Transcript commissie Ontwikkeling d d 17 oktober 2024
Tekst van het document
En de financiering van de restauratie werd, in gedeelte, maar was uiteindelijk opgebracht door de huur die het museum zou betalen. Nu zien we in het hele land hebben musea ontzettende problemen en altijd is de coronacrisis een punt van daarom gaat het zo slecht. Natuurlijk, Rusland/Oekraïne speelt ook een rol. En dan is de vraag voor de gemeente Haarlem van wat is nou eigenlijk onze kerntaak? En dan zitten wij al met een immens probleem van het Frans Hals Museum met twee locaties, de Verweyhal, we weten het allemaal. En aan ons is de vraag: op welke manier gaan wij dat museum weer echt een bloeiende toekomst geven van onze eigen collectie met een wereldberoemde collectie van het Frans Hals. En dan is het dolhuis, ik wil dat best erbij nemen, maar dan is het wel van, waar komt het geld vandaan? Ik wil nog even laten herinneren dat het Museum Haarlem, wat nu het Verweymuseum heet, jarenlang heb ik moeten pleiten voor een structurele subsidie en dat ging om een bedrag van 45.000. Dat is eindelijk gelukt. Dat hebben ze gekregen en dat ging ook over onze eigen collectie. Dan denk ik, als je die dingen naast elkaar zet, politiek is toch ook wel keuzes maken. Ik ben het ook helemaal eens met GroenLinks, mevrouw Klazes, dat gebeurt echt niet vaak, dat daar het college … Ik begrijp die grote zorgen die er zijn en dat er hier een knoop moet worden doorgehakt.
En inderdaad, als het Museum van de Geest met al die goede mensen van een GGZ, waar we vroeger dachten daar zit het geld en daar moet het dus vandaan komen. Dat blijkt dus niet zo te zijn. En wat betreft al die geestelijke gezondheidsproblemen van ons allemaal, nu ook de ouderen, dan hadden we ook wel een psychiatrische inrichting moeten bewaren en niet mooie sier moeten maken van gaat iedereen maar thuis de boel uitzoeken. Dus ik vind daar zit een soort balans in. Ik ben gelukkig geen wethouder, ik vertrouw erop dat de wethouder en het college er wel uitkomt. Maar ik vind dat hier wel ergens een grens is bereikt en dat Hart voor Haarlem niet bereid is om 1,8 miljoen nu bij te dragen aan volgens mij een gebed zonder end, want daar houdt het niet mee op. En dan zou ik ook wel zeggen wat ik net zei: dan moeten de andere instellingen van de stad, onze musea, ook maar zeggen wat ze minder kunnen doen om elkaar te helpen als het allemaal zo belangrijk is. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Zetten. Gaan we nog naar mevrouw Jacobsz, OPHaarlem. Mevrouw Jacobsz: Dank u, voorzitter. Het heet Museum van de Geest. OPHaarlem vindt eigenlijk dat het Museum van de Geest moet voort blijven bestaan, juist omdat het een uniek museum is.
We hebben het nu de hele tijd over geld, over die 1,8 miljoen, maar zoals ik het zie, zoals OPHaarlem het ziet, nu hebben we een noodkreet, een hulpvraag, maar ik zie ook eigenlijk heel veel kansen die er nog zijn om van het museum misschien wel iets winstgevends maken. Ik weet niet hoe hoor. We hebben zoveel problemen. Als ik denk aan
17
vluchtelingen, aan statushouders, aan mensen die uit oorlogsgebieden komen die wij hier in Haarlem, maar ook in Amsterdam, in de regio hebben, die vastlopen, dan denk ik dat Museum van de Geest een prachtige plek is om juist dit soort problematiek op te pakken. En om ze iets te bieden. Want we hebben niet alleen medicatie of psychiatrie, gesprekken, maar het is ook theater, het is ook kunst, het is cultuur, het is geestelijk voedsel, het is eigenlijk veel meer wat er geboden kan worden aan juist grote groepen mensen die wij eigenlijk heel lastig bereiken en waar we resultaten mee boeken op de gewone weg. Daar zie ik echt kansen in voor dit museum, om zich daarin verder te ontwikkelen. Ik denk ook dat op dat gebied financiën binnen te halen is, dus los van het gebouw, los van de huur, los van het hele fysieke deel zie ik op emotioneel, mentaal en spiritueel niveau gewoon kansen met dit museum. Maar dan moeten we verder gaan kijken dan we tot nu toe hebben gedaan. Want we hebben tot nu toe een bepaald gebied, een bepaalde type mensen bediend. Maar er is nog veel meer dan die mensen die we tot nu toe bediend hebben. Dus ik zie kansen en ik denk dat OPHaarlem het ondersteunt als wij verder gaan met in ieder geval een financiële bijdrage, om tot een goed plan te komen, waarbij we dit als een kans zien om nog verder onze poten in de klei kunnen zetten.
Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Jacobsz. Daarmee hebben we alle partijen gehad en gaan we naar de wethouder. Welkom, mevrouw Van Loenen. Gaat uw gang. Wethouder Van Loenen: Dank u wel, voorzitter. Ik denk om te beginnen inderdaad de waardering voor het museum. Dat, volgens mij is dat ook heel erg breed gedeeld, hebben we heel erg veel gehoord vanavond. Brede waardering voor het museum. Het is een ontzettend mooie plek, zowel qua inhoud als inderdaad de locatie en ook heel veel complimenten voor natuurlijk de mensen die er werken en de vrijwilligers. Dit is natuurlijk een hele zware tijd voor hen. En dat is natuurlijk zeer te betreuren. Ook wel, volgens mij, complimenten voor het harde werk wat de afgelopen maanden is geleverd, want dat is natuurlijk ook niet makkelijk geweest. Wij hebben natuurlijk in het voorjaar de melding gekregen van, het gaat echt niet goed met het museum en toen hebben wij inderdaad uitstel van aflossing en huur verstrekt met het hele idee om te kijken van, we nemen tot 1 september om te zien of de drie fondsen zouden door kunnen komen. En als dat zo zou zijn, dan zou natuurlijk het museum in die zin gered zijn. Zeer teleurstellend natuurlijk dat dat niet is gelukt. Dan is het doorschakelen en dat heeft u allemaal in de RIB’s kunnen lezen.
Er lag eerst een verzoek voor een structurele subsidie van zevenenhalve ton en later is er een nieuw plan gekomen, wat we dus afgelopen donderdag hebben gekregen, met het verzoek voor deze eenmalige steun. Het lastige is wat we ook in de RIB schrijven. We kijken naar een solide plan. Als er een solide plan ligt, dan wordt het ook wat makkelijker om terug te kijken van hoe gaan we om met de schulden die er zijn en ook hoe gaan we om met misschien kortetermijnsteun? Maar wij constateren dat dat solide plan met de juiste dekking er nog niet ligt. Er werd gevraagd hoe lang heeft het museum nog? Daar hebben wij het natuurlijk ook over gehad in de gesprekken met het museum en zoals dat er nu uitziet, is dat niet heel erg lang meer. Dan moeten we denken aan ongeveer half tot eind november. Dat betekent dat het dus heel erg kort is. Ik snap het dilemma wat een hoop mensen, denk ik, hebben doorgemaakt. Want ik heb dat ook meerdere keren doorgemaakt. Een soort vicieuze cirkel waarbij je zegt, zo'n mooi en waardevol museum met zo'n belangrijk thema moeten we redden. Vervolgens ga je kijken, maar wat er wordt gevraagd, is ook wel erg veel. Het is een afweging. Kun je dat uitleggen aan de Haarlemse inwoner? Ligt er een plan waarbij we zeker weten dat het daarmee gered is? Die vraag werd ook gesteld: is dan het museum gered? En dan maak je toch de afweging, nee, dat is niet het geval.
Een aantal mensen hebben gezegd: is het een idee om toch nog een keer in gesprek te gaan? Wat we tot op heden hebben gedaan, is eigenlijk, hebben we gezegd, het is aan het museum, de founding fathers om te komen met een plan, een businessplan en dat bekijken wij natuurlijk als gemeente. We hebben de afgelopen jaren niet voor niks heel erg veel gedaan met het museum en voor het museum. Maar uiteindelijk ligt daar natuurlijk wel het primaat om te komen tot een goed plan. Wij kunnen niet een goed plan gaan schrijven voor
18
een museum, dus tot op heden was dat eigenlijk de lijn. Ik denk dat we inmiddels wel in de fase zijn gekomen, dat we kunnen constateren, dat het eigenlijk tijd is voor een ultieme reddingspoging. Daarom heb ik deze week afgesproken met de burgemeester om in ieder geval de GGZ-instellingen en de founding fathers uit te nodigen en de fondsen, om zoals het er nu uitziet, volgende week te proberen om nog één keer met elkaar te kijken, is er een redding mogelijk? Ben ik daar nou heel optimistisch over? Ook nog niet direct, want ik heb natuurlijk ook wel de afgelopen maanden her en der wat gesprekken al gehad. Er werd ook nog net gevraagd naar de provincie. Maar ik krijg natuurlijk hetzelfde te horen als het museum zelf. Het is heel vaak ‘nee’. Maar ik denk wel dat de waarde van het museum voor Haarlem dusdanig groot is, dat we in ieder al zeggen als gemeente, we gaan nu nog een laatste poging doen. Dan wil ik eigenlijk met name inzetten op toch een hogere bijdrage van de GGZ-instellingen. Zoals jullie hebben kunnen zien in het plan van 2020 lag die bijdrage ook veel hoger en zou je er dus eigenlijk ook geen probleem hebben eerlijk gezegd. Maar in de loop der jaren is die bijdrage verlaagd en zit dat nu in het plan voor 375.000 euro per jaar.
Ik denk dat dat niet voldoende is en ik denk ook dat dat, eerlijk gezegd, geen recht doet aan de collectie die de founding fathers ook met elkaar hebben en het museum wat ze hebben opgezet. Dus dat is echt wel de inzet om daar meer ook financiële inzet van te krijgen. Wat ik ook wel veel hoor, is dat mensen zeggen, geen structurele bijdrage sowieso. Maar ook die 1,8 miljoen is erg hoog. Dus dat is ook eigenlijk geen uitkomst. Dat zijn, denk ik, een beetje de kaders die ik op dit moment heb voor dat gesprek. Ik hoop ook dat de instellingen op die uitnodiging ingaan van onze burgemeester en mijzelf. Ik denk dat we even moeten kijken hoe we daar nog op terugkomen. Maar wat ik ook wel hoor van veel van u, het is niet zo’n makkelijk verhaal aangezien er natuurlijk vier jaar geleden ook al een reddingspoging is geweest. En ik denk dat dat ook, als we heel eerlijk zijn met elkaar, het zo ongelooflijk ingewikkeld maakt. Ik zie wel dingen waarvan ik denk, die hadden vier jaar geleden eigenlijk in gang gezet moeten worden. Mijn beeld is toch dat er vier jaar geleden een lening verstrekt is door de gemeente met een aantal uitgangspunten vanuit het museum en dat daar uiteindelijk te weinig van terecht is gekomen. Vandaar dat nu eigenlijk zo'n grote claim hier ligt. Volgens mij is dat het korte antwoord. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Loenen. Ik zie meerdere vingers.
Laten we bij de partijen nog even een korte tweede termijn doen, te beginnen bij mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Vraag aan de wethouder. Ik ben blij te horen dat er nog een gesprek plaatsvindt, soort van de laatste poging. Wat ik merk is dat wij heel erg aanhikken tegen wie zet nou de eerste stap? Is dat de gemeente, zijn dat de andere partijen? Is er een scenario denkbaar dat in die bijeenkomst, dat men allemaal tegelijkertijd een stap naar voren doet? Dat we dat dilemma in ieder geval, dat we daar vanaf zijn? Voorzitter: Laten we even een heel rondje doen, zodat u alle opmerkingen in één keer kunt noteren. Ik zag ook nog een vinger bij Actiepartij. Mijnheer Van Leeuwen, gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Allereerst dank, wethouder, dat u het gesprek aangaat. Inderdaad, wat ons betreft zo breed mogelijk met een grootste kansrijkheid op een goede uitkomst. U heeft het over het ontbreken van een solide plan. Graag hoor ik nog van u welke parameters maken een plan een solide plan, behalve uw inzet om een hogere bijdrage van de GGZ te krijgen? Want dat is het enige concrete wat ik daarna hoorde. Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Praten is natuurlijk altijd prima.
Misschien is er dan ook een voorstel van als we eventueel een stap willen zetten – en een stap is nooit zonder geld, neem ik aan, want een beetje praten, daar zitten de mensen op de tribune echt niet op te wachten – en dan zou ik wel willen weten wat de speelruimte
19
is, wat u dan bereid bent … We hebben binnenkort de begroting, dan zal er natuurlijk ook boter bij de vis moeten komen. Voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ik ben blij dat de wethouder nog mogelijkheden ziet tot de gesprekken. We hopen dat daar iets positiefs uit komt, dus voorlopig kunnen we daar verder dan weinig over zeggen. Voorzitter: Dank u wel. Anderen? Mijnheer Van Exter? Nee. Visser? Nee. Kuin? Aynan? Gaat uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Goed om te horen dat er in ieder geval een gesprek komt. We horen ook toch wel een beetje ruimte bij de wethouder, want ze zegt: er is nog niet een solide plan. U bent niet direct optimistisch, maar dat kan dus. En het is een ultiem reddingsplan. Dat geeft toch echt enige hoop. En onze vraag aan u, voorzitter, aan de wethouder: wanneer krijgen we terugkoppeling over het gesprek en is het ook mogelijk, want u heeft het over een ultiem reddingsplan, dat klinkt ook groot en een heel acuut, dat we bijvoorbeeld in stappen, want iedereen heeft het hier over stappen, dat we misschien een reddingsplan in stappen hebben? Dat we in ieder geval tot 2025 even kijken hoe we dat redden. En dan 2026 et cetera. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren.
Mevrouw Van den Broek: Even heel concreet: heeft u nu daadwerkelijk de gedeputeerde gesproken en uw wethouder-collega uit Amsterdam en zijn zij hier uitgenodigd voor het gesprek, waarvan ik heel blij ben dat het georganiseerd gaat worden? Daar moet ik het even bij laten. Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jacobsz, OPHaarlem. Mevrouw Jacobsz: Ik had wel een vraagje naar aanleiding van die opmerking over dat vier jaar geleden ook een reddingsplan is geweest. Maar dat was toch vanwege corona? Voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Amand, Trots Haarlem. De heer Amand: Voorzitter, wij zouden wel graag willen zien dat de wethouder, ze heeft het al toegezegd, een reddingspoging waagt en dat we in het begin volgend jaar toch de uitslag krijgen. Dat lijkt ons wel heel zinnig. Dan hebben ze nog even de tijd om misschien wat sponsering te zoeken. Voorzitter: Mijnheer Amand, de wethouder doet wel een poging, maar u krijgt de uitslag niet natuurlijk. Natuurlijk neemt de wethouder u mee. Mevrouw Oppenhuis? Nee? Mijnheer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de wethouder iets zeggen van, niet dit bedrag en gestructureerd sowieso niet. Zo zitten wij niet in de wedstrijd. Het is gewoon de combinatie die ons pijn doet. Als het er op een andere manier uit kan zien, dan hopen we echt dat het gesprek vruchtbaar is. Maar zo hard hebben wij het in ieder geval niet genoemd.
Voorzitter: Mijnheer Heinis, Partij van de Arbeid. Nee? Wethouder Van Loenen. Wethouder Van Loenen: Een solide plan, wat betekent dat precies? Laten we er niet al te ver op ingaan. Maar uiteindelijk gaat het erom dat er een plan ligt, als je kijkt naar bijvoorbeeld de inkomsten, is dat realistisch.
20
Maar ook aan de dekkingskans, zijn er harde toezeggingen? Bezoekersaantallen, is dat een realistisch aantal? Dat zijn eigenlijk een paar indicatoren waarvan wij nu eigenlijk zeggen, daar is het antwoord nog ‘nee’ op. Ik zei ‘nog’, omdat ik ook wel zie dat het museum in de afgelopen maanden zeker wel stappen heeft gezet. Want wij vragen ook elke keer hoeveel fte zie je nu voor je in zo’n museum? En daar is zeker wel beweging in geweest. Is dat nou het minimumscenario? Daar heb ik ook mijn twijfels over, eerlijk gezegd. Ik denk het niet. Er werd net al even een vergelijking gemaakt met bijvoorbeeld het Verweymuseum. Dat is echt wel een heel andere omvang dan wat hier ligt. En de vraag is, is dat inderdaad realistisch of niet? Overigens krijgt het Verweymuseum inmiddels, volgens mij, iets meer dan een ton aan subsidie. Dus dat is ook al wel weer wat meebewogen. Maar dat is natuurlijk wel een ander verhaal. Dit is echt nog wel een stuk groter. Of dat reëel is, dat is dus een van de vragen, denk ik. Dat solide plan houdt ook in, want net werd er gezegd van waarom niet tot 2025 even kijken en dan zien we daarna wel, het hele idee is wel dat we vier jaar geleden hebben we ook een lening verstrekt en zijn we ook met bepaalde aannames gaan werken. Vervolgens zien we dat dat niet gerealiseerd is.
Ik wil ervoor waken, dat wij geld gaan stoppen in een museum voor 2025 en dat we uiteindelijk eind 2025 in dezelfde situatie zitten, maar dan nog meer geld kwijt zijn. Daar pas ik echt voor. Dus wat betekent dit? Het betekent dat er in 2025 of ’26 in ieder geval, dat er meer zicht moet zijn en ook eigenlijk al harde toezeggingen moeten zijn over een structurele sluitende begroting van het museum met dekking. Overigens werd er net gezegd het ultieme reddingsplan. Nee, ik zei ultieme reddingspoging. Ik ga niet het plan helemaal zelf maken. Dat ga ik alvast even meegeven. Maar wat wij wel doen, is de relevante partijen bij elkaar roepen. Dat gaat ook dus niet over de schuld die er eigenlijk nu al ontstaan is, maar echt gewoon puur naar de toekomst om te zien, is er ergens toch nog voldoende basis te vinden om het museum te redden? Ik kreeg ook nog de vraag of ik met mijn collega's van Amsterdam en de provincie had gesproken. Met de provincie zeker, de gedeputeerde. Amsterdam is ambtelijk gegaan, maar dat werd al toegelicht door de insprekers. Daar is het systeem ook echt wel heel anders en daar zagen wij ook ambtelijk eigenlijk geen ruimte in die systematiek. Misschien dan nog een laatste. Hoe gaan we dat weer teruggeven? Dat moeten we even bekijken, want we zijn dat gesprek nu dus aan het plannen.
De intentie is dat dat volgende week plaatsvindt, omdat er dus haast bij geboden is. Dan is het reces. Dus we moeten even kijken. Natuurlijk gaan wij terugkomen op wat daaruit is gekomen. Maar ik weet dus ook niet of dat één gesprek is of meerdere of et cetera. Dus uiteraard hoort u wat daar uitgekomen is. Voorzitter: Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Dat is dan, denk ik, wel vóór de begroting, want dat is dan wel zo handig. Wethouder Van Loenen: Dat is nog voordat u uw moties kan indienen voor de begroting, ja. Voorzitter: Helder. Mijnheer Krouwels, toch nog een vraag? Moment, ik zie ook nog mevrouw Klazes. Gaan we nu een derde termijn doen? Want dan gaan we nog een heel rondje doen. Nee? Mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Hele korte vraag. Zit de Belastingdienst ook bij die lijst? Want dat is ook een grote schuldeiser van Museum van de Geest. Voorzitter: Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ik had een vraag gesteld. Of ik heb het antwoord niet begrepen of ik heb het niet gehoord. Dat was of iedereen dan tegelijkertijd een stap naar voren kan doen? Voorzitter: Anderen nog? Mevrouw Van Loenen.
21
Wethouder Van Loenen: Dat bedoelde ik eigenlijk met alleen als er dus een compleet plan ligt met zo'n solide structurele oplossing, dan is er een gewenste uitkomst. Maar dat kan inderdaad betekenen dat je allemaal … Je zit met elkaar aan tafel allemaal, dus het is per definitie dat je daar eigenlijk met zijn allen zit en een stap daar zet. Dus volgens mij is het iets waarvan wij zeggen, uitgangspunt is sowieso er moet echt meer van de GGZ-instellingen, dus de founding fathers komen en het is dus niet zo, dat wij … Want eigenlijk is dat nu wel de vraag. Gemeente, zetten jullie een stap en daarna zien we het eigenlijk wel een beetje. Dat is niet de bedoeling. De Belastingdienst, nee, dat is eigenlijk precies de reden waarom ik zeg van waar het op gericht is. Het is echt niet gericht op het herstructureren van de schulden die er zijn. Want die zijn er zoals u weet en die zijn ook vrij fors. Maar ik denk dat voordat iedereen gaat bedenken wat te doen met die schulden, moet je eerst weten of je überhaupt nog bestaat. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Loenen. Daarmee genoeg besproken voor de commissie op dit moment? Ja. Dan wachten we het gesprek en de uitkomst die wordt aangeleverd af van de wethouder en dan danken we de wethouder voor haar aanwezigheid hier. Want we sluiten dit agendapunt af en gaan door naar het volgende agendapunt.
Maar ik schors even kort, zodat de mensen op de publieke tribune rustig de zaal kunnen verlaten als zij dat wensen. a.
8.
RIB d.d. 11/10/2024 Museum van de Geest - ondernemingsplan oktober 2024
Kennemerstraat 18 zwart verkoop benedenwoning - lichte voorhangprocedure (ER) Voorzitter: Dames en heren, ik wil graag verder met de vergadering. Mevrouw Klazes, mijnheer Krouwels, mevrouw Jacobsz. Dames en heren, we willen graag verder met de vergadering aangezien we al drie kwartier achterlopen op de agenda en er ook mensen thuis zitten te wachten en hier buiten zitten te wachten totdat hun agendapunt behandeld wordt. We gaan verder met agendapunt 8, Kennemerstraat 18 zwart, verkoop van, met een lichte voorhangprocedure. Een voormalige huurwoning van de gemeente aan de Kennemerstraat 18 te Haarlem-Noord, behorend tot categorie niet-strategisch bezit. Het college is bevoegd inzake de aan- en verkoop van deze onroerende zaken. Maar het beslist niet voordat de commissie Ontwikkeling is geïnformeerd en het voornemen van het college in de gelegenheid gesteld is het voorgenomen besluit te bespreken. Dus daarom gaat het ter bespreking naar de commissie. Let u daarbij op dat er drie geheime bijlagen bij het agentpunt waren en dat u daar niks uit mag verwoorden. Dus let u op uw woorden. Wie kan ik als eerste het woord geven? Mijnheer Terol, VVD. Gaat uw gang. De heer Terol: Dank, voorzitter. Van het dolhuis schuiven we 70 meter op naar de Kennemerstraat 18. De verkoop van deze benedenwoning past binnen het beleid om niet-strategisch vastgoed af te stoten.
We hopen dat de verkoop voorspoedig verloopt en er snel weer iemand met veel plezier in kan wonen. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Terol. Anderen? Mijnheer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Voorzitter, we zeggen het altijd, met deze enorme wooncrisis in Haarlem is het immoreel om woningen die jezelf in bezit hebt te verkopen. En inderdaad, het is letterlijk aan de overkant van het dolhuis. Als het dan toch verkocht gaat worden, daar is waarschijnlijk een meerderheid voor, doe het dan ook als steun aan het dolhuis of van het Museum van de Geest. Voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Aynan. Dan gaan we door. Mevrouw Verhoeff, Partij van de Arbeid.
22
Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter. We hebben met zijn allen al heel lang gesproken dat … Voorzitter: Wacht u heel even, mevrouw Verhoeff, totdat de mensen zijn gaan zitten. Want dat is iets minder ruis en dan kunnen we u ook gewoon horen. Gaat uw gang, mevrouw Verhoeff, Partij van de Arbeid. Mevrouw Verhoeff: Het is al lang geleden dat besloten is binnen deze gemeente dat woningen verhuren niet onze strategische taak is. Dus als er nu een woning vrijkomt en die niet nodig is voor een andere taak en ook niet makkelijk ondergebracht kan geworden bij een corporatie, dan zijn we het hier mee eens en dan moet het gewoon verkocht worden. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Verhoeff. Anderen nog over de verkoop? Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Ik kan mij zowaar helemaal aansluiten bij de PvdA. Voorzitter: Helemaal goed. Anderen nog over dit agendapunt? Niemand. Dan gaan we naar wethouder De Raadt. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Het was een klein beetje rumoerig tijdens de eerste sprekers, maar volgens mij heb ik geen vragen gehoord. Dus dan dank ik de commissie voor haar steun. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. U had ook nog mededelingen. Die hebben we nog niet gedaan. Maar ik mis nog een aantal commissieleden. En die mededelingen zijn wel van belang van iedereen om te horen.
Mag ik de heer Kuin, de heer Aynan of mevrouw Van den Broek vragen om buiten eens te kijken of de andere commissieleden daar staan? Want dan kunnen ze dat ook vernemen. Perfect, we zijn weer compleet. Wethouder De Raadt, u had nog enkele mededelingen. Gaat uw gang. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, twee mededelingen. De eerste over het archeologisch museum. Door vochtproblemen in de Vleeshal moest het archeologisch museum deze week helaas tijdelijk dicht. Morgen kan het museum weer open. De vochtproblemen hebben al een tijdje de aandacht van dit college en zijn helaas niet eenvoudig structureel op te lossen. Op termijn betekent dit waarschijnlijk dat we op zoek moeten naar een andere locatie voor het museum. Het college doet nu onderzoek naar de eventuele oplossingsrichtingen en komt daarover schriftelijk bij uw commissie terug via een RIB of een informatienota. Dan nog een tweede mededeling over de Egelantier, ook naar aanleiding van onze commissiebespreking van twee weken geleden. Dus daar geef ik graag even een update over. Het college is in gesprek gegaan met Lingotto en we zullen zo snel mogelijk met een RIB naar u toekomen met de uitkomst ervan, in ieder geval voor de raadsvergadering. De RIB bevat een aanvulling op het raadsvoorstel dat volgens mij in lijn ligt met de wensen en bedenkingen die uw commissie heeft geuit.
De behandeling van het aangepaste raadsvoorstel kan daarom volgens het college betreft ook gewoon doorgaan volgende week in de Raad. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. Even voor de verduidelijking aan de commissie: de aanvullende informatie volgt dan deze zaterdag in de Raadzaam, de informatienieuwsbrief voor de commissie en raadsleden. Wethouder De Raadt: In ieder geval uiterlijk maandag, maar de voorkeur heeft inderdaad zaterdag.
23
Voorzitter: Helder. Dan is het inderdaad allemaal bekend voor het fractieoverleg, dat meestal op maandag plaatsvindt bij de fracties. Helder. Dank u wel, mevrouw De Raadt, voor uw komst en welkom, mijnheer Roduner, bij de commissie Ontwikkeling vanavond. 9.
Beantwoording artikel 32 vragen AP e.a. inzake voortgang ontwikkeling en realisatie Slachthuisterrein (FR) Voorzitter: We gaan door naar agendapunt 9, de beantwoording artikel 32-vragen inzake de voortgang ontwikkeling en realisatie Slachthuisterrein. Er zijn artikel 32-vragen gesteld en die zijn beantwoord uiteraard en nu is op voorstel van de Actiepartij dit toegevoegd aan de agenda. We hebben maar één inspreker op dit agendapunt. Dat is mevrouw Van Dijk vanuit de VvE Slachthuisdistrict. Welkom, mevrouw Van Dijk. U mag inderdaad tegenover mij plaatsnemen en als u er zo klaar voor bent en u de knop indrukt, gaan er 3 minuten lopen waarin u uw inspreekbijdrage kunt doen. Mevrouw Van Dijk: Dank. Geachte leden van de gemeenteraad, van de commissie. Ik spreek namens de bewonersvereniging van het Hof van Egmond, de VvE van het Slachthuisdistrict, de VvE Hof van Sevenhuijsen en de VvE Hof van Dumont en het Popcentrum Slachthuis. Op 23 mei hebben wij onze zorgen geuit over het stilvallen van de ontwikkeling en de realisatie van het Slachthuisdistrict. We hebben toen uw steun gevraagd voor versnelling van de realisatie van dit district, ook wel genoemd de Parel van Oost. Enkele weken daarna, 3 juni, bent u op werkbezoek geweest. U was als commissie breed vertegenwoordigd met volop interesse.
Na uw werkbezoek heeft u wel circa twintig vragen gesteld over de voortgang, over de ontwikkeling en realisatie van het district. Deze vragen zijn door elf fracties ondertekend. Dit getuigt van een brede politieke aandacht en urgentie. Dank hiervoor. Alleen, we zijn vijf maanden verder. Er is terplekke weinig tot niets veranderd. De in onze ogen kleine toezeggingen worden nog kleiner of worden niet nagekomen. De ontwikkeling ligt eigenlijk nog steeds stil. De monumentale gebouwen staan er nog steeds verwaarloosd bij en worden meer en meer verwaarloosd. Het gebied wordt nog steeds als sociaal onveilig ervaren, de openbare ruimte raakt meer en meer in verval. Nogmaals, het Slachthuisdistrict is een belangrijke plek voor Haarlem-Oost. Niet alleen voor zijn monumentale waarden, maar ook als ontmoetingsplaats voor de bewoners van deze snelgroeiende buurt. Het gebied heeft enorme potentie om een bruisend centrum te worden. Deze kans mag niet verloren gaan. Daarom zijn wij genoodzaakt om opnieuw in te spreken. Wij vragen nogmaals uw aandacht. De tijd van afwachten en praten is voorbij, het is tijd voor actie. Wij hopen of eigenlijk verwachten dat de gemeente de rol van aanjager oppakt om zo te zorgen voor een daadwerkelijke doorbraak, zodat de gesloten Parel van Oost kan bloeien tot een levendig middelpunt voor de wijk en onze stad. Dank.
Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dijk, voor uw inspreekbijdrage. Zijn er vanuit de commissie vragen voor mevrouw? Mevrouw Verhoeff, Partij van de Arbeid. Mevrouw Verhoeff: Mevrouw, ik neem aan dat u ook, en ongetwijfeld medebewoners, ook de stukken gelezen die wij gekregen hebben, de afspraken die het college gemaakt heeft. Ziet u wel dat er veranderingen plaatsvinden in het kader van verlichting en een aantal andere zaken? Ik snap dat u de pijnpunten oproept. Maar het stuk sprak ook van een aantal positieve dingen die het college hoopte en dacht ingezet te hebben. Mevrouw Van Dijk: In de beantwoording van de brief geeft een aantal dingen aan van de gemeente, dat ze de ontwikkelcombinatie hebben aangesproken en die zou wat gaan doen. Een aantal dingen worden gewoon niet gedaan. Bijvoorbeeld de straatverlichting, wat echt een pijnlijk punt is, dat wordt op een plek gedaan en op een andere plek wat gewoon echt heel donker is, wordt het gewoon niet gedaan. En bijvoorbeeld het entreegebied is bestraat, maar vervolgens zijn er meteen hekken omheen gezet. Of er zijn wat dingen afgebroken, maar er worden meteen hekken omgezet. Het lijkt wel of het hele gebied nu vol met hekken
24
staat. Dus we zijn gewoon opgesloten. En het effect daarvan is dat bijvoorbeeld de auto's, die rijden nu gewoon het Rockplein op, wat een autoluw plein zou zijn. Het staat vol met auto's. Kinderen kunnen er niet spelen. Het groen, daar is door de gemeente op aangesproken, dat het wordt aangepast of wordt onderhouden. Het wordt gewoon niet onderhouden. Het is gewoon echt een grote onkruidmassa. Dus de brief beantwoordt een aantal dingen. Dus er is wel druk geweest vanuit de gemeente. Mijn dank om onder druk te zetten. Maar het lijkt net of het gewoon … Dan wordt er ja en amen gezegd en het wordt niet gedaan. Dus vandaar ook die nadrukkelijke druk om nog een keer bij de ontwikkelpartij op aan te spreken. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dijk. Nog één vraag van de heer Amand, Trots Haarlem. De heer Amand: Voorzitter, ik had één vraag aan u. Ik ben er van de week even geweest en ik noem het getto, met al die hekken erom. Het is natuurlijk wel een beetje frappant dat wij er allemaal geweest zijn en dat er eigenlijk voor de rest helemaal geen actie ondernomen is. Kunt u verklaren, heeft u nog wel contact gehad met de gebiedsbeheerder? Mevrouw Van Dijk: De ontwikkelcombinatie. Er is regulier overleg, eens per drie maanden. Dat is procesmatig goed, maar inhoudelijk schiet er niks mee op. Er is geen voortgang.
Dus het is gewoon een soort visje wat je voor je neus krijgt, maar je krijgt gewoon niks. Voorzitter: Zijn er andere vragen vanuit de commissie nog voor mevrouw Van Dijk? Mijnheer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Dank u voor het inspreken. Ik ben benieuwd of het groen onder de verantwoordelijkheid van de ontwikkelcombinatie valt, of van de gemeente? Mevrouw Van Dijk: De gemeente heeft aangegeven dat dat nog onder de ontwikkelcombinatie valt. Voorzitter: Helder, dank u wel. Mevrouw Van Dijk, dank voor het inspreken. U mag de bespreking op de tribune bijwonen. Het is geagendeerd, zoals gezegd, op voorspraak van de Actiepartij. Dus ik geef de heer Van Leeuwen als eerste het woord. Mijnheer Van Leeuwen, gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, het is gewoon ontzettend teleurstellend dat na ons bezoek in het voorjaar er zo ontzettend weinig van de grond lijkt te komen. We hoorden de inspreker goed en het beeld herkennen wij. Er gaat wat ons betreft echt iets mis als we met onze ‘deco-’ en restauratieopdracht in de markt, als we die uitzetten en dan iedere keer het gevoel krijgen aan het lijntje te worden gehouden in de uitvoering. Zie Egelantier, zie Nieuwe Energie, zie nieuw Slachthuis. En hoe gaat het straks met de fietsfabriek? We houden ons hart vast.
Wethouder, heel concreet: wat kunt en gaat u doen om de openbare ruimte op aanvaardbaar niveau te krijgen? Wat gaat het college doen om de voortgang van de invoering van slachthuis, denk aan de horeca en de sportvoorzieningen, om die toch daar te gaan krijgen? En wat heeft u van ons nodig als Raad om voortgang te realiseren en ons op de hoogte te houden van ontwikkelingen? Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Mevrouw Verhoeff, Partij van de Arbeid. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter. De PvdA kan zo eigenlijk aansluiten bij de Actiepartij. De antwoorden maakten mij dat ik zei tegen de fractie dat het heel positief is wat daar gebeurt. Tenminste acties van het college. Maar als ik nu mevrouw hoor, heb ik het gevoel dat er toch een vorm van bijna handhaving nodig is, maar dan vanuit de bouwinspectie en de openbare ruimte, in de zin van: is dit wel veilig genoeg?
25
Kunnen onze inwoners daar wel veilig wonen? En op de een of andere manier en ik hoop, wethouder, dat u daar een oplossing voor het heeft, als ergens niet de bedoeling is dat er geparkeerd wordt, dat het ook voorkomen wordt dat er geparkeerd wordt. En ik vrees dat dat wel weer een hek zal opleveren, maar veiligheid gaat toch wel voor. En zeker ook sociale veiligheid door verlichting. En het groene? Dat is al gezegd. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Verhoeff. Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Let op uw tijd. Mevrouw Van den Broek: Voorzitter, ik mis in de antwoorden heel erg een gebrek aan urgentie. Er staat ‘het college is in overleg’, ‘het college heeft de vraag neergelegd’, ‘het college heeft verzocht’, ‘het college is niet gelukkig’. De strengste zinsnede is ‘het college maant’. Ligt de ontwikkelcombinatie daar wakker van? Ik denk het niet. Wanneer gaat u escaleren, wanneer gaat u juridische middelen inzetten? Dit duurt echt veel te lang. Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Broek. Mijnheer Amand, Trots Haarlem. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. We zijn al een hele tijd aan het worstelen met dit verhaal. En die bewoners worden het ook een beetje zat. Als je uit een appartement stapt en je stapt een varkensstal in, wat ga je dan met die varkensstal doen? Dat is de hamvraag. Gaan we dat hele circus slopen? Dat wil de wethouder denk ik niet.
Maar je kan ook zeggen, we maken er mooie studio's van. Ik geef maar een voorbeeld. Maar er wordt helemaal niks gedaan. En dat is wat de mensen ook tegenstaat die daar wonen. En het is ook nog een ander verhaal. Ik spreek die mensen daar, die jongeren ook, die zeggen, we hebben waterafvoer, maar we hebben altijd weer overlast met het water. We hebben wel een klein putje, maar er wordt ook weer niks gedaan. Dus wanneer gaat de wethouder nu eens een keertje met zijn vuist op tafel slaan? Dat wordt het en klaar is Kees. Dan maar een juridisch gevolg. Maar dat zou natuurlijk wel enkel de uitkomst zijn. Want die mensen hier op de tribune willen natuurlijk wel eens een keertje dat er eens echt wat gebeurt. Dus ik wacht het af, wethouder, wat u hiermee gaat doen. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Amand. Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Het CDA let vooral altijd heel erg op sociale veiligheid. Als er iets in het geding, is dat echt wel die sociale veiligheid. Wat dat betreft kan het CDA zich heel goed aansluiten bij de Partij voor de Dieren, want die gaf duidelijk de urgentie aan: college, doe er wat mee. Dank u. Voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter. Het Rockplein, het Steenplein, Betonplein, D66 sluit zich aan bij de vragen van de Actiepartij. Dank u wel.
We zouden er één willen toevoegen? Daar hebben de mensen op de publieke tribune misschien niks aan, maar hoe kunnen we in de toekomst dit ook gewoon, dat dit niet meer gebeurt? Dat de juridische mogelijkheden en handvatten er daadwerkelijk zijn als dit soort dingen vertraging oplopen? Voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Drost, GroenLinks. Welkom. De heer Drost: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me herinneren bij de opening van de tijdelijke oefenruimtes in de kinderdagverblijf van het Slachthuis in oktober 2016, dat ik daar voor stond en een mooi verhaal hield van, deze plek kan het echt gebruiken, een nieuwe ontwikkeling. In 2018 zal dit een prachtige plek zijn met woningen, met een nieuwe popschool en dergelijke. Helaas. Ontwikkelingen gaan wat langzamer wat dat
26
betreft. Het is nu 2024, maar het wordt nu echt wel tijd dat het gewoon af is. Zeker als je er al woont. Het is gewoon vervelend dat het zo lang voort blijft duren. Ik voel wel wat voor die escalatie die genoemd is, maar het is ook gewoon een moreel appèl richting BPD om gewoon stappen te ondernemen en echt voortvarend de plek af te maken. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Drost. Mijnheer Terol, VVD. Gaat uw gang. De heer Terol: Dank, voorzitter. De commissie is inderdaad een tijdje geleden op bezoek geweest bij de Slachthuisbuurt en het was inderdaad treurig om te zien hoe de openbare ruimte er nu bijstaat. In sommige gevallen lijkt het bijna een bouwput te noemen. Dus wij zijn ook heel benieuwd wat het college nog kan doen om de openbare ruimte en vooral ook die sociale veiligheid op orde te krijgen. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Terol. Niemand? Dan gaan we naar wethouder Roduner. Gaat uw gang. Wethouder Roduner: Dank u wel. Om te beginnen, ik snap natuurlijk heel goed waar de bewoners ook mee worstelen en hoe zij tegen hun leefomgeving aankijken. En alle prachtige plaatjes die zij zagen toen ze daar ook gingen wonen, dat die er nog niet zijn. En dat is frustrerend volgens mij. Die frustratie horen we bij de bewoners. Die frustratie hoor ik ook bij de commissieleden. En die frustratie heb ik zelf ook.
Kan het niet sneller, kan het niet beter? Waarom gaat het zo traag? Moet het allemaal zo lang duren? Waarom is eerst het zoet gedaan in de vorm van de woningen en wordt het zuur – de kostenpost, het opknappen van de gebouwen – zolang uitgesteld? Dat zijn, denk ik, de frustraties die we met elkaar delen. Ik denk dat het goed is, dat we dat ook uitspreken hier. Dus de ontwikkelcombinaties is het dan in dit geval, niet alleen BPD, maar er is een wat grotere ontwikkelcombinatie die hier verantwoordelijk voor is en die ook de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen, vrijwillig, middels een tender, waarin zij heeft gezegd: wij willen aan de slag met het gebied, we gaan er leuke dingen realiseren, maar we gaan ook aan de slag met een aantal ingewikkelde uitdagingen in dit gebied. En volgens mij was het duidelijk van het begin af aan, dat met name de monumentale gebouwen en het realiseren van het popcentrum, dat dat ook de harde kluif was waarvan wij nog steeds vinden, dat de ontwikkelcombinatie die moet doen. En dus niet alleen maar met woningen, maar juist ook met dat gemengde klimaat wat het ook echt meer gaat maken en ook meer gaat toevoegen aan het gebied. Dus ook economische functies, een popcentrum, horeca, zorgfuncties. U heeft kunnen zien, volgens mij, in de technische vragen welke functies er allemaal in zouden kunnen.
Volgens mij is het ruimtelijk instrumentarium van de gemeente op dat punt wel echt maximaal benut. Dus er is ruimte en er is keuzevrijheid zat, alleen het moet wel gebeuren. Daar kunnen wij natuurlijk nog ook in helpen, partners die geïnteresseerd zijn, kunnen we daarheen begeleiden. Maar we zitten wel een beetje op het punt dat het wel te langzaam gaat. En dan is, denk ik, ook de werkelijkheid wel dat … We kunnen met onze vuist op tafel kunnen slaan, we kunnen moreel appèl doen. Het moet, denk ik, allemaal een beetje. Maar ik denk wel dat de realiteit is, dat onze echte kneiterharde juridische instrumentarium ook maar beperkt is. Eentje is er wel, namelijk de gebouwen. De monumentale gebouwen gaan echt te hard achteruit. Dus daar gaan wij ook actie op ondernemen, gaan we ook een aanschrijving doen richting de ontwikkelaar vanuit onze monumentenverordening, om daar ook gewoon te zorgen dat het in ieder geval niet verslechtert. Laat ik het dan even zo zeggen. Er zijn ook een paar positieve ontwikkelingen die zijn beschreven. De ontwikkelcombinatie zelf kwam niet uit de businesscase van het ontwikkelen van het directiegebouw en het administratiekantoor. Daar hebben zij in ieder geval een andere partij gevonden die dat gaat doen. Ze hebben ook nog gekeken naar een andere partij voor het hoofdgebouw.
Ik begrijp dat ze die niet hebben gevonden of niet eentje die het beter of goedkoper kon dan ze zelf. Dus dat is een klus die ze zelf op zich willen nemen. Volgens mij hebben ze de hoop uitgesproken, dat ze dit jaar nog aan de slag gaan. Ik denk dat we dan
27
realistisch moeten zijn dat dat misschien eerder het eerste kwartaal volgend jaar zal zijn, maar dan zit daar voortgang in. En als die gebouwen eenmaal aan de slag zijn, dan kan daarna op een gegeven moment de openbare ruimte worden afgerond. Dat is een beetje de volgende waar het gaat. Er wordt ook een vraag gesteld over de hekken. Die hekken staan er nu ook omdat er nog bouwactiviteiten moeten plaatsvinden. Omdat er nog gebouwen opgeknapt moeten worden. Er moet straks ook bouwruimte zijn voor steigers, bouwmateriaal. Dus dat is wel een heel onooglijk aangezicht, maar daar zit wel een logische keuze achter. En als die bouwactiviteiten helemaal voorbij zijn, dat is dan ook het logische moment om de hekken weg te halen. U heeft volgens mij kunnen lezen, dat er ook bezwaren zijn ingediend op de verkeersafsluiting, de zogeheten poller. Dat duurt ook langer dan gepland. Dat zijn soms dingen die gebeuren in het leven. Een aantal eigenaren van de boxen die daar zitten hebben daar bezwaar tegen aangetekend. Er zijn wel voorlopige maatregelen genomen, maar het idee is natuurlijk dat daarstraks ook die poller is, die ook zorgt dat het echt een autoluw gebied is waar alleen mensen met een pasje dan naar binnen kunnen. Dus dat zijn een paar dingen die wel lopen, maar minder snel. Voorzitter: Mijnheer Roduner, u heeft een interruptie van de heer Amand, Trots Haarlem.
De heer Amand: Voorzitter, dank u wel. Ik heb natuurlijk één vraag: die varkensstallen, wat ga je daar nou mee doen? Want dat is het hele plan. Die mensen wonen daar in een prachtig appartement en die stappen zo in zo’n varkensstal. Wat gaan we daar nou mee doen? Dat is van onze vraag. Voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Ik denk dat u de oude paardenstal bedoelt, toch? Dat is een monument. In uw bestemmingsplan, wat in de onderlegger was van de tender, is dat volgens mij bestemd met een economische functie. Dus werken, een bedrijfsruimte, er zou eventueel ook een huisarts in kunnen. Dat zijn prima functies die daar kunnen. Maar met name dat stuk is wel zo hard aan het verslechteren, dat daar volgens mij … En daar is ook nog geen perspectief op een ontwikkeling. Ik heb u twee andere gebouwen genoemd waar een aannemer instapt. De hoop is dat die uiteindelijk ook enthousiast wordt over gebouw nummer drie, maar dat is wel hetgene waar met name vanuit monumenten ook wel de grootste zorg zit en waar ook maatregelen moeten worden genomen om verder verval te stoppen. Voorzitter: Mijnheer Amand, Trots, korte vervolgvraag. De heer Amand: Ik heb begrepen dat de ondernemer eigenlijk die stallen wil slopen, dat hij er ook een flat wil neerzetten. Kunt u daarop ingaan? Voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Een flat? De heer Amand: Appartementen of zo.
Wethouder Roduner: Het is een monument, dus het kan niet gesloopt worden. De opdracht vanuit de tender waar de ontwikkelaar op heeft ingetekend, is om daar een economische functie in te maken. Dat is ook wat het bestemmingsplan vereist, dus dat is duidelijk. Dit plan had zoet en zuur en ook een beetje gemiddeld, denk ik nog. Dus een deel van de ingewikkelde klus was het realiseren van een popcentrum. Dat is aan de voorkant snel gebeurd. De woningen zijn snel gebeurd. Dat was, denk ik, echt het zoet. Volgens mij was het de
28
bedoeling dat met het zoet ook de echt ingewikkelde klussen gefinancierd zouden worden. Dat is, denk ik, ook wel een beetje een reactie op de vraag van D66. We hebben het er vaak over gehad, maar als je zo'n tender doet … Wat goed is gegaan, heb ik vorige keer ook gezegd, is dat het popcentrum dwingend snel gerealiseerd moest worden. Wat niet goed gegaan is, is dat we toch niet scherp genoeg afspraken hebben gemaakt over de andere lastiger te ontwikkelen plekken, waarvan we eigenlijk ook al wisten, dat het lastiger zou zijn. Aan de andere kant, we hebben alle informatie op tafel gelegd. Het was duidelijk wat de staat was van de gebouwen. We hebben alle bouwkundige onderzoeken. Het was klip en klaar voor elke partij die in wilde stappen waar ze in zouden stappen. Ik ga er dan ook vanuit dat zo'n partij dat dan ook doet, als hij meedoet aan zo’n tender. Dus dat, voorzitter. In ieder geval een aanschrijving voor de monumentale gebouwen. En laat ik u toezeggen, dat ik u begin aan van het volgend jaar ook weer opnieuw informeer wat de stand van zaken is. Dat is denk ik goed. Dan krijgt u ook proactief die informatie. Voorzitter: Helder. Dank u wel. Vraag vanuit mij. Communiceert u dat ook richting de bewoners, want anders komen de bewoners ook weer richting de commissieleden. Wethouder Roduner: Ja, is goed. Voorzitter: Helder. Rustig aan, mevrouw Verhoeff.
Ik zag de vinger uiteraard van mevrouw Oppenhuis. Ik heb u allang gezien, mevrouw Oppenhuis. Gaat uw gang. CDA. Mevrouw Oppenhuis: Ik ben zo blij dat u mij wel gezien hebt, voorzitter. Ik wil toch nog weer terugkomen op die sociale veiligheid. Kan de wethouder toch aangeven dat hij wel wat meer kan dwingen op bijvoorbeeld de verlichting, want die verlichting vind ik echt een ding. Hetzelfde geld voor die hekken. Ik snap dat dat moet vanwege die bouwactiviteiten, maar ook die hekken geven niet echt een veilig gevoel. Dus hoelang gaat dat nog duren? Dank u wel. Voorzitter: Andere vragen nog vanuit de commissie? Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Voorzitter, ik heb heel weinig spreektijd. Toch eventjes, voorzitter. Hoor ik de wethouder nou zeggen dat de afspraken niet scherp genoeg zijn? En als dat zo is, wat heeft hij als ultimum aan instrumentarium om de ontwikkelaar aan te pakken? Voorzitter: Heldere vragen. Mijnheer Roduner, gaat uw gang. Wethouder Roduner: Zouden we even het koopcontract moeten terugzoeken, de tender. Maar in principe is daar niet een ontwikkelverplichting in tijd opgenomen. Dus uiteindelijk is er wel een totaalpakket afgesproken, maar niet een dan-moet-het-gebeurd-zijn. U heeft zelf in de Raad, volgens mij, die verkoop ook vastgesteld. Dus dat is wat we als gemeente hebben gedaan.
En dat is het privaatrechtelijke, want we hebben het terrein privaatrechtelijk verkocht. En wat ik u vertelde over het handhaven op de monumenten, dat zit meer in het publiek recht, dus dat is de gemeente als toezichthouder op de gemeentelijke monumenten. Dus een andere tak van het recht kunnen we wel uit de tas pakken om dat te doen. Het CDA had een aantal punten over sociale veiligheid. Die hekken zijn er ook natuurlijk voor de veiligheid, want je wilt niet dat mensen in die gebouwen komen. Sommige van die gebouwen staan soms ook wel echt te wiebelen. Dus je wilt niet dat mensen daar in de buurt komen. Dus dat ziet er niet uit, maar dat is wel even nodig. Die kunnen weg als de bouwactiviteiten gewoon voorbij zijn. Het andere stuk ging over de sociale veiligheid van de auto's. Daarvan heb ik gezegd, er komt een poller aan, er zijn tijdelijke maatregelen genomen, maar tot die poller er is kunnen de auto's wel verder het terrein op dan in de uiteindelijke situatie beoogd was. En die verlichting zal ik nog
29
voor nagaan. Wat ik begrepen heb, is in ieder geval dat op hoofdpunten de verlichting het doet. Dat op een aantal andere punten verlichting is bijgeplaatst. Ik weet niet waar de verlichting het niet doet. Als het terreinen zijn die op dit moment niet toegankelijk zijn omdat dat nog afgehekt is, met name aan de westkant, dan heeft het niet heel veel zin om daar heel veel licht neer te gaan zetten. Maar als er inderdaad gewoon openbare toegankelijke plekken zijn waar de licht gewoon niet voldoende doet, dan moeten we dat regelen en daar zullen we de ontwikkelaar dan ook nog extra dwingend op aanspreken. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roduner. Dan zie ik geen vraag meer vanuit de commissie. Vanuit de bewoner, maar die heeft helaas geen spreekrecht tijdens deze vergadering. Helaas. Excuus. Dus daarmee sluit ik wel dit agendapunt af ter bespreking nu. En heeft de wethouder toegezegd om met een brief terug te komen met de stand van zaken en daarbij ook de bewoners te laten informeren over de voortgang in dit geheel, zodat u daar ook over wordt geïnformeerd. 10. Beantwoording art 32 vragen Christenunie inz. Bouwplan Delftlaan 327 (FR) Voorzitter: Gaan we door naar agendapunt 10. Maar uiteraard begrijp ik dat de bewoners daar niet op willen wachten, dus ik schors heel even, zodat zij rustig de zaal kunnen verlaten. Voorzitter: Dames heren, we gaan nog door met agendapunt 10.
Terwijl ondertussen hier in de commissiezaal een notitie wordt uitgedeeld rondom dit agendapunt vanuit de inspreker. Agendapunt 10 gaat over de beantwoording van artikel 32-vragen van de ChristenUnie over een bouwplan aan de Delftlaan 327. Dat is eerder geagendeerd door de ChristenUnie en dat gaan we nu bespreken. Daarvoor hebben we één inspreker, de heer Maarssen. Welkom, mijnheer Maarssen. U krijgt van mij drie minuten spreektijd zodra u de microfoonknop indrukt en daarna kan de commissie u nog enkele vragen stellen. Dus als u er klaar voor bent, dan zijn wij dat ook. Gaat uw gang. De heer Maarssen: Geachte voorzitter, leden van de commissie, sinds begin 2021 zijn John en ik bezig met de transformatie van Delftlaan 327. We hebben ieder twee zonen in de leeftijd van 22 tot 26 jaar. Zij zijn onderdeel van een generatie die momenteel nauwelijks aan de bak komt als het om eigen huisvesting gaat. We kochten daarom Delftlaan 327 en dienden een aanvraag omgevingsvergunning in voor een transformatie naar 53 sociale koopwoningen. Dat met deze vergeten generatie in onze gedachten. Nadat de gemeente liet blijken onze aanvraag te gaan afwijzen, zijn John en ik aan de slag gegaan met verbeteringen aan de aanvraag. We zetten ze graag op een rijtje. We hebben nu drie appartementen minder in de plannen staan.
De gemiddelde oppervlakte van de vijftig overgebleven appartementen komt daarmee boven de 40 vierkante meter te liggen. De maten en de structuur van het casco maakt een geluidsluwe gevel onmogelijk voor sociale koop. Daarom kiezen we voor een oplossing met een zogenaamd Harbour Fenster. Daarmee ontstaat genoeg ventilatie en geluidsreductie binnen de normen. Historisch onderzoek leverde tot onze eigen verbazing op, dat ook de parkeerplaatsen voor nummer 325 speciaal zijn aangelegd voor nummer 327, waardoor ons pand in totaal 37 parkeerplaatsen heeft. Voor onze transformatie hebben we slechts 27 plaatsen nodig. Op het dak realiseren we een groen dakterras voor gemeenschappelijk gebruik. We creëren aparte ruimtes met gemeenschappelijke professionele wasmachines en wasdrogers, zodat die niet in de appartementen hoeven te staan. In speciale ruimtes wordt voor ieder appartement een locker gerealiseerd ten behoeve van extra opslagruimte. En de woningen krijgen een groot schuivend paneel dat of de keuken afsluit, of het slaapgedeelte, afhankelijk van de functie die de woonkamer op dat moment heeft. Tot zover de upgrades die we willen realiseren. Dan komen we tot de afweging waar het allemaal om gaat. Samengevat zijn er drie scenario's denkbaar. Eén is transformatie naar vijftig sociale koopappartementen – ons voorstel. Twee: vasthouden aan 40 procent sociale huur.
En drie: behoud van de kantoorfunctie. Wat zou de opbrengst per
30
scenario zijn? De transformatie levert vijftig sociale appartementen op. Vasthouden aan 40 procent sociale huur levert veertien sociale appartementen op. De bestemming kantoor behouden levert uiteraard geen enkel sociaal appartement op. Vandaar dat we uw steun vragen voor transformatie met 100 procent sociale koop. Dank voor uw aandacht. Voorzitter: Dank u wel voor het inspreken. We hebben enkele vragen voor u, waaronder die van de heer Van Leeuwen, Actiepartij. Let op uw tijd. De heer Van Leeuwen: Waarom geen mix van die verschillende varianten, zodat het ook meer past binnen de gemeentelijke kaders? De heer Maarssen: Dan heb je een partij nodig die die sociale huurappartementen gaat beheren. En ons is gebleken dat er geen interesse voor bestaat om dat te gaan doen. Niet bij woningbouwverenigingen en al helemaal niet bij beleggers op het ogenblik. Voorzitter: Eén woord, mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: En een sociale wooncoöperatie die dus gewoon kleinschalig veertien woningen in huur neemt? De heer Maarssen: Vind ik heel spannend. Voorzitter: Gaat uw gang. De heer Maarssen: Dat is een optie die wij niet bestudeerd hebben. Zouden we eerst meer informatie over moeten hebben over hoe dat in elkaar zit. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Maarssen. Nog een vraag van de heer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter. Jullie zijn hier al enige tijd mee bezig.
Heeft de gemeente hier bij jullie geholpen met dit initiatief? De heer Maarssen: Nee. We hebben nul medewerking gehad. We zijn er drie jaar mee bezig en in eerste instantie was er geen tijd, er was geen capaciteit, zes maanden uitstel, nog een keer zes maanden uitstel, nog een keer zes maanden uitstel. We hebben onze aanvragen uiteindelijk ingediend en daar was echt nul handreiking. Het is gewoon neergesabeld en we hebben daar wel onze dingen uit gedestilleerd, waar we wat aan konden doen. En daar is dit het voorstel van. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Maarssen. Nog een vraag van de heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Als ik het goed begrijp, zegt u dus van het scenario 40 procent sociale huur, dat scenario is er, maar er is geen interesse voor. Maar als het 40 procent sociale huur is, wat is dan die andere 60 procent? De heer Maarssen: Omdat je dan toch nog wat rendement probeert te maken, moeten dat wat grotere appartementen zijn, voor koop of middenhuur, luxe huur, weet ik veel. En dan betekent dat het groter wordt. Dat betekent dat het minder appartementen worden en daar dan weer veertig procent van. En dan hou je er nog een stuk of veertien over.
31
Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Maarssen. Andere vragen nog? Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: U heeft het over eventueel grotere appartementen om te kunnen verkopen. Gemiddelde oppervlakte is 40-plus vierkante meter. Wat is het kleinste appartement en hoeveel heeft u daarvan? De heer Maarssen: Het kleinste appartement zoals we dat nu hebben, is 35 vierkante meter en daar zijn er drie van. We hebben overigens met dat schuivende paneel voorbeelden gezien van 27 vierkante meter, waardoor er wel met dat paneel heel erg efficiënt en slim met de ruimte omgegaan wordt. En dat je echt denkt, dat is een volwaardige woning. Het is klein, echt klein en dat doe je om het betaalbaar te houden. Maar 35 vierkante meter, daar is echt een hele leuke woning van te maken. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Maarssen. Nog een vraag de heer Van Exter, Forum. De heer Van Exter: Dank u wel, voorzitter. U zei dat u niets van medewerking heeft gehad van de gemeente. Is het een enige ervaring, of heeft u betere ervaringen met de gemeente en de overheid? De heer Maarssen: Wij hebben geen vergelijkingsmateriaal. Voorzitter: Helder. Dan waren dit de vragen vanuit de commissie voor u, mijnheer Maarssen. U mag de behandeling op de publieke tribune bijwonen. Dank voor het beantwoorden van de vragen hierover. Het is geagendeerd uit naam van de ChristenUnie. Mijnheer Visser, gaat uw gang.
De heer Visser: Voorzitter, we zitten in een wooncrisis. En dan zou je elk plan toch moeten aangrijpen om te kijken, kunnen we woningen realiseren? En tegelijkertijd hebben we kaders. Die kaders hebben we niet voor niks. En ik snap dat de wethouder zich vasthoudt aan kaders die door de Raad zijn gesteld. Maar als we dan kijken hoe het met dit plan is gegaan. dan is het inderdaad best wel van: dit is niet goed, dit is niet goed, dit is niet goed, dit is niet goed. Terwijl ik in een bouwcrisis zou verwachten van, kan het wel goed worden? Wat mij dus opvalt, als we nu deze folder zien, is dat op alle dingen die door de wethouder zijn gezegd van nee, dit is niet goed, dit is niet goed, dit is niet goed, zijn nu allemaal groene vinkjes. Die zijn allemaal opgelost. En ik denk, had dat niet ook bereikt kunnen worden door gewoon een goed gesprek tussen ambtenaren en initiatiefnemers? We kunnen allemaal groene vinkjes zetten als we wat kleine dingen aanpassen. Maar dan blijven we met de kaders zitten en dan blijven daar twee lastige punten over. Dat is het parkeren en dat is de discussie over sociale huur of sociale koop. Dan denk ik ook, moeten we kijken, wat is de bedoeling van de kaders? Waarom hebben we die kaders opgesteld? En dan moeten we realistisch zijn, want wij hebben meer projecten gehad. Zulke kleine aantallen sociale huur, daar hebben corporaties geen interesse in.
Als ik dan zie dat er zo'n gigantische vraag op de woningmarkt is naar kleine woningen, die zijn echt binnen een dag verkocht zodra op Funda komen. Jongeren zijn echt in wanhoop. Van mijn kandidatenlijst van de ChristenUnie is op het ogenblik bijna de helft van de kandidaten woont inmiddels niet meer binnen Haarlem. Zo groot is de woningmarktcrisis in Haarlem. Dan moeten we alles aangrijpen. Er ligt hier een pand, dat staat al een paar jaar min of meer leeg. Er ligt een mooi plan en er zijn maar twee kaders waar ze niet aan voldoen. Is het reëel? Ik denk dat we heel blij zouden moeten zijn met zoveel sociale koopwoningen als ze dan weten dat sociale huur echt niet reëel is. En dan blijft parkeren over. Dan denk ik van, als ze dan naar de historie kijken dat die parkeerplekken inderdaad gecreëerd zijn voor dit gebouw, moeten we dan niet juist omdat het om transformatie gaat, naar maatwerk kijken? Als het om een nieuw gebouw zou gaan, zouden we ondergronds parkeren. Weet ik veel. Maar dat is totaal onrealistisch. We hebben gewoon een pand wat er staat en dat kan je niet wegdenken. Dan moet je kijken wat kan er? Dan denk ik, pal voor de deur liggen die parkeerplaatsen,
32
die zijn gewoon voor dat gebouw neergelegd ten behoeve van dat gebouw. Waarom zouden we hier niet mee doorgaan? Dus wat ik wil vanavond, is dat we … Voorzitter: Mijnheer Visser, u heeft een interruptie van de heer Heinis, Partij van de Arbeid. De heer Heinis: Een ontwikkelaar moet toch op eigen terrein de parkeernorm oplossen en je kan toch ook aan een paar wat grotere woningen, want het zijn echt kleine woningen, een paar grotere woningen met ook minder parkeerplaatsen dan, omdat je minder woningen hebt. Waarom vindt u dat niet een oplossing? Voorzitter: Mijnheer Visser. De heer Visser: Volgens mij kom je dan nog steeds deels op de openbare ruimte terecht, want dat eigen terrein is juist voor het grootste deel volgebouwd. Dus we moeten gewoon gaan kijken, wat heeft hier voorrang? En dan is die woningmarktcrisis dusdanig groot. We kunnen ook nog de discussie aangaan over die parkeernorm. Er wordt hier ook over deelauto's gesproken. Maar juist dit soort kleine woningen, dan kan je je afvragen, klopt onze parkeernorm voor sociale koop als het om die hele kleine woningen gaat, klopt dat wel? Maar wat geeft hier de doorslag? Volgens mij moeten we hier dan tegen de wethouder zeggen: wethouder, die kaders zijn inderdaad niet voor niks, maar als we een maatschappelijke afweging maken in dit geval, dan is hier genoeg reden om van die kaders af te wijken.
En als wij vandaag tegen de wethouder zeggen niet van, u moet dit gaan doen, dat vraag ik helemaal niet van de wethouder, maar als we met zijn allen zeggen, wethouder, kijk nog eens even goed naar dit plan en kijk of het echt reëel is om dit plan af te wijzen, dan kan de wethouder aan de slag. Want natuurlijk moet de wethouder zich aan onze normen houden. Dus als wij die ruimte niet geven, dan snap ik dat de wethouder zegt, ik heb wel andere plannen. Ik vind het een gemiste kans als we dit laten lopen. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Visser. Mijnheer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter. Sociale koop staat ook in ons verkiezingsprogramma. Maar ik kom snel tot de kern vanwege de tijd. D66 is voornamelijk benieuwd hoe de wethouder aankijkt tegen de opstelling van de gemeente bij het horen van dit verhaal. Er wordt jaren heen en weer getikt. D66 Haarlem schrikt daar toch wel van. Want een ‘meewerkstand’, u zegt het goed, mijnheer Visser, dat zou toch handiger zijn? En laten we ook eerlijk zijn. Aankomende week geven wij een thumbs up voor appartementen die nog kleiner zijn, bijna in de honderden in Schalkwijk. Het spijt me zeer om te zeggen, maar capaciteit mag toch echt niet meer het probleem zijn. Er is uitgebreid hulp verleend aan een mooi initiatiefvoorstel van de PvdA in Haarlem-Oost, waar eigenlijk nog geen bouwer om heeft gevraagd.