Schriftelijke (artikel 32) vragen van de VVD Haarlem inzake ongeregeldheden tussen jongerengroepen uit Haarlem, Beverwijk en Heemskerk
Tekst van het document
Schriftelijke (artikel 32) vragen van de VVD Haarlem over de ongeregeldheden tussen jongerengroepen uit Haarlem, Beverwijk en Heemskerk De VVD Haarlem is wederom geschokt door de signalen van een groepen jongeren uit Haarlem, Beverwijk en Heemskerk die elkaar intimideren, bedreigen en mishandelen. Een en ander heeft zelfs tot sluiting van diverse scholen op vrijdag 12 september 2025 geleid. De overlast van jongeren is al langere tijd een punt van aandacht. Er ontstaat een gevoel van onveiligheid bij leerlingen en ouders. Dit leidt tot de volgende vragen: 1. Kent u het krantenartikel “Kinderen, docenten, ouders: de angst die rivaliserende jongerengroepen in Beverwijk en Haarlem inboezemen ontregelt het sociale leven in de IJmond.” uit het Haarlems Dagblad van 12 september 2025? 2. Bent u het met de VVD eens dat iedere vorm van intimidatie, bedreiging of mishandeling onacceptabel is en dat het college er alles aan moet doen om korte metten te maken met dit gedrag en zo de veiligheid in de Haarlemse straten te herstellen? 3. Zijn deze jongeren allemaal in beeld? Wat is de omvang van de groep en welke achtergrond hebben deze jongeren? En zijn er al jongeren opgepakt en voorgeleid? 4. Waar zijn de ouders van deze kinderen? 5. Is bekend of er groepen uit andere regio’s in het land betrokken zijn en zo ja, welke? 6.
Wanneer denkt u – met de politie - deze problematiek onder de knie te hebben? En wat heeft u daarvoor nodig van de gemeenteraad? 7. Kunt u aangeven welke mogelijkheden u momenteel heeft om op te treden tegen intimidatie, bedreiging en mishandeling? 8. Kunt u aangeven op welk onderdeel u mogelijkheden mist om op te treden? En hoe u mogelijkheden zou kunnen uitbreiden? 9. In hoeverre vindt er samenwerking plaats met jeugdzorg en de scholen van deze jongeren? Slachtoffers 10. Zijn er meldingen en aangiftes gedaan die betrekking hebben op deze problematiek? 11. Zijn er slachtoffers die niet behoren tot de benoemde groepen? Met andere woorden, zijn er willekeurige slachtoffers? 12. Op welke wijze borgt de gemeente de veiligheid van de slachtoffers, nadat zij melding of aangifte hebben gedaan?
13. Op welke wijze vindt er vanuit de gemeente nazorg plaats voor de slachtoffers?