RIB Interbestuurlijk toezicht en verscherpt toezicht jeugdbescherming Noord-Holland incl bijlagen
Tekst van het document
Deze RET’s vor men tevens de toegang tot het bovenregionaal expertise netwerk voor Amsterdam en Noord -Holland (BEN-NH). BEN-NH heeft een opdracht in het ondersteunen van de RET’s in het vormgeven van de vier functies: advies, procesregie, signaleren en leren en heeft de opdracht om te komen tot duurzame oplossingen voor de meervoudige en complexe (co -morbide) jeugdhulp casuïstiek. We zijn ons er terdege van bewust dat de wachttijden nog niet afnemen, ondanks de inzet. Te veel gezinnen waarbij sprake is van gedwongen hulp wachten nog op zorg. We blijven met urgentie onze oplossingsrichtingen verder verbeteren en met aanbieders zoeken naar alternatieven.
19 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
• Op bovenregionaal niveau zijn wij verder gegaan met de uitvoering en implementatie van het plan voor specialistische jeugdhulp ‘Een Thuis voor Noordje’. Het gaat hierbij om een kleine doelgroep waarbij de hulpvraag dermate complex is dat passend aanbod bov enregionaal georganiseerd kan worden. Er wordt gewerkt aan kleinschalige woonvormen, een extra Beschermende en Ondersteunende Voorziening en het vormgeven van multidisciplinaire Teams Noord-Holland. Ook delen we in leersessies inhoudelijke inzichten en zoe ken naar oplossingen die leiden tot een betere beschikbaarheid van jeugdhulp. Waar facilitering of bestuurlijke keuzes nodig zijn worden deze in de bovenregionale stuurgroep van bestuurders geagendeerd. Tijdige inzet van jeugdbescherming in Noord-Holland Het rapport blijft kritisch op de resultaten voor de kinderen voor wie een maatregel kinderbescherming of jeugdreclassering is afgegeven. In de regio’s Zuid-Kennemerland, IJmond, Noord-Kennemerland en Kop van Noord-Holland (NW4) zijn de tarieven voor jeugdbeschermings- en reclasseringsmaatregelen voor de DJGB, WSG en LdH vanaf 1 januari 2022 verhoogd. Hiermee is een lagere caseload mogelijk die de uitstroom van personeel naar verwachting vermindert en daarmee bijdraagt aan het tijdig beschikb aar zijn van een jeugdbeschermer.
Daarnaast zijn in het Verbeterplan JBJR van deze regio’s samen met de GI voorstellen gedaan voor verbetering in de samenwerking, het efficiënter en effectiever inrichten van processen en de verbinding te maken met het voor liggend veld en de jeugdhulpketen. Bestuurlijke samenwerking in Noord-Holland De vertegenwoordigende regiowethouders van de 9 jeugdhulpregio’s hebben de ambitie uitgesproken vanuit hun verantwoordelijkheid voor alle kinderen, en zeker de meest kwetsbaren , meer en intensiever bovenregionaal te gaan samenwerken binnen Noord -Holland. Daarvoor is een gedeelde visie op een aantal oplossingsrichtingen ontwikkeld en is uitvoering gestart op de gezamenlijke trajecten. Wij gaan deze met prioriteit vervolgen. Om de samenwerking duurzaam te borgen is het bestuurlijk Bovenregionaal Netwerk Jeugdhulp Noord-Holland (BorN) opgericht, waaronder meerdere thema’s vallen. Het BorN is aanjager en werkt ondersteunend. Naast de samenwerking die mede door het toezichts - en IBT traject in gang gezet is, werken de 9 regio’s bovenregionaal samen op de diverse dossiers. Er is met BorN een goede basis gelegd voor verdere samenwerking. Binnen Noord-Holland kijken we naar waar de beste mogelijkheden voor samenwerking liggen.
Aan de ha nd van cijfermatige analyses zal het BorN zich in elk geval gaan buigen over het noodzakelijke aanbod op regionaal niveau en kijken waar meer harmonisatie mogelijk is. Concrete vervolgactiviteiten op niveau Noord -Holland die vanuit de bovenregionale samenwerking BorN zullen worden vormgegeven zijn: • De aanpak een Thuis voor Noordje wordt gecontinueerd, wat concreet betekent het verder ontwikkelen van voldoende en passende hulp voor een complexe doelgroep op Noord -Hollands niveau. • Het versterken van de Regionale Expert Teams (RET) en het verder door ontwikkelen van het Bovenregionaal Expertise Netwerk (BEN). • Meer harmonisatie in contractering en de inzet van jeugdhulp. Overigens wordt in zowel de regio Noord-West als in de regio Amsterdam de contractering van de GI gedeeltelijk al gezamenlijk gedaan. • Nu het landelijk besluit over de richting van het Toekomstscenario kind - en gezinsbescherming door het Rijk is genomen gaan we hierop samenwerken en dit verder ontwikkelen en implementeren. Afronding We hebben als Noord-Holland belangrijke stappen gezet, met betere overzichten en beter inzicht in wat het realiseren van de passende hulp belemmert. In de regio’s gaan we door op de ingeslagen
20 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
weg die bovenregionaal is ingericht en wij hebben nu de slagkracht om te komen tot een bovenregionaal kwalitatief en kwantitatief passend hulpaanbod. Verder zijn wij het met u eens dat de oorzaken die voortkomen uit de landelijke stelselproblematiek (financiële tekorten, arbeidsmarktproblematiek, en onvoldoende mogelijkheden om toereikend specialistisch hupaanbod voor kinderen met een maatregel zonder vertraging in te zetten) niet zijn weggenomen. Deze oorzaken overstijgen onze invloedsfeer. Wij gaan door met de trajecten die in Noord -Holland zijn gestart of versterkt én willen inhoudelijk onze bijdrage leveren. Een financiële bijdrage van de gemeenten om de caseload voor jeugdbeschermers te verlagen, zoals in de kamerbrief van 14 september 2022 wordt voorgesteld, achten wij niet reëel. Er is door ons de afgelopen tijd veel geïnvesteerd in de GI en de grens van onze mogelijkheden is bereikt. Er is nog veel werk aan de winkel bij het verbeteren van de situatie van de kinderen die onze zorg nodig hebben en wij zullen als regio’s het uiterste doen en vragen dat ook van het Rijk, als stelselverantwoordelijke.
Met vriendelijke groet,
Bestuurders Jeugdhulpregio’s, verenigd in het Bovenregionaal Netwerk Jeugdhulp Noo rd-Holland
21 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
Duidelijk. Onafhankelijk. Eerlijk. www.igj.nl
22 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
Verbeterplan JBJR NW4 & GI3
Kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen het best mogelijke toezicht en de best mogelijke hulp bieden in goede onderlinge (netwerk)samenwerking Datum: 8 juli 2022 Betrokken regiogemeenten en gecertificeerde instellingen Regio Noord West (NW4) 1. Zuid-Kennemerland, 2. IJmond, 3. Noord Kennemerland 4. Kop van Noord-Holland
Gecertificeerde instellingen (GI3) 1. De Jeugd- en Gezinsbeschermers (DJGB), 2. William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Reclassering (WSS JB&JR) 3. Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJ&R)
Voorwoord Jeugdigen die kwetsbaar zijn door een beperking of meervoudige problematiek bij henzelf of in het gezin, hebben recht op de best mogelijke zorg om weer stabiel en veilig op te kunnen groeien en naar vermogen te participeren in de maatschappij. Kinderen en gezinnen voelen zich echter niet altijd voldoende gehoord en gezien, de achterliggende problematiek bij gezinnen krijgt te weinig aandacht en professionals staan onder grote werkdruk. Voor ons is volstrekt duidelijk dat er binnen de jeugdhulpregio Noord-Holland het nodige moet gebeuren opdat jeugdigen en gezinnen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Zowel bij gemeenten als bij de GI’s worden er kansen gemist om deze problematiek, die veelal op ouder- en gezinsniveau ligt, in samenhang op te lossen. Dit heeft verscheidene oorzaken, zoals lange wachtlijsten voor de juiste hulp, groot verloop van gekwalificeerd personeel en onvoldoende (goede) samenwerking in de keten. Maar ook meer in preventieve zin ontbreekt het gezinnen aan bestaanszekerheid. Dit vormt een risico voor problemen in de opgroeisituatie van kinderen. Dit heeft geleid tot onder andere het interbestuurlijk toezicht bij gemeenten vanuit de ministeries en een intensief toezicht bij DJGB vanuit de Inspecties Gezondheidszorg en Jeugd.
In gezamenlijkheid nemen de GI3 en NW4 hun rol en verantwoordelijkheid om de gezamenlijke opdracht: kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen het best mogelijke toezicht en de best mogelijke hulp bieden in goede onderlinge (netwerk)samenwerking, te verwezenlijken. Dit doen we door op diverse onderdelen acties te ondernemen die zorgen voor de verbetering in de samenwerking, het efficiënter en effectiever inrichten van processen en de verbinding te maken met het voorliggende veld en de jeugdhulpketen. Dit plan geeft onze keuze van onderwerpen weer voor deze regio’s en is een eerste stappen in onze samenwerking. Gaandeweg wordt dit plan steeds verder uitgewerkt in haalbare stappen. Bij de uitvoering van dit projectplan moeten we rekening houden met het dynamische en complexe veld, landelijke ontwikkelingen in de jeugdbeschermingsketen en beperkingen in de uitvoering zoals een krappe arbeidsmarkt die we gaandeweg tegenkomen. Dit zal invloed hebben op de haalbaarheid van de deelprojecten en daardoor het project als geheel. We onderschrijven volledig de noodzaak van het realiseren van deze opdracht, realiseren ons terdege dat we deze alleen met elkaar kunnen realiseren en zullen de voorwaarden creëren om onze doelen te behalen. Samen staan we sterk en zijn we gemotiveerd voor de kwetsbare gezinnen in onze regio’s.
Met vriendelijke groet, Sebastian Dinjens (namens NW4) Marielle Visbeen (namens GI3)
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 2/22
Inhoudsopgave 1
VISIE OP DE OPDRACHT
6
1.1 Governance: onze visie op samenwerken 1.2 Kernwaarden 1.3 Randvoorwaarden
6 7 8
2
9
DEELPROJECT ‘ARBEIDSVREUGDE – KWALITEIT VAN ZORG EN ARBEID’
2.1 Doelstelling en resultaten 2.2 Activiteiten en planning
10 10
3
12
ZORGMAKELAAR
3.1 Tijdig passende hulp: inzet zorgmakelaar 3.2 Taakomschrijving 4
122 1313
ECHTSCHEIDINGEN
14
4.1 Aanpak Echtscheidingen 4.2 Pilots en vervolgstappen
15 15
5
17
REGIONAAL EXPERTTEAMS (RET)
5.1 Functies van het Regionaal Expertteam, toegevoegde waarde en de stand van zaken. 5.2 Ontwikkelpunten RET
18 19
6
20
TIJDSPAD PROJECT VERBETERPLAN JBJR
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 3/22
Inleiding Bij de ontwikkelingen van de NW4 willen we aansluiten bij de landelijke visie en beweging zoals die geschetst wordt in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en in de Kamerbrief van 13 mei 2022. Het Toekomstscenario en de brief bieden een perspectief voor gemeenten en GI’s om de samenwerking anders vorm te gaan geven. We ervaren dat het nu het momentum is om door middel van dit verbeterplan een aanzet hiertoe te geven. Door bij de verbeteringen dit perspectief in het oog te houden willen we een sprong naar voren maken. Vanaf 2019 zien de inspecties dat GI’s niet langer slagen om aan elk kind met een maatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer te koppelen, die met het gezin aan de slag gaat om tot een goed plan te komen. Dit geldt helaas ook voor de regio Noord-Holland. In het Regiorapport Noord Holland en Amsterdam (28 februari 2022) staat dat het verscherpt toezicht vanuit de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd met een half jaar wordt verlengd voor onze regio. Alhoewel de inspectie constateert dat regio NoordHolland op de goede weg is, worden de wettelijke normen nog onvoldoende gehaald en zijn de maatregelen nog onvoldoende geborgd. Het gaat om de volgende drie normen: 1. 2. 3.
binnen vijf dagen (nadat de GI in kennis is gesteld) is een jeugdbeschermer aan het kind/gezin gekoppeld; binnen zes weken is voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel een gedragen koers/plan van aanpak beschikbaar; binnen drie maanden na uitspreken van de maatregel is passende hulp ingezet (of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging/recidiverisico van het kind).
In de kamerbrief ‘Beleidsreactie Landelijk Beeld “Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd”’ van 5 juli 2021 geven minister Dekker en staatsecretaris Blokhuis aan dat in de door de inspecties benoemde jeugdbeschermingsregio’s in het kader van het interbestuurlijke toezicht (IBT) stappen te zetten. Bij interbestuurlijk toezicht wordt het toezicht uitgeoefend conform de vijf stappen van de interventieladder: 1. 2. 3. 4. 5.
Signalering Verdere factfinding en beoordeling (valideren) Afspraken over acties, termijnen en vervolg Besluit tot indeplaatsstelling Uitvoering indeplaatsstelling
Vanwege het feit dat er al een beoordeling ligt door de publicatie van het inspectierapport zitten we als regio’s al in het begin van stap 3. Bij het niet tijdig voldoen aan de verplichtingen uit de Jeugdwet zal het ministerie dit gaan doen in plaats van de regio, op kosten van de regio: dat is een indeplaatsstelling (stap 5). In de escalatieladder staat bij stap 3 de volgende tekst opgenomen: “Indien VWS/JenV heeft geconstateerd dat er voldoende grond is om in te grijpen, worden afspraken gemaakt met de betrokken colleges over de noodzakelijke acties en de daarbij behorende termijnen. De gemeente dient in de gelegenheid te worden gesteld alsnog aan haar verplichtingen te voldoen. Daarbij kan VWS/JenV zo nodig advies en hulp bieden, gericht op de specifieke tekortkoming van de gemeente”.
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 4/22
De bestuurlijke afspraken tussen Rijk en gemeenten zijn erop gericht dat we in NoordHolland voldoen aan de wettelijke normen. Het gaat zoals hierboven weergegeven om: ▪ Tijdige inzet vaste jeugdbeschermer ▪ Gedragen plan van aanpak voor gezin ▪ Tijdig passende hulp Maar ook om: ▪ ▪
Bovenregionale samenwerkingsafspraken en Monitoring
In dit Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 vormen de normen van de inspecties het kader. We hebben met elkaar de volgende opdracht geformuleerd: Kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen het best mogelijke toezicht en de best mogelijke hulp bieden in goede onderlinge (netwerk)samenwerking. Uit een eerste brede verkenning tussen de GI3 en NW4 is een aantal onderwerpen gekozen die bijdragen aan onze opdracht. Deze onderwerpen zijn verder uitgewerkt in deelprojecten. Op deze deelprojecten willen we duurzaam verbeteren ter ondersteuning van het verbeteren van jeugdhulp in NW4. Elk van de deelprojecten werken we uit in realiseerbare en haalbare doelen, waarbij we zoveel mogelijk willen aansluiten op reeds ingezette trajecten rondom bepaalde onderwerpen. Dit is een startdocument om verder op voort te bouwen. Ons verbeterplan loopt in eerste instantie voor de periode september 2022 tot maart 2023. Vervolgens wordt na de evaluatie op de verschillende onderwerpen gekeken wat de vervolgstappen zijn na maart 2023. Dit plan is als volgt opgebouwd: ▪ ▪
Visie op de opdracht (GI3 & NW4) (hfst 1) Tijdige inzet vaste jeugdbeschermer en gedragen plan van aanpak (GI3) o Arbeidsvreugde: kwaliteit van zorg en arbeid (hfst 2) ▪ Tijdig passende hulp (NW4) o Zorgmakelaar (hfst3) o Echtscheidingen (hfst 4) o RET (Regionale Expert Team) (hfst 5) ▪ Samenvattend tijdpad met activiteiten per onderwerp (hfst 6) Monitoring; data gestuurd werken is onderdeel van ieder thema. Schematisch vatten we de opdracht als volgt samen, waarbij we het belangrijk vinden om te benadrukken dat dit geen losstaande onderdelen betreft, maar zeker ook de wisselwerking het beoogde verschil kan gaan maken:
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 5/22
Kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen het best mogelijke toezicht en de best mogelijke hulp bieden in goede onderlinge (netwerk)samenwerking Tijdig jeugdbeschermer en PvA Arbeidsvreugde: kwaliteit van zorg en arbeid
Tijdig passende Hulp
RET
Zorgmakelaar
Tijdig goede (bovenregionale) samenwerking
Governance
Betekenisvolle metingen
Echtscheidingen
1
Visie op de opdracht
1.1
Governance: onze visie op samenwerken Om de opdracht kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen het best mogelijke toezicht en de best mogelijke hulp bieden in goede onderlinge (netwerk)samenwerking, te realiseren is het van groot belang om op een goede manier samen te werken. In dit hoofdstuk schetsen we op hoofdlijnen onze visie hierop. Dat dit zelfs cruciaal is, hebben we in de eerste fase ondervonden. Zeker ook omdat we in vier regio's met 22 gemeenten te maken hebben en met drie GI's, van uitvoerders tot en met bestuurders. Doordat onvoldoende duidelijk was wie waarvoor verantwoordelijk is ontstond een impasse. Om dit te doorbreken is het nodig om een heldere verdeling te maken van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Dit is een van de eerste uitwerkingsstappen. Voor het realiseren van onze gezamenlijke opdracht kijken we met aandacht naar het gezin te kijken en doen we wat nodig is, dat betekent ook dat we aandacht hebben voor de achterliggende problematiek bij gezinnen. Dit doen we door - in de gebieden waar deze kinderen en gezinnen wonen - alle hulpbronnen in te zetten die aanwezig en beschikbaar zijn. Dit doen we op een zo effectief mogelijke manier in goede onderlinge netwerksamenwerking. Deze gemeenschappelijke opdracht vullen we op hoofdlijnen als volgt in. Doelen en resultaten worden in afstemming vastgesteld. ▪
De gemeenten van de NW4 gaan als opdrachtgever over het WAT en zij zijn verantwoordelijk voor de koers en het te behalen resultaat. Binnen dit ______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 6/22
opdrachtgeverschap is er een nauwe verbinding met de GI3 op bestuurlijk niveau (wethouder en bestuurder vormen een tandem). De GI3 gaan als opdrachtnemer over het HOE van hun deel van de opdracht (adequate regie en toezicht bieden binnen wettelijke termijnen door goed toegeruste professionals die hun werk met plezier doen) en zijn verantwoordelijk voor de concrete invulling van hun acties. De vier regio’s gaan als opdrachtnemer over het HOE van hun deel van de opdracht (passende en tijdige hulp voor kwetsbare gezinnen binnen een dekkend zorglandschap met een heldere en geharmoniseerde escalatieroute).
▪
▪
Samen zijn de GI3 én de gemeenten in de 4 regio’s (NW4) verantwoordelijk om de onderlinge afstemming zodanig vorm te geven dat er een betekenisvolle datauitwisseling en monitoring tot stand komt. Deze gezamenlijke verantwoordelijkheid in opdrachtgever- en opdrachtnemerschap wordt zichtbaar in de governance structuur. Op alle lagen van besluitvorming en uitvoering ontmoeten NW4 en GI3 elkaar: ▪
Bestuurlijk niveau Sebastian Dinjens namens NW4 & Marielle Visbeen namens GI3
▪
Ambtelijk niveau Frank Veltkamp namens NW4 & Harriet Poot namens GI3
▪
Projectleiding Olv externe bureaus: Nelleke Hilhorst & Paulien Schaank
▪
Projectgroepleden Carola Rothe (NW4), Froukje Kamoschinski (NW4), Arlette Booms (NW4),, Erika de Jong (NW4), Daniel Cop (Gi3) en Eva Etnel (GI3). Om de voortgang te waarborgen van het verbeterplan in het complexe krachtenveld, vindt eenmaal per drie weken afstemmingsoverleg plaats tussen de ambtelijke opdrachtgevers en de projectleiding, aangezien de deelprojecten betrekking hebben op een groot aantal gemeenten waar afstemming mee moet worden verkregen. Naar inzicht van de projectleiding sluiten facultatief projectgroepleden aan om inzichten vanuit de uitvoering en implementatie in te brengen.
1.2
Kernwaarden De volgende kernwaarden zijn richtinggevend aan ons handelen: ▪
Betrouwbaar en transparant We komen afspraken na: doen wat je zegt en zeggen wat je doet. We hanteren de Plan – Do – Check- Act cyclus (PDCA-cyclus).
▪
Verbindend en wendbaar Vanuit nieuwsgierigheid realiseren we als een netwerk de verbinding met respect voor elkaars perspectief. En hierdoor werken we altijd vanuit wederzijds begrip. We reflecteren met elkaar over de voortgang en sturen waar nodig bij. Rolvast en resultaatgericht
▪
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 7/22
▪
▪
1.3
We werken ieder vanuit onze eigen rol als taakvolwassen professionals. Daarbij willen we de systeemwereld (organisaties) niet leidend laten zijn en echt doen wat nodig is voor de leefwereld (gezinnen). Professioneel Ieder weet waar hij/zij verantwoordelijk voor is en heeft daarvoor ook de passende bevoegdheden. Dit zorgt ervoor dat ieder rolvast blijft, transparant is en samenwerkt. En bij onderlinge ontevredenheid zich durft uit te spreken, en wel tegen elkaar. Moedig Er is moed voor nodig om uit het wantrouwen te komen en een nieuwe weg in te slaan. Blijven hangen in de oude dynamiek geeft angst aan. Dit is een parallel proces en gaat op voor alle niveaus: van onze bejegening van gezinnen tot en met de aanpak van de Inspecties.
Randvoorwaarden We zien de volgende punten als randvoorwaardelijk: ▪ ▪ ▪
Deskundige en overkoepelende projectleiding Heldere governance met intensieve monitoring zodat we tijdig bij kunnen sturen Elkaar regelmatig ontmoeten zodat de ‘flow’ erin komt en we eens met elkaar kunnen lachen
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 8/22
2
Deelproject ‘Arbeidsvreugde – Kwaliteit van zorg en arbeid’ Samenvatting De gecertificeerde instellingen (GI) zijn wettelijk verplicht om verantwoorde hulp te bieden, zoals beschreven in de Jeugdwet. Het werk van de jeugdbeschermer staat echter al geruime tijd enorm onder druk, met enorme uitval tot gevolg: het ziekteverzuim is hoog, de uitstroom van medewerkers is hoger dan gewenst, en dat terwijl de instroom van nieuwe medewerkers minimaal is. Op dit moment is het verkrijgen, maar ook het behouden van gekwalificeerde medewerkers een hele grote uitdaging binnen de GI’s.
Doel Voor het goed uitvoeren van de kerntaak en jeugdigen en gezinnen verantwoorde hulp te bieden wordt gewerkt aan een tweetal doelstellingen: ▪
De GI’s werven en behouden (gekwalificeerde) professionals.
▪
Professionals hebben de tijd en aandacht beschikbaar die nodig is om de verantwoorde hulp te kunnen bieden
Resultaat Werken conform norm 1 en norm 2 van de inspecties (zie 2.1)
Evaluatie In september voeren we een 0-meting op cliënt- en medewerkerstevredenheid uit. In januari 2023 doen we deze meting opnieuw om te zien of de ingezette interventies effect hebben. In maart evalueren we het geheel en bepalen we welke vervolgstappen nodig zijn. Verder worden periodiek de cijfers uniform aangeleverd van instroom, uitstroom en verzuim binnen de GI’s.
Jeugdbeschermers ervaren een stijgende werkdruk, onder andere door complexere problematiek en hogere administratieve lasten, én een gevoel van onmacht omdat zij met de beperkt beschikbare middelen en hulpverlening niet (meer) in staat zijn om een zeer kwetsbare groep cliënten te beschermen. Dit vormt samen met de problematische arbeidsmarkt een serieus risico voor de continuïteit en kwaliteit van zorg, voor de continuïteit van de jeugdbescherming. Dit deelproject richt zich specifiek op de kwaliteit van arbeid, en in het verlengde daarvan de kwaliteit van zorg: het verlagen van de werklast (waarbij we uitgaan van het onderzoek van Significant “Benodigde tijd per gezin”) en het aantrekkelijker maken van het vak. De focus binnen dit deelproject wordt gelegd op: ▪ ▪ ▪ ▪
Werven en behouden van (nieuwe) medewerkers Realiseren van caseload verlaging/ werkdrukvermindering Functiedifferentiatie binnen de jeugdbescherming Verlagen van administratieve lasten
Ook de andere deelprojecten binnen dit verbeterplan, die zich direct richten op de kwaliteit van zorg, zoals de ketensamenwerking en inzet van een zorgmakelaar, dragen indirect bij aan de arbeidsvreugde van jeugdbeschermers. Door het inzetten van een zorgmakelaar en versterken van de netwerksamenwerking zal er door de jeugdbeschermers minder tijd en energie gaan zitten in het vinden en organiseren van passende hulp voor jeugdigen en gezinnen. Daardoor zal er minder sprake zijn van onmacht en frustratie in de begeleiding.
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 9/22
2.1
De resultaten Op cliëntniveau ▪ Jeugdige en ouders hebben binnen vijf werkdagen contact met een jeugdbeschermer, die met hen binnen zes weken een gedragen koers uitzet in een plan van aanpak. Dit plan van aanpak is kwalitatief en multidisciplinair goed onderbouwd. Door middel van onze Business Intelligence-tool hebben en houden we hier continu zicht op. Deze data wordt maandelijks gedeeld met de accounthoudende gemeente voor DJGB. ▪ Er is sprake van continuïteit van zorg met zoveel als mogelijk een bekend gezicht voor het gezin. In 2023 willen we het verlagen van de norm verder doorvoeren zoals beschreven in het rapport van Significant tot een verlaging naar 12 tot 14 kinderen. ▪ Jeugdigen en hun gezinnen zijn tevreden over de begeleiding die zij ontvangen vanuit de GI3. Zij beoordelen de begeleiding met een voldoende op peildatum 1 januari 2023 Op medewerker niveau ▪ Het verloop en verzuim is met 20% gereduceerd in maart 2023. We nemen hiervoor peildatum 1 september. ▪ De gemiddelde caseload medio 2022 gaat naar één fte jeugdbeschermer op 15 maatregelen1 per fte reguliere jeugdbeschermer. Daarbij wordt in de verdeling van zaken rekening gehouden met de ervaring en de wens van de jeugdbeschermer.
▪ Jeugdbeschermers ervaren op peildatum 1 maart 2023 minder werkdruk, meer tijd voor de gezinnen, meer ruimte voor gezamenlijk werken, leren en reflecteren en voelen zich beter toegerust om het werk te doen dan op peildatum 1 september 2022.
2.2
Activiteiten en planning Specifiek binnen Partners voor Jeugd (waar zowel de William Schrikker Stichting JB&JR als de Jeugd- en Gezinsbeschermers onderdeel van uit maken) is het programma ‘Partners voor Jou’ opgezet om organisatie breed te komen tot meer instroom en minder uitstroom van medewerkers. Dit programma brengt de belangrijkste initiatieven en verbeterrichtingen bij elkaar waardoor samenhang ontstaat en initiatieven onderling worden versterkt. Het Leger des Heils is eind 2021 van start gegaan met het project ‘JB onder constructie’ met als doel het verlagen van de werkdruk en het verhogen van het werkplezier. Dit project zal in de zomer 2022 worden geëvalueerd. Ook landelijk is de arbeidsmarktkrapte een belangrijk thema, waardoor er op verschillende plekken en binnen verschillende disciplines initiatieven in het land zijn ontstaan. Niet altijd zijn we in de keten op de hoogte van elkaars inzichten en initiatieven en soms wordt langs elkaar heen gewerkt.
1
In het onderzoek ‘Benodigde tijd per gezin voor de jeugdbescherming’ door Significant Public (2022), concluderen de onderzoekers dat een jeugdbeschermer maximaal acht à negen gezinnen (omgerekend 12 tot 14 kinderen) kan begeleiden om het werk goed uit te kunnen voeren. Het onderzoekt toont aan dat het werk van de jeugdbeschermer complexer en tijdsintensiever is geworden en dat de oude caseloadnormen niet meer realistisch zijn. Het gesprek over verdere verlaging van de caseload zal gevoerd worden tussen Ministerie, regio’s en GI’s.
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 10/22
Dit deelproject faciliteert de samenwerking van de GI’s én gemeenten: samen moeten we het gaan doen. De ontwikkelingen en resultaten van al deze initiatieven worden in gezamenlijkheid nauwkeurig gevolgd en daar waar de ontwikkelingen een bijdrage leveren aan de oplossing voor onze problematiek nemen we deze mee in onze aanpak. Door nauwer samen te werken, leren we beter van elkaars (en die van anderen) goede voorbeelden. 2.2.1 Werven van nieuwe medewerkers Voor het werven van nieuwe medewerkers is en gaan de HR-afdelingen flink aan de slag. Niet alleen worden ‘oude strategieën’ gebruikt als het uitzetten van vacatures door middel van de website en vacaturebanken, maar wordt ook social media ingezet en wordt er gebruik gemaakt van het netwerk van het huidige personeel. Ook wordt actief ingezet op versterken van het netwerk van de GI’s met hogescholen. We onderscheiden drie doelgroepen waarop we ons richten: ▪ ▪ ▪
Regulier (medior tot senior jeugdbeschermers) Starters (schoolverlaters of jeugdbeschermers met enkele jaren werkervaring) Zij -instromers (wel/ niet HBO zorg, wel/ niet SKJ)
2.2.2 Functiedifferentiatie en procedure instroom Om meer vanuit talent te gaan werken en zo het werkplezier te bevorderen willen we een meer creatieve inrichting van de rol van jeugdbeschermer. Jeugdbeschermers willen graag meer tijd voor de jeugdigen en de gezinnen en willen datgene doen waar hun passie ligt, waar zij voor zijn opgeleid en waar zij goed in zijn. We experimenteren met functiedifferentiatie - het creëren van verschillende functies binnen hetzelfde beroep, met verschillende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden - zoals het inzetten van een teamondersteuner, praktijkcoach of ondersteunend jeugdbeschermer. Deze functie kan naast de werkzaamheden van de administratie, werkdruk verlagende taken oppakken die geen SKJ registratie vereisen. Hiermee zorgen we voor het verlagen van de administratieve lasten voor de jeugdbeschermers en zien we kansen in het gemakkelijker vervullen van vacatures (want niet altijd SKJ-geregistreerde mensen nodig). Ook de inzet van een zorgmakelaar is een manier van ondersteuning, daarmee is de jeugdbeschermer minder tijd kwijt aan het zoeken van passende hulp. Naast het experimenteren met functiedifferentiatie, werken we tevens met een nieuwe procedure instroom.
Dit betekent concreet dat bij start van een maatregel een jeugdbeschermer wordt aangesteld die de casus kan opstarten, de jeugdige tijdig kan zien en een plan van aanpak met gedragen koers kan opstellen. Het gezin wordt na deze instroomfase door middel van een warme overdracht opgepakt door een vaste jeugdbeschermer die conform vastgesteld plan van aanpak gaat monitoren. Juist die opstartfase is erg intensief en tijdrovend, door dit te verdelen wordt de werkdruk in de reguliere teams verlaagd. Hiermee wordt voorkomen dat jeugdigen en gezinnen niet gezien worden en geen tijdig aanspreekpunt hebben, én het verder oplopen van wachtlijsten. Echter, hebben gezinnen op deze manier niet direct vanaf de start een vaste jeugdbeschermer. Dit wordt ondervangen doordat de vaste jeugdbeschermer deels mee optrekt in het proces, het gezicht is al enigszins bekend en informatie wordt behouden. Na deze fase kan de vaste jeugdbeschermer constructief met het plan van aanpak aan de slag.
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 11/22
2.2.3 Realiseren van caseload verlaging De caseload hopen we op een ‘natuurlijke’ wijze te verlagen, door gebruik te maken van natuurlijk verloop van casuïstiek (afgesloten maatregelen en minder instroom). Er komt wat meer ruimte doordat nieuwe zaken worden opgepakt door het instroomteam zoals hierboven beschreven. Tevens krijgen jeugdbeschermers de keuze om tijdelijk hun volledige caseload (hoger dan waar we naartoe werken) te draaien als zij de casuïstiek niet willen afstoten zonder dat daar een vaste jeugdbeschermer aan verbonden kan worden. Zij krijgen dan tijdelijk een contractverhoging in uren en schalen af bij natuurlijk verloop van casuïstiek gaande het jaar.
3
Deelproject: Zorgmakelaar Samenvatting In de praktijk is het moeilijk voor de GI om te voldoen aan de IGJ norm ‘vinden van tijdig passende hulp voor kinderen met een maatregel’. Om GI vanuit gemeenten daarbij te ondersteunen wordt al samengewerkt met lokale teams en gebruik gemaakt van tools om dit te vergemakkelijken (beschikbaarheidsapps). Dit kan echter nog beter en efficiënter, waardoor jeugdbeschermers zich meer dan nu kunnen concentreren op hun kerntaken. Om deze reden zijn incidentele gelden aangevraagd bij het Rijk voor de inzet van een zorgmakelaar. In deze paragraaf wordt beschreven hoe dit budget gezamenlijk wordt ingezet.
Doel GI ondersteunen bij het vinden van tijdig passende hulp.
Resultaat Alle kinderen met een maatregel ontvangen tijdig (binnen 3 maanden) passende hulp (of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging/recidive risico van het kind: IGJ norm 3). Meer zicht krijgen waar hiaten en knelpunten in het (volume van het) aanbod zitten. Jeugdbeschermingsmaatregelen niet door ontbrekend aanbod langer laten duren dan noodzakelijk.
Evaluatie In februari 2023 wordt een tussentijdse evaluatie uitgevoerd naar het effect van de inzet van de zorgmakelaar. Hierbij wordt zowel het perspectief van de GI als ook van de gemeenten onderzocht. Op basis van deze evaluatie wordt een besluit genomen over de voortgang en de wijze van de inzet van de zorgmakelaar.
3.1
Tijdig passende hulp: inzet zorgmakelaar Door de accounthoudende gemeente Alkmaar is eind 2021 een eenmalige tegemoetkoming in de kosten voor de inzet van een zorgmakelaar aangevraagd bij het ministerie van JenV. Deze aanvraag is toegekend. Het gaat om een incidenteel bedrag van € 167.000 in te zetten in kalenderjaar 20222. De inzet van deze zorgmakelaar is bedoeld ter ondersteuning van de GI bij het vinden van passende hulp voor gezinnen in samenwerking met de lokale toegang van de gemeenten uit de regio’s. Met de bestaande ondersteuning van de beschikbaarheidsapps en de toevoeging van de tijdelijke inzet van een zorgmakelaar willen de gemeenten ook meer inzicht krijgen waar de hiaten en knelpunten in het aanbod zitten.
2 Recent is aan het ministerie gevraagd om dit budget ook in 2023 te mogen besteden.
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 12/22
3.2
Taakomschrijving De inzet van de zorgmakelaar heeft als doel om enerzijds de GI (administratief) te ontlasten, waardoor er niet onnodig veel tijd en energie verloren gaat, die effectiever besteed kan worden aan de gezinnen. Anderzijds heeft het voor de GI als doel dat opgelegde maatregelen niet onnodig langer duren dan noodzakelijk en juist door de inzet van een zorgmakelaar sneller komt tot inzet van passende hulp. De GI bepaalt als eerste stap - op basis van een goede analyse - welk zorgaanbod nodig is. Daarbij wordt er gebruik gemaakt van hun eigen netwerk en de app ‘beschikbaarheidswijzer’. Indien het de GI niet lukt het gewenste aanbod te realiseren, dan is de nieuwe gemaakte afspraak dat de GI zich wendt tot de zorgmakelaar. Dit is iemand die creatief mee kan denken vanuit de kennis over het zorglandschap als een bepaalde hulpvorm niet beschikbaar is wat dan mogelijk wel een goed alternatief is. Mocht ook dit proces stagneren dan kan uiteindelijk worden opgeschaald naar het Regionaal Expert Team om alsnog een passende oplossing te vinden. Deze realiseert, op basis van een verklarende analyse een (doorbraak) aanpak ten gunste van de cliënt. Het RET heeft een breed palet aan zaken die zij op zich kunnen nemen. Dit kan gaan om het vinden van een passende woonvoorziening (voor kind eventueel met ouder), maar ook om de juiste behandeling, diagnostiek en/of therapie.
Het kan ook gaan om ondersteuning bij het verkrijgen van financiële toestemming voor een specifiek aanbod binnen een gemeente. De voordelen van de inzet van de zorgmakelaar kunnen de volgende zijn, indien lange wachttijden niet alsnog zorgen voor vertragingen: ▪ GI is minder tijd kwijt aan het zoeken naar een passend hulpaanbod. ▪ GI is minder tijd kwijt aan overleg met diverse partijen, zoals hulpaanbieders en voorveld. ▪ Samen met de GI onderzoekt het RET wat de alternatieven zijn voor (passende) hulp als de oorspronkelijke route, via de toegang van de gemeenten, is vastgelopen. Bij stagnatie kan de casus worden opgeschaald naar het RET. ▪ GI wordt ondersteund in het beschikbaar krijgen van een breder zorgaanbod waarvan de zorgmakelaar de lacunes zichtbaar heeft gemaakt in het ingekochte zorgaanbod. ▪ GI en voorveld (de toegang) worden nog meer verbonden met elkaar. In de komende maanden tot eind van dit jaar 2022 wordt een zorgmakelaar ingezet in de eerste fase na een uitspraak OTS, waarin de GI binnen zes weken een plan van aanpak moet opstellen. De GI ervaart in deze fase al dat wachttijden bij bepaalde vormen van hulp (denk aan diagnostiek bij Parlan, Kies training, Ouderschap Blijft, NIKA etc.), die in de beschikking door de Rechtbank (geadviseerd vanuit de Raad voor de Kinderbescherming) zijn opgenomen, al leiden tot vertraging van de uitvoering van de maatregel.
Het levert winst op om juist al in deze fase een beroep te kunnen doen op de zorgmakelaar om te onderzoeken of inzet van een ander beschikbaar aanbod leidt tot een beheersbare doorlooptijd, indien bekend is dat de gewenste en noodzakelijke hulpverlening niet voorradig is. Anders leidt dit op voorhand al tot vertraging voor het uitvoeren van de uitgesproken maatregel door de rechtbank. Als die patronen helder zijn willen we hier graag ook over in gesprek met de Raad van de Kinderbescherming (RvdK). ______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 13/22
Primair ligt de taak van de zorgmakelaar op het bovenstaande aspect. Hierbij wordt verbinding gemaakt met het gebruik van de bestaande beschikbaarheidstools (de app beschikbaarheidswijzer) en de toegang. Met toegang wordt de ingang voor jeugdhulp bij de gemeente bedoeld en die verschilt per gemeente. De volgende aspecten worden meegenomen: In welke mate ondersteunen de gebruikte beschikbaarheidstools de GI en voor welke vormen van de inzet van passende hulp is dit toereikend? ▪ Voor welk deel van de GI-caseload biedt de beschikbaarheidswijzer geen uitkomst en is maatwerk nodig en komt een zorgmakelaar ondersteunen? ▪ Hoe leren we van deze maatwerktrajecten en hoe leggen we de verbinding met de toegang. Dit gaat om lerend vermogen tussen regio's als bijvoorbeeld blijkt dat een bepaald aanbod mist in een regio of de vraag te klein is, dat het aanbod vervolgens regio-overstijgend kan worden ingekocht. Duur van de opdracht De zorgmakelaar wordt betaald met incidentele rijksmiddelen voor de periode van 1 jaar. Aan het ministerie van JenV is toestemming gevraagd om deze gelden ook in 2023 in te mogen zetten. Op basis van een evaluatie wordt besloten of de inzet van een zorgmakelaar gecontinueerd wordt in het verlengde van landelijke ontwikkelingen.
4
Deelproject: Echtscheidingen Samenvatting Bij het nadenken over verlichting van de lasten en het goed benutten van de kennis en expertise op veiligheid van de GI’s zijn echtscheidingen een onderwerp waar we aandacht aan willen besteden, omdat we denken dat bij dit type zaken een deel van de oplossing zit voor de personele schaarste. De vraag is in hoeverre het opleggen van een jeugdbeschermingsmaatregel de juiste aanpak is voor scheidingsproblematiek, waarin de strijd tussen ouders vaak voorliggend is ten opzichte van de problemen die de kinderen ondervinden We willen onderzoeken of we vroegtijdig meer preventief gebruik kunnen maken van andere voorzieningen die ouders kunnen begeleiden in echtscheidingsproblematiek en/of vroegtijdig interveniëren om te voorkomen dat een echtscheiding ontaard in een vechtscheiding
Doel Tijdig passende hulp bieden: Oppakken in de sociale basis (voorveld), zodat overheersende problematiek tussen ouders niet uitmondt in een OTS. We willen ouders in een zo vroeg mogelijk stadium helpen om aan de voorkant de schade te beperken die kinderen kunnen oplopen ten gevolge van een scheiding.
Resultaat Afname aantal aanmeldingen bij GI, waarbij een complexe scheiding centraal staat. De GI3. en het lokale veld weten elkaar te vinden en maken gebruik van elkaars expertise. De GI3 schakelt met de sociale basis en de sociale basis is getraind in het werken met ouders in scheidingssituaties (zie bijlage plan werkwijze complexe ‘Erfscheidingen’).
Evaluatie We evalueren bovenstaande door het voeren van een aantal kwalitatieve gesprekken met medewerkers van de GI’s en die van de preventie. We toetsen of medewerkers van de GI’s het scheidingsplein weten te vinden en of ze er gebruik van maken. Daarnaast kijken we of medewerkers uit de preventie geholpen zijn met de training, hoe ga je om met complexe echtscheidingen, gegeven door de GI.
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 14/22
4.1
Aanpak Echtscheidingen Partners voor Jeugd (JB/JR) heeft de afgelopen jaren gemerkt dat er binnen haar organisatie een toename is van het aantal meldingen van complexe scheidingen3 waarbij kinderen zijn betrokken. Uit het systeem ‘Zicht op Resultaat’ van Partners voor Jeugd blijkt dat in 82% van de Ondertoezichtstellingen (OTS) scheidingsproblematiek speelt. In 72% is zelfs sprake van een complexe echtscheiding. Scheidingsproblematiek kan grote impact hebben op de kinderen in het gezin en hun ontwikkeling en veiligheid bedreigen. De vraag is in hoeverre het opleggen van een jeugdbeschermingsmaatregel de juiste aanpak is voor scheidingsproblematiek4, waarin de strijd tussen ouders vaak voorliggend is ten opzichte van de problemen die de kinderen ondervinden. Dit is ook de reden dat jeugdhulpinstellingen terughoudend zijn om kinderen uit deze gezinnen in behandeling te nemen. De jeugdbescherming kan nooit ‘nee’ verkopen. Ook is de druk op de medewerkers van de GI van dit type zaken buitenproportioneel hoog. Naast de terughoudendheid van de jeugdhulp zorgen het risico op klachten en de vaak hoge contactfrequentie bij deze gezinnen voor veel stress en burn outs bij GI-medewerkers. Dit onderwerp krijgt ook landelijk de verdiende aandacht, bijvoorbeeld in het denken aan een gezins-OTS in plaats van een OTS voor kinderen.
We willen onderzoeken of we vroegtijdig meer preventief gebruik kunnen maken van andere voorzieningen die ouders kunnen begeleiden in dit proces en/of vroegtijdig interveniëren om te voorkomen dat een echtscheiding ontaard in een vechtscheiding. Het betreft voorzieningen zoals het Juridisch Loket, de Rechtbank, Mediation of interventies zoals ‘Scheiden zonder schade’. Ook voor kinderen zijn ondersteuningsprogramma’s beschikbaar. Wij willen graag goede voorbeelden benutten die reeds worden toegepast in sommige regio’s. Op dit moment loopt er een aantal pilots in de regio Noord-Holland met als doel het lokale veld te versterken. De regio is enthousiast en sluit inmiddels met een vertegenwoordiging 6-wekelijks aan bij een NW4 overleg dat gaat over echtscheidingen en waar, onder andere, deze aanpak verder vormgegeven wordt.
4.2
Pilots en vervolgstappen De GI geeft aan dat - voordat een complexe scheiding bij hen terecht komt - er al zoveel hulpverlening is ingezet dat ook zij nog maar beperkt mogelijkheden hebben om de strijd te de-escaleren, terwijl de impact op kinderen groot is. Beter is om de strijd voor te zijn. Wat als het lokale veld in staat blijkt om een preventieve aanpak te ontwikkelen om complexe scheidingen te voorkomen? Waar nodig kan de expertise van de GI worden toegevoegd (bijvoorbeeld ten aanzien van het maken van veiligheidsafspraken (anonieme bespreking)) in plaats van dat het gezin aan hen overgedragen wordt. Daarnaast zal altijd een aantal zaken blijven die juist bij de GI moeten worden opgepakt vanwege het juridische kader. In de laatste gevallen moeten medewerkers meer
3 Met scheiding wordt bedoeld de beëindiging van een relatie tussen twee (samenwonende) ouders.
Hiervoor hoeven ouders dus niet per se getrouwd te zijn geweest of een geregistreerd partnerschap te hebben gehad. 4 Gezien de oplopende kosten en de druk op de jeugdbescherming onder andere als gevolg van de personele tekorten kan dit betekenen dat kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd langer moeten wachten op een jeugdbeschermer en op zorg dan gezien hun situatie en de IGJ normen wenselijk is.
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 15/22
getraind worden in het omgaan met deze complexe echtscheidingszaken (zie aanpak DJGB Gooi & Vechtstreek). Ten eerste beschrijven we twee pilots die al worden uitgevoerd. Vervolgens beschrijven we wat we aan extra inzet willen plegen. Ook beschrijven we welke randvoorwaarden daarvoor nodig zijn. 4.2.1 De pilot ‘Daar waar het hoort’ In 2020 startte gemeente Hollands Kroon met o.a. DJGB de pilot ‘Daar waar het Hoort’ om scheidingsproblematiek uit het gedwongen kader terug te dringen. Met subsidie van het ministerie van Justitie en Veiligheid is een digitaal loket www.scheidingsplein.nl ontwikkeld, waar ouders, kinderen, betrokkenen en professionals alle informatie kunnen vinden over scheiden met kinderen. 18 Gemeenten in Noord-Holland zijn inmiddels hierbij aangesloten. Tevens is juridische kennis door middel van sociale raadslieden toegevoegd. Ook de NW4 regio’s doen mee aan deze pilot. Het scheidingsplein is als het ware de sociale kaart van een gemeente, waarop algemene informatie staat maar ook de lokale aanpak en organisaties waar ouders in echtscheidingssituaties zich kunnen melden. Dat kan zijn voor het volgen van een training, hulpverlening of het maken van afspraken met de ex-partner. In 2021 is daarom een begin gemaakt om het scheidingsspreekuur te verbinden met het Juridisch Loket.
Zo wordt op het sociale en het juridische domein gelijktijdig preventief ingezet om escalatie te voorkomen. Ook worden online trainingen aangeboden aan ouders die overwegen te scheiden. De bedoeling is deze manier van werken in 2022 over meerdere gemeenten uit te rollen. Extra inzet: We willen binnen de NW4 dat gezinnen, hulpverleners en instanties maar ook de GI. het scheidingsplein weten te vinden en dat het gevuld is met de juiste informatie. Daarnaast moet er lokaal voldoende aanbod zijn van erkende programma’s zoals Villa Pinedo. Signalerende instanties zoals scholen moeten aan de voorkant meegenomen worden en weten waar ze terecht kunnen met hun zorgen. 4.2.2 Pilot ‘Samenwerking rechtspraak’ De rechtbank Haarlem en de rechtbank Alkmaar hebben met de betrokken regio’s een uniform hulpaanbod ontwikkeld. De rechter legt het gezin doelen op om bijvoorbeeld te werken aan een ouderschapsplan of een mediation traject. Ook online trainingen of face to face contacten kunnen tot dit aanbod gaan behoren. Het lokale team kan het gezin hierin begeleiden en toeleiden naar het passende aanbod. Deze samenwerking is er mede op gericht om verergering van de problematiek te voorkomen en mogelijk daarmee een OTS af te wenden. Bovenstaande pilots moeten verder worden uitgerold in de NW4 regio’s en er moet meer bekendheid komen over deze werkwijze bij de GI.
We willen meer naamsbekendheid van het scheidingsplein en ouders moeten deze website weten te vinden, ook de GI moet ouders hierheen kunnen verwijzen. Extra inzet: We willen een aantal zaken nader onderzoeken en verder uitwerken, namelijk: ______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 16/22
▪ ▪
Als zaken bij de GI komen kunnen zij dan de gemeente vragen om hulp te bieden, mits de zaken niet al te veel geëscaleerd zijn? Kan de Raad voor de Kinderbescherming in zijn advies specifieker zijn in welk aanbod geïndiceerd is, bijvoorbeeld vanuit het lokale veld. Voorwaarde is dat zij goede kennis hebben van de sociale kaart. Nu ligt deze keuze bij een GI.
4.2.3 Randvoorwaarden Om dit te realiseren zijn de volgende randvoorwaarden nodig: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Bekendheid van scheidingsplein vergroten door gerichte communicatie acties (in billboards) Alle gemeenten vullen het scheidingsplein met informatie over het beschikbare aanbod Preventieve aanbod in aard en volume is voldoende ingekocht en beschikbaar Preventieve aanbod is voldoende toegankelijk en bekend bij ouders en GI. Rol beschermingstafel: input bij hen ophalen wat nodig is om te voorkomen dat complexe scheidingszaken uitmonden in een OTS Leren van eerdere ervaringen: analyseren van redenen om eerder met de methode SAVE te stoppen en een doorstart onder aangepaste condities. Zicht op knelpunten om daar actief op in te zetten Zicht op ontwikkelingen door monitoring (zie volgende paragraaf) Scholen betrekken aan de voorkant (ook voor een gedragen plan) Verbinding met het RET
4.2.4 Data en monitoring Om goed op dit proces te kunnen inrichten en sturen willen we dit onderbouwen met data. Gezien de doorlooptijd van dit verbeterplan is het meest realistisch om te monitoren op hoe vaak het scheidingsplein wordt gevonden.
5
Deelproject: Regionaal Expert Teams (RET) Samenvatting In alle jeugdregio’s zijn expertteams gestart of in oprichting die moeten ondersteunen in het voor ieder kind – ongeacht de complexiteit van de zorgvraag- realiseren van passende zorg. Zo kan het RET een rol spelen in het ondersteunen van de G.I. bij vastgelopen casuïstiek.
Doel Ontwikkeling van de Regionaal Expert Teams NW4 conform de geformuleerde doelen: 1. Een goed vindbare plek zijn waar jeugdigen, ouders en professionals worden geholpen met het vinden van oplossingen voor meervoudige co-morbide complexe hulpvragen. Het RET ondersteunt en versterkt de betrokkenen. 2. Een bijdrage leveren aan een lerend jeugdstelsel door te leren van casuïstiek.
Resultaat Voor de GI3 moet het duidelijk zijn voor welke casuïstiek zij het RET kunnen benutten. Harmoniseren en uniformeren van de route naar het RET, een duidelijke aanmeldprocedure met voor ieder RET in de NW4 eenzelfde aanmeldprocedure
Evaluatie In de monitor van de regionale expertteams (RET) wordt bijgehouden wie de aanmelder is van de casus. We kunnen aan deze monitor zien of de GI’s de RET’s makkelijker weten te vinden. In combinatie met de cijfers over ______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 17/22
het tijdig vinden van passende hulp hebben wij een indicatie van het nut van meer uniformiteit en vindbaarheid. Ook over het effect van deze route voor de GI’s bij het tijdig vinden van hulp. De gesprekken die er gevoerd worden om te komen tot een goede functionaliteit van de RET’s voor de GI’s, bieden ons daarnaast kwalitatieve informatie over het effect van wat we met dit onderdeel van het verbeterplan beogen.
5.1
Functies van het Regionaal Expertteam, toegevoegde waarde en de stand van zaken.
Er zijn landelijk vier functies benoemd noodzakelijk voor het oppakken van ingewikkelde vragen van kinderen in de eigen regio, te weten: 1. Consultatie en advies Een regionaal expertteam kan door zowel een professional als een ouder of kind om advies gevraagd worden rondom een complexe zorgvraag. In principe kan een regionaal expertteam op alle vraagstukken een antwoord geven. Dat hoeven ze niet allemaal zelf in huis te hebben, maar ze kennen de wegen om tot dat antwoord te komen, en laten niet los voor dat antwoord er is. 2. Procesregie Complexe zorgvragen die zijn vastgelopen op de inhoud (dan wel op de eerder gekozen oplossing, zonder dat de inhoudelijke vraagverkenning voorzien is van een breedte analyse) of op de samenwerking tussen partijen kunnen worden losgetrokken door het regionaal expertteam. Zij hebben hiervoor de functie procesregie ingericht aan de hand van vier stappen: aanmelding/triage, overleg over de zorgvraag (gezamenlijke analyse en planvorming), monitoren en afschalen/afsluiten van de gemaakte plannen. De rol van de procesregisseur is ervoor te zorgen dat alle hulpverleners/ partners die nodig zijn voor een doorbraak tot een gezamenlijk plan komen en dit ook uitvoeren. In dit plan zijn het doel, de rollen en taken duidelijk beschreven en vindt er monitoring op de uitvoering plaats.
De melders, ouders en kinderen/jongeren worden bij het overleg over de zorgvraag uitgenodigd. 3. Signalering Het expertteam maakt periodiek een analyse van de aangedragen en opgepakte complexe zorgvragen. Deze rapportage gaat in op gesignaleerde ontwikkelingen en knelpunten. De ontwikkelingen en knelpunten worden voorzien van een advies. Deze analyse wordt onder de aandacht gebracht bij de lokale en, waar nodig, de landelijke bestuurders en partners en het Bovenregionaal Expertnetwerk Noord-Holland. Dit betekent dat er basisgegevens over de aangemelde en opgepakte zorgvragen (bij functie 1 en 2) moeten worden geregistreerd en periodiek geanalyseerd. 4. Leren De opgepakte complexe zorgvragen worden geëvalueerd. Deze evaluaties zijn gericht op het bespreken van zowel de samenwerking als de inhoudelijke knelpunten/oplossingen. De uitkomsten van deze evaluaties worden vervolgens vertaald naar adviezen richting de moederorganisatie van de betrokken melders en hulpverleners. Naast evaluaties van complexe zorgvragen kan geleerd worden in de vorm van intervisie, en collegiale peerreviews tussen expertteams. Deze leervormen zijn primair gericht op het verbeteren van de eigen werkwijze van het expertteam en de expertisecentra/netwerken.
De manier waarop de vier functies van het expertteam: leren, signaleren, consultatie en advies en procesregie worden ingericht en uitgevoerd worden, kunnen bijdragen aan de oplossing ______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 18/22
van de knelpunten die de inspectie heeft geconstateerd. De GI kan vastgelopen zaken bij het RET agenderen om te komen tot de gewenste verbetering, namelijk het vinden van passende hulp. Ook kan de GI consultatie en advies vragen aan het RET. Het expertteam bewaakt het proces, stuurt op de voortgang, maakt met behulp van de methode Verklarende Analyse een plan en laat niet los voor de oplossing gerealiseerd is. Op dit moment is nog niet in alle vier regio’s een expertteam ingericht met deze functies. 5.2
Ontwikkelpunten RET
Omdat de ontwikkeling van de expertteams en de bovenregionale expertisenetwerken relatief nieuw is, is het van belang om bij de inrichting samen op te trekken. Randvoorwaarden en doelen: ▪ Een stevige inrichting van de expertteams ▪ Duidelijke communicatie van de escalatieroute ▪ Goede PR en communicatie over de wijze waarop jeugdbescherming het RET kan benutten ▪ Harmoniseren en uniformeren van de route naar het RET, een duidelijke aanmeldprocedure met voor ieder RET in de NW4 eenzelfde aanmeldformulier
-
.
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 19/22
6
Tijdspad acties project Verbeterplan JBJR In dit hoofdstuk staan alle uit te voeren activiteiten op een rijtje. We voorzien in een doorlooptijd van 6 maanden vanaf februari 2023. Begin december maken we de stand van zaken op door per maatregel aan te geven wat de voortgang is. Groen: Geel: Rood: Wit:
gerealiseerd in uitvoering gestagneerd nog geen actie
ACTIE’S 2022 Totaal Projectplan kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen het best mogelijke toezicht en de best mogelijk hulp bieden in goede onderlinge (netwerk)samenwerking Plan opstellen BO JBJR NW4&GI3 Plan afronden; Verzenden VWS JenV Akkoord door stuurgroep en bestuurlijk akkoord Zomerreces 18 juli – 28 augustus O.l.v. Projectleider Plan aanscherpen en instellen werkgroepen op onderwerpen Verbeterplan JBJR definitief Informeren College/ Raad Overlegstructuur vaststellen i.v.m. meenemen regio’s; inplannen BO JBJR, vooroverleggen en petit comité
JUNI X
JULI
AUG
SEPT
OKT
NOV
DEC
JAN
FEB
7 juli 15 juli X
X X
X
X
X
X
X X
X
X
Governance Door goede samenwerking ‘in control’ zijn bij de uitvoering verbeterplan JB/JR JUNI JULI AUG SEPT OKT Aanstellen externe X projectleiders Uitwerken taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden Aandacht voor verbetering samenwerking Opstellen voortgangsrapportage
NOV
DEC
JAN
FEB
X
X
X
X
X
X
DEC
JAN
X X
X
X
X
X
Norm 1. binnen vijf dagen (nadat de GI in kennis is gesteld) is een jeugdbeschermer aan het kind/gezin gekoppeld; Norm 2. binnen zes weken is voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel een gedragen koers/plan van aanpak beschikbaar.
Arbeidsvreugde: Kwaliteit van zorg en arbeid JUNI Opstellen van een regionaal strategisch recruitmentplan
JULI
AUG X
SEPT X
OKT
NOV
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 20/22
FEB
Uitvoeren van het recruitmentplan Realiseren caseloadverlaging Opzetten instroomteam Inzetten ondersteuners Experimenteren met nieuwe rollen/taken Uitvoeren (0-)meting gezinnen/ medewerkers Administratieve lastenverlichting Tussenevaluatie Eindevaluatie
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X X X
X X X
X X X
X X
X X
X X
X X
X X
X X
X X
X
X
X
X
X Maart 2023 Norm 3. binnen drie maanden na uitspreken van de maatregel is passende hulp ingezet (of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging/recidiverisico van het kind).
Zorgmakelaar JUNI Werven van een zorgmakelaar Budget ook inzetbaar voor 2023? GI heeft duidelijke omschrijving van benodigd aanbod Financiële toestemming vanuit gemeente voor aanbod. 5 (Alternatief) aanbod is tijdig beschikbaar Overleg met RET over samenwerking Zorgmakelaar biedt zicht op lacunes in huidig aanbod GI en voorveld (toegang) beter verbonden (incl lessen) Gesprek met RvdK, OM en ZM over haalbaarheid op te leggen maatregelen (zie ook punt echtscheidingen) Zicht in wanneer wel/niet en in welke mate de gebruikte beschikbaarheidstools (app) de GI ondersteunen
JULI
AUG X
SEPT X
OKT
NOV
DEC
JAN
FEB
x X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
OKT
NOV x
DEC x
JAN x
FEB x
x
x
x
x
Echtscheidingen JUNI De GI heeft zich op de sociale kaart en kan het voorveld om hulpvragen Scholen weten waar ze terecht kunnen met zorgen Trainen medewerkers JB (conform aanpak Gooi & Vechtstreek)
JULI
AUG
SEPT
x
eelal betreft het een maatwerkvoorziening waarbij per gemeente in samenwerking met het contactmanagement een financieel besluit nodig is ______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 21/22 5 V
Gesprek met RvdK over wijze van advisering Communicatie acties op billboards om bekendheid scheidingsplein te vergroten Scheidingspleinen zijn goed gevuld Zicht op ontwikkeling door monitoring benutting scheidingspleinen
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
OKT x
NOV x
DEC x
JAN x
FEB x
x
x
x
Regionale Expertteams (RET) Inrichting en (door)ontwikkelen expertteams Harmoniseren en uniformeren van de route naar het RET, een duidelijke aanmeldprocedure met voor ieder RET in de NW4 eenzelfde aanmeldformulier Duidelijke communicatie van de escalatieroute Goede PR en communicatie over de wijze waarop jeugdbescherming het RET kan benutten.
JUNI x
JULI x
AUG x
SEPT x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
______________________________________________________________________________ Verbeterplan JBJR NW4 & GI3 22/22