RIB beslissing op bezwaar inzake het bekrachtigen van geheimhouding PWC rapport, vooronderzoek en opdrachtformulier
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Beslissing op bezwaar inzake het bekrachtigen van geheimhouding PWC rapport, vooronderzoek en opdrachtformulier. Nummer 2021/523260 Datum college (wordt ingevuld door BC) Portefeuillehouder Wienen, J. Programma/beleidsveld 6.2 Gemeentelijk bestuur Afdeling JZ Auteur R. Hermans Telefoonnummer 023-5114693 Email rhermans@haarlem.nl Bestemd voor: Raad en behoort bij agendapunt 23 van de raadsagenda 23 september 2021, de beslissing op bezwaar inzake het bekrachtigen van geheimhouding PWC rapport, vooronderzoek en opdrachtformulier (raadsvoorstel 2021/377493). Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de commissie Raad. Bijlagen
geen
Beste leden van de raad, Ter voorbereiding op de behandeling van agendapunt 23 van de komende raadsvergadering bericht ik u als volgt. In de commissie Bestuur van 9 september jl. is een voorstel besproken om een besluit te nemen op een aantal bezwaarschriften tegen uw besluit de geheimhouding te bekrachtigen op (delen van) het PWCrapport, het vooronderzoek en het opdrachtformulier. De reden dat de documenten niet in hun geheel openbaar kunnen worden gemaakt, is dat dit betrokkenen te zeer raakt in hun persoonlijke levenssfeer en hen onevenredig zou benadelen. Als bekend wordt dat iemands naam voorkomt in een integriteitsonderzoek kan dat de betrokkene ernstig schaden. Het college heeft daarom voorgesteld de bestreden besluiten in stand te houden. Op 20 september jl. heeft de heer Mooijekind u een e-mailbericht gestuurd (20 september 2021) en u het Wob-besluit d.d. 17 juli 2017 toegestuurd dat was gericht aan de heer Mooijekind zelf. Beide documenten zien op het besluit dat nu voorligt. Commissiebehandeling 9 september 2021 Tijdens de commissievergadering heeft u vragen gesteld over de systematiek en mate waarin informatie in het vooronderzoek is weggelakt. Voorts heeft u gevraagd om een uitgebreidere motivering van de weggelakte delen.
Hierop heeft de burgemeester toegezegd het vooronderzoek nogmaals te laten beoordelen en het resultaat hiervan alsook de beantwoording voor het overige voor de raadsvergadering van 23 september in een aangepast raadsvoorstel te zullen verwerken.
Kenmerk: 2021/523260
1/5
Gesprek met commissieleden Op 21 september is na afstemming met de voorzitter van de commissie Bestuur een overleg geïnitieerd waarbij de raadsleden mw. De Raadt, mw. Van der Windt, mw. Wisse en de betrokken medewerkers hebben gesproken over het voorliggende raadsvoorstel en de manier waarop beoordeeld is welke delen van het vooronderzoek openbaar mogen en welke niet. Specifiek is hierbij de juridische systematiek van de beoordeling van het vooronderzoek en achtergronden bij de totstandkoming van dit raadsvoorstel aan de orde geweest. Kernpunt van de discussie was in welke mate informatie kan worden geopenbaard zodat deze op zichzelf of in combinatie met andere informatie tot herkenning van betrokken personen uit het rapport zou kunnen leiden. Het college is van mening dat alle informatie die kan leiden tot de betrokken persoon geheim moet worden gehouden. Dat houdt in dat de naam van de afdeling, het onderwerp, de namen van bedrijven niet openbaar worden gemaakt, omdat deze informatie tezamen in de puzzel naar de betrokken personen kunnen leiden.
Gezien de onderlinge samenhang van informatie tussen het PWC-rapport, het vooronderzoek en het opdrachtformulier is deze beoordelingssystematiek in alle stukken op dezelfde manier gehanteerd, waarbij ook rekening is gehouden met de samenhang tussen de stukken en het feit dat openbaar maken van informatie in het ene document zou kunnen leiden tot herkennen van betrokkenen in een van de andere documenten. Na de commissievergadering is zoals was toegezegd opnieuw beoordeeld of er niet te veel informatie geheim is gehouden. De conclusie van deze herbeoordeling is dat dit niet het geval is. Het college is van mening dat de beoordeling in eerste instantie zorgvuldig is gedaan. Dit leidt ertoe dat grote delen van het rapport niet kunnen worden geopenbaard. Zoals aangegeven in het raadsvoorstel heeft het weinig zin de paar woorden en zinnen die overblijven te laten staan, omdat er dan geen leesbare teksten overblijven. Het college is van mening dat zij hiervoor een eenduidige en heldere motivering heeft. Jurisprudentie Tijdens genoemd overleg is door de raadsleden gerefereerd aan het zogeheten Luzac arrest, https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2012:BX2593.
Deze uitspraak is in het licht van onderhavige kwestie door de juridische afdeling van de gemeente Haarlem onderzocht met als uitkomst het volgende: In deze zaak is verzocht om openbaarmaking van de namen van de onderbevoegde of onbevoegde docenten en het bekwaamheidsdossier van Luzac College. In deze zaak heeft de rechter uitgesproken dat tot betrokkene herleidbare informatie en zelfs de namen van betrokken personen konden worden geopenbaard. De zaak heeft betrekking op het beroepshalve functioneren van docenten. Hiervan heeft de rechter geoordeeld dat het docentschap een zodanig functioneren in de openbare levenssfeer met zich meebrengt, dat de bescherming van persoonlijke levenssfeer wordt opgeheven. Het belang van de openbaarheid is hier gelegen in het verkrijgen van inzicht of het onderwijs, waarop door de minister toezicht moet worden gehouden, wordt gegeven door personen die aan de wettelijke kwaliteitseisen voldoen. Om te weten welke docenten voldoen aan die eisen is het niet mogelijk de verzochte informatie geanonimiseerd te verstrekken. Hierbij speelt de functie van betrokkene dan ook een rol.
Kenmerk: 2021/523260
2/5
Het college ziet geen gelijkenis tussen deze zaak en de onderhavige integriteitskwestie van de gemeente. Het belang van openbaarmaking van de stukken waar het in de nu voorliggende besluiten om gaat, ligt op een ander vlak, namelijk dat controleerbaar moet zijn dat en hoe de gemeente een vermoeden van integriteitsschending onderzoekt. Daarvoor is het niet nodig de personen om wie het gaat bekend te maken. De bescherming van hun persoonlijke levenssfeer en bescherming tegen de persoonlijke schade die uit openbaarmaking kan volgen, moet in dit geval zwaarder wegen. Dat is ook in lijn met bestendige jurisprudentie over toepassing van de Wob, waaruit volgt dat bescherming van persoonlijke levenssfeer in principe zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. Alleen in bijzondere gevallen ligt dat anders en het is aan de verzoeker om dat te onderbouwen. Zienswijzen Voorts is in genoemd gesprek met de raadsleden aan de orde geweest of voorafgaand aan het primaire besluit op het Wob verzoek betrokkenen formeel om een zienswijze zijn gevraagd op het openbaar maken van het vooronderzoek zoals voorgesteld. Dat is destijds niet gebeurd, omdat met dit besluit geen enkel aanknopingspunt werd vrijgegeven dat tot herkenning zou kunnen leiden.
Reactie naar aanleiding van aanvullende documenten Op 20 september heeft u de e-mail van de heer Mooijekind als ook het Wob besluit van 12 juli 2017 toegestuurd gekregen. Hierin stelt de heer Mooijekind dat bij besluit op een Wob-verzoek (1 oktober 2014) van een bij het PWC-rapport betrokken persoon enkele passages uit het PWC-rapport per post beschikbaar zijn gesteld. Dit klopt. Het doel was de verzoeker inzage te geven in diens betrokkenheid bij dit rapport. Door het gelijktijdig met het Wob-besluit per post te versturen is deze informatie met verzoeker gedeeld, onbedoeld niet gelakt, en openbaar gemaakt. Voorts is later bij besluit op een Wob-verzoek ( (12 juli 2017) van de heer Mooijekind dezelfde informatie nogmaals verstrekt. Op dat moment waren opdracht, vooronderzoek en het PWC-rapport nog geheim. De namen werden weliswaar verstrekt maar in de passages die neutraal waren, werd nergens verwezen naar het feit dat het om een integriteitsonderzoek ging. Dat is heel anders nu die genoemde documenten wel (deels) openbaar zijn gemaakt, waardoor duidelijk wordt dat er integriteitsschendingen werden vermoed. Het gevolg van een en ander is wel dat delen van nu geheim verklaarde en zwartgelakte passages ondertussen openbaar zijn. Dat roept de vraag op naar de feitelijke betekenis van verdere geheimhouding van bedoelde informatie.
Het college hecht aan een consequente beoordelingslijn, maar beseft dat de discussie in dit dossier ondertussen een andere dimensie heeft gekregen doordat (een deel van) de geheim verklaarde informatie ondertussen al feitelijk openbaar is of uit de reeds bekende informatie kan worden afgeleid. Dat zou kunnen leiden tot een andere afweging.
Kenmerk: 2021/523260
3/5
Consequenties In de commissievergadering is gesproken over het openbaar maken van meer informatie dan ons college voorstelt. Hieronder worden de consequenties in beeld gebracht als u dat inderdaad besluit. Impact op betrokken personen Bij integriteitskwesties zoals hier aan de orde is de impact voor alle betrokkenen groot en leidt dit tot emoties en inbreuk op zowel het werkzame als privéleven van de betrokken personen. Ik benadruk dat ook het openbaar maken van informatie uit dit dossier van invloed is op de betrokkenen voor de korte en zeker ook de langere termijn. In de eerste instantie gaat het hier om de personen genoemd in het dossier. Daarnaast zijn er ook betrokkenen in de zin van collega’s en anderen die hierdoor worden geraakt. Des te meer benadrukt het college hier het belang van goed werkgeverschap en onze opdracht tot bescherming van onze (oud)medewerkers. Herleidbaarheid tot betrokken personen Als de raad besluit om meer informatie vrij te geven van het vooronderzoek, waar het in de commissievergadering met name om ging, leidt dat mogelijk tot herkenning van de personen die hierin worden genoemd maar mogelijk ook tot herkenning van personen die in het PWC-rapport worden genoemd. Een combinatie bijvoorbeeld van de onderzoeksvraag van het vooronderzoek met <inhuur> en de naam van ‘bedrijf’ leidt via googlen tot personen die worden genoemd in het PwC-rapport.
Het feit dat iemand in verband wordt gebracht met een mogelijke integriteitsschending kan hem of haar ernstige schade toebrengen. Dat zou tot schadeclaims richting gemeente kunnen leiden. Zienswijze betrokkenen Als besloten wordt om meer informatie vrij te geven zal daarom allereerst een voornemen tot een besluit moeten worden voorbereid dat vervolgens met betrokkenen moet worden gedeeld om hen alsnog in de gelegenheid te stellen om hun zienswijze op het aangepaste besluit te geven. Hiervoor moet een redelijk termijn worden geboden. Deze zienswijzen moeten beoordeeld worden en in het besluit worden verwerkt. Deze procedure zou betekenen dat u het besluit niet in de vergadering van vandaag zou kunnen nemen. Overwogen zou dan kunnen worden om het besluit wel te nemen, maar de bekendmaking twee weken op te schorten, waardoor betrokkenen in de gelegenheid kunnen worden gesteld nog op het besluit te reageren en zich hiertegen te verweren. De betrokkenen kunnen via een verzoek aan de voorzieningenrechter vragen om het besluit op te schorten. Dwangsom wegens niet tijdig besluiten Zoals eerder aangegeven verbeurt de raad een dwangsom per dag als niet voor 7 oktober een besluit genomen is in de bezwaarzaak van de heer Mooijekind. Dit is opgelegd door de rechtbank in een uitspraak van 10 augustus. Na 6 oktober zal 100 euro per dag worden verbeurd met een maximum van 15.000 euro.
Kenmerk: 2021/523260
4/5
Volgens de huidige planning zal de raad dan voor het eerst op 14 oktober kunnen besluiten en komt de dwangsom uit op 800 euro. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de raad op 14 oktober in de gelegenheid is om een besluit te nemen. Een zienswijzeperiode van minimaal 7 dagen is realistisch en daarna moet het besluit voorbereid worden. Niet onmogelijk maar wel een strak tijdspad. Het is daarom te overwegen in dat geval liever gebruik te maken van de alternatieve route via besluit en opschorting van publicatie met twee weken, zoals hierboven uiteengezet. Uitzondering op de algemene regel tot beoordeling van openbaarheid van informatie Gelet op het bijzondere karakter, de voorgeschiedenis en de al openbaar geworden delen van dit dossier heeft het een uniek karakter gekregen. Op een later moment hecht ik aan het verdere gesprek over de openbaarheid van overheidsinformatie en het belang van de bescherming van de levenssfeer en goede naam van personen, zowel in dienst van de gemeente als daarbuiten.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris de burgemeester
Kenmerk: 2021/523260
5/5