Transcript commissie Samenlevind d d 11 december 2025
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 11 december 2025
1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goedenavond allemaal, welkom bij de commissie Samenleving van 11 december 2025. De heer Aerssens is er vanavond niet. Maar niet getreurd, ik zal jullie commissie voorzitten. Welkom allemaal, natuurlijk op de publieke tribune, iedereen die online ook meekijkt bij deze laatste vergadering van het jaar. We hebben een aantal berichten van verhindering, ziet u wel aan tafel ook. Het is wat leger dan normaal. Dat komt omdat mevrouw Scholten van Jouw Haarlem heeft afgemeld, mevrouw Moedt van de Partij voor de Dieren en mevrouw Otten van Hart voor Haarlem. Zijn er dan nog andere berichten van verhindering? Die zijn er niet. Helemaal goed.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we naar het vaststellen van de agenda. Kan die zo worden vastgesteld, zoals gepubliceerd? Dat kan. Dat is hartstikke fijn. Er is ook verder geen agenderingsverzoek binnengekomen.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan kunnen we naar agendapunt 3. Dat zijn de mededelingen. En dat zijn de mededelingen dan van de commissieleden en/of wethouders. Nou hebben we geen college hier nog zitten. Wel achterin, maar niet hier. Zijn er nog mededelingen vanuit de commissie? Die zijn er niet.
4.
Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden De voorzitter: Dan gaan we agendapunt 4 even overslaan, dat zijn de mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden. Die zullen we nog zo wel even checken of die er zijn.
5.
Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Dan gaan we vrolijk door naar agendapunt 5. Dat is de agenda voor de komende vergaderingen, de Jaarplanning en de Actielijst. En dan vraag ik u of er nog opmerkingen zijn over de Jaarplanning en de Actielijst? Nee? Ja, we gaan zo snel weer ... Ik geef u een beetje de ruimte. Maar ik zie dat er geen opmerkingen zijn. Dan zijn er wel een aantal punten voor in de cyclus van januari, in de komende vergaderingen. In ieder geval ter advisering hebben wij het vaststellen van de wijzigingsverordening, verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2026. En we hebben ter bespreking de tussenrapportage, het plan van aanpak femicide staat nooit op zichzelf. We hebben een agenderingsverzoek van inventarisatie speeltoestellen. En we hebben tweede voortgangsrapportage opvang wonen en herstel.
6.
Transcript commissie d.d. (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Dan gaan we verder naar agendapunt 6. Ik ben een beetje aan het rekken, zodat straks er iemand vanuit college ook zit. Maar dan gaan we rustig naar agendapunt 6. Dat is het transcript van 4 december. En daar kan ik bij melden dat die er nog niet is. Die staat gewoon voor januari op de agenda.
Overige punten ter bespreking
1
7.
Informatienota capaciteitenonderzoek binnensportaccommodaties (ER) De voorzitter: En dan gaan we naar het volgende agendapunt. We gaan natuurlijk van agendapunt six naar agendapunt seven. Dat is de informatienota capaciteitenonderzoek binnensportaccommodaties. Daar hebben we mevrouw De Raadt voor nodig. Gaan we denk ik zo schorsen inderdaad. Ik kan nog langzamer praten, maar dat schiet ook niet op. Het is in ieder geval een agenderingsverzoek van de VVD. Is met instemming van de commissie ter bespreking geagendeerd. En dan zou ik nu de VVD het woord geven. Maar dan laten we dat maar even schorsen, want anders heeft dat ook niet zoveel zin. De voorzitter: Ik heb goed nieuws, we zijn weer online. Hierbij hervat ik de vergadering. En dan is het misschien goed om even opnieuw te beginnen. Niet zozeer helemaal bij het begin, maar wel bij agendapunt 7 waar we waren. Dat is agendapunt 6, de informatienota capaciteitenonderzoek in binnensportaccommodaties. Daar zijn we nu in de agenda. Zou ik eerst bij de wethouder nog willen kijken of hij een mededeling heeft. Heeft u nog een mededeling? Nee? Helemaal goed. Dan zoals gezegd, het is geagendeerd door de VVD. Ik zou de VVD als eerste het woord … Wie mag ik het woord geven? De heer Van der Vliet, gaat uw gang. De heer Van der Vliet: Dank u wel, voorzitter.
In het uitvoeringsplan Sport aan Zet sprak de raad in 2018 de ambitie uit om in 2028 geen capaciteitstekorten meer te hebben. Maar uit het recente capaciteitsonderzoek binnensportlocaties blijkt dat Haarlem in 2038, zelfs als alle geplande ontwikkelingen doorgaan, nog steeds een tekort heeft aan 2 sporthallen, 12 sportzalen, terwijl we tegelijkertijd een overschot hebben aan zo’n 30 gymzalen. Bovendien voldoen 23 van deze gymzalen niet aan het uniform programma van eisen. We zien dat sporthallen tijdens piekmomenten volledig vol zitten, terwijl gymzalen nauwelijks gebruikt worden. Dat laat zien dat onze binnensportportefeuille uit balans is. Verenigingen kunnen niet al hun teams kwijt en moeten wachtlijsten hanteren, terwijl de vraag de komende jaren blijft stijgen. De VVD vindt het vooral belangrijk dat het knelpunt rondom de piekmomenten wordt opgelost. Daarom ook twee vragen voor de wethouder. Hoe kan het zijn dat het tekort aan zaalcapaciteit, ondanks de eerdere ambities en plannen, nog steeds zo groot is en zelfs in 2038 nog steeds niet volledig opgelost is, als er niet wordt ingegrepen? En is de wethouder het met de VVD eens en kan de wethouder toezeggen dat er prioriteit gelegd gaat worden bij het creëren van extra capaciteit voor piekmomenten in het meerjareninvesteringsprogramma sport? En voor zover mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel.
Dan kijk ik de commissie rond. Wie wil in eerste termijn? De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Voor het CDA staat één ding centraal, dat iedereen, jong, oud, in elke wijk veilig en toegankelijk kan sporten en bewegen. Onze prioriteiten bij binnen- en buitenportaccommodaties liggen daarom op drie punten. Ten eerste, behoud de kwaliteit. We willen bestaande accommodaties op orde houden, goed onderhouden en waar nodig verder verduurzamen, voordat we nieuwe ambities stapelen. Sportverenigingen moeten kunnen vertrouwen op veilige en toekomstbestendige voorzieningen. Ten tweede, toegankelijkheid en spreiding. Sportaccommodaties moeten bereikbaar zijn voor alle Haarlemmers, ook voor jeugd, ouderen en mensen met een beperking. Dat betekent aandacht voor betaalbaarheid, goede bereikbaarheid en een eerlijke verdeling over de stad, zowel binnen als buiten. Ten derde, multifunctioneel en maatschappelijk gebruik. Wij zien sportaccommodaties nadrukkelijk als plekken met maatschappelijke waarde voor ontmoeting, gezondheid en preventie. Daar waar mogelijk steunen we multifunctioneel gebruik, mits dit de sport zelf niet in de knel brengt. Kortom, voor het CDA is sport geen luxe, maar een basisvoorziening. Wij
2
kiezen voor realistische investeringen die sportverenigingen versterken en bijdragen aan een gezonde, verbonden stad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik de heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Dank, voorzitter. Mijn fractie kan zich aansluiten bij het betoog van mijnheer El Aichi van het CDA. Voorgestelde uitbreiding van de VVD neemt naast geld ruimte in beslag en ook kosten met zich mee. Dat lijkt ons iets meer voor de coalitieonderhandelingen. In het beleid wat voorgesteld wordt, wordt al bezien welke gymzalen kunnen worden omgevormd tot sportzalen en anders beter worden ingezet. En ook de duurzaamheid wordt al bekeken. Aansluitend bij het CDA, en dit erbij. Dank u wel. De voorzitter: Helemaal goed, de heer Visser, PvdA. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, de PvdA is blij dat de VVD deze nota heeft geagendeerd, zodat we binnen de commissie kunnen praten over de binnensport. Want we hebben best een tijdje moeten wachten op de cijfers. En wat opvalt, is dat we in Haarlem een tekort hebben aan sporthallen en sportzalen, terwijl we een overschot hebben aan gymzalen. We willen wel benadrukken dat we blij zijn dat er in een heleboel nieuwe plannen die we aan het uitvoeren zijn er ruimte is voor sport en dat daar ook een sport in getekend wordt. Want onze groeiende stad heeft een grote behoefte aan sportvoorzieningen die meegroeien.
Het lijkt ons goed om als prioriteit vanavond mee te geven dat we de zaken meer in balans moeten hebben. Dat we de zalen die we bouwen echt met het oog bouwen op multifunctionaliteit. En dat er voldoende aandacht is voor het binnenklimaat en het algeheel onderhoud van de bestaande zalen die we hebben. Want we horen van diverse huurders dat het qua schoonmaak en onderhoud soms wat ondermaats is. Wat we nu vast aan de wethouder willen vragen, is of zij mogelijkheden ziet om bestaande gebouwen die we hebben in de tussentijd iets geschikter te maken voor multifunctioneel gebruik, zodat we toch iets meer capaciteit in bijvoorbeeld de avonden kunnen vergroten van de gymzalen voor verenigingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Andere eerste termijnen? Mevrouw El Bluny, Groenlinks. Mevrouw El Bluny: Bedankt, voorzitter. Graag sluit ik aan bij mijn collega van de PvdA. En ben ik vooral benieuwd naar de flexibiliteit van de sportlocaties nu bestaand en wat er gebouwd wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog in de eerste termijn? Niet? Helemaal goed. Dan gaan we naar de wethouder. Mevrouw De Raadt, gaat uw gang. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Als eerste dank voor de interesse van uw commissie in dit onderwerp. En ik heb een aantal van jullie ook gehoord de wens uitgesproken te hebben om nog meer meters sport toe te voegen.
Die wensen deel ik geheel vanzelfsprekend ook met uw commissie. Ik denk wel dat het even goed is om te benoemen dat we deze periode echt al een hoop hebben gerealiseerd. Zo is de Yvonne van Gennip Hal opgeleverd. Dat is een sporthal. Gymzaal De Wijzer, gymzaal De Phoenixstraat, maar ook de hockey blaashal natuurlijk. Waardoor we weer extra capaciteit hebben vrijgespeeld in de Spaarnehal. Daarnaast zijn we natuurlijk ook op de korte termijn bezig met een nieuwe turnhal. Dat is ook een van de redenen waarom ik die altijd zo belangrijk vond, want die gaat binnen enkele maanden open en krijgt naast een turnzaal ook een extra multifunctionele zaal erbij. Dat betekent ook tegelijkertijd dat we de grond aan de Belgiëlaan kunnen kopen van de turnvereniging. En daar kunnen we dan al heel snel aan de slag met ook een nieuwe sportzaal. Dan komt er natuurlijk ook nog een raadsvoorstel naar u toe. Dat staat nu op de rol, volgens mij uit mijn hoofd, voor februari. Dan gaan we dat multifunctionele sportcomplex in Schalkwijk bespreken.
3
Daarin staat, onder andere stellen wij voor om met een groter zwembad terug te bouwen dan we nu hebben, en ook een grotere Spaarnehal. Ook zit gymzaal de Hamelink in de pijplijn. En natuurlijk denk ik ook heel belangrijk, de sporthal aan de Floris van Adrichemlaan. Ook die komt er al op de korte termijn aan. En dan zijn er nog een aantal andere zaken die u op de middellange termijn kunt verwachten. Dat is onder andere op de Korte Verspronckweg en ook het Spaarnebooggebied. Daar liggen echt wel kansen om sportzalen toe te voegen. En als laatste op de lange termijn, en die staat zelfs al in het meerjarig, tienjarig IP, namelijk, een sporthal is voorzien in Zuid-West. Voor wat betreft prioritering, we prioriteren op snelheid en op kansen. We maken dan ook, naast alles wat ik net al heb opgenoemd wat we hebben toegevoegd en nog op de korte termijn gaan toevoegen, veel koppelingen met ontwikkelgebieden. Want ik denk, u allen kent deze stad als geen ander. En we hebben gewoon geen plek om zomaar ergens anders nog een nieuwe sporthal neer te zetten. Als u die plek weet, dan hoor ik hem heel erg graag. Maar voor een plek voor de turnhal hebben we echt jarenlang moeten zoeken. Maar daarom wel die koppelingen die we maken met de ontwikkelgebieden, zoals Zuid-West, wat ik net noemde. Maar ook het Beatrixplein is daar een voorbeeld van. Dan ook over die multifunctionaliteit.
Ik denk dat het Beatrixplein daar ook een heel goed voorbeeld van is. Daar zou eigenlijk eerst gewoon een gymzaal komen. Dat is een sportdeel. Maar daar hebben we sportzaal van gemaakt, zodat er onder andere ook getraind kan worden voor basketbal en andere sporten. Dan werd er ook nog gezegd van, het optimaliseren van bestaande gebouwen. Volgens mij ligt er nog een toezegging van mij dat we even met een kleine notitie komen om de PNH-hal … Om even op een rijtje te zetten wat het kost om die bijvoorbeeld te optimaliseren, zodat die voor meer sporten gebruikt kan gaan worden. Maar wel met de winstwaarschuwing daarbij dat daar nog geen geld voor gereserveerd is en dat het niet per definitie ook heel erg goedkoop zal gaan uitvallen, is mijn vermoeden. Voorzitter, ik denk dat ik dan in ieder geval de meeste vragen heb beantwoord. Over een aantal maanden, dat doen we in samenwerking met het SAO, komt het MJIP voor de binnensport ook nog naar u toe. En daar zitten een aantal voorstellen in en geven we een doorkijkje voor de komende 40, 60 jaar wat we inderdaad willen met het optimaliseren van de capaciteit. We hebben een overschot aan gymzalen en we willen daarvoor wat meer sportzalen terug. Dat kunt u daarin terugvinden. Dan gaan we dat ongetwijfeld nog met zijn allen bespreken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder.
Dan kijk ik nog even rond of er behoefte is voor een tweede termijn? Die is er niet. Helemaal goed. Dan dank ik de wethouder. Veel succes in de Commissie Ontwikkeling beneden natuurlijk. 8.
Beantwoording vragen art. 32 van D66 inzage hoogbegaafdheid (BL) De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt, want het is natuurlijk een bespreekpunt. Het is geen advisering. Het gaat niet naar de raad. Voor zover dat duidelijk is. Dan komt hier rustig al de heer Van Leeuwen, wethouder, deze kant op. En dat is voor de beantwoording vragen artikel 32 van D66 inzake hoogbegaafdheid. Wat ga ik daar verder over zeggen? Ik ga allereerst zo even de wethouder nog vragen of er mededelingen zijn vanuit … Nee? Ik krijg al een non-verbale nee. Dan hebben we dat alvast afgehandeld. We hebben ook een inspreker. Daar gaan we allereerst naar luisteren bij dit agendapunt. Dat is de heer Van Rooden. En ik zou u willen vragen om naar voren te komen. We hebben een heel mooi spreekgestoelte helemaal in de hoek. Je mag helemaal langs de commissie ... Welkom. U mag straks op het knopje drukken. Dan heeft u drie minuten. Ik zal u erop wijzen op het moment dat het bijna voorbij is. En daarna mag de commissie nog verdiepende vragen aan u stellen. Gaat uw gang. De heer Van Rooden: Dank u wel, voorzitter. Geachte commissieleden, als bestuurder van Hero kindercentra en deelnemer aan de LEA geef ik graag een toelichting op het proces dat wij met onze partners hebben
4
ingezet. Ons doel, een gezamenlijke, duidelijke visie op wat nodig is voor een kansrijke, gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen in Haarlem. Meer regie en een betere afstemming. Het ontwikkelrecht van kinderen neemt daarin een centrale plaats. Immers, wat wij nu signaleren bij peuters op de peuteropvang zien we, als we niks doen, over 1,5 jaar terug op de basisschool en over 9,5 jaar in het voortgezet onderwijs. Daarom is het essentieel dat we als partners in de LEA breed kijken, perspectieven verbinden en samen verantwoordelijkheid nemen. Of het nu gaat om persoonsvorming, socialisatie of kwalificatie van kinderen, we doen het samen. De afgelopen periode hebben we ondersteund door een extern bureau, onze gezamenlijke ambitie aangescherpt en meer focussen aangebracht in ons overleg. We werken vanuit 5 thema's met het kind als middelpunt. Het BOBO BOVO-overleg heeft zich positief uitgesproken over deze nieuwe werkwijze. De regiegroep, dat is het orgaan dat de LEA voorbereidt, heeft vervolgens bepaald met welk thema we starten. Dat is verzuim geweest. De thuiszitters. Dit onderwerp is in de eerste helft van 2025 uitgediept door de deelnemers. En wat bleek, deze nieuwe manier van werken vraagt om een degelijke voorbereiding van voorstellen en bespreekpunten door deelnemers en leiding van een procesmatig sterke, onafhankelijke voorzitter.
Die voorzitter stelt, met inbreng van de regiegroep, een gerichte agenda op, met die vraagstukken waar we samen oplossingen voor willen creëren. Zo krijgt ieder perspectief een plek en borgen we dat de wettelijke eisen en de lokale ambities goed worden meegenomen. Verdieping vindt op dit moment ook nog plaats door gesprekken die deze maand plaatsvinden met elke deelnemer aan de LEA. En hierdoor scherpen we aan welke initiatieven en ontwikkelingen spelen, inspireren we elkaar en benadrukken we het belang van waardevolle opbrengsten. U zult misschien denken, wat heeft dit de kinderen in Haarlem tot nu toe gebracht? Gelukkig voor die kinderen bouwen we de brug, terwijl we eroverheen lopen. We zijn al bezig met de realisatie van de thema's in deelcoalities vanuit de LEA, bijvoorbeeld door een pilot met een peuter-kleutergroep, het vormgeven van de doorgaande lijn van 2,5 tot 12-jarigen en de uitvoering van het onderwijskansenbeleid. De toegankelijkheid en nabijheid van goede educatieve voorzieningen voor alle kinderen in elke wijk in Haarlem speelt daarbij voor ons een wezenlijke rol. Geachte commissieleden, de LEA biedt voor ons het platform om samenhangend beleid te maken. Om de onderwijs en ontwikkelkansen van kinderen te kunnen vergroten. Dat is wat ons bindt en dat is waar ieder voor ons voor nodig is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Van Rooden.
Ik hoorde al een beetje dat u naar een punt ging, dank. Mooi binnen de tijd. Dan kijk ik de commissie rond of er nog een verhelderende vraag is? U hoort het. Het was helemaal helder. Dank voor uw verhaal. 8.1 Lokale Educatieve Agenda V 2025-2029 De voorzitter: Dan gaan we nu naar de behandeling in de commissie. Zoals u weet natuurlijk, 8.1 staat ook geagendeerd. We behandelen het integraal, 8 en 8.1. Het wordt betrokken bij de bespreking inderdaad. En ik ga allereerst D66 het woord geven. U heeft het geagendeerd. Gaat u gang, mevrouw De Valk. Mevrouw De Valk: Voorzitter, dank. Allereerst ook dank aan de wethouder voor de beantwoording van onze vraag over hoogbegaafdheid. Hoogbegaafdheid wordt minder goed gezien bij meisjes als je uit een kansarm gezin komt of als je ouders een bepaalde migratieachtergrond hebben. Het is daarom goed om te zien dat er stappen worden gezet, onder andere via de bestaande ondersteuningsstructuren. Tegelijkertijd zien we een realiteit die ons zorgen baart. We weten dat een kwart van de Haarlems thuiszitters kenmerken van hoogbegaafdheid heeft. En dat zijn alleen de kinderen die in beeld zijn. Het werkelijke aantal ligt vermoedelijk hoger. En we kijken hier waarschijnlijk slechts naar het topje van de ijsberg. Daarnaast horen we van ouders dat zij, ondanks deze huidige voorzieningen, nog steeds tussen wal en schip vallen.
Dat vraagt om blijvende aandacht en om de vraag of onze aanpak voldoende aansluit bij deze specifieke groep leerlingen. Laat een ding helder zijn, de gemeente onderwijst geen kinderen, maar we hebben wel een verantwoordelijkheid om
5
de voorwaarden zo goed mogelijk te organiseren. Via bijvoorbeeld de LEA overlegstructuur kunnen we als gemeente echt een verschil maken door actief te sturen op het erkennen van hoogbegaafdheid, het versterken van expertise bij scholen, het organiseren van passende ondersteuning binnen bestaande kaders en het voorkomen dat ouders verdwalen in het systeem. D66 vraagt daarom aan de wethouder om hoogbegaafdheid expliciet te agenderen binnen de LEA, zodat we vanuit de samenwerking met schoolbesturen en andere partners grip krijgen op deze groep die ondersteuning nodig heeft. Tot slot vragen we aandacht voor jonge mantelzorgers. Ook zij verdienen een plek in ons onderwijsbeleid. Deze leerlingen leveren thuis waardevolle zorg, bijvoorbeeld door broertjes of zusjes naar school te brengen. En komen daardoor soms net te laat op school. Deze kinderen hebben geen straf nodig, maar begrip, ruimte en ondersteuning. Zodat zij dezelfde onderwijskans krijgen als ieder ander kind. Wij vragen daarom de wethouder, hoe u kijkt tegen het beter signaleren en ondersteunen van jonge mantelzorgers binnen het onderwijs? En of dat u ook dit onderwerp kan meenemen in het gesprek met de schoolbesturen en in de LEA overlegstructuur an sich. Zodat onder andere scholen weet hoe ze beter deze groep kunnen begeleiden. Dank. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Visser, ChristenUnie. De heer F.
Visser: Voorzitter, het pleidooi van D66 is mij uit het hart gegrepen. De ChristenUnie is het wel eens met de wethouder dat er een grote rol ligt bij scholen als het gaat om de manier waarop we hoogbegaafde leerlingen begeleiden. En dat gaat ook vrij goed met coördinatoren en plusklasjes. Complimenten. Maar dat er een dekkend aanbod is, daar herkent de ChristenUnie zich niet in, zolang er hoogbegaafde leerlingen zijn in Haarlem die geweigerd worden door alle scholen in Haarlem. Het samenwerkingsverband heeft zorgplicht, maar is al blij als er een school is die een leerling accepteert, desnoods in een andere regio. Dan wordt er een vinkje gezet. Probleem opgelost. Maar ondertussen blijft het probleem bij de ouders en de leerlingen als het aanbod eigenlijk helemaal niet passend is en er toch grote impact is op het gezin of op de klas. Voorzitter, er is geen dekkend aanbod voor leerlingen bijvoorbeeld die hoogbegaafd zijn, gecombineerd met sociaal-emotionele problematiek. Leerlingen uit deze groep die klaar zijn met de basisschool, maar door hun rugzakje en/of leeftijd niet naar de ‘…’(00:23:42) school kunnen, komen nu terecht in speciaal onderwijs, in een omgeving die niet passend genoemd kan worden. Het zijn er misschien niet veel, maar wat doet de wethouder om dergelijke leerlingen wel een goed aanbod te geven? En er is ook een probleem in landelijke wetgeving.
Verschillende scholen verspreid over het land hebben hoogbegaafd onderwijs dat eigenlijk het karakter heeft van speciaal onderwijs, met een veel kleinere klas en met een extra docent, omdat het om leerlingen met een rugzakje gaat. Die scholen lobbyen al jaren voor erkenning als speciaal onderwijs en dat ze daardoor extra geld krijgen. En het Rijk geeft echter niet thuis met die erkenning. Kan de wethouder in deze lobby helpen, juist nu D66 aan de onderhandelingstafel zit? Tenslotte, de rol van de leerplicht, die noemt de wethouder ook nog even in antwoord op de vraag van D66. De wethouder noemt dat bij leerlingen die uitgevallen zijn. Maar zou de leerplicht niet juist ook kunnen ondersteunen bij leerlingen die dreigen uit te vallen? De gemeente kan volgens de ChristenUnie via de leerplicht veel meer regie nemen. En dat begint bij het beter monitoren van potentiële thuiszitters. Ik heb daar al een heel verhaal over gehouden bij de begroting. Hoeveel kinderen zijn er eigenlijk in Haarlem die maar parttime naar school gaan? Het zijn er in Haarlem vrees ik best veel, maar we hebben ze niet in beeld. En ik sluit me helemaal aan bij het topje van de ijsberg van D66. De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter, Actiepartij, eerste termijn. De heer Trompetter: Dank, voorzitter. Belangrijk dat dit punt geagendeerd wordt.
De Actiepartij vindt de ondersteuning van hoogbegaafden op meer gebieden dan alleen de cognitieve vermogens, want er zijn veel meer intelligentieniveaus, zeer belangrijk. Te meer er thuiszitters zijn die hoogbegaafd zijn die niet goed kunnen aarden in het schoolsysteem van de gemiddelde niveaus. Nu gaan wij als gemeente niet over de
6
inhoud van het onderwijs. En de jeugdgezondheidszorg en het CJG ondersteunen bij passende hulp en ondersteuning. Volgens het pleidooi van ChristenUnie zou dat nog niet voldoende zijn. Wij zijn wel blij met de Lokale Educatieve Agenda, waar net de inspreker ook over sprak. De genoemde visie en maatregelen die er ook uit volgen. Bij de ontwikkeling naast onderwijs ook op thema's minimabeleid, sportbeleid, cultuurbeleid en jeugdzorg. En dat is voor onze fractie op dit moment voldoende. En wij vinden het ook goed dat er wordt gewerkt met de kansencirkel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bastiaans, PvdA. Mevrouw Bastiaans: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wat mij betreft de LEA. Om maar met de deur in huis te vallen, voor GroenLinks-PvdA is onderwijs te belangrijk om het aan de schoolbesturen over te laten. Onderwijs zorgt voor kansen op een zelfstandig bestaan en een goed inkomen. Het oude verheffingsideaal, zal ik maar zeggen. Er is veel werk aan de winkel. De onderwijskwaliteit loopt achteruit en de basisvaardigheden staan onder druk. Dit raakt met name de meest kwetsbare leerlingen. Onderwijs is de manier om hun sociale positie te verbeteren. We staan als gemeente voor kansengelijkheid, willen geen verschillen in waar je opgroeit in Haarlem, maar die verschillen zijn er helaas wel. En die nemen toe als we niet ingrijpen.
Kijk naar de grote verschillen in schoolverzuim. Veel meer kinderen in Schalkwijk in Haarlem-Noord hebben een hoog verzuim. En het heeft met meer dan alleen het onderwijs te maken. Wat GroenLinks-PvdA betreft, zijn onderwijs, jeugdzorg en armoedebeleid nauw met elkaar verbonden. De nieuwe, verbeterde LEA biedt kans voor de gemeente om meer dan voorheen thema's in te brengen en aan tafel te zitten met een eigen visie, maar dan moet het college wel weten wat ze wil. En dan kijk ik even naar de gemeente Breda, waar de wethouder een onderwijsvisie heeft geschreven die ervan uitgaat dat school en samenleving steeds meer samenkomen. In de Bredase onderwijsvisie ziet de gemeente voor zichzelf een rol als initiatiefnemer en als aanjager. De oproep voor de komende periode van Groenlinks-PvdA is dan ook, pak als gemeente die rol. Een voorbeeld om als gemeente in te brengen, is het burgerschapsonderwijs. In de nieuwe LEA lezen we hier helaas niets over. Terwijl het zo'n belangrijk onderwerp is om polarisatie tegen te gaan, om verbinding te houden en om met elkaar in gesprek te gaan. We zien in de beantwoording van vragen over hoogbegaafdheid dat het college zegt, dit is aan de schoolbesturen. GroenLinks-PvdA vraagt zich af wat de reden is dat het college dit zo beantwoordt. Het gaat misschien om kleine groepen met bijzondere behoeften, maar ook zij verdienen extra aandacht en hulp.
Voorzitter, we zijn blij dat er eindelijk een nieuwe LEA is, maar het mag wat meer worden dan een centrale ontmoetingsplek. Dit klinkt te vrijblijvend. Wel ziet GroenLinks-PvdA hierin ook kansen om juist vanuit de gemeente, met de kansencirkel als basis, meer te doen voor het onderwijs en de jongeren in Haarlem. Dat is wat ons betreft de uitdaging voor de komende jaren. Zoals Marjolein Moorman onlangs zei, het is tijd voor een overheid met lef. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar de eerste termijn van GroenLinks. Mevrouw Hamzad, gaat u gang. Mevrouw Hamzad: Dank, voorzitter. GroenLinks sluit zich volledig aan bij mijn collega van de PvdA. En we zien ook een aandachtspunt, Day a Week School voornamelijk. Day a Week klassen weerspiegelen niet altijd de diversiteit in Haarlem. Deze voorziening moet toegankelijk zijn voor alle hoogbegaafde Haarlemse kinderen. We verzoeken de wethouder daarom dit mee te nemen in de gesprekken met schoolbesturen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik was even non-verbaal aan het rondkijken, maar ik zie geen eerste termijnen meer. Prima. Gaan we naar de wethouder. De heer Van Leeuwen, gaat u gang. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank. En dank commissie voor het agenderen van dit stuk. Want het is altijd goed om het met elkaar over onderwijs en over onze jongeren te hebben. Want het gaat natuurlijk van
7
kinderopvang via onderwijs, worden uiteindelijk mensen volwassen. Ook dank voor de inspreker om nog een nadere toelichting te geven over de Lokale Educatieve Agenda. Ik ga achterstevoren beginnen, voorzitter. Tijd van overheid met lef. Volgens mij verdient het niet alleen een overheid met lef, maar ook een semioverheid met lef. De inspreker zei het al, de schoolbestuurder, eigenlijk de regiegroep LEA, Lokale Educatieve Agenda, ook de kinderopvangorganisaties, stappen echt naar voren. Die zeggen, wij pakken gezamenlijk met de gemeente verantwoordelijkheid over dingen die we wettelijk niet per se hebben. Want de LEA is wettelijk ingesteld, daar moeten we het over onderwijskansenbeleid hebben. Dat moet van de wetgever en daarom stel je een Lokale Educatieve Agenda op. Maar eigenlijk we stappen met elkaar een stap naar voren om gezamenlijk de verantwoordelijkheid te nemen voor onze kinderen. Dat is volgens mij een hele stoere stap van al die semioverheidsinstellingen en daar zijn we als gemeente ook bij aan boord. Dat doen we ook nog met de visie, want op 18 januari van dit jaar hebben we het onderwijskansenbeleid, de actualisatie daarvan vastgesteld. Dus u vraagt om een visie, die heeft u zelf nog al met elkaar langs gehad een jaar geleden ongeveer.
En ook, en dat vind ik nog belangrijker, als we langjarig kijken in onze visie ook op de jeugdhulp is de kansencirkel, diezelfde kansencirkel waar de heer Trompetter ook complimenten over geeft, die zit ook in die LEA. Dus eigenlijk is die kansencirkel of die circle of wellbeing, ik vind het Engelse woord altijd mooier dan kansen, want wellbeing, welzijn gaat verloren in de vertaling wat mij betreft, dat is al jaren eigenlijk het leidbeeld van ons, maar ook van alle schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, CJG om te kijken hoe wij naar jeugd kijken. Dus wat ons betreft is die visie er, dat is namelijk eigenlijk vooral die circle of wellbeing die al jaren wetenschappelijk bewezen ook bij ons als leidraad wordt gebruikt. Die de scholen ook in hun eigen schoolplannen zeggen en die dus ook leidt over het gesprek over basisvaardigheden. Want vorige week zaten we met elkaar, niet in deze zaal, maar een verdieping lager. Toen heeft ook de heer Hoogvorst van Spaarnesant uitgelegd dat bijvoorbeeld burgerschapsonderwijs ook onder basisvaardigheden valt, dus dat het nadrukkelijk ook op het netvlies staat. Voorzitter, dat brengt mij bij het thema wat natuurlijk ook geagendeerd is, hoogbegaafdheid en ook zoals aangezegd hoogbegaafdheid in het sociaal-emotioneel onderwijs.
Kijk, dat is natuurlijk het moeilijke, hoe vlieg je iets aan? Het thema wat nu echt nadrukkelijk in de LEA staat zijn die thuiszitters. Ja, en inderdaad, bij een kwart van de thuiszitters naar schatting speelt ook hoogbegaafdheid een rol. Bij driekwart dus niet. Ik vind dat we met elkaar met alle partijen moeten kijken, wat gaan we eraan doen om onderwijs zo passend te maken, zo inclusief te maken dat we dan voor al deze kinderen een oplossing bieden. Eén ja, en dat is gelijk een antwoord op de ChristenUnie, voorzitter, voor het samenwerkingsverband passend onderwijs is juist ook inderdaad hoogbegaafdheid in combinatie met sociaal-emotionele of gedragsmatige uitingen een van de speerpunten. Dus in het samenwerkingsverband is dat echt een punt waar zij actief achteraan zitten en het verschil willen maken. Is dat dan nu gelijk goed? Nee, helaas nog niet, maar dat staat dus nadrukkelijk ook vanuit diezelfde aanpak op het netvlies. Concrete vraag was, kunt u daar een rol in spelen bij de lobby? Ja, toevallig had ik het eergisteren nog met een bestuurder van het samenwerkingsverband erover dat het gekke is, hoe meer inclusief het onderwijs hier in deze regio wordt, hoe minder de bekostiging wordt. Dus daar zit in het hele bekostigingsstelsel vanuit het Rijk echt een weeffout, dus dat gaat niet goed inderdaad. Dus ja, die boodschap herken ik, die boodschap ken ik.
En ja, daar ga ik natuurlijk ook met de onderwijspartijen, hebben we daar met elkaar het gesprek over. En dat doet zowel de PO-raad als de VO-raad, als ook de samenwerkingsverbanden pakken dat gezamenlijk op. En daar kan ik ook vanzelfsprekend een rol spelen. Als je het hebt over de rol van leerplicht, en die komt zowel terug bij de jonge mantelzorgers als ook meer regie bij leerplicht. Wordt ook gevraagd door de ChristenUnie, voorzitter, en D66 vroeg het ook. Ja, dat doen we dus wel al. En dat is misschien ook weer, dus dat neem ik ook mee, we hebben ook een nieuwe coördinator van leerplicht zitten sinds deze maand. Ik denk dat we het verhaal vaker moeten vertellen. Dus wij zijn een van de regio's die bijvoorbeeld ook preventieve leerplichtgesprekken hebben. Sommige regio's die gaan echt helemaal op de wettelijke norm. Dus u bent zo vaak te laat geweest in deze periode, dan komt leerplicht in dienst. Bij ons is het zo dat VO-scholen kinderen ook aanmelden als ze denken
8
dat er ergens een zorg zit en dan gaat de leerplichtambtenaar in gesprek. Ik heb zelf ook de eer gehad om een keertje mee te mogen lopen een ochtend met zo'n leerplichtambtenaar. En precies zoals mevrouw De Valk zegt, voorzitter, dan komen dus ook kinderen inderdaad die de zorg voor een broertje of een zusje hebben en die daardoor te laat komen. Er komen ook kinderen waar heel veel andere problematiek in huis is. Dus ja, wij zetten al leerplicht in om inderdaad te kijken, wat gebeurt er nou achter de voordeur? Wat is er nodig om deze jeugdigen te helpen om een goede schoolcarrière te hebben? En dat vereist inderdaad een integrale aanpak. Daarbij helpt de wetgever niet. Dus dat weet u ook, dat heb ik al eerder besproken, is dat er op dit moment mogen wij wettelijk gezien officieel niet één lijst maken van het geoorloofd verzuim en het ongeoorloofd verzuim. U heeft ook gezien dat vinden wij als college een besluit genomen over gegevensdeling in het sociaal domein. Waarbij wij echt als organisatie ook daar weer lef tonen door te zeggen van, ja, hartstikke leuk de AVG en hartstikke leuk dit soort regels, maar als het gaat over noodzaak van mensen te helpen, dan moeten we die gegevens gewoon delen.
Dus dat collegebesluit hebben we voor onszelf genomen, voor onze organisatie, maar ook voor aanpalende organisaties om juist dit soort ‘…’(00:34:40) situaties waarbij we gewoon samen moeten werken en ook samen moeten kunnen werken om een kind te helpen, maar we dus inderdaad op geaggregeerd niveau dit soort gegevens nog niet zouden mogen delen, om daar inderdaad echt een volgende stap in te zetten. Want ja, dat is natuurlijk gewoon heel raar. Want een van de voorspellers, eentje die ik altijd heel waardevol vind, dat heb ik ook al vaker gezegd, Arne Popma, hoogleraar psychiatrie, heeft altijd van die geweldige cijfers gewoon als je naar heel Nederland kijkt. De grootste voorspeller van schooluitval is, ik ga geen quiz doen want u mag toch niet antwoorden, tenzij u een interruptie pleegt, maar de grootste voorspeller is als een kind eenmaal van school is gewijzigd. Dat we eigenlijk zien, als een kind het eenmaal op één school niet heeft gered, hij kan nog tweede, derde, vierde, vijfde school, maar is dat de indicator dat er ergens dan in de komende vijf à zes jaar schooluitval plaats gaat vinden. Dus we moeten met elkaar alles op alles zetten om dat kind op die school een passende plek te bieden met samenwerkingsverband en dus ook met de verzuimcoördinator. Want net zoals met medewerkers gewoon hier bij de gemeente, wat is de voorspeller van uitval, is eerst kortdurend verzuim.
Dat kan drie keer ziekmelden zijn in een halfjaar, dat kan af en toe een wat langere periode ziek zijn. Dus precies leerplicht moet inderdaad die regie hebben en ook moet kunnen delen, wat is hier nou aan de hand? En dat doen we dus al. Dat is ook nog spannend omdat sommige kinderen niet uit onze leerplichtregio komen, dus dan moet je helemaal houtje-touwtje weer dingen gaan regelen en zo. Dat is echt een bureaucratische kriem. Valt onder politiewetgeving ook, de leerplichtambtenaar, moet door de burgemeester ingezworen worden. Dus dat is ook weer een heel ander wetgevend kader. Maar daar zetten wij als Haarlem en als regio alles op alles om dat zo goed en zo kwaad als het wettelijk kan en mag te doen om deze kinderen te helpen. En ook daarbij in die LEA wordt het bekrachtigd, want ook al deze schoolbestuurders zeggen, hier gaan wij samen voor lopen. Dan een hele concrete vraag, voorzitter, van D66 was, kan ik dus hoogbegaafdheid en ook jonge mantelzorgers in de LEA agenderen? Ja, natuurlijk, want het zijn thema's waar we het al over hebben, die we al raken, die ik ook op werkbezoeken zie. Dus ja, die zal ik daar inbrengen om ook te kijken van, hoe zitten we daar nou bovenop en hoe maken we daar het verschil? Ik loop nog even heel kort mijn lijstje langs of ik alle concrete vragen gehad heb, maar ik denk dat het wel het geval is. De voorzitter: Helemaal goed.
Volgens de heer Visser in ieder geval niet of hij heeft een vervolgvraag. Maar in ieder geval een interruptie, dus gaat uw gang. De heer F. Visser: Ik hoor een aantal goede dingen over datadeling, maar toch die rol van leerplicht. Dat zou je misschien ook kunnen omzeilen door een stukje vrijwilligheid, dat het wordt aangeboden aan ouders dat ze leerplicht kunnen inschakelen. Want leerplicht wordt soms als een handhaver gezien, maar als je het andersom doet, als je als ouders zelf leerplicht inschakelt als een soort onafhankelijke ogen richting
9
bijvoorbeeld het samenwerkingsverband. Want dat is vaak een soort, er is een vaak een worsteling tussen scholen en samenwerkingsverband gaande en dat gaat niet altijd even soepel. En dan kan een onafhankelijke persoon als leerplicht helpen om dossiers vlot te trekken en om leerlingen sneller te helpen om te voorkomen dat ze uiteindelijk uitvallen. Als we dat actief aanbieden als gemeente, dan kan je volgens mij die juridische problemen omzeilen als de ouders zelf kunnen aanmelden bij leerplicht. Zou de wethouder daarnaar kunnen kijken? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Het hele concrete antwoord is ja en ik weet niet of het al gebeurt. Maar kijk, wat ik al zei, nu kan bijvoorbeeld een zorgcoördinator van een school of een mentor kan zeggen van, hé leerplicht, kijk een keertje mee. Of dit ook zo naar ouders gaat weet ik niet. Dus dat zoek ik uit en daar ga ik naar kijken. De voorzitter: Oké. We hebben gehoord dat wethouder het gaat uitzoeken. Kijk ik nog even rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn? Nee, die is er niet. Ach, prachtig. Dan sluiten we dit agendapunt af. Dank voor uw komst, wethouder. 9.
Startnotitie Uitvoeringsplan Gezond en Actief Leven Haarlem 2026-2028 (DL) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 9. Ik zat al een beetje mee te kijken bij Ontwikkeling, ik zag dat het al klaar was. We doen hier rustig de wissel en dan ga ik al vanzelf de inleiding van het agendapunt noemen. Dan gaan we naar agendapunt 9, dat is de startnotitie Uitvoeringsplan Gezond en Actief Leven Haarlem 2026-2028. Het college stelt de startnotitie voor het Uitvoeringsplan Gezond en Actief Leven Haarlem vast. Deze startnotitie vormt de basis voor het opstellen van een nieuw uitvoeringsplan voor de genoemde periode. Het uitvoeringsplan moet bijdragen aan het versterken van gezondheid en het terugdringen van gezondheidsverschillen in Haarlem. De bespreking biedt ruimte om aandachtspunten en suggesties vanuit de commissie mee te nemen in de verdere uitwerking van het participatietraject en het uitvoeringsplan. Dan ga ik gewoon maar eens kijken wie er een eerste termijn wil, commissie. Mevrouw Hamzad, GroenLinks. Mevrouw Hamzad: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, GroenLinks steunt de actualisering van het gezondheidsbeleid en waardeert het brede participatieproject. Het is goed dat Haarlem blijft werken en blijft inzetten aan het verkleinen van gezondheidsongelijkheid. Tegelijkertijd missen wij de rol van de huisarts in het stuk.
Ze zijn het eerste aanspreekpunt voor bewoners en spelen een belangrijke rol in het herkennen van klachten en het begeleiden naar passende zorg. We vinden hun betrokkenheid bij de uitvoering van het plan onmisbaar. Aangezien wij het gezondheidsbeleid bespreken. GroenLinks vindt het een mooi moment om een belangrijk onderwerp aan te kaarten, voornamelijk de gezondheid van vrouwen. Voorzitter, we zien te vaak vrouwenklachten worden niet tijdig herkend, met achterstand en achtergestelde zorg tot gevolg. Dit is niet alleen een gezondheidskwestie, maar ook een vrouwenrechtenkwestie. GroenLinks wil hier nadrukkelijk aandacht voor vragen als onderdeel van het plan en vragen wij ook aandacht voor mogelijke lokale ondersteuning. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik mevrouw De Valk, D66. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. Voor D66 is gezondheid meer dan zorg, het gaat over kansen, leefomgeving, mentale gezondheid, sport, welzijn en preventie. Daarom zijn we positief over de integrale aanpak, de levensloopbenadering en de aandacht voor het terugdringen van gezondheidsverschillen. Tegelijkertijd willen we drie aandachtspunten meegeven. Ten eerste, over de sterke coördinatie. De ambitie is
10
namelijk groot, maar het succes staat of valt met goede interne regie binnen de gemeente. De uitvoering van de GALA is domeinoverstijgend en raakt dus ook aan verschillende domeinen. We vragen het college daarom ook om deze integrale regie helder te beleggen en in de verdere uitwerking te komen met concrete meetbare doelen. Het tweede is de betekenisvolle participatie, want goede inwonerparticipatie is essentieel om deze doelen te behalen. We zijn blij dat de inwonerparticipatie meegenomen wordt in de stukken. We vragen alleen wel aan het college van hoe wordt geborgd dat de inwoners en lokale partners structureel worden betrokken, ook in de uitvoeringsfase? En een derde gaat over diversiteit en inclusiviteit, want in een diverse stad als Haarlem moeten interventies aansluiten bij alle inwoners. Dat vraagt aandacht voor taalvaardigheid, culturele achtergrond, verschillen in gezondheidsvaardigheden en juist voor het bereiken van groepen die niet vanzelf meedoen. D66 vraagt het college om diversiteit en inclusiviteit expliciet in de uitwerking op te nemen, zodat gezondheidswinst terechtkomt bij iedereen en juist bij inwoners die nu achterstanden ervaren. We horen graag hoe de wethouder tegen deze aandachtspunten aankijkt en of ze bereidt is deze op te pakken? De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Dank, voorzitter.
Ik sluit me aan bij het pleidooi van GroenLinks, met name over de vrouwen ook en wat daarmee gebeurt en de huisartsen. ‘…’(00:42:17) voor de inwoners is belangrijk. Daarvoor moet worden ingezet op preventie. Dat gaan we duidelijk dan doen. Eén van de doelstellingen is om ‘…’ verschillen te verkleinen. Het is dan wel van belang dat gezonde voeding voor meer inwoners toegankelijk wordt. ‘…’ zijn immers goedkoop en eiwitten en vitamines zijn relatief duur. De vraag is dus of ook op dit beleid naast de andere goede vragen die gesteld zijn ook op armoedebestrijding, stadslandbouw en gezonde maaltijden op scholen, dat de wethouder ook wel inziet of daar die link ook tussen is? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visser, PvdA, de eerste termijn, De heer S. Visser: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat dit stuk er ligt en de Partij van de Arbeid is erg tevreden dat de nadruk hier ligt op gelijke gezondheidskansen, sociale cohesie en een wijkgerichte aanpak. Het is gericht op het verkleinen van gezondheidsongelijkheid in onze stad en ook dat vinden we mooi. Dan wordt er wel gevraagd om een aantal suggesties en aandachtspunten en die hebben we. Richting participatietraject en dit is een kleine voormalige beroepsdeformatie van mijn kant, maar een aantal punten.
Betrek juist de groepen die het moeilijkst te bereiken zijn met actieve outreach in kwetsbare wijken zoals bijvoorbeeld Meerwijk, Europawijk, Parkwijk en Delftwijk. Het belang van taaltoegankelijkheid en cultuursensitiviteit. Doe het bijvoorbeeld in B1-taalniveau en betrek organisaties die werken met nieuwkomers, laaggeletterden en inwoners met beperkte gezondheidsvaardigheden. Geef duidelijkheid over invloed, formuleer heldere participatievragen. Laat duidelijk zien wat er met de input gebeurt en koppel dit ook terug bij elk proces. Daarnaast hopen we dat de representativiteit wordt geborgd bij de digitale vragenlijst. Dan inhoudelijk. Aandacht op armoede en gezondheid expliciet met elkaar verbinden. Mentale gezondheid van jongeren, focus op preventie en druk vanuit het onderwijs. Voor ouderen, sterkere koppeling met wonen, mobiliteit en vereenzaming. Wijkgerichte projectteams, één wethouder als herkenbaar aanspreekpunt voor de preventie. Maak de koppeling met de Omgevingsvisie en de doelstellingen concreet en meetbaar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Vliet, VVD. De heer Van der Vliet: Dank u wel, voorzitter. Allereerst compliment aan de wethouder, het is fijn dat we als raad ook goed vanaf het begin worden betrokken bij dit proces.
Als VVD kunnen we ons vinden in de basis van de startnotitie, versterken van gezondheid, terugdringen van gezondheidsverschillen en in de aanpak de inzet van participatie en breed draagvlak. Ook beschrijven wij de uitgangspunten, die sluiten goed aan bij wat wij
11
belangrijk vinden. Wel willen wij benadrukken dat eigen verantwoordelijkheid centraal moet blijven staan. De overheid ondersteunt waar nodig, maar neemt niet over. Daarnaast vindt de VVD het belangrijk dat er preventieve maatregelen worden gekozen op basis van aantoonbare effectiviteit en doelmatigheid. Wij willen aan de wethouder nog drie aandachtsgebieden meegeven. Als eerste, richt de aandacht niet alleen op Schalkwijk, zoals de PvdA net benoemt. Schalkwijk kent zeker grote uitdagingen, maar wij zien ook dat in andere wijken in Haarlem, zoals bijvoorbeeld Zuid-West, ook duidelijk gezondheidsproblematiek speelt. In de startnotitie ontbreekt het thema online gokken, terwijl dat juist een groot groeiend risico is voor jongeren, schuldproblematiek en mentale gezondheid. De vraag aan de wethouder is of zij bereid is dit onderdeel mee te nemen in het verwerken van het uitvoeringsplan? Tot slot, er wordt terecht veel gesproken over participatie, maar voor de VVD missen wij namelijk nog één groep en dat zijn de werkgevers in onze stad. Van mkb en de horeca tot grote bedrijven, scholen en zorginstellingen. Daarom ook de vraag voor de wethouder of deze partijen ook worden betrokken in dit participatietraject, bijvoorbeeld via een gezonde werkgeverscoalitie? Voor zover mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter.
Voor het CDA is gezondheid meer dan de afwezigheid van ziekte. Het gaat om meedoen, zingeving, verbinding en nabijheid. Een stad waarin je gezond kunt opgroeien, waar ouderen vitaal blijven en waar iedereen ongeacht achtergrond kansen krijgt om gezond te leven. Wij hebben bij deze startnotitie drie belangrijke aandachtspunten, voorkomen is beter dan genezen, investeer in preventie en gezinnen. De druk op zorg en welzijn neemt toe en we zien dat vooral bij jeugd en jonge gezinnen. Het CDA vindt dat preventie zowel fysiek als mentaal leidend moet zijn. Wij vragen het college om dit nadrukkelijk en concreet uit te werken in hun uitvoeringsplan. Gezondheidsverschillen verkleinen, wijkgericht en dichtbij mensen. We zien al jaren grote gezondheidsverschillen tussen wijken in Haarlem. Het CDA wil dat het plan duidelijk maakt waar de problemen het grootste zijn en wat we daar anders of extra gaan doen. Wijkgericht werken dichtbij mensen met lokale partners, zoals huisartsen, buurtteams, sportaanbieders en welzijnsorganisaties, inclusief natuurlijk zelforganisaties. Betrokkenheid van inwoners en partners niet alleen meedenken, maar ook meebepalen. Het CDA ondersteunt een participatieproces waarin inwoners, jongeren, ouderen en professionals een belangrijke en betekenisvolle rol krijgen. Wij vragen daarbij om een participatieproces waar ook kwetsbare groepen worden bereikt.
Een tijdspad dat realistisch is, dat de kwaliteit van het plan niet ondersneeuwt door tijdsdruk. Tot slot, voor het CDA staat één vraag centraal, hoe maken we Haarlem gezonder op een manier die mensen werkelijk raakt in hun dagelijks leven? Wij kijken uit naar de verdere uitwerking en denken graag constructief mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik mevrouw Hartman, Forum voor Democratie. Mevrouw Hartman: Dank u wel, voorzitter. Iedereen in deze raad is het erover eens dat gezondheid van groot belang is en gelukkig maar. De kernvraag die hier voorligt is niet of we gezondheid belangrijk vinden maar hoe de gemeente die gezondheid denkt te moeten bevorderen? Doen we dat door te ondersteunen, te versterken en ruimte te creëren, of door steeds verder te sturen, normeren en ontmoedigen? Preventie kan namelijk ontzettend waardevol zijn, maar werkt alleen wanneer inwoners intrinsiek gemotiveerd zijn, wanneer zij het gevoel hebben te kiezen voor een gezonde stap. Niet omdat de gemeente het voorschrijft, maar omdat het past bij hun leven, bij hun omstandigheden en hun eigen afwegingen. Dat vraagt om balans. Een topsporter weet ook dat een rustdag soms net zo belangrijk is als een trainingsdag. Te veel druk werkt averechts, te veel sturing voelt betuttelend en te veel normering holt precies die motivatie uit die je juist wil versterken.
Daarom moet beleid mensen stimuleren en niet sturen. Natuurlijk is het wenselijk om mensen te stimuleren meer te
12
gaan sporten, het is niet alleen goed voor het lichaam, maar ook voor de geest. Voor weerbaarheid van jongeren, voor sociale kracht, voor structuur en ontspanning en voor langdurige mobiliteit van ouderen. Als we willen dat Haarlemmers gezonder eten, dan bieden we meer gezonde alternatieven aan, maar gaan we niet proberen een broodje kroket of een biertje na het sporten te ontmoedigen. Gezondheidsbeleid dat vooral bestaat uit ontmoediging, waarschuwingen en regulering mist zijn doel, het neemt juist de ruimte weg waarin inwoners zelf gezonde keuzes kunnen maken. Dan schuurt het een beetje wanneer in deze startnotitie leefgewoonten en ziekten door elkaar heen worden genoemd. Inwoners met een lage SES kampen met stress, armoede, roken, overgewicht en beperkte gezondheidsvaardigheden. Maar roken is geen ziekte an sich of iets waarmee je kampt, het is een handeling, een keuze. Wellicht even letten op de formulering daarmee. Al met al, gezonde keuzes zijn uiteindelijk het sterkst wanneer men ze vrijwillig kunnen maken. We sluiten ons ook aan bij wat het CDA zei over participatie. Dat lijkt ons erg belangrijk om hierin mee te nemen, dus dat willen we de wethouder graag meegeven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog rond of er andere eerste termijnen zijn. De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. Gaat uw gang.
De heer Van den Raadt: Voorzitter, we lezen in dit stuk dat ook wat in het IZA wordt genoemd natuurlijk, dat we steeds meer vergrijzing krijgen en dat ouderen langer thuis willen blijven wonen. Dan zou Trots Haarlem het verstandig vinden dat als die ouderen langer thuis willen blijven wonen in hun omgeving en die willen dan misschien een keer een rondje door de wijk lopen om een beetje nog de gewrichten losjes te houden, dat er dan ook een openbaar toilet in de buurt is. Zodat ze niet denken, ik weet niet waar het openbaar toilet is, dus ik blijf maar thuis binnen zitten. Dat moeten we toch niet willen. Een ander ding is van gezondheid, dat zou kunnen zijn zwemles voor kinderen. Maar wat is nu het geval, Haarlem heeft het beleid om alles vol te bouwen waardoor de wachtlijst voor zwemles enorm aan het oplopen is. Dus gaat de wethouder extra zwembaden aanleggen of gaat de wethouder stoppen met het volbouwen van Haarlem als college zijnde? Dat zou interessant zijn. Voor de rest, natuurlijk een ander probleem wat ook speelt is dat we natuurlijk met die elektrificatie van de hele wereld en ook van Haarlem overal van die extra transformatorhuisjes krijgen die dan volgens de RIVM een bepaalde straling mogen uitstralen van 0,4 microtesla. Daar is ooit gezegd van, dat komt allemaal wel goed, maar het wordt nooit echt getest als die huisjes geplaatst zijn.
We hebben laatst onderzoek gedaan en het blijkt dat het op veel plekken veel te hoog is. Dus dat heeft ook met gezondheid te maken, want uiteindelijk kan je daar kanker van krijgen. En dat zie ik hier eigenlijk niet terug. Is de wethouder bereid daar nog iets aan te gaan doen of in ieder geval die 0,4 microtesla in het stuk op te gaan nemen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Dat is niet het geval, dus dan gaan we naar wethouder Van Loenen. Gaat uw gang. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. Dank aan de commissie voor een flink aantal dingen om mee te geven. Ik heb veel hele logische dingen gehoord. Ik zal er een aantal even uitlichten. Want het is natuurlijk een wat nieuw proces voor ons. Eigenlijk zouden we gewoon komen tot een uitvoeringsplan. Maar we hebben besloten, het zou toch eigenlijk goed zijn, het is echt een belangrijk onderwerp in de samenleving wat speelt, om veel meer eigenlijk die kant van de participatie op te gaan en juist ook met de Haarlemmers te kijken, wat vinden zij belangrijk? Want het werd net al even gezegd, het gaat ook over intrinsieke motivatie, het gaat ook over wat mensen zelf belangrijk vinden. En ik denk dat dit, het is wel een nieuw proces, maar het is ook denk ik erg interessant om eens te kijken wat daar uitkomt uit het participatieproces.
Dank ook voor de heer Visser van de Partij van de Arbeid voor alle tips voor het participatieproces. Allemaal gratis advies wat we hier krijgen, die nemen we zeker mee. In dat participatieproces is het inderdaad belangrijk, dat werd al door een
13
aantal partijen gezegd, om niet alleen de usual suspects na zo'n avond te krijgen of in de participatie te bereiken. Het is juist inderdaad heel erg belangrijk om met inwoners van de wijken waar bijvoorbeeld ook echt de gezondheidsachterstanden het grootst zijn, en daar zit ook heel erg veel juist diversiteit in. Daar hebben we wel gelukkig hele sterke zelforganisaties en ik denk dus dat dat ook een hele goede weg is om te gaan kijken, hoe bereiken we inderdaad een wat bredere groep mensen? Dat doen we overigens al enigszins met een aantal projecten in het kader van het Integraal Zorgakkoord. Daar zijn we al bezig. Hebben we ook in kaart gebracht, want die vraag kwam ook, gaat ook over, zet in op de wijken waar de achterstanden het grootst zijn bijvoorbeeld of waar de zorgkosten het hoogst zijn. Die gegevens hebben we. Al die wijkprofielen hebben we afgelopen jaar opgesteld met een extern bureau, dus we hebben vrij goed beeld waar de grootste achterstanden zitten. Ik denk dat u het ook kunt invullen overigens. Maar ik denk dat dat de uitdaging is om daar vooral ook op te gaan halen, hoe kunnen we uiteindelijk echt helpen en ernaast staan? In plaats van inderdaad interventies te doen die misschien, waar eigenlijk niemand op staat te wachten. Daar zitten dus ook wat mij betreft die diversiteitskwesties in, dus dat verdient zeker een plaats.
Gezonde voeding werd ook nog even naar gevraagd. Zeker belangrijk. Kwam ook laatst al terug in het stuk van collega Berkhout over stadslandbouw. We zijn ook bezig met bijvoorbeeld zo’n baby groentetas. Dan begint het eigenlijk met gezonde voeding vanaf kleins af aan, heel erg belangrijk en ook ontzorgend richting de ouders. Dus dat is zeker iets denk ik om mee te nemen, gezonde voeding. Vrouwen, interessant overigens denk ik inderdaad, want we weten eigenlijk allemaal wel inmiddels dat allerlei issues waar vooral vrouwen mee te kampen hebben dat dat soms minder snel een plek krijgt, ook in de wetenschap overigens. Ik denk dat we even moeten kijken wat we daarmee kunnen. Want we hebben nu heel erg ingestoken op die leeftijden, want er werd ook naar jongeren gevraagd. Nu hebben we dus eigenlijk een soort levensloopbenadering, want we zien eigenlijk dat in verschillende levensfases heb je ook verschillende vragen en onderwerpen die spelen bij gezondheid. Maar ik denk zeker dat het interessant kan zijn dat we misschien ook kijken wat uit de participatie komt wat betreft de specifieke gezondheid van vrouwen. De voorzitter: Dat is een punt. Ik zag nog een interruptie van de heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Was wel iets nog meer terug in het verhaal, dus ik hoop niet dat u dat heel vervelend vindt.
Maar het viel me op dat u zei, voorzitter, het viel me op dat de wethouder zei dat ze goed een inzicht had in de achterstanden en waar precies die probleemgevallen zaten. Maar is dat dan op individueel niveau? Dat zou ik een beetje eng vinden. En als het op een groter niveau is dan denk ik altijd aan de Boerhaavewijk waarin werd gezegd, die mensen hebben een laag inkomen en dan bouw je daarna een Vijverpark ernaast waar elk huis bijna een miljoen waard is. Dan heb ik altijd het idee, komt er dan in de statistieken te staan dat plotseling de Boerhaavewijk voor de helft minder een probleem heeft met lage inkomens? Dus … De voorzitter: De heer Van den Raadt, werkt u toe naar een vraag. De heer Van den Raadt: Als u het specifiek per persoon weet, dan vind ik dat een beetje eng. En als u het in de algemeenheid bedoelt, hoe weet u dan of die mensen echt geholpen worden? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: Ik denk een hele terechte vraag. Nee, wij weten dat natuurlijk niet op individueel niveau. Hoewel we ook natuurlijk allerlei enquêtes hebben, et cetera. Dat is niet op individueel niveau, maar dan hebben we wel veel meer zicht natuurlijk wat er speelt in de buurt. Het gaat ook wel verder dan de sociaal-economische standaard, dus het gaat verder dan alleen het inkomen. We zien ook uiteindelijk op wijkniveau heel veel aspecten in die wijkprofielen terugkomen.
Misschien interessant om daar later ook een
14
keer iets over te delen hoe dat eruitziet. En helemaal eens wat u zegt. Kijk, het is best ingewikkeld die gentrificatie eigenlijk waar u over heeft van, u bouwt een nieuwe wijk ernaast en dan is opeens het hele wijkbeeld anders. Ja, daar kijken wij natuurlijk ook naar. Dus het is wel specifieker dan hele grote stadsdelen, maar het is zeker iets om in de gaten te houden en dat doen wij dus ook inderdaad. Maar misschien interessant om dat eens in een latere fase of misschien nog een keer zo'n bijlage mee te sturen als we wat verder zijn hoe die wijkprofielen eruitzien. Even kijken, dan nog de huisartsen, werd ook nog gesuggereerd, die ontbreken. Ik denk een goed punt. We werken natuurlijk wel nauw samen met de huisartsen. We gaan ook veel meer ook in het kader van het Integraal Zorgakkoord werken in een soort kernteams in de wijken waarbij we dus veel meer die interactie ook zoeken tussen huisartsen, maar ook het welzijnsdomein. Nog meer wat we nu doen eigenlijk, apothekers. Dus daar wordt eigenlijk ontzettend veel op ingezet in de afgelopen jaren en dat zie je ook terug in een aantal projecten die we al concreet doen. Ik denk dat we daar ook een beetje voor moeten waken dat we niet te veel willen en te veel projecten op een wijk afvuren. Maar dat we daar eigenlijk een goede afweging in maken van, waar hebben mensen echt behoefte aan en daarop inzetten.
Er werd ook een aantal keer gerefereerd eigenlijk ook aan kwesties rond wonen en zorg. Daar zie je eigenlijk hetzelfde. Daar hebben we natuurlijk ook een heel apart actieplan voor. Maar je ziet inderdaad wat meespeelt, en ik denk dat dat ook wel vragen zijn die we dus in de participatie gaan adresseren, hoe willen mensen oud worden in de buurt? We hebben een heel goed voorbeeld met Buurt als Ecosysteem in de Vijfhoek waarbij mensen eigenlijk elkaar meer helpen. Dat is denk ik interessant om te zien wat dat oplevert. Daar wordt uitgebreid op gemonitord, ook door de landelijke Buurt als Ecosysteem-organisatie. Ik denk, dat leidt ook eigenlijk tot die bewezen preventieve maatregelen. Want daar werd ook net naar gevraagd van, het liefst wel gewoon echt inzetten op aantoonbaar succesvolle maatregelen. Dat is in principe gewoon de algehele lijn, niet alleen in het Integraal Zorgakkoord, maar ook hoe wij werken. Dus soms knelt dat wel een beetje vind ik, want soms moet je ook iets kunnen proberen en dan weet je niet helemaal zeker of het succes heeft en moet je het ook monitoren. Maar in principe wordt er wel altijd gekeken inderdaad, heeft het, werkt het? Met wel de kanttekening dat wat echt zou werken is misschien wel gewoon een hoger inkomen, een hoger sociaal minimum voor heel veel mensen. En dat hebben wij hier ook niet helemaal in de hand en dat zie je ook pas op lange termijn.