Regionale uitgangspuntennotitie voor de Huisvestingsverordeningen Zuid-Kennemerland-IJmond 2026 - getekend raadsbesluit
Tekst van het document
Raadsbesluìt
Gemeente Haarlem
Onderwerp Regionale uitgangspuntennotitie voor de Huisvestingsverordeningen Zuid-Kennemerland/ljmond 2026 Nummer
2025/0161188
Portefeuillehouder
Roduner, F.J.
Programma/beleidsveld
4.1 Wonen en woningbouw
Afdeling
ECDW
Auteur
Nuijens, F.K.N.
Telefoonnummer
14 023
knuijens@haarlem.nl
Kernboodschap
Sinds 1 januari 2024 biedt de Huisvestingswet 2014 nieuwe mogelijkheden voor woonruimteverdeling via de Huisvestingsverordening. Op regionaal niveau heeft afstemming plaatsgevonden over de ¡nzet van de vier nieuwe mogelijkheden voor de huisvestingsverordeningen in de regio Zuid-Kennemerland/limond (ZK/IJ). Een viertal uitgangspunten zijn uitgewerkt en onderbouwd. De regionale uitgangspuntennotitie vormt het startpunt voor het uitwerken van de nieuwe
_______________________ huisvestingsverordeningen. De commissie Ontwikkeling wordt verzocht advies te geven aan de raad over het Behandelvoorstel voor commissie
voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Relevante eerdere
-
(2023/120763) in de gemeenteraad van 30 maart 2023
besluiten Besluit college
Wijziging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/lJmond: Haarlem 2022
Het college van burgemeester en wethouders
d.d. 11 februari 2025 Besluit: 1.
Het voorstel aan de raad vast te stelien.
de secretaris,
Kenmerk: 2025/0161188
de burgemeester,
1/8
Ontwerp-besluit raad d.d.2
7MRT2025
De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. A
ln te stemmen met de regionale uitgangspuntennotitie voor de Huisvestingsverordeningen Zuid-Kennemerland/ljmond 2026. de voorzitter,
driffier,
1. lnieiding Op 1januari20241sde Hu huisvestingsverordening.
stigswet 2014 gewijzDit biedt nieuwe mogelijkheden voor de van de wijziginom woningzoekenden die nu grote moeite
hebben met het vinden van een woning meer mogelijkheden te geven. Het gaat hierbij om lokaal woningzoekenden, mensen uit vitale beroepsgroepen, woningzoekenden voor betaalbare nieuwbouwwoningen, en er zijn aanpassingen gedaan voor regels voor de bestaande woonruimtevoorraad. Dit past bij het primaire doel van de wet: het zorgen voor een rechtvaardige en evenwichtige verdeling van woonruimten, zodat iedereen de mogelijkheid krijgt om een betaalbare woning te vinden. Op grond van artikel 4 van de Huisvestingswet 2014 en artikel 149 van de Gemeentewet heeft de gemeenteraad respectievelijk de bevoegdheid en verantwoordelijkheid om een huisvestingsverordening vast te stellen. Om als gemeente in te spelen op de wijzigingen in de Huisvestingswet is het nodig om de huisvestingsverordening aan te passen. Voor alle voorstellen geldt dat de gemeenteraad de noodzaak (tegengaan van aantoonbare onrechtvaardige en onevenwichtige effecten van schaarste), proportionaliteit en geschiktheid van de maatregel in de huisvestingverordening moet aantonen. Het uitgangspunt van de Huisvestingswet is en blijft het recht op vrije vestiging. De Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Noord-Holland moet ook om advies gevraagd worden. Zij zullen advies geven of de noodzaak, proportionaliteit en de geschiktheid van de maatregei voldoende is aangetoond. Van dit advies kan enkel gemotiveerd worden afgeweken.
Tevens moet het college de huisvestingsverordening met de regiogemeenten afstemmen (artikel 6 Huisvestingswet 2014). Dit is ook een wens van de regiogemeenten zelf. De gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland/ljmond (ZK/IJ) vormen samen een woningmarktregio (in de zin van de Huisvestingswet) met een gezamenlijk woonruimteverdeelsysteem: Woonservice. ln het kader van
Kenmerk: 2025/0161188
2/8
-
deze regionale samenwerking stellen de regiogemeenten een zoveel mogelijk eenduidige huisvestingsverordening op zodat de spelregels overal hetzelfde zijn. Omdat de huidige huisvestingsverordening eind 2025 afloopt, is in de regio afgesproken om de wijzigingen van de wet door te vertalen naar een aangepaste en bijgestelde regionale huisvestingsverordening. Vergelijkbaar met het proces in 2022 hebben de regiogemeenten daarom in de werkgroep Huisvestingsverordening ZK/lJ een regionale uitganspuntennotitie opgesteld (zie bijlage). Woningcorporaties in de regio hebben hier een reactie op kunnen geven. ln het portefeuillehoudersoverieg Volkshuisvesting van 24 oktober 2024 is vastgesteld dat de uitgangspuntennotitie en de conclusies aan de afzonderlijke gemeenteraden zullen worden voorgelegd. Op basis van de conclusies per uitgangspunt zullen gemeenten de huisvestingsverordeningen uitwerken. De verordeningen worden lokaal vastgesteld, maar zijn zoveel mogelijk gelijkluidend. De verordeningen zullen per 1-1-2026 in werking moeten treden. 2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1.
ln te stemmen met de regionale uitgangspuntennotitie voor de Huisvestingsverordeningen Zuid-Kennemerland/ljmond 2026;
3. Beoogd resultaat Met het vaststellen van de uitgangspuntennotitie wordt beoogd binnen de regio ZuidKennemerland/ljmond zoveel mogelijk eenduidigheid voor woningzoekenden te creëren als het gaat om voorrang voor mensen met lokale binding, voor vitale beroepen en voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen. 4. Argumenten 1. De uitgangspunten z;jn in lijn met het bestaand beleid en eerdere besluitvormingstrajecten Sinds 2013 wordt gewerkt aan het vormen van een zoveel mogelijk open woningmarkt in de regio Zuid-Kennemerland/limond. Het Regionaal Actie Programma Wonen 2016-2020 en het Woon- en Bestuursakkoord Zuid-Kennemerland/ljmond uit 2022 versterkt deze samenwerking. Sinds 2023 zijn alle woningcorporaties in de regio aangesloten bij Woonservice. Daarmee wordt ook aan de praktische kant de samenwerking gezocht en wordt gewerkt met dezelfde spelregels. Vasthouden aan eenduidige uitgangspunten is in de uitvoer het meest wenselijke en werkbare scenario. Dit biedt duidelijkheid aan de inwoners, die vaak over gemeentegrenzen heen verhuizen. 2. De uitgangspunten notitie maakt een zorgvuldige afweging tussen enerzijds een zo open mogelijke woningmarkt en anderzijds de gerichte inzet van het wettelijk instrumentarium om de aantoonbare negatieve effecten van schaarste te verminderen.
Het inzetten van wettelijke ¡nstrumenten die inbreuk doen op de keuzevrijheid voor woningzoekenden (zoals voorrang voor lokaal woningzoekenden) moet onderbouwd worden op
Kenmerk 2025/0161188
3/8
basis van schaarste of leefbaarheidsvraagstukken. ln de notitie wordt, los van de algemene constatering dat de betaalbare huurwoningvoorraad schaars is en de wachttijden lang zijn, per instrument zorgvuldig ingegaan op de negatieve effecten van schaarste en de doelmatigheid van het betreffende instrument. Hiermee wordt gewaarborgd dat de woningmarkt in principe zo open mogelijk blijft (toelichting paragraaf 2.1), aangevuld met gerichte inzet van de beschikbare wettelijke maatregelen. We bieden daarmee een open woningmarkt met zo weinig mogelijk (voorrangs)regels zodat woningzoekenden iets te kiezen hebben en er breed gezocht kan worden naar een geschikte woning. De dynamiek die zo blijft bestaan komt ten gunste van de grootste groep woningzoekenden zo blijkt o.a. uit cijfers van Woonservice en RIGO. Hier onder wordt per uitgangspunt een korte toelichting gegeven: Uitgangspunt 1: beperkte lokale voorrang bestaande voorraad (enkel voor urgenten en andere voorrangsregelingen, dit betreft continuering van bestaand beleid). Daarnaast maximaal 50% lokale voorrang bij nieuwbouw sociale huur voor regulier woningzoekenden De wet biedt de mogeiijkheid om maximaal 50% van het vrijkomend aanbod in de sociale huursector met voorrang aan woningzoekenden met een binding aan de gemeente toe te wijzen. Uitgangspunt voor opnemen in de Huisvestingsverordening: -
Continuering van beleid voor huisvesten van urgenten en woningzoekenden die aanspraak kunnen maken op een voorrangsregeling waarbij lokale/regionale binding een vereiste is. Dit vraagt een technische wijziging om bestaand beleid in huisvesting van urgente doelgroepen voort te kunnen zetten; Maximaal 50% van alle nieuwbouw sociale huurwoningen mag met voorrang worden toegewezen aan lokaal woningzoekenden.
Uitgangspunt 2: kan bepaling voor vitale beroepen De Wet maakt het mogelijk om bij woningen in het betaalbare segment voorrang te geven aan vitale beroepsgroepen waar aantoonbaar krapte is op de arbeidsmarkt. Uitgangspunt voor opnemen in de Huisvestingsverordening: -
Neem de voorrangsregeling voor vitale beroepsgroepen als kan-bepaling op in de Huisvestingsverordeningen. De colleges van B&W kunnen op basis van lopende pilots een permanente regeling uitwerken voor vitale beroepen. ln Haarlem loopt er sinds 2023 een pilot voor zorg- en onderwijspersoneel (evaluatie medio 2025). ln andere gemeenten gaan ook pilots starten: in Velsen/Beverwijk voor zorgpersoneel van het ziekenhuis en in Heemstede voor brandweervrijwilligers. Uitkomst van deze pilots wordt gebruikt om een permanente (bij voorkeur regionale) regeling te maken.
Uitgangspunt 3: Voorrang voor inwoners bij betaalbare nieuwbouw koopwoningen ln de gewijzigde Wet is geregeld dat gemeenten een huisvestingsvergunning verplicht kunnen stellen voor het in gebruik geven of nemen van nieuwbouw betaalbare koopwoningen. Kopers van een nieuwbouwwoning met een verkoopprijs tot de betaalbaarheidsgrens (2025: maximaal €405.000,-,
Kenmerk: 2025/0161188
4/8
-
lager mag ook) moeten dan een huisvestingsvergunning aanvragen. Primair gaat deze over het maximale inkomen, secundair kunnen er ook voorrangsregels met betrekking tot lokale/regionale of maatschappelijke binding worden opgenomen. Uitgangspunt voor opnemen in de Huisvestingsverordening: -
Maximaal 50% van alie nieuwbouw betaalbare koopwoningen mag worden toegewezen aan woningzoekenden met een passend inkomen voor dit segment;
-
Binnen deze inkomensgroep een trapsgewijze1 voorrangsregeling van lokaal, regionaal woningzoekenden en woningzoekenden die een sociale huurwoning achterlaten.
Nb.: Deze voorrangsregel is aileen uitvoerbaar wanneer budget beschikbaar gesteld wordt voor vergunningverlening en handhaving. Neem daarom een kan-bepaling op zodat het coilege van B&W de regelgeving van toepassing kan verklaren als de uitvoerbaarheid ¡s georganiseerd. Uitgangspunt 4: Leefbaarheid als toetsingsgrond bij wijzigingen van de woningvoorraad De wijziging van de Wet maakt het mogelijk om ook op grond van het behoud van de leefbaarheid (gericht op de openbare ruimte) regels te introduceren over woonruimtevoorraadbeheer (splitsen en omzetten) in den brede. Daarvoor konden deze regels alleen worden gesteld als er ook sprake was van schaarste van woonruimte. Uitgangspunt voor opnemen in de Huisvestingsverordening: -
Neem leefbaarheidsmaatregelen op in de verordening bij toetsing van aanpassingen aan de bestaande woningvoorraad. Bijvoorbeeld bij het splitsen of optoppen van woningen.
3. Regionale eenduidigheid zorgt voor beste voorwaarden voor woningzoekenden en voor draagvlak besluitvorming in andere gemeenten en bij Gedeputeerde Staten. De vaststelling van huisvestingsverordening is een lokale bevoegdheid. Elke gemeenteraad kan ervoor kiezen om de voorstelde wijzigingen niet te onderschrijven en met een ander voorstel te komen. Voor een nieuw voorstel is het noodzakelijk om te verifiëren in hoeverre de gewenste afwijkingen noodzakelijk, proportioneel en geschikt zijn. Tevens zullen dergelijke wijzigingen ook regionaal afgestemd moeten worden en moeten worden getoetst door de Gedeputeerde Staten. Van dat advies kan alleen gemotiveerd worden afgeweken. Een ander voorstel is dan niet meer in lijn met de regionaal afstemde lijn en uitgangspunten. Dit kan onduidelijkheid in de nieuwe regeigeving en een oneerlijke verhouding ten opzichte van de regio tot gevolgen hebben. Met name de lokale voorrang is een punt waarover binnen de regiogemeenten veel is gesproken. De onderbouwing geeft aan dat een hoger aandeel voor lokale woningzoekenden reserveren uiteindelijk slechter resultaat voor de lokale woningzoekenden zal hebben. Wanneer een gemeente afwijkt van de uitgangspunten zoals in de notitie is opgenomen zal dit ongetwijfeld ook bij andere gemeenten tot aanpassing kunnen leiden en uiteindelijk de mogelijkheid voor woningzoekenden beperken.
Daarnaast heeft Eerst aan inwoners uit de eigen gemeente, vervolgens aan inwoners uit de regio en daarna overige woningzoekenden. Dit kan uitgebreid worden met voorrang voor inwoners die een sociale huurwoning achterlaten waarmee de lokale doorstroming verder wordt bevorderd.
Kenmerk 2025/0161188
5/8
Woonservice aangegeven dat verschillende huisvestingsverordeningen de uitvoering van woonruimteverdeling ernstig belemmeren.
1. Risicos en kanttekeningen 1. Toepassing van voorrangsregels voor lokaal woningzoekenden en voor betaalbare koopwoningen beperken het recht op vrije vestiging Met het aanscherpen van lokale regelgeving wordt het recht op vrij verkeer van personen, zoals omschreven in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) art. 45-54, verder beperkt. De wetgever stelt daarom dat er sprake van schaarste moet zijn. ln de onderbouwing in de uitgangspuntennotitie zijn de afwegingen rond schaarste en voorrangsposities opgenomen. 2.Een aantal van de voorgestelde instrumenten vragen extra middelen en capaciteit De Huisvestingsverordening heeft geen directe financiële consequenties. Het opstellen van de nieuwe verordening kan binnen de huidige bezetting worden gerealiseerd. Het invoeren van nieuwe voorrangsregeis zal in sommige gevallen wel extra geld en ambtelijke capaciteit vragen, vanuit de basis van regionale samenwerking wordt getracht dit te beperken. Voorrang bij betaalbare nieuwbouwkoopwoningen vereist een apart traject voor het toetsen en verlenen door de gemeente van huisvestingsvergunningen. Als de gemeenten in de regio daartoe bereid zijn kan er een gezamenlijk traject voor worden ingericht. De mogelijkheden hiervoor zijn momenteel nog niet gedetailleerd uitgewerkt.
Een voorstel tot dekking zal in het raadsvoorstel behorend bij de vaststelling van de nieuwe huisvestingsverordening worden ingevoegd. 3.De uitgangspunten betreffen alleen de aanpassingen in de huisvestingswet uit 2024, er kunnen nog nieuwe wijzigen volgen. De uitgangspunten hebben betrekking op de wetswijzigingen die in 2024 zijn ingevoerd. ln het wetsvoorstel Wet Versterking Regie Volkshuisvesting zijn wetswijzigingen opgenomen die tot verdere wijzigingen van de verordeningen kunnen en zullen leiden. Het gaat hierbij om de vaststelling van de woningmarktregio (in het wetsvoorstel stelt de provincie deze vast en moeten gemeenten in deze regio afspraken maken over de verdeling/huisvesting van wettelijke urgenten). Ook zullen er een aantal wettelijke urgente groepen worden vastgesteld. Dit zal invloed hebben op de huisvestingsverordeningen. Het wetsvoorstel is ¡n voorjaar 2024 door het vorige kabinet naar de Tweede Kamer gestuurd. Het huidige kabinet zal een nota van wijziging opstellen waarna behandeling in de Tweede kamer volgt. lndien mogelijk en nodig wordt nieuwe wetgeving meegenomen in de ontwikkeling van de nieuwe verordening.
Kenmerk: 2025/0161188
6/8
-
6. Uitvoering Na het vaststellen van de uitgangspuntennotitie door de gemeenteraad zal de uitgangspuntennotitie uitgewerkt worden in een nieuwe concept huisvestingsverordening. De verordening wordt ook aangevuld met andere themas los van de wijzigingen uit de uitgangspuntennotie, zoals lokale themas en benodigde accentverschuivingen ten opzichte van de huidige verordening. Ook bij de totstandkoming van de huisvestingsverordening zelf zal zoveel mogelijk overeensternming gezocht worden met cle regiogemeenten om een zo eenduidig mogelijke verordening te krijgen. Woonservice en de woningcorporaties en huurdersverenigingen in de regio worden actief betrokken bij het opstellen van de nieuwe verordening. Daar waar nodig zal er afstemming plaatsvinden met andere afdelingen binnen de gemeente. De concept verordening wordt naar de Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Noord-Holland gestuurd voor advies. De GS zal binnen 8 weken een advies geven, waar alleen gemotiveerd van kan worden afgeweken. Hierna kan de nieuwe Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/ljmond aan de raad worden aangeboden ter vaststelling. Na vaststelling door de gemeenteraad wordt het besluit op gebruikelijke wijze gepubliceerd via het digitale gemeenteblad op overheid.nl. Beoogd is dat de nieuwe Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/ljmond: Haarlem 2026 per 1 januari 2026 in werking treedt.
Kenmerk 2025/0161188
7/8
-iann!ng Fase & Besluitvorming
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Jan 26
25
Vaststellen uitgangspuntennotitie Uitwerken Huisvestingsverordening 2025 Toetsing Huisvestingsverordening 2025 bij GS Vaststelling nieuwe Huisvestingsverordening in de raad incl. inspraak lnwerkingtreding nieuwe Huisvestingsverordening
7. Bijlagen - Regionale uitgangspuntennotitie voor Huisvestingsverordeningen Zuid-Kennemerland/limond 2025
Kenmerk: 2025/0161188
8/8