CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

gemeenteraad 15 december 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Opening en mededelingen33.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

35

De voorzitter: Dank u wel. De heer Bruch. De heer Bruch: Ja, wij vonden het een mooie combinatie de motie met het amendement. Nu is het amendement niet aangenomen en dan hebben we zoiets, ja, als dat dan inderdaad ook vertraging op zou leveren, dat willen we niet. En het is ook niet duidelijk dat er middeldure woningen bijkomen wat wij heel belangrijk vonden. Dus wij gaan hem niet steunen deze motie. Sorry, mijnheer Visser. De voorzitter: Dank u wel. De heer Heinis. De heer Heinis: Wij gaan de motie wel steunen maar we sluiten aan bij wat een aantal anderen al zeiden, om wel snel dit te onderzoeken en snel een keuze voor wel of niet te maken zodat we niet al te veel vertraging oplopen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter, wij gaan het niet steunen als Trots Haarlem. We hebben hier in de raadzaal hebben de meeste partijen de mond vol van diversiteit en afspiegeling van de maatschappij. En dat je dan met een krankzinnig idee komt om nog meer sociale huur te stoppen in een wijk waar al 65% sociale huur is, dan zorg je alleen maar voor een grotere tweedeling in de maatschappij. Daar werken wij niet aan mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we de balans opmaken in de stemming.

Wie is voor deze motie? Dat is Partij van de Arbeid, D66, Partij voor de Dieren, Jouw Haarlem, Actiepartij, ChristenUnie, SP, CDA en GroenLinks. Dat is een meerderheid, de motie is aangenomen. 26. Vaststellen startnotitie actualisatie participatie De voorzitter: Dan gaan wij door naar agendapunt 26, vaststellen startnotitie actualisatie participatie. Belangrijk onderwerp natuurlijk maar al heel lang over gesproken in de commissie dus we gaan zien wat dat nu oplevert. Wie wenst daarover het woord? De heer Van den Raadt: Nou, een punt van de orde, voorzitter. U zegt dat dit een heel belangrijk onderwerp is maar waarom staat dit dan als laatste op de agenda? Ja, dan officieel een motie vreemd maar … De voorzitter: Ja, we hebben … De heer Van den Raadt: Als het zo belangrijk is, is het niet logischer dat het ‘…’. De voorzitter: Nee, wij hebben nooit als presidium ervoor gekozen om te zeggen dat de volgorde op de agenda bepaald wordt door het belang van het onderwerp. Dat is … Dat verband is er niet. Ik kijk even naar de sprekers. De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Vanavond spreken we over de samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners en dat gaat in Haarlem eerlijk gezegd niet zoals we het willen. Het college merkt het zelf ook.

Het college geeft aan dat er vaak een verschil van verwachtingen is tussen de gemeente en Haarlemmers waardoor goede intenties regelmatig tot teleurstellingen leiden. En in de basis zou deze startnotitie een stap moeten zijn om nieuwe teleurstellingen te voorkomen. Maar hoe stelt het college dat zich voor? De gemeente gaat vooraf regels stellen over de mate van invloed van bewoners. Een geval zoals

36

Domus Plus of Skaeve Huse gaat in de toekomst niet meer gebeuren want over de locatiekeuze is het voorstel de stad daar niet in te betrekken. En ook bij de stedelijke vraagstukken mag er alleen meegedacht worden. En dat gaan we vervolgens heel goed communiceren en dat gesprek goed vastleggen en dan zal het beter gaan. De VVD verwacht dat het stellen van dergelijke spelregels eerder het gevoel aanwakkert dat de gemeente over de Haarlemmers beslist en niet met de Haarlemmers en de teleurstelling zal eerder toenemen. Dat brengt mij bij de vraag of wij wel hetzelfde beeld hebben van de besproken teleurstelling. Het college schrijft dus dat er verschillende verwachtingen zijn en die leiden tot teleurstellingen. Nu willen wij niet voor deze wethouder invullen wat deze teleurstellingen zijn dus stel ik hem een aantal open vragen daarover. Welke drie participatietrajecten hebben volgens de wethouder tot de grootste teleurstelling geleid en hoe ziet die teleurstelling eruit? En wat doet deze teleurstelling met de relatie tussen de gemeente en de bewoners? En wat heeft de gemeente gedaan om deze relatie te herstellen? Bent u nog in gesprek geweest met de teleurgestelde Haarlemmers? Heeft u misschien een bloemetje gebracht of een kaartje gestuurd? De reden dat ik hier langer bij stilsta is dat samenwerken vraagt om een goede relatie.

En deze startnotitie is een slechte start op het moment dat het college geen erkenning geeft voor de teleurstelling die ze aangeeft te herkennen. Dan is het gesprek bij voorbaat kansloos. Is er momenteel voldoende basis voor een goed gesprek over de samenwerking? Ik vrees dat er een D66-antwoord volgt, ja en nee. Ongetwijfeld … Je hebt nog twintig seconden. Ongetwijfeld zullen er georganiseerde belangengroepen te vinden zijn die graag het gesprek met de gemeente aangaan over samenwerken. Maar er zijn ook grote groepen Haarlemmers die helemaal niet zitten te wachten op gesprekken over samenwerken met de gemeente. Dat zijn de groepen die teleurgesteld afgehaakt zijn. Die zien weer een ambtelijk stuk langskomen dat vraagt om een gesprek maar waar de uitkomst bij voorbaat al vastligt. Het is een gesprek zonder waarde, het is showparticipatie. En dan zijn er nog de Haarlemmers die nooit aangehaakt waren. Druk aan het werk of druk met het leven. En de kans dat deze startnotitie de vonk is die het democratisch vuur gaat aanwakkeren, die lijkt ons niet groot. En als dat wel gaat gebeuren op één van die twee zaterdagen in februari waarin de wethouder op straat mensen gaat aanspreken, dan mogen we spreken van een laat kerstwonder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van Leeuwen.

De heer Van Leeuwen: Ja, ik hoor de heer Van Kessel het hebben over showparticipatie maar ik zie geen voorstellen. Ik heb een hele lange bijdrage van u gehoord bij de commissie. U komt nu niet met voorstellen. Vindt u dit niet een staaltje van showoppositie eigenlijk wat u aan het voeren bent? De voorzitter: Ja, dat was een interruptie. De heer Van Kessel: Nou, kijk, wat ik in mijn termijn heb uitgelegd is op het moment dat je een gesprek start met de stad terwijl je aan de voorkant al weet wat de uitkomst van dat gesprek moet zijn dan is er sprake van showparticipatie. En wat wij dus doen is tegen het voorstel stemmen. De voorzitter: Nog een keer, ja. De heer Van Leeuwen: Waarom doet u niet gewoon concrete inhoudelijke voorstellen hoe u het anders zou willen doen? De heer Van Kessel: Nou, wat ik heb gedaan als u goed heeft geluisterd is dat ik de wethouder heb gevraagd om eigenlijk een reflectie te geven op die teleurstelling. Er wordt … En dat vind ik goed, het college beaamt dat er teleurstelling is geweest in een aantal participatietrajecten. Maar in geen van de stukken, ook niet in de startnotitie, is uitgelegd, hoe ziet die teleurstelling er nou uit? En op het moment dat je een gesprek aangaat

37

met iemand over, hoe gaan wij goed samenwerken, maar die teleurstelling blijft boven de markt hangen dan gaat dat geen goed gesprek worden. Als je in een relatie spanning hebt zitten dan kom je niet verder op het moment dat die spanning erin blijft zitten. En daarom vraag ik aan deze wethouder, nu maar het mag van mij ook in de kerst en tijdens dit hele traject wat gaat gebeuren want het gaat toch wel door, om na te denken over, hoe gaan we nou om met die Haarlemmers die teleurstelling hebben? Gaan we erlangs, gaan we een bloemetje brengen, gaan we een kaartje brengen, gaan we daarmee in gesprek? Hoe gaan we dat doen? Geen begin van een antwoord hier. En ik denk, wij denken bij de VVD dat als je het op die manier gaat doen, dat deze startnotitie, dat dat gesprek bij voorbaat kansloos is. En het zou beter zijn als de wethouder daar wat mee doet. Dat kan ik in een motie zetten, dat kan ik een interruptie beantwoorden, het staat nu in de handelingen. De voorzitter: Dank u wel. Interruptie van de heer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Nou, dit vind ik zelf ook een beetje teleurstellend. We hebben het hier inderdaad uitgebreid in de commissie over gehad en volgens mij zaten we daar min of meer hetzelfde in.

Maar wij hebben het voor elkaar gekregen dat we inderdaad niet al met, ja, zeg maar een vaststaande uitkomst de participatie of de inspraak ingaan maar we hebben het allemaal voorlopig gemaakt. Nou, dat biedt de ruimte dat ook echt geluisterd wordt naar de inbreng. Dat is in ieder geval onze visie geweest. En dat is ook keurig aangepast in het stuk. Maar u doet alsof er geen discussie is geweest in de commissie en alsof het stuk niet aangepast is. Dat vind ik op zich ook wel jammer. De heer Van Kessel: Ja, kijk, en dan zit er een verschil tussen een woord in een tekst aanpassen, in een ambtelijk stuk en dan hopen dat het allemaal goed is, of het is daadwerkelijk een gesprek willen voeren over die intentie die het college hierachter heeft. En daar vraag ik naar. En die kan ik niet raden maar die valt zeker niet door één woord te wijzigen, in een tekst verandert die instelling niet. Dus ik heb liever dat gesprek daarover dan dat ik één woordje verander en trots aan de stad laat zien, kijk eens, ik heb het woord voorlopig toegevoegd aan een principe. De voorzitter: Mijnheer Aynan nog een keer. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Kijk, wat we hebben gedaan is ruimte bieden dat we inderdaad met een open blik het gesprek aangaan met de stad. Kijk, wat het college belangrijk vindt, vind ik eerlijk gezegd niet zo imponerend.

Ik vind het veel belangrijker dat we met de stad in gesprek gaan en dat we daar dus ook gewoon dingen ophalen die zij belangrijk vinden. En dan komt het college terug en dan hebben we hier met zijn allen een ordentelijk debat erover. Dat is hoe wij het zien en daarom zullen we ook instemmen met de vrijgave voor inspraak van het stuk. De heer Van Kessel: Ja, goed, en in dat stuk wat wordt gestuurd daar wordt geciteerd uit het coalitieakkoord. Er zijn gewoon afspraken gemaakt in de coalitie over, hoe moet die participatie eruit komen te zien? En dan ga je vervolgens tegen mensen die eigenlijk al teleurgesteld zijn over de manier waarop ze de afgelopen jaren gehoord zijn of niet gehoord zijn, die ga je vervolgens vragen, wilt u ook nog een keertje input leveren op dit stuk? En u noemt dat een open gesprek. Ja, ik snap die teleurstelling van die Haarlemmers wel en ik geloof niet dat die in dit traject actief gaan participeren. Ik zie dat op deze manier niet gebeuren. En ik zeg, je moet dus eerst die spanning weghalen en erkennen wat daar misgegaan is om echt te zorgen dat ook een vruchtvol, een open gesprek plaatsvindt. De voorzitter: Is de laatste keer, mijnheer Aynan, voor dit punt

38

De heer Aynan: Ja, voorzitter, dank u wel. Kijk, volgens ons kan het ook heel goed samen. We zien die teleurstelling, u kent ons ook als iemand die ook echt gewoon goed luistert naar de input van de bewoners en ook naar degenen die tegen zijn. Volgens mij gaan we hier inderdaad ook echt dat gesprek met de bewoners aan, we halen ook daar input voor op. En dan is het ook aan ons om niet alleen de afgehaakten en teleurgestelden te bedienen maar hen ook hoop te geven. En volgens mij is dat ook een politieke plicht vanuit de raad. Dat is in ieder geval hoe wij hierin staan. De voorzitter: Uw spreektijd is in ieder geval voorbij. De heer Aynan: O, dan ben ik ook teleurgesteld en meteen ook afgehaakt. De voorzitter: Ja. Ja, zo is het. Goed. Mevrouw Çimen nog. Mevrouw Çimen: Ik heb eigenlijk ook geen tijd meer maar heel snel. Ja want wat ik wel lastig vind want de heer Van Kessel verwijst naar het coalitieakkoord waar er afspraken in zouden staan. Volgens mij klopt dat helemaal niet. Ik weet het wel zeker. Kijk, u geeft aan, beste wethouder, gaat u eens nadenken over hoe teleurgesteld en afgehaakt Haarlem, hoe we die weer bij het feestje weten te betrekken eigenlijk. Het goede gesprek met elkaar weten aan te gaan. Maar wat is dan het ei van Columbus volgens u? Want u zegt, ja, een bloemetje brengen, erkennen in een ambtelijk stuk dat er dingen zijn misgegaan.

Volgens mij hebben we dat allemaal erkend. Wat is nou het ei van Columbus? De heer Van Kessel: Ja, mevrouw Çimen zegt van, we hebben het allemaal erkend maar ik heb het stuk niet gezien. Ik heb geen stuk gezien waar uitgelegd wordt over wat er misgegaan is in het Domus Plus dossier. Ik heb geen stuk gezien over wat er mis is gegaan in het Anton Pieckhofje. Ik heb geen stuk gezien over waar gereflecteerd wordt op het afschaffen van de draagvlakonderzoeken voor parkeren. Dat zijn de dingen waar de mensen boos om zijn in Haarlem, dat zijn de dingen waar de mensen op afgehaakt zijn. En vervolgens dan een gesprek gaan hebben over, goh, zullen we een gesprek gaan hebben over hoe wij met elkaar samenwerken? Nou, dan weet ik dat die Haarlemmers nog wel wat, nog iets open hebben staan waar ze graag van het college horen, als er dan over teleurstelling wordt gesproken, wat zijn die teleurstellingen dan en hoe gaat het college daar eerst wat aan doen voordat de weg weer vrij is voor een goed gesprek? De voorzitter: Dank u wel. Geen repliek meer voor mevrouw Çimen en ook de heer Van Kessel is bijna door zijn tijd heen. Mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik ben toch wel verbaasd over dit verhaal want wij hebben hier als gemeenteraad allerlei instrumentaria om dingen te bewerkstelligen.

Als er bijvoorbeeld beleidsstukken zijn waar u het niet mee eens bent kunt u een amendement indienen en daar een meerderheid voor vinden. Maar die missen we gewoon en ik heb nog steeds niet van u kunnen horen waarom u bijvoorbeeld geen amendement hebt ingediend om dit stuk aan te passen? De heer Van Kessel: Nou, dat zei ik al, omdat wij gewoon tegen gaan stemmen. De voorzitter: Ik heb ook het idee dat het antwoord echt wel een paar keer gegeven is alleen daar zult u het niet snel over eens worden waarschijnlijk. Dan kijk ik even verder naar andere bijdragen. De heer Rademaker. De heer Rademaker: Ja, dank u wel, voorzitter. We spreken over de ambitie van het college om het participatiebeleid te vernieuwen. Het is de bedoeling dat bij participatie in een vroeg stadium ideeën, wensen

39

en belangen worden opgehaald. Er zou opnieuw afgesproken worden hoe de samenwerking tussen inwoners, ondernemers, college en raad wordt verbeterd. Dat klinkt allemaal prachtig zou je zeggen maar als het aankomt op boter bij de participatievis dan is het college niet thuis. Kijk maar hoe het betaald parkeren onze Haarlemmers door de strot wordt geduwd. Veel inwoners van de Haarlemse wijken waar de gemeenteraad betaald parkeren wil invoeren voelen zich voor het blok gezet. Het stadhuis wordt overspoeld met inspraakreacties en een petitie tegen het plan is al duizenden keren ondertekend. Maar de uitkomst staat vast als het aan de wethouders ligt, betaald parkeren komt er. BVNL wil echt betere participatie en komt daarom met een initiatiefvoorstel. BVNL zal het initiatiefvoorstel indienen en het hopelijk bij de eerstvolgende vergadering nog kunnen presenteren. In het initiatiefvoorstel wil BVNL de kiezers bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen niet alleen laten stemmen op personen en partijen maar ook op onderwerpen. Ook vindt BVNL dat de politiek van onder naar boven moet werken. De samenleving bepaalt de agenda en beslist. Daarom wil BVNL een burgertop, een burgerbegroting en een burgerjury. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk of er nog andere bijdragen zijn. Mevrouw Van den Broek.

Mevrouw Van den Broek: Voorzitter, tijdens de commissie Bestuur hebben we lang gesproken over mensen die we niet horen in participatietrajecten, wel willen horen maar ze vervolgens niet bereiken of op een manier die je liever niet wilt zoals een petitie met zevenduizend handtekeningen. Bij participatie geldt niet, one size fits all. Voorafgaand aan een heel participatietraject zullen we veel beter een analyse moeten maken van het DNA van de wijk en haar bewoners. Wat leeft er in deze wijk, wat zijn zorgen en wensen van bewoners nog überhaupt los van het plan of project dat de gemeente wil uitvoeren. Niet gelijk een oplossing voorleggen maar meer de vraag of het probleem open op tafel leggen. Participatie meer zien als een continue dialoog tussen overheid, inwoners en betrokkenen en niet van project tot project. Daar zullen we de methode op aan moeten passen. Dat betekent wellicht op de ene plek driehonderd koppen koffiedrinken en in een andere wijk misschien een online enquête via social media. Als mensen zich echt gehoord voelen in een proces zullen ze wellicht de dilemma’s waar een gemeente vaak voor staat ook beter begrijpen. Voorzitter, wij kunnen ons in de lijn der principes vinden maar vragen nadrukkelijk dus wel meer aandacht voor de basis voorafgaand aan een participatietraject en ik hoop daar ook nog wel een stukje reflectie op. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Ja, dank u wel, voorzitter. Laten we positief beginnen. Forum voor Democratie is blij om te zien dat er zo stevig wordt gehamerd op de communicatie omtrent participatie. We denken dat het belangrijk is om ten alle tijden duidelijk te zijn waarover en hoe de invloed van de burger kan plaatsvinden. Daarnaast constateren wij ook het volgende. Veel participatie gaat over een hoe-vraag en niet over of iets gebeurt. Wij bepalen hier als gemeenteraad de kaders en burgers hebben dan vervolgens inspraak over kleinere zaken. Feitelijk zouden we dan wel voldoen aan onze democratische taak. De grootste inspraak ligt uiteindelijk toch bij de verkiezingen die eens in de vier worden gehouden. Daar valt het meeste te zeggen en daar bepaalt de kiezer welke partijen die kaders mogen gaan bepalen. Nu ligt daar een nuance in waar we volgens mij maar weinig aandacht aan besteden. Stemmen is namelijk voor veel mensen een afweging. Wanneer je een stemwijzer invult zul je het praktisch nooit 100% eens zijn met een bepaalde partij. Daarbij kan het zijn dat je het bijvoorbeeld wel eens bent met een algemene visie maar het oneens bent met een bepaald beleid aan de hand daarvan. Neem als voorbeeld het parkeerbeleid. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die bijvoorbeeld op ons of op de VVD hebben gestemd die het daar wel mee eens zijn.

Tegelijkertijd zullen er ook mensen zijn die op de coalitie hebben gestemd die het daar oneens mee zijn. Er is een bepaald compromis gemaakt in het stemmen ervan. Als je het voor 70% met een partij eens bent wordt er 30% van jouw denkwijze niet

40

meegenomen. Daar moet ook ruimte voor zijn. We willen meer ruimte maken voor die nuance en die totale visie van de Haarlemmer. En daarom verzoeken we het college in onze motie, samen met Trots, genaamd, geef de burger het vertrouwen met een referendum om aan de startnotitie een referendum als laatste mogelijkheden van de uiteindelijke actualisatie van de participatie toe te voegen. Ook dit moet dan duidelijk gecommuniceerd worden. Je kunt heel simpel in een brief ook een kopje maken met, u heeft op dit onderwerp het recht om een referendum in te dienen. Goed, tot zover. De voorzitter: Ik aarzel nu even want heeft u nou het dictum voorgelezen van de motie? Mevrouw Hartman: Ja. De voorzitter: Oké. Ja, want ik zat me even af te vragen of ik dat goed gehoord had. Oké, dank. Ik ga even verder. Ja, de heer Kuin. De heer Kuin: Even aandacht trekken. De voorzitter: Wat zullen we er eens over zeggen. Ja. De heer Kuin: Ja, wat zullen we er eens over zeggen. Ik zal er de tijd voor nemen ja. Ja, daarom bespaar ik mijn tijd. Nou, ik wou zeggen dat ik een beetje verbaasd ben over hoe het hier gaat omdat mijn beleving, subjectieve beleving van de commissie was dat iedereen van mening was dat de notitie toch eigenlijk wel heel schaars was, wel heel mager was.

En de vraag werd door meerdere partijen opgeworpen, welke vraag leggen we met deze notitie aan de burgers van Haarlem voor? En volgens mij zaten we elkaar collectief aan te kijken, wat is hierop hier het antwoord? Dus maar er was een soort, nou ja, we moeten toch wat, laten we dit maar doen. Wat ons betreft is invloed van Haarlemmers van cruciaal belang en gaan mensen zich er ook mee bemoeien als ze echt invloed hebben. Dus wij denken dat echte invloed van groot belang is voor participatie. Daarnaast is heldere besluitvorming van groot belang dat mensen mee gaan doen en er moet vertrouwen zijn dat er ook iets mee gebeurt bij de Haarlemmers willen ze ook gaan participeren. Echte invloed heb je naar onze mening met een referendum. Wat ons betreft blijven wij pleiten voor een bindend referendum. We zullen ook de motie van Forum gaan steunen op dat vlak. Heldere besluitvorming, we hebben dat al meerdere keren genoemd. En daar is eigenlijk deze notitie ook een voorbeeld van. We hakken alles in stukjes en deze notitie begint met, toch, ja, hele vage open deuren principes. En ik denk dat je daar ook geen antwoord op krijgt. Niks spannends. Het enige spannende is dat de wijk mag gaan over wat er in de wijk gebeurt. Ik voorspel u dat naarmate we verder gaan in dit proces, dat dat leidende principe enorm gaat worden ingeperkt. Natuurlijk.

En dan zeggen wij, doe dat nu maar meteen, dan hebben we een spannend debat met de Haarlemmers. Dus echte invloed is van belang en een heldere besluitvorming is van belang. En daarnaast, eens met de VVD, vertrouwen is van belang en Haarlem heeft de afgelopen tijd niet laten zien dat vertrouwen waardig te zijn. Dus Haarlem zal moeten erkennen en reflecteren wat er de afgelopen tijd minder goed is gegaan met de betrokkenheid en het betrekken van burgers bij de besluitvorming. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, de heer Kuin hoor ik zeggen, de Haarlemmer verdiende het vertrouwen niet. Of luister ik niet goed?

41

De heer Kuin: Ik weet niet wat ik gezegd heb. Ik weet wel wat ik bedoelde maar ik weet niet precies hoe ik het gezegd heb. Ja. Nee, het is van belang dat er vertrouwen is, dat er iets mee gebeurt. En de afgelopen tijd zijn er verschillende voorbeelden waaruit gebleken is dat dat niet het geval was. De voorzitter: Ja, de heer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, dank u wel. De heer Kuin, begrijp ik goed dat u zegt dat u voor een referendum bent? En vindt u ook dat als er besluitvorming wordt gedaan over bijvoorbeeld kwetsbaren zoals daklozen, dat daar ook een referendum aan te pas moet komen? Of dan dat het besluit dan bij de gemeenteraad ligt? De heer Kuin: Wat mij betreft kan alles aan de Haarlemmers worden voorgelegd en daar heb ik enorm vertrouwen in. Kijk, als je een referendum ziet als een verkiezing waarbij mensen ja en nee invullen en er geen debat wordt georganiseerd, je moet het debat organiseren, je moet campagnes voeren. En ik heb vertrouwen, als we de burgers daarbij betrekken dat daar iets goeds uit gaat komen. Ook bij hele moeilijke onderwerpen, de mensen zijn niet achterlijk. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere bijdragen? De heer Smit. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Voorlopig, maar de signalen zijn wel erg zorgwekkend. En dat vinden we natuurlijk in de leidende principes. Ik ga even terug naar het verleden.

In 2010 stond er nog in het coalitieakkoord, participatie en inspraak moet plaatsvinden op momenten die ertoe doen. Relevante momenten. Ook vroeg in het beleidsproces. Stond er. Dat was de goede oude tijd. En dus hadden we in 2011 een serieuze participatie- en inspraakprocedure die klonk als een klok. Nu twaalf jaar later staat in de kadernota op pagina 15 dat over alles wat in de omgevingsvisie aan beleid is gestopt, de Haarlemmers niet meer mee mogen participeren over de wat-vraag, alleen nog over de hoe-vraag. Die viooltjes op de rotonde, geel of blauw. Niet meepraten bijvoorbeeld over de hoeveelheid parkeerplaatsen die er weggaan maar alleen waar ze weggaan. Anno 2022. Overigens, daar mag zelfs Meerwijk niet over meepraten. Geacht college, het is een vraag aan u, klinkt dit als een vooruitgang ten opzichte van 2011? Een prachtige tekst in deze startnotitie ook, participanten hebben vaak het gevoel dat hun inbreng in een zwart gat verdwijnt. Vaak. Ook bestaat onduidelijkheid over hoe hun inbreng wordt gewogen. Nou, daar kunnen we over meepraten. Er is behoefte aan duidelijke en betere terugkoppeling. Geachte collega’s, geacht college, de Haarlemmers hebben het recht om inbreng te leveren over de wat-vragen bij besluitvormingstrajecten die in het verleden, en soms echt wel een tijdje geleden, tot stand zijn gekomen.

Zoals de ontwikkelzones maar zoals een heleboel trajecten over mobiliteit enzovoort. En dat is één. En een tweede is waar we ons erg zorgen om maken, bij het leidend principe staat dat de gemeente, waar de gemeente een zorgplicht heeft of wil hebben we in feite met zijn allen buitenspel staan. En dan de woorden van de VVD nog een keer herhalend, als we nog een keer zo’n drama krijgen als het Anton Pieckhofje, waar we eigenlijk als raad buitenspel stonden, waar de buurt buitenspel stond, waar ambtelijk een drama van gemaakt is, dan lijkt het alsof dat griezelige draaiboek nog steeds uitgevoerd kan worden. Kortom, er staat inderdaad voorlopig maar de discrepantie tussen wat de Haarlemmers eigenlijk verdienen en tussen de voorlopige leidende principes is enorm groot. En iedereen mag zijn best gaan doen het komend jaar en vooral doen maar wij verwachten er niet al te veel van. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Drost. De heer Drost: Ja, een kleine interruptie maar wat wilt u dan veranderen aan die leidende principes, wat is daar niet goed aan?

42

De heer Smit: Dank u voor deze opening. Nou, ik zou zeggen, in 2011 hebben we iets geweldigs op papier gezet, daar mankeert helemaal niets aan. Maar als je vindt dat er wel wat aan mankeert, dan wilt u terug, dan wilt u naar een situatie waarin de Haarlemmers minder te vertellen hebben. In ‘11 stond er iets geweldigs op papier. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Nou, volgens mij stond er duidelijk wat u al zei, op het goede moment de juiste participatie vormgeven. En ik denk dat dat ook in het stuk terug staat. Dus op het moment dat je het over het mobiliteitsbeleid, de omgevingsvisie, over stadsbrede opgave gaat, ja, dan heb je het over dat soort zaken. En als je wat meer op kleiner niveau bezig bent, dan heb je het over wat kleinere vormen van participatie. Dat sluit perfect aan bij 2010. Dus dan kom ik terug op mijn vraag bij die leidende principes, wat wilt u daar anders aan? De heer Smit: Misschien vergeet u iets wat ik net voorlas, dat in de kadernota op pagina 15 staat dat over alles wat in de omgevingsvisie aan beleid is gestopt de Haarlemmers niet meer mee mogen participeren over wat. Dat staat er gewoon. Nou, als u dat in de lijn van 2011 vindt liggen dan hebben we blijkbaar een taalkundig probleem wat ik niet met u op kan lossen. De heer Drost: Nee, maar ook die omgevingsvisie die staat ook netjes genoemd in dit stuk.

Ja, daar kunnen ook mensen gewoon meedenken over die dingen die in de omgevingsvisie staan. De heer Smit: Over het hoe alleen maar niet meer over het wat, staat op pagina 15 van de kadernota. De voorzitter: Goed. U bent ook door uw spreektijd heen. Ja, ik weet het. Ja. Dus wij gaan, wij kijken nog even of er nog andere bijdragen zijn. Ja, de heer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, exact twee weken geleden hebben wij in de commissie Bestuur ik denk tweeënhalf uur tijd besteed aan dit onderwerp. En daar verbind ik zelf twee conclusies aan. Eén, dit onderwerp is heel belangrijk dus het is ontzettend goed dat we participatiebeleid gaan actualiseren. En dat begint natuurlijk met een startnotitie maar er komen nog nota’s aan. En twee, we hebben hier heel lang bij stilgestaan dus er zijn heel veel inhoudelijke argumenten al langsgekomen. Daarom zal ik mij nu focussen op twee punten en die zullen dan ook meteen te maken hebben met de moties die we gaan indienen. En dan zal ik daarna ook meteen het dictum voorlezen. En het eerste punt wat ik heel belangrijk vind en wat onze fractie heel belangrijk vindt is het feit dat participatie een goede afspiegeling moet zijn van de Haarlemse samenleving.

Als je kijkt naar hoe het de afgelopen jaren gegaan is zag je toch, als we het hier in de commissie of de raad discussies hadden, dat vooral de usual suspects er zaten, de insprekers en de inspraakbijdrages zijn vaak van dezelfde personen. En niet alle Haarlemmers hebben de middelen, de tijd en niet het netwerk om zich te kunnen verzamelen in klankbordgroepen, in zich kunnen melden bij wijkraden of wijkplatformen of allerlei andere instanties om bij de gemeenteraad te kunnen komen. Die groepen Haarlemmers doen er natuurlijk ook toe. Wij besluiten ook over hun. Het is daarom ook ontzettend belangrijk dat we in het nieuwe participatiebeleid zorgen dat zij ook worden meegenomen. En dat zijn vaak Haarlemmers die een migratieachtergrond hebben, mensen die praktische of geen opleiding hebben en een lager inkomen hebben. En vaak ook niet nogmaals de groepen bij elkaar kunnen krijgen om hier te komen. Maar dat betekent niet dat zij er niet zijn. Daarom hebben wij een motie ingediend om ook aan die groepen Haarlemmers te denken en de motie heet, ga voor een inclusief participatiebeleid. Die dienen we in samen met GroenLinks, CDA, D66, Actiepartij en ik kreeg ook net te horen van de heer Van den Raadt dat Trots ook mee wil indienen. Dus ik

43

hoop dat het nog kan? Ik kijk uw kant op. Ja. Nou, dan doen we dat. En het dictum van de motie is als volgt. Hij is hem even aan het openen. Motie, ga voor een inclusief participatiebeleid, verzoekt het college om naast de moeilijk te bereiken groepen als het stille midden, afhakers en jongeren, wat in de startnotitie staat, ook expliciet te kijken naar groepen als Haarlemmers met een migratieachtergrond, met een praktische of geen opleiding of met een laag inkomen en goed na te gaan hoe ook deze groepen bij participatie en inspraak kunnen worden betrokken en in documenten die hierna over participatie worden opgesteld deze groepen ook expliciet te benoemen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel. Ja. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, ik vind dat die praktische opleiding, ik vind dat iets heel denigrerends hebben. Bent u dat met mij eens? Want ja, een loodgieter heeft een praktische opleiding maar die is echt niet, kan echt niet te beroerd zijn om mee te participeren. Dus ik vind eigenlijk heel erg paternalistisch en denigrerend over mensen die gewoon belangrijk werk doen in de samenleving. De heer Abbasi: Ja, ik vind het juist denigrerend om iemand dan laagopgeleid te noemen. Daarom zeg ik juist expres praktisch opgeleid om dan een verschil te maken tussen praktische en theoretische opleiding. Dat is wat ik ermee bedoel.

En nogmaals, hier vraag ik toch juist aandacht voor die groep om die ook te betrekken bij participatie. Volgens mij is dat wel heel helder. Tweede punt wat ik wilde meenemen gaat over iets wat we helaas in de commissie niet hebben kunnen bespreken en dat is namelijk een middel dat heel goed kan helpen om die vertegenwoordiging met participatie te vergroten en dat is namelijk loting. We zouden loting vaker moeten kunnen inzetten om een groep in te kunnen zetten waar mensen … Om te zorgen dat mensen die in komen spreken, dat die ook daadwerkelijk de wijk vertegenwoordigen. We hebben al een paar mooie voorbeelden zoals Schalkwijk 100 wat heel succesvol was. En daarom vragen we ook in een motie om daarnaar te gaan kijken en de motie heet, de motie heet, ja, het internet is niet zo heel snel. Sorry. Loting dat zorgt voor participatievergroting, en die dienen we alleen in. En in de motie verzoeken we het college om te onderzoeken hoe en op welke manier loting bij kan dragen aan participatie die representatief is, in het onderzoek mee te nemen bij wat voor type projecten participatie middels loting een geschikt instrument is en de resultaten van het onderzoek mee te nemen in het vervolgproces van het actualiseren van het participatiebeleid, en gaat over tot de orde van de dag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het? Nee. De heer Van Leeuwen.

De heer Van Leeuwen: In aansluiting op de woorden van de heer Abbasi, dank overigens voor de penvoering ook van de moties. Wij zullen ook de motie voor de loting steunen zoals we dat ook opriepen over de Groningse methode bij de wijkraden dus daar zat het wat ons betreft in maar goed om het nog specifiek te benoemen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visser. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. De motie vragen wij bij de verdere uitwerking van het participatiebeleid we opgaven vanuit een zorgplicht oog te hebben voor de gevoeligheid van de woorden, geen participatie, juist nadruk te leggen op wat wel kan zoals betere inpassing in de omgeving. De participatie over locatiekeuze niet uit te sluiten maar optioneel op te nemen afhankelijk van de opgave, de mogelijkheden van alternatieve locaties en de urgentie. En het belang van de communicatie over de noodzaak van het plan de zorgplicht op te nemen. Dit zijn wat nuances. Wij vinden de startnotitie op zich goed maar er moet nog wel heel wat verbeterd worden want juist hier luistert de communicatie heel nauw. Houd een luisterend oor. Ook als je zegt, de

44

gemeente stelt de kaders, dan nog kunnen er goede ideeën vanuit de stad komen die zeggen van, pas die kaders toch nog even aan. Dat soort nuances die moeten meer in het uiteindelijke stuk terugkomen, daar komen we bij in de discussie die we dan krijgen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Drost. Ah, ja, mijnheer Drost eerst. De heer Drost: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, ik denk dat er alle goede redenen zijn om het participatiebeleid te actualiseren. Er zijn al best wel wat redenen genoemd waarom het goed is om te doen. Ik zou er daar nog eentje aan willen toevoegen en dat is dat we natuurlijk de afgelopen vier jaar het programma nieuwe democratie hebben gehad. Daar hebben we best wel wat experimenten gedaan rond participatie en Haarlemmers betrekken. Ik denk bijvoorbeeld aan Schalkwijk aan Zet om maar wat te noemen, de wijkbegroting. We denken dat het hartstikke goed is om dat soort experimenten die we hebben gedaan en waar we van geleerd hebben, om die gewoon ook in ons beleid te verankeren. Dus daar zullen we ook zeker op letten in het vervolg. Nou, we kunnen ons goed vinden in de nu voorlopig leidende principes. Die hebben we ook gespiegeld aan de tien punten uit de participatiewijzer van de Nationale ombudsman. Nou, als je die naast elkaar legt komen die daar ook goed in terug.

Dus een goed startpunt om het gesprek te voeren en te participeren over het participatiebeleid. Wat ons betreft kan het dus ook de inspraak in. Nou, we vragen het college ook vooral goed in te zetten om die groepen te bereiken die we normaal gesproken nog niet zo goed bereiken. Ja, de PvdA heeft daar onder andere twee voorstellen voor gedaan. De beide moties zullen we daarom ook steunen. Eentje heeft natuurlijk ons logo. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, ik had begrepen dat er nog wat literatuur was geraadpleegd om tot dit huzarenstukje te komen. En inderdaad, ja, je herkent er allerlei zaken aan. Wat ik wel belangrijk vind is dat we de afgelopen tijd of het afgelopen jaar vooral heel voor visies op de toekomst hebben gehad. Ik heb al veel eerder gezegd, de toekomst staat eigenlijk al vast. Verkiezingen zijn eigenlijk niet meer nodig want de problemen zijn zo groot, die moeten worden opgelost. En in die constellatie worden volgens mij burgers vermalen. Want in feite, daar heeft mijnheer Smit natuurlijk groot gelijk in, gaat het eigenlijk van, ja, wat kunt u of hoe kunt u nog wat dingetjes veranderen want de uitkomst is al vast. En dat zie je dus met die omgevingsvisie, er wordt vastgesteld tot 2040. We weten het allemaal. We hebben dan een paar ambtenaren die zeggen, nou, die weten het allemaal. Onze mening doet er eigenlijk niet meer toe.

En dat wordt natuurlijk ingevuld door allerlei manieren om mensen mee te laten doen. Als het niet te gevaarlijk wordt want dan heb je daar geen behoefte aan. En ja, dat is mijn grote probleem met dit soort, wat is het, een startnotitie. We zien nu al, al die moties over loting, weet ik veel wat. Ik denk, laten we eerst eens met die startnotitie beginnen en bespreken in de stad voordat we nu al allerlei invulling gaan geven. Ik heb het al eerder gezegd, ja, ik vind de aannames ook vrij paternalistisch en wat gaan wij nu weer allemaal betuttelen in deze raadzaal. De mensen kunnen veel meer zelf dan we denken. En dan moet ik inderdaad, ben ik blij dat mijnheer Smit nog het coalitieprogramma van 2010-2014 heeft genoemd want daar was ik zelf bij betrokken toen nog bij D66. Maar ook met de hele goede … De voorzitter: Gaat u ook afronden, mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: … goede mensen van de Partij van de Arbeid en GroenLinks en de VVD niet te vergeten. En ja, dat was gewoon een goed programma. Het werd omvergeworpen door de crisis. Maar ik zou denken, hou het wat simpeler en haal al die grote woorden, stop daar eens mee.

45

De voorzitter: Daar stoppen we dan mee. Goed. Dank u wel. De heer Dreijer. De heer Dreijer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, er is in de commissie Bestuur heel lang gesproken over het onderwerp. Ik heb het nog even terug zitten kijken tot half twee ‘s nachts. Nou, het punt wat CDA voornamelijk moeite mee had in de bijlage leidende principes, dat was het punt dat er voor de … Bij de opgave voor de gemeente een zorgplicht heeft, nou ja, dat eigenlijk de inspraak weer zou kunnen zijn op waar eventueel locaties zouden moeten komen. Nou, dat is een punt waar het CDA moeite mee had. CDA heeft er ook gepleit om aan te geven dat deze principes niet in beton gegoten zijn maar dat er nog ruimte zit om ze aan te kunnen passen. Nou, Jouw Haarlem heeft onder andere het woord voorlopig voorgesteld en het werd ook door de wethouder omarmd om dat als woord voor de leidende principes te zetten. Nou, dat is dus gedaan, het heet dus ook voorlopig leidende principes. We zijn het er mee eens. We hebben vanuit de commissie heel wat voorstellen gedaan. Via deze motie kunnen we ook wat suggesties. Het zijn allemaal, nou ja, het CDA, het zijn gewoon zienswijzen. Neem het mee. Er wordt heel veel gesproken met heel veel doelgroepen in de stad. Er komt uiteindelijk een document uit, een aangepast participatiebeleid, dat gaan we ook weer bespreken.

En hopelijk komen we tot een nieuw mooi participatiebeleid wat werkbaar zal zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee ronden we deze bespreking af in de eerste termijn. Gaan we naar de wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, we hebben het hier over de startnotitie, over het participatiebeleid dat vrij wordt gegeven voor inspraak. Dank voor al uw beschouwingen en zoals gebruikelijk bij een startnotitie nemen we die als college ook mee. Ik ga een aantal dingen af die ik u heb horen zeggen en daarna staat natuurlijk de motie behandelen. Ik heb hier nog heel veel spreektijd, dan kan ik het heel rustig aan doen, wat fijn. Eens even kijken, waar zal ik beginnen. Nou, allereerst de heer Rademaker, BVNL. Als college is het heel fijn om te zien dat een raadsfractie het initiatief neemt tot initiatiefvoorstel. Dus vanuit deze zelfde intentie om zoveel mogelijk Haarlemmers te betrekken bij ons als overheid want dat is natuurlijk de intentie die hieronder ligt, kijk ik uit naar uw initiatiefvoorstel. Dus ik ben bijzonder benieuwd waar u mee komt en ook hoe dat door de raad behandeld zal worden. Dus daar kijk ik naar uit in ieder geval. Dan even inderdaad de vraag van de heer Smit van de OPH, voorzitter, die helpt mij om iets over de geschiedenis te vertellen.

Want in 2011, het participatiebeleid wat toen is vastgesteld ging eigenlijk echt over de civieltechnische werken. Oftewel werken in de openbare ruimte, de herinrichting van een straat. En als Haarlem liepen we toen daar echt mee voor. Want er zijn nog steeds gemeentes, u gelooft het misschien niet, voorzitter, die echt alleen de klassieke wettelijk verplichte inspraak doen. In 2011 heeft uw raad met elkaar gezegd, en dat kwam inderdaad uit het coalitieakkoord, gezegd van, hé, dat moeten wij in Haarlem anders doen, dat willen wij anders doen, wij willen voorlopen op het gebied van participatie. En let wel, dat ging dus toen alleen over ruimtelijke fysieke projecten. De voorzitter: Nee, er is geen interruptie van mijnheer Smit want die heeft geen spreektijd. De heer Smit: ‘…’. De voorzitter: Exact hetzelfde is bij u gebeurd. Ik heb mevrouw Çimen die ruimte gegeven omdat ik hem ook aan u had gegeven. U hebt hem ruim overschreden en het is nu echt schluss. Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Nou ja, dat is dus vanuit dat oogpunt gemaakt toen door u vastgesteld. De heer Smit zei, daar mankeert helemaal niks aan. Nou ja, als college denken wij dat daar wel wat mist want dat is inderdaad, dat ging puur over het fysiek domein, puur over civieltechnische zaken. En ondertussen, en dat is

46

ook al genoemd door een aantal van de raadsfracties, hebben wij geëxperimenteerd met loting, hebben wij geëxperimenteerd met Schalkwijk aan Zet, hebben wij tal van experimenten gedaan in het kader van nieuwe democratie waarvan wij heel veel hebben geleerd. Er zijn verschillende vormen van participatie geweest. We hebben gezien wat er niet heel goed is gegaan, we hebben gezien wat er beter kan. Dus uiteindelijk is deze startnotitie is weer een hernieuwde eerste stap om samen in gesprek te kijken met, hoe willen we dit met elkaar doen. En daar bent u als raad ook heel belangrijk in. Want één van de dingen die ook wat mij betreft echt beter kan is dat elk stuk wat hier zou moeten staan, wat op uw agenda staat, moet ook een participatieparagraaf bevatten. Van, startnotitie, hoe gaan we nou het gesprek met de stad aan, waar gaat dit over, op welke manier gaan we dat doen? En dat er ook elke keer dat weer heel helder terugkomt. Wat heeft dit gesprek opgeleverd, wat hebben we opgehaald? En daar zijn wij met elkaar bij, wij als college, u als raad, om elkaar ook scherp te houden. Hoe gaan we dan met elkaar, als er, dit is stap één en er komt nog stap twee en drie. Want ik kom bij u terug met een conceptverordening en conceptbeleidsregels. Dan gaat die nog die klassieke vorm in, de inspraak, en dan kom ik weer bij u terug.

Hoe gaan wij met elkaar vormgeven aan de voorkant van die participatieparagraaf en hoe gaan we ons daar ook aan houden? Dus dat is nog algemeen over de historie en waar we nu zijn. Dan ga ik wat meer specifieke zaken in. Ja, Partij voor de Dieren die zegt, heb ook aandacht voor de basis. Dus wees in contact met die wijk, heb er reflectie op hoe je dat dan met elkaar doet. Ja, heel goed aandachtspunt. Dus helemaal eens. Dat onderschrijf ik van harte. Ja, dan Forum voor Democratie vraag naar het referendum. Nou, u heeft als raad een referendumverordening vastgesteld. En ook nog heel technisch misschien, het dictum is niet geheel duidelijk of je nou wil dat u, dat de referendumverordening gememoreerd wordt in deze notitie. Dus graag, misschien kunt u in uw tweede termijn nog toelichten wat u precies met het dictum beoogt? Want dan kunnen we daar ook, indien de motie wordt aangenomen, goed opvolging aan geven. Ik kijk verder. Ja, de heer Drost memoreert ook, kijk, hou ook nog even wat er gebeurt, wat je ophaalt, hou dat tegen die tien punten van de Nationale ombudsman op. Nou, die kennen wij ook. Die zit hier ook naast. En ik moet ook zeggen, u leest natuurlijk ook allemaal uw vakliteratuur. Ik zie ook wat de ombudsman van de Metropoolregio Amsterdam, ik lees dat met veel genoegen zijn columns.

Maar om inderdaad te zien van, ja, hoe we elkaar soms als overheid en samenleving verkeerd begrijpen en dit participatiebeleid probeert dat weer net een stukje beter te doen dan we deden. Ja, dan misschien nog de moties ga ik langs en daarna kom ik ook bij u hoor, VVD. Ja, de heer Abbasi, PvdA, heeft twee moties aangekondigd. Eentje over loting. Nou, dat is natuurlijk een experiment en een hoe dus een vorm die heel goed binnen dit eerste kader past. Ik weet niet of dit nu al het moment is maar om hem nu in te noemen want we hebben het nog niet over het hoe, dat komt pas later die set van instrumentarium. Tegelijk, het past hier heel erg tussen dus als u als raad dit accent mee wil geven nu, ja, dan is het aan u. Hij past binnen de vijf voorlopig leidende principes zoals die nu staat. Maar we zijn dus in de eerste stap van het beleid. Ook de andere motie, 26.02 voor de mensen die dit thuis bekijken, over het betrekken van diverse groepen Haarlemmers. Ja, ook dit zit wat ons betreft heel stevig in de notitie. Daar staat echt, we willen zoveel mogelijk Haarlemmers betrekken. Als u dit accent mee wil geven dan is dat natuurlijk aan u en dan juich ik dat ook toe denk ik. Wat mij betreft staat het ook in de nota zoals die bij u voorligt. Dan is er natuurlijk de motie van Forum voor Democratie had ik al genoemd. U heeft zelf een referendumverordening, wat wilt u precies.

Dus die heb ik genoemd. En dan de aanscherpingen van de ChristenUnie, motie 26.04. Ja, hele goede aanbevelingen en hele goede aanscherpingen dus die nemen we wat mij betreft over. Dus die, ja, heel inhoudelijk over wat we precies gaan doen. Ja, en dan kom ik terug bij misschien wel de meest uitgebreide bijdrage over dit onderwerp van de heer Van Kessel van de VVD. Ja, kijk, wat mij betreft is het niet aan mij of is het niet aan ons als college om een top 3 van teleurstelling te behalen. Maar gaat ook, en dat betoogde u volgens mij ook, dat als wij naar buiten gaan hiermee, dat we juist daar ook op moeten halen wat de teleurstelling is geweest bij mensen. Want dat is natuurlijk de input. Als ik nu zou zeggen, dit is mijn teleurstelling, dan ga ik eigenlijk doen wat u precies niet wilt namelijk top-down als stadsbestuur zeggen, wat

47

mij betreft zijn dit de grootste zorgpunten. Wat mij betreft is dat echt de dialoog die wij nu aangaan met de stad van, hé, waar ging dat best aardig de afgelopen jaren en waar hebben we dat niet goed gedaan? En dat is dus een vraag die we volgens mij buiten moeten stellen en die ik niet hier kan beantwoorden. En generiek, en daar hebben we het in de commissie natuurlijk ook uitgebreid over gehad, ik heb ook niet de illusie dat we met dit participatiebeleid het compleet vertrouwen in de politiek, het compleet vertrouwen om de overheid terug gaan brengen. Maar ik denk door dit goed, degelijk en bekwaam te doen, door goed aan de voorkant te schetsen wat we met elkaar doen, waar gaat dit over. Dus met die participatieparagraaf aan te geven als college, als gemeenteraad, wat gaan we nu doen, wat vragen we precies van u? Want daar zijn in het verleden misverstanden over geweest. Dat we dat een stukje beter kunnen maken en met elkaar kunnen werken aan het herstel van vertrouwen. Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel. Complimenten dat u zo binnen uw spreektijd bent gebleven. Is er nog in tweede termijn één van u is uitgedaagd in ieder geval om nog iets te zeggen. Ja, als je spreektijd hebt. De heer Van Kessel nog een paar seconden volgens mij. De heer Van Kessel: Ja, en dan nog de Çimen Smit bonus. Goed.

Mijn vraag aan de wethouder was eigenlijk, is hij bereid om te reflecteren op de teleurstellingen die hij meldt in zijn startnotitie en om daar misschien op een later moment anders nog een keer op terug te komen. Welke teleurstellingen heeft het college het over als ze het in de startnotitie erover heeft en welke lessen heeft u daaruit geleerd? Bent u bereid om daar dat ook weer mee te geven aan de mensen die teleurgesteld zijn? Bent u bereid om daar in het kerstreces over na te denken en daarop terug te komen? De voorzitter: Dank u wel. Eens even kijken. Mevrouw Hartman heeft volgens mij nog wel spreektijd dus u kunt reageren. Mevrouw Hartman: Ja, even een kleine toelichting inderdaad. Wij willen dus in de activiteitenladder, zoals dat volgens mij heet, een referendum toevoegen als optie die de bewoners kunnen inzetten. Zo hebben wij hem bedoeld. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even verder. Nee. Mijnheer, even kijken, u heeft geen van beiden spreektijd meer. De heer Visser: Nee, een punt van orde, voorzitter. De voorzitter: Wat zegt u? De heer Visser: Ik … De voorzitter: Ja, nee maar … De heer Visser: De wethouder daagt mij uit dus ik ben bereid mijn motie in te trekken als u mij de gelegenheid geeft dat te zeggen. De voorzitter: U mag altijd een motie intrekken, dat is namelijk een voorstel van de orde. Als u zegt, ik trek de motie in, dan is dat hierbij geregeld. Oké.

Goed. Mooi. Dank. De heer Van den Raadt: Voorzitter, punt van de orde. Ik zou graag gebruik willen maken van de Frans Smit bonus.

48

De voorzitter: Nee. U heeft … De heer Van den Raadt: Ik ben nog niet onder nul geweest. Ik was … De voorzitter: U heeft uw eigen gelegenheid gehad om uw bijdrage af te maken net en daar laten we het bij. Ik kijk nog eventjes, mijnheer Aynan, heeft u nog spreektijd? Nee, ook niet. Ik begrijp, de behoefte is gigantisch. Ik begrijp ook dat u zegt van, we moeten er niet aan denken dat we te snel aan de glühwein gaan. Maar wat mij betreft … De heer Aynan: Voorzitter, ik had nog geen bonus. De voorzitter: Wat mij betreft houden we het bij de spreektijd zoals we die hebben afgesproken. Mevrouw Hartman, u heeft net het woord gevoerd en u wilt nog weer verder? Mevrouw Hartman: Ja, als ik mijn tweede termijn hiervoor mag gebruiken geef ik graag onze visie bij de moties van de PvdA en de coalitie gezien mijn uitleg iets meer tijd nodig heeft dan de normale drie zinnen en dan een voor of tegen. Is dat oké? De voorzitter: Nou, u heeft gewoon de gelegenheid in tweede termijn uw bijdrage te leveren dus ik zou zeggen doet u dat. Mevrouw Hartman: Prima. Dan gaan we dat doen. Loting in participatie is op zich een interessant idee gezien dit een soort van steekproef van de wijk is. Er valt wat voor te zeggen. We zijn ook wel heel sceptisch over of willekeur tot een betere uitkomst leidt.

Daarbij komt natuurlijk ook nog eens de vraag of ingelote mensen daar überhaupt zin in hebben? Gelukkig roept deze motie op tot een onderzoek en ik ben eigenlijk wel heel erg benieuwd naar die voor en tegens. En dan besluiten we dan wel of dat we dat een goed idee vinden of juist totaal niet, het onderzoek steunen we dus. Wat betreft de andere motie over het inclusiever maken van participatie een wat langere verklaring. Kijk, diversiteit is voor zichzelf voor ons nooit een doel. We willen gewoon de beste mensen op de juiste plek en we zullen om deze reden bijvoorbeeld nooit voorstander zijn van diversiteitsquota. Omtrent participatie is het wel wenselijk dat alle Haarlemmers bereikt worden. Het is namelijk ook zo dat wanneer je niet iedereen bereikt je misschien ook mensen misloopt met onverwacht heel veel verstand van iets of een bepaalde unieke visie vanuit bijvoorbeeld een praktische achtergrond. Ook mensen zonder opleiding hebben zinnige dingen te zeggen. Net zoals waar we het net over hadden, wij zijn voorstander van het onderzoeken van andere manieren om betrokkenheid te krijgen als dit mogelijk leidt tot een betere uitkomst. Dus we stemmen dus voor om die reden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik constateer dat we daarmee aan het eind gekomen zijn. Ik geloof niet dat er nog nieuwe vragen voor de wethouder waren dus dan kunnen wij naar besluitvorming.

O ja, dat is waar, er is wel een vraag aan u gesteld. Dan heeft u de gelegenheid te reageren. Wethouder Van Leeuwen: Ja, voorzitter, dank u wel. Nou ja, zoals ik ook in mijn eerste termijn zeg, het is volgens mij niet aan mij om mijn teleurstelling te schetsen want dit gaat over wat Haarlemmers ervaren. Dus ik ga hier zelf geen uitspraak over doen, ik ga ook niet toezeggen dat ik daarop terugkom. Ik kan wel zeggen dat we dat nadrukkelijk in die gesprekken die gevoerd gaan worden, dat we daarnaar zullen vragen. Dus dat is mijn antwoord.

49

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de besluitvorming en die begint met het voorstel om een startnotitie vast te stellen. Stemverklaring? De heer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: En ik zeg het maar even, er zijn zoveel mensen die hun spreektijd hebben gebruikt dus dan blijft er alleen een korte stemverklaring over. Gaat uw gang. De heer Aynan: Ja, ik was van plan om daar gebruik van te gaan maken. De voorzitter: Ik snap het, het geldt ook niet alleen voor u, het geldt voor iedereen. Gaat uw gang. De heer Aynan: Ja, nou, dank u wel. Waar deze verwarring voor nodig is, is mij niet duidelijk. Maar goed, voorzitter, we hebben … Ik wil het college meegeven, ga alsjeblieft goed in gesprek. De voorzitter: Dit is wat ik bedoel, dit is dus geen stemverklaring, dit is gewoon een bijdrage die u alsnog wil gaan geven. Hou het nou gewoon bij een stemverklaring. De heer Aynan: Wij zijn voor want. De voorzitter: Fantastisch, fantastisch. Of tegen kan ook maar … Ja, dat kan ook. Maar mijnheer Aynan, het is aan u. De heer Aynan: Ja, wij zijn ondanks alles voor want we gaan met het vrijgeven van deze nota het gesprek aan met onze burgers en dat moeten we dus serieus nemen. En dan gaan we hier daarna met elkaar het gesprek in. De voorzitter: Prachtig, dank u wel. Nog andere stemverklaringen? De heer Kuin.

De heer Kuin: Wij zijn voor, moet ik daar toch mee beginnen. Het klinkt misschien raar na mijn bijdrage maar we denken, begin maar snel, het is vlees noch vis maar laten we maar snel beginnen. De voorzitter: Dank u wel. In deze vegetarische tijd is dat helemaal geen probleem volgens mij maar goed. Mijnheer Smit. De heer Smit: Grote aarzeling maar vooruit. We zijn voor omdat die aarzeling is gegeven in het feit dat de leidende principes zo ver weg liggen van wat de Haarlemmers verdienen dat we ons wel erg zorgen maken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Dank u, voorzitter. Trots Haarlem gaat voor stemmen. Wij konden helaas niet meer onze motie indienen die vroeg om nou eindelijk eens uit te spreken dat de coalitiepartijen en het college voor draagvlak zijn. Maar ondanks dat dat niet kan en dat ze al twee keer eerder hebben tegen gestemd, gaan wij toch dit stuk van harte steunen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik rond. Dan gaan we eens kijken wat de balans dan wordt. Ah, mevrouw Hartman.

50

Mevrouw Hartman: Ja, één klein vraagje. Zou misschien onze motie eerst … De voorzitter: Nee, nee, nee, dat kan niet, u kunt alleen maar voor of tegen. Nee, we zijn nu bezig met de stemming op dit punt. Dan gaan we stemmen. Wie is voor het voorstel? Dat is uiteindelijk, eens even kijken, ik constateer dat bijna iedereen voor is behalve de fracties Forum voor Democratie, BV Nederland, Hart voor Haarlem en de VVD. Dus met die stemmen tegen is het voorstel aangenomen. Is de startnotitie vastgesteld. Dan hebben we nu moties. De eerste motie is de motie loting dat zorgt voor participatievergroting. De Partij van de Arbeid heeft die ingediend. Wie wenst daarover nog een stemverklaring? Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij zullen tegen deze motie stemmen omdat het onderwerp loting al wordt meegenomen in de startnotitie zelf die we net hebben vastgesteld. En volgens mij is het nu het moment om eerst het gesprek met de stad aan te gaan voordat wij alweer de oplossingsrichting bedenken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, wij hebben super goede ervaring met loting, vooral met een gelote wijkraad. En elke PvdA-motie waar de heer Abbasi onder staat, dat moet bijna wel goed zijn dus wij gaan voor stemmen. De voorzitter: De heer Smit.

De heer Smit: Tegen, wij vinden een overbelichting van loting op dit moment niet nodig. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, Hart voor Haarlem is tegen want wij zijn helemaal geen voorstander van loting. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we … Mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Wij zullen ook tegen stemmen omdat we net zoals D66 aangaf, het wordt nu al gewoon goed meegenomen. De voorzitter: We gaan eens kijken waar ons dat brengt. Wie is voor de motie? Partij van de Arbeid, Actiepartij. Ik begrijp, er is nog wat geaarzel. In ieder geval de ChristenUnie, Forum voor Democratie, Trots Haarlem, alsnog begrijp ik Jouw Haarlem, CDA en GroenLinks en dat klinkt als een meerderheid. 21 voor, hij is aangenomen. Dan gaan we naar de tweede motie, ga voor een inclusief participatiebeleid. Let u nou op anders dan weet u straks niet waar u voor of tegen stemt. Het gaat over motie 2, 26.2, ga voor een inclusief participatiebeleid. En die is al onderschreven door een meerderheid maar heeft er iemand nog een stemverklaring? De heer Smit. De heer Smit: Mevrouw Van Zetten zei het al, als je toch de zin gebruikt, met een praktische of geen opleiding of met een laag inkomen, dan moet u eens gaan praten met mijn loodgieter.

Die heeft geloof ik vijf antieke auto’s en een verstand om u tegen te zeggen en die wordt hier nu op één lijn gezet met geen opleiding of een laag inkomen. Nou, gaat u dat vooral niet in teksten zetten want ik zou zeggen, u verdient ‘…’. De voorzitter: Het is duidelijk. Stemt u dan voor of tegen? De heer Smit: Wat dacht u?

51

De voorzitter: Ja, ik … De heer Smit: Nou, laten we op tegen houden dan. De voorzitter: Ja, goed, oké. Helder. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, volgens mij staan heel veel van deze teksten al in de startnotitie dus het lijkt me dubbelop. Maar blijkbaar moet het nog een keer benadrukt worden. En inderdaad, ik vind het enorm paternalistisch en denigrerend maar ook niet alleen van die praktische of geen opleiding alsof die mensen helemaal niks kunnen en zeker niet kunnen nadenken. En die migratieachtergrond, als we nog zo kijken naar onze mensen met een migratieachtergrond die geholpen moeten worden. Ja, mijnheer Abbasi en dan kijk ik ook naar u, u zit hier ook gewoon in deze gemeenteraad en hebben we geen motie voor nodig. Dus ik ben echt tegen deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Wie is voor de motie? Dat zijn de fracties, met uitzondering van OPHaarlem, BV Nederland en Hart voor Haarlem, en de motie is dus aangenomen. Dan gaan we vervolgens naar motie nummer 3, geef vertrouwen aan de burger met een referendum. Stemverklaring? De heer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Dit is staand beleid en het kan inderdaad geen kwaad om dat te benoemen bij de gesprekken. Dus van harte steun. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen.

Mevrouw Çimen: Ja, voorzitter, ook hier geldt hetzelfde voor als bij de loting, volgens mij hoeven wij niet nu al de oplossing te bedenken. Er is al een referendumverordening, het kan worden meegenomen, volgens mij kan dat ook dus tegen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij stemmen. Wie is voor de motie? Dat is OPHaarlem, Jouw Haarlem, heel OPHaarlem? Ja? Oké. Forum voor Democratie, BV Nederland, Trots Haarlem, Hart voor Haarlem en de SP. Het is niet genoeg. Motie is verworpen. Dan gaan we naar motie 4, participatieverwachtingen bij zorgplicht. Is ingetrokken, ja, ja, ja. Dus we zijn klaar met dit punt. 27. Moties vreemd De voorzitter: Dan hebben we nog twee moties vreemd. En dan voor de eerste motie, het is nog net op tijd, kunnen we even snel regelen. Even kijken, Partij voor de Dieren, wie gaat hem toelichten? Mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Dank u wel, voorzitter. In juni dit jaar riep deze raad de noodtoestand voor de biodiversiteit uit. Dat gaf ons hoop want daarmee dachten we dat deze raad en het college tot het uiterste zou gaan om de natuur in Haarlem te beschermen en te versterken. Maar wat is het uitroepen van die noodtoestand waard als we in ecologische waardevolle gebieden ontwikkelingen gaan stimuleren die mogelijk schade toebrengen aan de natuur en de dieren, vissen en vogels kunnen verstoren juist in het broedseizoen.

Als het college deze ontwikkeling echt zo graag wil dan moet je er 100% zeker van zijn dat de bescherming op orde is, die schade en verstoring niet gaan plaatsvinden. Voorzitter, die zekerheid hebben we niet want de ecologische quickscan is niet uitgevoerd voor de gehele Schouwbroekerplas en de aangrenzende ecologische hotspots en potentiegebiedend terwijl die wel beïnvloed gaan worden door het horecapaviljoen en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12296667/1