CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Samenleving 2 december 2021

commissie Samenleving 13 januari 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 2 december (alleen naar aanleiding van)51.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Daardoor weten we ook niet hoe moet je daarmee omgaan, wat vind jij van? Mevrouw Özogul-Özen: U hebt gelijk, maar ik geef nu even het voorbeeld van een vrouw. Maar tuurlijk, ouderen worden financieel uitgebuit of zijn ook slachtoffer van huiselijk geweld. Dus daar moeten we ook heel erg waakzaam op zijn, maar wat ik hiermee bedoel is: je hebt heel veel vrouwen waarvan wij niet weten, met kinderen, wat er thuis zich afspeelt. En mijn verhaal is eigenlijk: hoe zorg je ervoor dat je deze vrouwen bereikt? Hoe zorg je ervoor dat je ze het vertrouwen geeft dat ze die stap durven te maken? En als ze die stap durven te maken, hoe vang je ze dan op? We hebben zes jaar geleden heb ik met heel veel vrouwen uit de vrouwenopvang gesproken en een van die vrouwen zei ooit eens tegen mij: Sibel, ik heb liever een klap, dan gaat het na een week over, maar als hij mij non-verbaal mishandelen, dat gaat nooit over. En dat is mij echt altijd bijgebleven van jeetje, dat een vrouw dat zegt dat ze liever een klap krijgt. Dus eigenlijk moeten we het hele zorgveld moeten we goed op elkaar laten aansluiten en deze vrouwen ook het vertrouwen geven dat het goed werkt en dat we er ook voor ze zijn. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. De heer Yerden: Ik heb toch nog heel even vraag aan haar.

De voorzitter: Sorry? De heer Yerden: Naar aanleiding van mijn vraag, is de emancipatie voor mannen is ook belangrijk. Mevrouw Özogul-Özen: Tuurlijk. De voorzitter: Tuurlijk. Mevrouw Özogul-Özen: Is net zo belangrijk. Maar mijn ervaring is dat vrouwen vaak met kinderen achterblijven, een grotere zorg hebben, meestal de taal niet goed spreken en ook niet weten waar ze naartoe moeten en dergelijke, maar ook wat kwetsbaarder zijn. Maar het wil niet zeggen dat we mannen moeten

32

vergeten of dat we ouderen moeten vergeten of dat we juist kinderen moeten vergeten, want huiselijk geweld is eigenlijk het totale beeld. Mijn voorbeeld is toevallig gaat het om moeders met kinderen die kwetsbaar zijn en die dan angst hebben van ze pakken mijn kind af, geen hulp durven te vragen. Nou ja, nu lees ik dan weer begin november in de krant dat zelfs de rechters bijvoorbeeld aan de bel getrokken hebben omdat dossierkennis niet in orde is, feiten en aannames in dossiers door elkaar lopen. Weet je, dus we moeten wel zorgen dat de hele keten er wel goed op aansluit en ook goed op past, zodat we die vrouwen ook het vertrouwen geven van je kind wordt niet zomaar afgepakt. We zijn er voor jou. De voorzitter: Oké. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Bent u op de hoogte dat vrouwen ook een codewoord kunnen gebruiken? Mevrouw Özogul-Özen: Klopt, klopt. Mevrouw Stroo: Dat was voor … En ook natuurlijk tijdens de coronapandemie hadden we ook een codewoord, wat vindt u van zo’n oplossing? Mevrouw Özogul-Özen: Dat vind ik hartstikke goed. Ik zie ook op social media bijvoorbeeld heel veel van dat soort codes met bepaalde hand, dat ze dan doen en dat dat dan gezien wordt van hé, er is geweld in het spel dus moeten we actie. Nou ja, prima. Ik weet ook dat wij van die alarmknoppen hebben. Ik weet ook dat wij een goed sluitend keten hebben door heel Nederland.

Ik ken vrouwen met wie ik contact heb gehad en waarbij ik geholpen heb, ook mentaal, die gevlucht zijn en die ontzettend goed zijn opgevangen. Dus het gaat heel vaak goed, maar belangrijkste is: hoe geef je ze het vertrouwen dat het ook goed gaat wanneer ze eigenlijk helemaal niks weten? De voorzitter: Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, dank u wel, mevrouw Özogul, ik weet dat u al jaren bezig bent met deze materie, u heeft zich in het verleden heel hard gemaakt voor de vrouwenopvang, hulde daarvoor. En u stelt die vraag: hoe win je dat vertrouwen van die vrouwen zodat ze gaan praten en dat ze … Heeft u ook een antwoord op die vraag, want u zit er zo dichtbij en ook bij de culturen van anderstaligen, is er een begin van een antwoord? Mevrouw Özogul-Özen: Ja, wat ik meestal merk is ze weten bijvoorbeeld niet hoe de wetgeving in Nederland werkt, wat instanties voor jou kunnen betekenen. Als je ze eigenlijk langzaam vertelt wie wat doet, wanneer bijvoorbeeld kinderen wel uit huis geplaatst worden, als je de zorgen weghaalt, als je informatie versterkt, dan is mijn ervaring dat ze die stap ook veel eerder durven te zetten. Mevrouw Klazes: Mooi, maar dat is natuurlijk altijd na het signaal.

En volgens mij ligt het probleem nog aan de voorkant dat wat u zelf zegt, dat vrouwen angst hebben om naar buiten te treden met hun probleem, waar pakken we dat aan? Want volgens mij begint de hele keten begint daar volgens mij. Mevrouw Özogul-Özen: Nou ja, ik spreek vrouwen die bijvoorbeeld voordat ze bij mij komen eigenlijk in hun eigen netwerk heel vaak om hulp hebben geroepen, maar men is bang, men wil niks met de buurman te maken hebben. Men wil niks met een bekende te maken hebben wanneer ze zoiets horen, bang dat ze zelf ook problemen krijgen. Ja, dat is wel een probleem en ik denk dat we laagdrempelige organisaties moeten hebben die vertrouwelijk werken en ook bekendheid moeten geven dat die vrouwen daar ook terecht kunnen

33

voor dit soort informatie. En dat er dan wel iemand is die bijvoorbeeld een keer met ze mee kan naar de huisarts om het te vertellen, en dat niet een schoonfamilie of een verwant iemand meegaat, want dan kunnen ze het nooit vertellen. De voorzitter: De heer Yerden, PvdA. De heer Yerden: Nou, ik denk dat het goed is zo’n bewustwordingsproces op gang brengen hè, dader er zijn ook slachtoffer, dader weten ook niet hoe ze daarmee omgaan. Als we alleen accenten leggen op de slachtoffer, ja, dan lossen we het probleem niet op. Wat vind jij van, ja, hoe kunnen we omgaan met de dader, bewustwordingsproces? Mevrouw Özogul-Özen: Nou, deels ben ik het met je eens, maar ik wil dader absoluut geen slachtoffer noemen. Dan doe ik de vrouwen echt tekort, of degene die mishandelt wordt doe ik dan echt tekort. Wel ben ik bewust, en we moeten inderdaad ook inzetten op de dader om die hulpverlening te geven mits die wil veranderen en mits die er wat aan wil doen. Ik bedoel, er zijn ook zat daders die zeggen: ik heb niks gedaan. En dat ook nog blijven volhouden. Dus in die zin heb ik minder medelijden met de dader, maar ik begrijp je punt wel. En dus ik, ja, ik vind het moeilijk, ik vind het lastig, maar ja. De heer Yerden: Kijk, als ik bekijk hè, moeders slaan … De voorzitter: De heer Yerden. Even kort nu nog, we blijven nu even heen en weer gaan. De heer Yerden: Eén korte vraag hè.

De voorzitter: Eén korte vraag en een kort antwoord graag. De heer Yerden: Als ik zo bekijk, de moeder slaan vader dan mannen op hun kinderen, wat vindt u ervan, hoe kunnen we bewustwordingsproces op gang brengen? Mevrouw Özogul-Özen: Ik denk dat het heel belangrijk is dat we laagdrempelig opvoedondersteuning bieden. En vrouwen en moeders daar ook echt op bewust moeten maken. Ik geef een voorbeeld, in mijn, tenminste, om mij heen in mijn eigen cultuur ook schreeuwen we weleens van ik maak je af of ik vermoord je, terwijl het niks wordt bemoeid maar … De voorzitter: U kunt het kort houden, mevrouw … Er komt weer een voorbeeld maar even kort. Mevrouw Özogul-Özen: Het is, het is, ja, het is een bewustwording dat dat soort dingen in Nederland gewoon niet kan en niet mag. Ja, dat moeten we doen. Maar dat geldt voor iedereen hoor, trouwens. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog verder iemand? De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Ik zal proberen de korte tijd want ik kom straks met belangrijke thema’s. Nee, dit ook, straks nog meer, zo moet ik het zeggen. Excuses, aan de overkant. Wij hebben het programma Lelie waarin we met een aantal partijen samenwerken, heel korte lijnen en relevante partijen om laten we zeggen discriminatie, nee sorry, discriminatie, om misdaad-achtig gedrag in een wijk in Haarlem, een flinke wijk in Haarlem, tegen te gaan.

En die zijn bewust gekozen en het werkt. En wat ik hier in dit stuk mis is bijvoorbeeld het element preventie. De inzetten van de scholen. Elk kind is klein en elk kind groeit op en wordt groot, en sommige van die grote kinderen worden volwassenen en gaan dan gedrag vertonen wat wij nu op dit moment niet goed

34

vinden. De scholen hebben een opvoedingstaak. De scholen zien te weinig, en dat was ook even een voorbeeldje vorige week in Orange The World waarin de school ook niets zag of niets wist, scholen moet je proberen mee te nemen in dit proces zodat ze aan de preventiekant kunnen uitleggen hoe de nieuwe generatie zich moet gedragen. Het is niet meteen de oplossing voor alles, maar ook artsen zitten vaak te ver weg, de huisartsen zitten vaak te ver weg. Als je probeert vanuit, ik beschouw dit verhaal als een soort huls waarbinnen alles nog moet gebeuren, als je daarin de korte lijnen zet naar die partijen die ook in de preventie een rol kunnen spelen, hoop ik dat je een generatie opvoedt die zich bewuster is van wat ze straks niet moeten doen. En daar hoort ook het buurthuis bij, daar horen dus deelnemers bij die hier niet in staan. Dit is geschreven, vind ik, vanuit een warme bureaustoel en met een goede structuur, met werkgroepen en met een heleboel dingen en met evaluaties, dank, want dan weet je hoe het mis blijft gaan. Maar in het veld, en mijnheer Hulster zei het misschien ook, moet je op een gegeven moment bijna die koevoet kunnen gebruiken om binnen te komen. Nou, misschien is die koevoet het onderwijs, misschien is die koevoet de huisarts.

Je moet ze in combinatie met elkaar, met het buurthuis, moet je ze inzetten voor actieve benadering van de mensen en natuurlijk ook de kinderen. Ik zie … De voorzitter: Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voorzitter. Ik snap de oproep hè, en tegelijkertijd denk ik dat het ook veel meer zit in het vertrouwen waar mevrouw Özogul het over heeft en überhaupt de bereidheid om te praten, want heel vaak leren mensen in dit soort gezinnen ook het heel goed te verbergen. Want je wil niet dat mensen ervan weten, je wil niet dat kind zijn wat thuis mishandeld wordt, dus mensen doen ook heel hard hun best om te doen alsof thuis alles koek en ei is. Dus tuurlijk, daar waar het kan, daar waar hulpverleners zijn of docenten zijn om het te signaleren, tuurlijk, graag, meld dat, signaleer dat, ga het gesprek aan. En tegelijkertijd, kijk, dit zijn natuurlijk ook veelkoppige monsters. Er gaat ook heel veel schuldenproblematiek achter, verslavingsproblematiek achter, er zitten allerlei onzekerheden achter, dus er zullen heel veel partijen bij betrokken moeten worden op de een of andere manier, en hoe denkt u nou dat dat het beste gedaan kan worden? De heer Smit: Nou, als u zegt: er moeten een heleboel partijen bij betrokken worden, dan mis ik er nu te veel in dit verhaal.

Het is te veel vanuit de bureaustoel geschreven naar mensen die bij een sociaal wijkteam bijvoorbeeld goed werk doen, maar het is niet het enige. Mensen die met een probleem zitten moeten het op school ook misschien kunnen vertellen tegen een leerkracht, die moeten het ook tegen de huisarts durven vertellen. En als die lijnen, en dat is wat Sibel zegt, als de mensen niet precies weten hoe de wet in elkaar zit en waar ze naartoe kunnen dan gaan ze niet, maar als die lijnen heel kort zijn, zichtbaar zijn, ook vanuit een sociaal wijkteam, naar de scholen, naar de huisartsen, en die op zich ook weer in dit traject betrokken worden en actief hun deskundigheid op dit gebied kunnen ontwikkelen … De voorzitter: Probeer het kort te houden want ik hoor echt een complete herhaling van uw hele bijdrage. De heer Smit: Ja. En kunnen ontwikkelen, dan hoop ik dat er meer activiteit in de stad plaatsvindt om de mensen te begeleiden en ze de kans geven hun verhaal te doen. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog iemand anders van de commissie? Nee? Dan, ik weet niet welke wethouder. Wethouder Botter, gaat u het antwoorden? Ja, gaat uw gang. Wethouder Botter: Ja, dit komt allemaal wel binnen, moet ik u zeggen, want ik had niet begrepen dat we ook hele persoonlijke verhalen aan tafel zouden krijgen. Dus dank daarvoor ook, want ik denk dat daardoor ook

35

de, zeg maar, discussie duidelijker wordt en dat je zeker als je zelf ervaringsdeskundige bent weet je ook hoe belangrijk het is om van ervaringsdeskundigheid gebruik te maken. Maar het komt wel binnen. En eigenlijk weet ik gewoon helemaal niet goed wat u van mij wilt. Want in alle eerlijkheid, wij hebben een, zeg maar, een actieprogramma geschreven, Geweld hoort nergens thuis. Dat hebben we hier al een keertje eerder dit jaar besproken, dat is met 76 verschillende partijen tot stand gekomen. Die zijn daar allemaal over bevraagd en allemaal bij betrokken. En dit is geschreven in het kader van het aanjagen van die samenwerking. En toen wij op een gegeven moment geconfronteerd werden met die samenwerking, want wat dat betreft hoor je als wethouder natuurlijk niet alles als laatste, maar je hoort niet vaak dat het in de samenwerking eigenlijk al een tijdje helemaal niet lekker loopt. En toen de stuurgroep Veilig Thuis op een gegeven moment geconfronteerd werd met wat opmerkingen van dat MDA++, het rapport wat er ook bij zit, ben ik me rot geschrokken. En toen heb ik echt gezegd, ook tegen mijn collega's uit de regio: dit kan niet waar zijn. We hebben tien, vijftien organisaties gevraagd om voor ons een aantal dingen te gaan regelen en het lukt niet, het komt niet van de grond. En als dat werkelijk zo is dan heft men het ook op.

En dat is het rapport wat er ook bij zat en dat is het rapport waar mevrouw Klazes over zegt van dat is wel heel verfrissend geschreven maar het is ook een sector die nou niet want het gaat over de organisaties waar we van op aan kunnen, het gaat over de organisaties als Veilig Thuis, het gaat over de organisaties die voor ons goed met elkaar moeten samenwerken juist om ervoor te zorgen dat er hulp geboden wordt. En iedere organisatie an sich, daar gaat het redelijk goed mee. Soms heel erg goed mee. Maar op het moment dat het gaat over de overdracht, de samenwerking, de informatieuitwisseling, één gezin, één regisseur, één plan, dat is nog echt heel erg ver te zoeken. En als je dat dan tot je neemt dan is het zo dat je vervolgens de vraag moet stellen van ja, ga ik daar nou heel erg mee naar buiten treden of niet, want het is echt een dilemma, of moet je zorgen dat je achter de schermen daarmee aan het werk gaat, die organisaties daarop aanspreekt? Nou ja, en nu zijn we ook echt beide aan het doen. Dus we zijn nu in de openbaarheid aan het praten over het rapport, u bent de eerste en tot nu toe de enige gemeente die dit rapport heeft geagendeerd en dat we er nu ook over praten. Maar het is wel confronterend. Het is voor ons allemaal confronterend, en dat roept allerlei verschillende vraagtekens op, namelijk: moeten we het weer helemaal naar ons toe halen? Dat kan niet.

Er zijn zo veel verschillende partijen. Het onderwijs is natuurlijk betrokken, op elke school zit een CJG-coach waar een kind terecht zou kunnen. Er zijn anonieme nummers waar kinderen naartoe kunnen bellen maar ook volwassenen om te melden wat er is, we hebben POH’ers jeugd omdat het soms bij een jeugdzorginstelling voor mensen met een andere cultuur moeilijk is om daarbinnen te komen en dan bij zo’n POH’er jeugd dan lijkt het net of je gewoon alleen maar naar de huisarts gaat, maar dan kun je daar wel iets vertellen ook over de problematiek van huiselijk geweld. Dus ik kan me ontzettend goed voorstellen al hetgene van wat u zegt, maar ik denk dat we daar niet een pasklaar antwoord op hebben, dat we echt met elkaar moeten constateren dat er een hoop fout zit in onze hulpverlening terwijl er een heleboel geld er naartoe gaat, maar dat we echt de komende periode, en dat is ook de achterliggende gedachte van natuurlijk de insteek die ik heb, we moeten met elkaar zorgen dat we misschien wel met minder instellingen toe gaan, instellingen die meer varen op cliëntdeskundigheid, cliënttevredenheid, dat we veel meer ook toch maar af en toe in eigen taal mensen moeten informeren, zelf organisaties veel meer moeten gaan instellen, inzetten om daarmee aan de slag te gaan.

En ik heb in de tussentijd, mevrouw Klazes, even geïnformeerd en naar de directeur en de accounthouder van de gemeente, maar de directeur van het CJG die geeft echt aan dat het niet de bedoeling is om die functies die u noemt, om die te schrappen. En als u het stuk wil agenderen dan zal ik in ieder geval zorgen dat ik goed ben voorbereid en zal ik ook in ieder geval zorgen dat het ook blijft, want dat is natuurlijk die vertrouwensfunctie van zo’n CJG-medewerker, dat is een van de belangrijkste dingen. Ik heb juist heel erg aangestuurd ook in de nieuwe opdrachtbrief voor dat één gezin, één plan, één regisseur. Maar ik zag een heleboel vragen.

36

De voorzitter: Ja, mevrouw Klazes. En u had ook nog een interruptie zo? Even mevrouw Klazes en dan kom ik bij u, mijnheer Smit. Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel wethouder. Dan heb ik het misschien verkeerd begrepen, dat is, sorry daarvoor. Het is sowieso al actief geprog… Het is al geagendeerd voor januari, het stuk waar we het over hebben, het prestatieplan CJG. Zou het mogelijk zijn om, u heeft een aantal aanbevelingen gedaan, zeven stuks, een aantal voorwaarden verbonden aan het voortzetten van het prestatiecontract, waarvoor hulde. Er zaten heel veel aanknopingspunten in waar we het nu over hebben. Zou het mogelijk zijn om daar misschien nog een achtste aan toe te voegen om te zeggen dat de echte expertise van de CJG, want ik ben echt op zoek naar, want ik … De grootste gemene deler van alles wat wij zeggen, mevrouw Çimen met haar eigen ervaring, mevrouw Özogul met al haar kennis van zaken, is dat vertrouwen, dat directe contact, en u voelt dat ook, en ik weet dat u ook bent wezen kijken bij het CJG en dat u daar ook vol lof over was.

Daar ligt een deel van de oplossing, en de vraag is inderdaad: hoe krijgen we dat voor elkaar, zouden we het zo kunnen inrichten dat misschien de CJG-coach en dat daar een apart team echt speciaal met de expertise wordt opgeleid om dat, om die vertrouwensfunctie nog verder uit te diepen en … Ik weet het niet, ik roep maar wat hè, maar ik ben alleen maar, ik wil niet zeggen dat ik wanhopig ben maar ik zie de cijfers oplopen en ik zie ook dat we er mijn zijn 76 instellingen die zich daarmee bezighouden eigenlijk onze vinger er niet achter krijgen en dat het echt gaat over het vertrouwen en het directe contact. Dus het is maar een vraag. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voorzitter. Ik snap natuurlijk dat u ook zegt van ja, wat wilt u nu dat ik nu doe? Nou ja, goed, de opdracht is helder. Nee, maar goed, kijk, het is een meerjarig en een meerkoppig monster en dat begrijp ik heel goed. Alleen mijn vraag zag er wel op van als die landelijke financiering wegvalt … O, sorry, oké. De voorzitter: De wethouder was nog niet klaar met zijn betoog hoor, dus … Mijnheer Yerden had nog een interruptie? De heer Yerden: Nee, ik heb van wethouder begrepen dat ja, wat vraagt u van mij, dus beetje hopeloosheid, en we hebben alles gedaan wat we gedaan hebben en er zijn 76 organisaties.

Ik denk dat er ook ze actief betrekken bijvoorbeeld, zelf organisaties, en ze hebben ook wel goede ideeën, oplossingen, niet alleen vanuit het oogpunt van de hulpverlening, nee, vanuit de samenleving. Dat is wel belangrijk denk ik. De voorzitter: Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja, u vraagt, wethouder, wat verwacht u van mij? Nou, dat heb ik heel duidelijk gezegd: start een campagne, maak duidelijk wanneer je kan melden, hoe en waar je kan melden, wat er daarna gebeurt. En dan kunnen we misschien meer mensen overhalen om een melding te doen en daarbij komt ook van wat wordt er nu verstaan onder huiselijk geweld, wat is normaal, wat is niet normaal? Want daar kunt u mee aan de gang gaan. De voorzitter: Wethouder Botter. Wethouder Botter: Ik zou zeggen: was het maar zo makkelijk. Want als wij op dit moment wekelijks naar de televisie kijken dan zien we daar acht of negen spotjes voorbijkomen van huiselijk geweld. We zien nummers waar je naartoe kunt bellen en anoniem kunt bellen. We hebben twee jaar geleden hebben we alle

37

hulpverleners uitgenodigd voor conferenties om hen ambassadeur te maken van dat ze beter gingen melden en een meldcode gingen hanteren. Het is echt niet zo dat er niets gebeurt, en nogmaals, dit is, en dan kom ik op de financiën, dit is een project en dat project daar vinden we op een gegeven moment als de rijksfinanciën ophouden vinden we daar ook wel weer mogelijkheden voor want het gaat in principe om een regionale coördinator die de boel aanzwengelt, die instellingen met elkaar laat samenwerken om met elkaar te leren praten hoe ze überhaupt dingen goed en beter kunnen overdragen, hoe ze ervoor kunnen zorgen dat je makkelijker de dingen registreert zodat die kunnen worden overgedragen. Dat is gewoon echt een ding wat erachter zit, maar het wezenlijke probleem is inderdaad, en daar helpt geen campagne aan, is van hoe zorg je er nu voor dat mensen inderdaad dat vertrouwen hebben, dat vertrouwen hebben om die melding te durven doen. En u gaat straks een heel bijzonder voorbeeld zien van iemand die ik al ruim vier jaar ken, die komt straks inspreken. Daar zult u ook van alles en nog wat horen over hoe het in de hulpverlening in zijn ogen misgegaan is, en wat er allemaal voor problematiek speelt. Maar dat zijn dus wel de dingen waar we van moeten leren maar dat betekent dus ook dat we op een hele andere manier met elkaar moeten gaan samenwerken.

Vertrouwen hebben ook echt in de kracht van mensen, want iemand die slachtoffer is van huiselijk geweld moet niet als een slachtoffer worden benaderd. Die moet beschouwd worden als iemand die in de kracht staat, en zeker als je zelf die melding hebt gedaan om dat te doen, of het nou een man, een vrouw, een kind of wie dan ook is. Maar ik ben het ook wel met mijnheer Yerden eens als die dan aangeeft van het is heel moeilijk voor te stellen dat iemand die dat doet in feite, niet in alle gevallen hè, maar in sommige gevallen zelf ook een slachtoffer is. Een slachtoffer is of van zijn jeugd of wat die heeft meegemaakt, en niet meer in staat is om anders te reageren dan door een klap of ook soms heel venijnig gewoon iemand vernederen. Want wij hebben het nu over fysieke vormen van huiselijk geweld maar het gaat ook echt over vernederingen, mensen die dingen moeten doorstaan, nou, dat is echt verschrikkelijk. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel voor deze uitgebreide uiteenzetting, maar toch heb ik het gevoel dat u het heel erg als een, ja, vanuit het participatiemaatschappijmodel bekijkt van ja, die mensen die last hebben van geweld moeten hulp zoeken en daar moeten ze zelf actief naar op zoek gaan, maar mensen zijn natuurlijk geneigd om hun eigen situatie als normaal te zien.

Het is dus, de eerste stap is al dat mensen doorkrijgen dat er iets mis is, en zeker als je dan ook nog iemand hebt waar je bang voor bent, om daaruit te breken is vrijwel onmogelijk. En de realiteit is, en dat is mijn betoog, het punt is: er is gewoon een verlegenheid in hulpverlenersland om bij mensen binnen te stappen en te zeggen: nu gaan we eens een keer met elkaar praten want dit gaat niet goed. Het is ongelooflijk moeilijk om als buren bij mensen een hulpverlener binnen te krijgen, omdat er heel veel hulpverleners zeggen: ja, we kennen deze mensen wel, dit is een typisch geval. Maar als die niet de deur opendoet, dan gaat er niks gebeuren. Wethouder Botter: We leven natuurlijk wel in een samenleving waar men ook heel erg gesteld is op de privacy. En dat hoor je van alle kanten. En dat is eerder deze avond ook al aan de orde gekomen toen we het hadden over de kansencirkel, dat is een heel erg klein instrument om onderdelen op elkaar af te stemmen maar daar zijn sommige mensen, die hebben daar toch het gevoel van, misschien kun je dat weer linken aan iemand woont die niet gevaccineerd is. Dus het feit van hoe dat dan doorwerkt of hoe wij met privacy omgaan, dat is echt niet makkelijk om zomaar bij iemand binnen te stappen, ook niet op basis van wat de buurman of buurvrouw zegt. En dat is wel aan het veranderen, tuurlijk, dat is aan het veranderen.

Maar zoals u het schetst van dat de buren bellen, ja, dan kun je aan de deur komen maar dat betekent niet dat je ook daadwerkelijk meteen binnenkomt als hulpverlener.

38

De voorzitter: Mijnheer Hulster. De heer Hulster: Nee, dat klopt, ik ken een geval van heel dichtbij waar echt mensen gewoon al een jaar lang geterroriseerd werden door het huiselijk geweld van hun buren en eindeloos met hulpverleners in contact proberen te komen en daar niet doorheen kwamen, en toen uiteindelijk toch mensen eropaf gingen de mensen zeiden: nee, dit geval kennen wij helemaal niet, dat is nog helemaal niet bekend bij ons. Nou, dat is echt wel ongelooflijk verhaal. Dus daar zie je dat volgens mij zit het deel, de oplossing zit niet in campagnespotjes. Dat is allemaal hartstikke lief en schattig, de oplossing zit er echt in dat we moeten ophouden met het denken: nou, hier mogen we niks aan doen want dit is privacy en die mensen moeten het lekker zelf weten. Hier, laten we gewoon doorlopen en wegkijken, dan komt het wel goed. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, even een korte vraag aan de wethouder: er bestaat zoiets als de verwijsindex en ik heb ook gelezen dat er steeds meer gebruik van wordt gemaakt. Dat is iets wat de meldingen aan elkaar koppelt hè, dus als hier een melding komt en daar komt een, dan gaat er een vlag omhoog: let op, deze twee, dit gaat over dezelfde persoon. En ik heb gemerkt en ik heb ook voorgesteld om dat ook te doen bij de meldingen van Veilig Thuis, en ik vraag me af in hoeverre die privacy dat in de weg staat.

Want op het moment dat we het hebben over dubbelanonieme meldingen gaat, is gebleken dat Veilig Thuis vaak heel terughoudend reageert. Ja, het kan wel een hele boze buurman zijn die om andere redenen probeert dat gezin dwars te zitten. Het is heel erg lastig, terwijl mensen die melding doen en dubbelanoniem omdat ze echt bang zijn ook voor het geweld wat ze naast zich horen, denk ja, ik wil het wel melden maar ze moeten mij niet pakken, daar komen die dubbelanonieme meldingen vandaan en daar gaat geen enkel vlaggetje, zoals bij de verwijsindex, het wordt niet geregistreerd. Die dubbelanonieme meldingen worden niet geregistreerd en ik vind dat echt best wel beangstigend want als het nou, stel dat het tien keer gebeurt maar er gaat nergens een vlaggetje omhoog maar daar wordt een kind wel aan de andere kant tegen de muur aan geramd, ja, ik vind dat wel een dingetje. Wethouder Botter: Daar heeft u gelijk in, ik weet niet precies in hoeverre uw plannen ook in de praktijk werken, maar dat is iets wat zeker de moeite waard is om uit te zoeken. Net zo goed als dat ik u weleens heb horen zeggen ook als het gaat over vechtscheidingen van dat het eigenlijk veel meer in de vriendengroep ook iets moet zijn waar je door peers vanuit je omgeving aangesproken wordt van dit kan gewoon niet, dit gedrag is ontoelaatbaar.

Maar dat vraagt wel heel erg veel van zo’n vriendschap ook, want ja, daar is ook lef en durf voor nodig om dat te gaan zeggen want in heel veel vechtscheidingen komt ook huiselijk geweld voor. Maar is het een idee, want vanavond kunnen we er nog heel lang en heel kort over praten, maar is het een idee om ondanks het feit dat er verkiezingen aankomen en ondanks het feit dat dit, dat deze collegeperiode op zijn einde loopt, lijkt het mij toch wel in het belang van iedereen dat we hier met dit onderwerp nog wat gaan doen de komende weken of maanden in ieder geval. Dat ik met de afdeling ga kijken of ik samen met een aantal van u die dat willen in gesprek ga, dat ik een aantal hulpverleners ook uitnodig daarbij, om te kijken of er een soort, op basis van een aantal stukken die we vanavond hebben voorgelegd gehad, dat we die nog eens een keertje wat uitgebreider bespreken, dus dat we iets vanaf een uur of half vijf de komende periode gaan doen tot een uur of zeven, half acht, met tussendoor iets van een broodje erbij, en dat we dan met elkaar in gesprek gaan van wat kunnen we nou voor acties en activiteiten gaan ontwikkelen om ervoor te zorgen dat we daadwerkelijk hiermee een aantal stappen gaan zetten? Ik, nou ja, er zit heel veel deskundigheid ook aan tafel die dat wil, er zit ervaringsdeskundigheid aan tafel.

Dus ik denk dat dat voor dit moment het verstandigste is om te kijken of we dat kunnen doen. Dit zijn geen stukken die naar de raad hoeven, dit is ter bespreking verder. Dan kan ik u ook uitleggen van hoe het zit met het, met dat programma, dat was ook een

39

werkprogramma voor alleen 2021 en dat was al in maart, april of zo klaar dus dat hebben we proberen af te werken en daar komen weer andere activiteiten voor ’22. Want de verlenging is in ieder geval voor 2022 veiliggesteld qua financiën dus het gaat in ieder geval volgend jaar nog door. En dan kunnen we ook daarover praten van hoe we misschien hiermee structureel aan de gang willen, dan bent u ver voor degenen die dan terugkomen, ver voor de kadernota, helemaal onderlegd hoe we met dit onderwerp dan verder kunnen gaan. Want het, we kunnen er denk ik nu nog heel lang over praten maar dat heeft denk ik weinig zin. De voorzitter: Ik denk dat dat een goed voorstel, en want er zitten ook een heleboel insprekers … Wacht even. Ja, er zitten meer mensen. Mevrouw Özogul was als eerste met haar hand omhoog. Dus ik wil nu heel snel afronden. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Wel een goed plan en ik had nog iets anders. Omdat ik steeds over dat vertrouwen heb, misschien is het ook iets om te denken aan bijvoorbeeld vertrouwenspersonen die bekend zijn en waar mensen dan terecht kunnen met hun verhaal en waarvan ze weten van die spreekt mijn taal of die kan mij helpen of doorverwijzen. De voorzitter: De heer Hulster.

De heer Hulster: Ja, ik vind het aanbod van de wethouder heel verleidelijk en interessant klinken maar ik denk toch dat er achter u een heleboel denkkracht zit en dat u prima in staat bent om eerst een stuk op te leveren voordat wij met zijn allen gezellig bij elkaar gaan zitten en gaan zitten kletsen. Ik zou toch liever willen dat er vanuit het apparaat een goed stuk wordt voorbereid voordat wij een bespreking aangaan. De voorzitter: De heer Yerden. De heer Yerden: Nou, ik vind dit wel een goed voorstel van de wethouder, dat verwacht ik van hem. De voorzitter: Oké, nou, dus we hebben een voorstel van de wethouder, die wil graag met enkele commissieleden in gesprek gaan samen met wat hulpverleners erbij. Wie vindt het een goed voorstel, en wie wil dat doen? Ja? Ja hoor, nou, dan verwacht ik dan dat er data geprikt worden. Wat ik me wel nog even afvraag van er worden dan met een enkel commissieleden gesproken, wat voor product komt daaruit? Wethouder Botter: Komt niet een heel nadrukkelijk product uit, het is ook niet babbelen wat ik ga doen. We gaan een goed voorbereide bijeenkomst organiseren die denk ik een concretiseringsslag moet maken op, ja, de stukken die u voorlas uit dat actieprogramma.

En ik denk dat het gewoon heel erg goed is om ook even gewoon te peilen van wat uw verwachtingspatroon nou precies is, van als wij daar als gemeente mee aan de slag gaan, want het terugtrekken van volledig de regie naar de gemeente tot en met breekijzers om deuren te openen dat er hulpverleners gewoon zomaar naar binnen kunnen lopen, plus het feit van dat werken van vertrouwen in spotjes, dat zijn allemaal dingen die blijven nog te veel hangen op dat vind ik dan een te hoog abstractieniveau. Dus daar gaat me, daar wil ik heel erg graag met u over in gesprek. De voorzitter: Gaan we dat doen. Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Heel kort om de wethouder een beetje te helpen. Misschien kunnen we toewerken naar een soort van, en dat kan volgens mij onder regionale visie en een regionaal actieplan, dat je een lokale aanpak voorstaat en misschien bedoelt de wethouder dat ook wel, maar dat we kijken naar een Haarlemse aanpak die veel meer gericht is op een direct contact, vertrouwenspersonen en de korte lijnen met sociaal wijkteam en

40

CJG. Daar zou ik het graag over willen hebben, en als ik dan nog een klein dingetje mee mag geven heel graag: ervaringsdeskundigen aan tafel, maar ook de CJG-coaches die te maken hebben en ook leden van het sociaal wijkteam, want dan kunnen we echt stappen maken naar de volgende periode, wat mij betreft dan hè. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Mevrouw Stroo als laatste. Mevrouw Stroo: Ik heb nog één aanvulling, ik vroeg me af of er ook resultaten van het programma bekend zijn van 2021. Van het afgelopen jaar. Of het nou geleid heeft tot meer meldingen of minder huiselijk geweld of … Wethouder Botter: Ik ga daar achteraan maar het jaar is nog niet helemaal afgelopen en meestal duurt het dan wat langer voordat de rapportages klaar zijn. De voorzitter: Goed, dank u wel. De heer Van den Raadt, nou, u bent dan echt de laatste hoor. Maar we gaan echt afronden. De heer Van den Raadt: Ja, maar dit is mijn eerste bijdrage, voorzitter. Maar ik wou alleen nog vragen van het is natuurlijk goed dat we nu zelf dat allemaal proberen op te lossen, ik sta me bij dat de wethouder zegt van: u bent de eerste gemeenteraad die dit stuk agendeert.

Zouden bij die andere gemeenteraden misschien ook nog hele intelligente mensen zitten die hier een verstandige mening over hebben, kunnen we die misschien ook vragen of die erbij betrokken kunnen worden? En wat Trots Haarlem betreft mag de heer Yerden die de goede opmerking heeft gemaakt namens ons het woord doen. De heer Yerden: Dank u wel. Wethouder Botter: Ja kijk, op zichzelf denk ik dat het, ik voel wel wat voor die suggestie van mevrouw Klazes om te kijken of wij het kunnen uitdiepen. En zodra de andere gemeenten ook op het moment zien dat dat een stuk concreter kan als hetgene van wat nu voorligt, dan zullen zij zelf ook over de brug komen. Maar ik denk dat het verstandig is om dat eerst te beperken tot een groep van Haarlem. De voorzitter: Dank u wel. Dan sluiten we hierbij dat punt, dank u wel aan wethouder Botter. I 8.2 Toezegging wethouder Botter: Aan de commissie wordt teruggekoppeld hoe het nu precies zit met de dubbele anonieme meldingen bij Veilig Thuis De voorzitter: Ik heb nog wel een aantal toezeggingen die afgedaan zouden moeten zijn maar dat wil ik van de commissie horen of ze dat ook zo vinden. Bij 8.1 en 8.2, kunnen we die afdoen? Stuk zit erbij hè? Ja, dan gaan we die twee ook afdoen, dank u wel. 9.

Raadjaarsagenda 2022 De voorzitter: En dan gaan we door naar een raadsjaaragenda, dank u wel wethouder. De raadsjaaragenda, de definitieve raadsjaaragenda 2022 die is ter advisering geagendeerd in de commissie van 2 december en die wordt daarna eventueel naar de raad gestuurd, dus ik wil graag van u weten: heeft u daar nog op- of aanmerkingen over, kunnen we die zo naar de raad sturen? Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik mis nog wat en dat is met name De Huiskamer van Oost, want die hebben eigenlijk maar voor anderhalf jaar onderdak gekregen dus daar moeten we volgend jaar ieder geval wat mee gaan doen en die mis ik op deze raadsagenda. En ik denk, maar dat is misschien vooruitlopend

41

op het debat wat zo komen gaat, het Anton Pieckhofje want die zou ik ook graag op deze agenda willen blijven houden om een beetje vinger aan de pols te houden, ook in verband met de verkiezingen die eraan komen. En dat het niet ergens onder een tafel geschoven wordt. Dus ik zou deze twee onderwerpen graag op deze raadagenda zien. De voorzitter: Dank u wel. Nog iemand? Nee? Wethouder Meijs, gaan we doen? Wethouder Meijs: Gaan we doen. De voorzitter: Dus die twee komen erbij en dan neem ik aan dat we hem zo kunnen vaststellen en als hamerstuk ook naar de raad kunnen laten gaan. Er zijn natuurlijk nog meer commissies die dat gaan aanbevelen dus vanuit de commissie Samenleving gaat het als hamerstuk. Dank u wel. 11. Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: Dan gaan we naar, even kijken, ik zit nog even met een ander punt. We zouden nu agendapunt 10, ik weet niet hoe zwaar het wordt maar we hebben ook insprekers nu om half negen. Dus ik stel voor misschien die als eerste te doen. Goed plan? Laten we dan eerst even de insprekers doen. Dan gaan we de eerste inspreker halen en die ga ik even tegemoet treden, momentje. Zo, nou, welkom weer terug bij de commissie Samenleving. We hebben drie insprekers zo meteen, de eerste die zit al aan tafel en dat is de heer Stevens en die wil wat gaan vertellen over zijn situatie.

U krijgt drie minuten. Rechterknopje indrukken, dan gaat de microfoon aan, en als de drie minuten bijna voorbij zijn help ik u even herinneren aan de drie minuten. Ja? De heer Stevens: Ja, nou, dat zal wel gebeuren. Allereerst excuus voor mijn kledij vanavond, ik kom nu van de waterkant af. Afgelopen april is mijn huis ontploft als gevolg van een gaslek, achterstallig onderhoud, dat is Elan Wonen. Daar zijn geen oplossingen voor gekomen en dat is eigenlijk maar een klein puntje van de tendens in het verhaal van mij en mijn jonge kinderen. Ik had wat opgeschreven maar ik denk dat dat te lang is. Ik heb het verhaal ook al zo vaak gedaan, bij Pieter Omtzigt, bij derde ‘…’ en noem maar op. Vier jaar geleden op 1 oktober 2017 zijn mijn ex-partner Frans, wel hier wonend, en ik uit elkaar gegaan. Wij hebben twee hele mooie dochters. En dat verliep niet echt prettig. Zeker niet toen na twee, drie maanden mijn oudste dochter, toen drie jaar oud, herhalend meldingen maakte van kindermishandeling. Ik heb toen alle partijen benaderd die ik kon benaderen, Veilig Thuis, de politie, de Raad voor de Kinderbescherming, de gemeente Haarlem, de gemeente Heemstede, gemeente Zandvoort, alle ketenpartners daaromtrent tot en met de rechtbank. Er werd mij van alles beloofd, er is niets gedaan.

Midden 2018 escaleerde de situatie toen mijn oudste dochter, toen drie, met zwarte plekken bij mij kwam en zij dat mama dat had gedaan. Dat deed mij geen goed, en toen heb ik besloten naar de politie te gaan in Zandvoort om aangifte te gaan doen. Is overigens de enige keer dat ik aangifte heb kunnen doen de afgelopen vier jaar. Er is mij toen beloofd, ook die dag door Veilig Thuis, die omdat ze wisten dat ik bij de politie zat, het is later ook erkend, ook erkend dat ze zes of zeven maanden lang niets hebben gedaan, dat wel hadden moeten doen, is mij toegezegd, dat was ik ben op 11 juni 2018 aangifte gaan doen, dat op 12 juni 2018 er actie zou worden ondernomen. Blij als ik was heb ik het Eftelinghotel geboekt voor mij en mijn dochter, en ben die dag erna met een flesje, cadeautjes et cetera mijn oudste dochter gaan halen om naar de Efteling te gaan. Dat ging echter niet want daar stond het hele korps Kennemer Kust inclusief een AT-team te wachten om mij op basis van een erkende valse aangifte aan te houden. Dat was niet leuk, maar geluk boven geluk kwam toen eindelijk de Raad voor de Kinderbescherming in beeld, die mij meteen vertelde: u wordt meteen vrijgelaten, dit had niet mogen gebeuren, et cetera, we gaan een onderzoek starten. Om dat onderzoek vroeg ik immers al zes maanden. Uit dat onderzoek heeft het

42

MDCK, Multidisciplinair Centrum Kindermishandeling te Hoofddorp, geconstateerd dat mijn ex-partner en haar partner mijn dochter ernstig mishandeld hebben. Aangiftes daaromtrent worden niet opgenomen of zijn afgedaan omdat het niet in het belang is van mijn kinderen om een mishandelaar te vervolgen. Zodoende vroeg men mij: wat wilt u, wilt u dat de kinderen bij moeder uit huis geplaatst worden? Nou, ik als misschien een beetje bekend sta als bezorgde, lieve vader, vond dat niet in het belang van de kinderen en heb verzocht om een ondertoezichtstelling. Die ondertoezichtstelling is in augustus 2018 uitgesproken en de uitvoering daarvan is neergelegd bij de jeugd- en gezinsbeschermers. Ik neem aan dat een aantal mensen hier aanwezig weten van mijn relatie met jeugd- en gezinsbeschermers. In plaats van dat verplichte periodieke top-teen onderzoeken werden uitgevoerd er een monitor kwam, psychologische onderzoeken heeft men niets gedaan en al mijn meldingen van kindermishandeling vervolgens twee jaar lang in een doofpot gestopt, aantoonbaar en erkend. De voorzitter: Mijnheer Stevens? De heer Stevens: Ja. De voorzitter: Uw drie minuten zijn al om. De heer Stevens: Ik ga heel snel, ik ga heel snel er doorheen. Vervolgens besloot de rechter in 2019, anderhalf jaar na dato, om een andere partij aan te stellen, dat is niet gebeurd.

In plaats van een andere partij hebben de jeugd- en gezinsbeschermers uit eigen belang een landelijk expertiseteam aangesteld omdat zij zich bedreigd voelden, dat waren ze ook en neem ik ook niet terug en dat is ook niet gek. En die hebben vervolgens acht maanden mijn kinderen onwettig onttrokken, ondanks vijf rechtelijke uitspraken heen. Op dat moment ben ik bij wethouder Jur Botter gaan zitten die mij van alles en nog wat belooft in het bijzijn van mijn advocaat, mijn situatie Kafka en verschrikkelijk en onmenselijk noemde, maar die heeft vervolgens niets gedaan, totdat onder druk van mijn psycholoog, vertrouwenspersoon, en mijn advocaat, het hoofd van het sociaal wijkteam werd aangesteld om mij te helpen omdat mijn situatie mijn hele leven hierdoor verwoest is. De voorzitter: Probeert u even het punt erachter te zetten, ja? De heer Stevens: Ja, ik probeer af te ronden.

Toen is er een andere jeugdzorgpartij opgekomen eindelijk, de details zal ik maar niet vertellen, ook die hebben niets gedaan om het maar even snel af te ronden, anderhalf jaar lang, waarin op afgelopen 23 september, terwijl ik op dat moment mijn kinderen alleen op woensdag en vrijdag zag omdat ik al zes maanden in een tentje woonde, ondanks alle beloftes van wethouder Jur Botter en zijn medewerkers omtrent urgentieverklaringen die men maar niet afgeeft, ben ik op 23 september, dat is een donderdag, stuurde de voogd een chanterend mailtje dat ik mijn kinderen niet meer mocht halen omdat zij zich anders zou gaan beraden, letterlijke tekst, staat op papier, om … Sorry, dat kost weer tijd. Om naar de rechter te stappen en de omgangsregeling te laten wijzigen, want ik had immers geen huis en kon niet voor mijn kinderen zorgen, met dank aan jeugdzorg. De voorzitter: Oké, het is nu echt klaar, ‘…’ vijf minuten al. De heer Stevens: Ja, ja. De dag erna ben ik mijn kinderen gaan halen, dat mocht van de rechter, staat op papier, en in plaats van dat ik mijn kinderen meekrijg werden mijn kinderen onwettig onttrokken, weer door de BSO omdat de voogd had gebeld van het LJ&R en had gezegd dat de rechter had besloten dat ik mijn kinderen niet meer mocht zien.

Vervolgens heb ik één uit paniek opmerking gemaakt nadat mijn krijsende kinderen uit mijn armen werden getrokken en ik agressief bejegend werd, dat is ook erkend, ben ik

43

gearresteerd, ondanks dat ik de politie en het OM die dag benaderd heb om hulp en om aangifte te doen van een onwettige onttrekking, en ben ik vervolgens met dank aan een corrupte agent uit Zandvoort, die een relatie heeft, geen seksuele maar een relatie heeft met mijn ex-partner, ben ik terechtgekomen op een psychiatrische afdeling van een gevangenis. U hoeft niet op dat knopje te drukken wat ik sluit af. De voorzitter: Ik hoef niet op een knopje te drukken maar ik wil dat u wel afsluit. De heer Stevens: O. De voorzitter: Maar de commissie gaat u nog vragen stellen en ook uw relaas is natuurlijk ook bekend want die hebben we bij de stukken staan, dus kunnen de commissieleden lezen, ja? De heer Stevens: Oké, oké. Dank u, ja. De voorzitter: Dus echt laatste zin nu. De heer Stevens: Ja.

Is dat ik vervolgens nu in een situatie zit die door mensen, ook door de media, als onmenselijk wordt gezien en dat ik nu toch vind dat gezien de betrokkenheid van een bepaalde wethouder hier die doelbewust vanuit een corrupte, hoe ik dat denk ik ook kan onderstrepen aan de hand van informatie kan derden, nu zo lang een overbetaald jeugdzorg een hand boven het hoofd houdt en niet ingrijpt, mij vervolgens ook nog eens bedreigt met teksten dat ik hem bedreigd zou hebben wat niet waar is en dat ik een andere behandelaar moet zoeken, terwijl mijn behandelaar hem ook in zijn gezicht de waarheid heeft verteld, ja, blijft mijn situatie desastreus, woon ik nu in mijn auto en laat de gemeente het volledig afweten. En worden er daarbij gewoon nu al jarenlang pesterijtjes gepleegd, zo moest ik zeven maanden wachten op een postadres, is mijn uitkering zomaar gestopt, is door de politie mijn verblijfplaats aan de Meerwijkplas geruïneerd. De voorzitter: Oké, mijnheer Stevens, het is nu even, echt, u bent veel langer doorgegaan. De heer Stevens: Oké, ja. De voorzitter: Ik had al gevraagd om het heel kort te houden, u bent nu ook twee keer zo veel tijd gekregen. Laten we even kijken of de commissieleden wat vragen aan u heeft, want ze hebben natuurlijk ook denk ik ook wel de stukken gelezen. Misschien is het ook wat handiger dat we ook wat meer, nou ja, kunnen weten te komen wat u wil.

De heer Stevens: Oké. De voorzitter: Laten we dat even doen. Mevrouw Klazes? Mevrouw Klazes: Ja, welkom en dank u wel voor het inspreken. Een gruwelijk verhaal. Maar mijn vraag is eigenlijk, dat klinkt onaardiger dan ik bedoel, maar waarom zitten we hier? Wat verwacht u van ons als gemeenteraad wat wij voor u kunnen betekenen? De heer Stevens: Als een kabinet valt op basis van een toeslagenaffaire, waar ik overigens heel veel van weet omdat ik werkzaam ben voor een aantal stichtingen, ondanks dat ik in mijn auto woon, is het dan niet de bedoeling dat het moment dat een burgemeester weet dat het Openbaar Ministerie mijn aangifterecht onwettig afneemt, dat het Openbaar Ministerie mij acht keer heeft laten aanhouden waarvan zeven keer

44

gewoon totaal voor niets, dat ik twee keer in de gevangenis heb gezeten, een burgemeester die weet dat er in jeugdzorg, bij de jeugd- en gezinsbeschermers hier in Haarlem echt onmenselijke dingen gebeuren, dat er doden zijn gevallen, wordt het dan niet eens tijd dat een eindverantwoordelijk wethouder die sinds de transitie in 2015 de volledige verantwoordelijkheid draagt voor het reilen en zeilen van jeugdzorg, niet alleen financieel maar ook de kwaliteit vanuit jeugdzorg, dat er dan eens stevig gesproken gaat worden? Zeker op het moment dat de wethouder wel de moeite neemt om mij berichten te sturen en mijn psycholoog voor idioot uit te maken, in het bijzijn van mijn advocaat, wordt het dan niet eens tijd om te gaan bedenken of dit systeem wel werkt of niet werkt? De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, korte vervolgvraag. Dus als ik het goed begrijp wilt u dat wij ervoor zorgen dat deze wethouder weggaat? Dat is één. De heer Stevens: Nee, dat is … Nee, ik wens … Sorry. Ja, ik wens dat de wetgeving, niet alleen in mijn situatie maar ook die van mijn kinderen, wordt gehanteerd zoals die geldt in de Jeugdwet maar ook bij het strafrecht, en dat op het moment dat eindverantwoordelijke mensen doelbewust blijven falen en een doofpot gesloten houden, dat die mensen daaromtrent ondervraagd worden en dat er dan duidelijke en heldere conclusies getrokken worden.

Als dat ertoe zou mogen, moeten leiden dat een wethouder daardoor de zak krijgt of zelfs een burgemeester wordt afgezet, dan zou ik dat niet vreemd vinden gezien het hele kabinet demissionair wordt gesteld aan een toeslagenaffaire waarvan niet om mezelf een veer in mijn kont te steken, maar om maar even eerlijk aan te geven dat de situatie zoals ik maar ook derden die meemaken hier in deze regio omtrent jeugdzorg echt tien keer zo verschrikkelijk is als dat. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, één vraag en dan mag iemand anders het woord hebben wat mij betreft. U heeft een advocaat. Dat zegt u, dat is uw brug naar het recht toe, zeg maar. Toch geeft u alsmaar aan: ik heb geen enkel vertrouwen in de wetgeving, in het recht. U heeft een advocaat die u zou moeten beschermen, wat vindt hij ervan dat u hier zit, wat vindt hij van het contact met de wethouder, wat doet hij voor u? De heer Stevens: Ik heb twee advocaten, ik heb een strafrechtadvocaat en een civiele advocaat. Mijn civiele advocaat heeft meer dan 85 duizend euro kosten gemaakt in twee jaar tijd waar ik nog geen 10 procent van heb kunnen betalen, die doet het uit vrije wil, mijn advocaat is zelfstandig op eigen kosten bij de wethouder hier twee keer gaan zitten om de ernst van de situatie uit te leggen. TRANSCRIPT VAN DE RAADSCIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 2 december 2021

11. Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De heer Stevens: Mijn advocaat is zelfstandig op eigen kosten bij de wethouder hier twee keer gaan zitten om de ernst van de situatie uit te leggen. De rechtbank Haarlem staat al niet al te goed bekend als het gaat om familierechtspraak. Sorry, dat is nu eenmaal zo, dat is ook toegegeven. En op het moment dat de rechtbank Haarlem jeugdzorg hier omschrijft op papier als een ketenpartner, in plaats van een partij waar zij mee te maken hebben, dan bent u blijkbaar niet heel goed op de hoogte van het hele kwalijke omtrent jeugdzorg onder toezichtstellingen, en vooral het drama wat zich daar afspeelt. Ja, ik heb een advocaat. Ja, mijn

45

advocaat procedeert. Ja, mijn advocaat heeft de opdracht om de jeugd- en gezinsbeschermers voor een vermogen aansprakelijk te stellen. Alleen het nadeel is, mevrouw, ik kan al 3,5 jaar geen aangifte doen. Zoals het andere verhaal wat vorige week is gepubliceerd door LOM Advocatuur, van een vader waarin gewoon door de rechtbank het aangifterecht ongeldig is afgenomen op papier. Durft de hoofdofficier van justitie hier in Haarlem dat bij mij niet te doen, omdat hij weet dat dat weer terugkomt. Het is niet voor niets dat Bob Steensma, voorgaand hoofdofficier van justitie hier in Haarlem, twee dagen voor zijn pensioen mij nog een brief heeft geschreven waarin hij mij verzoekt om te stoppen met het verzoeken om onderzoeken naar corrupte officieren omtrent jeugdzorg hier in Haarlem. Ik kan een hoop van mijn advocaat verwachten, maar ik kan niet van mijn advocaat verwachten dat ze de politiek kan bewegen. Ik kan niet van mijn advocaat verwachten dat ze op het moment dat mijnheer Botter hier tot twee keer toe allemaal toezeggingen doet, het KAFKA noemt, maar zijn toezeggingen niet nakomt. Dan kan ik natuurlijk niet verzoeken of ze met hem contact kan blijven zoeken. Dat kan ik niet. De voorzitter: Dat is duidelijk. Zijn er nog meer commissieleden die een vraag willen stellen? Mijnheer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, even voor de duidelijkheid.

U zei de burgemeester, maar daar bedoelt u dan Jos Wienen mee? Of nog die van daarvoor? De heer Stevens: Ik bedoel daar mijnheer Wienen mee. Mijnheer Wienen is op de hoogte. Al is het maar dat zijn voorganger, die ‘…’, maar ook al een aantal keren gevraagd heeft om actie te ondernemen. Mijnheer Wienen weet heel goed wat hier speelt. Mijnheer Wienen heeft voor zover ik weet zelfs contact gehad met het Openbaar Ministerie toen ik zes maanden geleden onterecht weer in de cel zat en er een hoofdrechercheur van de politie Haarlem naar het OM toeliep, bakzeil haalde en hij heeft gezegd: nu is het genoeg wat mijnheer Stevens wordt aangedaan. Hij weigerde in eerste instantie ook om mij aan te houden. Mijnheer Wienen weet heel goed wat er speelt, maar ook mijnheer Wienen vermoedelijk in samenspraak met mijnheer Botter weigert om actie te ondernemen. ‘ De voorzitter: Oké, dank u. Nog verder iemand? Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja, even over die urgentieverklaring.

Stel dat u een woning zou krijgen, zou u dan meer kans maken om uw kinderen te zien? De heer Stevens: Allereerst zijn mijn kinderen, dat is een maand geleden toen ik vastzat is achter mijn rug om, ook om die van mijn advocaat, is er een rechtszaak geweest en heeft jeugdzorg omdat ik vier maanden vast zou zitten volgens jeugdzorg, want jeugdzorg gaat graag op de plekken zitten van een officier van justitie of van de rechtbank of van de psycholoog of wat dan ook. Is mijn omgang nu geschorst. Mijn omgang had hersteld moeten worden naar co-ouderschap. Dat heeft nooit plaatsgevonden, ondanks alle wettige onttrekkingen. En de reclassering Sjoerd Bakker, ik mag hem wel bij naam noemen denk ik, hoofd van het sociale wijkteam, en anderen inclusief stichtingen hebben allemaal bij het vierde huis verzocht om mijn urgentie af te geven. Sterker nog, het is mijnheer Botter geweest die Sjoerd Bakker heeft aangesteld om voor mij die urgentieverklaring te verzorgen. Daar loopt nog een hoger beroep, want die is afgewezen. Waarin ik dan weer het gevoel krijg van: kijk, we geven mijnheer Stevens iedere keer hangen we hem een wortel voor zijn neus, net zoals met de oplossingen voor jeugdzorg. Toezegging: mijnheer Stevens mag aangifte doen. En hem dan een dag later of twee dagen later bel ik de politie en mag ik geen aangifte doen. En dat is idem met die urgentie. Maar ik heb nu niets.

Ik had een tentje op de Meerwijkplas met toestemming van de gemeente, na mijn laatste arrestatie heeft de politie daar een onderzoek gedaan, hebben mijn dure vis-tent aan gort

46

getrokken. Er is verder niemand geweest, alleen een Apple laptop met daarin alle informatie ook van andere ouders met jeugdzorgdrama heb ik teruggevonden in de modder. Er zijn drie dure camera’s, die lagen daar in de modder. Ze hebben gewoon alles omgegooid, mijn kleding, alles wat ik had. Tot en met mijn kinderfoto’s. Toen ik geschorst werd door de rechter om aangifte te doen en om het strijden voor waar ik mee bezig ben, dat is gewoon wat er gebeurd is, ondanks dat het Openbaar Ministerie dat absoluut niet wou, wou ik terug naar de Meerwijkplas om mijn spullen te pakken en vervolgens naar een hotel te gaan om eventueel onder dwang van de media mijn aangifte te doen. En dat kon dus niet, want mijn verblijfplaats is geruïneerd. Mijn auto is bijvoorbeeld ook helemaal overhoop gehaald door de politie. Ik kon niet eens rijden toen ik mijn auto ergens langs de openbare weg moest ophalen. Dus ja, als ik een urgentieverklaring heb, dan kan ik een voor mijn kinderen zorgen. Twee, kan ik aan het werk, wat ik altijd graag gedaan heb. En ten derde kan ik strijden voor het onrecht wat vooral mijn kinderen is aangedaan. Dus ja, die urgentieverklaring is van belang. Maar dus afgewezen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voor het inspreken. Ja, een afschuwelijk verhaal. En dat grijpt mij en heel veel mensen gewoon aan om dat te horen.

Ik weet gewoon niet heel goed of wat wij voor u kunnen betekenen, anders dan dat we het aangehoord hebben en ook hopen dat misschien iemand wat gehoord heeft die wel weet hoe ze u kunnen verder helpen. En ik wil u daar veel sterkte mee wensen. En als we iets kunnen doen, ja nogmaals, dat is misschien een beetje in het verlengde van de vraag van mevrouw Klazes. Ja, als we wat kunnen doen, dan horen we dat ook graag. En ik wens u alle sterkte. De heer Stevens: Dank u wel. De voorzitter: Dan wil ik mijnheer Stevens bedanken. U kunt het microfoontje weer uitzetten aan de rechterkant en dan kunt u weer via die deur, nou, u weet waar u binnengekomen bent. En veel sterkte ook van deze kant, ja. De heer Van den Raadt: Ja, even maar een puntje van de orde, voorzitter. Want ik denk dat we allemaal een beetje verbouwereerd zijn van dit hele verhaal. En je hoort het natuurlijk van een kant. Kunnen wij als raad misschien vanuit de wethouder en burgemeester-kant hun kant van het verhaal horen? Zodat wij een beetje als raad van beide kanten geïnformeerd worden over deze situatie. De voorzitter: Nou, dat gaat niet vanuit deze positie, zeg maar. Ik denk dat u altijd natuurlijk technische vragen kunt stellen. De heer Van den Raadt: Goed, dan gaat Trots Haarlem hier vragen over stellen voor het algemeen belang, denk ik. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel.

De heer Van Kessel: Ja, die mag u ook namens de VVD indienen. De voorzitter: We krijgen zo meteen nog twee insprekers over het Anton Pieckhofje. Er was net besloten bij de agenda om het Anton Pieckhofje dus na de spreektijd voor belangstellenden te doen. Maar we hebben agendapunt 10 nog niet behandeld, dus agendapunt 10 wil ik ook gewoon even na de behandeling van het Anton Pieckhofje doen. Als ik dat goed zeg, maar dan moet ik even kijken hoor. Nee, want het is een

47

verordening. Dus ik wil wel eerst die verordening gaan doen en dan gaan we daarna de behandeling van het Anton Pieckhofje doen. Er zijn daar twee inderdaad, twee stoelen die al ingelogd zijn. Als het goed is ligt er een kaartje voor. Die twee zijn al aangemeld. Even kijken, wat heb ik hier. Staat er niet bij, hè. Ik moet even kijken hoor, momentje. Goed, we hebben twee insprekers weer voor het Anton Pieckhofje. En u weet hoe het werkt, u bent al veel vaker hier geweest. Mevrouw U..., zal ik u als eerste het woord geven? U krijgt drie minuten. Of mevrouw Van der Zwet is het, wil u als eerste? U krijgt drie minuten. En ik wil het echt op drie minuten houden, ga er niet overheen. Helemaal super. Oké, gaat uw gang. Mevrouw Van der Zwet: Goedenavond, mijn naam is Yvonne van der Zwet, slotenmaker. Ik hang recht tegenover het Anton Pieckhofje. Afgelopen week was ik thuis en constateerde dat daar de hele ochtend een aantal mensen voor de deur rondhangen van het Anton Pieckhofje grasveldje. Dit is de speelplaats met twee klimrekken voor de kinderen. Deelscootertjes rijden af en aan en kinderen spelen er niet meer. Wij zijn als omwonenden enorm blij met het openen van de deur aan de achterkant en zijn de commissieleden enorm dankbaar voor hun inzet. Openen van de deur lost echter niet de andere problemen op.

Vorige week is er midden in de nacht een van de kwetsbare bewoners boven wakker geworden omdat er beneden een stoeipartij plaatsvond tussen man en vrouw in de recreatieruimte. Er was een hoop gegil en gestommel. Zij heeft dit aangegeven bij het Leger des Heils door middel van een mail en dit werd afgedaan met dat er een film werd gekeken op Netflix. Dan wil ik wel graag weten wat voor film dat is geweest. Geluidsoverlast voor inwoners wordt ondanks de tekst in het collegebesluit niet concreet opgelost. Graag willen wij op papier een duidelijke doelgroep beschrijving, ook omdat naar mijn inziens 36 mensen op zo’n kleine oppervlakte teveel is. Dat is voor de mensen zelf ook niet prettig. En wat als het toezicht door het Leger gestopt wordt? Onze zorg is dat er straks 36 bewoners zijn waar geen 24/7 woonbegeleiding is, terwijl ze nog moeten leren om zelfstandig te wonen. Er komen dan ook bij ons steeds meer twijfels of het hier alleen economisch daklozen betreft. Ik zie mij genoodzaakt om dit via de juridische weg te gaan regelen. Want de halsstarrigheid van de gemeente naar ons toe is ongelooflijk en heeft ons als goedwillende burgers geen enkel vertrouwen gegeven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan gaan we nu even gelijk door naar mevrouw U.... Gaat uw gang. Mevrouw U...: Goedenavond allemaal.

Als eerste wil ik jullie heel hartelijk bedanken voor jullie inzet de afgelopen tijd. En dankzij deze inzet is er inmiddels besloten dat de achteruitgang geopend wordt. Het kost drie ton, maar dan heb je wel wat, een open deur. Dat was niet gelukt zonder jullie continue agendering. En veel commissieleden hebben de moeite genomen om persoonlijk langs te komen en er zijn ook veel gesprekken gevoerd met mij en met de bewonerscommissie van de inwonende huurders. En die steun was en is heel fijn. Wij als omwonenden zijn enorm blij met het openen van deze deur. Er staat nog wel een bijzonder voorbehoud in het collegebesluit, dat Ymere nog akkoord moet gaan. Ymere is al maanden op de hoogte van onze wens. Pardon, van onze wens. Dus nou ja, laten we hopen dat dat een pro forma voorbehoud is. En dat de deur ook echt daadwerkelijk geopend wordt. Het openen van de deur was echter niet het enige wat wij hebben aangedragen, zoals u weet. En de overige punten zijn niet gehonoreerd, ondanks verdubbeling van het budget. Om nog maar niet te spreken over de verzoeken van de boven bewoners, met betrekking tot het oplossen van bijvoorbeeld de slechte geluidsisolatie en de overlast gevende tuin. Want ook al zijn wij ontzettend blij met deze nieuwe entree, het blijft een feit dat het pand en de buurt niet geschikt zijn voor deze voorziening in deze vorm.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12263689/1