CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Samenleving 2 december 2021

commissie Samenleving 13 januari 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 2 december (alleen naar aanleiding van)51.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

En ik had eigenlijk ook een beetje dezelfde vraag als de VVD: zou de wethouder kunnen praten met Ymere om te kijken of er in ieder geval voor de bewoners die daar weg willen een andere mogelijkheid is? Daarnaast ben ik benieuwd, we hebben heel veel mails gehad dat er niet goed geïsoleerd gaat worden en dat de isolatie alleen maar voor het pand beneden is en niet eigenlijk

65

voor tussen boven- en de benedenwoningen. En ik zou van de wethouder willen horen hoe het daarmee staat. En mijn tweede vraag is, ik wil graag weten: is er inmiddels toestemming vanuit Ymere? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja voorzitter, kijk. Trots Haarlem gokt dat we binnen nu en tien jaar tien keer zoveel daklozen zullen hebben. Dus we zullen daar wel goed mee om moeten gaan. En dat is op dit moment natuurlijk niet het geval. Die buurtbewoners die zijn overvallen, die komen hier elke week inspreken, totaal gedesillusioneerd na een tijdje want het heeft totaal geen nut. En als je de mensen spreekt, nou, dan complimenten. Want dat zijn toch wel echt bewoners en mensen die heel graag mee willen denken, ook niks tegen die mensen hebben die in dat pand komen te zitten, maar gewoon gezamenlijk daaruit willen komen dat het voor iedereen prettig is om daar te leven. Nou, dus het is helemaal prima eigenlijk. Dan zien we de wethouder die dan twee miljoen cadeau doet aan het Leger des Heils en dan zogenaamd voor tien jaar. Nou, dan zou ik denken: als je zoveel geld uitgeeft, dan weet ik wel hoe het gaat eindigen. Dan wordt het tien jaar plus tien jaar, dat hebben we natuurlijk ook bij de Domus Plus gaan we dat meemaken, dat wordt ook gezegd.

Het is voor 15 jaar, maar als dat er eenmaal staat dan gaat dat natuurlijk ook nooit meer weg. Dus als u dat nou toch al weet, wethouder, investeer dan gewoon goed. Wij zullen ook een motie indienen om gewoon die isolatie van die begane grond met de bovenverdieping goed te regelen. Dan zoekt u maar ergens nog even vijf ton extra of hoeveel dat u ook kost. Wij zouden graag willen zien die verbouwing van die deur, dat kost dan drie ton. We zouden graag een second opinion van zien van een ander bedrijf, want volgens mij wordt u gewoon in de maling genomen. Dat is misschien ook wel eens een keer goed dat dat bij u gebeurt, maar niet als het belastinggeld van de gemeente is. We hebben inderdaad voor die bewoners … De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, wat bedoelt u met in de maling nemen? Ik denk niet dat dat woorden zijn die u hier moeten geven richting de wethouder. De heer Van den Raadt: Ik zou niet weten waarom niet. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Van den Raadt: Ja, dat lijkt me het beste. Die mensen die daarboven wonen, daar zijn inderdaad 12 van de 14 die weg willen. Wij willen graag van u horen, anders komen we met een motie, dat we ook deze mensen een aanbod doen. We weten allemaal dat daarbij, hoe heet het, ook bij de Albert Heij en de Leidschevaart, daar staan zat appartementen leeg.

Die zijn misschien wel iets duurder, maar dan gaat u maar investeren. Dan kunt u daar al die mensen gezellig nog bij elkaar zetten, want het is een hechte club. Dat zou ook zielig zijn als die mensen allemaal verspreid moeten. Dan heeft u meteen het voordeel dat u dan al die bovenwoningen kan gebruiken als doorstroom, als van beneden kunnen ze doorstromen naar boven. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, u heeft anderhalve minuut. En ik denk dat er nog een onderwerp op de agenda staat die u ook wil bespreken. De heer Van den Raadt: Even kijken, contractaanvraag. Ja, dus we willen graag of u een second opinion doet, of u kunt beloven dat u die boel gaat isoleren met die plafonds, of u een overkapping wil gaan plaatsen of een unit, zodat die mensen daar gewoon een soort recreatieruimte hebben waar ze dan met een soort afzuigsysteem ook kunnen roken. En of u bereid bent om die mensen een andere woonruimte aan te bieden die daarboven wonen, zonder dat ze dan natuurlijk een huurverhoging krijgen.

66

De voorzitter: Dank u wel. Heb ik iedereen gehad? O nee, mijnheer Smit, OP Haarlem. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Mevrouw de wethouder, stel dat u niet de macht en de arrogantie van de coalitie gebruikt om dit erdoorheen te drukken. En stel dat u zich zou beseffen dat u hier een unieke situatie hebt van omwonenden en boven-bewoners die bereid zijn om de goede condities 18 benedenbewoners te mede-huisvesten. En als u ook zou beseffen dat u, en dat werd net al gezegd, de komende tijd nog veel meer van deze accommodaties moet creëren om mensen in de maatschappelijke opvang weer te krijgen naar een vorm van zelfstandig wonen. Dan zou ik toch met beide handen dit aangrijpen om hier een succes van te maken, zodat je aan heel Haarlem kunt laten zien dat je bij de volgende projecten echt luistert naar de Haarlemmers en dat de Haarlemmers het ook aandurven om zo’n project in hun wijk aan te gaan. Nee, het zullen en moeten er 36 worden. Van die 14 mensen boven is een groot deel overigens dat specifiek de huur is aangegaan 15-20 jaar geleden, omdat ze zelf met een persoonlijke situatie zitten waarbij rust heel belangrijk was. Die mensen moeten eigenlijk weg, anders raken die uit balans. Dus wat al eerder gezegd is, mevrouw de wethouder, hoop ik dat u echt bij Ymere uw positie gebruikt om mee te helpen daar.

Om waar dan ook mee te helpen, niet met de opmerking: ik heb die macht of mogelijkheid niet. U heeft massa’s macht en mogelijkheid, ook om er 36 mensen in te persen tot nu toe. U krijgt een motie van OP Haarlem om heel wijs het op 18 mensen te houden, niet 24. Ik zal het uitleggen, want als je iedereen een slaapkamertje geeft en een kantoorkamertje, dan heb je er 18. Als je er een wel een slaapkamertje geeft en geen kantoorkamertje en de andere wel, dat werkt ook niet. Dus gewoon 18. Dan heb je een plek waarin de wijk zegt en de boven-bewoners: we durven het aan. Desnoods nieuwe boven-bewoners. Maar we durven het aan. Je maakt er een stuk reclame voor in heel Haarlem van: kijk, wij kunnen dat voor Haarlem organiseren. Als je dan met een nieuw voorstel voor een andere plek komt, dan kun je een wijk proberen mee te krijgen. Nee, u probeert nu er een lading stennis van te maken tot en met rechtszaken, en dan straks Haarlem ervan te overtuigen dat als u weer een nieuwe plek nodig heeft en gevonden hebt, dat dat soepeltjes gaat. Nou, u heeft per definitie dan al een bak ellende. Ik vraag u nogmaals: zegt u akkoord 18? Zo nee, dan komt die motie er aan. Over de verbouwing, en dan komt die ook samen denk ik met Trots, want hij is al een keer ingediend. Maar nu hebben we meer wijsheid.

Ik hoop dat u ook bereid bent om te constateren dat er voor de bovenbewoners, en het is al een paar keer gezegd, in het totale plan van die 1,9 miljoen nu, er zitten veel Rijksgelden in maar het is wel smijten met geld, er nog steeds geen of te weinig isolatie zit voor de bovenbewoners. Het is in principe voor bewoonbaar maken van die 36. Er is ook geen oplossing voor de binnentuin, want u besluit maximaal vier inwoners tussen acht en acht. Dat is onzin, dat wordt niet gehaald, dat wordt niet gehandhaafd, dat is flauwekul, dat kan op een zomerse dag niet, op een voorjaars- of herfstdag ook niet. Dus er moet een vorm van overdekking komen, een vorm van hele speciale afzuiging, een aparte rookplek. Maar in ieder geval de geluidsoverlast voor de boven-bewoners is op dit moment in die 1,9 miljoen niet of nauwelijks aangepakt. Gaat u dat doen? En waarom heeft nu bijvoorbeeld de bewonerscommissie weer niet op tijd antwoord gekregen op vragen die gesteld zijn naar aanleiding van de totaalofferte? En geachte mevrouw de wethouder, dat hebben ook trouwens de omwonenden niet gehad met hun vragen. Waarom niet? En wanneer is bij de ambtelijke organisatie de opdracht de deur uit gegaan voor het maken van die totaalofferte? Hij was als ik het goed zeg 6 oktober binnen bij u, en dan moet u toch echt wel anderhalve maand eerder de deur uitgegaan zijn.

Wij hebben er niets van gehoord, de boven-bewoners hebben er niets van gehoord, niemand heeft er iets van gehoord. U legt het neer in de stijl van: en nu heb ik er zoveel geld in gesmeten, dus hup commissie en hup raad, zeg nu maar snel ja, want anders ben je de zaak aan het tegenwerken. Wij zeggen voorlopig geen ja, want wij vinden dat dit plan met zijn beperkingen sowieso al moet worden doorgenomen met de bewonerscommissie op zijn minst, eigenlijk ook gewoon met de omwonenden. En dat u dan, en dat is ook al gesuggereerd en ik vraag u dat ook, aan wil geven dat u bereid bent om uiteindelijk die kosten te maken waarbij de isolatie voor de boven-bewoners, de geluids- en rookoverlast, inderdaad niet meer aanwezig is. En

67

dan kijk ik even wat ik vergeten ben. Moment. Ja, en natuurlijk een hele belangrijke. Wil u toezeggen, anders zal ik daar een aparte motie van maken, dat dit project en dat geldt ook voor alles wat er straks in Haarlem komt, want anders gelooft niemand meer de politiek in zijn oprechtheid, dat dit project een zeven keer 24uurs begeleiding blijft houden. De groep is kwetsbaar, de groep kan veranderen. Het is voor tien plus jaren. Als Haarlemmers weten dat ze dit in hun buurt krijgen na het Anton Pieckhofje en weten dat het Leger des Heils of een andere organisatie die het doet er binnen de kortste mogelijkheden weer uit is. Heeft de volgende coalitie, nou ja de volgende, ik zou zeggen afspiegelingscollege, daar pleit ik voor, maar de volgende vier jaar heeft de hele gemeente daar een hoop gelazer mee met wat u nu onnodig loopt door te drukken. Want u bent nu aan het hinkelen, u gaat straks vallen en dan blijft u bij een volgend project bent u eigenlijk al gevallen. Ik hoop dat u dat wil beseffen, mevrouw de wethouder. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En ik meld alvast dat u anderhalve minuut nog heeft. Dan heb ik het maar gezegd alvast. Even kijken, hebben we iedereen dan gehad die iets wou zeggen? Ja, dan gaan we naar mevrouw Meijs. Wethouder Meijs: Dank u wel, voorzitter. Als eerste even op de OPH, als klein meisje kon ik heel goed hinkelen.

Ik heb het de laatste jaren niet meer gedaan, maar ik zal het morgen eens even uitproberen. Maar volgens mij was ik erg goed in hinkelbanen. Dit dossier, dat is … De heer Smit: Hinkelen is een vak. En als u dat zelf kunt maar misschien uw ambtenaren niet. Ja, dan gaan er toch mensen struikelen. Dus let op, ik waardeer het als u zegt: ik kan goed hinkelen. Maar dat is niet allesbepalend. Wethouder Meijs: Ik gebruikte uw beeldspraak, dat was toch overduidelijk. De heer Smit: Bij mij denk ik ook, mevrouw de wethouder. Wethouder Meijs: Oké. De basis voor deze voorziening is al enige tijd geleden met u gedeeld. De basis van deze voorziening, niet op deze locatie maar een locatie, is eigenlijk al opgenomen in het plan brede aanpak dak- en thuisloosheid. Daar hebben wij toentertijd ook vijf miljoen van de overheid voor gekregen om uitvoering aan te geven. En in die aanpak hebben wij gezegd dat wij een extra tussenvoorziening voor de maatschappelijke opvang willen realiseren voor onze cliënten daar. Het heet niet voor niets dit stuk heet doorstroommogelijkheid. Doorstroommogelijkheid voor mensen die uit de maatschappelijke opvang gaan, klaar zijn om terug te keren naar de maatschappij, maar nog net een laatste zetje nodig hebben, nog net een laatste proef op de pudding voor het zelfstandig bewonen.

Ik heb de afgelopen periode veel rondgelopen daar, regelmatig rondgelopen daar, gesproken met mensen, ook met de boven-bewoners maar ook met cliënten zelf. En de laatste keer dat ik daar was sprak ik ook iemand en heb ik hem ook echt letterlijk gevraagd: bent u tevreden hier over de grootte van de kamer, over de begeleiding, over de omgeving en waar u nu gehuisvest bent, zonder dat er verbouwd is. En deze jongeman, afkomstig uit de locatie van de tijdelijke voorziening Raaks, was zeer tevreden en heel erg blij. Hij zei: we zitten hier gewoon met elkaar te oefenen voor straks. Ik hoop dat ik binnen een halfjaar door kan stromen naar een zelfstandige woning en ik ben uitermate tevreden, zeer relaxt nu. Hij werkt, hij vertrekt ’s morgens vroeg, komt ’s avonds laat thuis, eet, doet zijn ontspanning, gaat slapen en gaat de volgende dag weer naar zijn werk. Deze voorziening, de WMOvoorziening, betekent dat mensen daar … De voorzitter: Wethouder, u heeft een interruptie van mijnheer Van den Raadt.

68

De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik snap niet helemaal waarom we dit verhaal krijgen. Want we hebben nooit gezegd dat die mensen daar beneden niet gelukkig zijn. We willen gewoon dat die mensen daarboven ook gelukkig zijn. Wethouder Meijs: We hebben met elkaar deze tussenvoorziening heel duidelijk op het netvlies dat deze mensen hier tijdelijk wonen en dus met een paar maanden doorstromen. U en ik weten dat de woningmarkt op dit moment in grote crisis is, dat die doorstroming niet vanzelf gaat. Ik kan niet alle oplossingen tegelijk bieden, maar dat we hier een tekort hebben aan een doorstroomvoorziening zoals deze, dat is duidelijk. Dat heeft toentertijd ook in de brede aanpak van dak- en thuislozenzorg gestaan en hebben we ook met elkaar afgesproken. Het tweede kader, basiskader, waar we hier mee van doen hebben is het Haarlemse niemand slaapt op straat. Het moment dat wij dat met elkaar hebben afgesproken hebben we met elkaar de zorg voor een zeer kwetsbare groep. Een zeer kwetsbare groep die niet in staat is voor zichzelf op dat moment voor een dak boven hun hoofd te hebben. Om dat kader ruimte te bieden of in te vullen hebben we niet alleen deze doorstroomvoorziening, maar hebben we onze maatschappelijke opvang, we hebben contigentregelingen, we hebben Perron 18 voor de jongeren. We hebben Onder de Panne, dat mensen bij particulieren thuis kunnen wonen.

We hebben in verband met de corona gezorgd dat er allerlei opvang was. De Beinushal, passagiersschepen gehuurd en op dit moment het Jookshotel. Ik zal de laatste zijn die zal zeggen dat het makkelijk is, zeker niet. Het is waanzinnig ingewikkeld om A, een locatie te vinden, B, om deze locatie goed in te richten, en C, om daar commitment van iedereen van te krijgen. Ik zal de laatste zijn die zal zeggen dat dat makkelijk is. Maar ik heb alles gedaan in mijn beste vermogen om te zorgen dat iedereen, iedereen die hiermee van dienst is, dus hier een bemoeienis mee heeft, dat is dus zowel voor de cliënten, dat is zowel voor de bewoners boven als voor de omwonenden, om goed te kijken wat ieders belang is en gewikt en gewogen. Er is kritiek geuit op de communicatie en dat dat zo dropsgewijs gefaseerd eigenlijk tot u is gekomen of gefaseerd tot de bewoners is gekomen. De bewoners van het Anton Pieckhofje zijn al vanaf december 2020 betrokken geweest via Ymere op het moment dat Kennemer Hart daaruit trok. Zij hebben direct een bewonerscommissie ingesteld, daar heeft u regelmatig de briefwisselingen of insprekers van gezien, en hebben hun betrokken bij de plannen. En hebben hun ingelicht bij de plannen wat er aan nieuwe voorzieningen zouden komen. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Van den Raadt. U heeft nog maar 30 seconden geloof ik, hè.

De heer Van den Raadt: U zegt dat u er alles aan gedaan heeft. Betekent dan dat u er niks meer aan gaat doen extra’s? U wil niet meer geld uitgeven voor isolatie en dat soort zaken? Wethouder Meijs: Volgens mij was ik nog volop bezig met mijn betoog. De voorzitter: Mijnheer Smit. De heer Smit: Vindt u dat de huurderscommissie, de Waakvlam, dat die eigenlijk een onzinbrief geschreven heeft? Wethouder Meijs: Daar ben ik me van bewust, ja zeker. Ik heb ook met de bewonerscommissie gesproken. En wij hebben regelmatig overleggen. We hebben al vanaf de zomer overleg met de bewonerscommissie.

69

De voorzitter: Wacht even, nou snap ik het niet. Er is een interruptie, ze heeft nog niks gezegd de wethouder en opeens komen er twee interrupties bij. Ik wil ook een beetje matigen met interrupties op de wethouder, ze is nog even met haar verhaal bezig. Wethouder Meijs: De bewonerscommissie is ingesteld samen en ondersteund door Ymere. Dus alle vragen die hier vanavond gesteld werden over: bent u bereid om of heeft u invloed op? Ymere is de eigenaar van het pand en Ymere is ook verantwoordelijk voor de inwoners van het pand. Zij zijn in overleg met elkaar, zij, en dat wil ik echt met name terugduwen, Ymere heeft daar de verantwoordelijkheid in. Wij hebben steeds altijd gezegd: we luisteren naar u, we kijken wat we kunnen regelen voor u. En daar is onder andere nu de nieuwe entree als mogelijkheid onderzocht en ook gehonoreerd, wat ons betreft. De voorzitter: Nu even een interruptie. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Wat een flauwekul, wethouder. Ten eerste, u zegt: we hebben altijd overlegd. Kom op, we hebben keer op keer hier gehoord wat uw overleg was. Eenrichtingsverkeer, niet luisteren naar de mensen. En tweede dat u zegt van: Ymere is verantwoordelijk. Dat is ook flauwekul. U zet er nieuwe bewoners in, u gaat het verbouwen en nu zegt u: ik kan er niks mee doen. Wethouder Meijs: Ik zeg dat de verantwoordelijkheid bij Ymere ligt. Ik zeg niet dat ik er niks mee kan doen.

Mevrouw Özogul: Maar u wil ook niet praten. Wethouder Meijs: Ik spreek regelmatig met iedereen en ook met Ymere. Maar Ymere is de verantwoordelijke voor het plaatsen of herplaatsen. Als mensen daar … Ik heb u ook gehoord en ik heb ook de insprekers gehoord en ik heb ook de bewonerscommissie gehoord dat 12 van de 14 mensen aangegeven hebben dat ze zouden willen vertrekken. Dat is aan Ymere om dat in te schatten en dat ook te verzorgen. We hebben duidelijke afspraken met Ymere daarover. Mevrouw Zoon: Als ik de wethouder nu hoor, dan is Ymere verantwoordelijk. Waarom zit Ymere dan hier niet aan tafel? Waarom spreken we niet met Ymere? U bent verantwoordelijk, u bent verantwoordelijk om daar die boel op orde te krijgen. En u stuurt dan ook Ymere aan, dat is ook wat mijnheer Smit van OPH zegt en mevrouw Özogul. U bent verantwoordelijk, u zit aan het stuur en u moet het regelen. En niet afschuiven op Ymere, dat is echt flauwekul. Wethouder Meijs: ik ben verantwoordelijk voor de verbouwing. En we hebben ook afspraken gemaakt met Ymere over die verbouwing. Ymere is en blijft de eigenaar en is bereid geweest om deze woningen voor langere periode casco aan ons te verhuren. U heeft zeven bijlages gekregen, zeven bijlages. Zeven bijlages waarbij u inzage heeft gekregen vertrouwelijk over hoe deze verbouwing plaats gaat vinden. Dat gaat onder onze verantwoordelijkheid, van de gemeente.

De zes woningen, in totaal 36 slaapplaatsen die door het Anton Pieckhofje op dit moment gevormd zijn, zijn als beschutte woonomgeving die het hofje rond deze gezamenlijke binnentuin vormt. Bij uitstek geschikt voor de tussenvoorziening. Ik heb heel goed gehoord dat men overlast ervaart via de tuin. Daar hebben we afspraken over gemaakt met de partner, Leger des Heils, die hierop toeziet. Van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds … De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Van Kessel, VVD.

70

De heer Van Kessel: Ja, dat gaat nog over dat punt over de invloed die deze wethouder wel of niet zou hebben richting Ymere. Is deze wethouder zich bewust dat zij ook wethouder wonen is en dat zij ook vanuit die hoedanigheid bij Ymere, laat ik het zo zeggen, dat er heel goed naar geluisterd wordt. En op het moment dat haar woorden richting Ymere worden uitgesproken, dat dat heel veel waarde heeft. Misschien wel meer waarde dan de woorden van ons hier allemaal bij elkaar. En de vraag eigenlijk is of zij bereid is, want dat was de vraag, om haar invloed in te zetten richting Ymere om te bemiddelen voor die 12 van de 14 bewoners die graag toch naar een andere plek willen. Wethouder Meijs: ik ben bereid tot alle gesprekken. Maar ik ben niet bereid om daarin te bemiddelen, omdat dat geen verantwoordelijkheid voor is. Ik ben in mijn verantwoordelijkheid als wethouder wonen verantwoordelijk voor prestatieafspraken. Ik ben verantwoordelijk voor een goed overleg daarover. Maar ik ben niet degene die daarover gaat. Het zijn bepaalde randvoorwaarden en dat is echt aan Ymere, dus ik wil dat echt daar laten.

De benodigde verbouwing wordt zowel redelijkerwijs, als antwoord op uw vragen, mogelijk tegemoet gekomen aan de wensen van de omwonenden als aan de wensen van de boven-bewoners, als ook het mogelijk maken om deze bewoners, de nieuwe bewoners, daar op een goede manier te kunnen ontvangen. Daarvoor zijn ook de verbouwingen. Maar daarvoor zijn ook, zoals ik u al volgens mij de vorige keer heb gezegd, dat de akoestische aanpassingen die noodzakelijk zijn al eigenlijk reeds van tevoren zijn aangepast. Wij gaan al bij de basisverbouwing nemen wij al maatregelen om de akoestiek te verlagen. Het akoestisch onderzoek wijst uit dat het eigenlijk helemaal niet noodzakelijk is. Dus wij doen plusdingen, wij doen extra dingen. De vraag van de bewoners boven en zoals ik hier zonet heb gehoord van u ook om ook het plafond aan te pakken gaat way beyond alles, echt waar. Dat is niet meegenomen als noodzakelijke voorwaarden in het akoestisch onderzoek, dus dat is echt nog een surplus op de berekeningen die we hier nu hebben. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van mijnheer Smit, OP Haarlem. De heer Smit: Mevrouw de wethouder, u zegt dat de woningen beneden bij uitstek geschikt zijn. Dat waren ze voor 36 zorgbehoevende ouderen. Mensen die geen lawaai en geluid maken. Ze zijn voor twee miljoen nog steeds niet geschikt voor uw 36 mensen uit de doelgroep.

Dus u moet niet zeggen dat ze bij uitstek geschikt waren. U probeert nu uit te leggen dat een aantal investeringen niet gebeuren, maar dat er al twee miljoen wordt uitgegeven om ze in ieder geval voor een gedeelte geschikt te maken. Dus bij uitstek geschikt, dat komt er bij ons niet in. Wethouder Meijs: Als antwoord nog op: in hoeverre bent u met Ymere in gesprek en heeft u een akkoord met Ymere? Wij zijn vanaf het begin in gesprek geweest met Ymere om het duidelijk te maken dat zij als eigenaar ons ook toestemming moesten geven om die verbouwing te hebben. Uiteindelijk hebben ze daarmee ingestemd. Ze hebben ook ingestemd met het verplaatsen van de voordeur naar de achterdeur, naar de nieuwe ingang. Mits, want het is niet zomaar een simpele verbouwing. Het is niet zomaar de deur openzetten. Het is ook een wijziging in de gevel, ik moet het even oplezen, het is een wijziging in de gevel van de nieuwe entree die ook vergunningsplichtig is en die moet nog getoetst worden. Maar als daar groen licht op is, dan gaan zij natuurlijk mee en dan gaan zij akkoord. Maar dat is een toetsing die nog uitgevoerd moet worden en ik hoop dat dat ook snel zal gebeuren. En ik zal u daarvan op de hoogte houden als die toetsing binnen is. Maar er moet een nummerwijziging plaatsvinden en er moet een adreswijziging plaatsvinden. De voorzitter: Mevrouw Çimen, D66.

71

Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht: ik probeer toch nog heel even de wethouder ook uit te laten praten. Ik snap de druk op die maatschappelijke opvang en ik snap dat u staat voor die doelgroep die ook naar zo’n doorstroomvoorziening moet. Maar ik hoor echt heel weinig over de belangen van de bestaande bewoners. En die bestaande bewoners die boven nu eigenlijk al gewoon zeggen van: jongens, verplaats me maar gewoon, want ik trek dit gewoon niet. Dus is er op enig moment ook bij u het idee: misschien moet ik mijn plan bijstellen, want ik jaag het halve Anton Pieckhofje hier weg met mijn plan. Met alle goede bedoelingen van dien, hè. En tegelijkertijd dan ook over die deur. Is een mogelijke uitkomst in het voorjaar van 2022, wanneer u al begint aan de verbouwingen die al zijn goedgekeurd door Ymere, dat Ymere dan opeens in februari zegt: nee, we gaan die deur toch niet doen. Maar we hebben al wel een half miljoen vertimmerd. Wethouder Meijs: Dat is uitgesloten. De voorzitter: U heeft ook nog twee minuten. Wethouder Meijs: Dat is uitgesloten. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dus even. Het moet getoetst worden, het is uitgesloten dat de verbouwingen dus nog niet gaan beginnen voordat er uitsluitsel is over die deur? Wethouder Meijs: Nee, wat ik u zeg, kijk, er zijn twee verbouwingen aan de gang.

Dat is de verbouwing om als geheel de zaak aan te pakken en er is een verbouwing gevraagd van het verplaatsen van de entree. Die entree, daar zijn we met Ymere over in gesprek gegaan en zij hebben daar toestemming voor gegeven, mits daar ook een vergunningsstelsel aanhangt. Nou, dat heeft niet Ymere gezegd, dat hebben we zelf onderzocht om te kijken of we dat konden verplaatsen. Het is niet zomaar het openen van een branddeur. Dat wordt afgesteld, nou ja, er wordt gezegd dat dat een simpele operatie is, maar dat is het niet. Het is een branddeur, daar moet een vergunning voor aangevraagd worden om die te openen, om die als nieuwe voordeur te maken. Dat is wat ik zeg. Het moment dat daar groen licht voor is, dan gaan we beginnen. En Ymere heeft dat ook natuurlijk als voorwaarde gesteld, want zij zijn en blijven de eigenaar van dat gebouw. Dus zij zullen natuurlijk nooit toestemming geven als daar niet een go op is. Even onder ons, we zijn al vanaf juni hierover in gesprek, we hebben een offerte binnen van de aannemer en zij kunnen starten zodra zij ook tijd en geld hebben. Of tijd hebben en de go van ons hebben. Wij als college hebben dit voorgelegd aan u, wij zijn degene die hier een besluit in nemen. Dit is ook mijn verantwoordelijkheid om daar de belangen goed in af te wegen. Ik weeg ook de belangen van de boven-bewoners mee.

Ja, Ymere is uiteindelijk degene die met de boven-bewoners in overleg moet gaan over wel of niet verhuizen. Wij zijn verantwoordelijk voor het aanspreken van de ketenpartner, dus het Leger des Heils, als het gaat over de handhaving. Want dat was uw tweede grote zorgpunt. En niet alleen van u, maar van meerderen hier. Zij worden daar natuurlijk ook op aangesproken. En zij spreken op hun manier de bewoners daarop aan. En het zou een bijzonderheid zijn als die nieuwe bewoners beneden, de cliënten, zich daar niet aan zouden houden, want zij hebben veel te verliezen. Zij hebben te verliezen de weg naar een zelfstandige woning. Het moment dat zij zich niet houden aan de huisregels, zijn zij natuurlijk wel gek. Want dan gaan ze weer terug en dan krijgen ze uiteindelijk een sanctie. En wellicht worden ze weer teruggestuurd naar de maatschappelijke opvang. Dat is niet hun wens. Hun wens is weer zelfstandig willen wonen in een woning in de wijk, net zoals wij allemaal hier zelfstandig in een huis wonen.

72

De voorzitter: Ik heb een heleboel interrupties. Ik weet niet waar dit gaat eindigen, jongens. Ik ga er ook echt een punt aan draaien zo meteen. Dit gaat het niet worden. ik zag eerst mevrouw Çimen, dan mevrouw Özogul, dan mijnheer El AIchi en mevrouw Zoon en nou ja, wie nog meer komt. Eerst mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Kijk, het lastige is natuurlijk op uw laatste opmerking om daar heel even over te beginnen, mensen hebben daar beneden geen belang bij. Maar als het toch anders uitpakt, ja, de boven-bewoners zitten ermee. Dat is ook de consequentie natuurlijk. En nog even daarnaast. Het is dus zo, even voor mijn scherpte, het is uitgesloten dat die deur … Of nee, het staat dus vast dat die deur er gaat komen? Ja, maar wat betekent dat en is het dan wijs om al te starten met de vertimmeringen van ruim een miljoen euro, voordat je duidelijkheid hebt over die deur. Want het is toch een conditie qua non dan volgens mij, of? Wethouder Meijs: Ja, ik zal niet eerder beginnen dan dat ik daar de toestemming voor heb. De voorzitter: Dat is duidelijk. Wethouder Meijs: En de tweede: ja, u heeft gevraagd om een evaluatie. Dat lijkt me evident. Dat lijkt me evident om dat te doen. Uw voorstel was om dat al heel vroeg in het voorjaar te doen, ja, dat is denk ik niet heel erg relevant. Dus laten we daar een halfjaar de tijd voor nemen en ergens in mei met u in gesprek gaan.

De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Ja, mijn ene vraag was wat mevrouw Çimen net vroeg. De tweede vraag, we hebben een mail van de Waakvlam. Daar staat in dat zij gaan procederen. Dus in het belang van de voortgang, als u zo begaan bent met de daklozen, met de doelgroep, waarom gaat u toch niet alsnog met Ymere praten om een oplossing te vinden voor de bewoners boven? Wethouder Meijs: Sterker nog, ik heb contact gehad met Ymere hierover. En ze ook aangedrongen dat zij in gesprek blijven met de boven-bewoners. Dus ik ben wel degelijk in gesprek. Maar de verantwoordelijkheid daarvoor, voor de uitvoering daarvan, die ligt bij Ymere en die ligt niet hier. De voorzitter: Mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Hoorde ik de wethouder … De voorzitter: Ik heb een aantal interrupties. Mevrouw Zoon, mijnheer El Aichi en ik dacht ook mijnheer Van den Raadt en mijnheer Smit ook nog. Mijnheer Smit een heel klein beetje. Mevrouw Zoon: Hoorde ik de wethouder nou eigenlijk zeggen van: het college heeft dit besloten en het college gaat erover, dus we gaan het gewoon maar doen. De voorzitter: Voor het antwoord. Wethouder Meijs: Volgens mij heeft u de stukken gehad en staat erboven collegebesluit. En ik heb heel goed geluisterd, ik heb de afgelopen periode vaak naar u geluisterd. Ik ben met gesprekken reeds al begonnen in juni.

Ik heb verschillende keren gesproken, mijn ambtenaren hebben verschillende keren gesproken. U kunt mij een heleboel verwijten, maar u kunt mij niet verwijten dat ik niet gesproken heb. Dat het een afweging is in belangen, ja. En dat het waanzinnig ingewikkeld is, ja.

73

Mevrouw Zoon: Maar u zet ons buitenspel? De voorzitter: Dat is uw constatering. Mijnheer El Aichi. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Een aantal vragen aan de wethouder. Wat zegt het u dat 12 van de 14 boven-bewoners willen gaan verhuizen? Wat zegt dat? Ik wil ook graag een toezegging van de wethouder horen over de doelgroep. De VVD heeft net een vraag daarover gesteld. Blijft het bij economisch daklozen of komt er ook een andere doelgroep straks? Wij hebben in onze termijn vragen gesteld en ik heb steeds geen antwoord gekregen op mijn vragen. Graag antwoorden, alstublieft. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Meijs: Ja, toen ik aan tafel zat met de bewonerscommissie en zij mij vertelden dat zij bij Ymere de vraag hadden neergelegd of zij mochten of konden verhuizen, toen schrok ik natuurlijk ook wel. Want ik heb doorgevraagd van: over hoeveel bewoners gaat dat? En toen wij doorvroegen was het A, voor een deel gestoeld op feitelijke overlast, maar het was ook voor een deel gestoeld op toekomstige te verwachten overlast. En dat begreep ik heel erg goed, daar hebben we ook lang over gesproken met elkaar. Als ik een glazen bol had gehad, dan had ik hen natuurlijk gerust willen stellen en kunnen stellen, als ik dat had gekund. Maar dat kan ik niet.

We gaan verbouwen, we hebben meerdere maatregelen voor ogen om de akoestiek aan te passen, we gaan verbouwen om het idee dat aan de voorkant van hun uitgang een toename is van verkeer, dat gaan we verplaatsen naar de achterkant, naar de Venkelstraat. Zodat de Anijsstraat aan de voorkant ontlast wordt. Ik snap dat heel goed. Dat is een kinderrijke omgeving, daar spelen kinderen. Dat is slecht parkeren, dat is slecht toegankelijk als je daar 36 mensen een fiets wil laten neerzetten of als je daar een verhuizing moet doen. Dus dat is veel slimmer om dat aan de achterkant te doen. Daar ben ik iedereen dankbaar voor, voor die suggestie. Maar ik kan nog niet invoelen, of ik kan wel invoelen, maar ik ben niet degene die dan uiteindelijk besluit en beslist of die 12 mensen verhuizen. Dat is aan de randvoorwaarde gekoppeld die Ymere met zijn bewoners heeft. Ik zal er alles aan doen, zeker weten, dat hebben we ook in de afgelopen periode gedaan en gaan we ook in de komende periode doen, want onze gesprekken zijn niet gestopt, die blijven gaan, zullen we dat natuurlijk steeds horen en wederhoor plegen. En zullen wij ook zeker met Ymere in contact treden op het moment dat daar daadwerkelijk regels worden overtreden of dat daar een zaak aan zit. Maar op dit moment zegt ik, en dat is echt klip en klaar: ieder zijn verantwoordelijkheid.

Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor de verbouwing en de uitvoering van het onderbrengen van deze bijzonder kwetsbare groep. En Ymere is verantwoordelijk voor A, het pand als eigenaar, en B, als verantwoordelijke voor de bewoners boven. En ik onttrek me daar niet aan, maar ik wil wel helder hebben dat de regelgeving zo is opgesteld. De voorzitter: Net was de eerste vraag van het CDA. En de tweede vraag over economisch daklozen, geloof ik. Wethouder Meijs: Ja, over de doelgroep is ook al veel gesproken met elkaar. En volgens mij hebben we dat hier ook al met elkaar ruimschoots gesproken. Volgens mij was het mevrouw Özogul die zei van: ja, wat is een economisch dak- en thuisloze? Ooit wel eens een normaal mens ontmoet, zei toen iemand. Als ik hier om me heen kijk, dan denk ik: wij zijn allemaal gezegend in de omstandigheid dat we een eigen huis hebben. Maar het kan zomaar gebeuren, zomaar gebeuren dat je door allerlei omstandigheden toch op een dag dak- en thuisloos wordt.

74

De voorzitter: Ja, maar wethouder. Volgens mij is het een hele simpele vraag van het CDA. Even gewoon concreet antwoord. Blijven het economisch daklozen of zit er kans in dat? Dat is volgens mij de vraag die het CDA stelt. Wethouder Meijs: ik heb vanaf het begin gezegd: er komt geen zware problematiek. Dat blijf ik zeggen en dat zal ik zeggen. Maar ik probeer de nuance aan te brengen, op het moment dat ik zeg: alleen maar economisch dak en thuislozen, alsof daar niets aanzit. Daar zit altijd iets aan. Net zoals er aan u iets zit en zoals er aan mij iets zit. Maar ik beloof u, ik beloof u, wij screenen, wij kijken heel erg goed naar mensen die daar wel of niet passen. Dat is wat ik u beloofd heb en toegezegd heb. De voorzitter: Dan mijnheer Smit. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Wij blijven achter de bewonerscommissie staan en de buurtbewoners, die worden nog steeds gemangeld en we hebben echt met ze te doen. En een kleinigheid, die vier mensen in de tuin, dat is geen huisregel. Dat heeft het Leger des Heils al gezegd, dat is een soort vage richtlijn. Daar worden ook die bewoners niet op afgerekend, dus ze kunnen met zijn 12’en in de tuin staan. Niemand krijgt daar een slecht rapportcijfer van. Dus ook dit is weer niet waar, mevrouw de wethouder. De voorzitter: Wie had er nog een interruptie of vraag? Niemand? Ja, ik vraag wel niets meer. Mijnheer El Aichi.

De heer El Aichi: Ja, ik heb ook vragen gesteld van: als die begeleider er niet meer is en er zijn huisregels gemaakt. Ja, wie gaat nou bepalen van: goh, je zit daar met zijn 10’en, je moet nu naar binnen. Gaan ze dat onderling doen? Nee, dus het wordt daar een chaos. Het wordt een mislukt project, mevrouw de wethouder. De voorzitter: En mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, wat eigenlijk nog helemaal niet aan bod gekomen nog is in de beantwoording, maar misschien dat dat nog moet komen, zijn eigenlijk de vragen die ik had over de menselijke maat. Op het gebied van dus de economisch daklozen heb ik daar een specifieke vraag over gesteld. En dat is de vraag of de wethouder begrijpt dat op het moment dat je de belofte doet dat er alleen economisch daklozen in komen, dus lees geen verslaafden, dat is eigenlijk denk ik misschien wel waar het om gaat. Als het dan vervolgens in alle stukken niet terug te vinden is en toch afgezwakt en toch in andere termen wat nog meer om kan vallen, dat mensen daar gewoon argwanend van worden. Dat er niet gewoon staat wat er beloofd wordt. Snapt u dat? Voorzitter, snapt de wethouder dat? De voorzitter: Vraagt u dat aan mij? De wethouder. Wethouder Meijs: ik zal als eerste de vraag beantwoorden van mijnheer El Aichi van het CDA over de begeleiding. Volgens mij hebben we daar ook al een keer eerder over gesproken, maar ik kan het u uitleggen.

De begeleiding is op twee manieren vormgegeven. Dat is voor een deel individuele begeleiding om mensen te begeleiden naar hun zelfstandigheid. En voor een deel de begeleiding die op de groepen plaatsvindt. Die groepsbegeleiding blijft. Die individuele begeleiding blijft. Dus ook als wij die 24 uur en zeven dagen af zullen schalen, als de omstandigheden dat toelaten, dan blijft die groepsbegeleiding. Dus uw schets van: het is een puinhoop, het wordt een puinhoop, het zal een puinhoop blijven, dat is gewoon niet zo. Er is duidelijk afgesproken met de ketenpartner, het Leger des Heils, dat zij behalve de ambulante begeleiding ook op de groep blijven begeleiden.

75

De voorzitter: Mijnheer El Aichi. De heer El Aichi: Op dit moment krijgen cliënten of mensen die daar wonen ook verslaafden in zorg. Dus dat zijn mensen met een probleem. Vandaar dat ik graag wil weten van, ik wil graag een definitie weten van: welke doelgroep gaan we daar neerzetten? En niet een vaag antwoord, maar gewoon een exact antwoord alstublieft. Wethouder Meijs: Ik heb u dat al eerder gezegd: er zal daar een lichte doelgroep. Het zijn niet de cliënten die in de Domus Plus zitten, het zijn niet de cliënten die in de Skaeve Huse zitten. Ik kan u zeggen, en dat heb ik ook al eens gevraagd aan het Leger des Heils, maak het inzichtelijk wie daar zitten. Breng ons een cliënt, laat hem zijn verhaal vertellen. Ik kan u ook zeggen dat ik daar ook wel wat informatie over heb. Ik kan met alle liefde daar u een keer, nou ja, toe uitnodigen om … De heer El Aichi: Kunt u dat toesturen alstublieft? Wethouder Meijs: Wat zegt u? De heer El Aichi: Kunt u dat toesturen? Wethouder Meijs: Alle liefde of de cliënt. Wat wil u dat ik u toestuur? Alle liefde natuurlijk altijd. De heer El Aichi: Dat mag ook. Maar ik wil graag de informatie wat u hebt over de doelgroep hebben, als dat kan. U zegt dat het Leger des Heils informatie heeft. Wethouder Meijs: Wij hebben afspraken binnen ons beleid wat er wel en niet naar een doorstroomlocatie gaat.

Dat kan ik u toesturen, maar dat staat gewoon in de handboeken. Maar ik zal u dat toesturen, dat lijkt mij heel evident. De heer El Aichi: Dat wil ik graag even zien, als het kan. De voorzitter: Mijnheer Yerden. De heer Yerden: Ja, ik heb een vraag over de doelgroep. De doorgestroomde dak- en thuislozen, die mensen hebben een traject achter de rug. Op basis van bepaalde selectie wordt doorgestroomd naar het Anton Pieckhofje. Ja, en als ze voldoen aan de criteria. Wethouder Meijs: Ja, we hebben met elkaar al lang geleden het beleid en het kader rondom de dak- en thuislozenzorg vormgegeven. Opvang, wonen en herstel. Volgens mij is daar heel uitdrukkelijk en heel uitgebreid beschreven hoe deze doelgroep eruit ziet. Daar is ook heel duidelijk een heel uitgebreid handboek bij. Volgens mij weet mevrouw Özogul van de hoed van de hand. Volgens mij is het ruim 100 pagina’s over alle regelgeving rondom de opvang en dit soort voorzieningen. Dus die kan ik u zeker doen toesturen. De voorzitter: Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul: Beste wethouder, ook al komt daar de aller zwaarste doelgroep. Met de juiste begeleiding heb ik er alle vertrouwen in ook dat zij daar kunnen aarden. Alleen mijn vraag is: komt daar nou ook ’s avonds na achten en rond achten, is er dan ook begeleiding of wie dan ook?

76

Wethouder Meijs: Op dit moment is er nog 24 uur zeven dagen in de week begeleiding. En straks als de omstandigheden het toelaten, dus als er daar echt wat mij betreft reden toe is om dat goed te kunnen afschalen, dan zal dat gebeuren. En dat zal in overleg met het Leger des Heils, zoals zij inschatten wat de piekuren zijn of wanneer er begeleiding nodig is op de groep, dan zullen zij daar zijn en blijven. De voorzitter: Mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Ja, ik hoor de wethouder alleen maar zeggen: in overleg met Ymere en in overleg met het Leger des Heils. Maar ik zou ook graag dat ze eens een keer zei van: in overleg met de bewoners. Zij zitten daar, zij weten hoe die buurt in elkaar zit. Zij hebben behoefte aan die ondersteuning, zoals mevrouw Özogul zegt. Dus ik hoop dat u ook een keer zegt: ook in overleg met de bewoners. Wethouder Meijs: Zeker. Wij hebben ook met elkaar al regelmatig gesproken, en niet alleen ik maar ook in het overleg met elkaar, ook met de ambtenaren is daar overleg en dat zal ook zeker in de toekomst zo blijven. We hebben ook direct gezegd tegen de bewoners: mail en gebruik het nummer wat er is van het Leger des Heils, zodat je direct je klachten daar kunt neerleggen. Dat is denk ik de beste manier om direct lik op stuk beleid te geven. De voorzitter: Mijnheer El AIchi, CDA. De heer El Aichi: Orde, voorzitter.

Ik stel voor, het is nu bijna 11 uur, ik stel voor om dit agendapunt apart te gaan agenderen, dat wij een aparte vergadering gaan beleggen voor het Anton Pieckhofje. Ik hoop dat jullie dat kunnen steunen. Ja, ik denk niet dat wij hier klaar mee zijn, want iedereen heeft nog vragen en we hebben nog tien minuten de tijd. Nou ja, dan kunnen we beter nu naar huis. De voorzitter: Nee, maar ik denk ook met andere inzichten en andere toezeggingen, andere brieven, dat het ook totaal geen zin heeft om hier nog twee uur over te praten. De heer El Aichi: Ik heb geen antwoorden gekregen. De voorzitter: Natuurlijk mag u dat bepalen. Maar ik geef alleen maar aan van: ik denk dat dat geen zin heeft. Mijn mening wat u ermee doet moet u zelf weten. Maar we blijven maar rondjes draaien, continu interrumperen, de wethouder heeft niet eens alle vragen kunnen beantwoorden. De heer El Aichi: ik denk dat de commissie hierover gaat. Ik bedoel, als de meerderheid dat wil graag, denk ik. De voorzitter: Prima, maar ik geef alleen mijn mening even. Ik denk dat we de vergadering ook gaan sluiten, zo meteen. Die gaan we niet doen, het is tien voor elf, dat gaan we niet meer redden. Dus wat wil de commissie? Wil de commissie nog een hele nieuwe vergadering plannen? Want zeg maar wat u wil, hoor. Ja, dat was het net ook. Mijnheer Smit.

De heer Smit: Nou, ik denk dat de commissie even in beraad moet gaan en hier niet meteen ad emprovis moet proberen elkaar te bespreken, maar gewoon even in beraad moet gaan of wij hier nog een aparte vergadering over willen. Dank u. De voorzitter: Nee, dat lijkt me goed. Mevrouw Özogul.

77

Mevrouw Özogul: Ik wil als laatste iets zeggen. Ik weet niet of ik nog een vergadering wil hebben, want ik ben me bewust dat ook de daklozen een plek verdienen in de samenleving, maar ik vind het wel heel heftig om te horen dat de wethouder over lik op stuk-beleid heeft. Want juist door al dat gestraft komen die problemen. En daar schrik ik toch wel even van. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wacht nog steeds op het antwoord op de interruptie die ik heb geplaatst. Ondertussen begint bij mij inderdaad ook wel de behoefte te ontstaan om hier toch nog wat langer over door te praten of om dit eigenlijk ook wel gewoon richting een plenaire behandeling te gaan doen. Want ik krijg ontzettend de behoefte om moties in te dienen en om dit gesprek te gaan beëindigen en gewoon vanuit de raad te laten zien hoe we erin zitten. En ik denk dat dat voor de wethouder misschien ook wel het fijnste is, want dan weet ze waar ze aan toe is op dit dossier. Dus mijn voorkeur zou gewoon zijn om de wethouder misschien nog een korte gelegenheid te geven om de laatste belangrijke dingen te zeggen en dan gewoon plenair bespreekpunt. De voorzitter: Ja, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, dat is ook het voorstel van Trots Haarlem.

Daar kunnen wij allemaal bij aansluiten om het plenair te gaan behandelen en dan ook de mensen erbij die de beslissingsbevoegdheid hebben, zoals Ymere en het Leger des Heils. De heer Van Kessel: Voorzitter, we zouden bijvoorbeeld met een aantal, dat is misschien denk ik het beste voorstel eigenlijk wat er net kwam van: laten we eerst even gewoon dat we gewoon nu stoppen, dat de commissie even met elkaar nog een keer bespreekt hoe we dit verder opnemen. Plenair kunnen we dat doen bijvoorbeeld door een interpellatie in te dienen of op een andere manier dat vorm te geven. Daar gaan we het dan gewoon even over hebben. De voorzitter: Ja, dat lijkt me prima. En ik wil nog wel even de wethouder als laatste het woord hier op dit punt geven. En ook misschien een advies, stel misschien uw vragen vooraf. En dat daarover nagedacht kan worden en daar eventueel een antwoord op kan komen. Dat niet al die vragen in de interpellatie gaan komen. De heer Van Kessel: Nee, dat is het voordeel van interpellatie, dan moet je vooraf ook inderdaad je vragen aanleveren en zal het debat ook gaan langs de lijnen van de vragen die gesteld zijn. Dus dat kunnen we ook met zijn allen indienen, in principe. En dan als de vragen bekend zijn, dan kunnen de antwoorden ook misschien makkelijker gegeven worden. De voorzitter: Ja, maar ik bedoel meer in twee trappen zeg maar.

Dat je eerst een aantal vragen stelt op basis waarvan je eigenlijk die interpellatievragen stelt. Maar dat laat ik natuurlijk geheel aan de commissie. De wethouder, ik geef u als laatste het woord. Wethouder Meijs: Als laatste, ook het college wil heel graag door met deze doorstroomlocatie, zoals mevrouw Özogul al aangaf en andere aangaven. Dat deze doorstroomlocatie niet zomaar uit de lucht komt vallen, maar dat het echt een noodzakelijkheid is om voor een kwetsbare groep onderdak te vinden. Ik hoop dat ik u heb kunnen overtuigen, ik hoop dat ik u heb kunnen overtuigen dat wij zouden willen starten met een verbouwing waarin wij tegemoetkomen aan een deel van de eisen en de randvoorwaarden die de bewoners en de omwonenden hebben gezegd. Maar dat het een hell of a job is om iedereen en elk belang hierin mee te

78

nemen. En dat ik daarmee bij sommigen misschien teleurstelling veroorzaak, daar ben ik me echt wel van bewust. Maar wij blijven in gesprek, we blijven ook in gesprek met u. U bent uiteindelijk degene die altijd het laatste woord heeft daarover. Ik heb wel willen zeggen, en dat is wat ik zeg: het is een collegebesluit. Het volledige college is zich ervan bewust hoe belangrijk dit soort voorzieningen voor onze stad zijn. We hebben meerdere van dit soort voorzieningen die echt goed kunnen functioneren en goed functioneren. En ik ben ervan overtuigd dat ook deze voorziening met de aanpassingen die wij voor ogen hebben ook goed kunnen functioneren. We blijven met elkaar in gesprek, ook in de toekomst, daar waar het nodig is. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil de vergadering gaan sluiten, maar niet voordat ik even, ja, ik heb nog een aantal toezeggingen die eventueel afgedaan kunnen worden. ik weet niet of u daar iets over kan zeggen, over alle toezeggingen. 15.3 en 15.4. Sorry? Graag. Wethouder Meijs: ik heb in ieder geval een toezegging gehoord voor een evaluatie. En dat wordt dan in ieder geval ook … De voorzitter: Ik bedoel eigenlijk de toezegging die nu bij het agendapunt staan. Er staan vijf toezeggingen bij dat er een, delen gespreksverslagen en dat soort dingen. Maar die staan niet bij de stukken ook natuurlijk.

Maar het is wel aan u om dat te beoordelen of dat afgedaan kan worden. Mijnheer Smit. De heer Smit: Een klein voortgangspuntje. Nu hebben wij het agendapunt Huiskamer van Oost hebben wij niet behandeld, dat gaat naar de volgende keer. Ik maak er geen drama van, maar zit volgens mij, en nu vraag ik het aan mevrouw de wethouder, nog steeds een optievariant voor de financiering. Is dat nou al formeel ingekleurd? O, ik dacht de opties nog steeds … Wethouder Meijs: Bij motie heeft u daar ingestemd. Bij motie is dat bij de begroting geregeld. Dus die financiering is nu geregeld. De heer Smit: Maar ook al met zijn dekkingsverhaal? Dan ga ik dat even opzoeken, dank u. De voorzitter: Wacht even. Ik ben nog steeds bij punt 15, ik snap niet waarom u er in een keer doorheen gaat. Nee, natuurlijk niet. Ik ben nog met 15 bezig en er staan een heleboel stukken bij, toezeggingen. Toezeggingen De voorzitter: Dat er een gesprek met de bewoners is gebeurd. Nou ja, er is een toezegging en het is gedaan. Dus ik vraag gewoon, ik moet het gewoon formeel even vragen: kunnen we die afdoen? En zo wil ik het weten van: welke wil u niet afdoen? Dat is misschien beter, want er staan een heleboel van die toezeggingen bij. De levering rapport is afgedaan, die is toegestuurd. Het akoestisch onderzoek is afgedaan, dus 15.1 gaan we afdoen, 15.3 gaan we afdoen.

Toezegging terugkoppeling stand van zaken overlast tijdelijke bewoners Anton Pieckhofje, terugkoppeling. Daar is een terugkoppeling geweest, maar nee. Dan moet u het wel nuanceren, want anders gaat het allemaal jaren duren op deze manier. Mijnheer Van Kessel. Volgens de VVD kunnen we alles afdoen. Overleg met omwonenden is gedaan, die kunnen we ook afdoen, 15.5. En het delen van de gespreksverslagen zit er ook bij, 15.7. Dus die kunnen we allemaal afdoen. Ik wil nog even vragen dus, we hebben nog drie onderdelen hebben we niet behandeld. Dat is nummer 12, dat is de afbouw tijdelijke maatschappelijke opvang COVID-19. Die wil u nog doorzetten? Ja, het heeft niet zoveel zin. Maar ja, het is uw punt, dus ik vraag of we het door kunnen zetten. Dan 13, toenemend aantal WMO-meldingen en langere

79

wachttijden. Die gaat ook door. Ja, die gaat ook door. En dan hebben we 15, dat is de Huiskamer van Oost. Of 14, sorry. Alle drie gaan door naar de volgende vergadering. 16. Sluiting De voorzitter: Ik sluit de vergadering, fijne avond.

80

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12263689/1