CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsstuk Initiatiefvoorstel ChristenUnie Fietsenbergingen in voortuinen faciliteren

commissie Ontwikkeling 8 januari 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22.00 uur Initiatiefvoorstel Fietsenbergingen in voor- en zijtuinen faciliteren CU (FR) - GEWIJZIGD5.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Initiatiefvoorstel Fietsenbergingen in voor- en zijtuinen faciliteren Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Auteur Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor commissie

Relevante eerdere besluiten Ontwerp-besluit raad d.d. ………. (wordt ingevuld door de griffie)

2025/557972 F. Roduner 4.4 Ruimtegebruik Frank Visser, raadslid ChristenUnie griffiebureau@haarlem.nl Met dit voorstel wordt voorgesteld dat het college een voorstel gaat uitwerken voor wijziging van het Omgevingsplan Haarlem waarin de regels voor fietsenbergingen in voor- en zijtuinen in Haarlem worden verruimd zodat ze beter aansluiten bij de maatvoering van fietsen en tuinen. De verwachting is dat deze verruiming zal leiden tot een betere opvolging van regelgeving (minder illegale bouwwerken) en stimulering van het fietsgebruik. De commissie Ontwikkeling heeft advies gegeven aan de raad over het voorstel van initiatiefnemer en over de wijze van agendering van het raadsvoorstel in de raadsvergadering. Naar aanleiding van het advies heeft initiatiefnemer het voorstel aangepast wat wordt toegelicht in het wijzigingenoverzicht. - Vaststellen Fietsbeleid 2023 (2023/595630), in de Gemeenteraad van 20 juli 2023 - Vaststellen wijziging Omgevingsplan Haarlem Centrum (2025/428374) in de Gemeenteraad 27 november 2025 De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van initiatiefnemer Frank Visser, Besluit: 1. Het college op te dragen een voorstel uit te werken voor verruiming van de regels voor fietsenbergingen in voor- en zijtuinen in Haarlem zodat ze beter aansluiten bij de maatvoering van fietsen en tuinen; 2.

Hierbij de gebruikelijke stappen te doorlopen bij wijziging van ruimtelijk beleid en verwerking daarvan in het Omgevingsplan zoals participatie met belanghebbenden; de griffier,

de voorzitter,

Kenmerk: 2025/

1/17

Wijzigingenoverzicht Naar aanleiding van de bespreking in de commissie is het voorstel op zes onderdelen aangepast: a. Specifieke richting voor maatvoering verwijderd uit voorstel In het oorspronkelijke voorstel werden concrete voorstellen gedaan voor de gewenste toekomstige maatvoering van fietsenbergingen. Volgens het college en diverse fracties bood dit te weinig ruimte voor nadere uitwerking en participatie. Initiatiefnemer heeft daarom de specifieke maatvoering uit het voorgestelde besluit gehaald. Deze maatvoering staat nog wel als denkrichting in bijlage 1 van deze nota, maar hierbij is expliciet aangegeven dat het aan het college is om met een afgewogen voorstel te komen. Dit betekent ook dat dit voorstel nog een keer terugkomt naar de Gemeenteraad. Om dezelfde reden is een passage in paragraaf 5.6 over de groene inpassing van fietsenbergingen aangepast zodat het college de ruimte heeft om zo nodig ook op dit vlak met voorstellen te komen. b. Specifiek proces Omgevingsplan Haarlem meer open gelaten Op basis van ambtelijk advies wordt voorgesteld het college niet te vragen om een wijziging van het Omgevingsplan Haarlem, maar eerst om een beleidsnota waarin het beleid wordt vastgelegd. Vervolgens zijn er meerdere routes om dit te verwerken in het Omgevingsplan Haarlem. Hiermee wordt een vergelijkbaar proces gevolgd als bij de Nota Dakopbouwen.

Ook is verduidelijkt dat als na uitwerking door het college eenmaal het beleid is vastgesteld door de Raad het mogelijk is om af te wijken van het omgevingsplan met een vergunning voor een Buitenplanse Omgevingsactiviteit als het omgevingsplan nog niet is aangepast of als dit nog niet geldig is in bepaalde delen van Haarlem. c. Benadrukken van belang van participatie Hoewel in het oorspronkelijke voorstel een participatieparagraaf was opgenomen was het college van mening dat er feitelijk geen ruimte zou zijn voor participatie omdat het voorgestelde besluit al zo concreet was over de maatvoering. Ook verschillende fracties stelden kritische vragen over de participatie. Door de maatvoering weg te halen uit het besluit is opgehelderd dat er volop ruimte is voor participatie over de uiteindelijke maatvoering. Verder is benadrukt dat alle belanghebbenden betrokken dienen te worden in de participatie en dat bij de uitwerking van het plan oog moet zijn voor alle belangen: niet alleen voor de gebruikswaarde voor woningeigenaren, maar ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. d. Voorstel vergunningvrij omgevingsplanactiviteit niet meer initiatiefvoorstel Volgens initiatiefnemer is het vergunningsvrij maken van fietsenbergingen voor de omgevingsplanactiviteit nog steeds een goed idee.

Algemene regels zouden voldoende moeten zijn en situaties die daar niet aan voldoen kunnen redelijk eenvoudig worden hersteld. Omdat initiatiefnemer heeft geconstateerd dat voor dit onderdeel van het oorspronkelijke initiatiefvoorstel onvoldoende draagvlak was in de commissie ontwikkeling is het verwijderd uit het initiatiefvoorstel. Het is nog wel genoemd als optie voor de toekomst in bijlage 1 waar de analyse staat van de huidige regelgeving.

Kenmerk: 2025/

2/17

e. Voorstel lobby vergunningvrij technische bouwactiviteit niet meer in initiatiefvoorstel In het oorspronkelijke voorstel stond ook het voorstel om het college te vragen te lobbyen bij het Rijk dat de technische bouwactiviteit, die grotendeels al vergunningvrij is, ook vergunningvrij te maken als een fietsenberging deels verdiept onder het maaiveld ligt. Omdat verschillende fracties dit niet vonden passen in een initiatiefvoorstel voor de Raad is ook dit voorstel verwijderd. f. Nieuw Omgevingsplan is vastgesteld Inmiddels is het Omgevingsplan Haarlem voor het eerste deelgebied vastgesteld door de Gemeenteraad. Ten tijde van de behandeling in de commissie ontwikkeling betrof dit nog een ontwerpwijziging. Alle verwijzingen in het initiatiefvoorstel zijn daarom aangepast.

Kenmerk: 2025/

3/17

Een kwartiertje foto’s maken in het Vondelkwartier op zoek naar fietsenbergingen…

1. Aanleiding In Haarlem schieten de fietsenbergingen in voor- en zijtuinen als paddenstoelen uit de grond. Bewoners kunnen verschillende redenen hebben om hiervoor te kiezen. Bijvoorbeeld: • • • • •

Geen achtertuin aanwezig Te kleine schuur in de achtertuin voor alle fietsen van het huishouden Wens geen fietsen in de achtertuin te stallen Geen achterom aanwezig Achterom te smal voor de bakfiets

Wat veel inwoners niet weten is dat voor de bouw van een fietsenberging in de voor- of zijtuin in de meeste gevallen strikte bouwregels gelden en een omgevingsvergunning nodig is. Veel Haarlemse fietsenbergingen hebben geen vergunning én voldoen niet aan de regels en zijn dus illegaal. De onbekendheid met de bouwregels en de vergunningplicht blijkt uit het aantal vergunningaanvragen.

Kenmerk: 2025/

4/17

De afgelopen jaren zijn in de stad naar schatting honderden fietsenbergingen gerealiseerd. In de periode januari 2019 t/m september 2022 werden binnen de gemeente echter slechts 14 bouwvergunningen aangevraagd. Hiervan werden er 4 verleend, zie tabel 1. Jaar

Aantal nog in

Verleend passend

Geweigerd

Buiten

Ingetrokken

Verleend strijdig

behandeling

binnen

behandeling

met

bestemmingsplan

gesteld

bestemmingsplan

2019

-

-

2

-

-

-

2020

-

3

1

2

1

-

2021

-

1

1

2

-

-

2022

1

-

-

-

-

-

Tabel 1: Aantal vergunningaanvragen voor fietsenbergingen t/m september 2022 (Bron: antwoord op technische vragen ChristenUnie) 2. Beoogd resultaat Dit voorstel beoogt het bergen van fietsen in voor- en zijtuinen van woningen in de gemeente Haarlem beter te faciliteren. Dit wordt gedaan door het college op te dragen een voorstel uit te werken voor verruiming van de regels voor fietsenbergingen in voor- en zijtuinen in Haarlem zodat ze beter aansluiten bij de maatvoering van fietsen en tuinen. Concreet wordt daarbij gedacht aan: •

•

Het verruimen van de maximaal toegestane maatvoering van fietsenbergingen in het voorerfgebied zodat standaardfietsen en ook veel bakfietsen passen binnen deze maatvoering ook als fietsen parallel aan de gevel van de woning worden gestald. Het verkleinen van de minimale diepte van voortuinen zodat fietsenbergingen ook in kleinere voortuinen kan worden toegestaan.

Er ontstaat zo een uniforme begrenzing van de mogelijkheden voor fietsenbergingen in voortuinen waarmee ook gehandhaafd kan worden op excessen.

Na goedkeuring van dit voorstel moet het college onderzoeken hoe het beleid rond fietsenbergingen het beste kan worden gewijzigd en dit verwerken in een voorstel voor een beleidsnota richting de Raad. Na vaststelling van het nieuwe beleid wordt dit verwerkt in het Omgevingsplan Haarlem. Deze route in twee stappen wordt voorgesteld zodat de Raad maximaal betrokken is. Het sluit ook aan bij het verordenende karakter van het Omgevingsplan Haarlem waarin activiteiten juridisch worden vastgelegd die al eerder beleidsmatig zijn vastgesteld (vergelijkbaar met de stappen die zijn doorlopen met de nota dakopbouwen). De wijziging van het Omgevingsplan Haarlem zelf kan meegenomen worden in één van de komende wijzigingen van het Omgevingsplan Haarlem zodat er geen afzonderlijke wijzigingsprocedure nodig is. Dit kan zowel via een parapluwijziging als door het

Kenmerk: 2025/

5/17

voorstel mee te nemen in de wijziging voor één van de volgende deelgebieden. Afhankelijk van het te doorlopen proces nadat het college het beleidsvoorstel heeft voorgelegd aan de Raad kan de daadwerkelijke wijziging van het Omgevingsplan Haarlem door de Raad mogelijk ook gedelegeerd worden aan het college. Met een besluit over dit initiatiefvoorstel neemt de Gemeenteraad dus nog geen definitief besluit. Dat gebeurt pas nadat het college een uitgewerkt voorstel heeft voorgelegd aan de Gemeenteraad en als vervolgens dit voorstel wordt verwerkt in een wijziging van het Omgevingsplan Haarlem . Vervolgens zal op de website van de gemeente duidelijke informatie moeten worden geplaatst over de nieuwe regels. 3. Onderbouwing voorstel a. Ruimte voor fietsenbergingen stimuleert duurzame mobiliteit Haarlem wil volgens de nota “Fietsbeleid 2023, de fiets als vanzelfsprekende keuze” het fietsen stimuleren. Veel inwoners hebben echter geen of te weinig ruimte in het achtererfgebied voor het veilig en droog stallen van fietsen. Door de opkomst van e-bikes is de fiets ook aantrekkelijk geworden voor langere reisafstanden. Tegelijkertijd zijn de aanschafkosten van fietsen fors toegenomen en daarmee ook de behoefte om deze veilig te kunnen stallen.

Door het mogelijk te maken fietsen veilig en beschut in de eigen voortuin te stallen in een (eventueel af te sluiten) fietsenberging kan het gebruik van de fiets worden gestimuleerd. Dit sluit aan bij een duidelijke behoefte van inwoners in de stad blijkens de vele fietsenbergingen die in de stad al zijn gerealiseerd, veelal zonder vergunning en/of niet passend binnen de geldende maximale maatvoering. b. Legalisatie van bestaande fietsenbergingen Bestaande fietsenbergingen die voldoen aan de nieuwe maatvoering kunnen met een vergunningaanvraag worden gelegaliseerd. c. Uiterlijk van stad blijft beschermd De regels in het Omgevingsplan Haarlem voor de maximale omvang van fietsenbergingen en de omgevingsvergunningplicht voor bouwwerken in voortuinen zijn ingesteld omdat het uiterlijk van de leefomgeving door dergelijke bouwwerken aanzienlijk kan worden aangetast. Er wordt daarom niet voorgesteld om voortuinen compleet vogelvrij te verklaren. De huidige regels voor de maatvoering zijn echter op dit moment zo strak dat deze in veel gevallen niet bruikbaar zijn. Deze regels sluiten niet aan bij de minimaal benodigde ruimte voor fietsen en de omvang van veel tuinen in Haarlem.

Daarom wordt voorgesteld door aanpassing van de regels een nieuwe balans te zoeken tussen het beschermen van het uiterlijk van de stad aan de ene kant en het bieden van ruimte voor een functionele fietsenberging aan de andere kant. Omdat in het voorstel sprake blijft van een vergunningplicht wordt het toepassen van deze regels ook gecontroleerd.

Kenmerk: 2025/

6/17

In artikel 3.24 van Omgevingsplan Haarlem Centrum (het eerste deelgebied van het nieuwe Omgevingsplan dat ook al de regels bevat die straks ook in andere delen van de stad gaan gelden) wordt geregeld dat fietsenbergingen in de voor- of zijtuin niet in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument mogen worden gebouwd. In dit initiatiefvoorstel is het nadrukkelijk het uitgangspunt dat bij de uitwerking door het college deze bescherming van monumenten overeind blijft. Voor beschermd stadsgezicht (voor zover geen monumenten) is de uitwerking van het initiatiefvoorstel onderdeel van het onderzoek van het college. De intentie van initiatiefnemer is dat verruiming van de mogelijkheden voor fietsenbergingen in beschermd stadsgezicht alleen mogelijk is als dit niet ten koste gaat van dit gezicht. Dit zou kunnen betekenen dat beschermd stadsgezicht wordt uitgesloten van de wijziging dan wel dat hier strengere regels gaan gelden. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Nieuwe regels zullen niet gelijk voor hele stad gelden Door de gefaseerde uitrol van het Omgevingsplan Haarlem over de stad zullen nieuwe regels niet gelijk in de hele stad gelden.

Dat betekent dat in sommige wijken de ruimere maatvoering al wel zal gelden, terwijl andere wijken nog te maken hebben met de oude regelgeving. Zodra de door het college uitgewerkte wijziging van het beleid is vastgesteld is wel duidelijk wat de nieuwe maatvoering in de hele stad zal worden. Omdat het beleid dan al wel is vastgesteld ontstaat de mogelijkheid om aan de hand van dat beleid vooruitlopend op aanpassing van het Omgevingsplan Haarlem om een fietsenberging die past binnen dit beleid met een vergunning voor een Buitenplanse Omgevingsactiviteit (BOPA) toe te staan en daarmee van het huidige Omgevingsplan Haarlem af te wijken. De periode dat de regels formeel in sommige wijken nog niet gelden is overigens van beperkte duur. 4.2 Kanttekeningen a. Niet alle huidige fietsenbergingen zullen passen binnen de nieuwe regels Door de nieuwe regels zullen veel fietsenbergingen die reeds in Haarlem zijn gerealiseerd gelegaliseerd kunnen worden middels een aanvraag voor een Omgevingsvergunning. Dit geldt echter niet voor alle fietsenbergingen. In principe zal de gemeente hierop moeten handhaven als er meldingen binnenkomen. Deze situatie is echter niet anders dan de huidige situatie. Voordeel van het aannemen van dit initiatiefvoorstel en de uiteindelijke uitwerking van het college in het Omgevingsplan Haarlem is dat het aantal illegale situaties aanmerkelijk zal afnemen.

Kenmerk: 2025/

7/17

b. Voor kappen van bomen blijft meestal vergunning nodig Dit initiatiefvoorstel gaat niet over de regels voor bomen in voortuinen. Waar nu een kapvergunning nodig is, is dat ook na aanname van dit initiatiefvoorstel het geval. 5. Consequenties en uitvoering Na goedkeuring van dit voorstel moet het college een beleidsnota voorbereiden, inclusief participatie. Indien het nieuwe beleid vervolgens door de Raad wordt vastgesteld zal dit worden uitgewerkt in een wijziging van het Omgevingsplan Haarlem. Dit kan met een volgende geplande wijziging van het Omgevingsplan Haarlem, bijvoorbeeld in de reeds geplande wijziging voor het deelgebied Centraal Stedelijk Gebied, zodat hiervoor geen afzonderlijke procedure nodig is. Dit kan ook met een parapluwijziging. Hierbij is het mogelijk dat de Raad deze uitwerking delegeert aan het college. Welke route de voorkeur heeft kan door het college worden uitgewerkt in de genoemde beleidsnota. 5.1 Financiën • Het opstellen van het beleid en de participatie (voor zover geen onderdeel van de reguliere participatie bij wijziging van het Omgevingsplan) kost ambtelijke capaciteit. Initiatiefnemer gaat er vanuit dat dit opgevangen kan worden binnen de reguliere budgetten voor nieuw beleid. Het vraagt mogelijk wel een prioritering.

• Omdat na vaststelling van het beleid de daaruit voortvloeiende wijziging van het Omgevingsplan Haarlem mee kan lopen bij een reguliere wijziging van het Omgevingsplan Haarlem zijn hier geen verdere kosten aan verbonden. • Verwacht wordt dat door de voorgestelde uniformering en versoepeling van regelgeving het aantal vergunningaanvragen zal toenemen. Hierdoor ontvangt de gemeente Haarlem meer leges. Vanwege het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid staan hier evenveel kosten tegenover. Er is dus geen impact voor de begroting. 5.2 Communicatie • Bij besluitvorming door de Raad over het door het college uitgewerkte beleidsvoorstel zal hierover worden gecommuniceerd via de gemeentelijke website. • Indien het Omgevingsplan Haarlem vervolgens wordt aangepast zal de juiste informatie over de regels voor fietsenbergingen ook zichtbaar worden in het Omgevingsloket. • Op de website van de gemeente kan daarnaast informatie worden geplaatst over de nieuwe regels. Aandachtspunt is daarbij dat de regels niet in heel Haarlem tegelijkertijd van kracht worden, zie paragraaf 4.1 en 5.8. • Eventueel kan via een campagne aandacht worden gevraagd voor de nieuwe regels. Dit kan vanuit bestaande communicatiebudgetten.

Kenmerk: 2025/

8/17

5.3 Participatie • Initiatiefnemer erkent het belang van participatie en stelt daarom als belangrijke voorwaarde dat participatie plaatsvindt. • Deze participatie is een regulier onderdeel van de voorbereiding van elke wijziging van het Omgevingsplan Haarlem en dus ook bij deze wijziging. • In de participatie zal aandacht zijn voor alle belangen. Niet alleen het gebruiksgemak voor woningeigenaren, maar ook de bescherming van de kwaliteit van de leefomgeving in de breedste zin van het woord. • Belanghebbenden kunnen in de participatie meedenken over de juiste maximale maatvoering van fietsenbergingen in het Omgevingsplan Haarlem. • Vaste overlegpartners zullen door het college in de voorbereiding van de wijziging van het beleid actief worden geïnformeerd over het voorstel zodat zij kunnen reageren op de voorgestelde wijzigingen. 5.4 Juridisch • Het voorstel past binnen de kaders van de Omgevingswet. • De Raad beslist op een later moment op voorstel van het college over de concrete uitwerking van de nieuwe regels; • Na goedkeuring door de Raad worden de nieuwe regels verwerkt in het Omgevingsplan HaarlemVoor inwoners die het na vaststelling van het gewijzigde Omgevingsplan Haarlem niet eens zijn met deze aanpassing, staat de weg van beroep bij de Raad van State open.

• Voor buren blijft ook na aanname van genoemde wijziging van het Omgevingsplan Haarlem de mogelijkheid van bezwaar- en beroep tegen vergunningaanvragen open. 5.5 Duurzaamheid • Het voorstel draagt bij aan het stimuleren van het fietsgebruik en daarmee aan de doelstelling van de gemeente om de mobiliteit te verduurzamen. 5.6 Groen en natuur • Fietsenbergingen kunnen bijdragen aan klimaatadaptatie en biodiversiteit door deze te combineren met ondergrondse wateropvang en/of groene sedumdaken. Ze kunnen op deze manier meer groen toevoegen dan wanneer fietsen zonder overkapping op tegels worden gestald. • Tegelijkertijd kan verruiming van de regels voor een fietsenberging zorgen voor het verwijderen van groen uit voortuinen. Dit kan ook negatieve gevolgen hebben voor het groene aanzicht van de straat. • Overwogen zou kunnen worden om regels voor te stellen over het toepassen van groene daken en eisen over de inpassing van bergingen in het groen (bijvoorbeeld een heg). Dit is door initiatiefnemer verder niet uitgewerkt. Het college kan dit nader onderzoeken. Voor voor- en

Kenmerk: 2025/

9/17

•

•

zijtuinen zonder bebouwing worden overigens op dit moment geen regels gesteld over de hoeveelheid groen. De foto’s in dit initiatiefvoorstel laten zien dat veel bewoners die reeds een fietsenberging hebben gerealiseerd kiezen voor een groene invulling. Bewoners willen dat hun woning er aan de voorkant mooi uitziet. Ook wordt groen vaak gebruikt om de fietsenberging aan het zicht te onttrekken. In dien zin stimuleren fietsenbergingen ook de aanplant van groen. Indiener geeft in overweging dat de gemeente op haar website bij de informatie over de regels voor fietsenbergingen goede voorbeelden plaatst van een groene uitvoering (dak, waterberging en beplanting) ter inspiratie.

5.8 Planning • De voorbereiding van de wijziging van het Omgevingsplan Haarlem deelgebied Centraal Stedelijk Gebied is reeds gestart. Mogelijk kan de voorgestelde wijziging nog mee in dit proces. In dat geval kunnen de ruimere mogelijkheden voor fietsenbergingen in Haarlem mogelijk al in de loop van 2026 in werking treden. • Als dit niet meer kan dan wordt de voorgestelde wijziging meegenomen bij het volgende deelgebied. In dat geval zullen de ruimere mogelijkheden naar verwachting in de loop van 2027 in werking treden. 5.9 Evaluatie • Omdat het om een relatief kleine wijziging gaat is een evaluatie niet nodig. Wel zou voor het ingaan van het nieuwe beleid in een deel van Haarlem een nulmeting kunnen worden gedaan van het aantal aanwezige fietsenbergingen en in hoeverre deze voldoen aan de nieuwe maximale maatvoering en zou na een aantal jaar in dat gebied de ontwikkeling van het aantal fietsenbergingen in kaart kunnen worden gebracht. Dit kan nuttige informatie zijn niet alleen voor de gemeente Haarlem maar ook voor andere gemeenten. 6. Bijlagen Bijlage 1: Analyse regelgeving Fietsenbergingen in voor- en zijtuinen Bijlage 2: Collegereactie oorspronkelijke initiatiefvoorstel

Kenmerk: 2025/

10/17

Bijlage 1: Analyse regelgeving Fietsenbergingen in voor- en zijtuinen In deze bijlage staan enkele suggesties van de initiatiefnemer voor verruiming van de regels voor fietsenbergingen. Deze zijn bedoeld als denkrichting. Als het initiatiefvoorstel wordt aangenomen door de Gemeenteraad is het aan het college om met een uitgewerkt voorstel te komen voor wijziging van het Omgevingsplan Haarlem. Het is goed denkbaar dat de voorgestelde maatvoering in dit collegevoorstel afwijkt van de suggesties van de initiatiefnemer in deze bijlage. a. Voor fietsenberging veelal een “dubbele” vergunning nodig In de Omgevingswet wordt voor het bepalen of een omgevingsvergunning nodig is een knip gemaakt tussen technische bouwactiviteiten en omgevingsplanactiviteiten. Het realiseren van een fietsenberging is zowel een technische bouwactiviteit als een omgevingsplanactiviteit. Technische bouwactiviteiten worden getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit. Omgevingsplanactiviteiten worden getoetst aan het Omgevingsplan, de opvolger van het bestemmingsplan en de Nota ruimtelijke kwaliteit. Het is mogelijk dat voor technische bouwactiviteit van een fietsenberging een vergunningplicht geldt terwijl, afhankelijk van de keuzes in het Omgevingsplan, de omgevingsplanactiviteit vergunningvrij is en andersom.

Ook als een activiteit vergunningvrij is moet wel aan de regels worden voldaan. In paragraaf b t/m f van deze bijlage wordt nader ingegaan op de regels voor omgevingsplanactiviteiten. In paragraaf g wordt nader ingegaan op de regels voor technische bouwactiviteiten. b. Regels omgevingsplanactiviteit fietsenbergingen verschillen op dit moment per wijk Of een fietsenberging is toegestaan hangt af van de vraag of het een gebouw is of een overig bouwwerk en van de vraag wat de specifieke regels zijn voor gebouwen of overige bouwwerken. Deze regels verschillen in Haarlem per wijk omdat in elk bestemmingsplan andere regels gelden. Deze bestemmingsplannen vormen volgens de wet gezamenlijk het Omgevingsplan Haarlem en zullen stapsgewijs middels een wijziging volledig in het Omgevingsplan Haarlem worden geïntegreerd. Volgens artikel 1.1, lid 1, onder c van de Woningwet en ook volgens het Omgevingsplan Haarlem Centrum wordt onder een gebouw verstaan: "elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt." Dit betekent dat een bouwwerk een gebouw is als het: een dak heeft, minimaal één wand bevat, en bedoeld is voor gebruik door mensen. Dit wil echter nog niet zeggen dat een fietsenberging met bijvoorbeeld meerdere wanden niet is toegestaan als het bouwen van een gebouw niet is toegestaan.

De volgende situaties zijn mogelijk nu er op dit moment nog sprake is van een groot aantal

Kenmerk: 2025/

11/17

bestemmingsplannen: •

Fietsenberging als gebouw In het algemeen zijn gebouwen niet toegestaan in voortuinen. De meeste fietsenbergingen zijn daarom niet toegestaan omdat ze meerdere wanden hebben en dus een gebouw zijn. Uitzonderingen zijn die locaties waar binnen de bestemming Tuin-1 op die specifieke locatie een aanduiding staat dat hier gebouwen zijn toegestaan. In dat geval is een omgevingsvergunning nodig voor deze omgevingsplanactiviteit. Als de aanduiding gebouwen er niet is dan is voor een fietsenberging dat een gebouw is een omgevingsvergunning nodig om af te mogen wijken van het bestemmingsplan. Deze worden over het algemeen in Haarlem niet verstrekt voor voortuinen.

•

Fietsenberging in bestemmingsplan met specifieke regels voor fietsenbergingen Als een fietsenberging een overig bouwwerk is dan is deze met een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit toegestaan als deze voldoet aan de eisen in het bestemmingsplan. In enkele bestemmingsplannen en ook in het Omgevingsplan Haarlem Centrum is specifiek geregeld binnen welke afmetingen fietsenbergingen in Tuin-1 zijn toegestaan als overig bouwwerk (zie volgende paragraaf). Een fietsenberging die voldoet aan deze afmetingen is toegestaan. Wel geldt ook in dat geval dat een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit nodig is. Ook hier is in theorie met een omgevingsvergunning afwijking van het bestemmingsplan mogelijk. In Haarlem wordt echter voor een dergelijke afwijking in het algemeen geen omgevingsvergunning verstrekt.

•

Afdakje binnen regels voor overige bouwwerken In sommige bestemmingsplannen staan geen regels voor fietsenbergingen, maar wel in het algemeen voor overige bouwwerken. Zo staat in artikel 10.2 van het bestemmingsplan Sinnevelt en Planetenwijk dat op gronden met bestemming Tuin-1 een dergelijk bouwwerk, als het niet gaat om een erfafscheiding, niet hoger mag zijn dan 3 meter. Een afdakje voor fietsen van bijvoorbeeld 2,5 meter breed, diep en hoog is een overig bouwwerk en geen gebouw als het dak alleen steunt op palen en er geen sprake is van wanden. Omdat het lager is dan 3 meter is dit toegestaan in dit bestemmingsplan. Een fietsenafdak met slechts 1 wand bevindt zich in een grijs gebied. Dit wordt meestal beschouwd als een overig bouwwerk. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bijvoorbeeld in een uitspraak uit 2014 geoordeeld dat een carport met één wand niet als gebouw kan worden aangemerkt. Opmerkelijk genoeg is een dergelijk afdakje met maximaal 1 wand niet toegestaan in het bestemmingsplan Vondelkwartier, Vogelbuurt en Dietsveld omdat hier fietsenbergingen specifiek geregeld zijn. Volgens deze specifieke regels voor fietsenbergingen is een afdakje van 2,5 x 2,5 x 2,5 meter te hoog en is de oppervlakte voor de meeste voortuinen te groot.

Kenmerk: 2025/

12/17

•

Fietsenberging voor mensen niet toegankelijk Een fietsenberging met meerdere wanden kan in sommige gevallen toch beschouwd worden als een overig bouwwerk in plaats van een gebouw. Dit kan als deze berging niet voor mensen toegankelijk is. Bij de beantwoording van de vraag of het bouwwerk voor mensen toegankelijk is, zijn, naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (o.a. in LJN AP5044), de buitenmaten van doorslaggevende betekenis. Hierdoor kreeg een bewoner in een zaak tegen de gemeente Heemstede gelijk bij de rechter. De in geding zijnde fietsenberging in deze zaak was aan drie zijden met wanden omsloten en tussen de 80 en 96 centimeter hoog. Het bebouwde oppervlak was ongeveer 5 m². De rechter oordeelde dat de fietsoverkapping aan de buitenzijde een hoogte had waarin een volwassen persoon niet normaal kan staan of lopen en dat daarom geen sprake was van een gebouw. Dat de grond onder de overkapping was uitgegraven, waardoor een volwassen persoon er in dit geval net wel kan staan, deed hier volgens de rechter niet aan af1. Deze fietsenberging was daarom volgens de rechter een overig bouwwerk. Als deze uitspraak in Haarlem wordt toegepast op Sinnevelt en Planetenwijk zijn fietsenbergingen met wanden en met een grote oppervlakte mogelijk, mits ze maar geen stahoogte hebben.

Wel geldt ook hier weer dat wel een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit nodig is. De vraag is of deze ruime bouwmogelijkheden wenselijk zijn. In bijvoorbeeld het bestemmingsplan Koninginnebuurt geldt nog de eis dat de gronden voor niet meer dan 10% bebouwd mogen worden (fietsenbergingen: 20% met een maximum van 4 m2). In Indische Buurt Noord is dit 20% met een maximum van 15 m2 (en fietsenbergingen: 4 m2). Een dergelijke bepaling geldt niet in Sinnevelt en Planetenwijk.

c. Maatvoering en meetvoorschrift fietsenbergingen verschilt per bestemmingsplan Als specifieke regels zijn opgenomen voor fietsenbergingen als overig bouwwerk binnen de bestemming Tuin-1 verschilt de toegestane maatvoering per bestemmingsplan. Zo is in het bestemmingsplan Vondelkwartier, Vogelbuurt en Dietsveld een bouwhoogte van 1,4 meter toegestaan en in de bestemmingsplannen Indische Buurt Noord en Bomenbuurt 1,3 meter. Ook de manier waarop deze hoogte wordt gemeten kan verschillen. Dat hangt in principe af van de meetvoorschriften die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Meestal wordt de hoogte gemeten vanaf peil (dus bovengronds). De hoogte van 1,40 meter geldt dan dus voor de bovengrondse hoogte. In een aantal bestemmingsplannen is ook een maximale maat opgenomen voor ondergronds bouwen (bijvoorbeeld maximaal 6 meter ondergronds). In het bestemmingsplan Vondelkwartier, Vogelbuurt en Dietsveld geldt geen regel voor de verticale diepte onder het maaiveld. In de bestemmingsplannen Koninginnebuurt en Indische Buurt Noord geldt dat de verticale diepte 1 https://jure.nl/ecli%3Anl%3Arbhaa%3A2009%3Abh3942

Kenmerk: 2025/

13/17

maximaal 1 meter mag zijn. Met de komst van het Omgevingsplan Haarlem worden deze regels geüniformeerd. d. Eis afwezigheid achterom niet eerlijk In artikel 3.24 van het Omgevingsplan Haarlem Centrum staan de nieuwe regels die uiteindelijk overal in Haarlem gaat gelden voor fietsenbergingen in de voortuin. De eerste eis is dat er geen achterom aanwezig is. Deze eis is niet eerlijk omdat sommige huishoudens met een achterom een dusdanig kleine achtertuin hebben dat er onvoldoende ruimte is voor fietsen én rolcontainers. Ook geldt dat sommige achtertuinen door de maatvoering van de achterom niet bereikt kunnen worden met bakfietsen. Voor andere bewoners geldt dat de schuur in de achtertuin te klein is om alle fietsen te stallen. Dit geldt bijvoorbeeld voor grote huishoudens maar ook voor huishoudens die reservefietsen hebben. Dit laatste is met name voor huishoudens die geen auto hebben van belang. Het is lastig uit te leggen dat in identieke voortuinen in de ene voortuin een fietsenberging wel is toegestaan en in de andere voortuin niet. Uit een steekproef van de initiatiefnemer in Haarlem Noord blijkt tenslotte dat veel fietsenbergingen zijn gerealiseerd in een voortuin terwijl er wel sprake is van een achterom. Hieruit valt af te leiden dat veel inwoners hieraan behoefte hebben.

➢ Voorgesteld kan daarom worden in artikel 3.24 lid 5a de eis dat er geen achterom aanwezig mag zijn te schrappen. e. Maatvoering fietsenbergingen in nieuwe Omgevingsplan Haarlem niet realistisch In het genoemde artikel van het Omgevingsplan Haarlem Centrum staat ook de maximale maatvoering van fietsenbergingen. De verticale diepte van een berging mag maximaal 1 meter bedragen. In combinatie met de maximum hoogte van 1,4 meter vanaf maaiveld leidt dit tot een hoogte van 2,4 meter. Dit is ruim voldoende voor het stallen van fietsen. Als niet de grond in wordt gegaan is de hoogte van 1,4 meter wel krap, zie paragraaf g. Andere eisen zijn wel te beperkend. Zo moet de diepte van de voortuin of de breedte van de zijtuin minimaal 2,5 meter zijn. Veel Haarlemse voortuinen zijn net iets minder diep. De oppervlakte van de berging mag daarnaast maximaal 20% van de oppervlakte van de voor- of zijtuin bedragen met een maximum van 4 m². Bij een woning van 5,5 meter breed met een voortuin van 2,5 meter diep (13,75 m2) mag dus een fietsenberging van 2,75 m2 worden gerealiseerd. Een grote stadsfiets is volgens de normen van Fietsparkeur 1,92 meter lang. Dat betekent dat een fietsenberging tenminste 2 meter diep moet zijn. De fietsenberging uit het voorbeeld mag dan niet breder zijn dan 1,38 meter. Fietsparkeur hanteert als norm voor een grote stadsfiets een stuurbreedte van 0,67 meter.

De hart op hart afstand voor het parkeren van fietsen is volgens deze norm daarnaast minimaal 0,375 meter. Dat betekent dat bij een breedte van 1,38 meter je slechts 2 fietsen zou kunnen stallen. Als de fietsenberging in dit voorbeeld 2 meter breed mag zijn dan kunnen er 4 fietsen in gestald worden.

Kenmerk: 2025/

14/17

➢ Voorgesteld kan daarom worden fietsenbergingen in meer tuinen toe te staan door ze in artikel 3.24 lid 5b toe te staan in voortuinen van minimaal 2 meter diep en zijtuinen van minimaal 2 meter breed in plaats van minimaal 2,5 meter. Eventueel zou ook de eis voor de diepte van de tuin helemaal losgelaten kunnen worden zodat er alleen eisen gelden voor de maximale breedte, diepte en/of oppervlakte van de fietsenberging. ➢ Daarnaast kan voorgesteld worden alleen een maximum van 4 m2 te hanteren voor de oppervlakte van de fietsenberging. Het percentage van de oppervlakte van de voor- of zijtuin dat wordt ingenomen door de fietsenberging uit artikel 3.24 lid 5d kan dan dus als maximum worden losgelaten. Er geldt nog een beperking. De gevels van de berging evenwijdig aan de voorgevel, mogen maximaal 30% van de breedte van die voorgevel beslaan. Bij een huis van 6 meter breed kan een fietsenberging waarin fietsen parallel aan de gevel worden gestald hierdoor slechts 1,80 meter diep zijn. Dat is net te krap voor een stadsfiets. Probleem is dat veel huizen in Haarlem smaller zijn dan 6 meter. In dat geval zal een fietsenberging alleen passen als de fietsen haaks op de gevel worden geplaatst. Een afsluitbare berging is dan echter niet mogelijk vanwege de draaicirkel van fietsen of de deur van de berging moet direct aan de openbare weg grenzen.

Juist dat is onwenselijk want dan wordt de erfafscheiding doorbroken. ➢ Voorgesteld kan daarom worden in artikel 3.24 lid 5f te bepalen dat de gevels van de berging evenwijdig aan de voorgevel maximaal 2,5 meter mogen beslaan. Dit is ruim voldoende voor een stadsfiets en ook veel bakfietsen passen binnen deze lengte. Het percentage van de breedte van de voorgevel wordt dan dus als maximum losgelaten. f. Raad kan fietsenbergingen voor omgevingsplanactiviteit vergunningvrij maken In artikel 3.12 van het Omgevingsplan Haarlem Centrum staan de omgevingsplanactiviteiten die vrijgesteld zijn van de vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit mits wordt voldaan aan de overige regels van het Omgevingsplan. Deze bouwactiviteiten zijn overgenomen uit artikel 22.27 van de bruidsschat van het Omgevingsplan en maken ook nu al van rechtswege deel uit van het Haarlemse Omgevingsplan voor de andere deelgebieden. De vrijstellingen gelden op grond van artikel 4.35 van het Omgevingsplan Haarlem Centrum (bruidsschat artikel 22.28) niet voor monumenten en voor wat betreft voor- en zijtuinen ook niet voor gebouwen in het beschermd stadsgezicht. Op basis van dit artikel zijn o.a. kleine bouwwerken in het achtererfgebied en dakkapellen vergunningvrij. Fietsenbergingen staan niet in deze opsomming en zijn op dit moment dus vergunningplichtig voor de omgevingsplanactiviteit.

De Gemeenteraad kan besluiten de lijst in het Omgevingsplan aan te vullen en zo meer bouwwerken voor de omgevingsplanactiviteit vergunningvrij te maken zoals fietsenbergingen. Daarbij kan de

Kenmerk: 2025/

15/17

Gemeenteraad ook de voorwaarden opnemen waaronder een fietsenberging in de voor- of zijtuin vergunningvrij is. Het aanvragen van een omgevingsvergunning is een behoorlijk tijdrovende procedure voor burgers. Het is ook relatief kostbaar als je het afzet tegen de kosten van de bouw van een fietsenberging. Inwoners betalen voor een vergunningaanvraag immers niet alleen leges, maar moeten hiervoor ook een bouwtekening laten maken zowel van de bestaande als van de nieuwe situatie inclusief een geveltekening, plattegrondtekening en doorsnedetekening. Bij de aanvraag moet ook een opgave van materiaal- en kleurgebruik worden gevoegd en actuele foto’s. Veelal zal het maken van tekeningen uitbesteed moeten worden wat al snel 500 tot 750 euro kost. Bij een simpele zelfgebouwde fietsenberging zijn de totale kosten voor leges en tekeningen zelfs een veelvoud van de bouwkosten. Tenslotte heeft de gemeente te maken met beperkte ambtelijke capaciteit voor vergunningverlening. Het is onwenselijk dat veel van deze capaciteit opgaat aan vergunningverlening voor kleine zaken als fietsenbergingen als deze voldoen aan de eisen uit het omgevingsplan en het bouwbesluit. Het is wenselijk deze capaciteit zo veel mogelijk in te zetten voor woningbouwprojecten. Een voor inwoners heldere set van regels waarbinnen fietsenbergingen vergunningvrij zijn kan daarbij helpen.

Overwogen zou daarom kunnen worden in het Omgevingsplan Haarlem fietsenbergingen in het voorerfgebied vergunningvrij te verklaren voor de omgevingsplanactiviteit mits wordt voldaan aan de toegestane maatvoering in artikel 3.24, met uitzondering van het beschermd stadsgezicht. Initiatiefnemer heeft dit voorstel ingetrokken omdat hiervoor onvoldoende draagvlak was in de commissie ontwikkeling. g. Fietsenbergingen voor technische bouwactiviteit vergunningvrij mits bovengronds De Rijksoverheid heeft via het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bepaald voor welke technische bouwactiviteiten een vergunning of een melding nodig is. Bijbehorend bouwwerken met een dak zoals fietsenbergingen zijn voor de technische bouwactiviteit vergunningvrij als ze op de grond staan, niet hoger zijn dan 5 meter en niet voorzien zijn van een dakterras of balkon (artikel 2.25, https://iplo.nl/thema/bouw/bouwen-vergunning-melding/bijbehorende-bouwwerken/). Dit betekent dat fietsenbergingen die voldoen aan de maatvoering in artikel 3.24 van het Omgevingsplan Haarlem voor de technische bouwactiviteit vergunningvrij zijn, tenzij ze deels onder het maaiveld worden gerealiseerd. Initiatiefnemer verwacht wel dat er veel behoefte zal zijn aan verdiepte fietsenbergingen. Het is ook niet voor niets dat in artikel 3.24 een fietsenberging wordt toegestaan tot 1 meter diepte.

Een verdiepte berging tast immers het uiterlijk van de voortuin minder aan en zorgt ook voor behoud van meer uitzicht vanuit de woning. Bovendien geldt voor de bouwhoogte boven maaiveld een grens van 1,4 meter. Hierin past een fiets maar net, daarom zullen bewoners al snel kiezen voor een stuk

Kenmerk: 2025/

16/17

uitgraven. Een alternatief is een hogere bouwhoogte toestaan, bijvoorbeeld 1,8 meter. Dit maakt echter dat het uitzicht vanuit woningen aanzienlijk wordt beperkt en het tast ook het aanzicht van de openbare ruimte aan. De gemeente mag niet zelf bepalen dat fietsenbergingen tot 1 meter diep zoals opgenomen in artikel 3.24 voor de technische bouwactiviteit vergunningvrij worden. ➢ Voorgesteld kan worden wordt dat in artikel 3.24 de bouwhoogte voor fietsenbergingen wordt verhoogd van 1,4 naar 1,8 meter. Een andere optie is dat Haarlem dit knelpunt onder de aandacht gaat brengen van het Rijk en het Rijk gaat voorstellen bouwwerken die slechts beperkt verdiept worden gebouwd technisch vergunningvrij te maken in het Bbl. Een goede grens daarvoor zou een diepte van 1 meter zijn aansluitend bij artikel 3.24 van het Omgevingsplan.

Kenmerk: 2025/

17/17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16419472/1