Rekenkameronderzoek naar overlast in de openbare ruimte - Weinig concreet beleid, veel resultaat
Tekst van het document
Respons en betrouwbaarheid In totaal hebben 1196 overlastmelders en 18 buurtverenigingen de vragenlijst volledig ingevuld. Wanneer een betrouwbaarheidsniveau van 95%, dat binnen kwantitatief onderzoek geldt als standaard, wordt gehandhaafd volgen respectievelijke foutmarges van 2,6% en 20,8% uit. Dat houdt in dat er met 95% zekerheid gezegd kan worden dat de meningen van de onderzoekspopulatie maximaal 2,6% en 20,8% onder of boven de uitkomst van dit onderzoek liggen. Dat wil bijvoorbeeld voor overlastmelders zeggen dat wanneer 50% van de respondenten uit de steekproef een antwoord geeft, dan zal dit in de daadwerkelijke populatie, met 95% zekerheid, tussen de 47,4% en de 52,6% liggen. Doorgaans wordt voor de nauwkeurigheidsmarge in de statistiek een waarde onder de 5% gezien als een betrouwbaar resultaat. Voor buurtverenigingen geldt dat de totale populatiegrootte van 92 waarschijnlijk een grote rol heeft gespeeld in de hoge foutmarge. In de regel geldt dat analyses betrouwbaarder worden naarmate de populatie en daaropvolgende steekproefgrootte in omvang toenemen. Tabel 8 - Responstabel enquêtes
Aantal verzonden vragenlijsten Aantal volledig ingevulde vragenlijsten Foutenmarge
Overlastmelders 6650 1196
Buurtverenigingen 92 18
2,6%
20,8%
46
‘Weinig concreet beleid, veel resultaat’ - Rekenkamer Haarlem
Achtergrondinformatie respondenten Overlastmelders Onder alle inwoners (n=6650) die in 2024 een overlastmelding bij de gemeente Haarlem hebben gedaan is een enquête verstuurd. Uiteindelijk hebben hier 1196 inwoners op gereageerd. Het responspercentage komt daarbij op 17,9%. Bij de enquête zijn een aantal achtergrondgegevens uitgevraagd van de melders, te weten leeftijd, postcode, duur waarin men in het postcodegebied woont en het aantal mensen per woonadres. De resultaten zijn in de onderstaande figuren en tabel te bekijken. Meer dan de helft van de melders woont meer dan 10 jaar in het postcodegebied (10%), terwijl slechts 2% minder dan een jaar in het postcodegebied woont. De meeste melders wonen met zijn tweeën op het woonadres (43%), gevolgd door 21% van de melders die alleen woont. Relatief gezien wonen de meeste respondenten op de enquête in postcodegebieden 2011 en 2012. Tabel 9 - Aantal inwoners naar postcode
Postcode
Aantal respondenten
1384 1443 2011 2012 2013 2014 2015 2019 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2041 2061 2063 2064 2071 2101 2102 2104 2111 2121 2132 2151 2230 2412 2925 3882 TOTAAL
1 1 202 103 67 55 31 1 77 44 78 43 50 22 1 15 60 84 73 40 62 43 2 2 3 2 1 1 1 2 1 1 1 1 1 1 2 1 1176
Figuur 27 - Leeftijd respondenten
Figuur 26 - Aantal jaar wonend in postcodegebied
Figuur 25 - Aantal mensen per woonadres
47
‘Weinig concreet beleid, veel resultaat’ - Rekenkamer Haarlem
Buurtverenigingen In totaal zijn er 88 buurtvereniging uit alle stadsdelen uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Uiteindelijk hebben er 18 buurtverenigingen gereageerd. Daarmee komt het responspercentage op 20,5%. In dit onderzoek is de term ‘buurtverenigingen’ gebruikt als verzamelnaam voor verenigingen of organisaties die op wijkniveau actief zijn. Daaronder vallen bijvoorbeeld wijkplatforms, speeltuinverenigingen, sociale wijkteams, sportverenigingen of buurthuizen. Vragenlijsten zijn verstuurd naar mailadressen van de buurtverenigingen die bij de gemeente bekend waren. Respondenten zijn gevraagd om de vragenlijst namens de betreffende vereniging in te vullen. De vragenlijst is ingevuld door onder andere wijk- of buurtverenigingen (41%), welzijnsorganisaties (12%), onderwijs/educatieve instellingen (12%) en een speeltuinvereniging. Overige verenigingen typeerden zichzelf als ‘groenvoorziening’, ‘buurttuin’, ‘publiek-private samenwerking’ of ‘bibliotheekorganisatie’. Van de buurtverenigingen telt 59% minder dan 10 leden, 12% 10-50 leden, 12% 101-200 leden en 18% meer dan 200 leden. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan dat meer dan 200 mensen gebruik maken van (de faciliteiten) van de betreffende buurtvereniging (61%).
De meeste buurtverenigingen kunnen worden getypeerd als wijk- of buurtvereniging (41%), gevolgd door onderwijs/educatieve instelling (12%), welzijnsorganisatie (12%) en speeltuinvereniging (6%). De meeste organisaties hebben minder dan 10 leden (59%). Indien van toepassing kon men aangeven hoeveel mensen gebruik maken van (de faciliteiten) van buurtvereniging. De faciliteiten van de meeste buurtverenigingen bleken te worden gebruikt door meer dan 200 mensen.
Figuur 29 - Type buurtverenigingen
Figuur 28 - Aantal mensen dat gebruik maakt van de faciliteiten van de vereniging of organisatie
Figuur 30 - Aantal leden of medewerkers van buurtverenigingen
48
‘Weinig concreet beleid, veel resultaat’ - Rekenkamer Haarlem
Bijlage 2 | Overzicht wijken van Haarlem
49
Hoofdkantoor Groningen Schweitzerlaan 4 9728 NP Groningen Postbus 473 9700 AL Groningen
Uw contactpersonen mr. dr. Jan R. Lunsing Wiebe Dam, MSc.
Kantoor Utrecht Arthur van Schendelstraat 650 3511 MJ Utrecht T. 050 – 711 52 55 info@enneus.nl www.enneus.nl