Raadsinformatiebrief Auditcommissie inzake jaarstukken 2025 en accountantsverslag 2025
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Aan Van
Gemeenteraad en commissie Bestuur
Ref.nr.
Onderwerp
2026/232831 Raadsinformatiebrief Auditcommissie inzake jaarstukken 2025 en accountantsverslag 2025
Datum
8 juni 2026
Auditcommissie
In de vergadering van 2 juni 2026 heeft de Auditcommissie het jaarverslag, de jaarrekening en het accountantsverslag 2025 besproken. De Auditcommissie heeft deze stukken besproken vanuit haar taak om de raad te adviseren over de jaarrekeningcontrole en de aandachtspunten die daaruit voortkomen. In deze brief licht de Auditcommissie de belangrijkste punten uit de bespreking toe en geeft zij aan welke aandachtspunten zij de raad wil meegeven bij de behandeling van deze stukken.
1. Controleproces en tijdigheid
De Auditcommissie constateert dat het proces rond de jaarstukken 2025 goed is verlopen. Het conceptjaarverslag, opgesteld door de ambtelijke organisatie, is tijdig opgeleverd. Ook was de interne controle bij de start van de accountantscontrole verder gevorderd dan in voorgaande jaren. De controle door de accountant kende eveneens een ordelijk verloop. Tijdens de bespreking heeft de accountant aangegeven dat de communicatie transparant was, dat onduidelijkheden tijdig zijn afgestemd en dat er weinig bijzonderheden waren. De controle van de specifieke uitkeringen, de SiSa-verantwoording, is vroegtijdig in het proces betrokken en droeg bij aan een efficiënter verloop van de controle. Tegelijkertijd blijft de tijdige beschikbaarheid van het accountantsverslag een aandachtspunt. De gebruikelijke aanleveringstermijnen voor de Auditcommissie en de raadscommissies zijn niet gehaald. De Auditcommissie vraagt aandacht voor een planning die tijdige voorbereiding door de Auditcommissie en de raadscommissies mogelijk maakt.
2. Oordeel van de accountant
De accountant heeft een goedkeurende controleverklaring verstrekt bij de jaarrekening 2025. De accountant concludeert dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële positie van de gemeente Haarlem per 31 december 2025 en is opgesteld in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De Auditcommissie merkt op dat deze goedkeurende verklaring betrekking heeft op het getrouwe beeld van de jaarrekening. De aandachtspunten uit het accountantsverslag zijn relevant voor de inhoudelijke behandeling in de commissie Bestuur en raad.
3. Rechtmatigheidsverantwoording en onrechtmatigheden
De rechtmatigheidsverantwoording van het college voldoet aan de geldende verplichtingen. De accountant heeft vastgesteld dat het college de rechtmatigheidsverantwoording op de juiste wijze heeft opgesteld en dat de geconstateerde onrechtmatigheden onder de verantwoordingsgrens blijven. De 1
verantwoordingsgrens bedraagt € 16,4 miljoen. De accountant heeft geen materiële tekortkomingen geconstateerd. De belangrijkste financiële onrechtmatigheden betreffen begrotingsrechtmatigheid, kredietoverschrijdingen en Europese aanbestedingen. Deze onderdelen worden hieronder afzonderlijk toegelicht. Begrotingsrechtmatigheid en kredietoverschrijdingen Bij begrotingsrechtmatigheid gaat het om de vraag of baten, lasten en balansmutaties binnen de door de raad geautoriseerde begroting tot stand zijn gekomen. De accountant constateert begrotingsonrechtmatigheid van € 1,7 miljoen. Het college merkt dit bedrag op basis van de financiële verordening als acceptabel aan. Daarnaast is sprake van kredietoverschrijdingen van € 0,6 miljoen. De Auditcommissie ziet hierin geen afzonderlijk aandachtspunt dat nadere bespreking door de raad vraagt, omdat deze afwijkingen binnen de afgesproken systematiek zijn beoordeeld en onder de verantwoordingsgrens blijven. Wel onderstrepen deze afwijkingen het belang van tijdige informatievoorziening aan de raad bij begrotings- en kredietafwijkingen. Europese aanbestedingen De belangrijkste rechtmatigheidsbevinding betreft de Europese aanbestedingen. Jaarlijks wordt op basis van de uitgaven aan leveranciers gecontroleerd of de Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn nageleefd.
Op basis van deze controle is over 2025 sprake van aanbestedingsfouten van € 7,3 miljoen. Dit is een stijging ten opzichte van 2024, toen het bedrag € 5,2 miljoen bedroeg. Van de totale afwijking van € 7,3 miljoen heeft € 2,8 miljoen betrekking op doorwerkende rechtmatigheidsafwijkingen uit eerdere jaren. Voor 2025 is daarmee sprake van circa € 4,5 miljoen aan nieuwe financiële onrechtmatigheden met betrekking tot EU-aanbestedingen. Daarvan heeft € 1,5 miljoen betrekking op de opvang van Oekraïense ontheemden. De overige afwijkingen hebben veelal betrekking op flexibele arbeid, oftewel inhuur van medewerkers. De accountant constateert dat aanbestedingsafwijkingen veelal ontstaan doordat contracttermijnen of doelwaarden worden overschreden. Bij de opvang van Oekraïense ontheemden is benoemd dat in eerdere jaren sprake was van dwingende spoed, maar dat deze opgave inmiddels een structureler karakter heeft gekregen. Daardoor is een beroep op dwingende spoed niet langer zonder meer passend. De accountant verwacht dat een deel van deze afwijkingen nog doorwerkt in 2026. De Auditcommissie heeft kennisgenomen van de maatregelen die de organisatie inzet, waaronder centralisatie van inhuur, verdere ontwikkeling van de rechtmatigheidsrapportage voor aanbestedingen en versterking van contractmanagement.
Ook wordt gewerkt aan verbetering van contractregistratie en tijdige signalering van aflopende contracten. De Auditcommissie adviseert de raad de ontwikkeling van aanbestedingsonrechtmatigheden te blijven volgen, met bijzondere aandacht 2
voor tijdige signalering, actuele contractregistratie, opdrachtraming en contractmanagement.
4. Sociaal domein
In het sociaal domein is tijdens de bespreking stilgestaan bij Jeugd en Wmo. Sinds 2023 werkt de gemeente voor complexe jeugdhulp en individuele begeleiding Wmo met een taakgerichte uitvoeringsvariant. Voor Jeugd wordt daarbij gewerkt met een overeengekomen lumpsum-budget voor de consortia van zorgaanbieders. De accountant constateert dat de verantwoorde bestedingen vanuit de zorgaanbieders getrouw zijn verantwoord. Ook is de benodigde controle-informatie tijdens de controle tijdig ontvangen. Tegelijkertijd blijft het sociaal domein een terugkerend aandachtspunt. In 2025 zetten de landelijke kostenstijgingen in Wmo en Jeugd door. Waar kostenstijgingen in eerdere jaren vooral werden verklaard door volumegroei, ligt de stijging in 2025 vooral bij toegenomen zorgzwaarte in de jeugdhulp. Meer jeugdigen hebben intensievere, langere en duurdere trajecten nodig. Dit vertaalt zich ook in Haarlem in hogere structurele lasten binnen het sociaal domein. De accountant wijst daarnaast op factoren die het ramen van toekomstige zorgkosten bemoeilijken. Het gaat onder meer om tariefontwikkeling bij zorgaanbieders, stijgende loonkosten, oplopende huisvestingslasten en krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor wordt de feitelijke besteding niet alleen bepaald door de zorgvraag. Ook het leverbare aanbod speelt daarbij een rol.
Beschikbare middelen kunnen daardoor niet altijd direct worden omgezet in de gewenste zorgverlening. De gemeente monitort kosten, volumes en trajectduur via dashboards en periodieke tertiaalgesprekken met aanbieders. Daarmee kunnen signalen eerder worden opgepakt en kan bijsturing plaatsvinden. De accountant benoemt dat de gemeente langs twee sporen werkt. Het eerste spoor is versterking van de operationele sturing, onder meer via monitoring om overschrijdingen en onrechtmatigheden te voorkomen. Het tweede spoor is gericht op structurele oplossingen. Daarbij gaat het onder meer om preventie, versterking van de sociale basis, vereenvoudiging van toegang en verkorting van doorlooptijden. Uit het accountantsverslag blijkt verder dat onafhankelijk onderzoek is gedaan naar de taakgerichte bekostigingsvariant voor complexe jeugdhulp. Daaruit volgen aandachtspunten rond de afbakening van regionale taken en verantwoordelijkheden. Ook gaat het om de inrichting van een bekostigingsstructuur die aansluit bij taakgerichte ambities en complexe casuïstiek. Verder vragen sturingsinformatie en governance aandacht. De organisatie herkent deze punten en heeft deze geprioriteerd voor de resterende contractperiode. De Auditcommissie verdiept zich in haar volgende vergadering verder in het onderwerp Jeugd. De focus ligt daarbij op financiële beheersbaarheid en sturingsinformatie.
Aanleiding daarvoor zijn de stijgende kosten, de toegenomen zorgzwaarte en de taakgerichte bekostiging. Daarbij worden in ieder geval de financiering van jeugdhulp, de werking van de taakgerichte bekostiging, de sturing op preventie, verkorting van doorlooptijden en kostenbeheersing, de 3
taakstellingen in de begroting en de aansluiting op de transitie jeugdagenda betrokken. De raad wordt over de uitkomsten geïnformeerd.
5. Realiteitsgehalte begroting en investeringsprogramma
De Auditcommissie vraagt aandacht voor het realiteitsgehalte van de begroting en de uitvoerbaarheid van het investeringsprogramma. In 2025 is € 102 miljoen aan investeringen gerealiseerd. Dat is meer dan in 2024, toen € 84 miljoen werd gerealiseerd. Tegelijkertijd blijft de realisatie achter bij het meerjareninvesteringsplan. Dit heeft ook effect op financiële kengetallen, zoals de schuldpositie en financieringsbehoefte, omdat lagere investeringsrealisatie leidt tot een lagere financieringsbehoefte dan begroot. De accountant wijst erop dat voor de jaren 2026 tot en met 2029 een aanzienlijk hoger investeringsniveau is geraamd. Daarmee ontstaat de vraag of de investeringsambities in de komende jaren realistisch uitvoerbaar zijn. Daarbij is van belang dat het college, met instemming van de raad, vanaf de Programmabegroting 2026 voor een andere werkwijze heeft gekozen. In de Programmabegroting 2026 wordt bij het Investeringsplan uitgegaan van een gestage groei van het investeringsniveau met 15 procent per jaar. Het verschil tussen het geplande investeringsniveau en het investeringsniveau op basis van deze gestage groei wordt, voor zover het de kapitaallasten betreft, in een reserve gestort. De overweging daarbij is dat het niet zozeer gaat om nieuwe ambitieuze projecten, maar veelal om projecten met een vervangingskarakter die Haarlem nodig heeft.
Daarom worden deze kapitaallasten gereserveerd. Deze werkwijze plaatst het verschil tussen planning en realisatie in een ander licht, omdat een belangrijk deel van de investeringen een noodzakelijk vervangingskarakter heeft en de bijbehorende kapitaallasten daarom worden gereserveerd. Tegelijkertijd neemt deze werkwijze het aandachtspunt over de uitvoerbaarheid niet weg. Tijdens de bespreking is benoemd dat dit niet alleen een financieel vraagstuk is. Het gaat ook om ambtelijke capaciteit, marktcapaciteit, planning, prioritering en externe randvoorwaarden. De Auditcommissie acht het van belang dat bij toekomstige P&C-documenten aan de voorkant explicieter wordt gewogen welke investeringen financieel en organisatorisch uitvoerbaar zijn. Daarbij gaat het niet alleen om afzonderlijke kredieten, maar ook om een integrale afweging van het investeringsprogramma in het licht van schaarsten als ambtelijke capaciteit, financiële middelen, netcapaciteit en beschikbaarheid van aannemers. De raad moet op basis daarvan beter kunnen beoordelen welke ambities haalbaar zijn en waar prioritering nodig is. De Auditcommissie adviseert de raad daarom om bij de behandeling van toekomstige begrotingen, kadernota’s en bestuursrapportages nadrukkelijk te letten op de samenhang tussen investeringsambities, uitvoeringscapaciteit, restantkredieten en realistische planning.
6. Financiële positie en rekeningresultaat
De Auditcommissie constateert dat de financiële positie van Haarlem in 2025 is verbeterd. Het jaar wordt afgesloten met een positief resultaat van € 29,1 4
miljoen. Dit resultaat wordt voor een belangrijk deel verklaard door aanvullende uitkeringen van het Rijk. Daarnaast is de vaste schuld lager uitgekomen dan eerder geraamd. De jaarstukken vermelden in de paragraaf Financiering dat de netto schuldquote 50% bedraagt. Elders in de jaarstukken worden voor dezelfde netto schuldquote echter ook andere percentages genoemd: 49% in de tabel met BBV-kengetallen en 51% bij de beleidsindicatoren en de toelichting op algemene dekkingsmiddelen. De Auditcommissie vraagt aandacht voor een eenduidige presentatie van dit kengetal in de definitieve jaarstukken. Uit de jaarstukken blijkt dat het positieve rekeningresultaat mede moet worden geduid aan de hand van incidentele en autonome ontwikkelingen. Ook is de benodigde weerstandscapaciteit gestegen naar € 21 miljoen. Dit hangt vooral samen met risico’s in de Jeugdzorg en het risico rond de uitvoering van het transitieplan Spaarne Werkt. De Auditcommissie acht het daarom van belang dat de raad het positieve rekeningresultaat niet alleen beoordeelt op het saldo, maar ook op de onderliggende oorzaken. Daarbij gaat het om de vraag welk deel van het resultaat structureel is en welk deel samenhangt met incidentele of autonome ontwikkelingen.
7. IT, cybersecurity en informatiebeveiliging
De Auditcommissie heeft kennisgenomen van de bevindingen van de accountant over de IT-omgeving, cybersecurity en informatiebeveiliging. De accountant heeft geen significante tekortkomingen gesignaleerd in de IT-omgeving die van invloed zijn op de jaarrekeningcontrole. Wel blijven betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking aandachtspunten. Daarbij gaat het onder meer om toegangsrechten, hoge rechten accounts en de inrichting van het nieuwe financiële pakket Lumen Civitas. Ook cybersecurity blijft een aandachtspunt. De accountant constateert dat Haarlem voortgang heeft geboekt op cyber- en informatiebeveiliging en op onderdelen voorloopt. Daarbij gaat het onder meer om voorbereidingen op NIS2. NIS2 is de Europese richtlijn voor netwerk- en informatiebeveiliging. Deze richtlijn stelt strengere eisen aan digitale weerbaarheid, risicobeheersing, incidentmelding en ketenafhankelijkheden. Uit de jaarstukken blijkt dat in 2025 verder is gewerkt aan het NIS2-programma, onder meer in het fysieke domein en bij de voorbereiding van noodprocessen voor uitval van ICT-voorzieningen. Tegelijkertijd blijft capaciteit een aandachtspunt. De accountant constateert dat de gemeente ambitie en inzicht heeft in wat nodig is, maar dat de beschikbare capaciteit niet voldoende is om alle plannen tijdig uit te voeren.
Daardoor is vertraging ontstaan in de uitvoering van maatregelen. De Auditcommissie adviseert dit onderwerp te blijven volgen via de managementletter behorend bij de interim-controle. Daarbij verdienen vooral de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking, de inrichting van het nieuwe financiële pakket en de beschikbare capaciteit aandacht.
8. Opvolging eerdere aanbevelingen Auditcommissie
De Auditcommissie heeft ook stilgestaan bij de opvolging van eerdere door de raad overgenomen aanbevelingen van de Auditcommissie. Het gaat om 5
aanbevelingen die door de raad zijn overgenomen en die in de jaarstukken 2025 zouden worden verwerkt. De Auditcommissie constateert dat opvolging is gegeven aan de aanbeveling om de analyse van werkelijke onttrekkingen en stortingen in reserves op te nemen. Ook is opvolging gegeven aan de aanbeveling om specifieke uitkeringen en vooruitontvangen bedragen bij het betreffende taakveld toe te lichten. Daarnaast zijn relevante investeringen met restantbudgetten bij de programma’s opgenomen.
9. Advies
De Auditcommissie adviseert de raad:
de jaarstukken 2025 vast te stellen, gelet op de goedkeurende controleverklaring van de accountant;
aandacht te houden voor de structurele aandachtspunten die door de accountant zijn benoemd in het accountantsverslag en die in deze brief nader zijn geduid;
bij toekomstige P&C-documenten nadrukkelijk te letten op de samenhang tussen investeringsambities, uitvoeringscapaciteit, restantkredieten en realistische planning;
de eerder door de raad overgenomen aanbevelingen van de Auditcommissie als afgedaan te beschouwen.
6