CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Bestuur 06.03.2025

commissie Bestuur 6 maart 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:10 uur Opening en mededelingen voorzitter18.634 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 6 maart 2025 1.

Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goedemiddag allen. Welkom bij de vergadering van de Commissie Bestuur van 6 maart 2025. Welkom aan de commissieleden, u allen hier. Ik kijk even rond, is iedereen er? Burgemeester Wienen en de belangstellenden op de tribune en degenen die thuis meekijken. Ik heb geen bericht van verhindering ontvangen van leden. Dan heb ik nog de volgende mededelingen voor u. Op maandagavond 10 maart is de technische sessie over de doeltreffendheid en doelmatigheid van Spaarnelanden. Dat is naar aanleiding van de motie Meten is weten. U kunt zich daar nog voor aanmelden. Dat kan via de mail, maar er gaat ook een lijst rond waardoor, waarmee u zich kunt aanmelden. Ook is er op woensdagavond 12 maart de ontmoeting van de raad met het stadsdeel centrum. Veel bewoners en organisaties hebben zich al aangemeld. Voor een brede vertegenwoordiging van de raad is het belangrijk dat u deelneemt aan dit gesprek. Ook hiervoor kunt u zich aanmelden op het formulier wat rondgaat. En dan zijn er nog drie workshops over grip op de jaarstukken en die zijn op maandag 26 maart, dinsdag 8 april en woensdag 26 april. En ook daarvoor kunt u zich aanmelden.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 2 en dat is het vaststellen van de agenda. Kan de agenda zo worden vastgesteld zoals die voorligt? Ja.

3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 3 en dat zijn mededelingen commissieleden en portefeuillehouders. Zijn er commissieleden met een mededeling? Geen mededelingen? En er zijn ook vanuit het college geen mededelingen aangekondigd.

4.

Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden De voorzitter: Dus dan kunnen we naar agendapunt 4 en dat zijn mededelingen over de gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden. In de toelichting bij dit agendapunt op de website kunt u lezen wanneer de vergaderingen zijn bij de Veiligheidsregio Kennemerland, Cocensus en de Metropoolregio Amsterdam. Vanuit het college zijn er geen mededelingen aangekondigd. Zijn er vanuit de commissie nog mededelingen over de genoemde samenwerkingsverbanden? Ja. Mevrouw van Zetten, ga uw gang. U vraagt zich af wat het nut is van dit agendapunt? Daar kunnen we naar kijken, maar dat is nu dan afgehandeld. Een : technische vraag, bedoel je?

5.

Agenda komende vergadering(en) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 5 en dat is de agenda van de komende commissievergaderingen, de jaarplanning en de actielijst. Voor de komende Commissie Bestuur van 20 maart zijn gepland de wijziging Referendumverordening. Daar praten we vandaag ook over, maar dat wordt dan de tweede behandeling. Het onderzoeksrapport naar aanleiding van de motie Spaarnelanden Meten is weten, waarvoor u dus maandag naar een technische sessie kunt. Het Uitvoeringsprogramma vergunningen toezicht en handhaving 2025 is doorgeschoven van maart naar april. Dan heeft u op de agenda zien staan een agenderingsbezoek van de

1

PvdA over de eindrapportage enquête onder commissieleden. Dit wordt doorgeschoven naar het seniorenconvent en daar zal het ook besproken worden. 6.

Transcript commissie d.d. 23 januari en 6 februari 2025 De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 6, transcript commissie d.d. 23 januari en 6 februari en dan alleen naar aanleiding van. Zijn er opmerkingen? Nee.

7.

Wijziging Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 7 en dat is de wijziging Referendumverordening gemeente Haarlem 2022. Voor ik verder ga, er is dus vandaag geen eetpauze, omdat we verwachten om 18:50 uur klaar te zijn. Dus vandaar dat er geen pauze is ingepland. Daar is een e-mail over rondgegaan. Dan is er voor degenen die dat wel willen, kon dat, maar er is geen pauze in deze vergadering. Dat wilde ik even melden. Dan even agendapunt 7. Het maakt heel wat los de eetpauze, merk ik al. Voor agendapunt 7, wijziging Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 hebben we 70 minuten gepland. De portefeuillehouder is burgemeester Wienen en er zijn geen insprekers. Waar gaat het over? De Commissie Bestuur heeft op 13 juni 2024 de evaluatie van het referendum over de Nota uitwerkingen parkeerregulering besproken. Het college heeft toen toegezegd om de Referendumverordening kritisch te beoordelen en aanpassingen van de verordening aan de commissie voor te leggen. Zo mogelijk met een raadsvoorstel voor een aangepaste verordening. Het college stelt de raad voor de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 die op 18 juli 2024 buiten werking is gesteld, weer in werking te stellen op de eerste dag na die van bekendmaking. De verordening tot wijziging van de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 vast te stellen.

De Commissie Bestuur adviseert de raad over het voorstel van het college en over de wijze van agendering van het raadsvoorstel in de raadsvergadering van 27 maart aanstaande. Gelet op de omvang van het onderwerp en de aard is het voorstel aan de commissie om de stukken nu als bespreekstukken te behandelen en in de commissievergadering van 20 maart hierover advies te geven. Dus het is vandaag ter bespreking en over twee weken is het ter advies. Mevrouw Klazinga heeft daarover een vraag, ga uw gang. Mevrouw Klazinga: Is dan de gedachte dat we vandaag nog input kunnen geven die dan in de komende twee weken verwerkt wordt en dat we een aangepast voorstel eventueel krijgen over twee weken? De voorzitter: Precies. U kunt in gesprek gaan over mogelijke wijzigingen die u zou willen. Daar gaat de portefeuillehouder op antwoorden. En een eventueel nieuw stuk komt dan volgende keer. En dat wordt ter advisering. Dan gaan we over tot behandeling. Dan is de vraag: wie kan ik als eerste het woord geven in deze eerste termijn? Niemand? De heer Amand, Trots Haarlem. Ga uw u gang. De heer Amand: Voorzitter, het is eigenlijk een trieste dag voor Haarlem. Dat we weer een besluit moeten nemen, de bevolking heeft al gesproken, maar dat wordt allemaal gewoon in de prullenbak gegooid. Dat vindt Trots natuurlijk helemaal niets.

We gaan natuurlijk wel de bevolking helpen en niet zeggen: we gaan dat verhogen. We gaan dit verhogen. Dus wij willen resolute … Ja, u zit wel te kijken en u zit wel te loeren. Nee, u begrijpt het niet, maar ik begrijp het wel. Nee, u kunt wel zo doen, dat doet u tegen Haarlemmers ook altijd, maar die begrijpen het ook niet. Dus ik ben een Haarlemmer en ik zeg het tegen u. Die willen gewoon dat u het besluit helemaal respecteert en niet flauwekul uithaalt om de Haarlemmers weer nog meer te laten betalen voor parkeren en dat wil Trots niet. Wij willen een duidelijk iets, een duidelijk standpunt en niet dat we Haarlemmerdijkjes gaan doen. Dat doen we niet. Dat willen we helemaal niet meer hebben. Dus ik hoop dat u eens een keertje luistert naar de Haarlemmers. Dank u.

2

De voorzitter: Wilt u via de voorzitter praten? Dat is de eerste vraag. En de tweede: flauwekul vind ik een wat minachtende term. Ten derde gaat het hier over de verordening en niet over de uitkomst van het referendum. U wilt nog iets aanvullen, mijnheer Amand? De heer Amand: Ja, u gaat er nu weer helemaal een raar verhaal van maken. De bevolking heeft gesproken, de Haarlemmers. Dat moet je respecteren en dat gebeurt dus niet. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan? De heer Trompetter, dit is uw termijn of wilt u reageren op de heer Amand? Nee, uw termijn. Actiepartij, ga uw gang. De heer Trompetter: Wij hebben wel door waar het vandaag over gaat, namelijk over de nieuwe verordening. Dank, in ieder geval voor het stuk. Inhoudelijk vindt mijn fractie het Digipanel en wijkgesprekken beter instrumenten dan een referendum met een enkelvoudige vraag. Dat maakt dat wij in principe geen voorstander zijn van het afschaffen van het referendum als middel van de raad, omdat een meervoudige vraag anders moeilijk te initiëren valt. Je gaat inwoners niet voorschrijven wat de vraagstelling zou moeten zijn als het referendumverzoek uit de stad komt. Dan voor de overige keuzes die voorliggen. Wij vinden dat de opkomstdrempel geschat mag worden. Dat geeft ook het adviserende karakter van het instrument aan en voorkomt het strategisch niet stemmen.

Dus mensen die niet gaan stemmen uit strategische overwegingen. Onze fractie is daarbij niet voor het opwerpen van extra drempels, te meer vanwege het democratische karakter van onze partij. Wij kunnen ons voorstellen dat een aantal steunverklaringen voor het inleidend verzoek tot het houden van een referendum goed met het aantal inwoners van de stad, maar de stijging van 400 naar 1.300 is 300 procent en de 6.600 steunverklaringen voor het definitieve verzoek is een stijging van 50 procent. Wij vragen ons af of dat in deze mate noodzakelijk is op dit moment? In artikel 2 is de keuze om of voor onderwerp of besluit te kiezen in de verordening. Onze keuze zou onderwerp zijn, al mag het ook een besluit worden, mits als dat laatste het geval is, wil mijn fractie graag artikel 9 lid 8, bij artikel lid 2 lid j wordt toegevoegd, zodat een referendumloop voorkomen kan worden. Dan hebben we het over artikel 5, over de verklaringen wordt wel de toelichting van de VNG-modelverordening over die aantallen, maar dan weer niet over het waarmerken van stemmen in artikel 6 lid 6. Mijn fractie heeft het tweemaal betoogd dat het wat ons betreft het een of het ander is. Of je communiceert niet over het aantal stemmen of je komt met deze allemaal op geldigheid.

Wat maakt dat de portefeuillehouder hier afwijkt van de VNG-modelverordening en niets heeft gedaan met wat mijn fractie tot tweemaal toe heeft aan aangegeven? Dan begrijpt mijn fractie niet dat in de oplegger staat dat alleen rechtspersonen subsidie kunnen aanvragen. En in de was/wordt lijst en de nota staat dat in artikel 11 lid 1 sub a ook groepen van personen een aanvraag kunnen doen. Kan het voor de volgende behandeling in de nota in de was/wordt lijst gewijzigd worden? Dank u wel. Dat was de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Ik had een vinger gezien al van de heer Procee, OPH. Ga uw gang. De heer Procee: Dank u wel, voorzitter. Ik spreek vandaag namens OPHaarlem, maar ook namens Jouw Haarlem en de SP. We gaan met zijn drieën wat zeggen. Ik doe het begin en na mij hopen, Ruud Kuin en Musa Aynan het vervolg voor hun rekening te nemen. Eerst zijn we in elk geval blij dat er nu een Referendumverordening voorligt. Het is belangrijk dat Haarlemmers de kans hebben zich uit te spreken over belangrijke onderwerpen die hun levens aangaan. We zien nog wel ruimte voor verbetering en daar willen we het vandaag ook over hebben.

We maken ons vooral zorgen over de regie over het proces van een referendum, die het college naar zich toe lijkt te trekken en daarmee zijn wij bang, wordt de Referendumcommissie nogal krachteloos en komt er mogelijk toch wat politieke invloed op een instrument dat bij uitstek van en voor de Haarlemmer is. We zien daarbij dat een referendum eigenlijk altijd over een

3

ontwerpbesluit gaat. En de kans is groot dat een meerderheid van de raad achter zo'n besluit staat en burgers daar zorgen over hebben, want dan vragen ze een referendum aan. Dan is het bijzonder belangrijk om een grote en onafhankelijke rol van de commissie te hebben. Dus dat is iets. We zien nu dat er taken van de commissie overgeheveld worden naar het college en daarbij is dan de vraag: hoe zorgen we ervoor dat er geen oneerlijke situaties ontstaan en welke mogelijkheden zijn er om die weer recht te zetten op het moment dat die toch dreigt te ontstaan? Kortom, hoe hebben we daar nog grip op via de commissie, via de raad? Daar worden wij graag wat in gerustgesteld en dat geldt ook voor de subsidie. We zijn blij dat er nog de mogelijkheid voor subsidie is, want die was natuurlijk in gevaar. Het college stelt voor om wel subsidie in te voeren, maar het puntensysteem waarbij een college de rangorde vaststelt van welke initiatieven om de burgers van Haarlem te informeren en te overtuigen te gaan stemmen, ook daar is weer gevaar dat het college invloed heeft op hoe er over het onderwerp van het referendum gesproken wordt. En ook hier dus weer onze zorgen. Hoeveel ruimte heeft dan bijvoorbeeld een Referendumcommissie nog om daar wat aan te doen? Hoe voorkomen we dat er situaties ontstaan dat het referendum te zeer gestuurd wordt, want daar is natuurlijk niemand op uit.

Tot zover mijn punten. Mag ik u verzoeken, voorzitter, voor het vervolg van onze bijdrage de heer Kuin het woord te geven? De voorzitter: De heer Kuin SP. Ga uw gang. De heer Kuin: Dank u wel. Allereerst goed om nog ook nog eens te zeggen dat het mooi is dat er nu een conceptverordening ligt. Wel bijzonder dat het 7, 8 maanden heeft geduurd. Dan denk je: dan is er heel veel denkwerk verricht, maar uiteindelijk wordt vooral het VNG-model gevolgd, wat er volgens mij al een jaar of 80 ligt, maar oké. Bij een referendum, ik wil vooral ingaan op de campagnetijd die er in een referendum moet zijn. Er is bij het vorige parkeerreferendum vaak opgemerkt dat het referendum een ja-nee-vraag is en dat is toch allemaal veel te zwart-wit? Alles ligt gecompliceerder en dat kan allemaal niet aan de orde komen. Zouden we allereerst willen zeggen dat de burgers gewend zijn om moeilijke en gecompliceerde kwesties daarover te beslissen. Ze beslissen elke dag over een verzekering, over het aanschaffen van een huis, over een verbouwing. En de burger is zeer goed in staat om dat allemaal uit te zoeken en uiteindelijk, ja of nee te zeggen en iets wel of niet te doen. Ze moeten daar wel de tijd voor krijgen en goede informatie. De voorzitter: Mijnheer Kuin, u heeft een interruptie van de heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter.

Ik heb een vraag aan de heer Kuin van de SP of de heer Kuin voorstanders is, dat de raad ook een referendum kan indienen, vanwege de mogelijkheid van een meervoudige vraag? De voorzitter: De heer Kuin, SP. De heer Kuin: Prima. De voorzitter: De heer Trompetter. De heer Trompetter: Wat is prima, het afschaffen of het niet afschaffen? De heer Kuin: Afschaffen. De voorzitter: Gaat u verder met uw termijn.

4

De heer Kuin: Ik had het over de campagnetijd, over dat burgers goed in staat zijn om ja of nee te beslissen. En dan kom ik op de wat ons betreft de waarde van een referendum is dat daar tijd is voor informatieverschaffing en uiteindelijk meningsvorming en betrokkenheid van burgers bij een politieke kwestie. En als ik nu kijk, als wij nu kijken naar de verordening zoals die er nu ligt, dan lijkt het erop en ik wil graag daar meer helderheid over. Dan lijkt het erop dat die campagnetijd, de tijd om burgers te informeren en met elkaar in discussie te gaan en om tot een afgewogen mening te komen en dan ja of nee te kunnen zeggen, lijkt die tijd heel erg bekort te kunnen worden. In artikel 9 stond in de verordening die buiten werking is gesteld, dat er tenminste 12 weken tussen het besluit dat een referendum plaatsvindt zelf en dat het referendum plaatsvindt. Dat is geschrapt, de toelichting is wat onduidelijk erover. Er staat eigenlijk alleen maar, we volgen de referendumverordening, het VNG-model, maar er wordt niet echt gemotiveerd waarom die 12 weken ineens niet meer zou kunnen.

En we zijn het er op zich mee eens dat het niet oneindig moet duren voordat er een referendum gaat plaatsvinden, als je besloten hebt dat het gaat plaatsvinden, maar er moet wel voldoende tijd zijn om de Haarlemmers te betrekken bij het debat, aan meningsvorming te doen en met elkaar in discussie te gaan. En wat ons betreft is die 12 weken een goede termijn om die erin te houden. En daarbij aansluitend bij die termijn, is ons onduidelijk, daar hebben we technische vragen over gesteld, wat bedoeld wordt met het nieuwe artikel 15, waarin wordt verwezen naar de Kieswet. Ik heb de Kieswet proberen te bestuderen. Die kent allerlei nummers en alfabetnummers. Maar de titel waarnaar verwezen wordt in deze verordening heb ik niet kunnen vinden en het is mij ook niet duidelijk wat er met die verwijzing wordt bedoeld. Het lijkt erop, maar het is een vraag, dat uiteindelijk tussen het besluit en het plaatsvinden van het referendum tenminste, in plaats van die 12 weken, tenminste 44 dagen zouden moeten kunnen zitten. Zoals wij het lezen. En dat zijn omgerekend 6 weken. Dat vinden we echt tekort. Het is een vraag. Misschien lezen we het verkeerd. Misschien zien we het verkeerd. Dit over de campagnetijd. Het tweede punt wat ik wil toelichten. We hebben natuurlijk veel gedoe gehad, om een net woord te gebruiken, over of een referendumverzoek kan worden afgewezen of niet.

Dat staat in artikel 2 lid 2 en de raad heeft op 30 maart 2023 besloten dat verzoek af te wijzen op grond van artikel 2 lid 2. In de verordening die nu voorligt, wordt gezegd bij artikel 5 lid 6, waarin wordt omschreven dat de raad besluit en waar ze dat aan toetsen. En dat de raad dat toetst, artikel 2 lid 2 is weggehaald weer met verwijzing naar het VNG-model. Bij de toelichting in de was/ wordt lijst lezen wij dat het niet de bedoeling is om hiermee materieel meer afwijzingsgronden en mogelijkheden te creëren. Dus dat stelt ons gerust, maar voor de gehele geruststelling vinden we het van groot belang, want die was/wordt lijst gaat straks in de papierversnipperaar. Die zien we straks nergens meer. Dat de bedoeling dat er geen materiële wijziging heeft plaatsgevonden heeft dat dat ook in de nieuwe verordening heel duidelijk wordt vastgelegd. De voorzitter: Mijnheer Kuin, u heeft een interruptie van de heer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik begrijp op zich dat er in de politiek ook enige symboliek is, maar u weet toch wel dat de toelichting op de verordening integraal onderdeel is van de verordening? Dus wat u voorstelt, heeft juridisch nul invloed. Als de toelichting duidelijk is dat dat er getoetst moet worden aan die uitsluitingsgronden, dan is dat gewoon de geldende verordening. De voorzitter: De heer Kuin.

De heer Kuin: Even los van uw stelligheid, weet ik niet of u goed geluisterd heeft. En misschien heb ik het niet goed gezien. Ik zal het iets minder stellig beweren. Maar ik heb het over de toelichting op de was/ wordt lijst. En niet op de toelichting van de verordening. Ik denk dat in de toelichting van de verordening, als het daar komt te staan, als u dat bedoelt, dan zijn wij gerustgesteld.

5

De voorzitter: Dit was uw termijn, de heer Kuin? Ja. Dan ga ik het woord geven aan de heer Aynan, ga uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Een referendum geeft Haarlemmers de kans om zich uit te spreken over besluiten die hen direct raken. Maar als we kijken naar de voorgestelde wijzigingen in de verordening lijkt het alsof we deze mogelijkheid steeds verder inperken. Het aantal handtekeningen voor een inleidend verzoek gaat van 400 naar 1.300. Ter vergelijking, in Alkmaar heb je genoeg aan 425 handtekeningen, in Zaanstad 500, in leiden 750 en in de drie grootste steden van het land moet je 1.000 handtekeningen overleggen. Haarlem is natuurlijk veel groter. Voorzitter, voor het definitieve verzoek gaat de eis van 4.000 omhoog naar 6.600 handtekeningen. Dat zijn geen kleine stappen. Dat is een flinke drempelverhoging. Tegelijkertijd, daar had mijn collega het over, wordt de tijd om een referendum te organiseren ingekort van 6 naar 4 en wordt de subsidie beperkt tot alleen rechtspersonen. Dus individuen komen niet meer in aanmerking. En elke wijziging maakt het organiseren van een referendum moeilijker. Voorzitter, als we echt geloven in de kracht van participatie moeten we streven naar toegankelijkheid in plaats van belemmeringen.

Waarom kiest het college ervoor om de drempels te verhogen in plaats van inwoners te stimuleren hun stem te laten horen? Als we willen dat Haarlemmers betrokken blijven, laten we dan geen extra barrières opwerpen, maar juist kijken hoe we hen beter kunnen ondersteunen in hun recht om mee te beslissen, want daar gaat deze verordening over. Een sterke en weerbare democratie is niet bang voor de stem van de burger. Het moet hen juist omarmen, stimuleren en serieus nemen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Wiedemeijer had nog een interruptie. De heer Wiedemeijer: Ja, ik had nog een vraag, want de heer Aynan geeft ook aan dat het een recht is van burgers. Volgens mij is ook in het stuk, bent u geciteerd uit 2022. Kunt u ook nog aangeven in hoeverre u het een recht van burgers vindt of dat het ook een recht van uw collega's in de gemeenteraad is? De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Voorzitter, over 2022 kan ik helder zijn. In het verleden heb ik aangegeven dat het initiatief bij de raad daar eigenlijk niet hoort, juist omdat het referendum een initiatief van de burgers is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wiedemeijer, een vervolgvraag. U wilt uw termijn. De heer Alberts had ik volgens mij eerder gezien of niet? Nee. Ja, voor de termijn. Daarna de heer Wiedemeijer. De heer Alberts, Forum voor Democratie, ga uw gang.

De heer Alberts: Geachte voorzitter, Forum voor democratie Haarlem heeft met verbazing kennisgenomen van dit raadsvoorstel. De argumentatie en onderbouwing voor de wijzigingen ontbreken volgens onze fractie niet alleen, maar ook bij mijn eigen invulling van wat er bij deze verandering dan aan zou verbeteren, overheerst voor ons volstrekte onduidelijkheid. Wat heeft het college in vredesnaam gedaan met ons Haarlems referendum? Want voorzitter, als onderbouwing voor bijvoorbeeld de verhoging van het aantal ondersteuningsverklaringen stelt het bestuur van Haarlem en ik citeer: het college vindt dat deze hogere aantallen een betere weergave vormen van de mate waarin het referenduminitiatief wordt gesteund door de kiesgerechtigden. Einde citaat. Dit is een stelling die klakkeloos van de VNG-richtlijn is overgenomen en dus geen onderbouwing. Welk probleem wordt hiermee opgelost? Hoe draagt dit bij aan de uitvoerbaarheid? Forum voor Democratie verwacht in ieder geval voor de volgende commissie een concrete daadwerkelijke argumentatie. Of moet de raad accepteren dat, omdat het college dit vindt, een acceptabele reden is waarom het college deze ingrijpende wijziging in misschien wel de belangrijkste verordening van deze hele

6

raadsperiode nodig acht? En pas nogmaals op bij een getalsmatige argumentatie. Want als het getal 6.600 een goede weergave vormt van steun van kiesgerechtigden, hoe verhoudt dat zich dan tot de tegenstem van meer dan 40.000 kiesgerechtigden, die met slechts 4.000 ondersteuningsverklaringen zijn aangespoord daartoe. We blijven het zeggen: dit is een hoger aantal kiesgerechtigden dan bij de gemeenteraadsverkiezingen op de hele coalitie heeft gestemd. Waarom wordt dit gewijzigd? Ik zal u enigszins helpen. Laten we de problematiek van het organiseren van een referendum als voorbeeld nemen. Uit de evaluatie kwam naar voren dat het organiseren van een referendum binnen zes maanden erg kort was. Dit zou een perfecte onderbouwing zijn geweest om de kaders hiervoor te verruimen. Wat doet dit college vervolgens? Die verkort de tijd waarin het referendum georganiseerd moet worden tot uiterlijk vier maanden na de dag waarop het houden van een referendum is besloten. Voorzitter, de opschorting was toch vanwege de uitvoerbaarheid? Deze specifieke wijziging staat volgens FvD haaks op het voorwendsel waarmee de verordening überhaupt is ingetrokken. Onze fractie neemt geen genoegen met het uitblijven van een uitleg hoe dit met elkaar te rijmen valt. We horen desnoods een nieuwe uitleg over waarom deze niet uitvoerbaar was.

Voorzitter, misschien was het maar goed ook dat deze behandeling in twee commissies is gepland. Onze fractie richt zich in deze commissie via u tot het college met de vraag om opheldering. En onze vragen zijn helder. Onze fractie wil concrete onderbouwing, met daadwerkelijke argumenten voor de wijzigingen en de reden voor deze ogenschijnlijke frustratie van de uitvoering, zoals in het genoemde voorbeeld. Terwijl de uitvoering de reden was voor het intrekken van deze verordening, in de eerste plaats. Wij kijken uit naar de beantwoording. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar de heer Wiedemeijer, PvdA. Ga uw gang. De heer Wiedemeijer: Dank uw wel, voorzitter. In onze democratie zijn er vele instrumenten die de verhouding tussen de macht en de bevolking ordenen. Het geheel aan instrumenten vormt het fundament voor de balans tussen macht en tegenmacht. Het referendum is in Haarlem een waardevol instrument die burgers tegenmacht geeft waar gewenst. Hoewel de macht, waar ik mij voor het gemak dan maar ook even onder schaar, recentelijk aanvankelijk het lastig had met deze tegenmacht, heeft in verder vervolg de waarde zich uitgetekend. Immers, het valt te verwachten dat er een veel breder gedragen antwoord mobiliteit valt te verwachten in april. En dat werd inmiddels vandaag. Dat is in ieder geval zeker de inzet van de PvdA.

Voor de verdere vormgeving van het instrument het referendum, voeren we vanavond het debat. In mijn bijdrage zal ik de volgende elementen aan de orde brengen. De opkomstdrempel, benodigde aantal handtekeningen, het referendum op initiatief van de raad of bewoners, uitsluitingsgronden en subsidies. Voorzitter, ik begin met de opkomstdrempel. De ervaring leert dat de opkomstdrempel, zowel lokaal als landelijk, bij een gedeelte van de stemgerechtigden zorgt voor strategisch wel c.q. niet stemmen. De PvdA vindt dat uiteindelijk onwenselijk. Het is in Haarlem een adviserend referendum bij een voorgenomen besluit en geen corrigerend, bindend referendum bij een reeds genomen besluit. Bij dat adviserend karakter is een opkomstdrempel naar ons oordeel niet langer noodzakelijk. De gekozen volksvertegenwoordigers kunnen immers met de opkomst en uitslag altijd nog zelf een weging maken. Hiermee nemen we de drempel tot een geldige uitslag weg. Voorzitter, het benodigde aantal handtekeningen. Zeker met het vorige punt in ogenschouw, ziet de PvdA het voorstel niet als disproportioneel en als redelijk. Elk referendumverzoek met maatschappelijk draagvlak is in staat die percentages te bereiken. Zo bleek ook de afgelopen keer. Dus het is geen onredelijke drempel. Voorzitter. De voorzitter: Een vraag van de heer Alberts, Forum voor Democratie.

7

De heer Alberts: Dank, voorzitter. En dank aan de PvdA dat die zich uitspreekt over waarom het redelijk is. Maar waarom is het redelijker ten opzichte van de vorige hoeveelheid en waarom dient dat gewijzigd te worde? Wat is de concrete reden dat dit anders moet? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, toegegeven, dat kan je allebei de kanten op redeneren. Dat is ontzettend subjectief. Ik denk dat dat hier is gedaan om de standaard percentages van de VNG aan te houden. Ik denk dat dat redelijkerwijs is ten opzichte van ook de kosten van het instrument. Ik vind 6.600 handtekeningen niet veel. Ik heb zelf alleen al individueel nog meer stemmen gehad. Nou, er zijn echt wel mensen die veel meer stemmen hebben gehad. Ik was niet eens de lijsttrekker. Kortom, als het niet eens mijn aantal stemmen betreft, dan kan iedereen dat makkelijk halen. De voorzitter: De heer Alberts, een vervolgvraag. De heer Alberts: Voorzitter, even ter verduidelijking. Wij begrijpen de mening. Die mening kan iedere volksvertegenwoordiger hebben, maar mijn concrete vraag, dan ook ter verduidelijking, is: welk probleem wordt hiermee opgelost? En welk probleem was er in de eerste plaats? U zei iets over financiën. Wordt de gemeente nu meer op kosten gejaagd hierdoor? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, wat ons betreft was er geen probleem.

En het is ook niet mijn voorstel, maar wij vinden dit ook een redelijk voorstel. Het is uiteindelijk als raadslid uw weging waar u de balans legt. Dan gaan we zien waar die balans komt. Ik ga verder met het referendum op initiatief van de raad c.q. bewoners. Het college merkt terecht op dat al bij de bespreking in 2022 veel raadsleden zeiden dat een referendum het recht is van bewoners, dat zeiden collega's net ook. De PvdA is er dus ook voorstander van dit recht als dusdanig te verankeren en niet meer als mogelijkheid voor de raad. De raad heeft immers ook vele andere instrumenten tot haar beschikking. We zien graag wel een voorstel tegemoet, ga ik denk ik de vraag van de heer Trompetter beantwoorden, waarbij een referendum op initiatief van bewoners er wel meer antwoordcategorieën mogelijk zijn, om zo meer inzicht te verschaffen in wat het inhoudelijk advies van bewoners is, waar het referendum betrekking op heeft. Zo geeft het instrument meerwaarde. Ik ga verder met de uitsluitingsgronden. De PvdA is geen voorstander van een uitsluitingsgrond zoals in Leiden, waarbij de raad een referendum dat zij onwenselijk acht, kunnen afwijzen. Daarop aansluitend, sluit ik me eigenlijk aan bij het verzoek van de heer Kuin, om dat ook in de verordening duidelijk te maken.

Naar oordeel van de PvdA past het de macht alleen om op strikte uitsluitingsgronden een recht van burgers niet te kunnen honoreren. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer, u heeft een interruptie van de heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Begrijp ik daaruit dat de PvdA dus akkoord gaat als er weer een verzoek voor parkeren gaat komen voor een referendum? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ongetwijfeld zullen ook andere oppositieleden de vraag stellen, maar dan vanuit een andere achtergrond. Ik kan daar nu nog geen oordeel over vellen. Dat zullen we beoordelen als dat verzoek er is. Als dat voldoet aan de voorwaarden, zullen we daar ongetwijfeld anders mee omgaan dan vorige

8

keer. Ik hoop overigens dat het niet nodig is en dat we hier met groot maatschappelijk draagvlak dat plan tot een succes kunnen brengen. De voorzitter: Nog een vervolgvraag van de heer Visser. De heer Visser: U zegt: beoordelen. Dan denk ik: dan wilt u dus toch een keuze hebben. Maar vervolgens zegt u in de volgende zin: op grond van de criteria, maar juist die criteria die wijzigen niet. Er wordt alleen iets meer in de toelichting geschreven, maar de criteria in artikel 2 wijzigen niet. En toch zegt u dus dat u het parkeerreferendum kunt weigeren. Kunt u mij dus toelichten op grond waarvan u met deze nieuwe verordening het parkeerreferendum wel zou kunnen weigeren, terwijl het in de oude verordening met precies hetzelfde artikel uiteindelijk niet geweigerd kon worden? De voorzitter: De her Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik denk dat het een misverstand is, want het artikel in Leiden zegt gewoon dat naar oordeel van de raad een referendumverzoek altijd mag worden afgewezen. De heer Visser: Ik heb het over het voorstel wat nu van het college voorligt.

In dat voorstel blijven de criteria in artikel 2 precies gelijk en ik vraag u nu op de man af: kunt u het parkeerreferendum als het opnieuw wordt aangevraagd naar aanleiding van nieuwe besluiten weigeren? Toen zei u: dat ga ik dan beoordelen op basis van de criteria en die criteria zijn dezelfde criteria als de vorige keer. Dus kunt het parkeerreferendum nu wel of niet weigeren? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, vanwege de tijd denk ik dat mijn antwoord volgt uit mijn verdere betoog. Maar het artikel in Leiden gaat niet over een uitsluitingsgrond bij een herhaald onderwerp. Dat gaat over een soort overrulend artikel dat de raad altijd mee geeft. Over uitsluitingsgrond van een herhaald onderwerp gaat nu mijn volgende element. Den Haag heeft bijvoorbeeld de tekst, ik citeer: kwesties waarover naar oordeel van de raad eerder een referendum is gehouden of kunnen worden gehouden. Het college vraagt nu ook welke tekst u daarvoor wenst. Dus dat kunt u straks ook zelf aangrijpen. Wij zijn een voorstander van die tekst, maar dan wel met de hantering van de tekst onderwerp in plaats van kwestie. En ook wij vinden eigenlijk wel dat er ook een tijdslimiet zou kunnen zijn. Als er heel veel jaar geleden al ergens een referendum over is geweest, moet dat op een gegeven moment wel weer wel gehonoreerd kunnen worden.

Dat is niet een ongelimiteerde reden om iets maar af te wijzen. We hebben nog wel een vraag aan de voorzitter, aan de burgemeester en die is ook de voorzitter van het college en de raad. Wij zijn eigenlijk wel benieuwd, in een volgende versie of u wat kunt verduidelijken wat de rol van een referendum is ten aanzien van de raad om te adviseren over die uitsluitingsgronden. Eigenlijk wil je dat de Referendumcommissie aangeeft of die van toepassing zijn en niet dat de raad dat zelf moet uitzoeken. Dat zou mijn verzoek zijn. Ik heb nog als laatste over de subsidies. Eerder hebben we het gehad over het schrappen van de voor- en tegencategorieën. Nu is er wel weer een neutrale subsidie mogelijk. Wij stelden eerder voor dat mogelijk te maken voor erkende instellingen, om het debat te verordenen. De huidige tekst lijkt me misschien een beetje multi-interpretabel, dus toch enige toelichting daarop gewenst van de burgemeester, omdat het misschien, en dan zeg ik het een beetje oneerbiedig wellicht, maar omdat het nu toch alweer mogelijk lijkt om bijvoorbeeld subsidie te krijgen om pennen uit te delen en dat dan te betitelen als bevorderlijk voor de opkomst en het maatschappelijk debat. Wij willen wel echt graag dat de subsidies worden verstrekt om gewoon echt debat te hebben in de letterlijke zin van het woord, waarbij mensen informatie verkrijgen en standpunten uitwisselen.

En niet zozeer

9

van toch een verkapte voor- of tegensubsidie. Ik doe het volgens mij echt exact in mijn tijd. Dus laten we daar maar dan ook mee afronden. De voorzitter: Dat is inderdaad waar, uw tijd is om. Dan vraag ik wie ik nu het woord mag geven? Mevrouw Çimen van D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Sorry. Voorzitter, we bespreken vandaag inderdaad de aanpassingen van de Referendumverordening. En D66 heeft vorig jaar ook meermaals gevraagd aan het college voor de aanpassing aan de verordening ook goed te kijken naar de VNG-modelverordening, die ook in heel veel andere gemeentes bijna een-op-een wordt gebruikt en daar zo veel mogelijk in Haarlem bij aan te sluiten. Net als uiteraard de gedane aanbevelingen en de suggesties in deze commissie en ook de vorige Referendumcommissie, zo goed als mogelijk te verwerken. En D66 ziet dat dat ook grotendeels is gebeurd en kan zich ook grotendeels vinden in de gedane aanpassingen. Tegelijkertijd is er een aantal concrete vragen gesteld aan deze raad om ons oordeel over te vellen en onze input op te geven. En ook heeft mijn fractie nog wat verhelderende vragen aan het college. Ik ga even de punten af. Laat ik beginnen bij het initiatief nemen tot het referendum. Het is al door meerdere collega's aan weerszijden gezegd.

D66 vindt het ook belangrijk dat referenda aangevraagd kunnen worden door inwoners van deze stad, maar onze fractie vindt het wel een instrument van de burgers en niet van de raad. En wij zijn van mening dat de raad voldoende andere mogelijkheden en instrumenten heeft om de Haarlemse inwoners te raadplegen. Dus wat ons betreft wordt die mogelijkheid ook uit de verordening geschrapt. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Sluit mevrouw Çimen dan wel bij de PvdA aan, dat er wel wordt gekeken naar mogelijkheden voor meervoudige vragen? De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, dat is ook mijn volgende punt. Dus daar ga ik dan nu op in. De voorzitter: De heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: U zegt dat de raad zelf voldoende mogelijkheden heeft om de burgers te raadplegen. Nu is het referendum een advies. Dus als er allemaal handtekeningen binnenkomen van burgers die zeggen: wij hebben een andere mening. Dan kunt u toch ook net zo goed het Haarlem panel inzetten? Dan heeft u toch geen referendum nodig? De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ik denk ook niet dat het referendum voor altijd voor elke kwestie het perfecte instrument is.

Dus ik denk dat je ook iedere keer kan kijken, maar als inwoners van deze stad denken: ik wil hier toch een referendum over aanvragen, dan moet die mogelijkheid er zijn. En als raad beschikken wij over meerdere instrumenten en kunnen we ook kijken, willen we inderdaad een Digipanel inzetten, willen we een Burgerberaad instellen? Noem het maar op. Maar daar kunnen wij dan inderdaad beter met elkaar over in gesprek en dat beoordelen. De voorzitter: Een vervolgvraag, de heer Visser.

10

De heer Visser: Maar als u daarover in gesprek wil, dan moet u dus ook de mogelijkheid hebben om te zeggen: we doen het referendum toch niet, want we zetten liever een ander instrument in. En dan moet je dus de gronden van het referendum aanpassen. Wilt u dat doen? De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dan gaan we al voor op de andere discussie, maar ik zeg dus al van de raad, wat ons betreft behoort die niet tot ons instrumentenpakket, het referendum. En over de uitsluitingsgronden kom ik dan straks in mijn verhaal. De voorzitter: Mevrouw Çimen, gaat u verder. Mevrouw Çimen: Dank u wel. Dan gaan we nog heel snel inderdaad even ook naar aanleiding van de vraag van de heer van de Actiepartij over het vragen stellen en die vraagcategorieën. Daar heeft mijn fractie ook in aanloop naar het vorige referendum ook meermaals naar gevraagd aan het college en ook aan de toenmalige Referendumcommissie. Dat wij soms een ja-nee-vraag te kort door de bocht vinden en dat wij het ook belangrijk vinden om het liefst meer dan een voor of een tegen te kunnen vragen aan Haarlemmers, een meer toegespitste mening kunnen opvragen. Maar zoals ik hem nu lees, begrijp ik dat de optie van vraagcategorieën of meerdere vragen echt specifiek hoort bij wanneer de raad dus het instrument inzet en dat als we die optie schrappen, dat artikel 9 lid 3 en4, even uit mijn hoofd, wordt geschrapt.

Mijn vraag aan het college: is het ook mogelijk die meervoudige vraagstelling te borgen in de verordening, ook wanneer alleen kiesgerechtigden een referendum aanvragen? Dus graag daar een reactie op. En zou de Referendumcommissie de raad dan ook kunnen over kunnen adviseren over die vraagstelling? Maar dan denk ik wel en dat vraag ik ook even ter check, dat we dan het artikel over de taak van de Referendumcommissie daarop zouden moeten aanpassen. Graag reactie. Dan de opkomstdrempel. De uitkomst van een referendum is natuurlijk een advies aan de raad in deze gemeente. Het is en blijft aan de raad om vervolgens te bepalen wat te doen met de uitkomst van het gehouden referendum. En wat D66 betreft, dat was eigenlijk de vorige keer ook met de vorige Referendumverordening in 2022, dat we dan niet hoeven vast te houden aan de opkomstdrempel. Dat als je op 28 procent zit, dat je dan denkt: nou ja, prima, dan hoeven we er helemaal niets mee te doen. En met alles net daarboven dan weer wel. Laten we het instrument gebruiken voor wat het is. Het is in alle gevallen een advies aan de raad. Dan ga ik door naar de handtekeningen. Daar is ook al meermaals naar verwezen door collega's uit deze commissie. Wij kunnen ons op zich vinden in de percentages die dan direct worden overgenomen uit de VNG-modelverordening.

Dus dat is die 1 procent en die 5 procent, maar ik kan me ook zo voorstellen dat andere collega's daar vragen bij hebben en ik ben benieuwd naar het antwoord van de burgemeester daarop. Dan komen we bij het punt van de uitsluitingsgronden. Wat D66 betreft gaan we ook niet mee in de suggestie die is gedaan over het artikel in Leiden, dus dat je als raad altijd kan bepalen om wel of niet mee te gaan met een verzoek. Maar wat ons betreft gaan we dus wel op het punt van wil je het besluit nemen of wil je het onderwerp nemen, dat wij dan voor onderwerp gaan, om dan daarmee te voorkomen dat je ieder jaar over hetzelfde onderwerp een referendum hebt. Alleen, zoals ik hem nu inderdaad las in de conceptverordening, zit er geen termijn aan. Dus als we op deze manier zouden accorderen, zou je dus nooit meer een referendum over parkeren mogen aanvragen. Nou, dat lijkt me niet de bedoeling. Maar wat is dan gebruikelijk in andere gemeentes? Is dat een termijn van twee jaar, drie jaar, vijf jaar? Graag een reactie dan van de burgemeester. En ook hier eigenlijk wederom de vraag: kan ook hier de Referendumcommissie advies geven aan de raad over die uitsluitingsgronden? Moeten we daar kijken naar het aanpassen dan van het artikel van de Referendumcommissie? Er is al meermaals gevraagd naar de termijn van zes naar vier maanden. Ik houd het een beetje kort. Ik heb nog weinig tijd.

We sluiten ons in ieder geval aan bij de gestelde vragen

11

over die termijn in aanloop naar het houden van het referendum en zijn benieuwd naar het antwoord en de onderbouwing daarvan. Dan nog een laatste punt. De subsidie. Waarom we dus van zes maanden naar vier maanden gaan. En dan de subsidie. Wij kunnen ons op zich vinden in de subsidieverstrekking zoals die nu is opgenomen. Alleen wij lazen op verschillende plekken, in eerste instantie zou het gaan over alleen verstrekken aan rechtspersonen en ergens anders lazen wij ook weer aan groepen van zes of meer mensen. Dus voor ons was heel even onduidelijk: wat moeten we hier nu inlezen? Welke is van toepassing? Graag een reactie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie dan? De heer Drost, GroenLinks. Ga uw gang. De heer Drost: Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan het college dat er eerst hier ter bespreking een conceptverordening ligt. Ik denk dat het fijn is dat we op een aantal punten hier de richting kunnen geven, zodat er volgende maand een complete verordening ligt die we kunnen gaan vaststellen. Ook goed dat er aansluiting is gezocht bij de VNG-modelverordening. Is ook door meerdere inderdaad hier verzocht in de commissie ik denk dat het een beproefde verordening is, maar daar zijn wel een aantal keuzemogelijkheden in te maken. In algemene zin maakt GroenLinks een aantal keuzes om het adviserende karakter van een referendum zo goed mogelijk te faciliteren.

Dus allereerst willen we daarom het college ook nog eens vragen goed te kijken naar mogelijkheden van meer keuzereferenda. We denken dat we Haarlemmers meer sturingsmogelijkheid geven als ze niet alleen een ja of nee kunnen meegeven, maar ook wat meer de inhoud opgezocht kan worden. Zodat je gewoon een completer advies krijgt. Verder stelt het college voor de opkomstdrempel te handhaven en daar twijfelen we wel over. De inhoud zou toch leidend moeten zijn bij het referendum. We hebben gezien dat de opkomstdrempel toch een aantal negatieve bijeffecten heeft. Deels waren die al wel bekend. Je hebt de strategische ja-stemmer. Ga ik wel ga ik niet, om wel of niet bij te dragen aan de opkomstdrempel. Je ziet soms ook dat in campagnes soms wat meer de opkomst … Het gaat over de opkomst in plaats van dat je gewoon een goed debat met elkaar hebt over de inhoud. Dat zijn een aantal argumenten waarvan je kan zeggen: wellicht is het toch goed om die opkomstdrempel niet te handhaven. Zeker als je kijkt van nou, waarom zou een advies met een opkomst bijvoorbeeld van 29 procent minder waard zijn dan een referendum met een opkomst van 30 procent? De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazinga, VVD.

Mevrouw Klazinga: Bent u dan van mening dat met een opkomst van 5 procent wij als voltallige raad een besluit in twijfel moeten gaan trekken, omdat het dan ook een adviserend referendum is? De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Het is een uiteindelijk advies en alles weeg je op zijn merites en zeker als je die meerkeuzevraag hebt en dan heb je er ook richting bij en dan kan je daar eventueel nog wat mee op de inhoud. Ga ik door naar het voorstel rond subsidies. Daar kunnen we echt het college niet goed volgen. Dat is ook door D66 gemeld. Dus eerst was het voorstel volledig schrappen subsidies. Nou, vervolgens werd hier in de commissie aangedragen, we zien wel oog voor subsidies om het live-debat en bijeenkomsten te faciliteren. Informatieavonden. Als ik de conceptverordening goed lees, is eigenlijk het voorstel weer op tafel om het te doen zoals we het al deden. Conform de oude verordening die buiten werking is gesteld. Ik denk niet dat dat per se de wens was vanuit deze commissie. In ieder geval niet van GroenLinks. Wellicht dat sommigen heel warm werden van referendumpennen, maar wij wat minder. Ik denk dat het wel goed is om ieder geval de subsidies te houden voor het live-debat. Wat betreft de uitsluitingsgronden.

12

De voorzitter: De heer Drost, u heeft een interruptie van de heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een verduidelijkende vraag. Dus u bent het ook met de Actiepartij eens, dat wij alleen aan rechtspersonen subsidie geven, dus niet aan groepen van zes mensen of meer? De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Nee, klopt. Volgens mij is dat dat punt wat weer terug is gekomen, wat volgens mij eerst in het collegevoorstel om dat te schrappen. En nu stellen ze dat voor om weer terug te brengen. Ik denk dat er wat onduidelijkheid over is. Wellicht dat het college het anders bedoelt, maar ik lees het nu als de oude verordening en dat leek ons geen goed idee. Wat betreft de uitsluitingsgronden sluiten ons aan bij het verhaal van de PvdA. Leiden is op zich een hele mooie stad, maar ik denk niet dat dat uitsluitingsgrond een goed idee is om een soort van overrulende uitsluitingsgrond te hebben van als raad doen we dit niet. Duidelijke kaders, maar wel die mogelijkheid, onderwerp met een tijdslimiet, waar al een referendum over is gehouden, om dat niet te doen. De voorzitter: Dank u wel. Wie dan? Mijnheer Visser van de ChristenUnie. Ga uw gang. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. We hebben gekozen, de gemeenteraad die vanuit het algemene belang alle voors en tegens moet afwegen. Dat is politiek.

Een adviserend referendum is een recept voor teleurstellingen. De raad kan ongeacht de uitkomst van het referendum immers anders beslissen, het is tenslotte een advies. Bovendien blijft het bij een simpele ja-nee-vraag, terwijl vraagstukken vaak veel complexer zijn. Het voorstel van de PvdA voor meer antwoordopties vind ik daarom interessant. Maar dan nog, adviezen kan je ook op andere manieren krijgen van burgers, door inspraak, door het inzetten van het Haarlempanel, et cetera. Laat ik dan toch kijken naar de Referendumverordening. Ik zie een aantal verbeteringen, maar er zijn ook een aantal zaken die vragen oproepen en de ChristenUnie heeft drie kleinere punten en twee wat grotere punten. Allereerst die passage over rechtspersonen waar meerdere mensen iets over zeiden. Ik denk dat er gewoon een misverstand is dat ergens een komma ontbreekt. Dat er eigenlijk wordt bedoeld van ja, rechtspersonen mogen wel, maar ze moeten wel uit Haarlem komen en dat de andere zin blijft ongewijzigd en dus zeggen we er niks over, maar het is wel verwarrend. Dus dat moet uiteindelijk een stuk wel gecorrigeerd worden. Het tweede kleine puntje. Wie kan nou het initiatief nemen voor een referendum? De VNG schrijft over een initiatief van kiesgerechtigden en of de raad. Het college houdt het op en de raad.

Dat vond ik ook verwarrend, want volgens mij zou het moeten zijn of de raad, want beide kunnen het initiatief nemen, los van elkaar. En uiteindelijk moeten we als raad wel een besluit nemen, maar misschien kan daar ook wat helderheid over komen. Het derde punt, die hogere drempels. Op zich snapt de ChristenUnie het wel, grappig dat ze dan een percentage zeggen, maar dan in de verordening weer een exact aantal. Dan moeten we het om de paar jaar aanpassen met de groei van de stad, maar misschien is dat om juridische redenen. Kan de voorzitter daar ook op ingaan? Wel dat inleidende verzoek, met name daar is die drempel wel moeilijk, lijkt mij. Want stel dat we twee weken voor de raad pas het in een commissie bespreken en één week van tevoren wordt het stuk online gezet, heb je tweeënhalve week, een kleine drie weken als je al voor de commissievergadering handtekeningen gaat verzamelen, want je moet vijf dagen voor de raad moet je die handtekeningen hebben. Is dat niet een te hoge drempel? Dus die drempel vind ik op zich niet verkeerd, maar wel de termijn waarin die drempel gehaald moet worden. Dan de twee grote punten, voorzitter. Het eerste is het onderwerp van het referendum. De ChristenUnie wil geen referendumloop.

We moeten niet dit jaar weer een parkeerreferendum hebben, want dat is wel duidelijk wat de bevolking ervan vindt, dat hebben we gewogen en daar gaan we nu mee aan de slag. Het college heeft een alternatief tekstvoorstel gedaan, waar

13

het woord onderwerp in de zin wordt toegevoegd, maar ik lees nog steeds het woord grondslag en besluit en nou, die zin is zo onduidelijk en zo multi-interpretabel. Volgens mij schieten we daar niets mee op. Dus ChristenUnie wil een duidelijke tekst, waaruit blijkt welke onderwerpen wel en niet kunnen. En wij voelen op zich wel voor de tekst van Leiden. Als die te ver gaat, dan moeten we iets anders bedenken, maar er moet in ieder geval een loop worden voorkomen, inderdaad gebonden aan een termijn. Dus sluit ik me ook aan bij onder andere de PvdA, geloof ik. Ik kan me wel voorstellen dat we als raad anders beslissen. Dat we als raad zeggen: oké, je mag volgens de Referendumverordening op initiatief van de burgers niet een parkeerreferendum, maar we vinden het als raad zo belangrijk, dat we besluiten: we gaan toch een parkeerreferendum doen. Dus op initiatief van de raad zou ik het goed vinden, maar om die loop te voorkomen, zou ik het op initiatief van burgers niet goed vinden binnen een jaar weer een referendum over hetzelfde onderwerp. Dan het tweede grote punt, voorzitter. Dat is wat gebeurt er na het referendum? Daar is niets gewijzigd in de hele verordening. Terwijl de ChristenUnie keer op keer heeft gezegd: we moeten kunnen amenderen.

Ik vind dat we ons als raad niet serieus nemen als we zo'n ingewikkeld referendum gaan houden en er komen allemaal bezwaren op, ook een aantal nieuwe bezwaren waren er voor mij, waarvan ik dacht: daar had ik nog niet aan gedacht. Dat kan ik wel amenderen en dit zou dan het enige raadsbesluit zijn wat niet amendeerbaar is, omdat we al amendementen, daar al over hebben gestemd. Dat vind ik echt niet kunnen. Ik vind na een referendum, als het besluit opnieuw voorligt, moeten we niet eerst gaan stemmen. Nee, dan moeten we eerst een nieuwe mogelijkheid hebben om een amendement in te dienen. Graag reactie van de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Van het college, ja. Nee, daar waag ik me niet aan, mijnheer Visser. Mevrouw Klazinga, VVD. Ga uw gang. Mevrouw Klazinga: Dank u wel, voorzitter. De VVD is blij om te zien dat er serieus gekeken is naar noodzakelijke wijzigingen in de verordening en dat de aanbevelingen van de voorgaande Referendumcommissie, toen begaf mijn scherm het, daarin zijn meegenomen. We hebben wel een paar vragen en suggesties. Te beginnen met artikel 2. Ter opvolging van de aanbeveling van de commissie is er een toelichting bij de afwijzingsgronden opgenomen. Dat is goed, daar zijn we blij mee, maar wanneer naar de toelichting gekeken wordt, en dan met name op de gronden i en j, dan behoeven die aanpassingen concretisering.

Als ik kijk naar de toelichting op grond i, dan is het eigenlijk zo dat de discussie die we daar bij het vorige referendum over hebben gehad, door deze toelichting totaal niet verhelderd wordt en die toelichting zou dus anders moeten. Toelichting op j, die klopt niet. Die begint namelijk met de zin: welke redenen dringend zijn, is uiteindelijk aan de raad. Dat is niet zo. Welke redenen dringend zijn, is uiteindelijk aan de rechter. Dus hier wordt een te grote zeggenschap bij de raad neergelegd. Dan artikel 5, de opkomst, het aantal handtekeningen om een referendum te houden. Daar hebben wij het als fractie uitgebreid over gehad. En wij kunnen ons vinden in die wijziging. Een referendum is een middel dat enerzijds toegankelijk moet zijn, maar anderzijds ook niet voor ieder wissewasje ingezet moet kunnen worden. Het moet gaan over onderwerpen die een belangrijk deel van de inwoners daadwerkelijk bezighoudt. De voorzitter: Mevrouw Klazinga, u heeft een interruptie van de heer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Dank, voorzitter. Een vraag aan mevrouw Klazinga. Bij de vorige verordening, kunt u een voorbeeld geven van een wissewasje waarbij het aantal handtekeningen aanleiding was dat er voor een wissewasje een referendum werd gehouden? De voorzitter: Mevrouw Klazinga.

14

Mevrouw Klazinga: Nee, er is niet over een wissewasje een referendum gehouden. Je kunt dus ook zien dat bij het afgelopen referendum de drempel die nu voorgesteld wordt feitelijk gehaald werd. Om te voorkomen dat er wel een referendum wordt aangevraagd voor een wissewasje, door een relatief klein aantal mensen, waardoor je 500.000 euro gaat uitgeven aan een referendum plus om vervolgens te merken dat het inderdaad voor de rest van de bevolking een wissewasje is en dat je dus de opkomstdrempel niet haalt. Dat is wat wij willen voorkomen. De voorzitter: De heer Alberts heeft een vervolgvraag. Ga uw gang. De heer Alberts: Wederom ter verduidelijking. Kunt u benoemen wat de aanleiding is dat u deze zorg heeft? Welke aanleiding heeft u dat er nu redenen zouden zijn dat mensen voor een wissewasje een referendum gaan aanvragen? De voorzitter: Mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Je kijkt naar de verordening en de mogelijkheden die die verordening biedt. En op het moment dat je een lage drempel hebt, dan is er de mogelijkheid dat er voor een wissewasje een referendum wordt gestart. Ik ga door met artikel 8. Dat is de voorgestelde termijn voor het houden van een referendum. Daar sluit ik aan bij een aantal eerdere sprekers, dat ik geen enkele reden zie om die termijn te verkorten naar vier maanden.

We hebben afgelopen keer gezien dat er een enorme discussie is geweest en dat er allerlei redenen waren om die termijn juist langer te maken dan die is en nu wordt voorgesteld om hem van zes maanden te verkorten naar vier maanden. Daar zijn wij bepaald geen voorstander van. Dan even kijken. Artikel 2 en 7, het initiatief. Wij zijn er geen voorstander van om de raad ook het recht te geven om een referendum te starten. De raad kan met allerlei middelen allerlei participatiemiddelen inzetten. Wij zien geen aanleiding om daar ook nog eens een keertje een referendum aan toe te voegen. Wij vinden die middelen die er zijn voldoende. Artikel 10, de VVD is er geen voorstander van om de ... De voorzitter: Mevrouw Klazinga, u heeft een interruptie van de heer Drost, GroenLinks. De heer Drost: Zegt de VVD daarmee ook: we gaan ons nooit meer in de toekomst bemoeien met referenda? In 2017 hebben uw voorgangers toch zich wel ontzettend actief ingezet om een parkeerreferendum mogelijk te maken. Is dat een soort 180 graden draaien nu van de VVD? De voorzitter: Mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Er is nog geen referendum georganiseerd door de raad en aangevraagd door de raad. Er is geen besluit genomen door de raad om een referendum in te zetten.

Het zijn altijd referenda geweest die uiteindelijk door burgers geïnitieerd zijn, met het aantal handtekeningen wat daarvoor nodig was en daar zijn wij een voorstander van. Artikel 10, de subsidiecategorieën. Er wordt voorgesteld om te schrappen, voor, tegen en neutraal. Daar zijn wij geen voorstander van, omdat je dan het risico creëert dat er alleen maar tegen campagnes worden gehouden en niet meer voor en niet meer neutraal. Dus wij zijn er een voorstander van om die categorie te handhaven. Dan de puntenindeling op basis waarvan de subsidieverstrekking plaatsvindt. Dat wordt door het college gedaan. Waarom wordt er niet voor gekozen om een onafhankelijke commissie daarvoor in te stellen, zoals bijvoorbeeld bij het evenementenbeleid ook gebeurt? Artikel 3, dat is wat meer technisch van aard. Daar wordt voorgesteld, volgens mij is dat in strijd met het advies van de VNG, maar daar wordt voorgesteld om de commissie uit drie of vijf leden te laten bestaan. Hoe ziet het college dat voor zich? Wanneer bestaat de commissie dan uit drie leden en wanneer uit vijf leden? Als ik naar het model van de VNG

15

kijk, dan wordt er voorgesteld om een expliciete keuze te maken en dus niet in de verordening zelf drie of vijf te zetten. En dan tenslotte artikel 12. De Referendumcommissie had een hele duidelijke aanbeveling om het aanvraagformulier voor subsidies, om daar wat toevoegingen aan te doen en die zien wij niet terug in artikel 12 van de verordening. Verder heb ik nog wat kleine technische punten, maar die zal ik schriftelijk met de ambtenaar delen. Dank u wel. De voorzitter: Dan mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Ga uw gang. Mevrouw Van den Broek: Het meeste is eigenlijk al gezegd. Dus ik geef gewoon een korte samenvatting daarvan. Wij zijn het ermee eens, zoals al eerder gezegd, om het alleen op initiatief van kiesgerechtigden te houden en niet op initiatief van de raad. Zeker ook voor meerdere antwoordcategorieën om dat toe te voegen. Voor het afschaffen van de opkomstdrempel. We zijn blij dat er ten aanzien van die subsidieverleningscriteria een rangschikking komt voor de toekenning van die subsidies. Dat is echt een verbetering, maar we vroegen ons wel af of er niet een soort voorbehoud moet worden geplaatst. Als er met behulp van subsidie foutieve informatie wordt verspreid en dat dan die subsidie kan worden teruggevorderd.

En als laatste ook nog, de vergoeding van de referendumcommissie dat zij alleen maar een vergoeding krijgen voor het bijwonen voor commissies. Maar wij vroegen ons af of dat toch niet een beetje te mager was. We kunnen ons voorstellen dat er toch ook best wel wat voorbereidingstijd erin gaat zitten. En als laatste, dat is niet in een verordening te vatten of althans, als dat kan, dan hoor ik het heel graag. Wij vragen ons af hoe we als raad en gemeente omgaan überhaupt met het hele fenomeen van foutieve informatie, fakenieuws. Dat dat heel erg polarisatie kan aanjagen. Dus als mensen daar suggesties voor hebben, het is wel iets waarvan ik denk we moeten ons echt inspannen dat een referendum geen polarisatie aanjaagt en dat vraagt denk ik iets van ons allemaal. Ik weet niet of je dat in een Referendumverordening kunt passen, maar het is wel iets waar we ons als fractie toch wel wat zorgen over maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond. De heer Dreijer van het CDA. Ga uw gang. De heer Dreijer: Dank u wel, voorzitter. Zoals de meesten al weten was en is het CDA geen voorstander van een referendum. Liever zouden we het referendum afschaffen en op een andere manieren de stad raadplegen. Maar zoals ik het hier in de raad hoor, dan gaat dat waarschijnlijk niet gebeuren. Uitgaan van de VNG-verordening vinden we in ieder geval een goede basis.

Is voor een Referendumcommissie ook makkelijker, als je één basis Referendumverordening hebt die je overal kan gaan toetsen. We zullen dus nog wat punten meegeven om het voorstel iets beter te maken. Zoals de Actiepartij ook al had aangegeven, artikel 9 lid 8 van Leiden, dat lijkt ons ook wel een goede om hier in deze verordening te zetten. De voorzitter: Mijnheer Dreijer, u heeft een interruptie van de heer Alberts, Forum. De heer Alberts: Forum voor Democratie, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Sorry. De Heer Alberts: Een vraag aan het CDA. U stelt, het is goed om het VNG-model over te nemen. Waarom bent u niet voor maatwerk? De voorzitter: Mijnheer Dreijer.

16

De heer Dreijer: Nee. En we gaan een klein beetje maatwerk toevoegen, hoor. Maar in de basis de VNG pakken grotendeels, lijkt ons een goede zaak. De toelichting bij artikel 2 lid 2 i was voor ons ook niet helderder dan de vorige tekst. Daar is allemaal eerder aan gememoreerd. Net als de PvdA ook al aangaf; het woord besluit in bepaalde artikelen te vervangen door kwestie. In ieder geval een goede tekst die voorkomt dat we in een zogenaamde loop terechtkomen, lijkt ons ook een goede zaak. De opkomstdrempel hoeft van CDA ook niet meer. Laten we die afschaffen en laten we zoveel mogelijk mensen adviseren ook om te gaan stemmen, zodat er een betere duiding van de uitslag gaat komen dan de vorige keer. De laatste keer hebben een heleboel mensen niet gestemd. Bewust niet, waardoor een vertekend beeld over die uitslag is ontstaan. En we denken dat uitgaan van een meervoudige vraag ook een toevoeging kan zijn, dat het beter is. Want er worden ook een heleboel zaken duidelijker voor wat de mensen eigenlijk willen of wat ze juist niet willen. Ten slotte, voorzitter, er is weleens een keer over nagedacht over de subsidie. Ik heb echt in de praktijk meegemaakt dat dat niet altijd even lekker ging in de organisaties van allerlei avonden om een voor, tegen of een neutrale bijeenkomst te organiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15357609/2