Schriftelijke inspreekbijdrage Mevr. Mol
Tekst van het document
Geachte raadsleden, Op vrijdag 24 februari 2023 werd de beantwoording van inspraak op de nota Uitwerking parkeerregulering gepubliceerd. Ik constateer dat mijn inspraak niet is verwerkt. Daarom richt ik mij direct tot u. Op mijn feitelijke constatering dat een parkeerdruk van 85% op het drukste moment niet druk is en parkeerregulering niet rechtvaardigt, wordt als volgt met een standaardwijze gereageerd: Het college vindt de situatie bij een parkeerdruk van 85% of meer dus wel degelijk een probleem en ook nog een probleem dat zo groot is om in te grijpen. Veel Haarlemmers ervaren die vermeende parkeerdruk niet. Dus, de basis van dit beleid is de afwijkende mening van het college. En de gepresenteerde oplossing is om meer schaarste in parkeermogelijkheden te creëren! Op mijn overige negen genoemde nadelen wordt niet ingegaan. Daarom citeer ik deze uit mijn inspraakreactie. “Alle objecten die hiervoor nodig zijn in de openbare ruimte zoals parkeerautomaten en inzinkbare palen zijn kostbare investeringen die ook aan andere doeleinden kunnen worden besteed (2). De genoemde objecten in de openbare ruimte vervuilen het straatbeeld (3). Kenmerk van de openbare ruimte is juist dat deze voor iedereen toegankelijk is. Bij invoering van vergunningen wordt die ruimte exclusief toegankelijk voor degene die over een vergunning beschikken. De openbare ruimte wordt minder openbaar (4).
Bij elke parkeerstop de portemonnee of de smartphone moeten pakken geeft stress en creëert digitale afhankelijkheid (5). Handhaving van zinloze regels geeft stress en belichaamt de onderdrukkende overheid (6). Het vergunnen en beprijzen van parkeermogelijkheden leidt tot prijsstijging van alle producten die thuis worden bezorgd en diensten die aan en in de woning worden verricht (7). Het vergunnen en beprijzen van parkeermogelijkheden werkt drempelverhogend voor mensen die graag bezoeken afleggen of bezoeken ontvangen (8). De invoering van parkeerregulering wordt gecombineerd met het instellen van een aanpasbaar vergunningenplafond. Hiermee wordt niet alleen bewust schaarste in parkeerplekken gecreëerd (9). Het beïnvloedt de mogelijkheid tot het in bezit of gebruik hebben van een auto op directe wijze op elk moment dat de gemeente dat wenst (10). Voor veel mensen is bereikbaarheid en bewegingsvrijheid een voorwaarde om te kunnen werken en te functioneren in de maatschappij. Autobezit en -gebruik hoort daarbij. Immers, openbaar vervoer is niet overal aanwezig en niet iedereen is (altijd) even fit of heeft veel tijd om alle trajecten met het openbaar vervoer af te leggen”. Blijkens de nota van beantwoording wordt dit niet gelezen. Wij Haarlemmers steken er zoveel energie in om aan te geven dat wij dit niet willen in onze leefomgeving. Onze mening wordt genegeerd.
Ons zelfbeschikkingsrecht over de eigen omgeving wordt ons ontnomen. Ons wordt, in een ultrakorte bestuurlijke besluitvormingsperiode, een ideologie opgelegd. De enkele Haarlemmer die meent dat er een parkeerprobleem is, wordt -met de geboden oplossing- misleid. Conclusie: Het college gebruikt het concept van parkeerregulering als oneigenlijk instrument om het autobezit en -gebruik te dwarsbomen. De auto moet de stad uit. En voor invoering van dit drang- en dwangsysteem moeten wij zelf gaan betalen. Dit beleid is niet wenselijk en menselijk, niet doeltreffend en niet doelmatig. Het kan en mag niet worden geïmplementeerd. Het is zo immoreel en destructief om dit door te drukken. Want wat is de volgende afwijkende mening waar een aantal wethouders het leven van de Haarlemmers mee gaat verpesten?
Advies: Laat zien op 30 maart 2023 dat u hierboven staat. Met vriendelijke groet, Mevr. Mol