Transcript commissie Ontwikkeling d.d. 9 maart 2023
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE ONTWIKKELING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 9 maart 2023 1.
Opening en mededelingen door voorzitter Joris Blokpoel De voorzitter: Dames, heren, goedenavond. We gaan beginnen aan de Commissie Ontwikkeling van vandaag, 9 maart 2023. Allen van harte welkom. Commissieleden, raadsleden, mensen op de publieke tribune, mensen thuis die meekijken. Welkom bij deze commissievergadering. We hebben geen bericht van verhindering. Even kijken of er toch iemand ontbreekt. Meneer Aynan wil daar een opmerking over maken. De heer Aynan: Ja. De heer Kuin is helaas afwezig. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kuin van de SP is afwezig. Wordt genoteerd. Dan nog een andere mededeling. Donderdag 16 maart vindt er bijeenkomst plaats over de raadsgroep Omgevingswet, van zes tot half acht. Mocht u zich nog niet hebben opgegeven, doe dat vooral. Dan in navolging om een kennismakingsbezoek met de Haarlemse corporaties … Of de Haarlemse. De corporaties die in Haarlem actief zijn. Laat ik het zo formuleren. Vindt op maandag 27 maart een tweede bijeenkomst plaats, ook van zes tot half acht, waar u met de corporatie in gesprek gaat. En nogmaals, op 16 maart, excuus voor de switch in data, maar op 16 maart vindt er ook nog een inspiratiemarkt vergroening plaats. En dat is aansluitend op de andere bijeenkomst van de Omgevingswet. Dus 16 maart dacht u een vrije avond hebben, dan kunt u alsnog goed invullen met meerdere bijeenkomsten.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we door naar de agenda. Zijn er vanuit de commissieleden vragen dan wel opmerkingen over de agenda? Niet. We hebben wel een opmerking vanuit ons. Want per abuis zijn de artikel 32 vragen over het slachthuis op de agenda opgenomen. Maar dat is iets voorbarig, want er wordt nog gezocht naar extra informatie en gevraagd naar extra informatie aan de uitbaters van het slachthuis over de stand van zaken. Zodra die informatie bekend is, dan gaan we het uiteraard actief hier agenderen en dan komt dat terug. Want dat hebben we ook eerder beloofd, dus dat gaan we ook zo doen. Dus heb nog even geduld. De griffie zit erachteraan wanneer dat komt. En zodra het er is zal dat ook met u gedeeld worden.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan, zijn er commissieleden met een opmerking dan wel mededeling in het algemeen? Niet. Wethouder, heeft u eventuele mededelingen? Ook niet. Nou, kijk aan.
4.
Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Dan gaan we door naar de agenda van de komende commissievergadering, 23 maart. Dat is over twee weken. Dan gaan we … Hebben ook weer een volle agenda. Is de eerste keer dit jaar dat we daadwerkelijk twee vergaderingen hebben. Want dan gaan we het hebben over een burgerinitiatief over woningbouw op de Idenburglaan en de Oudshoornlaan bij het IJsbaanlaankwartier. Dat is een mooi woord voor galgje. Dan gaan we het ook hebben over Nota Parkeernormen, we gaan het hebben over het bestemmingsplan Oostpoort en blok 1F, en we gaan het hebben over de huisvestingsverordening. En niet vergeten, de brief van Marketplace Development over de foodhall in Schalkwijk die door u als commissie ook
1
geagendeerd is. Volle vergadering, wederom, dus bereid goed voor. De agenda zal één dezer dagen gepubliceerd worden met de achterliggende stukken, zodat u zich tijdig voor kunt bereiden.
5.
Transcript commissie d.d. 2 februari 2023 (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Agendapunt 5, het transcript van de vergadering van 2 februari 2023. Zijn daar naar aanleiding van dat transcript vragen dan wel opmerkingen? Niet.
Overige punten ter bespreking 6.
Opinienota over voorbereidingen Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (FR) De voorzitter: Dan gaan we snel door richting het eerste bespreekpunt van vanavond. Daarvoor wil ik ook de commissieleden en de raadsleden van de Commissie Bestuur van harte welkom heten. Mevrouw Çimen, welkom. En de anderen ook, op de tribune uiteraard. Want het gaat over een opinienota, over voorbereidingen Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen in de gemeente Haarlem. Met deze opinienota vraagt het college de commissie haar mening over de plannen die het college in de nota voorlegt. En de resultaten van deze bespreking van vanavond, wordt door het college meegewogen in het nemen van volgende stappen. Er zijn in het stuk drie kernvragen, eentje over de selectiecriteria. Daar kunt u het over hebben. U kunt het ook hebben over aanvullende selectiecriteria. En u kunt het hebben over locaties dan wel aanvullende locaties. Alleen over locaties gaan we het in het geheim hebben, en gaan we het niet in het openbaar bespreken, want die lijst is nog geheim. Dus die kunt u achter de inlog vinden voor raadsleden en commissieleden. Deel die niet, want daar berust geheimhouding op. En anders heeft u een probleem, als u dat toch doet.
De geheimhouding wordt opgeheven, maar dat wordt pas opgeheven zodra het regionale opvangplan ook openbaar wordt gemaakt en het college daar een standpunt over heeft ingenomen. Dat zal eind deze maand, dan wel begin april zijn, want er zit ook een deadline vanuit het Rijk op. Dus gemeente Haarlem heeft daar ook een deadline naartoe te werken, en het college dus ook. Even vooraf polsen. Wil de Commissie, dan wel de raadsleden, willen die in het geheim spreken over die locatielijst? Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Heel graag. Het lijkt me ook logisch dat we het erover hebben. De voorzitter: Nou, perfect. Dan gaan we daarover praten. Want ik zag meerdere mensen knikken dat ze graag in geheimhouding over die locatielijsten willen praten. Laten we dan eerst even het openbare deel doen, eerst over die selectiecriteria, eventuele aanvullende selectiecriteria. En dan gaan we daarna even in geheimhouding verder over de locatielijst. Akkoord? Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ja, kan ook het derde gedeelte. Hoeft wat mij betreft niet in een besloten gedeelte, dus ik wou gewoon mijn termijn doen in het openbaar. Ik onthul geen geheime dingen. De voorzitter: Nou, dat lijkt me heel verstandig dat u dat niet doet. Ik hou er zo meteen rekening mee, dan kom ik zo bij u terug. De vergadering gaan we dus zo meteen even in beslotenheid houden, ook voor de mensen op de publieke tribune.
Blijf vooral zitten. Op een gegeven moment zullen we u verzoeken om de publieke tribune te verlaten omdat we in geheimhouding over die stukken gaan spreken, maar dat komt later.
2
Dan gaan we naar de behandeling van dit stuk. Wie mag ik daarover het woord geven? Mijnheer Bruch. Ja, u kon al niet wachten, dus bij deze. De heer Bruch: Ja, ik stak eigenlijk daarnet mijn hand al op voor de eerste termijn, maar u had nog wat dingen te vertellen. Zoals u zei, er liggen drie vragen voor. De eerste: deelt u de selectiecriteria? Het antwoord daarop is ja. Heeft u voorstellen voor aanvullende criteria? Nee. So far so good. Heeft u opmerkingen over de eerste inventarisatie? Ja, dat wel. Want het valt ons op dat een aantal locaties ook geschikt is voor reguliere permanente of semipermanente woningbouw. En zeker voor modulaire flexwoningen. En je kan grond bijvoorbeeld voor vijftien jaar uitgeven en erfpacht voor de bouw van deze woningen. Na vijftien jaar worden de huizen ergens anders geplaatst en kan de grond opnieuw worden bestemd. Rekening houdend met de dan geldende behoefte. Dus parkeergarages, kerncentrales, waar we tegen die tijd behoefte aan mogen hebben. Op dit moment richten we ons in Haarlem wat betreft de woningbouw vooral op de ontwikkelzones. Vrijwel uitsluitend eigenlijk op de ontwikkelzones. Maar stel dat we nu toch tussendoor andere locaties ontwikkelen voor asielzoekers, dan vind ik dat we de woningzoekende Haarlemmer ook niet kunnen overslaan.
En dan roepen wij het college ook op om bij het creëren van extra woonruimte voor asielzoekers, door bouw of wijziging van de bestemming van een pand, ook woningen ter beschikking te stellen aan starters op de woningmarkt. En wij denken dan aan een verdeling van vijftig procent asielzoekers, vijftig procent starters. Het mengen van die twee groepen, dat kan helpen voor de integratie. En misschien ook voor een groter draagvlak. En wij hebben daarom ook, het zal u niet verbazen, een motie in gedachte. Dat zal dan een motie vreemd worden bij de volgende raadsvergadering. Waarin het college wordt verzocht bij de bouw van semipermanente of permanente woningen voor asielzoekers, of bij wijziging van de bestemming van een pand naar wonen, een gelijk aantal woningen ter beschikking te stellen voor starters als voor asielzoekers. Tot zover. De voorzitter: Ik wacht ook op uw punt, want de heer Heinis had een interruptie. De heer Heinis, PvdA. De heer Heinis: Mijnheer Bruch. Wij willen natuurlijk ook heel graag extra woningen voor starters, maar het is al een hele lastige opgave om deze ruim zeshonderd plaatsen te realiseren in de korte tijd. Hoe ziet u dat? Want gaan we niet dan een onmogelijke opgave tegemoet? De heer Bruch: Nou, het gaat om zeshonderd opvangplaatsen. Dus dan praat je over tweehonderd, driehonderd woningen.
We hebben gezien dat er best wel terreinen zijn waar je woningen zou kunnen bouwen. Ik denk nu vooral aan modulaire en flexwoningen. En wat ons betreft is dat best mogelijk als die terreinen nu worden aangesloten op riolering, op nutsvoorzieningen, om daar meteen gebruik van te maken om daar ook woningen voor starters neer te zetten. Ik denk dat we dat eigenlijk verplicht zijn aan de woningzoekende Haarlemmer. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch. Mevrouw Van Zetten, interruptie. Mevrouw Van Zetten: We zien ook terreinen, die zijn gewoon in bezit van particulieren. Wil de VVD deze plannen daar ook aan de mensen opdringen? De heer Bruch: Nou, zonder direct op de terreinen in te gaan. Maar als er een terrein gebruikt wordt om woningen te bouwen voor asielzoekers, dan kunnen daar dus ook woningen voor startende Haarlemmers gebouwd worden. Dat gaat één op één wat ons betreft. En ik ga ervan uit dat er geen grond onteigend worden, maar dat die eventueel gekocht worden.
3
De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, interruptie op de heer Bruch. De heer Van den Raadt: Ja. Wat vindt u er eigenlijk van dat we dit nu bespreken? Want die wet is nog helemaal niet aangenomen, is nog niet door de Eerste Kamer. En u bent al haantje de voorste om eraan toe te geven. De heer Bruch: Nee, maar goed. We kunnen beter voorbereid zijn, want als die wet er doorkomt, en er wordt best haast mee gemaakt, dan moeten wij in april wel voorbereid zijn. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Dus ik denk: haast je wanneer je de tijd hebt, want dan heb je de tijd wanneer je haast hebt. De voorzitter: Was dat uw termijn, de heer Bruch? Was dat uw termijn? Dat was uw termijn. Perfect. Mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Dank u wel, voorzitter. Met die spreidingswet in het vooruitzicht, hebben we als gemeente wat ons betreft de verplichting om asielzoekers op te vangen. Maar belangrijker dan de spreidingswet die Trots al even aanhaalde, is wat ons betreft ook de verantwoordelijkheid die we hebben om mensen op te vangen. Een verantwoordelijkheid om mensen die een veilig thuis zoeken, een veilig thuis te bieden. Een plek om te wonen, maar ook een plek om de taal te leren, om naar school te gaan en om te werken. En dat is niet makkelijk. De ruimte in Haarlem is schaars en heel veel mensen zoeken een woning. Maar toch is het ons eerder gelukt.
Passagiersschepen in het Spaarne bieden veilig onderdak aan vluchtelingen. Oekraïense vluchtelingen bieden we een tijdelijk thuis aan de Meesterlottelaan. Nu moeten we op zoek naar duurzame locaties die jarenlang gebruikt kunnen worden. Uit de crisisstand dus. En die stabiliteit is belangrijk voor asielzoekers, maar wat ons betreft ook voor de stad. En ik ben trots op alles wat we in Haarlem tot nu toe bereikt hebben om mensen op te vangen die het echt nodig hebben. Hier geen groot verzet, maar Haarlemmers die willen weten hoe ze kunnen helpen. En dat geeft mij ook vertrouwen voor het debat wat we hier vanavond voeren. We hebben het vanavond over de uitgangspunten waar nieuwe opvanglocaties voor asielzoekers aan moeten voldoen. En wat D66 betreft heeft het college een heel mooi afgewogen voorstel neergelegd, zoals ook de VVD al aanhaalde. Toch zijn er twee punten die wat ons betreft nog iets meer aandacht verdienen. Ten eerste, oog voor de leefbaarheid in de wijken. Zo is ook aangegeven in de Commissie Bestuur. Het college stelt als wens dat ook de leefbaarheid van wijken in ogenschouw wordt genomen, maar dat vinden wij iets te voorzichtig geformuleerd. Het college spreekt daarmee ook een voorkeur uit voor locaties aan de westkant van het Spaarne.
En wat D66 betreft is naast het vinden van geschikte panden die meerjarig beschikbaar zijn, juist die leefbaarheid en die draagkracht van die wijken essentieel. En D66 vraagt het college daarom om bij het maken van die shortlist de leefbaarheid en ook de draagkracht van de wijk als een stevig toets criterium mee te geven. Dat is wat ons betreft dus meer dan een wens. En bij twijfel moet wat ons betreft de voorkeur altijd uitgaan naar locaties in buurten die hoog scoren op de leefbaarheidsonderzoeken. Ten tweede … De voorzitter: Ja, u stopte al. Dat was ook een punt. Mijnheer Aynan, Jouw Haarlem, interruptie. De heer Aynan: Ja, dank u wel, voorzitter. Inderdaad, de leefbaarheid is al opgenomen. Goed. Daar gaat mijn vraag niet over. Draagvlak. Hoe gaat u dat meten? Mevrouw Oudshoorn: Draagvlak en draagkracht. Wat ons betreft gaat het bij draagkracht over criteria die we ook al terugzien. Kijken hoeveel maatschappelijke opvang er al in een buurt is. Wat kan een buurt dragen? Ik denk dat het de voorkeur voor de westkant van het Spaarne daarin een goed begin is. Draagvlak. Dat gaat volgens mij over goeie gesprekken met de buurt, maar ook over duidelijkheid. We hebben een verplichting en
4
volgens mij moeten we daar niet voor weglopen. En wat mij betreft is het belangrijk om hier uit te spreken dat we die verplichtingen ook voelen en dat we dus een locatie gaan zoeken. En ook meerdere locaties. En niet iedereen gaat daarvoor zijn. Maar ik denk dat we juist gezien hebben dat het eigenlijk heel goed gaat in Haarlem. Dat geeft mij heel veel vertrouwen, en ik hoop u ook. De voorzitter: En dan volgt een vervolgvraag. De heer Aynan: Ja, nee, ik heb het niet over het vertrouwen in mij of wij in u. Daar gaat het niet over. Het vertrouwen van de bewoners. Want u gaat het gesprek aan, en dan blijkt dat ze niet willen. Wat zegt D66 dan? Mevrouw Oudshoorn: Om te beginnen, ik ga daar geen referendum over organiseren. Dat is misschien het eerste deel van de vraag. En punt twee, ik geloof helemaal niet dat mensen het niet willen, ik geloof dat mensen het gesprek willen hebben over: hoe organiseren we dit goed? Hoe vinden we een passende locatie? En de notitie die er nu ligt, die geeft mij het vertrouwen dat het college in samenwerking met het COA gaat zorgen dat dat goed gebeurt. De voorzitter: Mijnheer Aynan, laatste vraag. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Laatste vraag. Zo werkt het niet met draagvlak. Of u neemt het serieus en dan gaat u inderdaad ook echt of iets meten, of iets doen. Of u zegt: joh we komen hier wat informatie verschaffen.
En dit is het, take it or leave it. Dus u kunt niet allebei willen. Wat denkt u daarvan? Mevrouw Oudshoorn: Ik ben vooral heel benieuwd wat u voorstelt, maar volgens mij kunt u dat op dit moment niet aangeven. Dus we wachten even uw termijn af. De heer Aynan: Sorry, deze begrijp ik even niet. Mevrouw Oudshoorn: U vraagt, u zegt dat wat ik wil niet kan. Een goed gesprek met de buurt over hoe we dit goed gaan inpassen, welke locatie dat ook moge worden. Nou, dan ben ik heel benieuwd wat u dan voorstelt. Want u ziet allerlei beren op de weg die ik nog niet zie. De heer Aynan: Nee, voorzitter, ik … De voorzitter: Zullen we dat in uw termijn verder behandelen? Voordat … De heer Aynan: Ik ga in mijn termijn niet antwoorden op D66. De voorzitter: Nee, dat zeker niet. Maar uw eigen visie kunt u daarin kwijt. Mevrouw Oudshoorn heeft ook nog twee andere interrupties namelijk. Eentje van de heer Bruch, VVD. En de heer Van den Raadt. De heer Bruch: Ja. Denkt u niet, mevrouw Oudshoorn, dat ons voorstel om de woningen ook voor een gedeelte beschikbaar te stellen aan Haarlemse woningzoekenden, dat daarmee het draagvlak aanmerkelijk groter zal worden? Mevrouw Oudshoorn: Volgens mij hebben we plannen om permanente woningen te bouwen, en zo’n tienduizend. Waaronder ook heel voor starters. Dus ik zie niet zo goed de tegenstelling die de VVD opzoekt. Dit is volgens mij een opgave die erbij komt.
En aan de praktische kant zie ik ook nog wel wat uitdagingen in
5
uw voorstel dat het COA de organisatie van de woningen voor asielzoekers doet. En ik ben heel benieuwd in uw voorstel hoe u dan voor u ziet dat het COA starterswoningen gaat bouwen. De voorzitter: Geen vervolgvraag. Mijnheer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: U had het over leefbaarheid, en dat het college daar een beetje luchtig over deed. Maar wat zijn dan uw concrete eisenpunten voor wanneer het dan leefbaar is? En de tweede vraag is: u heeft het nu over draagvlak, dat verbaast me eigenlijk. Ik heb twee of drie keer een motie ingediend die heet: sociaal-progressief is voor draagvlak. Sociaal progressief, dat is dit college. D66 heeft daar nooit voorgestemd. Maar nu bij dit onderwerp wilt u wel naar draagvlak. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, u spreekt via de voorzitter. Ik heb het nergens over gehad, dus als u telkens u zegt dan begrijp ik niet … Ik heb helemaal niks gezegd. Maar als mevrouw Oudshoorn D66, dan kunt u hem daaraan richten. Dus laten we even daarop letten, dat het via de voorzitter gaat. De heer Van den Raadt: Dank voor de tip, voorzitter. Mevrouw Oudshoorn: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het nog even gecheckt bij mijn collega's en ik spreek snel. Maar de bedoeling was om draagkracht te zeggen. De draagkracht van een wijk. Dat maakt draagvlak niet minder belangrijk.
Volgens mij heb ik net aangegeven hoe ik denk dat we daarmee om moeten gaan, maar die draagkracht is juist zo belangrijk. Volgens mij hebben we hier ook heel veel gesprekken gehad over welke wijken in Haarlem kunnen veel dragen. Wat mij betreft gaan we het daarover hebben. Ik denk dat de leefbaarheid onderzoeken die we ook in de stukken gezien hebben daar een heel goeie start voor zijn. En ja, wij roepen het college inderdaad op om bij twijfel dan te kiezen voor wijken die goed scoren op die leefbaarheid, die draagkrachtig zijn. Dus waar wat mij betreft dan alle mogelijkheden liggen om dat met veel draagvlak te organiseren. En volgens mij hebben we ook al plekken in de stad waar dat met behoorlijk veel draagvlak gewoon gebeurt. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oudshoorn. U heeft nog interruptie, van mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Ja, even een korte vraag. Want u zei: u bent het eens met de criteria. Maar … Voorzitter. Mevrouw Oudshoorn gaf aan dat ze het eens is met de criteria.
Maar juist als je het hebt over dat draagvlak, zou je dan ook niet willen kijken naar kleinere opvanglocaties? Want nu staat er minimaal 150 personen, terwijl juist als je kijkt naar draagkracht en draagvlak zou je misschien ook moeten kijken naar kleinere locaties? Hoe staat u daar … Hoe staat mevrouw Oudshoorn daarin? Mevrouw Oudshoorn: D66 heeft daar zeker een standpunt over. We hebben nu al locaties waar meer dan honderd mensen opgevangen worden. Dus ik denk dat we ook gezien hebben dat dat goed kan gaan. Ik woon zelf in Haarlem Noord, daar liggen twee schepen al lange tijd, meer, minder. Dat gaat goed. We hebben de Meesterlottelaan, dat gaat ook relatief goed. Ik denk dus dat dat kan. Maar laat me mijn betoog vervolgen, want die schaal heeft ook een belangrijk voordeel en daar wil ik het graag nog over hebben. De voorzitter: U mag ook verder, mevrouw Oudshoorn. Gaat uw gang. Mevrouw Oudshoorn: Dank u wel, voorzitter. Tot zover het eerste punt. Dan nu het tweede punt van D66. Wat we eigenlijk te weinig terugzien in de stukken is de aandacht voor de voorzieningen die asielzoekers nodig
6
hebben. En ook dat kan bijdragen aan draagvlak denken wij. Een plek om te sporten en te ontspannen, een fijne plek om buiten te spelen, en goede ruimte voor kinderopvang en een goede plek voor onderwijs. In Amsterdam zagen we dat dat niet vanzelf goed komt. In oktober 2022 schreef het Parool over het asielzoekerscentrum in Osdorp dat het een gecontroleerde getto is. Een van de grote problemen daar, die ook in het artikel wordt aangehaald, is het ontbreken van goede dagbesteding voor de mensen die daar werken. Ze kunnen … Of die daar wonen, sorry. Ze kunnen nergens heen. We vragen het college daarom om duidelijke afspraken te maken met het COA over deze voorzieningen. Zodat mensen niet alleen een plek hebben om te wonen, maar ook hun leven kunnen opbouwen. En we willen het college ook vragen wat Haarlem hierin zelf kan betekenen. Kan het college proactief in overleg met welzijnsorganisaties om te kijken wat wij als Haarlem kunnen bijdragen aan activiteiten voor asielzoekers? En dan op de interruptie van de Partij voor de Dieren. Gezien het belang van goede voorzieningen en goede faciliteiten begrijpt D66 het uitgangspunt van het college wel, dat een zekere schaal in de opvanglocaties wenselijk is om het mogelijk te maken. Wij denken niet dat kleiner per se beter is en wij willen heel graag locaties die goed beheerd worden en waar mensen ook de goede voorzieningen hebben.
Dus wat ons betreft is het best begrijpelijk dat we dan zoeken naar een aantal locaties die iets groter zijn in omvang. En dat kan ook weer bijdragen aan een goede spreiding over de stad. Wat ons betreft betekent spreiding niet dat je per se tien locaties nodig hebt. Tot zover onze bijdrage. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Oudshoorn. U heeft toch nog een interruptie van de heer Van den Raadt, hij zal al met zijn vinger omhoog voor uw einde. Mijnheer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Dank u, voorzitter. Ik wil aan D66 vragen, voorzitter, of deze mooie woorden nu ook echt breekpunten zijn straks. Want ervaring van Trots Haarlem is dat uiteindelijk toch D66 doet wat de coalitie wil. Als u nou straks de keuze krijgt: niet in west, maar toch in oost en niet met al die mooie voorzieningen erbij die u nu terecht opnoemt. Gaat u dan akkoord of zegt u dan: nee, D66 zegt hier dan nee. De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn. Mevrouw Oudshoorn: Volgens mij, nogmaals, beginnen met: we hebben een verantwoordelijkheid. Dus wat ons betreft komt er een locatie en komen daar ook meerdere locaties om aan die aantallen te voldoen. En volgens mij is dit het startpunt van een gesprek. Ik heb alle vertrouwen in de notitie van het college die hier ligt. Ik heb alle vertrouwen in de wethouder. Dus ik neem aan dat het niet zover komt.
Maar mocht het zover komen dat niet aan al die criteria voldaan wordt, dan gaan we daar volgens mij opnieuw over in debat. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oudshoorn. Wie mag ik het woord geven voor een termijn? Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel. Actiepartij is voor behapbare en kwalitatief goede opvang in onze stad. Dus geen matrasjes tegen de muur bij de Koepel, waar mensen op afroep een matrasje mochten pakken en waar we met geen tien paarden het wifi konden aanzwengelen, omdat het gewoon niet werkte. Dat was noodopvang. Dit is structurele opvang. Dat kan en dat moet beter in onze stad. Maar we weten dat er voorbeelden zijn in ons land die ook structureel zijn en die verschrikkelijk zijn om naartoe te gaan. Denk aan de Noordoostpolder. Ik ben er geweest. Het is afschuwelijk. Gelukkig hebben wij in onze stad wel voorzieningen, hebben we wel openbaar vervoer. En het belangrijkste wat we hebben is een hele grote groep warme Haarlemmers die bereid is om mensen, ongeacht afkomst, op te vangen in onze stad. Dat is het succes geweest van de Koepel en van de opvang nu ook met Oekraïners, denken we. Dus we zien vooral noodzaak.
En dat zou echt een aanvullende wens zijn, ik zou het eigenlijk een eis willen noemen richting COA, van zorg dat de locaties die je uitkiest in Haarlem waar we terecht gaan komen met vluchtelingen, dat die toegankelijk zijn
7
voor Haarlemse inwoners die maatjesprojecten willen opstarten, die jonge moeders willen begeleiden, die taallesjes willen organiseren. Want dat is de kracht van onze stad geweest, altijd. Wij zien perspectief voor meerdere kleinere locaties in onze stad. We realiseren ons wel dat het behapbaar moet zijn voor het COA. We kunnen natuurlijk wel roepen dat we heel veel mini stekjes willen gaan zetten in onze stad, wij zien genoeg draagkracht in onze stad, dus dat zou best kunnen. Maar COA moet het ook kunnen bemensen. Dus laat het een wens zijn en vooral niet een harde eis om aan de grootte van die locaties vooraf te veel beperkingen op te leggen. Want we moeten gewoon straks aan een humanitaire plicht, een wettelijke plicht voldoen. En daar moeten we onszelf niet te veel knel zetten. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Leeuwen. Mevrouw Timmerman, GroenLinks. Mevrouw Timmerman: Ja, dank u voorzitter. Vandaag was het nog uitgebreid in het nieuws. En helaas niet in de positieve zin. Te lang verblijf in de crisisopvang die door gemeenten zijn opgezet, leidt tot gezondheidsproblemen, zegt de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Een paar dagen eerder was er al ook al een nieuwsbericht over dat er een groot tekort dreigt aan opvangplekken voor alleenstaande minderjarige jonge asielzoekers. En laat ik over de beelden uit Ter Apel niet eens beginnen.
Helaas is dit tegenwoordig aan de orde van de dag in Nederland. Nederland op zijn kleinst, politiek op zijn lelijkst. Het belang van duurzame, fatsoenlijke opvang wordt telkens weer onderstreept. En toch blijven we in Nederland aanrommelen. Vluchtelingenwerk roept Nederlandse gemeenten op om vooruit te lopen op de zogenoemde spreidingswet die volgend jaar van kracht wordt. Wij zijn dan ook heel erg blij dat ons college hier niet op wacht en een stap naar voren zet en verantwoordelijkheid neemt, om aan circa 620 asielzoekers duurzaam opvang te bieden. Zo kennen wij Haarlem ook. De gemeente Haarlem heeft ook in het verleden altijd zijn rol gepakt, en wat we zeker niet moeten vergeten: ook de inwoners van Haarlem die zich altijd zeer betrokken hebben getoond. Wij zijn een gastvrije stad en vinden dat iedereen recht heeft op menswaardig bestaan. En daarom ziet GroenLinks het ook als een plicht om zorg te dragen voor een ander. Daarnaast belangrijk om lokaal de regie te hebben op dit vraagstuk en niet te wachten op de spreidingswet. In de opinienota worden een drietal vragen voorgelegd aan de Commissie Ontwikkeling. Namelijk of we ons herkennen in de criteria, en of we nog aanvullingen hebben, en een eerste reflectie op de locatielijst. Om maar even te beginnen: GroenLinks kan zich grotendeels vinden in de eisen en de wensen die geformuleerd zijn. Zeker met de eisen.
Wij vinden belangrijk dat er in binnenstedelijk gebied naar een oplossing gezocht wordt. En wat betreft het tweede eis, lijkt het ons beter dat er per locatie niet meer dan tweehonderd mensen zitten. En indien mogelijk goed naar de spreiding wordt gekeken. De derde eis is dat de locatie voor minimaal vijf jaar beschikbaar is. Daar kunnen wij ons ook in vinden. Als er iets voor deze opvangcrisis gezorgd heeft, dan is dat hoe er telkens locaties zijn opgebouwd, weer zijn afgebouwd, weer zijn opgebouwd en zo verder. Dit moet doorbroken worden, zodat de opvang daadwerkelijk duurzaam kan zijn. Eis vier en vijf gaat over de haalbaarheid, zowel qua planologische bestemming als in de tijd. Aangezien dit al een tijdje speelt, lijkt ons dit niet meer dan logisch. Noodzakelijk zelfs. Dan de wensen. Ook deze onderschrijven wij. Ik heb zojuist aangegeven dat wij bijvoorbeeld spreiding over de wijken indien mogelijk ook belangrijk vinden. Wel zouden we er graag nog een wens aan toe willen voegen, namelijk dat aangezien het duurzame opvang betreft, we de wens hebben dat er ook gekeken wordt naar of de locatie zo klimaatneutraal mogelijk kan worden ingericht, met het oog op de toekomst. Even kijken hoor. Zeker als een locatie lange tijd blijft staan, vinden wij het de moeite waard om dit te onderzoeken en waar mogelijk ook toe te passen, ook voor eventuele andere groepen later.
Wat betreft de vraag over de locaties. GroenLinks denkt dat het op dit moment dat de criteria helder zijn, het op dit moment niet nodig is om het uitvoerig over de geheime lijst te praten. Deze is nog niet compleet en ten tweede is het nog onduidelijk of de locaties ook echt haalbaar blijken, aangezien het ook afhangt van vastgoedeigenaren, eisen van het COA en planologische besluiten. De opgave is groot. Ik heb daarom genoeg gepraat. Tijd voor actie.
8
De voorzitter: Dank u wel mevrouw Timmerman. Mijnheer Van den Raadt, u was te laat. Dit keer zie ik hem niet door de vingers. Had u even iets eerder moeten zijn, kunt u in uw termijn kunt u daarmee verder. Als u uw termijn nu wil doen dan mag dat, mijnheer Van den Raadt. Nee. Dan gaan we door naar mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Dank u wel, voorzitter. Dank voor deze opinienota. De gemeente staat voor een aanzienlijke opgave en het is goed als we als raad hier in deze zoektocht worden meegenomen, en dat we onze verantwoordelijkheid nemen in de opvang van asielzoekers. In zijn algemeen kunnen we ons best wel vinden in de criteria, maar wel een aantal aanvullingen. Wij zouden graag wel willen zien dat er ook wordt gekeken naar kleinere opvanglocaties. Deze hebben denk ik minder impact op een wijk en kunnen zorgen voor een betere integratie, en verkleint de kans op spanningen onderling. De gemeente Utrecht heeft laten zien dat je hier best stevig over kunt onderhandelen met het COA. Zij zeiden letterlijk: het is onze stad dus het moet op onze manier. En gaven het COA destijds een weekend om te reageren op een aanbod voor kleinere opvanglocaties. We zeggen niet dat je het zo hard moet spelen als Utrecht, maar we kunnen dus vooral kijken wat wij als gemeente menen dat het beste werkt voor zowel de asielzoekers als de bewoners.
Betekent ook naar kleinere zaken, als bijvoorbeeld het aantal mensen op één kamer in verband met privacy, koopvoorzieningen, toegang tot onderwijs en sociale zorg, dat die in de buurt beschikbaar zouden moeten zijn. Naast kleinere opvanglocaties zouden wij graag ook nog willen zien dat er extra zorg komt voor de LHBTIQ+ asielzoekers, daar de ervaring uit andere gemeenten leert dat deze groep extra kwetsbaar is. Er zijn rapporten uit 2020 die beschrijven melding van geweld en intimidaties in azc's. De verhalen zijn schokkend. Veel homofobie, discriminatie en onveiligheid en zodanige wanhoop dat sommige asielzoekers in hongerstaking gingen. Haarlem is een regenboogstad, waarin ieder zichzelf mag zijn. Laat dat dan ook voor onze tijdelijke bewoners straks gelden en hen een veilige plek bieden. Voor grotere locaties sluiten we ons aan bij de VVD. Wij zouden graag willen kijken of het mogelijk is om daar ook huisvesting te combineren met spoedzoekers, starters, studenten, arbeidsmigranten en statushouders. Zoals al eerder ook in andere gemeentes is gedaan, zoals Oegstgeest en Amsterdam. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek. Ik hoorde een punt. Mijnheer Van den Raadt, u heeft nu een interruptie op mevrouw Van den Broek. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter. Ten eerste stoor ik me wel een beetje aan dat u zegt: er moet kleine groepen zijn, want anders dan overlast.
Allemaal enge beelden vind ik dat u oproept. Maar mijn vraag gaat over dat u dan zegt: in die azc’s speciale aandacht voor LHBTIQ+. Maar vindt u dan dat als asielzoekers onderling mekaar misdaad begaan door iemand anders aan te vallen op zijn geaardheid, dat die dan ook nog in Haarlem moet kunnen verblijven? Of zegt u dan: daar trek ik een grens, die mensen niet. Mevrouw Van den Broek: Nee, mensen hebben gewoon het recht om asiel aan te vragen. En op het moment dat er misdaden worden gepleegd, dan zal er gewoon aangifte van worden gedaan. Maar je kan ze niet, denk ik, direct uit de procedure zetten. Maar goed, ze moeten dan wel gewoon … Dat moet gewoon worden aangegeven bij de politie. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. Mevrouw Van den Broek: Ja, sorry. Wat ik net dus wilde zeggen, wij zijn er ook wel voor om te kijken: als je bij de grote locaties, of je daar combinaties zou kunnen maken. En tot slot nog wel inderdaad de vraag: hoe is de gemeente voornemens haar inwoners mee te nemen dit proces qua communicatie? Misschien ook in de
9
breedste zin, dus niet zozeer specifiek op locaties al, maar echt meer: hoe gaan we nu hier mee beginnen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door met mijnheer Heinis, PvdA. De heer Heinis: Dank u wel, voorzitter. De PvdA-fractie kan zich bijna volledig vinden in de selectiecriteria. En dat is eigenlijk ook niet heel gek, want we hebben onze eisen en wensen al eerder kenbaar kunnen maken. Maar we willen nog wel drie punten meegeven. Het eerste gaat ook over die draagkracht in de buurt. En we weten dat, net als het college, dat de praktijk laat zien dat opvanglocatie voor asielzoekers veelal probleemloos functioneren en dat helemaal geen woonoverlast creëert in de directe omgeving. En toch hebben wij voorkeur voor locaties in sterke en veerkrachtige wijken. En in de opinienota lezen we al dat het college een voorkeur heeft voor een locatie aan de westkant van het Spaarne. Nou, onze wens is om een zo groot mogelijk deel van de opgave aan de westkant van het Spaarne te realiseren. Dan het tweede. We vinden het heel belangrijk dat die locaties op korte termijn beschikbaar zijn, maar niet als de kwaliteit van de panden te slecht is. Voor ons is het echt een vereiste. Ik heb het ook al bij andere partijen gehoord. Ben ik ook blij mee. Dat de staat van onderhoud op orde is voordat mensen in de gebouwen worden opgevangen.
Dit zouden we als eis willen toevoegen, zeker omdat we zoeken naar locaties die voor langere termijn beschikbaar zijn. En we kunnen het, hè? Want voor Meesterlottelaan lukt het ook binnen korte tijd. Dan nog het laatste, en daar sluiten we een beetje aan bij de VVD. Want die spreidingswet weegt voor ons heel zwaar, en ook zwaarder dan het eerder voorziene gebruik van een locatie. Maar we willen toch een voorkeur meegeven. Als het eerder voorziene gebruik bijvoorbeeld een zorgfunctie of een woonfunctie, een locatie voor veel betaalbare woningen is, dan heeft het niet onze eerste voorkeur. Dan zien we liever bijvoorbeeld een kantoorlocatie die getransformeerd wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Heinis. Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel, voorzitter. Het CDA ziet de noodzaak van de mogelijk toekomstige spreidingswet. Ook ziet het CDA het belang om hier alvast op vooruit te lopen, om te kijken welke locaties hiervoor geschikt zijn. Om zo snel mogelijk te kunnen handelen als de wet door het parlement is, lijkt het ons beter om vooral te spreken over wensen en minder over eisen. Het CDA ziet dan ook graag dat eis twee, voldoende ruimte voor opvang van minimaal 150 tot maximaal 400 personen, zou worden veranderd naar wens. Als er wel plaats is voor meerdere opvangplekken met minder dan 150 personen, moeten we dat zeker niet uitsluiten.
Daarbij wil ik graag aansluiten bij PvdA. Uiteraard moeten de opvanglocaties goed zijn qua onderhoud. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oppenhuis. Termijn van mijnheer Moore, Forum voor Democratie. Gaat uw gang. De heer Moore: Ja, dank u wel, voorzitter. Immigratie is altijd een precair onderwerp. Het gaat tenslotte om mensen in nood, en die moeten geholpen worden. Het Forum vindt echter dat het niet lokaal en zeker niet in Haarlem opgelost dient te worden, een stad die al kampt met woningnood an sich. Wanneer is het nou eens genoeg? Wanneer is Haarlem vol? Met de komst van de spreidingswet en de voorlopige opgave voor de opvang van nog een groep van 620 asielzoekers, hebben wij dus direct de vraag: wanneer is het genoeg? Hoeveel locaties moeten wij in de komende jaren nog opofferen? Of zegt de burgemeester nu eens: tot hier en niet verder. De voorzitter: Mijnheer Moore. Dat roept een interruptie op van mevrouw Oudshoorn, D66.
10
Mevrouw Oudshoorn: Ja. Forum voor Democratie geeft aan dat het niet hier in Haarlem opgelost moet worden en stelt de vraag: wanneer is het genoeg? U geeft ook aan dat mensen op zoek zijn naar een veilige plek om te wonen. Daar begint u eigenlijk mee. Dan is mijn wedervraag eigenlijk: als niet in Haarlem, waar dan wel? De heer Moore: Wij denken dat opvang in de regio, dus landen ‘…’, de buurlanden daar geschikt voor zijn en niet zo helemaal naar Nederland toe. De voorzitter: Ja. Mevrouw Oudshoorn. Ik gun u alle tijd natuurlijk, maar u heeft nog een hele avond voor de boeg. Wilt u interruptie plegen? Nee. Prima, dan gaan wel naar mevrouw, mijnheer, excuus, en dan Jouw Haarlem voor interruptie. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Wanneer is het genoeg en wanneer is Haarlem vol? Heeft Forum daar zelf een idee bij? De heer Moore: Ja, ik heb daar zeker zelf ook een idee bij. En ik zal daar zo meteen nog op terugkomen in mijn betoog. Maar ik denk dat we eerst voor onze eigen burgers moeten zorgen, dat die allemaal gewoon een plekje krijgen die ze verdienen. En dan pas kijken ook of we extra mensen kunnen faciliteren. De voorzitter: Mijnheer Aynan, vervolgvraag? De heer Aynan: Ik ben dan benieuwd naar het verder verhaal. De voorzitter: Helder. Dan heeft de heer Moore nog een interruptie van de heer Bruch, VVD. De heer Bruch: U zegt ook: we moeten voor onze Haarlemmers zorgen.
Dat vind ik ook. En als we nu dus een tussenstap maken tussen de ontwikkelzones, bent u het dan niet met mij eens dat dit een mooie kans is om naast asielzoekers ook Haarlemse woningzoekenden te helpen? De heer Moore: Dat ben ik zeker met u eens en zal ik zo meteen ook verder op terugkomen. De voorzitter: Gaat u door met uw betoog, mijnheer Moore. De heer Moore: Dank u wel, voorzitter. Hoeveel locaties moeten wij de komende jaar nog opofferen? Of zegt de burgemeester: tot hier en niet verder. Op deze manier is het dweilen met de kraan open. Terwijl jonge Haarlemmers geen urgentie voor een woning krijgen, offeren we delen van de stad op en daarmee de ruimte voor het realiseren van woningen. Jonge gezinnen met een pasgeboren baby die bovenaan de lijst staan, in een studentenwoning zitten, worden gevraagd nog langer te wachten omdat er huizen moeten worden vrijgemaakt voor de opvang van asielzoekers. Dit is voor mij een persoonlijk puntje, want ik heb zelf moeten ondervinden hoe vervelend en zwaar dat is. We zouden als Haarlem een standpunt in moeten nemen tegen beleid op Den Haag en zeggen: nee, wij doen hier niet aan mee. We willen geen azc in Haarlem, we zetten in eerste instantie onze eigen burgers op de eerste plaats, onze eigen burgers. Vindt de wethouder niet dat we hierover eigen zeggenschap zouden moeten hebben als gemeente? Dank u wel.
De voorzitter: De heer Moore, voor uw einde had de heer Aynan nog een interruptie voor u. De heer Aynan, gaat uw gang.
11
De heer Aynan: U doet nu alsof asielzoekers, vluchtelingen, nu direct op de wachtlijst komen of eigenlijk voorrang krijgen op de sociale huurwoningen. Maar dat is toch helemaal niet zo? Daarom moeten we deze opvang juist realiseren. De heer Moore: Op de langere termijn zouden deze mensen allemaal een permanente woning aangeboden krijgen. En dat is voor een termijn van vijf jaar. Die mensen stromen allemaal door in de reguliere woningbouw. De voorzitter: Vervolgvraag. De heer Aynan: Maar weet u hoeveel mensen dan in Haarlem doorstromen? Want er is ook een spreidingsverplichting, hè. Ze worden over het hele land verspreid. Wist u dat? De heer Moore: Ik ben nog niet volledig op de hoogte hoe ze dan worden verspreid en waar ze dan terechtkomen. De heer Aynan: Dus u doet hier aannames waarvan u eigenlijk niet weet of ze waar zijn? De heer Moore: Ik kan er bij u op terugkomen, dat kan ik uitzoeken. Ik heb daar geen informatie over hoe dat precies verloopt. De voorzitter: U was klaar, mijnheer Moore? Helder. Dank u wel. Wie wil er nog een termijn doen in de openbaarheid over de selectiecriteria? Mijnheer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Voorzitter. Trots Haarlem sluit zich aan bij collega, die zegt dat het natuurlijk het beste is als je de mensen in de regio opvangt. Nou, dat gebeurt niet.
Dat komt natuurlijk door het kabinet van de VVD die daar geen standpunt in inneemt en zwakke knieën heeft. Dus komt er nu een spreidingswet die door de Raad van State is eigenlijk afgekeurd, nog niet is aangenomen. Maar wij beginnen ons nu in Haarlem alvast voor te bereiden voor het geval het misschien wel wordt aangenomen. Opvallend vind ik dan dat als Trots Haarlem zegt: laten wij stoppen met panden verkopen en gronden en kavels verkopen, zodat we ons kunnen voorbereiden op wat nog gaat komen. Dat dan niemand voor die motie stemt. Wat mij opvalt, is dat we het nu hebben over daadkrachtige buurten waar die mensen naartoe moeten. Maar als Trots Haarlem een motie indient waarbij we zeggen: asielzoekers niet alleen in de goedkoopste sociale huur, maar ook een klasse hoger zodat die spreiding veel beter kan, stemt ook niemand voor. Dus ik ben helemaal verbaasd met deze grote omslag. Ik hoor zelfs mensen praten over dat er draagvlak moet zijn. Nou, die moties die worden ook altijd met nul respons beantwoord. Dus in dat opzicht is dit een hele opmerkelijke ontwikkeling. Jammer dat dat dan alleen bij kennelijk asielzoekers zo is. Ik hoop dat we die rode lijn vasthouden, dat we dat gewoon voor alle burgers laten gelden. Daadkrachtige wijken en draagvlak. Dat zou toch mooi zijn, als dat overal kan.
We zijn nog steeds dankbaar dat de PvdA zich duidelijk heeft uitgesproken dat het allemaal aan de westkant van het Spaarne moet komen. Jammer dat we nu de heer Dion Heinis hoorden zeggen: zoveel mogelijk. Dat is toch alweer een afzwakking. De heer Abbasi had dat heel duidelijk gezegd. En daar zijn we het zeer mee eens. Ja. Wat voor de rest? Ik denk dat ik nog wat tijd overlaat voor wat vragen in het tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Raadt. Dan constateer ik dat … Oh, mijnheer Procee, OPHaarlem, wil ook nog in de openbaarheid. Gaat uw gang, mijnheer Procee.
12
De heer Procee: Dank u wel, voorzitter. Ergens is het natuurlijk treurig dat dit moet, überhaupt dat mensen moeten vluchten. Maar ook dat de Rijksoverheid het zo heeft laten lopen dat uiteindelijk een spreidingswet nodig is. Dat die eraan komt, dat is toch een feitelijke constatering. En dat we daar ons op moeten voorbereiden ook. En dat we dat ruim op tijd doen lijkt mij alleen maar te prijzen. Dus wat OPHaarlem betreft, ja, de wensen en eisen, of vooral de eisen en wensen bekijkend. Dat ziet op het eerste zicht aardig uit, al zijn veel eisen hebben toch wel wat meer een wensen-neiging. Althans, dat gevoel krijgen we erbij. Want uiteindelijk kom je met de praktijk in aanraking en dat zal niet meevallen. En vooral met het idee dat we hier goed moeten voorbereid zijn en goed een langdurige opvang voor asielzoekers moeten kunnen realiseren. Dat ondersteunen wij volledig. Wij blijven scherp opletten dat het goed gaat en dat daar niet alleen draagkracht, draagvlak bij voorkeur ook, maar vooral: hoe gaat dit in de praktijk vormgeven? Daar kunnen we nu natuurlijk nog niet over hebben. Maar daar zal het eindelijk op neerkomen, dat we daar goed naar moeten kijken en moeten zien dat we daar ons best op gaan doen. Hier hebben we het nu over mooie principes en daar begint het, en laten we dan er iets moois van gaan maken. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Procee. Dan gaan we door met meneer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Er is al veel gezegd waar Jouw Haarlem zich ook aardig in kan vinden. En inderdaad, Haarlem is een gastvrije stad. Het zit eigenlijk in ons DNA. Of het nou de recente vluchtelingen uit Oekraïne of Syrië zijn, of wat verder terug, de Eerste Wereldoorlog, hebben wij gelukkig niet meegemaakt. Maar toen heeft Haarlem duizenden vluchtelingen opgevangen. Duizenden. En het gaat hier om slechts 620 mensen. En die zijn toen ook, in 1914, 1915, met open armen ontvangen. Allerlei comités vanuit de bevolking zelf, met toen nog veel minder inwoners. Dus we kunnen het, dat hebben we in het verleden bewezen. En dat gaan we weer bewijzen. Haarlem kan het, en Haarlemmers zeker. Vijf eisen, vier wensen. Normaal gesproken zou ik een opmerking hebben gemaakt over niet in de Waarderpolder en alleen maar binnenstedelijk, maar we kunnen ons vinden in het feit dat er als je mensen opvangt, doe dat dan op een locatie waar voorzieningen zijn. En dat is inderdaad binnenstedelijk. We hebben de lijst gezien en volgens mij kunnen we zeggen: joh, aan de slag. Het kan niet zo zijn dat we in zo'n welvarend land als Nederland mensen op straat laten slapen. Dat is eigenlijk beschamend dus aan de slag. En kijk inderdaad ook, voorzitter, waar modulebouw nodig is.
Want dat is snel, dat is duurzaam en dat is echt tegenwoordig van uitstekende kwaliteit. Dank u wel. De voorzitter; Dank u wel, mijnheer Aynan. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ja. Asielzoekers is natuurlijk in heel Europa een enorm probleem, omdat het aantal enorm stijgt. We kunnen wel constateren dat Den Haag het heel erg heeft laten lopen en nu met deze spreidingswet wij iedereen gaan dwingen tot een zekere permanente opvang. Daar kan je van alles van vinden. Ik ben er, en Hart voor Haarlem is daar, niet speciaal blij mee. Het is meer dan 620, hè, dat is het voorlopige aantal. Je weet niet of het nog meer wordt. In een toch hele dichtbevolkte stad waar we naarstig op zoek zijn naar groen, naar voorzieningen, naar nog meer woningen. Waar wij als Hart voor Haarlem eigenlijk ook al vinden dat de grenzen zijn bereikt. Dat dit er nog bijkomt. En we moeten ook niet vergeten dat we nog voor de komende tijd, komende maanden nog voor 195 statushouders, deze mensen die hebben recht op een woning hier, nog een plek moeten zoeken. Wat die asielzoekers betreft hebben wij, wij kunnen ons wel redelijk vinden in het in het lijstje van eisen. Wat wij als aanvullende eis hebben is dat wij geen concentratie van jonge mannen willen zien in de woonwijken. En zeker niet als het een groot gedeelte veiligelanders betreft.
Daar denk ik persoonlijk, maar mijn fractiegenoten ook, dat als je gaat troep zoeken naar draagvlak in de buurt dat dat spanningen gaat opleveren. Wat wij ook mee willen geven is: er zijn locaties bij, we zullen het er zo nog over hebben, waar je direct of tenminste binnen afzienbare tijd woningbouw gepland hebben. En
13
gezien de grote behoefte aan woningen gewoon voor onze Haarlemmers, de starters en de mensen, gezinnen die een woning zoeken, vinden wij dat ook geen ideale locaties. Dus wat dat betreft zit daar eigenlijk ook een grens. Is het een aanvullende eis? Dus inderdaad, wat meneer Heinis zegt, kantoorpanden transformeren, dat zou misschien nog een dingen zijn. Maar ik denk dat we daar nog maar over moeten hebben, maar ja, dat is een aanvullende wens, zal ik maar zeggen. Een eis. Wat hebben wij te eisen? En tegelijk, stel, het is toch een dictaat vanuit Den Haag. En ja, jammer genoeg moeten wij daaraan voldoen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Zetten. Is er iemand die nog wil spreken in de openbaarheid over dit onderwerp? Niet. Dan gaan we eerst naar de wethouder, de heer Roduner. Wethouder Roduner: Ja, dank u wel. Nou, fijn te horen dat er in grote meerderheid draagvlak is voor de criteria die wij hier hebben voorgesteld. Het is, zoals al eerder gezegd, we kunnen er van alles over vinden, dat vinden sommige partijen ook, maar het is straks een wettelijke verplichting die op de gemeente afkomt. En ik denk dat het goed is dat we ons voorbereiden. Nou, de heer Aynan noemt het aan de slag. Dat we aan de slag gaan met deze opgaven die op ons afkomt, en dat op een zo goed mogelijke manier proberen een plek te geven in deze stad.
Een stad, inderdaad, waar we naast deze opgave die dan tegen een tienduizend woningen relatief bescheiden lijkt, maar inderdaad een stad waar heel veel gebeurt. Waar tienduizend woningen moeten verrijzen de komende jaren. Dus waar inderdaad ook onze Haarlemse starters, jonge gezinnen, alle doelgroepen, ouderen die willen doorstromen, ook echt een plek verdienen. Daar werken we ontzettend hard aan. En dan komt dit nog eens een keertje bovenop. Dat zal niet makkelijk zijn. Dat dwingt ons ook om creatief te kijken naar plekken in de stad. Misschien moeten we ook de consequentie accepteren dat er op sommige plekken misschien geen woningen komen en dat we voor die woningen misschien in andere delen van de stad weer nieuwe plekken gaan vinden. Nou, ik heb daar alle vertrouwen in. De plancapaciteit, in ieder geval voor de woningbouw, is ruim voldoende. Dus het moet ons ook lukken om uiteindelijk te zorgen dat die woningzoekenden hier echt aan zijn trekken komt. En dat is denk ik de uitdaging op korte termijn, om ook echt een goeie plek te vinden voor asielzoekers die broodnodig onderdak behoeven. Daar leveren we nu al bijdragen aan, het is al een aantal keer benoemd. De Conradkade, de boot in het Spaarne. De Laan van Decima. En natuurlijk daarnaast is ook een aantal keer genoemd de opvang voor Oekraïners. Maar dat is eigenlijk toch wel weer een andere doelgroep.
We hebben hier proberen het een beetje af te pellen in wensen en eisen. Eisen nadrukkelijk wel wat harder. Wensen wat zachter. Ook, het zal nog best een opgave zijn denk ik, om ook deze locaties op korte termijn te vinden. Dus de vorige Commissie Bestuur is ook door sommige partijen geroepen: stel helemaal geen eisen. Want laten we onze handen zoveel mogelijk vrijhouden. Hoe meer eisen we stellen, hoe minder locaties we uiteindelijk overhouden. Maar, nou ja, u heeft de lijsten gezien. Ik denk dat er aan het einde van rit nog misschien best wel wat locaties beschikbaar zijn. En dan is het ook goed om iets dat iets gefilterd te kunnen hebben in wensen en eisen. Ik heb u gehoord, u heeft een aantal, sommige partijen hebben een aantal eisen wat harder gemaakt. D66 heeft het over de leefbaarheid. Vraagt ook aandacht voor voorzieningen. Ik heb meerdere partijen gehoord van die hebben gezegd: joh, die 150, is dat nou de ondergrens? Zou je dat niet groter willen maken of kleiner? Kleiner vooral eigenlijk. Laat ik in ieder geval met elkaar afspreken dat in het stuk wat wij gaan opleveren we echt wel wat meer aandacht gaan besteden om te beschrijven waarop die 150 nou gebaseerd is. Of dat verstandig is, wat eraan ten grondslag ligt. Dat is een getal waar ook het COA mee werkt. Dat is een formaat waarbij zij zeggen: dat kunnen wij goed organiseren.
Dat gaat bijvoorbeeld over begeleiding, beveiliging, continu garanderen. Dus dat daar zit ook een aantal wensen van het COA in. Maar ik denk ook dat die 150 ook wat meer ruimte bieden om nou, waar ik ook wel meerdere partijen gehoord hebt, voorziening op de locatie zelf te organiseren. Dus ik ga in ieder geval wat meer, ook bij het COA, even navraag doen van: joh, die 150, waarom is dat voor jullie belangrijk? Dat kan ik hier dan ook wat duidelijker de volgende keer uitleggen, waarom dat een goeie grens is. En misschien dat we
14
ook in het COA wel in overleg komen: nou, het kan ook wel kleiner zijn. Dat je een beetje dat gesprek hebt met elkaar. Want ik heb u wel gehoord, u heeft gezegd: wij vragen ons af of het wel heel groot moet. Laat ik het even zo zeggen. En wat zijn voorbeelden uit andere steden dan. Ik denk dat dat wel een goeie is. En daar zit dus nadrukkelijk misschien ook wel een uitruil of een verbinding met de voorzieningen waar u aandacht voor vraagt. U vraagt aandacht voor voorzieningen. Ik denk: dat gaat ook op de locatie zelf. Aantal voorzieningen die ook georganiseerd moeten worden, die hebben wij zelf ook al in het vizier. Is hier ook aandacht voor gevraagd, bijvoorbeeld onderwijs. In principe kan bij een grotere locatie onderwijs op locatie zelf worden georganiseerd. Het COA. Dat is ook de rol van het COA. Maar in praktijk zul je toch zien dat ook op het ISK en de Itaka een extra beroep zal worden gedaan. Nou, dat zal wel iets zijn wat wij gaan meewegen en waar we ook komende periode mij aan de slag gaan. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter. Ik hoor de wethouder praten over die voorzieningen. Nu is het al zo dat in Haarlem peuters met een VVE-verklaring, die eigenlijk op tweeënhalf jaar zouden moeten beginnen met de peuterklas daar niet terechtkunnen. En pas vanaf drie jaar mogelijk een kans krijgen.
Maar deze mensen, asielzoekers, die zijn natuurlijk allemaal anderstalig. Dus die krijgen allemaal een VVE-verklaring. Als ik daar vragen over stel hoe we dat gaan oplossen, dan zegt de wethouder: daar gaan wij niet over, want het is niet aan ons. Maar hoe gaat u dat dan wel oplossen? De voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Nou, daar gaan wij niet over. Dat is niet aan ons. Formeel is natuurlijk het antwoord: wij zijn niet … Ik bedoel wij de gemeente, wij zijn geen school. Het is niet dat wij onderwijs zelf organiseren, dat wij leraren in dienst hebben. Ik denk dat wij met elkaar … Laat ik het zo zeggen: in de Oekraïnecrisis hebben we gezien dat heel veel Oekraïense gezinnen hierheen kwamen met kinderen. Vrouwen met kinderen, mannen bleven achter en met name die kinderen die hadden echt behoefte aan onderwijs. Dat was een landelijke discussie. In noodtempo zijn er in allerlei gemeenten scholen opgetuigd. Gepensioneerde leraren weer terug in dienst gekomen om les te geven. Vrijwilligers opgestaan. Nou, in Haarlem hebben we dat in samenspraak gedaan met de Ithaka en ISK. Zijn extra noodlokalen bijgekomen, onder andere aan de Prins Bernhardlaan. Dus er is heel veel in samenspraak gebeurd met de onderwijsinstellingen. Ja, en dan ontstaat wel ook zoiets. En ik snap dat u zegt: nou, het huidige onderwijs is al een heel probleem. Dat snap ik dat u dat zegt.
Ik denk ook, ja, het zijn allebei problemen. En we moeten daar allebei mee aan de slag. En ik zie dus dat wel heel veel gebeuren. Ook toen ik in het verleden wethouder sociale zaken was, hebben we ook een plan opgezet om te zorgen dat er meer leraren uit de bijstand bij wijze van spreken of die met afstand tot de arbeidsmarkt konden worden ingezet voor de BSO's en de kinderopvang. En dat was een succes, want dat heeft extra mensen opgeleverd. En dat zijn de acties waar we als gemeente wel het verschil kunnen maken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roduner. Eerste vervolgvraag van de heer Van den Raadt. En dan gaan we door naar mevrouw Linder, mevrouw Van Zetten en mevrouw Timmerman. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter. Dan is Trots Haarlem benieuwd of dan de wethouder weer met dit soort plannen gaat komen. Of gaat hij dan mogelijk maken dat Haarlemse kinderen die gewoon een achterstand hebben en eigenlijk ook ergens naartoe moeten, dan misschien dan bij die asielzoekers in de klas kunnen komen als noodmaatregel? De voorzitter: Mijnheer Roduner.
15
Wethouder Roduner: Laten we niet op de muziek vooruitlopen. Op dit moment hebben we gewoon nog niet de azc's geregeld in Haarlem. Dat is stap één. Laten we eens kijken of we de locaties kunnen vinden. Dat is de eerste stap. Dan zal het nog even duren voordat die locaties gerealiseerd zijn. Maar ik hoor u goed, u zegt: nou, ik vraag aandacht voor het onderwijs en misschien niet alleen het onderwijs van asielzoekers, maar ook van andere kinderen die dat nodig hebben. Nou, ik denk dat dat dan de volgende stap is waar we samen mee aan de slag moeten gaan. De voorzitter: Laatste opmerking. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter, dan rond ik af. Maar ik vind het wonderlijk dat de wethouder zegt: laten we niet op de muziek vooruitlopen. We praten hier over een wet die niet eens … Die door de Raad van State is afgekeurd, die nog niet eens door de Eerste Kamer is aangenomen. Die is nog helemaal niet in werking. Dus we lopen op de muziek vooruit. En dan vraag ik: denk nou eens na, hoe gaan we dan … Want ik snap ook wel dat we zes cruiseschepen in het Spaarne kunnen zetten, maar daar hebben we niks aan. Het gaat om die voorzieningen die nu al niet op orde zijn. Dus ga daar nou eens mee aan de slag. Wethouder Roduner: Dat is meer een opmerking in algemene zin zou ik zeggen. Als u vindt dat bepaalde voorzieningen op dit moment onvoldoende zijn, laten we daar dan het gesprek over aangaan.
Maar verknoop het niet aan een toekomstige discussie over iets wat we nog moeten realiseren. Dat is vaak ook een discussie die we bij de ontwikkelzones hebben. Bewoners komen vaak langs, zeggen: ik vind deze weg niet fijn, die is niet prettig. Dan staan die woningen er nog lang niet. Ontwikkelzone kan vaak ook heel veel betekenen om juist bepaalde ontwikkelingen te versnellen, de leefomgeving te verbeteren. Maar ik zeg altijd tegen die bewoners: ook als die woningen er niet staan, kunt u bij de gemeente langskomen en met de gemeenteraad in gesprek gaan of over uw leefomgeving en over bestaande problemen. En u bent er volgens mij als gemeenteraad ook voor om met die bestaande problemen aandacht te vragen bij het college. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roduner. Gaan we naar interruptie van mevrouw Linder. Gaat uw gang, ChristenUnie. Mevrouw Linder: Ik heb nog een opmerking over de hoeveelheid locaties. COA biedt wel mogelijkheid voor kleinere locaties. Waarom doen we niet honderd mensen per locatie in plaats van 150? Dan zijn er meer locaties beschikbaar. De voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Dat heb ik ook al dus de regels door proberen te duiden. En ik heb ook in ieder geval toegezegd dat ik daar ook wat meer in zou gaan in het volgende stuk, waar uiteindelijk de locatiekeuze is. 150 komt primair voort ook uit eerdere wensen van het COA.
Die zeggen: bij 150 asielzoekers, en dat gaat natuurlijk niet op de persoon nauwkeurig, maar dat is een ongeveer een omvang waarbij ze zeggen: dat is een prettig omvang waarbij we ook een aantal dingen goed kunnen regelen. Bedrijfseconomisch verstandig. Dat gaat bijvoorbeeld over toezicht, dat gaat over handhaving, dat gaat over bijbehorende voorzieningen. Denk aan klaslokalen, recreatieruimtes. Hoe groter de locatie in algemene zin, hoe makkelijker het is om dat op een efficiënte en slimme manier te organiseren. Kijk, in theorie kun je alle asielzoekers ook in een huis zetten, maar je kunt niet in elk huis ook dan begeleiding organiseren. Dus je kunt ze ook allemaal afzonderlijk doen, maar dat is ook niet een slimme manier. Dus je zoekt een beetje de balans tussen aan ene kant groot genoeg om een aantal dingen goed te kunnen organiseren. En ik hoor u ook goed, u zegt: maakt het ook niet te groot, want we maken ons zorgen over de inpasbaarheid en leefbaarheid in Haarlemse wijken.
16
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bruch, u moet nog even wachten want er zij nog een aantal mensen voor u. Te beginnen met mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ik wil alleen maar opmerken dat Oekraïners helemaal geen asielzoekers waren, en dat daar een heel andere regeling voor geldt. Dus dat we dat niet met mekaar verbinden, want dat lijkt me geen goed doen aan een discussie. De voorzitter: Dank u wel voor uw opmerking. Mevrouw Timmerman, GroenLinks. Mevrouw Timmerman: Ja. In het stuk lees ik dat het COA die eis, of in ieder geval de aanbeveling, van 150 minimaal los zou gaan laten misschien. Wanneer wordt daar meer duidelijk over? Wethouder Roduner: Nou, dat heeft het COA zo gezegd en dat was ook met name denk ik bedoeld richting kleinere gemeenten. We hebben een aantal gemeenten om ons heen die een aanzienlijk kleinere taakstelling, verwachte taakstelling, heeft dan wij. Denk aan gemeenten als Bloemendaal, Zandvoort, Heemstede. En ook richting zulke gemeentes gezegd … Wat de eerder gedachte was, misschien moeten deze gemeenten, of misschien moeten kleine gemeenten gaan clusteren tot een bepaalde omvang van een locatie. Dat was een beetje gedacht. Het zit overigens, begrijp ik, nog steeds kan het gebeuren. De wet is daar ook nog niet geheel duidelijkheid over. Dat het Rijk daar ook echt sterkere regels aan kan stellen.