Transcript commissie Bestuur d d 5 februari 2026
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 5 februari 2026 1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goedemiddag alle aanwezigen hier in deze zaal. Van harte welkom bij de vergadering van de Commissie Bestuur van 5 februari 2026. En ook welkom aan de burgemeester, als portefeuillehouder van de eerste agendapunten. En ook welkom aan de mensen die thuis meekijken via de livestream. We hebben bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Van Zetten van Hart voor Haarlem, mevrouw Jacobsz OPH, mevrouw Çimen van D66 en de heer Kuin van de SP. Zijn er nog andere afwezigen? Nee. Willen de afwezigen zich melden? Nee, hoor.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we verder naar het vaststellen van de agenda. Kan de agenda worden vastgesteld zoals die nu voorligt? Ja.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan zijn we bij punt 3. Dat zijn de mededelingen van commissieleden en portefeuillehouders. Zijn er commissieleden met een mededeling? Geen mededeling. De portefeuillehouder heeft wel een mededeling. Ik geef het woord aan de burgemeester. Ga uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u wel. Dat gaat over het vervolg op een door de raad aangenomen motie over evenementensubsidies. Daar heeft de raad aangegeven dat zij wenst dat er extra subsidiegeld beschikbaar gesteld wordt. Alleen dat moet dan ook nog geformaliseerd worden door een besluit van de raad zelf. Want de raad gaat over het geld en wij kunnen als college wel de regeling aanpassen. Dat hebben we ook gedaan, maar het geld moet van de raad komen. En in overleg met het presidium is er afgesproken dat dat op 19 februari, dus de aanstaande raadsvergadering, krijgt u het voorstel. Zonder dat het eerst in de commissie is geweest, omdat dat niet op tijd lukte. Maar er zit wel grote haast achter, omdat die evenementen die willen ermee aan de slag en die willen wel graag de definitieve toezegging krijgen. Dan kan ook het geld overgemaakt worden. Omdat het uw eigen wens is, dacht het presidium: dat zal niet echt een groot probleem zijn voor de raad. Het is de uitvoering van een door u al aangenomen motie.
4.
Agenda komende vergadering(en), bestuurlijke agenda en overzicht moties en toezeggingen De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar agendapunt 4 en dat is de agenda van de komende commissievergaderingen, de bestuurlijke agenda, het overzicht van moties en toezeggingen. Er is een agenderingsverzoek binnengekomen van de fractie van Forum voor Democratie. En dat is naar aanleiding van artikel 32-vragen inzake de tijdelijke opvang van asielzoekers in de Stayokay in Haarlem. Wilt u daar nog een toelichting op geven, op dit agenderingsverzoek, mijnheer Alberts? Ga uw gang. De heer Alberts: Voorzitter en leden van de commissie. Forum voor Democratie Haarlem heeft kennisgenomen van de beantwoording van de artikel 32-vragen. Dit heeft alleen maar meer vragen opgeroepen. Onder andere over het verschil in de gestelde participatie, zoals de acht weken van geen bezwaar enerzijds en de reactie van de wijkraad, zoals het Haarlems Dagblad stel meldde, anderzijds. Wij
1
willen hierover in gesprek met de portefeuillehouder en met de commissie nadenken over hoe we dergelijke situaties in de toekomst mogelijk kunnen verbeteren. De voorzitter: Dank u wel. Dan vraag ik even aan de commissie of u dit agenderingsverzoek wilt steunen? Graag handen om het te steunen. Er is geen meerderheid, dus dan gaan we het helaas niet agenderen voor een volgende vergadering. Zijn er verder nog opmerkingen over de bestuurlijke agenda en het overzicht van de moties en toezeggingen? Nee. Dan gaan we even door naar de verwachte nota's voor de komende vergadering. We hebben in maart nog een vergadering van de Commissie Bestuur. En dan komt er ter bespreking de eerste wijziging belastingverordeningen 2026 en de halfjaarlijkse collegereactie Duisenberg van maart 2026. Op 12 februari volgende week is er geen vergadering van de Commissie Bestuur. Op 19 maart hebben we geen raad. Dan is het reces. De eerstvolgende is 5 maart. 5.
Transcript commissie d.d. 22 januari De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 5, transcript commissie van 22 januari. Heeft u opmerkingen bij het bijgevoegde transcript? Nee.
6.
Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden De voorzitter: Dan zijn we bij agendapunt 6. En dat zijn de mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden. Is er vanuit commissie of vanuit de portefeuillehouder nog een mededeling hierover? Nee.
7.
Besluit op het bezwaar van de heer K.S. en de heer P.V. tegen het gedeeltelijk opheffen van geheimhouding op grond van de Gemeentewet De voorzitter: Dan komen we bij 7. En dat is een agendapunt ter advisering. Het gaat over het besluit op bezwaar van de heer K.S. en de heer P.V. tegen het gedeeltelijk opheffen van geheimhouding op grond van de Gemeentewet. De portefeuillehouder is burgemeester Wienen. En er zijn geen insprekers op dit punt. Nog even waar het precies over gaat. De raad wordt gevraagd te besluiten het bezwaar van de heer K.S. en de heer P.V. tegen het besluit van 4 november 2019 niet ontvankelijk te verklaren. Dit betekent dat het bezwaar niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Het bezwaar gaat over het besluit om de geheimhouding van een integriteitsrapport deels op te heffen. Dan gaan we nu over tot behandeling. Is er iemand die in eerste termijn het woord wil? De heer Slik van de ChristenUnie. Ga uw gang. De heer Slik: Dank u, voorzitter. De ChristenUnie lijkt het vrij overzichtelijk. Inhoudelijk hoeven we er niets over te zeggen. En we zijn het ermee eens dat als het niet ontvankelijk is, dat we er nu verder niets mee hoeven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Trompetter van de Actiepartij. De heer Trompetter: Dank u, voorzitter. Voor onze fractie is het verhaal ook duidelijk.
Wij zien geen enkele reden om af te wijken van het voorgestelde niet ontvankelijk verklaring. Dank u wel. De voorzitter: Nog anderen die hierop willen reageren? Nee. Sorry, de heer Aynan van Jouw Haarlem. De heer Aynan: Voorzitter, toch even een andere lezing. Wij zijn van Jouw Haarlem voor een dienstbare overheid. En hier gaat het alleen maar om een overschrijding van de termijn, omdat de mensen niet wisten
2
dat ze daartegen in bezwaar konden. En volgens mij moet je dan toch echt even wat ruimer kijken dan de regels voorschrijven. Er is een regel en er is een geest. Wat ons betreft is het … Valt het Stuivertje juist de andere kant op. De voorzitter: Mevrouw Klazinga, termijn of interruptie op mijnheer? Een interruptie op mijnheer Aynan. Ga uw gang. Mevrouw Klazinga: Voorzitter, ik vraag me af mijnheer Aynan zich realiseert dat als hij het bezwaar Adviescommissie, rapport advies leest, dat daar juist in staat dat er in dat soort gevallen mogelijkheden zijn en verschoningen zijn en ruimte is. Dus niet zo strikt aan gehouden worden. Die geest die is juist verwerkt. Alleen hebben we het hier over een besluit van zes jaar geleden, waarvan een aantal jaar geleden voor deze bezwaarmakers al duidelijk was dat ze toch bezwaar hadden kunnen maken. Om dan nu bezwaar te gaan maken, dat is toch echt te laat, wat ons betreft. Realiseert mijnheer Aynan zich dat? De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Ja, wel degelijk. En misschien hebben wij verschillende geesten. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in eerste termijn? Nee. Wil de portefeuillehouder nog reageren? De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Heel kort, want ik denk, mevrouw Klazinga heeft precies aangegeven hoe dat in formele zin zit. Daarom ligt ook het advies zoals het er ligt.
En los daarvan, dat gaat dan ook nog over de geest ervan. Dit is een zaak, dat blijkt ook uit alle stukken die erbij zitten, waar al zo vaak over gesproken is, waar rechtszaken over gevoerd zijn, waar de rechter zich over uitgesproken heeft. En ik denk eerlijk gezegd, om langs weer een iets andere weg weer diezelfde zaak aan de orde te stellen, dat dat langzamerhand ook een herhaling van zetten wordt, waar we volgens mij helemaal niet naartoe moeten. De voorzitter: Dank u wel. Nog behoefte aan een tweede termijn? Nee. Dan moeten we alleen nog even bepalen hoe we dit stuk naar de raad van 19 februari gaan brengen. Hamerstuk, lijkt mij ook goed. Dan besluiten we hier dat dit als hamerstuk naar de raad gaat. 8.1 Vaststellen Verordening Uitvoering en Handhaving (Omgevingsrecht) gemeente Haarlem De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij agendapunt 8. En dat is 8.1, het vaststellen van de Verordening uitvoering en handhaving gemeente Haarlem. Er zijn geen insprekers op dit onderwerp. En de raad wordt gevraagd de Verordening Uitvoering en Handhaving, het Omgevingsrecht gemeente Haarlem vast te stellen. Wie wil hierover in eerste termijn het woord? Mevrouw Klazinga, ga uw gang. Mevrouw Klazinga: Bent u voornemens om 8.1 en 8.2 tegelijk te behandelen of afzonderlijk van elkaar? De voorzitter: Daar hebben we naar gekeken. We willen het even apart doen.
Wie kan ik in de eerste termijn het woord geven? De heer Trompetter, Actiepartij. Ga uw gang. De heer Trompetter: Dank, voorzitter. Op het gevaar af dat ik toch zaken tussen 8.1 en 8.2 door elkaar ga halen, het volgende. Het is goed dat de gemeente duidelijke kaders stelt als het gaat om handhaving vanuit de Omgevingswet. Daarbij is het belangrijk dat er goed toezicht is op de bebouwde omgeving en de veiligheid. Neem bijvoorbeeld de brandveiligheid van de portiekflats, waar we ooit aandacht voor gevraagd hebben.
3
Maar ook de controle op nieuwbouw en de daadwerkelijke kosten die als basis dienen voor het heffen van bouwleges. En dan is de enige vraag of er voldoende capaciteit is om toezicht te houden en handhavend op te treden of te corrigeren als dat uit de het Omgevingsrecht gewenst of vereist is? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Alberts, Forum voor Democratie. Ga uw gang. De heer Alberts: Voorzitter, dank. Het lijkt een technische wijziging die noodzakelijk is vanuit de Omgevingswet, waarbij Omgevingswet en Omgevingsrecht door elkaar wordt gehaald. Omgevingsrecht bestaat al langer en de Omgevingswet is een nieuwe wet, die het Omgevingsrecht op een andere manier gaat borgen. Ik wil dit nog terug kunnen nemen naar onze fractie, want wij zien hier toch, de noodzaak hiervan die is iets minder duidelijk. En wij overwegen om die eventueel voor het gebrek aan noodzaak, die aan onze fractie gezien wordt, dit in ieder geval als hamerstuk met stemverklaring naar de raad te brengen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in eerste termijn? Mevrouw Oppenhuis, CDA. Ga uw gang. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel, voorzitter. Wij zien het wel als een technische wijziging. Wel hadden wij de vorige keer best wel wat aan te merken op de bouwleges. Wat dat betreft kunnen we aansluiten bij de Actiepartij. De voorzitter: Dank u wel.
Nog anderen? Dan kijk ik even naar de portefeuillehouder. Wilt u reageren op wat er in eerste termijn gezegd is? Burgemeester Wienen: Portefeuillehouders. Maar feitelijk weerspreek ik dat dit niet nodig zou zijn. Wij moeten een verordening hebben die conform de wet- en regelgeving is. En onze oude verordening zijn de wijzigingen niet goed in meegenomen, dus dan moet je dat aanpassen. En dat doen we ook. Ik denk dat degenen die zeggen van dit is feitelijk een actualisering van en bij de tijd brengen van een verordening die we al hadden, dat dat klopt. De vraag van de Actiepartij van is er voldoende capaciteit? Dat was toch de Actiepartij, geloof ik? Ja. Is er voldoende capaciteit? Wij hebben fors geïnvesteerd, want er was absoluut een tekort aan capaciteit. Ligt ook heel ingewikkeld, moet ik zeggen, om mensen te krijgen. Maar we hebben daar erg ons best voor gedaan, dus er is uitbreiding. Ik durf daarmee niet te garanderen dat wij alles wat we zouden willen doen ook helemaal naar wens kunnen doen. Maar in ieder geval is daarmee een forse verbeterslag mogelijk ten opzichte van de situatie in het verleden. Als u zegt: is er voldoende capaciteit? Ik zou zeggen: dat dat zal nog moeten blijken, maar we hebben in ieder geval fors geïnvesteerd daarin. U heeft er goed in geïnvesteerd. De voorzitter: Dank u wel, voor de beantwoording.
U had nog een vervolgvraag? Ga uw gang, de heer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Kort. Ik bedoel daar ook mee op de bouwleges, de controle op wat op te geven bouwsom is en wat de daadwerkelijke bouwsom is of dat ook plaatsvindt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen die vragen hebben? Nee. Dan geef ik nog even het woord aan de heer Wienen. Burgemeester Wienen: Dat is een van de dingen die er dan bij horen, maar niet elk project wordt apart gecontroleerd. Dat gebeurt steekproefsgewijs en vooral bij grotere projecten. En u heeft gelijk als je verkeerde
4
informatie opgeeft, dat is niet de bedoeling. Overigens is het vaak zo dat als dat zo is, dat ook bij een controle op de bouwplaats al blijkt van wacht even, hier klopt iets niet. Dan wordt er wel degelijk op doorgezet. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het hiermee voldoende besproken. En ik heb gehoord hamerstuk met stemverklaring. Zo zullen we het dan ook naar de raad brengen. 8.2 Vaststellen Evaluatie en Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2025/ 2026 De voorzitter: En dan komen we nu bij agendapunt 8.2. En daarvoor is ook aangeschoven, naast portefeuillehouder de burgemeester, de heer Wienen, de heer Roduner. En dat gaat over het vaststellen Evaluatie en Uitvoeringsprogramma vergunningen, toezicht en handhaving 2025/ 2026. Er zijn geen insprekers op dit onderwerp. En waar gaat het over? Het college stuurt dit besluit ter bespreking naar de Commissie Bestuur. Het college vraagt de Commissie Bestuur of de commissie nog bepaalde aandachtspunten wil meegeven ten aanzien van het evaluatie- en uitvoeringsprogramma. Wie mag ik in eerste termijn het woord geven? De heer Wiedemeijer, PvdA. Ga uw gang. De heer Wiedemeijer: Dank u wel, voorzitter. Vorig jaar hebben we volgens mij best wel een pittig gesprek gehad en we zien dit jaar dat een aantal zaken ook zijn nader ingevuld. Dat is mooi. Vorig jaar hebben we het ook gehad over leegstand.
En we zien nu ook dat er een aantal aanvullende actiepunten zijn uitgezet. Bijvoorbeeld vorig jaar zagen we dat er langdurige leegstand was bij woningcorporaties en nu zie je ook dat daar een actie aan is verbonden. Ik heb alleen daarover nog specifieke vragen in het college. In het najaar heb ik gevraagd wat het college zou doen indien er landelijk een leegstandsheffing mogelijk gemaakt zou worden. Toen was het antwoord dat we nog de stemming van de Eerste Kamer zouden afwachten. Dat is daar gebeurd en het Belastingplan is daar ook aangenomen. Dat betekent dat de gemeente nu wettig de instrumenten heeft om een leegstandsheffing in te voeren. En ik ben benieuwd wat de status van die toezegging om dat op een later moment hier ook in te kunnen implementeren. Want daarmee zouden we leegstand veel effectiever kunnen handhaven. Graag daar een antwoord op. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: Dank u wel, voorzitter. Dank aan het college voor het uitgebreide Evaluatie en Uitvoeringsplan. Positief is dat de evaluatie 2025 in het plan en 2026 zijn gebundeld en dat er open wordt gerapporteerd over knelpunten zoals werkdruk en achterstanden. Tegelijkertijd heeft de VVD toch een aantal zorgen. De raad heeft, de burgemeester zei het net al, ingestemd met een forse formatie-uitbreiding van 32 fte.
Dan is de vraag gerechtvaardigd: wanneer inwoners en ondernemers dit ook concreet gaan merken? In het stuk lezen we nog steeds veel over lange doorlooptijden en onduidelijkheid. Het programma is bovendien sterk beschrijvend. Er komen veel processen en aantallen voor het voetlicht, maar weinig concrete resultaten. De VVD mist duidelijke, meetbare doelen. Worden aanvragen binnen de geldende termijnen afgehandeld? En tenslotte, voor ondernemers is voorspelbaarheid cruciaal. We zien meer ingetrokken aanvragen, mede door hoge leges en complexiteit van de Omgevingswet. Het ingevoerde vooroverleg is een stap in de goede richting. Maar we vragen de wethouder of althans de wethouder dan wel de burgemeester, in ieder geval de portefeuillehouder, om dat instrument ook te behouden. Samenvattend, vraagt de VVD om in 2026 scherper te sturen op resultaat, voorspelbaarheid en zichtbare verbetering voor de stad. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Dank, voorzitter. Mijn fractie kan zich bij de bijdrage van de PvdA aansluiten. Dank u.
5
De voorzitter: Dank u wel. De heer Slik van de ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Bij paragraaf 3.6 bij de opgave project woonwagenlocaties. Ik ben blij dat er een paar signalen zijn dat het vooruitgaat. Maar ik had toch een beetje een déjà vu van toen ik hier ooit begon als commissielid, toen gebeurde er wat er gebeurde wat. En toen ben ik er een tijdje tussenuit geweest en ik heb niet het idee dat er veel vooruitgang is geboekt, maar dat wil ik graag nog verifiëren in de archieven van de tijd dat ik er even niet bij was. Maar ik hoop dat dit hoopvol is, want er ligt nog steeds een grote achterstand voor woonwagenbewoners. Ze hebben het recht om deze woonvorm te bewonen. Dank u wel. De voorzitter: Nog anderen in eerste termijn? Nee, dan kijk ik even naar wie gaat dit beantwoorden? Wethouder Roduner, ga uw gang. Wethouder Roduner: Misschien om met het laatste te beginnen. Woonwagens is een complex dossier. Daar ga je een stapje vooruit en weer een stapje achteruit. Ik denk dat wat goed is dat er in ieder geval vooruitgang ook wordt geboekt op het normaliseren van de openbare ruimte. Daar zijn stappen gezet. Het gaat ook over het toevoegen van plekken. Ik heb volgende week dinsdag, woensdag geloof ik, een bewonersbijeenkomst over de uitbreiding bij de Swammerdamstraat. Daar loopt ook een project. Ik doe dat samen met de burgemeester.
Ik denk wel dat wij ook soms wel denken: wat zou er nou nog meer nodig kunnen zijn om toch nog sneller stappen te zetten naar het einddoel van enerzijds meer plekken en anderzijds ook betere omstandigheden op verschillende locaties? Die zijn niet altijd op orde. Daar gaan we ook wat voor op papier zetten en in het college behandelen en u daarover te informeren. Dat komt eraan. VVD die vraagt aandacht denk ik voor goede dienstverlening, verbetering van de dienstverlening. Ik denk dat we dat helemaal kunnen onderstrepen. Dat is ook de reden uiteindelijk om wel naar die uitbreiding te gaan. We hebben ook een periode gehad dat er heel veel vergunningen niet beoordeeld konden worden. Die werden dan van rechtswege verleend. U kunt zeggen: dat is goed voor degene die het heeft aangevraagd, maar dat leidt dan ook weer tot discussie met mensen, omwonenden die het daar niet mee zijn. Dat we dat proces nu beter hebben getrokken, dat we daardoor sneller tot vergunningverlening overgaan. Van rechtswege is overigens afgeschaft. Dat stukje heb je niet meer, maar in ieder geval wel beter in staat om die vergunningen te beoordelen. Je ziet denk ik, want u refereert ook nog aan het intrekken van vergunningen.
Ik denk ook wel, hoe moet ik dat nu aardig zeggen? Dat is ook misschien wel een positief signaal, want dan krijgen ondernemers al vrij snel het signaal van onze afdeling: we denken niet dat uw aanvraag kansrijk is. En door hem voortijdig in te trekken, die kans in ieder geval te bieden, voorkom je dat ze de helft van de leges kwijt zijn voor een geweigerde omgevingsvergunning. Dat is ook een beetje wat we zien. Dat proberen we uiteindelijk op te lossen met het vooroverleg, waar we ook mee starten en mee doorgaan. Is dat we meer duidelijkheid willen bieden over let op, als je een aanvraag wilt doen, dan moet dit en dit en dit echt wel op orde zijn. En dan is hij ook kansrijker om vergund te worden dan anders. Maar we hebben toch in het verleden ook wel veel willekeurige aanvragen die kwalitatief bijvoorbeeld niet goed onderbouwd waren, bijvoorbeeld op parkeren. Dan constateren we dat en dan is dat het proces wat je dan hebt met een initiatiefnemer, die zegt: dan trek ik hem terug. Voorkom ik in ieder geval hoge legeskosten. PvdA vraagt terecht info over de leegstandsheffing. En ik moet zeggen dat ik die nu niet heb. Ik weet niet, dat zal denk ik ook nog wel een combinatie zijn met samenwerking met Cocensus. Laat ik het toezeggen dat ik dat naga en daarop terugkom. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn er in tweede termijn nog vragen? Nee. Dan is dit zo voldoende besproken.
Dit stuk gaat niet door naar de raad. Sorry? We hebben wel een toezegging gehoord, dat u op de vraag van de PvdA over die landelijke leegstandsheffing, dat u daar nog op terug zult komen. En dan kunnen we hierbij dit agendapunt afsluiten. En nu hadden wij bedacht dat wij om 18.00 uur de dinerpauze zouden hebben. Maar we
6
kunnen nu gaan. We kunnen ook eventjes Concensus al doen, want daar is de portefeuillehouder toch al bij aanwezig. 9.
Zienswijze raad wijziging gemeenschappelijke Regeling Cocensus 2027/ Collegebesluit en Ontwerpraadsbesluit Kadernota 2027-2031 Cocensus voor zienswijze raad De voorzitter: Dan gaan we nu gelijk door naar agendapunt 9. Dank u, portefeuillehouder, voor de aandacht en de aanwezigheid. Zoals u kunt zien, bestaat agendapunt 9 ook uit twee punten, 9.1 dat is de zienswijze van de raad en 9.2 is het collegebesluit en wordt ook een zienswijze gevraagd. En die willen we wel even samen behandelen. De vraag was net bij 8, dat was iets wat doorging naar de raad en het andere was ter bespreking. Maar dit is allebei ter advisering. Deze kunt u in uw eerste termijn allebei meenemen, de behandeling van 9.1 en 9.2. Maar eerst ga ik even vertellen waar het over gaat. Het gaat over de zienswijze raad wijziging Gemeenschappelijke Regeling Concensus 2027. Daar is de portefeuillehouder wethouder Roduner voor. Geen insprekers. We gaan … De gemeente Haarlem werkt met veertien andere gemeenten binnen de Gemeenschappelijke Regeling Cocensus samen aan het innen van gemeentelijke belastingen en heffingen. De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd als gevolg van de beoogde toetreding van gemeente Zandvoort, wijziging in de bedrijfsstructuur van het Noord-Hollands Archief, verandering in bevoegdheden en onjuiste verwijzingen.
Middels voorliggend besluit wordt gevraagd het college toestemming te geven in te stemmen met de gemeenschappelijke regeling 2027. Bij agendapunt 9.2 daar gaat het over het collegebesluit en ontwerp-raadsbesluit Kadernota 2027-2031. En de gemeenteraden worden zo in de gelegenheid gesteld hun zienswijze uiterlijk 1 maart in te dienen. De Kadernota 2027-2031 zal vervolgens in de vergadering van het algemeen bestuur Cocensus van 11 maart 2026 vastgesteld worden. Dan gaan we nu over tot behandeling. En wie mag ik als eerste het woord geven? De heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Dank, voorzitter. Het gaat om de toevoeging van twee gemeentes aan de Cocensusregeling. Wij kunnen zowel instemmen met het voorgenomen raadsbesluit, om dat goed keuren. En ook de zienswijze Kadernota 2027-2031. En als voorstel als hamerstuk naar de raad door te geleiden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Aynan van Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Het is best wel raar dat Zandvoort nu pas toetreedt, terwijl we al jarenlang een ambtelijke fusie hebben. Dus het lijkt mij vanzelfsprekend. Voorzitter, toch even iets anders over de Kadernota en dan onze zienswijze. Er is overal personeelstekort en de werkdruk is hoog. Volgens mij herkent iedereen dat. Maar er moeten ook overal besluiten genomen worden.
Dus we snappen dat Cocensus zegt van en dan komt hij, AI kan helpen om sneller te werken, consistenter te waarderen en de werkdruk te verlagen. Dat klinkt logisch en zelfs verstandig, maar voorzitter, daar begint voor ons het ongemak. Ik heb het even precies gelezen. Want AI is geen computerprogramma zoals Word of andere dingen. AI is zelflerend, het leert op basis van data, voorbeelden en patronen. En precies dat kennen we al een beetje. Daar hebben we een pijnlijke ervaring mee, met pijnlijke gevolgen. En daar kom ik zo op terug en ik wil u in ieder geval even meenemen naar een citaat uit het rapport, want daar gaat het over, van de Toeslagenaffaire. En dan citeer ik. Het systeem selecteert aanvragen, waarvan op basis van een risicoclassificatie model wordt vermoed dat er iets niet klopt. Het risicoclassificatie model is een zelflerend, daar heb je het al, model dat leert op basis van voorbeelden van juiste en onjuiste aanvragen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van enkele tientallen indicatoren. Einde citaat. En dan staat er iets verder: door het systeem geselecteerde aanvragen worden handmatig extra gecontroleerd, waarbij aanvragers om extra bewijsstukken kan worden gevraagd. En ook daar zien we raakvlakken met de Kadernota van Cocensus. Want ook daar is menselijke controle en dan citeer ik ook uit de Kadernota van Cocensus.
Daarin staat: de toepassingen worden ontwikkeld met inbreng van
7
menselijke expertise en de uitkomst worden door vakspecialisten gecontroleerd en gefiatteerd. Maar dat lijkt angstvallig veel op elkaar. Die systemen laten we zeggen van de Belastingdienst en van Cocensus, overigens beide gaan ze over belastingen. En we weten hoe het afgelopen is. En voorzitter, begrijp me niet verkeerd. Niet omdat mensen slecht waren toen of de bedoeling verkeerd was, maar omdat we te veel vertrouwen hadden in het systeem. En daar gaat het ons om. Als we AI gebruiken om patronen en afwijkingen te signaleren, want dat staat erin, dan gaan we mensen indelen. En als we mensen indelen, dan gaan sommige mensen vaker gecontroleerd worden en anderen niet of minder. En als dat fout gaat, dan raakt dat niet het systeem, maar echte mensen. En we zeggen niet: doe niets met AI, maar wees wel echt extreem voorzichtig. Gebruik AI hooguit ondersteunend en niet beslissend. Zorg dat mensen altijd echt opnieuw kijken, want zo staat het niet in de Kadernota. Efficiëntie is belangrijk, dat weten we heus wel, maar rechtvaardigheid vinden wij belangrijker. Daarom een vraag aan de wethouder.
Welke controle, concrete waarborgen gaat u inbouwen om te voorkomen bij Cocensus dat we met AI voorkomen dat mensen opnieuw onterecht als risico bestempeld worden? En hoe garandeert u dat menselijke controle meer is dan een vinkje onder een advies van AI? Want zo staat het wel een beetje in de Kadernota. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Aynan, u heeft nog een interruptie van de heer Trompetter van de Actiepartij. De heer Aynan: Dank, voorzitter. Mijnheer Aynan noemt de Toeslagenaffaire in één adem ook met de risico's van belastinginning. Is mijnheer Aynan het met de Actiepartij eens dat het toch wel twee grote verschillende dingen zijn en dat er ook geen sprake van terugvordering is, dat dit vooral gaat over de waardering van de gebouwen en het efficiënter werken? Kan mijnheer daarop reageren? De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Daar kan ik zeker op reageren. Een systeem is een systeem. En hier staat letterlijk, ik citeer dan. Sneller en consistenter waarderen. En je kunt altijd in bezwaar, want daar zit namelijk de pijn. Er staat letterlijk een efficiënte en betrouwbare dienstverlening en dan ook om de reactie op een bezwaar, om dat door AI te laten opstellen. Dat vinden wij risicovol. Volgens mij, ik heb zelf in de Bezwaarschriftencommissie van de gemeente gezeten. De voorzitter: Mijnheer Aynan, denkt u om uw tijd? Die tikt.
De heer Aynan: Ja, dit is het laatste onderwerp. Het is mensenwerk. En ik hoop dat de Actiepartij het mij met mij eens is, dat we dit niet kunnen uitbesteden aan een computersysteem. De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Wat mijn fractie vindt, is dat het twee grootheden zijn die niet te vergelijken zijn. Toeslagen en terugvordering daarvan. Hier gaat het om het vaststellen van een WOZ-waarde van een woning. Dat is toch net even een ander verhaal. Dank u wel. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: We mogen van mening verschillen, geloof ik. De voorzitter: Nog anderen in eerste termijn? De heer Slik, ChristenUnie.
8
De heer Slik: Dank u, voorzitter. Wat ons betreft, is het vrij overzichtelijk. Zandvoort wil toetreden. Dat wordt goed geregeld. Dan zeggen wij welkom. Het Noord-Hollands Archief wil bevoegdheden verschuiven naar de archivaris, in plaats van de directeur, prima. En een paar bevoegdheden vervallen. Het wordt allemaal goed onderbouwd. Dus de ChristenUnie is akkoord. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben verder ook geen opmerkingen over de statutenwijziging. Toetreding van Zandvoort lijkt ons ook een goed besluit. Met betrekking tot de Kadernota zien we een stijging van kosten van 4,8 procent, waarbij ruim 2 ton euro door Haarlem gedekt moet worden. Dat ziet vooral op personeelskosten, dus dat is begrijpelijk maar wat enigszins wringt, is dat in stukken staat dat Cocensus gemeenten kan helpen met het terugbrengen van uitvoeringskosten, maar zelf wel jaarlijks die kosten best wel fors verhoogt. Het lijkt een beetje vestzak-broekzak van we kunnen zelf kosten besparen, maar moeten dan meer gaan uitgeven aan Cocensus, omdat die kosten moeten maken om ons te ontzorgen. Hoe ziet de wethouder dat? De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, toch nog even een reactie op Jouw Haarlem. Ik heb met de aandacht geluisterd en er even over nagedacht.
Maar ik denk juist bijvoorbeeld als je kijkt naar de taken van Cocensus, wil juist dat beroep en bezwaar op de waardering van WOZ, dat dat niet onnodig veel voorkomt, omdat dat juist extra capaciteit vraagt. En daardoor juist nog meer kosten met zich meebrengt. Op het moment dat je dat soort data aan elkaar kan koppelen, het minder arbeidsintensief wordt, dan kan je kostenbesparing realiseren. En ik denk juist dat mensen altijd in beroep kunnen tegen taxatie die er ligt. Maar juist als je de data meer kloppend kunt maken, dan is dat juist voor burgers een betere dienstverlening. Ik zie dat risico niet zo en juist ook als we naar de anderen luisteren, denk ik dat we de kostenstijging die er is juist moeten zien te beperken. Is het juist logisch dat je kijkt naar hoe je bepaalde data gaat automatiseren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Drost, GroenLinks. De heer Drost: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft de zienswijze is GroenLinks ook verder akkoord. Welkom Zandvoort. Het is altijd goed als we dingen gezamenlijk oppikken, net zoals de Spreidingswet bijvoorbeeld. Dat is ook iets goeds als je dat gezamenlijk oppikt. Ook Zandvoort welkom in deze Gemeenschappelijke Regeling. Wat betreft de Kadernota, met interesse gelezen. Hartstikke goed. Ik was wel benieuwd.
Het lijkt alsof het thema duurzaamheid nog niet helemaal geland is bij Cocensus, in ieder geval niet in de Kadernota. Wellicht voor een volgende keer om daar eens op te reflecteren, maar voor de rest is het akkoord. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel. Dat was duidelijk. Dat was voornamelijk vanwege Zandvoort en alle wijzigingen waren heel duidelijk. Dus akkoord. De voorzitter: Dat geldt voor 9.1 en 9.2 ook akkoord? Ja, prima. Nog anderen die ik het woord mag geven in eerste termijn? Nee. Dan gaan we naar de beantwoording. Wethouder Roduner, ga uw gang. Wethouder Roduner: Welkom, Zandvoort. Fijn dat zij erbij komen. Ik denk dat dat goed is voor onze organisatie die dan niet meer te werken heeft met verschillende belastinginners, maar dat het bij organisaties
9
is geland. Concensus krijgt veel aanvragen van gemeenten die graag lid willen worden van Cocensus, omdat Cocensus echt bekend staat als een heel efficiënt functionerende organisatie. We zeggen tegen veel ook nee, maar omdat er al een ambtelijke samenwerking is met Haarlem zag ook Cocensus hier de meerwaarde van in. Dat is fijn. VVD maakt het bruggetje naar de kostenbesparing. We hebben afgelopen jaren, ook met het Ravijnjaar in zicht, gesprekken gehad binnen Cocensus over hoe efficiënt is Cocensus en zijn zij kostenefficiënt? En kan dat niet nog meer? Ik denk dat wij daar in ieder geval als bestuurders overtuigd van zijn geraakt dat Cocensus echt een hele efficiënte organisatie is. Heeft de afgelopen jaren ook veel gedaan om de kosten laag te houden. Heeft ook lage indexaties toegepast. Dat heeft ons heel erg geholpen denk ik om die kosten laag te houden. Maar heeft op een gegeven moment ook aangegeven na een analyse van als jullie nog minder kosten willen doen, dan moeten jullie uiteindelijk ook misschien wat meer … Of jullie moeten alles harmoniseren. Bij wijze breken alle grondslagen voor bijvoorbeeld de afval, de rioolheffing gelijkmaken. Er is discussie ook hier met in gemeenteraad.
Doe je dat op basis van de ozb? Doe je dat op basis van huishoudens? Doe je dat op basis van gedifferentieerde huishoudens? Doe je dat op basis van watergebruik? Dat zijn echt hele politieke keuzes, waarin elke gemeente zijn eigen beleidsvrijheid heeft. Als je bereid bent die beleidsvrijheid op te geven, dan kan dat uiteindelijk efficiënter zijn. Dat is deel een. En deel twee is dat ze gezegd hebben: als jullie een deel van onze basisadministratie zouden overhevelen naar Cocensus, die data, dan helpt dat ook. En dat is een goede verbinding met de ozb. Daarvan hebben wij zelf gezegd: dat is heel erg gekoppeld aan onze basisdienstverlening. Dat gaan wij niet doen. Maar dat is een van de suggesties die misschien voor kleinere gemeenten interessant is om een deel van die taken over te hevelen. Waardoor het uiteindelijk voor die kleine gemeenten goedkoper wordt en het stelsel voor iedereen wat beter wordt. Dat is ten aanzien van de kostenbesparing. Maar volgens mij ons beeld, Cocensus is heel efficiënt en vraagt nu voor het eerst echt vanwege … Na jarenlange uitbreiding extra geld. En ik denk dat dat terecht is. GroenLinks heeft nog een korte vraag over duurzaamheid. Het zit in ieder geval in een heel duurzaam gebouw en probeert zo veel mogelijk ook digitaal te werken. Dus minder met brieven, et cetera. Daar zijn al behoorlijke stappen gezet.
Qua organisatie zijn ze echt wel goed bezig. En dan het punt ten aanzien van AI. Nu twijfel ik een beetje, want ik denk dat dit een interessante discussie is en die discussie hebben wij ook gevoerd in het bestuur. En ik hoop dat ik het goed genoeg overbrengen en als dat niet is, dan kunnen we altijd ook Cocensus een keertje uitnodigen om te vertellen hoe ze daarmee omgaan. Ik denk dat dat voor de commissie ook interessant kan zijn om dat een keer vanuit hun mond te horen. Ik ga het toch proberen. Ik denk dat het wel een beetje is zoals de heer Trompetter zegt. Het is niet te vergelijken met de Toeslagenaffaire. De Toeslagenaffaire ging over het detecteren van fraude. En persoonlijk denk ik dat je echt heel terughoudend moet zijn om AI toe te passen om mensen op te sporen voor fraude. Waar Cocensus denkt dat AI toegevoegde waarde kan hebben, is in het taxatieproces met name. Er werken gecertificeerde taxateurs bij Concensus, die de WOZ-waarde van een woning moet bepalen op basis van foto's, kenmerken, ontwikkelingen in de markt. En daarin kan denk ik AI wel helpen om te zorgen dat dat consistenter wordt, dat beleid consistenter wordt, voorspelbaarder en uiteindelijk ook tot een betere taxatie kan leiden en ook tot het verminderen van werkdruk. Daar ziet Cocensus echt een toegevoegde waarde.
Als ik het goed heb, gebruiken ze daarbij ook het Haarlems vastgestelde beleid ten aanzien van AI. Haarlem heeft vrij gevorderd beleid als het gaat over AI en dat is voor Cocensus uiteindelijk een richtlijn om hoe zij met AI moeten omgaan. En dan ten aanzien van het bezwaarproces. De afgelopen jaren hebben we heel veel, denk ik ook door AI, automatisch gegenereerde bezwaren van bezwaarbureaus gehad. Die daar ook overigens goed aan verdienden. Dat stelsel is veranderd. Het is niet meer zo dat die bureautjes daaraan verdienen. Maar Cocensus heeft daar ook stappen gezet, om te zorgen dat het voor bezwaarmakers makkelijker wordt om aan te geven waarom zij denken dat de taxatie op de WOZ-waarde niet klopt. En dat kan bijvoorbeeld doordat je als bewoner door een menu wordt geleid en door foto's aan te klikken, kan aangeven wat de stand van onderhoud van jouw woning is. De woning is meer waard als jouw woning strak in de lak staat buiten, dan als het heel erg afgebladderd is. Daar kan je met foto’s
10
aangeven: ik denk dat mijn stand van mijn woning, u heeft dat heel hoog getaxeerd, maar het is slecht onderhouden. Dat gaat ook over het interieur. Cocensus kan niet binnenkijken. Ze moeten een inschatting maken op soms ook wel basis van Funda of verkoopwaarde van de binnenkant van de woning. Maar als jij juist een spiksplinternieuwe keuken hebt of een hele oude keuken, kan dat iets uitmaken voor de waarde van de woning. En daar kan je ook met foto's mensen helpen om uiteindelijk zelf aan te geven wat zij denken dat het onderhoudsniveau is van de woning. En dat kan dan leiden tot een bijstelling van de ozb. Het kan denk ik ook op die manier misschien zelfs ook wel bijdragen aan het indienen van een bezwaar of het mensen helpen bij het zorgen dat Cocensus een correctie doet op de WOZ-waarde. Zo worden die technieken ook ingezet. Wat mijn beeld is, is het heel bewust. Heel zorgvuldig ook. Uiteindelijk zit er ook altijd een taxateur tussen, die daar ook de eindbeoordeling over moet geven. Dat helpt heel erg. Dat is een beetje hoe ik het kan uitleggen en daar was ik in ieder geval, door een wat uitgebreider verhaal, over gerustgesteld. Als u zegt: ik vind het fijn om daar iets meer over te horen, dan vragen we Cocensus om hier een keer langs te komen om dat ook aan u toe te lichten. De voorzitter: Een vraag van de heer Aynan. U heeft nog kort tijd.
Tweede termijn? De heer Aynan: Ik vind het voorstel om de presentatie van Cocensus te laten houden, vind ik een heel goed. De voorzitter: En precies, is de commissie daar ook voor in om deze bijeenkomst te organiseren? Ja, prima. Na de beantwoording, is er nog behoefte aan een tweede termijn op dit onderwerp? Is de beantwoording voldoende geweest? Ja. We hebben het 9.1 en 9.2 samen besproken, maar we moeten wel op allebei even apart zeggen hoe het naar de raad gaat. Ik begrijp 9.1 dat het als hamerstuk naar de raad kan. En voor 9.2 geldt dat ook. Ik noem het maar even een toezegging om Cocensus uit te nodigen om hier een keer een toelichting te geven over het gebruik van AI. U had nog een opmerking erbij, mijnheer Aynan? De heer Aynan: Graag met stemverklaring. Ik wil er ook wel iets over zeggen, kort. De voorzitter: U wilt een hamerstuk met stemverklaring bij 9.2. Prima, dan hebben we dat genoteerd. En dan kunnen we hier het agendapunt bij afsluiten. Pauze De voorzitter: En dan is het nu wel tijd voor de dinerpauze. Ik stel voor dat we hier om 18.30 uur weer terug zijn voor het laatste agendapunt. Waarbij Wethouder De Raadt ook aanwezig is. En ik dank wethouder Roduner voor de beantwoording van de vragen. Dank u wel. Zou u de onderlinge gesprekken kunnen staken? 10.
Eindrapportage 213a onderzoek “Toekomstgericht onderzoek inhuur derden” De voorzitter: Dan kunnen wij weer verder gaan met de bespreking van het laatste agendapunt 10. En we zijn blij dat portefeuillehouder mevrouw De Raadt bereid was en in staat om eerder hier aanwezig te zijn voor de bespreking van de eindrapportage 213a onderzoek “Toekomstgericht onderzoek inhuur derden” In de programmabegroting 2025-2029 is opgenomen dat een van de twee onderzoeken ex artikel 213a Gemeentewet een toekomstgericht onderzoek inhuur derden betreft. Met bijgaand rapport is aan deze verplichting voldaan. Dit rapport ligt nu ter bespreking voor en er zijn geen insprekers op het onderwerp. Doel is het onderwerp te bespreken, maar het gaat verder niet naar de raad. En als opmerking vooraf wil ik nog meegeven dat de afkorting DBA die komt nogal vaak voor. Dat staat voor de wet Deregulering Beoordeling
11
Arbeidsrelaties. Dan is dat meteen ook eventjes van tevoren uitgelegd. Dan is nu de vraag: aan wie mag ik het woord geven in de eerste termijn? De heer Procee van de Fractie Procee. De heer Procee: Dank u wel, voorzitter. In het collegebesluit staat centraal de spanning tussen voldoen aan de wet DBA en slagvaardigheid van de organisatie. Alsof de wet optioneel is. En drie keer op één bladzijde heel trots dat nu aan de verplichting is voldaan om een onderzoek te doen. De oplossing van het college voor de spanning tussen wet en uitvoeringskracht is te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de organisatie centraal te ondersteunen bij het inhuren van medewerkers. Zonder enige verdere uitwerking. Maar als we het onderzoek lezen, zien we dat het veel ernstiger is. Ontluisterend zelfs. Bij de inhuur van externen opereren de managers eigenmachtig. Er zijn wel regels over inhuur, maar die zijn er vooral om standaard van af te wijken. Er is geen grip op de hoeveelheid mensen die wordt ingehuurd, geen grip op de tarieven. Sterker, er is niet eens zicht op. Geen zicht, geen grip, geen sturing. Dit college en deze organisatie zijn niet in control. Het rapport constateert letterlijk dat gemaakte keuzes niet worden nageleefd. En dat gaat veel verder dan de Wet DBA. Er is beleid, maar daar trekt niemand zich iets van aan. Een nieuwe inhuurdesk voor 4 fte is daar geen adequaat antwoord op.
De mogelijkheden van zo'n desk onderzoeken is erger dan niets doen. Deze situatie vraagt om echt leiderschap. Maar dan blijkt dat er twee visies op inhuren in de organisatie zijn. Lekker makkelijk inhuren, met alle risico's en kosten van dien. En een geordend proces, waar de prioriteiten en capaciteit van de organisatie als geheel centraal staan. Dit zou geen moeilijke keuze moeten zijn. Maar het college maakt geen keuze, blijkens zijn reactie op de aanbeveling om de geitensnelweg af te sluiten. En dat dus niet te doen. Waarom, vraag ik de wethouder, zou een inhuurdesk wel werken, maar de steun van HR en inkoop nu dat niet doet? En waarom, vraag ik ook de wethouder, zou deze vorm van centralisering wel werken waar een eerdere poging mislukt is? De kern van de zaak is dat de ambities van deze gemeente te groot zijn voor haar uitvoeringskracht. Dat wordt met ad-hoc inhuur gelijmd, maar dit is geen structureel houdbare situatie. Zoals Berenschot schrijft: de dagelijkse operatie wordt op gang gehouden met langdurige inzet van ingehuurde medewerkers. Er wordt meer van de organisatie gevraagd dan zij kan leveren. Daarom lopen blijkens pagina 16 ook mensen weg, die dan worden vervangen door inhuur. Dit rapport vraagt niet om een onderzoek, het vraagt om leiderschap, zodat ambities en capaciteit op elkaar worden afgestemd.
En Berenschot lijkt weinig vertrouwen te hebben in de gemeente. Pagina 22: wij adviseren Haarlem de keuze duidelijk vast te leggen en te handhaven in de uitvoering. Dit stellen wij zo, omdat uit de interviews blijkt dat in de gemeente Haarlem gemaakte keuzes niet altijd worden nageleefd of dat afspraken verschillend worden geïnterpreteerd. Vraag aan de wethouder. U bent hier politiek voor verantwoordelijk. Wat maakt u hiervan? Vanuit dit gebrek aan vertrouwen geeft Berenschot nog enkele basale, maar zeer belangrijke adviezen mee. Nummer 7 tot met 11.Ontwikkel een gezamenlijke visie, geef het goede voorbeeld, accepteer ongemak en gedoe. Dit zijn geen technische maatregelen. Dit gaat over de fundamenten van bestuur. De reactie van het college maakt duidelijk dat het deze adviezen niet serieus neemt. Het komt vast allemaal wel goed. Waarop baseert het college dit? Het moet hier niet gaan om onderzoek naar een inhuurdesk, maar om een grondige transformatie bij ambities en capaciteit met elkaar in overeenstemming worden gebracht. Wat heeft dit college nodig om te zien hoe serieus deze situatie is en daarop te acteren? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer … Ja, u. Ga uw gang. Van de Actiepartij, de heer Trompetter. De heer Trompetter: Dank, voorzitter. Mijnheer Procee heeft het begin aangegeven van de ernst van de zaak.
Mijn fractie is sinds jaar en dag kritisch op de inhuur van derden. De inhuur heeft zich de laatste jaren gestabiliseerd op 19 procent van de formatie in 2019. In 2020 kwamen we in de buurt van de Roemernorm, dat was respectievelijk 14,31 procent inhuur. Sindsdien is de inhuur flink gestegen. Wat uit het rapport blijkt, is dat er geen duidelijk overall beeld is van de inhuur en de redenen waarom mensen worden ingehuurd.
12
Afdelingen zijn daardoor redelijk autonoom en er wordt ook centraal gecontroleerd of de tarieven redelijk en marktconform zijn. De inhuur kost veel geld en de sturing daarop lijkt minimaal of te ontbreken. Onze fractie ziet het meest in een mengvorm centraal, decentraal in het inrichten van de interne inhuurdesk. Conform het advies van de onderzoekers. Is het college van plan dit geadviseerde model te gaan gebruiken? Zo nee, waarom niet? En hoe staat het college tegenover de andere adviezen van de onderzoekers? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: Dank u wel, voorzitter. Ook VVD Haarlem heeft de rapportage met grote zorg gelezen. Haarlem is op geen enkele manier complient als het de Wet DBA aangaat. Financiële risico's die we daardoor lopen zijn enorm. In 2024 heeft de VVD dit onderwerp herhaaldelijk bij de wethouder aan de orde gesteld, voor het laatst in de Commissie Bestuur van 12 december 2024. Ruim een jaar geleden. In die vergadering verzekerde de wethouder ons dat alles onder controle was. Zij zei en dan heb ik een aantal citaten: nogmaals, we hebben al heel veel voorwerk gedaan in de afgelopen jaren. Dat steunt ons nu ook in het werk dat we nog te doen hebben. En dat we al een hele hoop echt wel goed in kaart hebben gebracht, maar we zijn al een heel eind en we hebben een plan van aanpak.
Allemaal citaten van de wethouder van meer dan een jaar geleden. Uit de rapportage die nu voorligt, blijkt echter het tegendeel. We zijn helemaal niet een heel eind en dat plan van aanpak daar lijkt helemaal niets mee gedaan. Want wat staat te lezen in het rapport? Van alle zzp'ers is in ieder geval een derde werknemer en van de overige twee derde kan niet met zekerheid gezegd worden dat dat niet het geval is. Er is geen centrale aansturing hoe met externe inhuur omgegaan wordt. Managers beslissen allemaal zelf, soms zonder enige inhoudelijke kennis over de bestaande risico's. Er zijn wel kaders vastgesteld, maar die zijn niet geborgd, waardoor ze niet worden nageleefd. Er zijn geen financiële kaders, waardoor er geen sturing is op de prijs van inhuur. Haarlem betaalt daardoor naar verwachting te veel. Er zijn diverse interne initiatieven genomen om het te verbeteren, maar de uitkomsten daarvan verdwijnen in een la. De conclusie is dan ook dat de wethouder deze materie op geen enkele manier onder controle heeft. Fractie Procee zei het net ook al. Met als gevolg dat we een gigantisch fiscaal- en pensioenrisico lopen. In de begroting is dit risico op 7,4 miljoen gesteld. In de reactie van het college op de rapportage komt het er feitelijk op neer dat er een centraal inhuurpunt zal worden ingericht.
Uit de collegereactie blijkt geenszins dat de wethouder de ernst en urgentie van deze materie onderkent. Welke daadwerkelijke beleidskeuzes gaat de wethouder nu maken om dit probleem serieus aan te pakken? De tijd van pappen en nathouden is echt voorbij. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Oppenhuis, CDA. Ga uw gang. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel. Het CDA Haarlem die vindt het belangrijk dat gemeenschapsgeld goed wordt besteed. En daarom hebben wij ons al eerder kritisch uitgelaten over de inhuur van derden. Uit dit rapport blijkt toch wel dat de gemeente echt wel vaak derden inhuurt. En soms is dat nodig, bijvoorbeeld bij tijdelijke drukte of speciale kennis. Maar dat rapport laat ook zien dat het niet altijd duidelijk is waarom externen worden ingehuurd en voor hoelang. En daar maakt het CDA wel zorgen om. Externe inhuur is toch vaak duurder dan de eigen medewerkers en het kan zorgen voor minder kennis binnen de organisatie. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Procee. De heer Procee: Dank u wel, voorzitter. U zei net: het is niet duidelijk wie wanneer, hoelang wordt ingehuurd. Maar op zich, Berenschot schrijft dat vrij helder op. De dagelijkse operatie wordt op gang gehouden met langdurige inzet van ingehuurde medewerkers. Ze worden dus voor het gewone werk gebruikt, niet voor extra werk of bijzonder of specialistisch werk en het duurt heel lang.
Wat maakt u daarvan?
13
De voorzitter: Mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oppenhuis: Ik zat al te wachten op de vraag, maar die is er gekomen. Wat ik vooral aangaf, is dat het … Ik had het wel gezegd hoor, maar wat ik vooral ook aangaf, was dat ik bang ben voor de kennis die verdwijnt. En dat is ook waarom ik daarop begon. Wij zijn wel blij dat het college de uitkomsten serieus neemt, maar woorden zijn niet genoeg. En daar gaat het ook om. We hebben wel wat vragen aan het college, die we ook al eerder hebben gesteld overigens. En dat is bijvoorbeeld: hoe zorgt het college ervoor dat de externe inhuur echt tijdelijk blijft? En wat gaat het college doen om die kennis beter vast te houden binnen de gemeente? En hoe wordt de raad voortaan nog beter, sneller en duidelijker geïnformeerd? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Slik van de ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. De ChristenUnie is kritisch op de inhuur van derden. De risico's die genoemd zijn die vormen wel een sterk probleem, een serieus probleem. Inhuur van derden is onvermijdelijk, maar niet in deze mate, niet op deze manier, niet voor lange duur en zeker niet voor deze kosten. Dat is … Daar wordt de organisatie instabiel van. De ChristenUnie wil graag van de portefeuillehouder weten: waarom lukt het niet? En we zijn benieuwd naar het perspectief dat de wethouder zou kunnen geven hoe het wel gaat lukken. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Amand van Trots Haarlem. De heer Amand: Voorzitter, het rapport van Berenschot zegt al genoeg. Wat gaat de gemeente of de wethouder hiermee doen of het college? Dat is de vraag die Trots Haarlem stelt. Wat gaat u daaraan doen en wat is de geleerdheid wat u heeft uit die rapporten? Want dat is een heel belangrijk ding. Want we kunnen inhuren en we kunnen alles doen, maar als we het zelf niet meer op kunnen lossen of de wethouder, dan hebben we een probleem. Wij willen toch een antwoord van de wethouder. Wat gaat u doen of het college met die rapporten? En dat willen we weten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Drost, GroenLinks. De heer Drost: Dank u wel, voorzitter. Laat ik maar beginnen te constateren dat ook GroenLinks kritisch is op inhuur. Ik denk tegelijkertijd dat je ook wel kan zien, dat is niet zozeer een Haarlemse keuze geweest, maar meer in het hele land. In 2010-2012 tijdens de crisis was vooral toch een wat rechtsere stroom in het land, waarbij we dachten van kleine organisaties, minder mensen in dienst en eventueel die huren we in. Vervolgens zie je nu krapte op de arbeidsmarkt en die mensen zijn niet meer te vinden en nu moeten we ze voor het dubbele tarief hierheen halen. En dat is toch echt een politieke keuze geweest uit het verleden.
De voorzitter: Mijnheer Drost, u heeft een interruptie van de heer Trompetter van de Actiepartij. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Dost heeft het over 2010, dat toen dingen zijn veranderd. Maar hoe verklaart mijnheer Drost dan dat in 2019 en 2020 wij 14,1 en 13 procent inhuur hadden, wat in de buurt van de Roemernorm is van 10 procent. En nu dus niet. En wat is dan de relatie tussen 2010 en nu en 2019/ 2020? Dank u wel. De voorzitter: De heer Drost.
14
De heer Drost: Dat door de laatste crisis er 250.000 mensen uit de bouwsector zijn verdwenen, van architecten tot noem maar op. En daardoor hebben we zo'n krapte op de arbeidsmarkt. Daar is het probleem ontstaan. En vervolgens laat heel veel mensen zich vervolgens wel weer inhuren, maar voor het dubbele tarief, omdat die mensen niet te vinden zijn. En daar is het hele probleem ontstaan. En ik herken wat u zegt. Ik weet dat we rond de … De voorzitter: Mijnheer Drost, u heeft nog een tweede interruptie van mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Drost beantwoordt mijn vraag niet, waarom hij met een verhaal komt van tien jaar daarvoor zit en we zitten nu zes jaar daarna. Ik heb het over het middenstuk, waarin er juist minder inhuur was dan nu. En hoe verklaart mijnheer Drost dat dan? De voorzitter: Mijnheer Drost. De heer Drost: Ik had het aan de heer Trompetter gegund om mijn antwoord af te wachten. U kunt interrumperen na twee zinnen, maar dan kan ik mijn antwoord afgeven. Dat ben ik met u eens. We waren dichterbij. Ik denk dat heel duidelijk het probleem is ontstaan in die tijd. En in die tijd was er minder inhuur. En dat is veel meer geworden en daar zijn we net zoals u kritisch op. Dat is niet goed. Verder lezen we ook dat het een kritisch rapport is en zouden we vooral de wethouder willen meegeven: aan de slag.
Want het is een hartstikke belangrijk onderwerp. De voorzitter: Mijnheer Drost, u heeft nog een interruptie van mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: Er wordt in dit soort situaties altijd verwezen naar personeelstekort, dus we moeten mensen extern inhuren. Maar wat ik me afvraag, is hoe mijnheer Drost verklaart dat bijvoorbeeld in het onderwijs ze er wel in geslaagd zijn om de mensen die altijd extern ingehuurd werden, nu in dienst te nemen? De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ik denk dat we allemaal uitzonderingen kunnen geven. Dat ben ik het met u eens. Laten we ook vooral, als u zegt het onderwijs, daar de juiste lessen van leren. Ik constateer wel dat in het fysieke domein er een krapte is op de arbeidsmarkt. Dan ben ik helemaal voor op het moment dat er mensen te vinden zijn die we kunnen aannemen, neem ze aan. Maar er is krapte. De voorzitter: Een vervolginterruptie van mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Realiseert mijnheer Drost zegt dat er helemaal geen krapte op de arbeidsmarkt is, want de mensen zijn er wel. Het gaat alleen om de manier waarop je ze verbindt. Doe je dat met een arbeidsovereenkomst of doe je dat met een zzp-constructie? In het onderwijs hebben ze er paal en perk aan gesteld en hebben ze gezegd: wij doen dit niet meer op zzp-basis. Je kunt hier als werknemer komen of niet. Dat is dus een oplossing.
De mensen zijn er wel, het gaat erom hoe je ze inhuurt. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Laten we allereerst constateren dat de VVD vooral is voor een kleinere overheid en vooral minder mensen in dienst. Het is wel grappig dat u hier een discussie van maakt. Wat ons betreft, geven we mensen een vast contract en is dat hartstikke belangrijk.
15
De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan het woord geven in eerste termijn? Nee, geen anderen? Dan gaan we naar beantwoording door de wethouder. Wethouder De Raadt, ga uw gang. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Misschien als eerste opmerking vooraf. Alle begrip voor de zorgen die jullie hebben rondom externe inhuur en de eventuele risico's die wij gaan lopen in de toekomst of daarmee kunnen gaan lopen. Maar ik denk wel dat het belangrijk is om even een aantal nuances te maken. De VVD refereerde er al aan. In 2024 volgens mij net na de zomer, heeft de Belastingdienst aangekondigd dat ze het handhavingsmemoriam wat ze altijd hadden, dat ze altijd hebben gezegd van wij gaan niet handhaven op de Wet DBA, dat ze dat gaan opheffen en per 1 januari 2025 daar wel op te zullen gaan handhaven. Wat hebben we toen vervolgens gedaan? Wij zijn direct een inventarisatie gestart. Dat is denk ik ... De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: Ik vraag me af of de wethouder het alleen maar belangrijk vindt om aan de wet te voldoen op het moment dat er gehandhaafd wordt of omdat er al een wet is? Want de Wet DBA is heel veel langer al geleden in werking getreden dan per 1 januari 2025. De voorzitter: Wethouder De Raadt. Wethouder De Raadt: Dat klopt.
De Wet DBA is van eerder, maar tegelijkertijd heeft de Belastingdienst altijd gesteld: deze wet is zo verschrikkelijk onduidelijk. Hier kunnen wij niet op handhaven. En dat was ook hun handhavingsmemoriam en die hebben ze medio 2024 opgeheven. En ondanks het feit dat de wet nog steeds vrij onduidelijk is, hebben ze toch aangegeven daarop te willen handhaven. Dat is terecht. Het is de wet is de wet, in die zin. Als college hebben we daar vervolgens direct op geacteerd. Dat heb ik jullie ook aangegeven in december 2024. Dat is volgens mij onder andere een van de citaten waar u naar verwees. We zijn gestart met een inventarisatie. Welke personen binnen de gemeente Haarlem hebben geen vast contract en welke zijn via tijdelijke contracten ingehuurd? Dat is nog best wel een hele complexe groep. Je hebt mensen die zijn ingehuurd via een uitzendbureau, via detacheringsbureaus, maar er zijn ook zzp'ers, noem maar op. Dat zijn er, volgens mij staat in het rapport iets van 737 personen. Dat is de eerste slag die we hebben gemaakt. Het tweede, wat ik u ook heb toegezegd in 2024, was wij gaan een 213a-onderzoek starten. Nogmaals, dit onderzoek wat hier nu ligt van Berenschot daar hebben wij zelf om gevraagd.
En waarom hebben wij daarom gevraagd? Omdat wij het niet alleen belangrijk vinden om te voldoen aan de wet, maar we vinden het tegelijkertijd ook heel erg belangrijk om richting de toekomst te kijken. Hoe kunnen we de gemeentelijke organisatie zodanig inrichten dat daar ook geen … Dat we ook zeker kunnen voldoen aan die wet. Dat was de uitvraag die we hebben gedaan bij Berenschot. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Voorzitter, de wethouder omschrijft nu wat er allemaal is gedaan na december 2024 en dat heb ik in het rapport ook gelezen wat er gedaan is. Alleen de wethouder heeft op 12 december 2024 gezegd: we hebben al heel veel voorwerk gedaan in de afgelopen jaren. Wat heeft de wethouder dan voor december 2024 gedaan om te zorgen dat we compliant zijn? De voorzitter: Wethouder De Raadt. Wethouder De Raadt: Waar ik mee begon. We hebben van onze totale, wat is het? Hoeveel mensen hebben we hier in dienst? Een stuk of 2.000. Zijn we de eerste inventarisaties gaan maken. Uiteindelijk zijn er 737
16
contracten uitgekomen waarvan wij zeggen van die gaan we nader onderzoeken. Dat is nog best wel een ingewikkelde klus. De voorzitter: Mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Voorzitter, de wethouder gaat me toch niet wijsmaken dat dit een onderzoek is wat jaren geduurd heeft? Want ze zegt ze zegt: eind 2024, afgelopen jaar. We hebben veel voorwerk gedaan in de afgelopen jaren. Het onderzoek waar ze het nu over heeft, heeft toch geen jaren geduurd? Dat is in mei 2025 gedaan dit onderzoek. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Raadt: We hebben eind 2024 de opdracht gegeven aan Berenschot. Gevraagd van wat kunnen we in de toekomst verbeteren? Onze organisatie zodanig anders inrichten dat het in die zin ook makkelijker wordt voor de organisatie om mensen in te huren die DBA-proof zijn. Want het is ook niet zo dat wij helemaal geen zzp'ers meer kunnen inhuren. Ze moeten alleen DBA-proof zijn. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Procee. De heer Procee: Voorzitter, we zijn nu bezig met de tijdlijn en ik probeer die wel een beetje helder te krijgen. En nu zitten we weer voorbij ergens in 2025. Wat is er in al die jaren tot de zomer 2024 gebeurd? Voor die tijd. En dan daar komen we daarna hier wel bij uit, want daar ben ik ook heel benieuwd naar.
Maar ik wil graag weten wat in al die jaren … Want er is toen heel veel gebeurd, zegt de wethouder en ik ben heel benieuwd wat dat is. Dat wil ik graag even erbij hebben. De voorzitter: Wethouder. Maar ik stel ook voor misschien dat u zo meteen even verder gaat met uw verhaal. Want anders blijven we steeds doorvragen op details. En we kunnen het ook nog in tweede termijn misschien vragen. Nu eventjes doorgaan in het verhaal. Wethouder De Raadt. Wethouder De Raadt: Nog even de tijdlijn schetsen. Van alle medewerkers die de gemeente Haarlem in dienst heeft, dat zijn er geloof ik zo rond de 2.000, zijn we eerste schiftingen gaan maken. Uiteindelijk kwamen we op 737 mensen die geen vast contract hadden. Dat is dan vervolgens de groep die je verder moet gaan onderzoeken. Dat hebben we verder afgepeld en uiteindelijk kwamen erop uit dat er zo'n 146 zzp'ers bij ons in dienst zijn. Nou dat zijn ook een heel aantal zzp'ers bij die DBA-proof zijn. Die zijn proof aan de wet. Dat zijn echte zzp'ers. Ik kan wel een voorbeeld noemen. Dat zijn bijvoorbeeld degenen die ons stadhuis schilderen. De voorzitter: Mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Van die 143 zzp'ers staat in het rapport dat er 39 sowieso waarschijnlijk een dienstverband hebben. Dat er 27 of zo misschien zzp'ers zijn, maar niet helemaal zeker. En dat er nog eens iets van 35 nader onderzocht moeten worden.