Transcript cie Bestuur d.d. 22 januari 2026
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 22 januari 2026 1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goedemiddag, alle aanwezigen hier in deze zaal, de mensen op de tribune en de mensen die thuis meekijken. Hartelijk welkom bij de vergadering van de Commissie Bestuur van 22 januari 2026. Welkom ook aan burgemeester Wienen. Moment. Welkom burgemeester Wienen, wethouder Roduner is er nog niet, maar wethouder Berkhout wel. En iedereen die thuis meekijkt. Ik heb bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Çimen van D66. Zij wordt vervangen door de heer Jonker. En de heer Procee komt wat later.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we naar het vaststellen van de agenda. Eventjes over agendapunt met de Kerstmarkt. Gezien het aantal insprekers bij agendapunt 11, de toekomst van de Kerstmarkt, vroeg ik u bij alle andere agendapunten uw spreektijd in acht te nemen, maar daar moet u ook zelf op letten. De vergadering kan iets uitlopen, omdat we een groot aantal insprekers hebben. Het voorstel is dan ook om de vergadering om uiterlijk 20.30 uur te sluiten. We kunnen iets langer doorgaan, zodat de Commissie Ontwikkeling om 20.45 kan starten. En bij de spreektijdverdeling is hier al rekening mee gehouden. Kan de agenda zo worden vastgesteld? Ik zie de heer Wiedemeijer, PvdA. Ga uw gang. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, omdat u allen zo naar de Kerstmarkt uitkijkt, is mijn voorstel om de agendapunten rondom de twee moties in één agendapunt te vatten. De voorzitter: Dan heeft u het over agendapunt 7 en 8, om die gezamenlijk te bespreken. Gaat de commissie hiermee akkoord om dat zo te doen? De heer Amand van Trots Haarlem, ga uw gang. De heer Amand: Dank u, voorzitter. De vraag van Trots is: waarom gaan we die Kerstmarkt niet meteen behandelen? Dat lijkt me wel slimmer, want als iedereen met de tijd zit ... De voorzitter: Mijnheer Amand, de vraag was nu of het goed was om agendapunt 7 en 8 gezamenlijk te behandelen.
Daar bent u … En voor de rest hebben we het nu zo ingedeeld, want er komen ook allemaal insprekers en de Commissie Ontwikkeling sluit aan. En dat dat zijn leden van de Commissie Ontwikkeling die daarna zelf een commissie hebben. Dus vandaar dat we het zo gepland hebben. De heer Amand. De heer Amand: En dan hebben we het nog over die wapenstok. Dat had ook veel eerder gekund. Dat is ook weer raar dat het allemaal op het eind zit. Waarom is dat zo? De voorzitter: Het staat nu op de agenda, maar de vraag is nog steeds kan de agenda zo worden vastgesteld? Ja.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt drie. Mededelingen van commissieleden en portefeuillehouders. Zijn er mededelingen van iemand uit de commissie? Nee. Er zijn wel twee mededelingen vanuit het college. De heer Wienen. Ik geef u even het woord. Ga uw gang.
1
De heer Wienen: Dank u wel. Er zijn twee punten. Er is in deze commissie meermalen gevraagd van hoe zit het met onderwijs voor de kinderen op het azc Meesterlottelaan? En dat was een tijd lang lastig om dat goed te organiseren. Er was een wachtlijst. Maar ondertussen hebben alle kinderen in het reguliere onderwijs hun plek gekregen. Dat is een. Twee, er zijn wat vragen gesteld: hoe is het met de jaarwisseling gelopen in Haarlem? En u krijgt daar van ons een overzicht over, maar omdat wij afhankelijk zijn ook van informatie van derde partijen, bijvoorbeeld de exploitant van de bushokjes en van Spaarnelanden en dergelijke, duurt het iets langer, maar de bedoeling is dat u dat in maart hier in de commissie heeft. De voorzitter: Dank u wel. 5.
Agenda komende vergadering(en), Bestuurlijke Agenda, en overzicht moties en toezeggingen De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 5, de agenda voor de komende commissievergaderingen en de bestuurlijke agenda. In december hebben we u geïnformeerd dat we vanaf 1 januari voortaan werken met een bestuurlijke agenda. Deze vervangt de raadsjaaragenda, omdat deze in de praktijk onvoldoende houvast bood, onder andere door gebrek aan duidelijk eigenaarschap. En doordat de planning niet altijd actueel was. De bestuurlijke agenda geeft een duidelijker en beter overzicht van onderwerpen die richting college, commissies en raad worden voorbereid. Daarbij ziet u ook wat op korte termijn vaststaat en waar in de planning nog ruimte zit. Het wordt als het goed is voor u als raad overzichtelijker. In deze nieuwe werkwijze stemmen de commissievoorzitter en de commissiegriffier voortaan over de bestuurlijke agenda af met de verantwoordelijke portefeuillehouder, in een tweemaandelijks strategisch overleg. En het eerste heeft vanmiddag plaatsgevonden. Vanaf de volgende vergadering voegen we bij dit agendapunt ook een was/ wordt-overzicht toe. Zodat voor iedereen inzichtelijk is welke onderwerpen aan de bestuurlijke agenda zijn toegevoegd, welke onderwerpen zijn behandeld en bij welke onderwerpen de planningsdatum is aangepast. En dat alleen ter informatie.
Onderstaande stukken worden geagendeerd voor de vergadering van 5 februari. Het besluit op een bezwaar van de heer S. en de heer V. over het opheffen van geheimhouding, wijzigingen Verordening VTH, dan nog zienswijze Kadernota Concensus en een zienswijze toetreding Zandvoort. Dat kunt u voor de volgende vergadering verwachten. Ter bespreking komt ook nog het Uitvoeringsprogramma vergunningen, toezicht en handhaving en een artikel 213a-onderzoek toekomstgericht onderzoek inhuur derden. Daar kunt u zich allemaal op voorbereiden.
6.
Transcript commissie d.d. 4 en 11 december 2025 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 6, transcript commissie d.d. 4 en 11 december 2025. Zijn daar nog opmerkingen bij? Alleen naar aanleiding van. Nee.
7.
09 Motie Arbeidsmigratie in balans stop met de expatkorting
8.
32.02 Motie Wonen en werken in balans in de MRA De voorzitter: Dan zijn we gekomen bij agendapunt 7 en 8, die we gezamenlijk zullen behandelen. Deze zijn ter bespreking. En dat gaat over de motie Arbeidsmigratie in balans stop met de expatkorting. En nummer 8 was de motie Wonen en werken in balans in de MRA. Deze zijn geagendeerd door de PvdA, door de heer Wiedemeijer of tenminste, het is op verzoek geagendeerd en u heeft dat goedgekeurd. Doel van de bespreking is om samen met de portefeuillehouder en de commissie de afdoening te bespreken en het college te bevragen of en hoe zij alsnog invulling wil geven aan de desbetreffende moties. Aan het einde van de bespreking is dan ook de vraag of de commissie de afdoening kan onderschrijven of dat zij aangeeft dat de
2
motie nog niet als afgedaan kan worden beschouwd? Of de beide moties. Dan gaan we nu over tot behandeling. En dan geef ik als eerste het woord aan de heer Wiedemeijer. Ga uw gang, PvdA. De heer Wiedemeijer: Dank u wel, voorzitter. Het is algemeen bekend dat er een enorme wooncrisis in Haarlem is. En daar bouwen we ook heel veel woningen voor. Maar vandaag hebben we het over het fenomeen van de arbeidsmigratie en daarvoor heeft de raad eerder twee moties aangenomen. Het moge duidelijk zijn dat de wooncrisis niet komt door expats, maar dat we wel goed moeten kijken of hun invloed niet buitensporig is. En twee elementen die wij eerder hebben aangemerkt als buitensporig, is de gemeente Haarlem aanmerken als expatparadijs op de MRA-websites. En het tweede element is de belastingkorting. Bij beide … De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer, u heeft een interruptie van de heer De Raadt. Klopt dat? De heer Van den Raadt: Ja, Van den Raadt zelfs. De voorzitter: Van den Raadt, ga uw gang. De heer Van den Raadt: Maar dat is pas recent. Voorzitter, ik hoorde dat de PvdA zei van de expats, ik vat het kort samen, aanpakken, maar ze zijn niet dan de hoofdoorzaak van het woonprobleem. Kan de PvdA vertellen wat dan wel het hoofdprobleem van de wooncrisis is en is ze bereid daar ook dan een soort aanpak op in te dienen? De voorzitter: De heer Wiedemeijer, PvdA.
De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik heb te weinig spreektijd om de hele wooncrisis hier te analyseren, maar ik denk dat het goed is om in ieder geval veel woningen te bouwen. Daar zet ik me al acht jaar voor in en u bent daar al acht jaar op tegen. Het staat u verder vrij om die koers vast te houden. Maar ik denk dat we het daar nu niet over hebben. We hebben het nu specifiek over de rol van expats. De voorzitter: De heer Van den Raadt heeft nog een interruptie. De heer Van den Raadt: Voorzitter, dan snap ik het niet, want dan wordt gezegd: wij willen heel veel bouwen. Als je heel veel bouwt, dan zou dat voor die expats dan ook meteen de oplossing zijn. Daarom vraag ik: wat is het echte probleem? Maar ik heb het idee dat we geen antwoord krijgen. De voorzitter: De heer Wiedemeijer, gaat u verder. De heer Wiedemeijer: Ik vertel u net dat in ieder geval de expats daar ook een rol in spelen. Zeker de expatkorting is een keuze voor economische groei en daarbij leggen woningzoekenden het af. Wij kunnen het ons eigen college niet kwalijk nemen dat de andere bestuurders in de regio die disproportionele invloed willen behouden, maar dan is de vraag: wat willen wij daarmee doen? Op dit moment wordt er een nieuw kabinet geformeerd. Daarom is mijn voorstel, ook omdat bij de motie over de expatkorting stond alleen in om met andere gemeenten daarin op te trekken.
Daar stond ook niet specifiek de MRA genoemd. Om gezamenlijk vanuit deze raad en andere raden uit de MRA, een gezamenlijke oproep te doen aan de formerende partijen. Een vorm van een petitie, om aan te geven wat er hier in onze gemeente speelt. En dat wij hen oproepen om die expatkorting, dat is toch vier 400, 500 miljoen euro per jaar, om die af te schaffen. Dat is mijn uitnodiging aan u. Ik zal ook na afloop een dezer dagen een voorstel doen en die ook doen toekomen aan de raden in de
3
regio. Het andere punt, namelijk de website, dat is lastiger, want daarvoor zijn wij simpelweg afhankelijk van wat er in die regio wordt besloten. En dat zet mij toch wel aan het denken, want op het moment dat wij als gemeenteraad vragen aan de regio van wij hebben daar echt moeite mee, wilt u dat heroverwegen? En dan zeggen zij van dat willen wij niet. Dan hebben wij dus als gemeenteraad geen instrument om die promotie in onze eigen gemeente te sturen. En dat is wel een beetje ongelukkig, want op het moment dat wij zeggen: wij vinden dat echt niet prettig, kunt u daar alstublieft mee ophouden? En het gebeurt vervolgens niet. Dan blijft het enige wat ik kan doen, is om het verzoek nogmaals te doen. Dus het college nogmaals verzoeken om namens de gemeenteraad over te brengen van wij willen niet dat Haarlem als een gunstige vestigingsplaats voor deze doelgroep wordt aangeprezen, omdat Haarlemse woningzoekenden het veel te lastig hebben met het zoeken van een woning. Daarmee nogmaals het verzoek om daar nog een keer naar te kijken. Dat was mijn bijdrage en ik wens u een fijn kerstfeest. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, want dat dat is een beetje mijn eerste vraag ook. Ik hoor inderdaad dat PvdA zegt: expats hebben een invloed op de woningmarktcrisis in Haarlem.
Het lijkt mij dat andere groepen ook van invloed zijn en een voordeel hebben bij de Haarlemse woningmarkt. Sommige groepen krijgen extra snel een huis en anderen die staan tien jaar in de wachtrij. Mijn vraag was, wat ik daarnet ook zei van is de PvdA dan ook bereid om daar aandacht voor te vragen en te zeggen dat die groep ook geen voorrang zou moeten krijgen? Of is het alleen maar, de ene groep is wel vervelend, de andere groep is allemaal prima of is het een consequent beleid? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, er zijn allerlei groepen met invloed. Vandaag hebben we het over de expats. Ik ben benieuwd naar uw bijdrage. Mijn partij landelijk is al tijden voor het afschaffen van de expatkorting. Misschien is het dan ook zo eerlijk, kunnen we dat ook even voor de krant meenemen, dat uw partij voor behoud van de expatkorting is. Dus dan weten we dat ook. De heer Van den Raadt: Zal ik meteen antwoord geven, voorzitter? Ik werd aangesproken. De voorzitter: De laatste interruptie, want daarna gaan we verder of wordt het uw termijn meteen? De heer Van den Raadt: Nee hoor, maar als we dan toch voor de krant praten. Er is een andere groep, statushouders, die hebben grotere invloed. Daar heb ik altijd van gezegd: daar moeten we wat aan doen.
En ik vraag ook aan de PvdA of ze eindelijk bereid is om die moties die Trots Haarlem altijd heeft ingediend, om de Haarlemmers nu echt overal voorrang te geven? Niet alleen bij nieuwbouw, maar overal, want dan los je het echt op. Of ze daar dan toe echt bereid zijn of blijft het bij dit kruimelwerk? De voorzitter: U had geen reactie meer. Dank u wel. Wie kan ik dan verder in eerste termijn het woord geven? De heer Trompetter van de Actiepartij. Ga uw gang. De heer Trompetter: Ik kan er heel kort over zijn. Ik kan me helemaal aansluiten bij het betoog van de PvdA. Het is ons ook een doorn in het oog die expatkorting en het opdrijvende prijseffect dat dat heeft op de woningmarkt. En ook het promoten van Haarlem als ideale vestigingsplaats, dat zien we ook liever niet. Dus ik kan zeker de oproep ondersteunen. Ook in de petitievorm met andere gemeenten samen, om de formerende
4
partijen op te roepen om daar nu eens een eind aan te maken, het een. En dat ding van de website het andere. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan het woord geven? De heer Slik van de ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Ik sluit me aan bij de Actiepartij en bij de PvdA. We zijn het eens met de inhoud van de moties. En we zijn het ermee eens dat het nog niet voldoende is afgedaan, nog niet voldoende inzet. Wij zijn ook voor het afschaffen van de expatkorting. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Dank, voorzitter. De afgelopen vier jaar heeft FvD Haarlem structureel vragen gesteld bij het bestuursorgaan de MRA. Met als grootste kritiekpunt de democratische verdunning van haar eigen zeggenschap. In de afdoening van de moties is te lezen: er is binnen de MRA geen draagvlak voor het voorstel om samen te lobbyen bij het kabinet voor het volledig afschaffen van de expatkorting. Vandaaruit heb ik ook een beetje vragen naar wat het voorstel is van de PvdA zojuist. Want ik leek dat te horen als nieuw voorstel alsnog, terwijl het al in de afdoening staat dat dat niet gaat gebeuren. En het bestuurlijk overleg benadrukt het belang van kenniswerkers voor de economie in de MRA en geeft aan zich hiervoor niet te willen inzetten.
Voorzitter, het is duidelijk, er is sprake van een gecreëerde schaarste aan bemensing door het structureel niet investeren in de eigen Haarlemmers. En nu er achteraf geprobeerd wordt om dit op oppervlakkig niveau enigszins te repareren met de motie, blijken wij als stadsbestuur feitelijk niet meer daarover te gaan, vanwege onze samenwerking, dat ons eigen democratische mandaat niet zal ondermijnen. Onze fractie moet helaas concluderen dat wij de afgelopen vier jaar gelijk hebben gehad. We roepen op tot bestuurlijke reflectie in deze commissie. En we zijn benieuwd hoe het college aankijkt tegen het niet kunnen leveren op deze moties. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Met een interruptie, voorzitter, aan Forum voor Democratie. Als u dit hoort, u ziet die motie en het antwoord van we kunnen er niets aan doen, want de MRA. Zou u het dan verstandig vinden dat de PvdA voorstelt om uit de MRA te stappen? De voorzitter: De heer Alberts. De heer Alberts: Voorzitter, wij nodigen iedereen uit om achter ons standpunt te scharen om inderdaad de MRA op te breken en de taken weer over te hevelen naar enerzijds de provincie en anderzijds het gemeentebestuur. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan het woord geven? De heer Blokpoel, VVD. De heer Blokpoel: Dank u wel, voorzitter.
De belastingvrijstelling gaat met 3 procent naar beneden. Dat is in die zin al een tegemoetkoming. Daarnaast is de balans tussen wonen en werken enorm belangrijk voor de ontwikkeling van de stad. We hebben nu voor minder dan de helft van onze inwoners banen in onze eigen stad. We moeten ook inzetten op die banen, om de juiste balans te hebben en de pendel in en uit de stad in de hand houden. Tegelijkertijd, zoals ook de beantwoording aangeeft, draagt een goede balans bij aan een levendige stad. Ook internationale bewoners horen bij de stad, net zoals bewoners uit andere steden die graag in Haarlem willen komen wonen. Net zoals Haarlemmers ervoor kunnen kiezen om in andere steden te
5
gaan wonen. Als iedere stad zijn grenzen op slot gooit en niemand mag meer in de stad komen, want het is alleen voor de stedelingen die daar op dat moment wonen. Dan kunnen we net zo goed stoppen, want dan krijgen we overal eilanden in ons land. De komst van internationale bedrijven draagt in onze Waarderpolder ook bij aan de economische kracht van onze stad. Draagt ook bij aan het aanzien van onze stad. En versterkt ook de bedrijvigheid in onze stad en regio, waar ook Haarlemmers kunnen werken, waar ook Haarlemmers actief kunnen zijn en waar ook Haarlemmers van profiteren. Tot zover. De voorzitter: Mijnheer Blokpoel, u heeft een interruptie van de heer Van den Raadt. De heer Blokpoel: Een vraag of ik het goed hoorde. Zei u nu dat in Haarlem de helft van de Haarlemmers maar in de eigen stad kan werken? De voorzitter: De heer Blokpoel. De heer Blokpoel: Nee, dat is nu minimaal de helft van de Haarlemmers werkt überhaupt in de stad of gelijk, het aantal banen en dat moet hoger. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Jonker, namens D66. De heer Jonker: Dank u wel. D66 sluit zich volledig aan bij de woorden van de VVD. En wij kunnen ons ook vinden in de toelichting afdoening van het college. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? Mevrouw Oppenhuis, CDA. Ga uw gang. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel. Het zal duidelijk zijn dat CDA altijd de Waarderpolder een heel warm hart toedraagt.
Ook daar werken expats. Wij kunnen ons volledig aansluiten bij de woorden van de VVD en D66. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Aynan van Jouw Haarlem. Ga uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Voor ons is dat anders. En dat is Jouw Haarlem en SP. Wij sluiten ons aan bij de wijze woorden van ChristenUnie. En we zien het voorstel van de PvdA tegemoet. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Voorzitter, we kunnen ons denk ik wel … Ik zie wel een gouden combinatie, VVD, D66, CDA, Trots Haarlem, bij het volgende college. En wij kunnen ons misschien aansluiten bij een motie van afkeuring van de PvdA over het collegeantwoord of een motie van uitstappen uit de MRA van de PvdA. Daar kunnen we ons ook bij aansluiten. En het is niet goed dat sommige groepen voorrang krijgen, dus laten we daar dan in totaal iets aan doen. En dan noem ik toch maar één keer het woord statushouder. Maar ik heb nog wel één belangrijke vraag aan het college, zeker na de inbreng van de VVD zojuist. Wij streven naar een 10minutenstad, heeft de voorzitter, de wethouder Van Leeuwen triomfantelijk gezegd. Maar dat betekent ook dat je dus binnen 10 minuten bij alle belangrijke voorzieningen bent en ook je werk.
Maar ik zie al een beetje dat dan de helft maar in de stad werkt, want al die andere mensen die kunnen dus niet in 10 minuten op hun werk zijn. De vraag aan het college is: hoe gaat u dat voor elkaar krijgen als u die 10-minutenstad nastreeft, terwijl niet eens iedereen in de eigen stad kan werken? Dank. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil er toch op wijzen dat we nog behoorlijk wat onderwerpen hebben. Ik wijs u op uw spreektijd. Dat gaat heel hard en we hebben bij de verlenging van de vergadering rekening gehouden
6
met de spreektijden. Dus er komt niets meer bij hierna. De heer Alberts had nog een interruptie op de heer Van den Raadt? Ga uw gang. De heer Alberts: Ik zal er een ja of nee vraag van maken, zodat het u tijd bespaart. Doelt u er dus op dat, want dat is volgens de Omgevingsvisie die dat oplegt. Stel het zou ons lukken om te gaan lobbyen en succesvol die expatregeling kunnen korten. Dat de Omgevingsvisie gemeentelijk alsnog ervoor zorgt dat we dit niet uit kunnen voeren. Is dat wat u bedoelt? De voorzitter: De heer Van den Raadt. Zou u de onderlinge gesprekken even kunnen staken? Want dat is wat storend. De heer Van den Raadt, ga uw gang. De heer Van den Raadt: Ik vind het te moeilijk om dit in één keer zo te beantwoorden, omdat ik het niet helemaal begrijp, maar als u wilt dat ik ja zeg, dan zeg ik ja. De voorzitter: Wie kunnen we nog meer het woord geven in de eerste termijn? Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ik wil zeggen: het is een dilemma. Aan de ene kant heb je die mensen nodig en aan de andere kant zien we dat de prijzen in de stad van koopwoningen enorm worden opgedreven en hele buurt van karakter veranderen, omdat heel veel buitenlanders daar wonen, die allerlei talen spreken.
Aan de ene kant kan je zeggen: dat is een verrijking, maar het is ook een reden waarom Hart voor Haarlem altijd gepleit heeft dat er veel meer in het middensegment en het duurdere segment moet worden gebouwd. Want iedereen weet, als er te veel vraag is, dan worden die prijzen opgedreven, want het aanbod is te klein. En wat betreft die haat tegen buitenlanders, dat is jammer van de Partij van de Arbeid. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in eerste termijn? Nee, dan gaan we naar beantwoording door de wethouder. Wethouder Berkhout, ga uw gang. Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. In reactie op de reacties op de afdoening van de moties. Als het gaat om de motie expatkorting. Hoe wij de motie hebben opgevat, is door na te gaan of er draagvlak bestond onder de wethouders economie en het platform economie van de Metropoolregio Amsterdam voor de oproep voor een gezamenlijke lobby voor het volledig afschaffen van de expatkorting. En die bleek nu niet te bestaan. Daar niet te bestaan. Als ik de motie opnieuw zie en ik hoor ook de toelichting van de heer Wiedemeijer, die zegt van we hadden ook een andere soort van coalitie kunnen zoeken om deze lobby te starten. Maar eerlijk gezegd, hoor ik uzelf ook zeggen: ik ga dit op een andere wijze doen, gezien de situatie met de formerende partijen op Rijksniveau.
Ik ga zoeken of ik een petitie kan opstarten als het gaat om raden in de regio. Dan hoor ik dat als dat wij daar dan even geen rol in hebben als college. Ik hoor graag nog in tweede termijn of ik dat goed opvat. En dan in reactie op de tweede motie Wonen, werken in balans. Ik wil dat verzoek wel honoreren, wat de heer Wiedemeijer mij nogmaals doet, om daar nog eens naar te kijken. Heel concreet. De tekst op de website van I Amsterdam kan daar niet iets mee. Ik snap ook wel het gevoel van onmacht. Als je dan zegt: waarom kunnen we daar niet iets mee? Ik wil daar nog even mijn best voor doen, om even te kijken: kunnen we toch niet even die website aanpassen? Dat wil ik toezeggen. Daarmee heb ik het afgedaan, voorzitter, wat mij betreft. De voorzitter: Dank u wel. Dan in tweede termijn, de heer Alberts, Forum voor Democratie.
7
De heer Alberts: Dank, voorzitter. Ik wilde dit doen in interruptie op het antwoord van de wethouder, want ik kreeg een beetje de indruk dat het niet kunnen voldoen aan de wens van de raad, zoals die in de motie stond, werd verscholen achter de formulering van de motie. In ieder geval in eerste instantie. Is dat waar? Had het anders geformuleerd moeten worden? En zo niet, had er dan niet een reactie vanuit het college kunnen zijn van er is geen draagvlak, maar we horen deze wens? Hoe kunnen we dit anders oplossen? Kan de wethouder daarop reflecteren? De voorzitter: De heer Berkhout. Wethouder Berkhout: Nee, volgens mij is het zoals ik het heb gezegd. De moties komen ook voort uit volgens mij de MRA-discussie aangaande de MRA. Dan is dat ook het geijkte platform om te toetsen om hierin op te trekken, zoals we dat altijd doen. Alleen zoals u weet, wij zijn niet de enige partner in de MRA. Dat krijgen we ook vaak mee, ook als u zienswijzen meegeeft als het gaat om de MRA-agenda. Hoe landt dat binnen alle 30 andere gemeenten en de provincies daar binnen? En zo heb ik deze ook opgevat en dat is ook gangbaar. En daar zie je dan dat vele collega's daar anders over denken en dat niet als prioriteit zien. En zo koppel ik hem terug. De voorzitter: Dank u wel. Maar dit is nog tijdens de beantwoording.
Wordt dit uw tweede termijn en dat u een nieuwe vraag stelt? Ga uw gang, mijnheer Alberts. De heer Alberts: Dank u. Want dit is iets wezenlijk anders inhoudelijk wat u net zei, via de voorzitter. U zei, u noemde wat er in het dictum van de motie stond. En op basis van die formulering werd het antwoord geformuleerd. Nogmaals de vraag, want het antwoord was nee, er is geen draagvlak. Had het college niet proactiever naar de indieners van de moties kunnen stappen van dit is het geval, is er verdere inspanning vereist? Wethouder Berkhout: Het wordt een beetje een wat-als-discussie. Ik zie in de overwegingen van de motie als meerdere malen Metropoolregio Amsterdam wordt aangekaart en zo hebben we de motie opgevat. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Sowieso een antwoord op mijn vraag. Wethouder Berkhout: Lijkt me totaal niet relevant voor deze discussie, dus daar ga ik geen antwoord op geven. De heer Van den Raadt: Maar het valt wel onder de portefeuille van deze wethouder. De voorzitter: Dit is het antwoord van de wethouder. Tweede termijn, wordt geen gebruik van gemaakt. Dan gaan we eventjes naar de afronding van deze twee agendapunten. U heeft het inmiddels voldoende besproken en de wijze van afdoening is wel akkoord nu? Ja.
We hebben wel een toezegging gehoord van de wethouder, dat hij nog een keer gaat kijken naar de aanpassing van de website. De heer Van den Raadt, ga uw gang. De heer Van den Raadt: Voorzitter, daar maak ik toch altijd wel bezwaar tegen. We hebben in het verleden ook wel meegemaakt dat er dan één zo'n coalitiepartij iets vraagt aan de wethouder en die wethouder zegt
8
dan: dat gaan we doen. En de rest denkt: ik ben het er niet mee eens. Dat u dat toch een beetje in de gaten wil houden. De voorzitter: We hebben het hierbij besproken. Het is afgerond en we sluiten hierbij de agendapunten 7 en 8 af. Pauze De voorzitter: En zijn wij al toen aan de pauze, want na de pauze hebben wij het stuk ter advisering, waarbij de wethouder Roduner aanwezig is. En daarna gaan we verder met de Kerstmarkt. Ik verzoek u in ieder geval uiterlijk 18.30 uur hier aanwezig te zijn, zodat we snel kunnen beginnen. Alle aanwezigen hier, zou u uw onderlinge gesprekken weer willen staken? Dan gaan wij verder met de vergadering van de Commissie Bestuur van 22 januari. 9.
Nota Reserves en Voorzieningen De voorzitter: We zijn aangeland bij agendapunt 9 en daarvoor is aangesloten wethouder Roduner. Wethouder, de agenda … Sorry, ik ben een beetje afgeleid door de onderlinge gesprekken. Als u weer wilt gaan luisteren, dan zou het fijn zijn. Agendapunt 9 gaat over de Nota reserves en voorzieningen. En voor we aan dit agendapunt beginnen, heeft de wethouder aangegeven dat hij eerst twee korte mededelingen nog heeft. Ga uw gang. Wethouder Roduner: Misschien voor de commissievergadering van 5 februari is het voorstel om ook twee stukken ten aanzien van Cocensus te agenderen, de Kadernota en een kleine wijziging om Zandvoort toe te laten tot de gemeenschappelijke regeling. Maar die stukken zijn nog niet in het college geweest. Dus dat wordt een nazending. Maar het zijn volgens mij behapbare stukken om snel te verwerken. Dat was de eerste mededeling. Een tweede mededeling gaat over Spaarnelanden. We hebben aandeelhoudersvergadering gehad voor de kerst, denk ik nog. Goed om te weten dat er nog steeds onderzoek loopt naar de kostenstructuur van Spaarnelanden. Daaruit voortvloeiend komt ook een discussie over het dividendbeleid van Spaarnelanden, wat we samen met Zandvoort moeten vaststellen. En wat leuk is, denk ik, richting de VVD om te melden, is dat er ook … Er is discussie geweest over de winstbelasting die Spaarnelanden betaalt.
En er is een onderzoek en dat ziet er rooskleurig uit, om te kijken of het publieke deel wat Spaarnelanden doet, kan worden vrijgesteld van winstbelasting. Dan is uw probleem volgens mij, op die manier zou het mooi worden opgelost. Dat is een gesprek wat loopt met de Belastingdienst. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu echt beginnen met agendapunt 9, Nota reserves en voorzieningen. Voor dit onderwerp hebben zich geen insprekers gemeld. Waar gaat het over? Aan de raad wordt gevraagd de Nota reserves en voorzieningen 2025-2030 vast te stellen. De reserve kapitaallasten maatschappelijk nut op te heffen. De principebesluiten voor het onttrekken of doteren aan de reserves te continueren. En de namen van de reserve participatie en leefbaarheid, kapitaallasten, economisch, nut en ontwikkelzones als voorgesteld aan te passen. Wethouder Roduner heeft naar aanleiding van de technische vraag de Actiepartij een mededeling over een toevoeging van een besluitpunt voor de raad. En wilt u dat nog even toelichten? Wethouder Roduner: Volgens mij, u ziet in de was/wordt-lijst welke reserves stoppen te bestaan of al zijn gestopt te bestaan. En volgens mij naar aanleiding van een vraag van de heer Trompetter hebben we geconstateerd dat in het raadsbesluit wat erbij staat, dat de Nota Kunst, de reserve kunstaankopen, dat die
9
moet ook worden opgeheven. Daar maken we als nog even een extra raadsbesluit van. Dan voegen we dat toe. Dan is dat ook netjes gedaan. De voorzitter: Dank u wel, voor de mededeling. De heer Trompetter heeft nog een vraag hierover, begrijp ik. Wat zei u? Behandeling, maar ik zeggen: we gaan nu over tot behandeling. En ik begrijp dat u als eerste het woord wil. De heer Trompetter van de Actiepartij. De heer Trompetter: Dank u wel, voor de nota. Die moet af en toe herijkt worden. Inderdaad was mij opgevallen dat in de was/wordt-lijst wel staat dat de reserve kunstaankopen wordt opgeheven. En die reserve is ook nul. En het wordt nu aangepast in het besluitpunt. Maar dan heb ik nog wel een vraag of Haarlem nog wel kunst aankoopt en hoe dat dan gefinancierd wordt? En wat het budget is van waaruit dat betaald wordt. En afhankelijk van het onderwerp zou ik graag een hamerstuk stemverklaring willen. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan het woord geven? De heer Slik van de ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Het is een actualisering van de nota zelf. Het is een continuering van het beleid. Daar spreekt ChristenUnie zijn waardering over uit. En we zullen akkoord gaan met de vier punten en ook vast wel met het komende vijfde punt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan het woord geven? De heer Blokpoel, VVD. De heer Blokpoel: Dank u wel, voorzitter.
Een technische wijziging waarmee we in kunnen stemmen. Goed dat er reserves worden gesloten. Dat smaakt naar meer, want veel verschillende reserves dragen niet bij aan het overzicht. Het advies van de Auditcommissie kunnen we ook mee instemmen uiteraard. En laten we ze vooral betrekken bij de P&C-gesprekken in de volgende periode. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan nog het woord geven? De heer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Het lijkt technisch, maar alles wat we hier doen, is politiek. Ook de keuzes van de reserves. Overigens valt het op dat het niet geactualiseerd is. We hebben hier … Het is ijkpunt 1 januari vorig jaar. Het had net zo goed geactualiseerd kunnen worden, want dan heb ik het expliciet over de reserve kapitaallasten waar nu geloof ik 50 miljoen euro aan gedoteerd is. En u kent ons standpunt. Dat hadden we door midden willen breken, de helft sociaal en de andere helft voor laten we zeggen stenen. Daar willen we echt wel ook iets over zeggen in de raad. De voorzitter: Dank u wel. Anderen in eerste termijn? Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Het betreft technische wijzigingen, dus wij gaan akkoord. De voorzitter: Dank u wel. Wie dan nog? Anderen in eerste termijn? Geen sprekers, dan gaan we naar de wethouder. Ga uw gang. Wethouder Roduner: De vraag volgens mij van de Actiepartij over de kunstaankopen.
We hebben laatst een extra bijdrage gedaan aan een kunstaankoop van het Frans Hals. Dat hebben uit de algemene middelen gedaan incidenteel. Voor zover ik weet, hebben we niet een structureel budget voor kunstaankopen. Ik weet bijvoorbeeld dat het Frans Hals dat zelf organiseert binnen hun eigen begroting, met steun van vrienden van het Frans Hals. Dat we op die manier wel kunstaankopen doen, maar dat wij niet een aparte post hebben in onze begroting voor het doen van kunstaankopen. Maar goed, als zich buitenkansjes voordoen zoals laatst,
10
dan springen we bij. En dat was denk ik een heel mooi succes. En ik denk dat het goed is dat we de reserves weer opzuiveren. En we kunnen nog in discussie hebben over hoeveel geld er in die reserve zit, maar het is denk ik altijd goed om toch ook te memoreren dat de reserve kapitaallasten niet alleen wordt gebruikt voor infrastructuur, stenen, maar ook voor scholen, sportvoorzieningen en een hele hoop goede dingen in het sociaal domein. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er dan nog vragen of is er behoefte aan een tweede termijn? Geen behoefte aan een tweede termijn. Dan moeten we gaan beslissen hoe dit stuk een raad gaat. Ik heb stemverklaring gehoord en de heer Aynan wil ook iets zeggen. Dus hamerstuk met stemverklaring. Is dat akkoord? Ja. Gaan we het zo naar de raad brengen. 10. Evaluatie korte wapenstok De voorzitter: Dan zijn we bij het volgende punt en dat is de evaluatie korte wapenstok. En daarvoor moet de portefeuillehouder de heer Wienen hier naartoe komen en kijken we even of hij aanwezig is, zodat hij bij de bespreking aanwezig kan zijn en kan gaan beantwoorden. We gaan hem niet met een wapenstok naar binnen halen. We wachten even tot de portefeuillehouder aanwezig is. Dames en heren of alle aanwezigen hier in de zaal, wilt u uw gesprekken weer staken? Want wij kunnen verdergaan met agendapunt 10 en dat is de evaluatie van de korte wapenstok.
Ik wacht even tot iedereen weer helemaal alert en aanwezig is. Agendapunt 10, de evaluatie van de korte wapenstok. Daarvoor is aangesloten de portefeuillehouder de heer Wienen, de burgemeester. Er zijn geen insprekers op dit onderwerp. En waar gaat het over? Sinds augustus 2024 is het voor handhavers van de gemeente Haarlem mogelijk om onder voorwaarden een korte wapenstok te dragen. Toegezegd is om een evaluatie uit te voeren en deze te bespreken. Dat gaan we nu doen. We gaan over tot behandeling. En wie kan ik als eerste het woord geven in de eerste termijn? Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Ga uw gang. Mevrouw Van den Broek: Dank u wel, voorzitter. De Partij voor de Dieren is blij dat deze evaluatie is uitgevoerd. Het geeft inzicht in hoe er door boa’s naar de korte wapenstok wordt gekeken, maar ook hoe vaak deze daadwerkelijk is ingezet. En dat laatste blijkt gelukkig maar beperkt het geval. En ook heeft onze fractie tijdens het werkbezoek op pad met de boa's goede gesprekken hierover gevoerd. En zo'n ochtend op pad met de boa’s kan ik overigens iedereen aanraden. Wat duidelijk is, is dat boa’s steeds meer in een politiefunctie worden gebracht. Dat richt zich op het leefbaar en veilig houden van omgeving en een aanspreekpunt zijn voor inwoners en ondernemers. En ze hebben een belangrijke signaalfunctie richting de politie.
De Partij voor de Dieren heeft er begrip voor dat het dragen van de korte wapenstok het veiligheidsgevoel van de boa’s kan versterken. Tegelijkertijd zijn wij van mening dat het geweldsmonopolie nog steeds bij de politie thuishoort. De-escalatie staat altijd voorop. En zoals ik uit de landelijke stukken van de minister lees, wordt in het nieuwe boa-bestel de standaarduitrusting de portofoon en handboeien en kan het alleen onder voorwaarden worden uitgebreid. Maar het uitgangspunt blijft dat de boa zich in gevaarlijke situaties terugtrekt en zich er niet actief in mengt. Dit laatste moet wat ons betreft ook in Haarlem gelden. Voorzitter, gezien de beperkte daadwerkelijke inzet van de korte wapenstok kan de echte noodzakelijkheid ervan ter discussie staan. Wij zouden dus bij voorkeur inzetten op trainingen, zonder inzet van wapens, die eveneens het veiligheidsgevoel van boa’s verhogen. Als ook nog een strakkere samenwerking met de politie, zodat zij tijdig kunnen inspringen wanneer dat nodig is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oppenhuis, CDA.
11
Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel. In beginsel was CDA helemaal niet zo'n voorstander van de korte wapenstok. Nadat er een werkbezoek was bij de handhaving en allerlei verhalen hadden gehoord, dachten ze van misschien is het toch wel goed. En heeft het CDA ook ingestemd met die pilot. Waarom waren wij best wel een beetje sceptisch? Dat had niet alleen te maken met het feit dat het geweldsmonopolie alleen bij de politie moet liggen. Daar kunnen wij ons op zich hartstikke mee aansluiten, maar vooral ook over de capaciteit. Want als je wapenstokken heb gebruikt, als je geweld hebt gebruikt, dan moet je een geweldsrapportage schrijven. Dan ben je dus weer van de straat. En juist de handhaving is heel belangrijk dat die zo veel mogelijk op straat is. Daarbij is het niet alleen de capaciteit van handhaving, maar ook de capaciteit van de politie. Want de politie die levert de Hulpofficier van Justitie. Boa's hebben geen Hulpofficier van Justitie. Dan pak je daar ook weer capaciteit af. Daarom waren wij echt wel tegen. Later dus niet. We hebben wel meegestemd met de pilot, maar dat was wel een punt van zorg. Heel blij met deze evaluatie. Want nu blijkt dat er maar vier personen die korte wapenstok ook daadwerkelijk hebben gebruikt. Dat maakt het voor ons iets makkelijker om hiermee door te gaan.
Kanttekening is wel dat er goede opleidingen moeten blijven plaatsvinden, zodat er ook niet snel met die korte wapenstok aan de haal wordt gegaan. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Aynan van Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Wij hadden een fundamentele twijfel over de wapenstok, want als je een wapen draagt, ook overigens met de beste intenties, ontstaat de verleiding om het middel te gebruiken, want je hebt het. En niet om te voorkomen, maar om te beheersen. En die twijfel wordt versterkt door de cijfers uit deze evaluatie. Want 27 procent van de handhavers geeft zelf aan dat zij achteraf de wapenstok wel hadden willen gebruiken. En misschien omdat dit een pilot is dat ze het dan niet gedaan hebben, maar wie weet wat ze gaan doen als het echt, als de pilot over is. En dat laat zien hoe snel een middel van achtervang kan verschuiven naar optie vooraf. Daarnaast vindt slechts 45 procent van de handhavers dat de wapenstok de-escalerend werkt. Dat is bijna de helft. En dat geeft te denken. Voorzitter, geweld heeft in onze rechtsstaat een plek en inderdaad het geweldsmonopolie ligt bij de politie en daar hoort die bij ons ook te blijven. En dat is niet toevallig. Daar is heel bewust voor gekozen. De voorzitter: Mijnheer Aynan, u heeft een interruptie van mijnheer Kuin. Ga uw gang.
De heer Aynan: Wat krijgen we nu? De heer Kuin: Ik heb het nu drie keer gehoord. Ik ga daar toch wat van zeggen. Er is drie keer gezegd dat het geweldsmonopolie bij de politie zou liggen. Dat is echt niet waar. Het ligt bij de overheid en vervolgens kan dat bij de politie, bij Defensie en bij de boa’s worden neergelegd. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder, mijnheer Aynan. De heer Aynan: Dank voor de aanvulling. Had u ook bij de Partij voor de Dieren kunnen interrumperen, maar ik snap niet waarom u mij interrumpeert. Voorzitter, handhavers vervullen echt een andere rol dan de politie. Hun kracht, dat vindt in ieder geval Jouw Haarlem, zit in aanspreekbaarheid, in contact, in het kennen van de wijk, in het vroegtijdig voorkomen van escalatie. Bewapening, hoe beperkt ook, want het is een korte wapenstok, schuurt met die rol en vergroot het risico op escalatie. Voorzitter, Jouw Haarlem is tegen het voortzetten van deze pilot. Niet uit wantrouwen naar onze handhavers, want die gunnen we echt het allerbeste, maar uit zorg voor de stad die we samen veilig willen houden. Investeer in training, ondersteuning en aanwezigheid, niet in bewapening. Dank u wel, voorzitter.
12
De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Jonker, D66. De heer Jonker: Dank u wel en dank voor het toesturen van de evaluatie. Volgens D66 geeft het juist een goed beeld van het vergroten van het veiligheidsgevoel onder onze handhavers. Het is een instrument om te deescaleren in de praktijk. En het is goed om te lezen dat die korte wapenstok ook maar zeer beperkt is ingezet. In die viertal gevallen ging het om boa's die alleen een wapenstok hadden ingezet om te de-escaleren en niet de wapenstok hadden getrokken. We begrijpen dat de burgemeester een nieuwe aanvraag heeft ingediend om het gebruik van de stok door te zetten. Wat betreft D66 is het wel goed om periodiek te evalueren en deze toe te sturen aan de Commissie Bestuur, om de vinger aan de pols te houden. Zeker omdat in de komende jaren ook landelijk een en ander wordt aangepast in de boa-wetgeving. Daarvoor zouden we graag een toezegging willen van de burgemeester. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Slik van ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. De ChristenUnie is voor het handhaven van de korte wapenstok. Uit de proef blijkt, hij is nauwelijks ingezet. En dat vinden wij goed, want het gaat vooral om preventie, niet alleen veiligheid, ook gevoel van veiligheid. En verder sluit ik me graag aan bij de woorden van het CDA. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Trompetter, Actiepartij.
De heer Trompetter: Dank, voorzitter. Dank aan de portefeuillehouder voor de evaluatie. Over dit onderwerp is dat al veel gezegd. Wij zijn nog niet overtuigd van de noodzaak van de wapenstokken. We kunnen ons vinden in het betoog van Jouw Haarlem. Het lijkt dat de wapenstokken het veiligheidsgevoel van de boa’s vergroten. De-escalatie is voor onze fractie van belang, evenals dat wij het wenselijk vinden dat het geweldsmonopolie bij de politie ligt. Wetenschappelijk bewijs dat de wapenstok bijdraagt aan de-escalatie of bewapening op zichzelf is nog niet geleverd. Ons standpunt wijzigt derhalve niet en we steunen de voortzetting van de pilot ook niet. En we sluiten ons aan bij de vraag van D66, wanneer de volgende evaluatie plaatsvindt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Blokpoel, VVD. De heer Blokpoel: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, twee jaar geleden is mede door de VVD de pilot gestart en dat is nu geëvalueerd. Blijkt dat maar liefst 81 procent van de handhavers die wapenstok draagt, een beter veiligheidsgevoel heeft. En dat is belangrijk, want ze moeten veilig over straat kunnen gaan. Van de handhavers die hem niet dragen, omdat zij niet aan de voorwaarden voldoen of omdat ze hem niet willen, ervaart 70 procent positieve effecten op het veiligheidsgevoel. Driekwart heeft last van lastig gedrag op straat. Superveel, onacceptabel.
En daarom ondersteunen we ook voor harte de aanvraag voor verlenging van de wapenstok en waar nodig ook het gebruik. Daarbij is wel van belang dat het nooit ten onrechte of disproportioneel oftewel onwenselijk wordt ingezet en gebruik is ook niet het credo. Het gaat erom dat er is als het nodig is. En dat blijkt soms nodig, helaas, want mensen accepteren het gezag daarin niet meer. De verhoging van het veiligheidsgevoel van 75 procent is daarmee essentieel. En daarom ondersteunen we van harte de aanvraag voor het voortzetten. En dat dit ook de veiligheid van onze handhavers vergroot. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Drost van GroenLinks. De heer Drost: Dank u wel, voorzitter. GroenLinks is altijd wel kritisch geweest op het invoeren, het starten van de pilot. We hebben nu een evaluatie voorliggen. Ik denk dat ons standpunt van grofweg de lijnen volgt
13
van wat het CDA net ook heeft gezegd. We hebben de evaluatie met aandacht gelezen en we zien geen directe aanleiding op basis van de evaluatie om deze pilot dan stop te zetten. We volgen goed het standpunt van het college om dat te verlengen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Alberts van Forum voor Democratie. De heer Alberts: Dank, voorzitter. Onze fractie was ook altijd uitgesproken kritisch op de pilot van een korte wapenstok. Wij hebben op basis van dit stuk de volgende vraag. Er wordt gesproken over het toekennen van aanvullende uitrusting, bijvoorbeeld handboeien en pepperspray. Hierbij wordt de lokale context meer meegenomen en krijgt de lokale driehoek een belangrijke rol. Kan de portefeuillehouder in die hoedanigheid al hier iets over zeggen? En hoe verhoudt dit zich tot de zorg over een glijdende schaal wat betreft de bewapening van de handhavers? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? De heer Kuin, SP. De heer Kuin: Dank u wel, voorzitter. Wij waren voorstander. Een pilot, het is geen pilot. Er is een tijdelijke toekenning. Een pilot heeft in 2021 plaatsgevonden. En als er geen gekke dingen gebeuren, dan wordt het verlengd, volgens mij. Dat is de feitelijke situatie. En wij vinden het van belang dat boa's beschikken over de wapenstok. En dat is, omdat heel vaak geen onderscheid is te maken tussen kleine ergernissen en openbare orde.
En kleine ergernis en het aanspreken van mensen kan zomaar ontaarden in openbare orde en het is van belang dat de boa's bij het handhaven zichzelf in ieder geval veiliger uit kunnen redden. We vinden het dus van groot belang, niet alleen omdat boa’s het zelf belangrijk vinden, maar ook vanuit werkgeverschap. We zijn werkgever van deze mensen en die moeten veilig hun werk kunnen doen. En wat ons betreft blijft die wapenstok in bezit van de boa's. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Boa's zijn niet alleen een vriend en een hulp in de wijk, maar ze moeten ook namens de overheid een zekere vorm van gezag af kunnen dwingen. Daarbij moet je je veilig voelen, want anders heb je te weinig fijn zelfvertrouwen. En dat zelfvertrouwen helpt mee om je op straat te kunnen bewegen. Het is duidelijk dat die korte wapenstok daarbij helpt. De wereld is hier toch al spannend genoeg, zal ik maar zeggen. En Hart voor Haarlem is ook tegen de verlenging van dit. Het is geen pilot, heb ik net gehoord. Maar dat het doorgaat. De voorzitter: Bent u dan tegen? Mevrouw Van Zetten: Voor natuurlijk. De voorzitter: U wilt dat het door blijft gaan, dus dan bent u voor verlenging of tegen? Mevrouw Van Zetten: Nee, dan heeft u mij verkeerd begrepen. Ik ben natuurlijk voor verlenging. De voorzitter: Dan is het even duidelijk. Dank u wel. U bent voor.
Zijn er nog anderen in eerste termijn die willen spreken? Nee. Dan gaan we naar beantwoording door de portefeuillehouder, de heer Wienen. Ga uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u wel. Goed om het hier opnieuw over te hebben. Ik denk wel dat het ook goed is om nog even stil te staan, sommigen van u hebben dat ook gedaan bij de veranderende context. Waar het
14
een paar jaar geleden nog inderdaad eerst een pilot was, waar wij niet aan deel … We hebben daaraan deelgenomen, maar dan zonder de wapenstok. Terwijl onze handhavers in Zandvoort wel een wapenstok droegen. Daarna hebben we een aanvraag gedaan. We hebben afgesproken dat we na omloop van die periode het hier zouden evalueren. Dat doen we dus nu. Maar er is in de landelijke discussie ook wel wat veranderd. Er is nadrukkelijk gezegd dat een wapenstok en ook pepperspray, deel kunnen uitmaken van de standaarduitrusting van handhavers, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. En dat een aantal van de partijen die daar in het verleden grote vraagtekens bijzetten, daar nu van zeggen van gelet op alle ontwikkelingen en ook op de ruime inzet van boa 's op tal van terreinen en de niet voldoende beschikbaarheid van politie om die hele snelle opvolging te kunnen garanderen. Waar bijvoorbeeld mevrouw Van den Broek aan refereert. Dat het gewenst is om dit instrument ook te hebben. En dan is het aan werkgevers om daarin een beslissing uiteindelijk te nemen, nadat de driehoek zich daar nadrukkelijk ook over heeft uitgelaten. Daar werd ook over gevraagd: hoe zit dat hier? De driehoek heeft nadrukkelijk en bewust de aanvraag gedaan voor het verlenen van de wapenstok. Dat was gevraagd voor vijf jaar, maar toen was door die landelijke afspraken die periode twee jaar.
Er komt nu een nieuwe regeling. Waar we nu over praten is een soort overgang tussen de nieuwe regeling en de verlenging van die huidige periode van twee jaar. Waarvan de minister heeft gezegd van wij gaan daar in ieder geval standaard in mee, dat er niet een soort interim-periode ontstaat, dat het dan niet goed is. Onze driehoek heeft na een duidelijke keuze om te zeggen: wij vinden dat het hier in Haarlem gewenst is, daar niet opnieuw over gesproken. Maar ik heb geen enkele indicatie dat dat op dit moment anders zou liggen. En wat mij betreft, ik heb begrepen uit de discussie die nu geweest is, dat een meerderheid in ieder geval het steunt om de verlenging aan te vragen. En dat hopen wij te doen. En ik kom bij u terug om u te melden hoe de landelijke discussie uiteindelijk geleid heeft tot een nadere regeling en hoe wij daar als Haarlem mee om kunnen gaan. Want dan worden er ook eisen gesteld aan de werkgever, die bepaalde verantwoordelijkheid moet nemen voor het hele proces. Maar de zorgvuldigheid die u vraagt en die ook landelijk gezegd wordt, die is essentieel. Wij willen niet anders, dus wij zullen daar zeker bij u op terugkomen met de wijze waarop we daar dan invulling aan willen geven. De voorzitter: Er was ook nog een vraag volgens mij over periodiek evalueren van D66. Burgemeester Wienen: En zelfs later nog een keer herhaald. Lijkt me uitstekend.
Ik zie zelf, het volgende moment is het moment waarop wij dan overgaan naar die nieuwe methodiek landelijk en de wijze waarop Haarlem daar dan op inspeelt. Maar dan nemen wij dan ook een evaluatie van het verdere verloop van het gebruik in Haarlem mee. De voorzitter: Dank u wel. Is er in tweede termijn … De vraag van Forum voor Democratie. Ga uw gang. De heer Alberts: We hadden gevraagd over de aanvullende uitrusting waarover wordt gesproken, om daar nog een reflectie op te houden. En hoe het gaat met de steeds verdere bewapening. Daar hebben we nog geen antwoord op gehad. De voorzitter: Zijn er nog andere vragen in tweede termijn? Dan kunnen we die ook gelijk meenemen. Nee. Dan geef ik het woord aan de heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ik heb ten aanzien van de driehoek beantwoord, als het gaat om andere vormen van bewapening. Dat is op dit moment die landelijke discussie en wij wachten af wat het eindresultaat daarvan is en dan zullen we kijken of dat ook voor ons nog bepaalde consequenties heeft. Ik heb in het verleden weleens gezegd dat ik pepperspray een wellicht betere mogelijkheid vind. Daar gaan we ongetwijfeld ook nog over spreken. Ik zie dat ook niet als een verdere escalatie. Hoewel dat in formele zin, geloof ik, het in
15
geweldsmiddelen gezegd wordt van dat zit een niveau hoger. Ik denk eerlijk gezegd dat dat in de praktijk niet zo is, dat het meer een defensief instrument is. Maar we komen daarop terug op het moment dat duidelijk is van wat de landelijke regelgeving wordt. De voorzitter: Dank u wel. Als alle vragen beantwoord zijn, dan kunnen we dit afronden. Met de toezegging dat er naar aanleiding van de landelijke discussie komt u terug met nadere regels. En daarin wordt ook meegenomen de periodieke evaluatie van hoe het gaat. Dan kunnen we het hiermee afsluiten. Dit was ter bespreking. 11. Toekomst Kerstmarkt Haarlem De voorzitter: En dan gaan wij nu over naar agendapunt 11. Dat is de toekomst van de Kerstmarkt. Hiervoor zijn insprekers en die gaan we zo meteen even verwelkomen en die zullen als eerste het woord gaan voeren. We gaan heel even kort schorsen, om de start van het agendapunt voor te bereiden. Ik zou graag weer verder willen gaan met de vergadering van deze commissie. Ik weet niet of er nog commissieleden gaan aansluiten van Ontwikkeling, maar het lijkt me toch goed om nu in ieder geval, gezien de tijd, verder te gaan. Het gaat dus over de toekomst van de Kerstmarkt. En hiervoor is 50 minuten gepland. We kunnen eventueel uitlopen, zoals eerder al gezegd. Bij de spreektijd is er aan het begin al rekening mee gehouden. De spreektijd die u nu heeft, die is voor dit agendapunt.
En de woordvoerders van de Commissie Ontwikkeling, van harte welkom ook in deze Commissie Bestuur. De portefeuillehouder is burgemeester Wienen. Er zijn acht insprekers en daarnaast hebben we ongeveer 100 schriftelijke bijdragen ontvangen. En deze heeft u kunnen inzien bij de stukken. Met deze opinienota vraagt het college aan de Commissie Ontwikkeling en aan bestuur om een voorkeur uit te spreken over de toekomst van de Kerstmarkt, doorgaan of stoppen met de Kerstmarkt? Als de raad wil doorgaan, stelt het college de vraag aan de commissie welke uitgangspunten de raad daarbij wil hanteren voor het bezoekersaantal en voor de kosten? Als onderbouwing hiervoor zijn in de nota twee mogelijke opties uitgewerkt. Doorgaan met de Kerstmarkt in dezelfde grootte en opzet of doorgaan met de Kerstmarkt op een kleinschalige manier. Alvorens we verder gaan met de behandeling in deze commissie, gaan we eerst de insprekers het woord geven. Ik heb u net al welkom geheten. Vier van u heeft ook al plaatsgenomen. En we hebben besproken dat u ongeveer 2 minuten heeft om in te spreken. Gezien het aantal insprekers hebben we de tijd ietsje ingekort. Als er 2 minuten om zijn, dan zullen we dat aangeven. Ik stel voor dat we eerst alle insprekers even hun inspreekbijdrage laten horen. En dat we daarna de mogelijkheid geven om wat vragen te stellen. We beginnen nu eerst met mevrouw Karin Bouman.
En u heeft 2 minuten en u mag beginnen. Welkom. Inspreker 1: Goedenavond, mijn naam is Karin Bouman en ik ben eigenaresse van kledingwinkel Project35 in de Gierstraat. Mijn winkel ligt direct aan de route van de Kerstmarkt. En ik sta hier vandaag niet als lobby, lobbyist of beleidsmaker, maar simpelweg wie ik ben. Als iemand die elke dag haar hoofd probeert boven water te houden in de binnenstad met personeel, vaste lasten en steeds meer onzekerheid. En voor mij is de Kerstmarkt geen extraatje. Het is een van de belangrijkste momenten van het jaar voor onze winkel. Het zorgt voor net een beetje dat vet op de botten om de rustige maanden zoals deze maand, januari en februari, te kunnen overbruggen. Tijdens de Kerstmarkt zie ik iets wat ik de rest van het jaar veel minder zie. Mensen ontdekken de gezellige Haarlemse binnenstad weer. Ze blijven hangen en rondkijken, ze ontdekken de leuke straatjes waar ze anders niet komen, zoals de Gierstraat. Ze lopen mijn winkel binnen om even rond te kijken en komen vaak met een leuke aankoop naar buiten. En misschien nog belangrijker, ze onthouden mij. Ze komen terug en dat effect werkt vaak nog maanden door. Om een voorbeeld te noemen. Mijn buurman, een galeriehouder, heeft na de Kerstmarkt meerdere afspraken lopen, omdat hij ontdekt wordt door nieuwe
16
klanten tijdens de Kerstmarkt. De Gierstraat is geen grote ketenstraat. Het is een straat van zelfstandige ondernemers. Juist voor ons is die extra stroom bezoekers cruciaal. Als u de Kerstmarkt kleiner maakt of weghaalt, raken wij dat directe contact met nieuwe klanten kwijt. En dat is niet iets wat je opvangt met bijvoorbeeld een nieuwe reclamecampagne. En ik hoor dat de markt te groot is, te druk, te duur, maar een stad die leeft, die is druk. En een stad die aantrekkelijk wil zijn, moet iets bieden. Levendigheid kost geld, maar stilstand kost meer. En als ondernemer voel ik me soms al kwetsbaar genoeg door de hoge huren, de stijgende kosten en de online concurrentie. De Kerstmarkt is een van de weinige momenten waarop de stad echt voor ons werkt, in plaats van tegen ons. Haal dit niet weg. Verklein het niet tot iets vrijblijvends. Dit is iets wat Haarlem kleur geeft, warmte, identiteit. Zie het niet als een kostenpost, maar als een investering in een mooie levendige binnenstad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar mevrouw Corien Stolp. Ook u heeft 2 minuten. Ga uw gang. Inspreker 2: Goedenavond, mijn naam is Corina Stolp. Ik heb een winkel in de Gierstraat, een lingerie en badmodespeciaalzaak. Geachte leden van de gemeenteraad van Haarlem. De Kerstmarkt is een belangrijk evenement voor de lokale ondernemers van Haarlem.
In deze toch al zeer zware tijden voor de stenen winkels zijn deze dagen van groot belang. Door het grote aantal bezoekers die speciaal naar Haarlem komen voor de Kerstmarkt word je als ondernemer meer gezien en zullen de mensen terugkomen naar Haarlem om die winkels nogmaals te komen bezoeken. Het is altijd een zeer gezellige tijd. En geeft de lokale ondernemer een extra boost, wat erg belangrijk is om te blijven bestaan. Om de grootste winkelstad Haarlem bruisend en levendig te houden is het van groot belang om de Kerstmarkt in het centrum, niet buiten het centrum op locaties, zoals het Kenaupark of De Dreef, te gaan doen. Dan komen de bezoekers niet meer naar de binnenstad. Dat is toch wat een bruisende stad wil hebben, bezoekers? Daarom pleiten wij als ondernemers voor de binnenstad voor het behoud van de Kerstmarkt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Stolp. Dan gaan we nu naar mevrouw Karin Fieret. Inspreker 3: Goedenavond, geachte voorzitter, leden van de raad. Ik ben Karin Fieret, al 28 jaar met veel plezier eigenaar van De Witte Lotus. Een kleding- en cadeauzaak in de Gierstraat. Ik heb de Kerstmarkt zien groeien van een kleine zondagmiddagmarkt tot de grootste en mooiste Kerstmarkt van Nederland, met een geweldig goede sfeer. Het is geen lokaal evenement meer. Er komen bezoekers uit het hele land en ook uit Duitsland en België.
Zij komen vaak voor een heel weekend naar Haarlem. De combinatie van de markt, winkels en horeca maakt het zo aantrekkelijk. Het publiek is heel enthousiast over Haarlem en komen vaak in de zomer ook weer terug. De markt zet Haarlem op de kaart. Ik denk dat als de markt verplaatst wordt naar het Kenaupark of De Hout dat dat een teleurstelling wordt, zowel voor het publiek als de kraamhouders. Te klein en te afgezonderd. De markt is een boost voor alle Haarlemse ondernemers. Dat is juist nu heel belangrijk. Tot mijn grote verdriet gaat de binnenstad erg achteruit. Dat hoor ik ook van mijn klanten. Ik telde van de week vanaf het station tot het eind van de Grote Houtstraat 30 lege winkelpanden en er staat nog veel meer leeg in de binnenstad. Ik hoop met heel mijn hart dat de Kerstmarkt blijft bestaan in de binnenstad. Want dan kan ook iedereen zien wat Haarlem te bieden heeft aan mooie winkels, fijne horeca, musea en historie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Fieret. En dan gaan we naar mevrouw Wiebke Fischer. Ga uw gang. Inspreker 4: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond, burgemeester, leden van de raad. Mijn naam is Wiebke Fischer. Ik ben eigenaar van Wiebkes Weihnachten, een winkel in kerst gespecialiseerd op Duitse handgemaakte artikelen. En ik ben ondernemer sinds 2018. Ik ben een ondernemer, maar ik sta sinds 2018 op
17
deze markt. In de Gierstraat begonnen toevallig, kwam ik net achter. En inmiddels al jarenlang op de Grote Markt. En dat betekent als je op de Grote Markt staat dat je een lange organisatie hebt, want je moet echt voorbereiden voor deze markt. Dat begint deze week al, want de beurs is deze week. Deze voorbereiding is belangrijk, want wij willen een sfeervolle markt neerzetten en wij dragen daar in grote mate aan bij. Dat is … Daarin dragen wij ook verantwoordelijkheid. Het is ook belangrijk, omdat de organisatie hiervan echt wel bewust is. En de organisatie die is echt uitstekend. Onder de leiding van Ed Mense is de informatie naar de ondernemers, naar de inwoners en naar de hulpdiensten en de veiligheidsdiensten uitstekend. Ik kan niet anders zeggen. Hierdoor is het ook met veiligheid de gezelligste markt. Er komen 150.000 bezoekers ernaartoe, 44.000 mensen uit Haarlem heb ik begrepen. Dat is een op vier van de Haarlemmers geniet van deze markt. Dat is heel veel. En deze schaal van deze markt zorgt ook dat er heel veel ambachtelijke ondernemers komen. De mijnheer met de planken. Hij heeft ook een stuk ingestuurd. En ook beginnende ondernemers. En dat maakt de markt zo charmant. En daarmee is het ook met recht een Destinationmarkt. Deventer heeft de Dickensmarkt. Wij hebben de gezelligste markt.