Raadsbesluit vestigen voorkeursrecht ontwikkeling Hart voor Oostpoort - getekend raadsbesluit
Tekst van het document
Raadsbesluit
Gemeente Haarlem
Onderwerp Raadsbesluit vestigen voorkeursrecht ontwikkeling Hart voor Oostpoort Nummer
2026/197427
Portefeuillehouder
Roduner, F.J.
Programma/beleidsveld
4.1 Wonen en woningbouw
Afdeling
PG
Auteur
Dam-de Boer, S. van
Telefoonnummer
06-28022704
sdeboer@haarlem.ni
Kernboodschap
Het college heeft op 21 april 2026 besloten een (voorlopig) voorkeursrecht te vestigen voor de ontwikkeling Hart voor Oostpoort. Het voorkeursrecht op grond van de Omgevingswet is een instrument om gemeentelijke regie te kunnen voeren ten aanzien van de gebiedsontwikkeling van de zone Oostpoort en daarmee de ambities in het ontwerp Masterplan (december 2025) en de toegekende WBIsubsidie (december 2021) en de SPUK WOKT 2.0 (november 2025) te realiseren. De gemeenteraad dient dit binnen drie maanden om te zetten in een definitief voorkeursrecht. Zonder dit voorkeursrecht bestaat het risico dat derden grondposities innemen, die de gemeentelijke regie en herontwikkeling van Hart voor Oostpoort bemoeilijken. Om aan de eisen van het voorkeursrecht te kunnen voldoen wordt de raad daarnaast voorgesteld om af te zien van een voorhangprocedure bij toekomstige aankopen en over deze voorgestelde werkwijze een zienswijze ter kennis van het
______________________ college te brengen. Behandelvoorstel voor De commissie Ontwikkeling wordt verzocht advies te geven aan de raad over het commissie
voorstel van het college en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de
________________________ raadsvergadering. Startnotitie Ontwikkelzone Oostpoort (2018/323321); Relevante eerdere Vaststellen Ontwikkelvisie Oostpoort (2019/712616); besl uiten -
Vaststellen Omgevingsvisie Haarlem 2045 (2021/492095);
-
Toekenning impulsbijdrage versnelling woningbouw voor ontwikkelzone Oostpoort (2021/933572);
-
Vaststellen Ontwikkelstrategie Oostpoort (2023/177910); Variant Masterplan Hart voor Oostpoort (2024/600695); Stationsbuurt Oostpoort: Principekeuzes voor het ontwerp-Masterplan
______________________
(2025/498164);
Kenmerk: 2026/197427
1/11
-
-
Besluit college d.d. 19 mei 2026
1.
Aanvraag Specifieke Uitkering Woningbouw Op Korte Termijn 2.0 (SPUK WOKT 2.0) t.b.v. de fietsverbinding F205 ter hoogte van Hart voor Oostpoort (2025/611510); Ter inzage leggen van het ontwerp Masterplan Hart voor Oostpoort (inclusief Programma van Eisen voor de Leefomgeving) (2025/782111). Collegebesluit vestigen (voorlopig) voorkeursrecht ontwikkeling Hart voor Oostpoort (2026/129881) Het college van burgemeester en wethouders stelt het voorstel aan de raad vast.
de secretaris,
Besluit raad
de burgemeester,
De raad der gemeente Haarlem,
d.d. 17 iuni 2026 Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet een voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaken, gelegen in de gemeente Haarlem, zoals aangeduid op de bij deze beschikking behorende en als zodanig gewaarmerkte grondtekening (bijlage a) en perceellijst (bijlage b), zodat op die onroerende zaken de artikelen 9.7 tot en met 9.22 van de Omgevingswet van toepassing zijn. De bijlagen vermelden de betrokken percelen, hun kadastrale grootte, erì de namen van de eigenaren en de rechthebbenden van daarop rustende beperkte rechten, volgens de stand van de openbare registers van het Kadaster per 9 april 2026. 2. Te constateren dat op deze onroerende zaken in de Omgevingsvisie Haarlem 2045 uit 2022 en in het op 21 april 2026 vastgestelde programma Masterplan Hart voor Oostpoort een ontwikkeling wordt toegedacht met een niet-agrarische functie bestaande uit woningbouw, openbare ruimte en infrastructuur, waarvan het huidig gebruik afwijkt. 3. Te concluderen dat de afgelopen twee jaar op deze onroerende zaken geen voorkeursrecht van hetzelfde bestuursorgaan op deze grondslag heeft gerust. 4.
Deze voorkeursrechtbeschikking in te schrijven in de openbare registers, zodat het voorkeursrecht in werking treedt, en de
Kenmerk: 2026/197427
2/11
voorkeursrechtbeschikking bekend te maken overeenkomstig wettelijke eisen.
5. Vast te stellen dat dit voorkeursrecht vervalt drie jaar na het ingaan ervan, tenzij voor dat tijdstip een omgevingsplan is vastgesteld dat kan dienen als grondslag voor voortzetting van het voorkeursrecht. 6. Voor toekomstige aankopen in het kader van het voorkeursrecht onder de Omgevingswet ten behoeve van de ontwikkeling Hart voor Oostpoort af te zien van een voorhangprocedure.
de voorzitter,
er,
Kenmerk: 2026/197427
3/11
1. Aanleiding Voor de gebiedsontwikkeling Hart voor Oostpoort is een masterplan opgesteld (inclusief een Programma van Eisen voor de Leefomgeving). Hart voor Oostpoort is een onderdeel van de grotere ontwikkeizone Oostpoort, waarvoor in 2019 een ontwikkelvisie is vastgesteld. Dit masterplan op hoofdlijnen is een programma dat de ambitie en het beleid voor de ontwikkeling van het gebied rondom het station Haarlem Spaarnwoude beschrijft. Het gebied wordt ontwikkeld tot een aantrekkelijke entree richting de stad, waarin een gemengd stedelijk gebied met wonen, voorzieningen en economische functies wordt beoogd. Dit wijkt afvan het huidige gebruik. Het masterplan is op 21 april vastgesteld door het college. Tegelijkertijd wordt voorgesteld de raad te verzoeken de grondexploitatie voor Hart voor Oostpoort te openen. Voor de ontwikkeling van Hart voor Oostpoort zijn de subsidie Woningbouwimpuls (WBI) en de Specifieke Uitkering Woningbouw op Korte Termijn 2.0 (SPUK WOKT 2.0) ontvangen. Om de regie over de gebiedsontwikkeling te behouden en speculatie te voorkomen, wil de gemeente op grond van de Omgevingswet een voorkeursrecht vestigen op de onroerende zaken binnen dit gebied (zie bijlagen a en b) die niet binnen de gemeente in eigendom zijn.
Dit geeft de gemeente de mogelijkheid om bij verkoop als eerste gegadigde deze grondposities te verwerven en de ambities van het masterplan te verwezenlijken. Met het voorkeursrecht ontstaat een voorkeurspositie voor de gemeente om als eerste gegadigde de grondposities binnen Hart voor Oostpoort te verwerven die niet in eigendom zijn van de gemeente, als deze worden aangeboden. Om die reden heeft het college op 21 april 2026 besloten een (voorlopig) voorkeursrecht te vestigen binnen de mogelijkheden van het voorkeursrecht onder de Omgevingswet. Het collegebesluit dient binnen drie maanden te worden opgevolgd door een besluit van de raad tot vestiging van een voorkeursrecht. Na bestendiging is de eerst mogelijke vervaldatum van het voorkeursrecht gelegen drie jaar na het ingaan ervan. Het voorkeursrecht vervalt dan, tenzij voor dat tijdstip de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, is toegedeeld in het omgevingsplan. Procesverloop Het collegebesluit is op 23 april jl. gepubliceerd. De eigenaren zijn per aangetekende brief geïnformeerd en hebben twee weken de gelegenheid gekregen zienswijzen in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht is nu gereed voor vaststelling door de raad. Het (voorlopig) voorkeursrecht van het college moet binnen drie maanden worden gevolgd door een besluit van de raad.
Na bestendiging geldt een looptijd van drie jaar. Het voorkeursrecht vervalt daarna, tenzij de beoogde functie vóór dat moment ¡s opgenomen door het opvolgend planologisch instrument en het voorkeursrecht daarop gebaseerd wordt.
Kenmerk: 2026/197427
4/11
2. Beoogd resultaat
Met het vestigen van een voorkeursrecht voor Hart voor Oostpoort heeft de gemeente een betere onderhandelingspositie om een strategische grondpositie te verwerven binnen de gehele gebiedsontwikkeling, en de mogelijkheid om regie op die ontwikkeling te voeren en prijsopdrijving tegen te gaan. Het voorkeursrecht houdt in dat andere eigenaren en andere zakelijk gerechtigden van de aangewezen onroerende zaken in het gebied hun grond bij voorgenomen verkoop eerst aan de gemeente moeten aanbieden. De gemeente kan op deze manier beter regie voeren op de ontwikkeling van Hart voor Oostpoort. 3.
Onderbouwing voorstel
3.1 Het vestigen van een voorkeursrecht zorgt voor een betere uitgangspositie op de grondmarkt om het beoogde resultaat te bereiken Haarlem heeft de ambitie om voor 2030 10.000 woningen te realiseren. De ontwikkeling Hart voor Oostpoort levert hierin een substantiële bijdrage. Om te voorkomen dat eigenaren of andere zakelijk gerechtigden van percelen in deze ontwikkelzone rechtshandelingen verrichten, die de verwerving c.q. ontwikkeling in de door de gemeente beoogde richting bemoeilijken ofvertragen, is het van belang dat de gemeente een voorkeursrecht vestigt. 3.2 Het voorkeursrecht is onderdeel van de beoogde ontwikkelstrategie ln 2023 is de ontwikkelstrategie voor de zone Oostpoort door de raad vastgesteld. Onderdeel van deze ontwikkelstrategie is dat de gemeente het voorkeursrecht onder de Omgevingswet als mogelijk instrument kan inzetten voor het realiseren van de gewenste gebiedsontwikkeling. 3.3 Met het voorkeursrecht krijgt de gemeente meer regie op de gewenste gebiedsontwikkeling Op de betreffende gronden wordt in de ðomgevingsvisie Haarlem 2045 uit 2022 en in het op 21 april 2026 vastgestelde programma Masterplan Hart voor Oostpoort een ontwikkeling toegedacht met een niet-agrarische functie bestaande uit woningbouw, openbare ruimte en infrastructuur, waarvan het huidig gebruik afwijkt.
Het doel van het vestigen van een voorkeursrecht is dat eigenaren van de gronden bij een voorgenomen verkoop hun gronden eerst aan de gemeente moeten aanbieden. Er is geen sprake van een verkoopverplichting, maar van een aanbiedingsplicht: de eigenaar beslist zelf of hij verkoopt, maar de gemeente heeft het recht van eerste koop. Met de verworven gronden kan de gemeente actief sturen op de ontwikkeiing van het gebied en versnipperd grondeigendom concentreren. Dit maakt het eenvoudiger om via ruil of verkoop deelontwikkelingen mogelijk te maken. Zonder grondpositie kan minder sturing worden gegeven aan de gewenste gebiedsontwikkeling.
Kenmerk: 2026/197427
5/11
3.4 Het voorkeursrecht voorkomt ongewenste grondspeculaties in Hart voor Oostpoort Met de door het ministerie van BZK gehonoreerde WBI-subsidie (december 2021) en SPUK WOKT 2.0 (november 2025), het vast te stellen Masterplan en de te openen grondexploitatie wordt het aantrekkelijk voor speculanten om in vrijkomende grondposities te stappen. Hiermee wordt de ontwikkeling van Hart voor Oostpoort complexer, risicovoller en vooral kostbaarder. Met de vestiging van het voorkeursrecht wordt voorkomen dat speculanten grondposities overnemen. Prijsopdrijving kan nadelige gevolgen hebben voor de kosten en de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 3.5 Algemeen belang weegt zwaarder dan individueel belang van de eigenaar Het algemeen belang dat met het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht wordt gediend, weegt zwaarder dan het individuele (financiële) belang van de eigenaar. Het voorkeursrecht verplicht de eigenaar om bij een voorgenomen verkoop de percelen in beginsel eerst aan de gemeente aan te bieden. De eigenaar kan daardoor niet vrij aan een derde verkopen, maar moet daarvoor wel de reële (marktconforme) prijs vergoed krijgen. Deze beperking voor de eigenaar weegt daarom niet op tegen het algemeen belang van de gemeente om regie te houden op de ontwikkeling en realisatie van de toegedachte bestemming op de betrokken locatie.
Daarin weegt ook het belang van de te realiseren functies mee: Haarlem heeft meer woningen nodig. De ligging nabij station, centrum en natuur maakt Hart voor Oostpoort daar geschikt voor. ln het masterplan wordt een herinrichting aan het gebied toegedacht die van Oostpoort een veilige, gezonde en prettige stadswijk en een mooie entree voor de stad beoogt te maken. De op de percelen toegedachte functies zijn hiervoor noodzakelijk. Het belang van de toegedachte functies en de herinrichting rechtvaardigt de inzet van het voorkeursrecht. 3.6 Er is geen eerder voorkeursrecht gevestigd op de percelen De percelen zijn in de afgelopen twee jaar niet betrokken geweest bij een eerdere vestiging van een voorkeursrecht van de raad op deze grondslag op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten en/of de Omgevingswet. 3. 7 Juiste moment om voorkeursrecht te vestigen Het moment van vestigen van voorkeursrecht luistert zeer nauw. Onder de Omgevingswet moet binnen 3 jaar na het vestigen van het voorkeursrecht het omgevingsplan (met de nieuwe functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd) worden vastgesteld. Eerder vestigen van het voorkeursrecht was dus niet wenselijk. ln 2022 is de Omgevingsvisie vastgesteld voor de ontwikkeling van Haarlem richting 2045.
lnmiddels is met het masterplan een programma vastgesteld waarin concreet beleid wordt gemaakt voor de ontwikkeling van Hart voor Oostpoort tot een aantrekkelijke entree en een gemengd woon-werkgebied rondom een goed bereikbare locatie. Op de aangewezen
Kenmerk: 2026/197427
6/11
onroerende zaken zijn in het Masterplan niet-agrarische, van het huidig gebruik afwijkende functies toegedacht. 4.
Risicos en kanttekeningen
4.1 Risicos 4.1.1 Binnen 3jaar na het vestigen van het voorkeursrecht moet er een omgevingsplan zijn Onder de Omgevingswet moet binnen 3 jaar na het vestigen van het voorkeursrecht op grond van artikei 9.1 lid 1 sub b, het omgevingsplan worden vastgesteld. Dit betekent dat op korte termijn het masterplan nader moet worden uitgewerkt en een omgevingsplan moet worden voorbereid. 4.1.2
De wettelijke vormvoorschriften en termijnen zijn kort en strikt
Er gelden korte reactietermijnen naar aanleiding van een aanbieding door de rechthebbende. Als een vormfout wordt gemaakt of te laat wordt gereageerd, is de rechthebbende vrij om de onroerende zaak te vervreemden. 4.2 Kanttekeningen 4.2.1. Zienswijzen belanghebbenden Belanghebbenden kunnen tegen de voorgestelde vestiging van het voorkeursrecht door de raad zienswijzen indienen. Deze zienswijzen worden meegenomen in de door de raad te maken belangenafweging bij de (definitieve) vestiging. ln deze belangenafweging kunnen ook de eventuele meer specifieke, op de individuele situatie van de eigenaar toegespitste belangen door de raad worden meegewogen. Om deze belangen kenbaar te maken zijn de eigenaren, en eventuele andere belanghebbenden, ¡n de gelegenheid gesteld om, ingevolge artikel 4:8 Awb, een zienswijze in te dienen tegen het ontwerp-raadsvoorstel. De afweging van het algemeen belang, dat is gediend met de herontwikkeling van het gebied, zal in het algemeen echter zwaarder wegen dan het individuele belang van de betrokken eigenaren. Bij de beoordeling van de zienswijzen weegt mee dat de wetgever al rekening heeft gehouden met de belangen van eigenaren en beperkt gerechtigden. lmmers, er is sprake van een uitgebreide rechtsbescherming en bestaande rechtsverhoudingen worden bij de vestiging van het voorkeursrecht voldoende gerespecteerd.
Voorts geldt dat de gerechtigden een reële (marktconforme) prijs zullen ontvangen als de gronden uiteindelijk aan de gemeente worden verkocht.
Kenmerk: 2026/197427
7/11
4.2.2 Het vestigen van het voorkeursrecht kan worden ervaren als onterecht overheidsingrijpen Eigenaren kunnen een gemeentelijk voorkeursrecht ervaren als een belemmering van hun zakelijk handelen en als onterecht overheidsingrijpen. Het is daarom van belang om direct na vestiging van het voorkeursrecht helder te communiceren. De gemeente kan daarbij ook een toelichting geven op de werking van het voorkeursrecht, en de uitzonderingen op en mogelijkheid om ontheffing van de aanbiedingsplicht te verzoeken, benoemen. 4.2.3 Het voorlopige voorkeursrecht moet binnen drie maanden door de raad worden bestendigd Om de aanwijzing en daarmee de aanbiedingsplicht voor de betrokken eigenaar te laten voortduren, is het noodzakelijk dat de raad tijdig het voorlopige voorkeursrecht bekrachtigt. Zoals aangegeven moet dit gebeuren en in werking treden binnen 3 maanden na de inwerkingtreding van het collegebesluit. Gebeurt dit niet, of niet tijdig, dan vervalt het voorlopig voorkeursrecht en zijn eigenaren en rechthebbenden vrij om hun percelen te vervreemden. De gemeente kan de door haar gewenste regierol niet verwezenlijken. 4.2.4 Gevolgen bij aanbieding gronden aan de gemeente De vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht kan betekenen dat gronden aan de gemeente te koop worden aangeboden.
Het coliege moet binnen de termijn van 6 weken na een aanbod van een eigenaar een besluit nemen of het in beginsel bereid is de onroerende zaak tegen nader overeen te komen voorwaarden te verwerven. Als zij dat niet of niet tijdig doet, dan heeft dat tot gevolg dat de grondeigenaar gedurende drie jaar vrij is om de grond aan een andere partij te verkopen. Als het college een zogenoemd positief beginselbesluit heeft genomen, treden partijen in onderhandeling. De eventuele aankoop door de gemeente moet gebeuren tegen de werkelijke waarde, wat op dat moment uiteraard financiële gevolgen heeft. 4.2.5
Afnameverplichting na doorlopen prijsvaststellingsprocedure
Als de onroerende zaak is aangeboden, het college heeft besloten deze in beginsel te willen verwerven onder nader overeen te komen voorwaarden, en er geen overeenstemming is bereikt in onderhandelingen, kan op verzoek van de rechthebbende door de rechtbank worden vastgesteld wat de prijs van de onroerende zaak moet zijn. Als de rechthebbende dit verzoek om een prijsvaststellingsprocedure doet, moet namens het college binnen vier weken de rechtbank verzocht worden om een oordeel over de prijs te geven. Als dit verzoek namens het college niet wordt gedaan, of wordt ingetrokken, is de rechthebbende ook drie jaar vrij om tot vervreemding over te gaan. Als de rechtbank na het doorlopen van de prijsvaststellingsprocedure een prijsbeschikking heeft gegeven, kan de rechthebbende beslissen of hij voor die prijs wil vervreemden. Als hij dat wil, ¡s de gemeente in dat geval verplicht af te nemen. De rechtbank stelt de prijs vast conform de werkelijke waarde. ln hoogst uitzonderlijke gevallen (die moeten bestaan uit bijzondere persoonlijke omstandigheden van de vervreemder), kan de vervreemder de rechtbank vragen tegen een door de rechtbank vast te stellen prijs mee te werken aan overdracht, als de gemeente na een positief beginselbesluit zou afzien van aankoop.
Kenmerk: 2026/197427
8/11
4.2.6 Voorhangprocedure niet haalbaar in verband met termijnen voorkeursrecht Het college dient binnen zes weken na ontvangst van een aanbod tot koop te besluiten of de gemeente in beginsel bereid is de gronden te kopen of op grond van een andere titel te verkrijgen (artikel. 9.13 Omgevingswet). Bij overschrijding van deze termijn is de vervreemder (eigenaar) gedurende drie jaar vrij om de grond aan een andere partij te verkopen. Bij aankopen van grond met een prijs tussen € 500.000 en € 1.000.000,- door de gemeente wordt een lichte voorhangprocedure gehanteerd (ter zienswijze aan de commissie voorgelegd). Bij aankopen van grond met een prijs boven de € 1.000.000,- geldt een zware voorhangprocedure (ter advisering naar de gemeenteraad en in de gelegenheid is gesteld om het voorgenomen besluit te bespreken). Het organiseren van een voorhangprocedure binnen de wetteiijke termijn van artikel 9.13 Omgevingswet is gezien het vergaderschema van college en raad echter niet haalbaar. Om die reden wordt de raad verzocht een zienswijze te geven over het afzien van een voorhangprocedure voor aankopen in het kader van het voorkeursrecht onder de Omgevingswet ten behoeve van de ontwikkeling Hart voor Oostpoort. De raad wordt zo snel mogelijk geïnformeerd over individuele aanbiedingen via een raadsinformatiebrief. 4.2.
7 Besluitvorming door de raad volgt kort na besluitvorming college Tegen het collegebesluit tot voorlopige aanwijzing kan weliswaar bezwaar en beroep worden ingesteld, maar doordat het raadsbesluit hier kort op moet volgen, vindt een inhoudelijke behandeling van eventuele bezwaarschriften niet voor het raadsbesluit plaats. Een bezwaar tegen het collegebesluit wordt, als het collegebesluit vervalt omdat een raadsbesluit in werking treedt, van rechtswege geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad (art. 16.32c Omgevingswet). 5. Consequenties en uitvoering Het ontwerp raadsbesluit ls op 23 april jl. voor inspraak vrijgegeven. Hierop volgend heeft het college de raad een voorstel gedaan voor een definitief besluit ter zake. Dat raadsbesluit moet binnen drie maanden na ingang van het voorlopig voorkeursrecht zijn genomen en zijn ingeschreven in de openbare registers om de werking van het voorkeursrecht niet onbedoeld te onderbreken. 5.1 Financiën Met het instellen van het voorkeursrecht creëert het college de mogelijkheid om op grond van het voorkeursrecht grondposities te verwerven. ln de — nog nader door de raad vast te stellen grondexploitatie — is rekening gehouden met het verwerven van de grond.
Voor de eigendommen die niet in overheidshanden zijn, geldt dat deze recent zijn getaxeerd en dat die waarde is opgenomen in de nog te openen grondexploitatie Hart voor Oostpoort. Bij grondaankoop streeft de gemeente ernaar de grond zo kort mogelijk op de balans te laten staan. De gemeente treedt actief op in deelgebieden waar zij een sterke grondpositie heeft of waar de
Kenmerk: 2026/197427
9/11
maatschappelijke urgentie hoog is. Uitgangspunt is dat de verworven gronden op korte termijn worden doorverkocht naar een gebiedsontwikkelaar of door de gemeente zelf actief worden ontwikkeld en geëxploiteerd. 5.2 Communicatie Het raadsbesluit tot aanwijzing wordt door het college toegezonden aan ieder van de in het besluit vermelde eigenaren en beperkt gerechtigden. Het raadsbesluit wordt ter inzage gelegd en hiervan wordt kennisgegeven ¡n het Gemeenteblad. De raad wordt zo snel mogelijk geïnformeerd over individuele aanbiedingen tot aankoop van gronden via een raadsinformatiebrief. Bezwaar en beroep: Tegen het raadsbesluit tot vestiging van een voorkeursrecht staat bezwaar open bij de raad. Bezwaar of beroep tegen het collegebesluit tot voorlopige aanwijzing wordt (mede) geacht te zijn gericht tegen het in werking getreden besluit van de gemeenteraad (artikel 16.32c, eerste lid Omgevingswet). 5.3 Participatie De vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht leent zich niet voor participatie of voorafgaand overleg met belanghebbenden of belangstellenden. Dergelijk overleg kan marktpartijen ertoe aanzetten om een positie in te nemen in het gebied. Bij de voorbereiding van de raadsbehandeling zijn belanghebbenden wel in de gelegenheid gesteld om een zienswijze ¡n te dienen (zie hiervoor onder 4.2.1).
5.4 Juridisch De juridische grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht ligt sinds 1 januari 2024 in artikel 9.1 van de Omgevingswet. De aanwijzing door de gemeenteraad is geregeld in artikel 9.1 lid 1 Omgevingswet. Procedure 1. Het college van burgemeester en wethouders heeft de gronden voorlopig aangewezen Op 21 april jl. heeft het college een besluit genomen om het voorkeursrecht voorlopig te vestigen. Tegen het besluit van burgemeester en wethouders stond ingevolge de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bezwaar open. Belanghebbenden hebben gedurende een termijn van zes weken, vanaf de terinzagelegging van dit besluit, de mogelijkheid gehad een bezwaarschrift in te dienen.
Kenmerk: 2026/193427
10/11
-
2. Met het besluit voor vestiqen van het (voorlopig) voorkeursrecht heeft het college ook het besluit genomen om ontwerp-raadsbesluit ter inzage te leggen Met het besluit van het college om het (voorlopig) voorkeursrecht te vestigen, heeft het college ook een ontwerp raadsbesluit voor inspraak vrijgegeven. Het voorstel ontwerp-raadsbesluit is in het Gemeenteblad van 22 april jl. gepubliceerd erì heeft 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende een periode van twee weken konden belanghebbenden ingevolge artikel 4:8 Awb zienswijzen ten aanzien van het voorgenomen raadsbesluit naar voren te brengen. 3. Besluit gemeenteraad De gemeenteraad bestendigt met het besluit het voorkeursrecht op de grond(en). Dit besluit geldt voor een periode van drie jaar. Het besluit van de gemeenteraad wordt in het Gemeenteblad gepubliceerd. Belanghebbenden en/of eigenaren kunnen binnen zes weken na kennisgeving, zowel schriftelijk als mondeling, bezwaar maken tegen het besluit van de gemeenteraad. Het bezwaar tegen het besluit van het college wordt mede gezien als een bezwaar tegen het raadsbesluit. 5.5 Planning De raad dient uiterlijk tijdens de vergadering van 18 juni a.s. een besluit te nemen over bestendiging van het voorkeursrecht. 6.
Bijlagen
Bijlage a. Kadastrale kaart met markering eigendommen waar het voorkeursrecht op gevestigd wordt Bijlage b. Lijst met overzicht rechthebbenden aanwijzing voorkeursrecht
Kenmerk: 2026/197427
11/11