CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Ontwikkeling 27 oktober 2022

commissie Ontwikkeling 27 oktober 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17.10 uur Opening en mededelingen door voorzitter Joris Blokpoel44.430 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Want ik weet helemaal niet over wat voor getallen we praten. Snapt u dat? Dat dat moeilijk te beoordelen is. De heer Brantjes: Ja, ik snap dat, dat we hier niet inhoudelijk een financiële haalbaarheidsstudie kunnen behandelen en daar dan allemaal meningen over kunnen geven, maar dat snap ik. De voorzitter: Wellicht is het goed, u heeft het contact met de gemeente, u heeft daar laat u het ook zien, dus dat komt vanzelf verder en u kunt de gemeenteraad altijd bereiken. Laten we dat zo afspreken. Voor nu wil ik u mijnheer Brantjes bedanken voor uw inspreekbijdrage en beantwoording van de vragen. U mag de behandeling van het dossier op de publieke tribune verder aanschouwen, als u dat wenst natuurlijk. En dan gaan wij door met het agendapunt. De heer Brantjes: Ik dank u allen hartelijk. Ter advisering aan de raad 9.

Evaluatie en actualisatie nota kaders en instrumenten sociale huur en middensegment (FR) 9.1. Evaluatie nota kaders en instrumenten en eventueel voorstel tot aanpassing van spelregels De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn, van de orde of een termijn? Een termijn, dan kom ik zo bij u, want mij rest ook te melden dat de Rekenkamercommissie momenteel een onderzoek aan het doen is naar sociale woningbouw. Onder leiding van de secretaris en een intern en extern lid van de Rekenkamer wordt dat momenteel voorbereid. Er is ook al een extern bureau wat dat begeleid en daar is ook nauw contact met de afdelingen van de gemeente die dit stuk hebben voorbereid. Dat, schuurt is een groot woord, maar er zit

18

overeenkomst in wat u hier gaat vaststellen en wat u hier gaat behandelen en het RKC-onderzoek wat eind dit jaar, begin 2023 aan u zal worden aangeboden. Ik zeg niet hou daar rekening mee, want u kunt nergens rekening mee houden, maar u kunt in ieder geval, het RKC-onderzoek zal uw mening, wat u hier bezigt zal ze meenemen in de verdere opstellen van het onderzoek en ook het verdere verslag van het rapport dat verschijnt zal uw besluit hier over dit stuk worden meegenomen. Dus weet dat, niet dat u in januari, februari denkt: we hebben toch net iets vastgesteld. Nee, dat klopt, men is ervan op de hoogte en ook dat u het weet. Dan gaan we naar de inhoudelijke behandeling over de evaluatie van nota kaders en instrumenten en eventuele voorstellen tot aanpassing. Mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Dank u wel, voorzitter. We zien een hoop goede dingen in de stukken, maar de spreektijd is beperkt, dus laat ik me op de aandachtspunten focussen. D66 ziet namelijk ook twee punten waarop de spelregels niet helemaal goed aan lijken te sluiten op de opgave waar we in Haarlem voor staan. Ten eerste, het middeldure segment aan de westkant van het Spaarne. Deze spelregels suggereren dat we van 80 procent betaalbaar gaan naar 50 procent sociaal en 50 procent onbetaalbaar. Dat kan niet de bedoeling zijn. En ten tweede de regels over de minimale woningoppervlakte.

Die regels maken het haast onmogelijk om in Haarlem betaalbare kleine woningen bij te bouwen. Laat ik voor het gemak even met dat tweede punt beginnen. De minimale woningoppervlakte. Op dit moment is 43,6 procent van de huishoudens in Haarlem een éénpersoonshuishouden en dat gaat verder stijgen. Kleine woningen met gedeelde voorzieningen, gedeelde zorgvoorzieningen, gedeelde wasmachines, ruimtes om elkaar te ontmoeten, die kleine woningen dragen bij aan de doorstroming op de woningmarkt. Die kleine woningen maken het mogelijk om te bouwen en te verdichten zonder het groen vol te bouwen. En die kleine woningen zijn duurzaam. Kortom, de opgave waar we voor staan vragen ook om kleine woningen en D66 overweegt om met een voorstel te komen om meer ruimte te maken voor maatwerk op dat punt. Maar, dan toch terug naar mijn eerste punt, die 50/50regel aan de westkant van het Spaarne. In het coalitieakkoord spraken we met elkaar af dat we voortaan 50 procent van de nieuwe woningen ten westen van het Spaarne in het sociale segment bouwen. En dat zijn we hier volgens mij ook gewoon allemaal met elkaar eens. Helaas lijkt het er in de spelregels nu op dat die10 procent extra sociale woningen betekent dat we 40 procent woningen in het middeldure segment hebben opgeofferd. Oftewel, 50 procent sociaal, 50 procent vogelvrij.

Mocht u nou twijfelen aan de interpretatie, want ik twijfelde daar zelf ook aan, leest u dan ook vooral het antwoord op de technische vraag die wij daarover gesteld hebben terug. En begrijp me niet verkeerd, ook D66 wil woningen bouwen, betaalbare woningen, maar daar zit nou juist de pijn van zoals het nu is opgeschreven. Ten westen van het Spaarne gaan we met dit beleid van 80 procent betaalbaar naar 50 procent sociaal en naar 50 procent onbetaalbaar. Dat is vast niet de bedoeling, maar zo leest het nu wel. De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn, u heeft een interruptie van de heer Visser, ChristenUnie. De heer F. Visser: Wat zou u ervan vinden als we gewoon het oude systeem handhaven, voor de hele stad 40/40/20 en in Haarlem West mag het 50/50, als het maar over de hele stad gemiddeld 40/40/20 blijft? Dat was toch het beleid. Mevrouw Oudshoorn: Dat lijkt mij nou een hele interessante denkrichting en volgens mij hebben we inderdaad met elkaar afgesproken dat we stadsbreed sturen op 40/40/20, dus dan kan het niet zou zijn dat we dan aan de westkant van het Spaarne 50 procent kneiterduur gaan bouwen, dus ik zou dat graag met u verder verkennen. De heer F. Visser: Oké, dan hoop ik dat we daar elkaar straks kunnen vinden, maar dan die kleine woningen, want u wil dus nog kleiner en ik snap er is behoefte aan studentenkamers, maar meent u serieus dat u ook

19

mensen die al gewoon heel wat langer afhankelijk zijn van sociale huurwoningen, dat u zegt als je in je eentje bent, we gaan daar eigenlijk alleen maar woningen van 30 vierkante meter voor bouwen. Want dat lijkt u te suggereren. Mevrouw Oudshoorn: Nee, dat suggereer ik helemaal niet en u kent mij ook beter dan dat, lijkt mij. Ik heb sowieso niet voorgesteld dat we alleen maar kleine woningen gaan bouwen en ook niet alleen in het sociale segment. Maar waar de stukken in het sociale segment nu expliciet ruimte bieden voor goede maatwerkafspraken voor kleine woningen, in het middeldure segment is die maatwerkruimte niet expliciet opgenomen. Dus daar zou ik wel naar willen kijken en zeker niet alleen, maar een kleiner aandeel van het totaal in kleine woningen lijkt mij heel passend. De heer F. Visser: Begrijp ik goed dat u zegt dat gemiddelde van 50 vierkante meter wil ik houden, maar als we maar op dat gemiddelde uitkomen mogen er ook een paar woningen van 30 bij zitten. Is dat wat u zegt. Mevrouw Oudshoorn: Ik betrek u heel graag bij mijn amendement wat ik in voorbereiding heb, maar waar ik graag naar wil zoeken is dat er ruimte is om een percentage inderdaad kleiner te bouwen. En of we dat zoeken in een gemiddelde of anderszins, daar kunnen we het nog nader over hebben, maar zeker niet alleen maar kleine woningen. De voorzitter: Ik zie nog twee interrupties op u.

Mijnheer Heinis, PvdA. De heer Heinis: Als we die 50 procent als uitgangspunt houden, aan de westkant van de stad en we willen meer middelduur, je ziet een stuk dat het best wel een precaire balans is tussen een haalbaar, we hoorden het net ook, een haalbare businesscase en geen project. Ben je dan ook bereid om meer bij te dragen als gemeente, om meer betaalbaar toe te voegen? Mevrouw Oudshoorn: Ik zou daar zeker toe bereid zijn, maar wat ik ook opvallend vind is dat u toch echt suggereert dat u het inruilen van 10 procent extra sociale woningen tegen 40 procent betaalbare woningen uit de plannen schrappen een goede deal vindt. De heer Heinis: Dat suggereer ik niet. Binnen die 50 zit ook veel betaalbaar, de middenhuur wordt ook flink gereguleerd in de plannen van het kabinet. Het zal niet in de praktijk zo zijn dat er echt 50 procent duur op die plek zal komen. Mevrouw Oudshoorn: Ik ben enorm gerustgesteld door de woorden van de heer Heinis, maar de stukken zoals het nu voorligt suggereren wel dat die 50 procent vogelvrij is en leer mij dan een ontwikkelaar kennen, ik zie dan weinig reden om dat niet duur te bouwen. De heer Heinis: Het is niet per se vogelvrij, je ziet ook dat de ranking van de ambtelijke capaciteit, dat je daar ook een hogere ranking krijgt als je middelduur toevoegt.

Ik ben het met u eens, ik kan heel ver met u meegaan eigenlijk, maar ik ben dan ook wel benieuwd, is D66 dan ook bereid om er extra in te investeren om betaalbare woningen te krijgen op die plekken. Mevrouw Oudshoorn: Ja, D66 is bereid om daar extra in te investeren, maar we zijn ook bereid om per project naar de businesscase te kijken, om echt te kijken wat haalbaar is. En dan gaat het er ons om dat het beleid niet zegt, 50 procent sociaal en 50 procent zoekt u het maar uit. Wij zoeken dan in het beleid toch een kapstok om een goede verdeling per project te maken.

20

De voorzitter: Mevrouw Klazes, GroenLinks, ook een interruptie. Mevrouw Klazes: Dank u wel voorzitter. Ja, dat 50/50, daar komen we nog over te spreken, maar ik vind het wel interessant wat u zegt, u wilt kleinere woningen. Bent u dan ook bereid te kijken naar een mogelijke verplichting van het toevoegen van gemeenschappelijke ruimtes. U had het daarover, een gemeenschappelijke wasruimte bijvoorbeeld waardoor je de woonruimte daadwerkelijk ook kan verkleinen, wat overigens in Zweden al verplicht is gesteld. Maar wat vindt u daarvan? Van die suggestie. Mevrouw Oudshoorn: Jazeker, wat mij betreft is dat een voorwaarde dat als we kleiner bouwen, dat we dan kijken naar gemeenschappelijke voorzieningen en dat kunnen bijvoorbeeld voor ouderen wat mij betreft ook gemeenschappelijke zorgvoorzieningen zijn. En natuurlijk moeten we dan borgen dat de gemeenschappelijke voorziening niet een duur betaald restaurant wordt. Maar als de gemeenschappelijke voorzieningen op orde zijn, dan denk ik dat dat juist heel duurzaam is om meer te delen en dan de woningoppervlakte voor een klein segment van de woningen per woning iets kleiner te kunnen maken. De voorzitter: Dat waren de interrupties. Gaat u verder met uw betoog. Mevrouw Oudshoorn: Dank u wel en dank voor al deze interrupties, fijn om hier het gesprek over te kunnen voeren.

Dan mijn vraag aan de wethouder, en die gaan weer over die 50/50-regel, want ik hoop nog steeds dat we elkaar gewoon niet goed begrepen hebben. Wethouder, is het echt de bedoeling dat we van 80 procent betaalbare woningen naar 50 procent sociaal gaan en naar 50 procent de-markt-zoekt-het-maar-uit? Waar moeten de middeninkomens dan wonen ten westen van het Spaarne? En als het allemaal niet de bedoeling is, kunnen we deze formulering in de spelregels dan aanpassen, zodat we duidelijk maken, ook naar alle Haarlemmers die deze stukken misschien ook niet helemaal begrijpen, dat we ook ten westen van het Spaarne zoeken naar een woningdifferentiatie. Ik hoop dat de wethouder een heel eind met mij mee kan denken en dan was dit de bijdrage van D66. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oudshoorn. De heer Bruch, VVD. De heer Bruch: Dank u wel voorzitter, ook wij vielen over de 50/50 in plaats van de 40/40/20. Het niet vastleggen van een percentage voor het middensegment, dat vindt de VVD gewoon een heel groot risico. Een aantal middeldure woningen, daar is ook een hele grote behoefte aan en als we dat niet vastleggen dan lopen we gewoon een risico dat ze er niet komen. Want hartstikke leuk, het kan natuurlijk zijn dat een ontwikkelaar ze wil bouwen, maar ik denk dat de gemiddelde ontwikkelaar gewoon zegt, ik moet mijn businesscase rond krijgen, ik wil toch graag 5 procent overhouden.

Dus dan doe ik die dure woningen. Dus wij vinden 40/40/20 eigenlijk een prima oplossing. Als je dan toch 50 procent sociale huur wil, legt dan bijvoorbeeld 50-40-10 vast. Dus wij overwegen ook sterk om een amendement op dit punt in te dienen. Verdeling vanaf 9 woningen vinden wij ook een risico, want wie wil er nu 3 of 4 sociale huurwoningen beheren. En daarmee loop je het risico dat ook kleine projectjes, zoals bijvoorbeeld aan de Papentorenvest stil komen te liggen, niet afgemaakt worden. En dat zijn toch iedere keer weer een groepje woningen waar mensen op zitten te wachten. Dus dat vinden wij ook geen goed idee. Hou het gewoon bij die 30 woningen. En aansluitend daarop de vraag ook aan de wethouder of hij uit kan leggen waarom het project van inspreker niet een lopend project is. Maar goed, wij vinden snelheid belangrijk bij de woningbouw, maar wij vinden het ook belangrijk, kijk bijvoorbeeld eens wat verder dan alleen één project, kijk naar de wijk. Neem als voorbeeld de Scheepmakerswijk waar ik woon, dat heeft 560 woningen, daar komen 350 sociale huurwoningen bij rond De Koepel. Dat is nogal wat, dan is er in die wijk niet zoveel behoefte meer aan extra sociale huurwoningen. Nou wil toevallig dat in die wijk het Dantuma-terrein ligt, dat ligt al vijf jaar stil omdat de ontwikkelaar niet aan de 40/40/20 wil voldoen. Je zou

21

eens kunnen kijken, in die wijk is wel grote behoefte aan bijvoorbeeld een buurtkamer waar wijkraad en bewoners bij elkaar kunnen komen. Dus misschien kan je een deal maken om daar Buurtkamer 70-30 te maken. Ik noem maar een suggestie. Probeer eens wat creatiever om te gaan en naar iets verder te kijken dan alleen het project. Misschien kan zoiets dan worden vlot getrokken. Wat we wel weer mooi vinden is de voorkeur voor koopwoningen in het middeldure segment. Hier is wel goed gekeken naar het WiMRAonderzoek. Hier laat ik het voorlopig bij, want andere dingen sluiten we ons eigenlijk aan bij wat D66 gezegd heeft. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch. Mijnheer Heinis, PvdA. De heer Heinis: Dank u wel voorzitter. Allereerst wil ik met een paar positieve dingen beginnen, want we vonden het een hele grondige, goede evaluatie en we zijn ook heel erg blij met heel veel verbeteringen. Ik noem er even een paar op, maar -want de tijd is beperkt- ik denk dat we nu definitief de strijd winnen tegen nepsociale huurwoningen, dat kan echt niet meer, wij hebben een goede oppervlakte voor sociale huur, wij hebben een hele lange uitpondingstermijn, we zetten echt alles op alles om het in handen te krijgen van een woningcorporatie. Wat we ook goed vinden is dat kleinere woningbouwprojecten direct of indirect gaan bijdragen aan sociale huurwoningen.

En wat we ook heel erg leuk vonden, was dat nieuwe appartementen worden vergrijzingsproof. Het initiatiefvoorstel om Haarlem vergrijzingsproof te maken zit mooi verwerkt in dit stuk. En toch hebben we ook wat punten waar we nog verbeteringen zien. En voor ons is het ook de 50/50 en het middensegment aan de westkant van de stad. Maar we snappen ook dat het een lastige balans is en ik denk dat we ons ook moeten realiseren, dat als het niet uit kan om die ambitie te halen, dat we dan ook bereid moeten zijn om daar financiering voor te zoeken. Dat kan door een woningbouwimpuls, maar dat kan ook door als gemeente zelf bij te dragen door bijvoorbeeld het reserve Ongedeelde stad en ik hoor wat positieve dingen, dus daar ben ik heel erg blij mee. Dus wij zijn zeker voor meer middensegment aan de westkant van de stad. En dan ook nog een ander punt, die middenhuurwoningen zouden we ook graag in handen zien van woningcorporaties, ook om ze voor de langere termijn betaalbaar te houden. Maar ik zie een paar interrupties. De voorzitter: Ja, ik wachtte tot uw zin klaar was, maar als toch al stopt, mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, ik ben blij te horen dat u ook meer middensegment wilt, maar bent u niet bang dat als we het zo opschrijven, dat u straks aan de lopende band moties moet schrijven zoals u heeft gedaan hij de Rabobank om iets eruit te trekken.

De heer Heinis: Ja, daar ben ik wel bang voor. Maar ik denk dat we even goed moeten kijken naar hoe zou zo’n amendement eruit kunnen komen te zien. Misschien kunnen we soms positief, door de ranking in de ambtelijke capaciteit iets op te hogen, misschien kunnen we ook iets meer vragen. Maar dat vraagt nog een beetje uitzoekwerk, maar ik ga daar graag met jullie over nadenken. De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Mijn vraag was eigenlijk of u bereid zou zijn om dat in het beleid inderdaad op te nemen, dat we ook aan de westkant middeldure woningen willen. Maar ik hoor daar instemmende geluiden op de heer Van Leeuwen. De heer Heinis: Dan als toevoeging wel die 50 procent sociaal aan de westkant van de stad, is voor ons ontzettend belangrijk.

22

De voorzitter: Dan zie ik ook nog een, rustig mijnheer Visser, ik zie u al. U zwaait als of uw leven ervan afhangt, maar meneer Visser, gaat uw gang, ChristenUnie. De heer F. Visser: Dank u wel voorzitter, ik ben een beetje verbaasd over de discussie tussen coalitiepartijen, dus ik dacht ik pak het coalitieakkoord er gewoon even bij. Is de heer Heinis het met mij eens dat in het coalitieakkoord gewoon staat 40/40/20 en met daar direct achter het zinnetje: we sturen op stadsniveau. En vervolgens komt de passage van 50 procent aan de westkant. Bent u met mij eens dat de 40/40/20 voor de hele stad geldt en dat je dus 50/50 bij een project aan de westkant doet, of bij alle projecten aan de westkant, dat dat nog steeds moet betekenen dat het op stadsniveau 40/40/20 is. De heer Heinis: Ja, daar ben ik het helemaal, dat staat in het coalitieakkoord, maar in ons verkiezingsprogramma stond 50-40-10 bijvoorbeeld. Dus als we meer voor elkaar krijgen, zijn we daar superblij mee. De heer F. Visser: Maar bent u mee eens dat deze spelregels, wat in het coalitieakkoord staat, niet borgen? Namelijk dat stadsbreed 40/40/20 is, dat staat zo niet in de spelregels. Er worden nu twee aparte regels samen, westkant 50/50, oostkant 40/40/20. Dat is wat anders dan wat in het coalitieakkoord staat, 40/40/20 voor de hele stad. De heer Heinis: Wij hebben ook de rapportage Woningbouw behandeld.

En daar zie je ook dat de plancapaciteit, dat het echt best wel goed gaat. Dat we op schema zitten met die 40/40/20 en dat we ook niet in alle projecten 40/40/20 hoeven te halen. Dus we sturen op dat niveau en dat gaat dus best goed. We hebben het vandaag ook nog een keer gehoord. De heer F. Visser: Ja, maar nogmaals, we hadden een duidelijke regel en we hebben net al gezegd, alle oude projecten die blijven gaan, wij hebben net een nieuwe regel die nu twee jaar geldt en dan gaan we dus weer de regels wijzigen. Ik denk dat projectontwikkelaars gillend gek worden ervan. Terwijl in het coalitieakkoord staat gewoon: we handhaven de oude regel 40/40/20. En we doen 50/50 aan de westkant, maar voor stadsbreed 40/40/20. Dat is gewoon de oude regel. Waarom gaat u dan toch nu in deze nieuwe regels afwijken van het oude beleid en afwijken van het coalitieakkoord waarvan de inkt net droog is? De heer …: Niet droog is. De voorzitter: Uw microfoon, mijnheer Heinis. De heer Heinis: Misschien kom ik er zo nog op als ik verder praat. De voorzitter: Voordat u verder praat, u heeft nog een interruptie van de heer Bruch. De heer Bruch: Ja, u zegt 50 procent sociaal is voor ons heel erg belangrijk en u vroeg net aan D66 al, bent u bereid om te betalen voor die middeldure woningen. Maar bent u het met mij eens dat dat dan weleens ontzettend dure sociale huurwoningen zouden kunnen worden.

Die 10 procent extra kan heel erg duur worden. Moet je dan niet gewoon zeggen, maar aan middeldure woningen is ook heel erg veel behoefte. Dus 40/40/20 is zo slecht nog niet. De heer Heinis: Voorlopig niet en ook de spelregels bieden wel enige ruimte om af te wijken. Als het echt niet kan dan, we zoeken altijd naar een oplossing. Dan ga ik nu wel door. Want die middeldure huurwoningen die

23

we krijgen, je ziet dat er heel veel grote inspanning is om die sociale huur bij woningcorporaties te krijgen, maar waarom niet bij middenhuur huurwoningen eigenlijk? Ook in de Nationale Woon- en Bouwagenda, de nationale prestatieafspraken is tot 2030 de ambitie 250.000 sociale huurwoningen bij corporaties en 50.000 middenhuurwoningen. Dus dat lijkt mij interessant. Dan de voorkeur voor koop, en daar zijn we eigenlijk best wel blij mee, maar we zien toch wel een groot risico. Er wordt gezegd, wij hebben een zelfbewoningsplicht en een anti-speculatiebeding, maar dat zijn, die lopen wel af en we zijn heel erg bang dat dan de winst terechtkomt bij de eerste koper, terwijl wij het in plaats daarvan in de volkshuisvesting, in blijvend betaalbaar willen hebben. Ik heb daar een fijn gesprek al met D66 gehad en eigenlijk willen we jullie uitnodigen voor een bijeenkomst over hoe houden we die middeldure koop ook blijvend middelduur. En het hoeft dan misschien, ook zijn het soms vaak dingen tussen huur en koop in, maar we denken bijvoorbeeld aan Right of Occupancy, Pay it Forward, wooncorporaties. Er zijn allerlei mogelijkheden om dat echt beter te doen en ook meer diversiteit in ons woningaanbod te krijgen. En dan nog een laatste vraag, of een laatste opmerking, het initiatiefvoorstel is ook al even genoemd vanavond, we hebben daar ook een heel goed gesprek over gehad deze week.

En eigenlijk zou ik het zonde vinden als we hier de kans missen, of dat wij heel erg gaan haasten. We hebben het ook gehad over het onderzoek naar sociale huur van de Rekenkamercommissie. Het zou ons heel slim lijken als we gewoon zeggen, we stellen het vast, want we zijn er op grote lijnen tevreden mee, misschien nog met het amendement. Maar laten we over een jaar weer kijken en een update geven hieraan. Want er zijn nog best wel veel dingen in beweging, we zijn een nieuwe raad die ook wel heel ambitieus is, dus misschien kunnen we het nog beter maken. De voorzitter: Een vraag, interruptie, maar nog niet van de heer Bruch. Eerst de heer Amand, Trots Haarlem, die zit al een tijdje De heer Amand: Dank u wel voorzitter, ik heb twee vragen aan mijnheer Heinis. Het is hartstikke leuk wat hij vertelt, in de Oost worden de woningen nog verkocht door de woningcorporaties, waar iedereen zo vol van is. En het tweede is natuurlijk de vraag hoe staat u daarin dat de woningbouwvereniging nog steeds woningen verkopen. En 40/40/20, waarom wil u daar nu van afwijken? De heer Heinis: Wij willen niet afwijken van die 40/40/20. Als het in positieve zin kan, dan misschien wel. Het verkopen van woningen door woningcorporaties, daar zijn wij heel kritisch op, maar wij hebben prestatieafspraken nu met de woningcorporatie en huurdersorganisaties waarin enige ruimte is voor verkoop.

In het addendum wat komt is ook gezegd, we hebben de motie stop verkoop en liberalisatie sociale huur. Iets in die richting en die wordt ook meegenomen in het addendum en we wachten op het resultaat daarvan. De heer Amand: Een korte vraag voorzitter, als het mag. Waarom is het dan toegestaan dat Elan een hele straat met woningen verkoopt in Oost? Die aan Amsterdammers zijn verkocht. De heer Heinis: Ik weet even niet welke … De voorzitter: Mijnheer Bruch, VVD, heeft ook nog een interruptie. De heer Bruch: Ja, PvdA zei net, laten we dan volgend jaar weer kijken. Maar ik heb zoiets, als een ontwikkelaar zegt ik ga hier bouwen kan het gauw vijf jaar duren voordat de woning er staat. En als erboven hangt, dit is het nu, we denken daaraan, het kan volgend jaar weer anders worden. Als ik ontwikkelaar was zou ik zeggen, ik ga eens in Utrecht kijken of zo of ik daar wat kan bouwen, maar ik zou Haarlem links laten liggen. Dus dat lijkt mij wel een riskant iets. Ik denk dat we gewoon wel duidelijk moeten zijn in wat de eisen zijn. Ik vind nog steeds 40/40/20 een mooie ambitie.

24

De heer Heinis: Ik wil heel voorzichtig zijn om de spelregels tijdens de wedstrijd te veranderen en dat moeten we ook zijn, maar dat betekent niet dat we vier jaar dan maar niks doen. De voorzitter: Mijnheer Heinis, heeft u nog iets in uw termijn? Termijn is klaar. Wie wil er verder? Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel voorzitter. Wij zijn blij om te zien dat Haarlem er alles aan doet om de voorraad betaalbare woningen waar mogelijk te vergroten en duidelijk is in zijn eisen om hier omtrent richting de ontwikkelaars en de instrumenten die hiervoor ingezet kunnen worden zijn maximaal gebruikt wat ons betreft. En waar aanscherping na evaluatie nodig was en mogelijk was is dat wat ons betreft nu gebeurd. Nog wel een aantal vragen. We zijn ook wel, we zijn niet helemaal immuun voor de argumenten van D66 en de Actiepartij wat betreft de 50/50-discussie. We zijn ook benieuwd naar de antwoorden van de wethouder op de gestelde vragen en aan de hand daarvan zullen wij misschien overwegen om eventueel een amendement ook te steunen. Maar daar ga ik nu nog geen duidelijke uitspraak over doen. Nog even over het verlagen van de grens van de projecten van 30 naar 10. Die moeten voldoen aan de 40/40/20-eis. We zijn in principe voor, maar we hebben net de inspreker gehoord en volgens hem leidt het ertoe dat zijn project niet langer haalbaar en betaalbaar is.

Een vraag aan u, herkent u dit signaal en voorziet u in de toekomst meer problemen bij wat kleinere projecten die moeten gaan voldoen aan deze eisen. En als we dan toch bezig zijn, ook over het verhaal van de inspreker, klopt het inderdaad dat dit niet wordt beschouwd als iets wat al in de pijplijn zat, dit project en dat het is zoals de insprekers zegt dat het is en dat het einde verhaal is wat dat betreft. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Klazes. De heer Visser, ChristenUnie. De heer F. Visser: Ik had een vraag over een interruptie die u zojuist deed over die wasmachines gemeenschappelijke ruimte. Ik ben op zich wel te porren voor gemeenschappelijke ruimte, maar meent u werkelijk dat daardoor vierkante meters van een woning omlaag kan? Mevrouw Klazes: Ja, ik zal u ook zeggen waarom. Ik ben heel erg blij dat u deze vraag stelt mijnheer Visser. Ik heb me enigszins verdiept in de materie. In Zweden bijvoorbeeld is het heel gebruikelijk om dat te doen. Daar zijn bewoners die zeggen, haal gewoon vijf meter van mijn woning af en die ruimte wordt gecompenseerd op een andere manier in een gezamenlijke ruimte, of in de vorm van een wasmachineruimte en dat is volstrekt aanvaard en normaal. Dat gebeurt daar op grote schaal.

Sterker nog in Zweden is het ook het toevoegen van een gemeenschappelijke ruimte, is daar ook verplicht en dat leidt vaak tot een verkleining van de woningoppervlakte. Zo raar is het niet. De heer F. Visser: Maar ik ben wel voor gemeenschappelijke ruimte, maar de laatste keer dat ik keek nam een wasmachine minder dan een vierkante meter in. Als je die dus in een gemeenschappelijke ruimte gaat doen, heb je extra loopruimte nodig, heb je juist meer vierkante meters nodig. Dus die illusie dat de woning echt veel kleiner kan daardoor, die deel ik niet. Mevrouw Klazes: Daar wil ik dan toch nog even heel klein ook iets op zeggen, want ik word wel geadresseerd. Ik hoop dat we die discussie gaan voeren, mijnheer Visser. Er komt een initiatiefvoorstel aan waar dit allemaal duidelijk in staat uitgelegd. Dus ik denk dat we elkaar hierover nog wel zullen spreken. Maar ik denk dat we hierover op dit moment van mening verschillen.

25

De voorzitter: Was dat uw bijdrage mevrouw Klazes? Helemaal goed. Mijnheer Moore, ik zag uw interruptie, maar u kunt alleen interrumperen op de spreker, niet op iemand die interrumpeert al op de spreker. U mag interrumperen op mevrouw Klazes, als u dat wilt. De heer Moore: Ja, ik kan hem enigszins hervormen als aanvulling dan. Is in een tweede vrij ver weg, maar in Amsterdam Oost is er al een voorbeeld die afgelopen jaar is opgeleverd waarbij een gezamenlijke wasruimte is en kleinschalig wordt gewoond. Morgen is daar open huis, ik zou u willen uitnodigen, zondag is open huis, dus u kan van harte meekomen om daar even te komen kijken ook. Mevrouw Klazes: Ik wil iedereen uitnodigen die behoefte heeft aan een kleine excursie, want het is mij ook bekend, het zijn studentenwoningen met een gemeenschappelijke wasruimte in de kelder. We kunnen een keer een excursie gaan organiseren met iedereen. De heer Moore: Het zijn zeker niet alleen studentenwoningen, ook voor alle soorten mensen die daar gewoon terecht kunnen. De voorzitter: Goed, dames en heren, voordat we allerlei excursies gaan doen, de projecten worden ook hier ontwikkeld in Haarlem, u heeft er al een paar goedgekeurd, dus wacht heel eventjes en dan kunt u het live ervaren. En misschien zelfs de bouwfase aanschouwen. Schipholweg onder andere. Mijnheer Visser, uw termijn. De heer F.

Visser: In hoofdlijnen steunen we het stuk, alleen we zijn kritisch over die 50/50 wat we net in interrupties al hebben laten merken. Wat ons betreft houden we gewoon vast aan het coalitieakkoord op dit punt. En we zijn kritisch over de kleinere woningen zoals D66 voorstelt. Dan krijg je toch weer het ophokken en voor studenten kan het misschien, maar je bent wat ouder, dan willen mensen toch net even wat meer vierkante meter. Ik heb vandaag toevallig een woning van 50 vierkante meter bezichtigd, echt veel kleiner moet je ook voor alleenstaanden niet gaan, kan ik u vertellen. Dank u wel. De voorzitter: Noemt u mij nou iets ouder, of noemt u algemeen iets ouder? De heer F. Visser: U bent heel jong, voorzitter. De voorzitter: Of ik een woning van 40 vierkante meter, zou ik heel blij mee zijn. Maar goed. Mevrouw Oudshoorn, D66 had nog een interruptie. Mevrouw Oudshoorn: Ja, ik trigger toch even op een woord. Ik ben toen ik hier in Haarlem kwam begonnen in een woning van 35 vierkante meter met mijn toenmalige vriend. Dat is inmiddels mijn verloofde, dus dat ging hartstikke goed. Maar noemt u 35 vierkante meter een hok? De heer F. Visser: Nee, ik moet even corrigeren. Ik noem wel die 30, 35 vierkante meter waar u vaak over spreekt, dat noem ik wel een hok.

En ik zeg dus, als je dus iets meer doet, dan kom je op 40, 45, 50 uit en ik zeg je moet niet veel kleiner gaan en u wil wel kleiner. U wilt namelijk naar hokjes van 30 vierkante meter. Mevrouw Oudshoorn: Volgens mij heb ik nog geen aantal vierkante meters genoemd, maar ik wijs u er toch op dat in de stukken voor de middeldure woningen en voor de goedkope koop nu een minimum van 50 staat, dat is best groot in je eentje.

26

De heer F. Visser: Maar u had het over afwijken van een minimum van 40 vierkante meter en dan kom je toch met een getal met een drie ervoor. De voorzitter: Mijnheer Visser, let u op uw spreektijd met al uw interrupties, want dat gaat hard op deze manier. Mijnheer Van Leeuwen, termijn, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. Volgens Actiepartij is de hamvraag bij deze spelregels, zijn wij en blijven wij bereid om 80 procent betaalbaar in Haarlem te realiseren, ten oosten en ten westen van het Spaarne? We hebben in de ontwikkelzones, ook ten westen van het Spaarne laten zien dat we 50 procent sociaal kunnen en willen bouwen en daar staat 50 procent ongereguleerd tegenover. Maar zijn we een stap verder, zoals bij de Zijlweg, of sorry, de Orionzone, dan zie je dat daar wel degelijk 30 procent middelduur bij kan komen. Er komen ook projecten voorbij, de Rabo heb ik net al genoemd, maar ik denk ook in onze eigen Jansstraat Schoolsteeg, waar we elf woningen kunnen bouwen waar we helemaal geen eisen opleggen ten aanzien van betaalbaarheid. Dat vind ik een lastige op het moment dat wij van ontwikkelaars gaan vragen om gedifferentieerd te bouwen in onze stad.

En dan herinner ik ook u allen, en wij onszelf ook, dat we in 2015 bij de woonvisie een amendement hebben ingediend met een aantal partijen, onder andere de Partij van de Arbeid ook, met een steun om vooral de sociale voorraad niet omlaag te laten gaan, sterker, te laten groeien. En mevrouw Schopman deed toen namens Partij van de Arbeid het woord en die heeft vervolgens een maand later, ook met GroenLinks, de Ongedeelde stad voorgesteld en ging juist in op de differentiatie en het belang daarvan, zowel Oost als West van het Spaarne. Omdat ze zag, terecht, dat we te veel sociaal hadden verloren in Oost toen we gingen differentiëren. Dus dat willen we heel graag vast blijven houden. Vandaar dat we dus ervoor pleiten om niet 50/50 ongereguleerd te doen. Dan over de doelen, genoemd in de evaluatie en de argumenten uit de nota. Het doel 4 ziet toe op een gelijk speelveld creëren voor de woningcorporaties en dat doet u in samenhang met het argument 2, waarin u ook zegt daar is een adequaat grondprijsbeleid voor nodig. Wij hebben onlangs gezien dat we in de grondprijzen wat gekke uitkomsten hebben gehad ten aanzien van corporatiewoningen. Die blijken weleens wat meer qua grond te kosten dan een middeldure woning.

Nu weten we dat het grondprijsbeleid jaarlijks wordt herijkt met een grondprijzenbrief en dat is een collegebevoegdheid, dus de vraag aan de wethouder is, bent u bereid in december dusdanig de grondprijzen voor corporaties aan te passen dat het speelveld voor de corporaties daadwerkelijk verbetert. Want dat is één van uw doelstellingen. Voorts vinden wij dat spelregel 15, dat vinden wij eigenlijk een rode knop in het hele stelsel, dat is zoiets als, komen we er niet meer aan en de ontwikkelaar die toont aan dat het allemaal niet te maken en te doen is, dan mag hij van spelregels afwijken en vervolgens een vaag verhaal ophangen over de bedoeling achter de spelregel. Dat zouden wij toch niet zo formuleren. Daar komen we misschien nog op terug. We hebben heel veel technische vragen gesteld, die hebben we nog niet allemaal kunnen verwerken. Dus wellicht biedt dat nog bij de vaststelling strakjes bij de raad aanknopingspunten. Maar de vraag die ik zojuist stelde, ben ik benieuwd naar het antwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Anderen? Mijnheer Procee, OPHaarlem. De heer Procee: Dank u wel voorzitter, wij volgen deze belangwekkende discussie nauwgezet, maar hebben nu niet het gevoel daar heel veel aan te moeten bijdragen. Behalve op één punt.

Wij OPHaarlem, is al jaren, hameren wij op het belang van levensloopbestendig bouwen en wonen en we zien daar hierin dat het college naar ons heeft geluisterd, of in elk geval wij hebben het gevoel dat wij gehoord zijn. Dank daarvoor. De voorzitter: Goed te horen, mijnheer Procee. Mevrouw Oppenhuis, CDA.

27

Mevrouw Oppenhuis: Voordeel van als een van de laatsten zijn, is dat ik wel voldoende spreektijd heb. Dus dat is dan weer, bedankt allemaal. Om terug te komen op wat er allemaal gezegd is, waar D66 tegenaan liep, dat viel mij ook op. Ik had echt zoiets van dit kan niet waar zijn, nul procent. Maar het stond er echt in en toen kreeg ik het antwoord te zien van de technische vraag en daar werd het nogmaals bevestigd. Daar schrokken wij als CDA zeker van. Het kan echt niet zo zijn dat geen middeldure segment erin komt. Dus VVD, ik ben heel benieuwd hoe jullie het amendement gaan indienen. Want als de wethouder hieraan vast blijft houden, dan denken wij eraan om mee te gaan. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Voorzitter, als eerste naar aanleiding van de inspreker een vraag aan de wethouder. Wat is de definitie van een lopend project? Ik denk dat dat misschien wel wat helderheid zou verschaffen. We zijn in dat opzicht positief dat de verandering in de geplande woningbouw in Haarlem echt nu ten goede aan het keren is. Dat er langzaam maar zeker een meer evenwichtige verdeling van een nieuw te realiseren woningvoorraad komt. We vinden het positief dat vanuit het coalitieakkoord hier nog meer inzet op wordt gepleegd. Want er is een achterstand in te halen.

Maar ik wil wel de eerder gemelde zorgen over het mogelijk verdwijnen van middeldure woningen uit de plannen aan de westkant van de stad. Dus we zullen het amendement goed gaan bestuderen. Ook maken we ons zorgen over de positie en slagkracht van de woningcorporaties ten opzichte van ontwikkelaars en de tijd die het kost om tot intentieovereenkomst te komen. En daarnaast, zoals we net hebben gehoord, zullen de stijgende bouwkosten en rente de businesscase voor bouwontwikkelaars nog verder verslechteren en mogelijk niet meer willen intekenen op projecten. En onze vraag is inderdaad, zijn er op dit moment, naast wat de inspreker heeft aangegeven, al meer concrete signalen van ontwikkelaars die zich terugtrekken? En zo ja, hoe gaat het college hiermee om? Voorzitter, in de programmabegroting lezen we dat er ruim tien miljoen wordt toegevoegd aan de reserve van de Ongedeelde stad en dat er waarschijnlijk dus meer aanspraak op gemaakt zal moeten worden. Hoe kijkt de wethouder aan naar de inzet van deze reserve, om dat sterker in te zetten op het versterken slash garanderen van voldoende middelhuur. Dan voorzitter, bij spelregel 1 wordt het voorstel gedaan tot de mogelijkheid van het afkopen van projecten met een afwijkende bouwverdeling onder de 30 woningen.

Ik begrijp die gedachtegang, maar ik mis wel iets van een risicoparagraaf en informatie over om hoeveel projecten dit nou zou kunnen gaan. Kan de wethouder hier iets van een indicatie van geven? En tot slot, we werken met veel enthousiasme mee aan het initiatiefvoorstel om te kijken naar meer gedeelde voorzieningen bij kleinere woningen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Van den Broek. De heer Kuin, SP. De heer Kuin: Ja, vanuit ons ook steun voor de actualisering van de spelregels. We zijn wel benieuwd naar het antwoord van de wethouder op die 50 procent. En dan zullen we beoordelen wat we daarvan vinden. We hebben wel een opmerking over spelregel 13 in combinatie met spelregel 14. Spelregel 13 zegt, met het oog op voortvarende planontwikkeling worden sociale huurwoningen, middensegmentwoningen en dure woningen zoveel mogelijk op aparte bouwkavels geprogrammeerd. Dat kan ertoe leiden dat vooral eerst de dure woningen worden gebouwd en ik denk dat spelregel 14 een poging doet om dat te voorkomen, om te sturen. Maar wij vragen ons af of dat voldoende is. Wij zouden in ieder geval willen voorkomen dat het gevolg is van spelregel 13 dat vooral dure woningen eerst worden gebouwd en daarna pas de sociale huurwoningen. En volgens mij is er ook een motie ingediend, voor mijn tijd door Jouw Haarlem, collega Jouw Haarlem en die is aangenomen die daar ook iets over zegt.

Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kuin, u heeft een interruptie van de heer Van Leeuwen, Actiepartij.

28

De heer Van Leeuwen: Jazeker, u zegt dat u wat zorgen heeft over die 50 procent, die is aan de westkant van het Spaarne. Uw partij was er fel voorstander van dat we bijvoorbeeld een Brinkmannpassage zouden verkopen, want we moesten geld verdienen daar en de sociale woningen die konden aan de rand van de stad komen. Daar bent u een fel voorstander van geweest. Hoewel dat nu op uw website anders staat vermeld, dat u het schandalig vindt dat de Brinkmann wordt verkocht en opgetopt en naar de markt gaat. Hoe staat u daar nu in? Ten opzichte van deze regels. De heer Kuin: Ik heb niet zo goed de historie bestudeerd. Alhoewel ik Haarlemmer ben, geboren en getogen, ken ik de standpunten niet tot in detail van mijn partij. Op dat punt, ik zei we wachten het antwoord van de wethouder af en we vinden het belangrijk dat er vooral meer sociaal en betaalbaar komt. Maar het zou denk ik niet goed zijn als het ertoe leidt dat het 50 procent hele dure woningen wordt. In die zin snap ik de opmerking van een groot deel van de aanwezigen hier. De voorzitter: Helder. Dat was het einde van uw termijn, mijnheer Kuin. U was klaar? Oké, helder. Harstikke goed. Verder nog iemand? Niemand. Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Ja, dank u wel voorzitter. Het doel van uiteindelijk waar we als stad op sturen is volgens mij ook helder in het coalitieakkoord verwoord. Iemand zei dat.

Dus 40/40/20 stadsbreed met wat meer nadruk voor sociale woningbouw aan de westkant van Haarlem, omdat daar relatief weinig van is en we aan de oostkant van Haarlem al heel veel hebben. Dus dat eigenlijk het overliggende koepelende doel en deze kaders helpen daarbij om uiteindelijk dat doel op een heldere manier ook door te vertalen naar de projecten. Eigenlijk hebben we deze kaders al in bepaalde vorm al vier jaar lang, dus we werken en ze zijn ontzettend succesvol geweest. Laten we daar dan ook even met elkaar bij stilstaan, want we zitten bijna stadsbreed op 40/40/20, met 50 dus iets meer een hoger aandeel sociale woningbouw aan de westkant van de stad. En ik denk dat dat het bewijs is eigenlijk dat goede kaders, en die hebben we de afgelopen jaren gehad, echt kunnen helpen om die woningbouwopgave op een goede en eerlijke en ongedeelde manier over deze stad te verwerken. Dus ik denk dat dat hartstikke mooi is. En deze kaders die helpen eigenlijk ook omdat, het is de bedoeling om dat ook, dat beleid eigenlijk te continueren. Om elk misverstand weg te halen, op dit moment is ons beleid 40/40/20 over de stad, maar alle ontwikkelzones aan de westkant van Haarlem en dat is ongeveer de hele woningbouw in Haarlem West, 50/50. En toch maar even voor de duidelijkheid, en met dat beleid is dus ons gelukt om 40/40/20 over de stad uit te rollen.

Het helpt bijvoorbeeld bij, om maar even toch een voorbeeld te geven, het SPV van het winkelcentrum Schalkwijk, was laatst vastgesteld, 1.000 woningen 20/60/20. Dan zie je natuurlijk al heel veel middelduur, dat is dan ook weer een compensatie voor dat je in sommige zones, en het is niet zo dat we 50 procent niks doen in Haarlem West, aan die vrije sector. Kijk inderdaad naar volgens mij die Orionzone, Sportweg waar we op gemeentegrond voor 50/30/20 programmeren, waar ook in het Nova College middelduur is gepland. Dus er zijn al projecten die lopen maar daardoor zie je dus, dat wil ik bij ons op een betere manier in de stad krijgen. Wat deze nota in ieder geval beoogt is dat beleid vast te houden, dus ook blijvend te sturen op die 40/40/20 stadsbreed. Een van de dingen die we hebben geconstateerd die niet goed werkten de afgelopen periode, is toch de 30-woningengrens. We zien toch dat er ontwikkelaars zijn die toch even, de ontwikkelaar die hier net zat, die is begonnen met een programma van iets van 50 woningen. Het doel van die regels, dan is 40/40/20 van toepassing. Bij 50 woningen of zo’n woonvolume zeggen wij dan is 40/40/20 gewoon van toepassing. Met een aantal andere ontwikkelaars in het winkelcentrum Schalkwijk hebben we maatwerkafspraken gemaakt, 20/60/20 net al benoemd, maar in principe is dan 40/40/20 van toepassing.

Maar deze regel is niet beoogd om te zeggen, dan gaat iedereen maar zijn woningbouwvolume verlagen om uiteindelijk niet aan die 40/40/20 te voldoen. Dus dat is wel echt even wat er ook afgelopen periode wel gebeurd is en waarvan wij hebben gezegd, dat zou je

29

toch echt wat strakker naar moeten kijken. U heeft zelf die grens van 10 woningen aangegeven voor plannen die langs de gemeenteraad moeten en dan is het logisch om die grens daarheen te verleggen en dan met elkaar het gesprek te voeren van wat draagt bij aan de stad. Dat is uiteindelijk, dat gaat niet over heel veel projecten, dus dat gaat denk ik over een project of vijf per jaar. Dat is een aantal, dat is niet zoveel. Maar het is wel goed om ook van die projecten, en dan gaan we kijken wat realistisch is en haalbaar is, om te vragen om ook een bijdrage te doen aan het vergroten van de betaalbare woningvoorraad in deze stad. Want deze kaders zijn bedoeld volgens mij om richting ontwikkelaars op projectniveau duidelijkheid te verschaffen, eenduidigheid en ook eerlijk. Gewoon iedereen een beetje hetzelfde behandelen, dat is het startpunt. Dan kom je wel tot de conclusie dat dingen ook wel financieel haalbaar moeten zijn. En dan is het nodig om bepaalde flexibiliteit ook in te bouwen. Dus dat is eigenlijk de balans die je in dit stuk probeert te zoeken. Aan de ene kant wil je, een startpunt moet helder zijn voor iedereen, maar er moet ook voldoende flexibiliteit inzitten om wensen, ideeën, creatieve woonvormen zoals Kleine Koop toch toe te staan en daar met mekaar ook ruimte voor te bieden. Bij sommige kleine wijzigingen zegt het college, geef ons die ruimte.

Maar de grote wijzigingen die leggen we bij u aan de gemeenteraad voor en dan kunt u in de startnotitie zeggen, dit is een wijziging of een idee van een ontwikkelaar en daar willen we, of gegeven deze bijzondere doelgroep ook aan meewerken. Ik zag nog een interruptie, voorzitter. De voorzitter: Ik wachtte inderdaad tot u deze alinea had afgerond, maar mijnheer Amand, Trots Haarlem heeft een interruptie. De heer Amand: Dank u wel voorzitter. Korte vraag voor de wethouder eigenlijk. We hebben nu die problemen nu, woningproblemen in de Schalkwijk dan met die ondernemers die daar wat willen. Maar daar moeten we toch wel een mouw aan gaan passen, want als dat natuurlijk stil komt te liggen dan wordt het nog duurder en nog moeilijker om wat van de grond te krijgen. En dat is de vraag eigenlijk van Trots, hoe kijkt u daar tegenaan, dat u zegt, ik ga toch nog eens even praten om de man of de hele club daar om de tafel te krijgen, dat we er toch uitkomen. Kunt u daar wat op antwoorden? Wethouder Roduner: Kijk, uitgangspunt is ook volgens mij voor de fases in Schalkwijk, dat Schalkwijk winkelcentrum 40/40/20. Dus dat is volgens ons uitgangspunt en dan kijken we wat is als het een kleiner plot is, wat is logisch. Ik begrijp dat er ook gesprekken zijn met een corporatie om het misschien wel volledig met een corporatie te doen.

Ik denk dat dat goede ideeën zijn en dan kijken we, dan is het denk ik de vraag is het ook financieel haalbaar. Vragen we ook om mensen dat echt inzichtelijk te maken, dan vragen we, dan gaan we daar ook zelf aanrekenen, of we vragen berekeningen op. Op die manier kom je tot iets waarvan we denken, dat is ook eerlijk en dit kan op die manier ook op een goede manier ontwikkeld worden. En dan hangt veel samen, want je kunt niet zeggen het is een element, het gaat over type woningen, het gaat ook over hoe ga je om met de parkeeroplossing, hoe hoog mag je wel of niet, hoeveel volume kan je realiseren. Dat zijn in ieder geval de uitgangspunten waar we naar kijken. Volgens mij de 30 woningen, heb ik al benoemd. Dus er zit ook ruimte in het stuk, kijk ik toch even naar de VVD, om tussen die 9 en die 30 woningen toch met elkaar te kijken van het hoeft misschien niet, als 40/40/20 niet kan en we kunnen dat met elkaar bespreken. Of de corporatie zegt dit is voor ons geen goede locatie, dat je kijkt wat wel mogelijk is. Daar vragen wij als college ook wat ruimte voor om daar op een goede constructieve manier mee te kijken zonder dat projecten helemaal gefrustreerd worden. Want dat is ook niet de bedoeling. We willen wel dat er ook dingen blijven doorgaan. Actiepartij had nog een specifieke vraag over de grondprijzenbrief. Ik ga daarnaar kijken.

U refereert aan een punt, ik ga vragen of dat nou systematisch is of dat dat de uitzondering is en dan hebben we altijd het gesprek met de corporaties of zij uit de voeten kunnen met de grondprijzen die we hier in de grondprijzenbrief gebruiken om onze berekeningen te doen. Partij van de Arbeid had nog een vraag over middelduur bij

30

corporaties. Ik denk, dat komt in het addendum van de prestatieafspraken. Sommige corporaties hebben er ambities op, sommige niet. We moeten kijken wat, of ze daar zelf ambitie hebben en zo ja, of wij die dan ook ondersteunen. SP had een vraag over punt 13 en punt 14. Punt 13 gaat over het wat, namelijk je probeert een grote ontwikkelzone op een logische manier met blokjes te verdelen, zodat je niet in ingewikkelde VvEconstructies zit dus, waarbij in een klein blokje en we koopwoningen hebben en middeldure huurwoningen van een belegger en sociale huurwoningen van een corporatie, dat zijn soms dingen die gewoon lastig gewoon in de uitvoering in de beheer te doen zijn. Dus daar zit spelregel 13 op, dus dat gaat echt over het wat en regel 14 gaat over het hoe. We willen dan als die blokjes worden ontwikkeld, dat inderdaad, zoals u ook zegt, sociale huur niet aan het einde van de rit komt. Dus daar, volgens mij hebben we ook goed geluisterd naar uw eerdere moties en daar op die manier, of in ieder geval het was niet uw motie maar van Jouw Haarlem, daar een punt aan proberen te geven. Hetzelfde geldt volgens mij voor OPHaarlem, dus volgens mij levensloopbestendig bouwen ziet u terug. Dan volgens mij drie punten nog, de kleine koopwoning, ik kijk even naar D66, want daar had u een vraag over.

Ik denk niet dat we dat generiek in de spelregels moeten opnemen, omdat ik dan bang ben dat ik alleen maar ontwikkelaars aan mijn bureau krijg die zeggen, mag ik alsjeblieft kleine koopwoningen doen. Maar u ziet wel dat wij, dat het rijksbeleid ook nog in ontwikkeling is. Het rijksbeleid is in ontwikkeling, er komen mogelijk ook nieuwe instrumenten vanuit het Rijk om dat te doen. Dus mijn voorstel zou zijn om uw idee van kleine koopwoningen met gedeelde voorzieningen daarin beet te pakken en kijken of we dat op die manier ook een plek kunnen geven. Dat lijkt mij een hele goede. En overigens, ik kijk dan toch even naar GroenLinks, want gedeelde voorzieningen, wij hebben ze al in Haarlem, New Haarlem is er eentje maar ik denk ook aan de grote bouwblokken die bij Schipholweg worden gebouwd, die hebben ook heel veel gedeelde voorzieningen. Dus dat zijn denk ik ook mooie voorbeelden van hoe je zulk soort concepten kan doen. Maar ook daarvan, de spelregels moeten duidelijkheid geven, maar moeten ook creatieve, leuke nieuwe initiatieven die gewenst zijn in de stad ook niet blokkeren. Dat is een beetje de uitvoering die ik met mijn ambtenaren heb en als ik denk dat we een goed voorstel hebben, dan kom ik bij u en dan vraag ik. Ben ik ook altijd zo dat ik hier uitzondering vraag op de regel, als ik denk dat het een goed idee is. Dus dat is denk ik ten aanzien van middeldure koopwoning.

Partij voor de Dieren … De voorzitter: Voordat u verder gaat, mevrouw Oudshoorn, D66, heeft een interruptie Mevrouw Oudshoorn: Dank voor de welwillendheid op het punt van de kleine woningen. Ik had dan een verhelderende vraag waar u misschien een antwoord op heeft. Maar bij de sociale woningen staat in de spelregels nu heel expliciet: ruimte voor dat maatwerk. Dus dat triggerde ons ook. En bij middeldure huur en goedkope koop staat dat niet. Is daar iets over te zeggen? Waarom dat maatwerk daar niet geboden wordt? Wethouder Roduner: Goede vraag, ik weet in ieder geval vanuit de sociale huurwoningen dat we het ook weleens hebben over studentenhuisvesting bijvoorbeeld, dus kleinere woningen voor doelgroepen, daar zitten de corporaties ook echt nadrukkelijker op. En die zeggen, die balanseer ik dan weer met bijvoorbeeld grotere woningen voor ook een keer een sociale, iemand met een sociaal inkomen die ook, maar wel een gezin heeft. Dus die proberen die balans te zoeken, die ruimte willen we de corporaties wat meer bieden. Ik denk wel dat ik wat voorzichtiger, wat terughoudender zou zijn om die ook aan de marktpartijen voor de middeldure huurwoningen te bieden. Want voor je het weet krijg je toch inderdaad echt wel, dat is op zich, daar hebben we een aantal projecten van, waar we ook overigens blij mee zijn, aan de Schipholweg, Europaweg, die hoek, daar zitten ze.

Maar wij hebben ook met elkaar geconstateerd, dat leidt wel tot heel veel kleinere middeldure huurwoningen. Wel heel veel. En dit is ook wel bedoeld om meer een beetje die balans te herstellen. Maar goed, nogmaals, als daar echt iets bijzonders is, dan is dat altijd wel bespreekbaar. De Partij voor de Dieren had nog een vraag over de lopende projecten. In principe staat in het raadsstuk dat

31

we een aantal kaders, dingen die we hebben vastgesteld, Zoals SPvE’s. Ik zal nog even vragen of dat stukje nog even iets meer aangevuld wordt met dingen, want we hebben inderdaad visies, SPvE’s, stedenbouwkundige plannen, anterieure overeenkomsten. Dus er is zo’n lijstje van projecten wat al is vastgesteld, waar al eigenlijk die voorraad in gemixt is. Want toch even, 75 procent van onze woningbouwplannen heeft er al een verdeling gevonden en leidt dus uiteindelijk ook tot dat stadsbrede 40/40/20-niveau. Dus daar is al heel veel van het bouwvolume, is vastgelegd in afspraken, visies et cetera. Maar laat ik dat stuk nog iets, ik zal vragen of dat nog even iets verduidelijkt kan worden. En wat mij betreft ook verduidelijkt kan worden, want 50/50 dat is dus wat we in de ontwikkelzones hebben, maar in geen enkele ontwikkelzone is het 50/50 geworden. Want overal hebben we toch meer middelduur gerealiseerd. Ik noemde net al het voorbeeld van de Orionzone waar we zelf de verantwoordelijkheid hebben genomen. Ontwikkelzone Zuid-West hebben we ook een woningbouwimpuls aangevraagd met middeldure huurwoningen, daar het reserve Ongedeelde stad voor dat tekort ingezet. Dus op die manier proberen we echt met maatwerk te trekken en te sleuren om dat, ook die middeldure huurgroep in Haarlem West te bedienen, en dat lukte ook.

Als het onduidelijk is dat er nu 50/50 staat, dan denk ik dat het goed is dat ik met een voorstel kom om dat te verduidelijken. Dus volgens mij 50 procent sociaal is wat we minimaal vragen, volgens mij sturen we op tot maximaal 30 procent middelduur. Dus dat is volgens mij wat we een ontwikkelaar dan gaan vragen, waar we vragen op te reflecteren. En daar denk ik ook altijd wel bij, daar moeten we met elkaar dan wel in dat proces verkennen en ook liefst met open boeken of iets duidelijks wat daar dan haalbaar is. Mijn voorstel zou zijn dat ik spelregel 6 is dat dan geloof ik, dat ik die aanpas en als u het dan nog steeds niet goed genoeg vindt, dan gaat u hem amenderen. Maar dan heeft u vast een voorzet van het college waarvan ik in ieder geval denk dat u daarmee uit de voeten moet kunnen. Dus dan is dat volgens mij, dan zeggen we 50 procent sociaal, 30 procent willen we daar in ieder geval op sturen, zodat in ieder geval niet de indruk ontstaat dat het echt, dat we het helemaal loslaten als gemeente, want dat is wel degelijk niet zo. De voorzitter: U heeft daarover een interruptie van de heer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ja, even korte vraag. U heeft het over 50/30 en dan gaat dus de 10 procent sociale huurwoningen ten koste van de middeldure woningen.

Heeft u ook 50/40/10 overwogen? En zo ja, waarom niet? Wethouder Roduner: Ik denk 40/40/20 levert overal door de hele stad heen al een tekort op. Dus in elke zone zit een tekort, en daar dragen we aan bij. 50/50 overigens ook, anders hadden we geen geld moeten stoppen in de WBI van de Zijlweg of de WBI van Zuid-West. Ik bedoel daar zitten ook al gewoon tekorten op. 50/40/10, ja daar moeten we met elkaar echt een hele stevige portemonnee ook gaan trekken. 40/30/20 voldoet volgens mij aan die 80 procent betaalbaar die ik hier hoor en houd denk ik rekening met een iets andere verdeling. Maar goed, we kunnen ook kijken of het nog meer kan, maar dan moeten we denk ik ook wel met elkaar een verder instrumentarium ontwikkelen om dat ook echt mogelijk te maken. Soms kan dat wat makkelijker op gemeentegrond, dan kan je ook wel naar 50/50/0 soms misschien. Maar ik denk 50/40/10 is echt wel een stap te ver, maar dat betoog hebben we volgens mij ook een beetje bij de Dreef gehad. Dat dat toch wel heel erg uitdagend werd om te realiseren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roduner. Zijn er naar aanleiding van de eerste termijn en de uitgebreide interrupties, ik zie een tweede termijn aankomen. Valt mee, maar toch maar even eerst een inventarisatie. Mijnheer Van Leeuwen, mijnheer Heinis, mijnheer Bruch, mevrouw Oudshoorn, dat is toch een minimale tweede termijn.

Mijnheer Heinis, laten we bij u beginnen.

32

De heer Heinis: Nog een heel korte vraag, die koop, die voorkeur voor koop en hoe zorg je ervoor dat dat blijvend middelduur? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Ja, dank u wel. Ik was danig in verwarring vanochtend. Die verwarring is nog niet helemaal weg maar de wethouder benadrukt dat aan de westkant van het Spaarne nu ook middelduur geprogrammeerd staat, bijvoorbeeld in de Orionzone. Daar zijn we natuurlijk ook heel blij mee. We zijn ook heel blij dat bevestigd is, eerder al in de technische vragen, dat we dat niet alsnog uit gaan halen. Dat is het goede nieuws. Maar wij vinden het toch echt wel heel belangrijk inderdaad dat in onze spelregels voor de komende jaren ook echt duidelijk terug te zien is dat we niet 50 procent sociaal en 50 procent vogelvrij bouwen. Dus wat mij betreft zien we het voorstel van de wethouder op dat punt met veel nieuwsgierigheid tegemoet en dan gaan we ons op basis daarvan verder beraden. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oudshoorn. De heer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ja, daarop aansluitend kunnen wij dat voorstel binnen bijvoorbeeld een week verwachten of zo? Zodat we ruim voor de raad nog de tijd hebben om eventueel toch een amendement te schrijven. De voorzitter: Dat lijkt mij een logisch verzoek, dat voor de raad komt inderdaad, enigszins voor de raad, ja. Zeven uur voor de raad, dat is prima.

Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Ja, ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Oudshoorn wat dat betreft. Wat betreft die grondprijzen, wethouder ik weet dat u dat een keer per jaar doet. Kunt u ons daar tijdig van informeren, want anders heb ik geen tijd meer om een motie vreemd desnoods in te dienen later. Dus ik wil eigenlijk al in november, bent u al onderweg om die brief af te ronden. De voorzitter: Ik hoor enkele termijnen gevraagd, 17 november is de raadsvergadering, wellicht kunt u daar daarop reflecteren. Wethouder Roduner: Ja, het moet wel lukken volgens mij om die spelregels snel aan te passen, dus even de vraag hoe dat stuk precies bij u komt, want dan passen we gewoon het stuk helemaal aan denk ik op dat punt. Dat u het definitieve stuk heeft. Dat gaan we volgende week gewoon doen en dan komt het wel bij u. Ik zal u actief informeren over de grondprijzenbrief, als die beschikbaar is. Ik zal zorgen dat die actief hierheen wordt gestuurd, laat ik het zo zeggen. En koop, ja dat is volgens mij een beetje de zoektocht die wij nog wel hebben. Hoe kom je tot concepten betaalbare koopwoningen die ook langdurig betaalbaar koop blijven en niet de eerste keer goedkoop en daarna, zonder dat je met een eindeloos instrumentarium van privaatrechtelijke anti-speculatiebedingen moet gaan zitten.

Je zoekt gewoon ook naar een bestuursrechtelijk instrumentarium om dat betaalbare koop ook koop te houden. Daar zijn wel landelijke ontwikkelingen voor en we zeggen dat we daar ook nog bij u op terug komen en dan nemen we het voorstel van D66, daarin proberen we ook mee te nemen om te kijken of dat ook een bijdrage kan leveren aan die opgave aan die doelgroep. De voorzitter: Helder. Mijnheer Kuin toch nog, SP. De heer Kuin: Ja, nog even over spelregel 13, 14. Volgens mij bedoelen wij en streven wij hetzelfde na, denk ik. Alleen vinden wij spelregel 14 dan te zwak geformuleerd. Ook gezien het duidelijke antwoord op de technische vraag waarin jullie zeggen, als het gaat om de volgorde dan is het antwoord, hij maakt dan de voor

33

hem - hij is de projectontwikkelaar- vaak markt- en rendementtechnische meest optimale keuze. Dan denken wij dat we weten hoe het loopt. Dus we zouden graag spelregel 14 toch wat scherper willen zien. En anders overwegen we een amendement. Wethouder Roduner: Op dit moment, want daar werd ook naar gevraagd, is het hartstikke fijn vanuit een ontwikkelaar om gewoon een blokje corporatiewoningen in één klap gegarandeerd af te kunnen leveren. Dus het is niet zo dat dat sturen op wat het meest realistisch haalbaar is, dat dat per se koopwoningen zijn. Want als je gewoon afneemgarantie hebt van een corporatie kan het hartstikke vlot gaan. Volgens mij is 14, laat dat zien dat wij als gemeente willen dat het parallel, gelijktijdig en dat niet het allemaal, dat het niet, sociale huur, dat het niet het sluitstuk is. Volgens mij heette die motie ook zo, dat weet ik niet helemaal zeker. Dus volgens mij laat die dat zien, volgens mij hoeven wij die niet nog verder aan te scherpen. Maar als u dat wilt, staat u daar vrij in een amendement in te dienen. De voorzitter: Helder. Dan hebben we eerste en tweede termijn gehad met reacties van de wethouder, veel interrupties, veel besproken, inspreker duidelijk gehoord. Dan, het wordt in ieder geval een bespreekpunt, want ik hoorde amendementen en eventuele moties voorbijkomen. 9.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12015234/2