Septembercirculaire 2024
Tekst van het document
Informatienota
Onderwerp Gevolgen van de septembercirculaire 2024 Gemeentefonds Nummer 2024/1870104 Portefeuillehouder Roduner, F.J. Programma/beleidsveld 7.2 Algemene dekkingsmiddelen Afdeling CC Auteur Welsink, M. Telefoonnummer 06-46215473 Email mwelsink@haarlem.nl Kernboodschap Ten opzichte van de meicirculaire 2024 is er voor 2024 een positief budgettair effect, ook voor de jaren tot en met 2027 zijn er budgettaire voordelen. De belangrijkste oorzaak van het voordeel in 2024 is de uitgekeerde ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds. Voor de daaropvolgende jaren is de accresontwikkeling de belangrijkste oorzaak van de voordelen. In de jaren 2028 en 2029 is er sprake van budgettaire nadelen, deze nadelen zijn voornamelijk het gevolg van de ontwikkeling van de landelijke hoeveelheden van de maatstaven. Al deze oorzaken liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente. Septembercirculaire 2024 (bedragen x € 1.000)* Budgettair effect voor algemene middelen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
3.033 v
1.508 v
1.088 v
227 v
-683 n
-1.339 n
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 15 oktober 2024
De gevolgen van de septembercirculaire voor 2024 worden verwerkt in de Decemberrapportage 2024. De meerjarige gevolgen worden samen met de mogelijke gevolgen van de decembercirculaire verwerkt in de Kadernota 2026. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Bestuur. Niet van toepassing 1. Het college stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,
Kenmerk: 2024/1870104
de burgemeester,
1/9
1. Inleiding Alle gemeenten samen ontvangen van het Rijk per jaar ongeveer € 45 miljard uit het gemeentefonds. Dat geld wordt via de algemene uitkering (€ 40 miljard) en een aantal decentralisatie- en integratieuitkeringen verdeeld over de gemeenten. Het Rijk maakt de verdeling bekend via meerdere circulaires per jaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Kernboodschap Ten opzichte van de meicirculaire 2024 is er voor 2024 een positief budgettair effect, ook voor de jaren tot en met 2027 zijn er budgettaire voordelen. De belangrijkste oorzaak van het voordeel in 2024 is de uitgekeerde ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds. Voor de daaropvolgende jaren is de accresontwikkeling de belangrijkste oorzaak van de voordelen. In de jaren 2028 en 2029 is er sprake van budgettaire nadelen, deze nadelen zijn voornamelijk het gevolg van de ontwikkeling van de landelijke hoeveelheden van de maatstaven. Al deze oorzaken liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente. Naast de mutaties in accres en landelijke hoeveelheden zijn er mutaties op taakvelden, decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Uitgangspunt is dat tegen deze extra baten (of onttrekkingen) op de beleidsvelden extra lasten (of juist minder lasten) staan waardoor zij niet zorgen voor een budgettair effect.
De budgettaire effecten voor 2024 worden verwerkt in de Decemberrapportage 2024 en de effecten voor de latere jaren in de Kadernota 2026. Alle effecten groter dan € 50 duizend worden in deze nota toegelicht. Samenvatting (bedragen x € 1.000)* Eindstand meicirculaire 2024 Eindstand septembercirculaire 2024 Totaal verschil Schrappen aanvullende besparing Jeugd reeds verwerkt Op te nemen stelpost Wmo demografie Verschil na correctie Waarvan: Effect voor overige beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
2024 2025 444.050 449.367 447.569 452.004 3.519 2.637
3.519 484 3.033 v
2.637 1.128 1.508 v
2026 427.303 434.313 7.010 -4.000 -612 2.398 1.310 1.088 v
2027 427.931 434.216 6.285 -4.000 -1.207 1.078 850 227 v
2028 428.503 434.459 5.956 -4.000 -1.789 167 848 -683 n
2029 428.819 434.744 5.925 -4.000 -2.357 -432 906 -1.339 n
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
3. Consequenties Op basis van de septembercirculaire 2024 is een nieuwe berekening gemaakt van de algemene uitkering voor de jaren 2024 tot en met 2029. In deze analyse wordt de nieuwe berekening vergeleken met de berekening die is gemaakt op basis van de meicirculaire 2024. De analyse volgt daarbij de opbouw van de berekening van de algemene uitkering. In de opgenomen tabellen is telkens aangegeven wat het budgettaire effect is voor de algemene middelen en de overige beleidsvelden.
Kenmerk: 2024/1870104
2/9
3.1 Ontwikkelingen rijksniveau Op rijksniveau zijn er drie grote ontwikkelingen: het accres (inclusief de daarbij behorende nominale ontwikkeling), het BTW-compensatiefonds en de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Deze onderdelen tezamen zorgen voor budgettaire effecten voor Haarlem. Er is ook nog een kleiner (budgetneutraal) effect als gevolg van de overheveling indexatie Jeugd. Elk effect wordt hieronder toegelicht. Ontwikkelingen rijksniveau (bedragen x € 1.000)* Accres-ontwikkeling Accres: Nominale en overige ontwikkelingen Ruimte onder BTW-compensatiefonds Ontwikkeling uitkeringsbasis Indexatie Jeugd: overheveling accres Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
2024 0 -226 4.184 -845 0 3.113 v 0 3.113
2025 1.527 -57
2026 1.406 -330
2027 1.186 -662
2028 550 -413
2029 -27 -193
168 -57 1.581 v -57 1.638
166 -55 1.187 v -55 1.242
-118 -55 351 v -55 406
-616 -55 -534 n -55 -479
-889 -55 -1.164 n -55 -1.109
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Accres In de afgelopen meicirculaire is het accres voor 2024 definitief geworden. In deze septembercirculaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2025 en verder. De accres-ontwikkeling bestaat uit het effect van wijzigingen in de verwachte ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op het 8-jarig historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp, waardoor de fondsen minder schommelen. De prijsontwikkeling is geactualiseerd op basis van de meest recente ramingen vanuit het CPB. De verschillende ontwikkelingen tezamen leiden tot voordelen aflopend van € 1,5 miljoen in 2025 naar € 0,5 miljoen in 2028 en een klein nadeel van € 27 duizend in 2029. De nominale ontwikkeling kan omschreven worden als de omzetting van lopende prijzen naar constante prijzen, dit is een afslag van de accres-ontwikkeling. Omdat de ramingen van de nominale ontwikkelingen (de prijsindexen) vanaf 2026 naar boven zijn bijgesteld ten opzichte van de meicirculaire is er in deze jaren sprake van nadelen voor de gemeente. De eerder berekende afslag van lopende naar constante prijzen wordt namelijk groter. Deze reeks geeft een (toekomstig) risico weer, het kan zijn dat er bij volgende circulaire ook actualisaties plaatsvinden en de gemeente meer nadelen (of juist voordelen) te verwerken krijgt.
De overige ontwikkelingen die samen met de nominale ontwikkelingen worden gepresenteerd bestaan voornamelijk uit afrondingen. Per saldo leidt dit tot een negatieve reeks met waarden tussen de € 57 duizend en € 662 duizend. Op 4 oktober jl. heeft het Rijk kenbaar gemaakt dat in de voorliggende septembercirculaire per abuis is gerekend met verouderde indexatiecijfers. Als gevolg daarvan is het toegekende accres voor 2025 tot en met 2029 te laag. In de decembercirculaire 2024 wordt deze fout hersteld, wat zal leiden tot beperkte voordelen voor de gemeente.
Kenmerk: 2024/1870104
3/9
BTW-compensatiefonds Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij het BTW-compensatiefonds. Om te voorkomen dat er een open einde regeling ontstaat, past het Rijk een plafond toe voor deze declaraties. Wanneer er ruimte onder het plafond overblijft wordt dit toegevoegd aan het Gemeentefonds. Voor 2024 is de verwachting dat de ruimte onder het plafond niet volledig benut wordt, waardoor voor Haarlem een voordeel van € 4,2 miljoen ontstaat. Er is nu al een aantal jaar sprake van budgettaire voordelen als gevolg van de resterende ruimte onder het plafond. Richting de Kadernota 2026 wordt gekeken of en in welke mate er vanuit het uitgangspunt van reëel ramen een structureel voordeel begroot kan worden voor de komende jaren, binnen de ramingskaders vanuit de BBV en de toezichthouder. Ontwikkeling uitkeringsbasis De ontwikkeling van de hoeveelheden op rijksniveau (de uitkeringsbasis) geven aanleiding de uitkeringsfactor te verlagen. Grootste aanleiding hiervoor zijn de stijging van Huishoudens lage inkomens met drempel, inwoners 75+ met drempel, migratieachtergrond en regionale centrumfunctie. De wijziging binnen de maatstaven ‘Huishoudens lage inkomens met drempel’ en ‘Regionale centrumfunctie’ zijn zo significant dat er is gekozen om deze aantallen ook tussentijds te actualiseren voor Haarlem.
Per saldo resteren er voor Haarlem bedragen fluctuerend tussen € 889 duizend negatief en € 168 duizend positief. Wanneer de aantallen van Haarlem gelijke tred hebben met de (stijgende) landelijke aantallenontwikkelingen kan het zijn dat er bij actualisatie van deze aantallen meer voordelen ontstaan. Omdat Haarlem conform beleid de aantallen jaarlijks voorafgaand aan de meicirculaire wijzigt komt dit, met uitzondering voor de twee eerder genoemde maatstaven, dan pas tot uiting. Indexatie Jeugd: overheveling accres In de meicirculaire 2024 is gemeld dat de decentralisatie-uitkering Jeugd met ingang van 2025 wordt beëindigd en dat deze middelen structureel worden toegevoegd aan het budget voor de (contact)gemeente voor het regionaal programma. Aangezien decentralisatie-uitkeringen deel uitmaken van de grondslag van de accres berekening wordt nu vanaf 2025 een deel van het accres, voor Haarlem € 55 duizend, structureel toegevoegd aan het budget voor de (contact)gemeente voor het regionaal programma. Omdat de Haarlem dit bedrag ook weer, buiten het Gemeentefonds om, als budget toegewezen krijgt is er geen sprake van een budgettaire mutatie.
3.2 Taakmutaties voor beleidsvelden Onderstaand volgt een toelichting voor alle taakmutaties met een effect van € 50 duizend of groter. Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te
Kenmerk: 2024/1870104
4/9
kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Het SMI budget wordt in een aantal stappen verhoogd. Voor de jaren 2025 tot en met 2028 gaat het voor Haarlem om een ophoging van ongeveer € 55 duizend en vanaf 2029 om € 96 duizend per jaar. Digitaal Stelsel Omgevingswet Sinds 2020 dragen gemeenten jaarlijks 70% bij aan de kosten van beheer en doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). De gemeentelijke bijdrage is vanaf 2020 structureel overgeheveld van het gemeentefonds naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Met deze taakmutatie wordt deze gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd op basis van het prijspeil 2024, voor Haarlem een ophoging van € 100 duizend in 2024 oplopend tot € 230 duizend in 2029. Het bedrag voor 2029 is op basis van de huidige bestuurlijke afspraken het structurele bedrag dat wordt uitgenomen. Omdat het hier gaat om een gemeentelijke bijdrage aan een landelijk stelsel, geven de middelen een budgettair effect voor de algemene middelen. Bijstand Jongerennorm Gemeenten kunnen vanuit de bijzondere bijstand een aanvulling op de bijstand aan 21-minners geven als hun ouders niet bij kunnen springen.
Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt de bijzondere bijstand met ingang van 2026 overgeheveld naar de algemene bijstand, voor Haarlem een overheveling van € 72 duizend structureel. Besparingsverlies Jeugd Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. De genoemde besparing wordt daarom nu toegevoegd aan de algemene uitkering. Het gaat voor Haarlem om ongeveer € 4,3 miljoen structureel, vanaf 2026. In de meicirculaire 2024 is reeds gemeld dat de besparing voor 2025 nog niet gerealiseerd kon worden, en een bedrag voor 2025 toegevoegd aan het gemeentefonds. In de Hervormingsagenda was reeds afgesproken dat de besparing voor rekening en risico van het Rijk is en daarmee buiten de Hervormingsagenda valt. Als de kosten voor gemeenten niet lager zouden worden, zou compensatie volgen voor gemeenten via het gemeentefonds. Gemeenten mochten rekening houden met lagere lasten in de vorm van een stelpost vanaf 2025 en in de Programmabegroting 2024-2028 (blz. 13 en 16) Kadernota 2025 (blz. 37, 59 en 60) is deze stelpost (van € 4 miljoen structureel) in Haarlem reeds opgenomen. Nu de compensatie vanuit het Rijk wordt toegekend moet deze stelpost vrijvallen, wat het totale effect voor de gemeente vermindert.
Het saldo van de toegekende middelen en de te vervallen stelpost, zijnde € 150 duizend oplopend tot € 300 duizend, wordt meegenomen in de analyse Jeugd bij de Kadernota 2026. Indexatie Wmo demografie De VNG heeft met het Rijk afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking wordt een jaarlijkse (oplopende) tranche overgeheveld naar het Gemeentefonds zodat gemeenten
Kenmerk: 2024/1870104
5/9
hier rekening mee kunnen houden in hun meerjarenbegroting. In de septembercirculaire zijn deze middelen toegevoegd, voor Haarlem gaat het om een bedrag van € 0,6 miljoen in 2026 oplopend naar € 2,4 miljoen in 2029. Omdat de verwachte lasten jaarlijks bij de Kadernota slechts één jaar vooruit worden geraamd, kan ten onrechte het beeld ontstaan dat deze voorlopige toekenning van middelen leidt tot budgettaire voordelen. Door gebruik te maken van een stelpost voor deze middelen en deze jaarlijks mee te wegen bij de actualisatie van de verwachte groei wordt voorkomen dat ‘appels met peren’ worden vergeleken, middelen voor andere doelen besteed worden en/of een onjuist beeld ontstaat. Taakmutaties (bedragen x € 1.000)* Wet op de lijkbezorging Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie Digitaal Stelsel Omgevingswet** Bijstand jongerennorm Besparingsverlies jeugd Laten vervallen stelpost jeugd lastenkant Indexatie Wmo demografie Op te nemen stelpost Wmo demografie Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
2024
2025
11
18
-100
56 -130
-89 n 11 -100
-56 n 74 -130
2026 30
2027 30
2028 30
2029 30
55 -154 -71 4.152 -4.000 612 -612 12 v 166 -154
55 -179 -71 4.252 -4.000 1.207 -1.207 87 v 266 -179
56 -204 -72 4.269 -4.000 1.789 -1.789 79 v 283 -204
96 -230 -72 4.298 -4.000 2.357 -2.357 122 v 352 -230
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan. **: ten bate/laste van algemene middelen
3.3 Decentralisatie-uitkeringen voor beleidsvelden De algemene uitkering wordt hoofdzakelijk gebruikt om het gemeentefonds over alle gemeenten te verdelen volgens dezelfde maatstaven. Daarnaast wordt aan individuele gemeenten of groepen van gemeenten een uitkering verstrekt voor een bepaald doel. Gemeenten zijn formeel-juridisch vrij om dat geld aan dat doel te besteden of ergens anders aan uit te geven. De reden dat het Rijk dit doet is dat gemeenten op deze manier geen verantwoording aan het Rijk hoeven af te leggen over de besteding van de ontvangen gelden; ze vallen immers onder de algemene uitkering. Dit in tegenstelling tot gelden die via specifieke uitkeringen door het Rijk worden verstrekt. Het Rijk vertrouwt erop dat gemeenten de ontvangen gelden in lijn met het doel zullen uitgeven. De bedragen in onderstaande tabel zijn extra inkomsten die ten gunste komen van de betreffende beleidsvelden en daarom (met uitzondering van enkele marginale bedragen) niet leiden tot een verhoging van de vrij besteedbare algemene middelen.
Kenmerk: 2024/1870104
6/9
Decentralisatie-uitkeringen beleidsvelden (bedragen x € 1.000)* Maatschappelijke opvang Vrouwenopvang Einde lening inburgeringsplichtig Landelijke Aanpak Adreskwaliteit** Wet Betaalbare huur Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 Openbare bibliotheken Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
-19 4 12 20 106 287
-19 4
-19 3
-19 9
-19 9
-19 9
182
155
87
70
62
495 662 v 662 0
495 634 v 634 0
77 v 77 0
60 v 60 0
52 v 52 0
410 v 390 20
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan. **: ten bate/laste van algemene middelen
Wet betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de in 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot: • De maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel. • De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector. • De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. Het gaat om een incidentele bijdrage in 2024 voor de kosten die gemeenten maken bij de implementatie van het wetsvoorstel en een structurele bijdrage vanaf 2024 voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen. Aanvullend worden vanwege de verwachte piekperiode in de eerste jaren na inwerkingtreding van de wet incidentele bijdragen beschikbaar gesteld in de periode 2024 tot en met 2028. Al deze factoren tezamen leiden tot mutaties tussen de € 62 duizend en € 182 duizend voor Haarlem. Alleenverdienersproblematiek 2023-204 Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen.
Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. Afgesproken is dat de betrokken huishoudens actief benadert worden. Via deze decentralisatieuitkering ontvangt Haarlem € 287 duizend om aan de betreffende huishoudens bijzondere bijstand te verstrekken. Wanneer definitieve gegevens beschikbaar zijn wordt dit bedrag zo nodig bijgesteld in latere (mei)circulaires.
Kenmerk: 2024/1870104
7/9
Openbare bibliotheken In 2023 en 2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Op termijn wordt een wettelijke zorgplicht voor gemeenten ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Haarlem ontvangt hiervoor in zowel 2025 als 2026 € 0,5 miljoen. In de Programmabegroting 2025-2029 (blz. 23-25) is vanuit het offensiever ramen al benoemd dat er naar alle waarschijnlijkheid externe middelen (€ 350 duizend) beschikbaar komen. Deze zijn nu toegekend voor 2025 en 2026, voor de daaropvolgende jaren blijft het risico behorend bij offensiever ramen nog bestaan. 3.4 Integratie-uitkeringen In de circulaire vinden twee mutaties plaats binnen de integratie-uitkeringen. Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt als gevolg van de toekenning van de volume-indexatie, voor Haarlem € 276 duizend in 2025 en € 393 duizend in de daaropvolgende jaren. Het positieve effect van € 83 duizend in 2024 is het gevolg van actualisatie van de verdeling van het macrobedrag over alle gemeenten.
Participatie Het Rijk compenseert gemeenten via de integratie-uitkering Participatie vanaf 2025 voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Haarlem ontvangt ongeveer € 170 duizend structureel. Integratie-uitkeringen (bedragen x € 1.000)* Beschermd wonen Participatie Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
2024 83 83 v 83 0
2025 276 173 449 v 449 0
2026 393 172 565 v 565 0
2027 393 169 562 v 562 0
2028 393 167 560 v 560 0
2029 393 164 557 v 557 0
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
3.5 Berekening budgettair effect In voorgaande paragrafen is per onderdeel aangegeven wat het budgettair effect is voor de algemene middelen en wat het effect is voor de beleidsvelden. Onderstaande tabellen vatten dit in een overzicht samen.
Kenmerk: 2024/1870104
8/9
Samenvatting budgettair algemene middelen (bedragen x € 1.000)* 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau 3.2 Taakmutaties voor beleidsvelden 3.3 Decentralisatie-uitkeringen voor beleidsvelden 3.4 Integratie-uitkeringen Budgettair effect algemene middelen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
3.113 -100 20 0 3.033 v
1.638 -130 0 0 1.508 v
1.242 -154 0 0 1.088 v
406 -179 0 0 227 v
-479 -204 0 0 -683 n
-1.109 -230 0 0 -1.339 n
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0 11 390 83 484 v
-57 74 662 449 1.128 v
-55 166 634 565 1.310 v
-55 266 77 562 850 v
-55 283 60 560 848 v
-55 352 52 557 906 v
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Samenvatting effecten beleidsvelden (bedragen x € 1.000)* 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau 3.2 Taakmutaties voor beleidsvelden 3.3 Decentralisatie-uitkeringen voor beleidsvelden 3.4 Integratie-uitkeringen Effecten beleidsvelden *: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
4. Vervolg De gevolgen van de septembercirculaire voor 2024 worden verwerkt in de Decemberrapportage 2024. De meerjarige gevolgen worden samen met de mogelijke gevolgen van de decembercirculaire verwerkt in de Kadernota 2026. 5. Bijlage Septembercirculaire 2024 Gemeentefonds
Kenmerk: 2024/1870104
9/9