodig? Daarvoor hebben we een gemeente nodig die de regie weer terugkrijgt, want we hebben de regie uit handen gegeven en daarom kunnen we eigenlijk vrijwel niks. En daarom zijn we ook helemaal niet tevreden met wat er nu voorligt en vinden we het helemaal geen goed plan en hopen we dat de wethouder snel met een beter plan komt.

30

De voorzitter: Dank u wel. De heer Yerden, PvdA. De heer Yerden: Dank u wel, voorzitter. Huiselijk geweld, ik ben vanaf 1995 bezig met het onderzoek huiselijk geweld in Nederland. Het is een groot maatschappelijk probleem, en ik als ik bekijk de afgelopen jaren, de bewustwording is belangrijk voor ouders, voor kinderen en voor de samenleving. En alle, iedereen heeft wel goede bedoeling, ouders ten opzichte van de kinderen, kinderen ten opzichte van hun ouders, maar ze weten het niet hoe ze met verschillende waarden en normen omgaan binnen het huis. En als we kijken naar actieprogramma huiselijk geweld, en het is een belangrijk onderwerp, de PvdA vindt dat het stelsel, systeemtheoretisch goed in elkaar zit. Het is altijd goed dat er wordt samengewerkt en er onderlinge afstemming plaatsvindt. Reeds eerder hebben wij gepleit voor monitoring. De grote vraag is wel of de uitkomsten van monitoren daadwerkelijk meer inzicht geven of alle doelstellingen, programma’s en acties een positieve bijdrage leveren aan de aanpak van huiselijk geweld in al zijn diversiteit. De beantwoording van de vragen over de invloed van de coronacrisis en dubbele anonieme meldingen bij de Veilig Thuis geven een somber beeld over de mogelijkheid van zinvolle monitoring. Voor het overige kan worden vastgesteld dat zowel de invloed van de gemeenteraad en de cliënten op het beleid minimaal is.

De PvdA-fractie pleit ervoor, de PvdA-fractie pleit er daarom voor zo veel mogelijk relevante besluiten voor te leggen aan de raad. Dit geldt ook voor de monitoring van het beleid in jaarlijkse rapportage. Welke toezeggingen mogen wij van het college verwachten? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: U zegt van, mijnheer Yerden, van leg het vooral voor aan de gemeenteraad, maar u noemt ook de cliënten of de mensen die ermee te maken krijgen. Hoe wilt u die daarin betrekken? De heer Yerden: Nou, er zijn ook de organisaties, daar moeten we wel met hen in, ja, in gesprek gaan, en zoals Veilig Thuis, die geeft ook bepaald beeld en ook een, we hebben ook wel aanpak huiselijk geweld. Nou, daar moeten we wel maatschappelijke organisatie daarbij ook betrekken en … De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, ook ik was bij afgelopen week bij Orange The World en dit soort verhalen die mensen vanuit hunzelf vertellen, dat komt altijd nog meer aan dan een stuk dat gewoon hier als een nota voor je ligt. Iedereen heeft recht dat je je veilig voelt, zowel thuis als in je buurt.

En als je te maken hebt met huiselijk geweld moet je inderdaad ergens terechtkomen waar dat kan, maar snap ook als je je niet veilig voelt, is het altijd moeilijk om uit die bubbel te stappen en dan ergens te zeggen dat je je niet veilig voelt. Dat is een enorme grote stap en dat zich heel erg in je waar je dan uit moet komen. Dus er ligt nu wel een plan wat we allemaal moeten gaan doen of wat we willen gaan doen of wat misschien handig is om te doen, maar wat ik niet lees is welke zaken nou werkelijk geleid hebben tot minder geweld, zowel in de buurt als in huishouden of wat je dan ook maar noemt. Want dat soort dingen die kan je dan verder uitbreiden en kan je nog meer inzetten en daar kan je dan duidelijk je geld op inzetten om te zorgen dat dat geweld ergens stopt. En dat is ook wel lastig, maar dan ben ik het wel met mijnheer Yerden eens van ga nou monitoren, evalueer jaarlijks welke zaken, welke stapjes eigenlijk het best effectief zijn om te komen dat we zo min mogelijk geweld bij ons krijgen. En verder, ja, ik hoop ook dan inderdaad dat de financiering rond blijft want het is een van de ergste dingen die we in onze omgeving hebben, ook in Haarlem, het is in Nederland maar ook in Haarlem, en als we die financiering niet meer rond kunnen krijgen dan hebben we inderdaad met elkaar een probleem dus ik hoop dat u ons daar ook van wilt overtuigen dat dat goedkomt. Dank u wel.

31

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja. Ook ik ben even sprakeloos van het verhaal van Meryem Çimen en ik denk dat er heel veel vrouwen zijn, en die spreek ik ook regelmatig, die soms niet eens in de gaten hebben dat ze met huiselijk geweld te maken hebben. Voor hun is huiselijk geweld een klap, maar soms is huiselijk geweld ook dat je helemaal niks krijgt financieel of dat je niet naar buiten mag of dat je niet je eigen keuzes kan maken. En ik spreek zulke vrouwen vaak. Ze zijn bang, vaak. Ze hebben vaak ook bemoeienis van schoonouders die of met de opvoeding of met de levensstijl zich mee bemoeien. Tegelijkertijd beseffen ze ook wel dat het niet kan zoals zij leven, alleen ze weten niet welke stappen ze moeten nemen omdat ze niet bekend zijn of omdat ze bang zijn of verhalen hebben gehoord van jeugdzorg pakt mijn kind dan af. Maar ook weten ze niet waar ze terecht moeten, soms spreken ze de taal niet. Overal waar ze naartoe gaan gaat dan schoonfamilie mee of een ander familielid, hoe vertel je dan in het Nederlands dat jij thuis wordt mishandeld? En wat ook dan belangrijk is … De voorzitter: U hebt een interruptie van de heer Yerden. De heer Yerden: Ja, u heeft wel verteld dat vrouwen zijn slachtoffer, maar ik zo naar onderzoek kijk dan zijn er ook ouderen, kinderen zijn ook slachtoffer. Ook mannen zijn slachtoffer, hè.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12289320/1