CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

commissie Bestuur 22 juni 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:30 uur Opening en mededelingen voorzitter18.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

17 alinea's met “gemeenschappelijke”: 46 48 49 52 53 56 60 61 62 65 66 70 71 73 74 77 78

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 22 juni 2023 1.

17.30 uur Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Oké, goedemiddag, dames en heren. Hij moet even … Ja. Goedemiddag. Hartelijk welkom allemaal bij de commissie Bestuur van 22 juni 2023. Alle mensen die meekijken via de livestream, van harte welkom. Ook op de tribune komt nu iemand binnen en de commissieleden natuurlijk. We gaan even met de mededelingen beginnen. Op dinsdag 18 juli aanstaande is er vanaf kwart voor zes een gedragscodesessie over integriteit. Gelet op het belang van het onderwerp, integer bestuur, vraagt de griffie u om u aan te melden. Er wordt voor een maaltijd gezorgd en dat is op een externe locatie dus niet hier op het stadhuis. U kunt zich aanmelden via het griffiebureau, het staat ook in de Raadsaam. Wat zegt u? Sorry? Nee hoor, niet in Huizen, het is in Haarlem heb ik begrepen. Oké. Dan bericht van verhindering van mevrouw Çimen van D66 en van de heer Smit van OPH. Zijn er nog andere mededelingen? Nee.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we naar het vaststellen van de agenda. Is de commissie akkoord met de voorliggende agenda? Niemand reageert dus wie zwijgt stemt toe.

3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan de mededelingen van de commissieleden of de wethouders. De commissie of de wethouder of de portefeuillehouder zijn er nog niet maar heeft een van uw commissieleden nog mededelingen? De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Nou ja, eigenlijk een vragende mededeling, waarom we weer later beginnen? En vorige keer had ik gezegd, kunnen we dan te horen krijgen in ieder geval wat de reden is? Dus bij het agendastuk gewoon. De voorzitter: Ja, volgens mij heeft u een mail erover gehad, heb ik van de griffie begrepen. Het heeft te maken met de commissievergaderingen die we tegelijkertijd hebben waarbij het heel lastig is om de portefeuillehouders op verschillende momenten in te laten schuiven. Het is vanmiddag opnieuw besproken, er gaat rekening mee gehouden worden maar voor dit moment verontschuldigingen dat we toch ook weer wat later moesten beginnen.

4.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Dan gaan we verder naar de agenda voor de komende vergadering en de actielijst. Zijn er voor, even kijken hoor, voor 6 juli, dat is de laatste vergadering voor het zomerreces, staan er nog vier raadsstukken ter advisering aangekondigd. Over het benoemen van twee leden van de referendumcommissie, een stuk van de rekenkamercommissie, de nota risicomanagement en een krediet, even kijken, wat was die vierde ook alweer, kredietaanvraag hybride werken. Dus dat staat ter advisering vier stukken, die komen nog. Dan gaan we naar agendapunt 5 ter bespreking. Ja, sorry, de heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, de islamitische begraafplaats, die is al een aantal vergaderingen, we zitten te wachten op input van de provincie. Wat het CDA betreft had dat niet gehoeven want wat ons betreft begint het bij, wat wil

1

je als gemeente zelf? Maar het schuift maar op en het schuift maar op. Wanneer gaan wij dat behandelen en hoelang blijven wij op de provincie wachten? Wat ons betreft dus niet hoeft. De voorzitter: Ik stel voor dat de heer Wienen, die de portefeuillehouder is en hier straks aanschuift, daar even antwoord op gaat geven. Ja? Mevrouw Van Zetten? Nee, ik dacht dat u wat ging zeggen maar u stak uw hand in de lucht. Verder zijn er vier stukken ter advisering en er staan nog geen andere stukken hè voor 6 juli. Oké, dus dan kunt u zich daar in ieder geval op voorbereiden. Dan is het nu vijf over half zes en over vijf minuten is als het goed is de portefeuillehouder hier. Ik kijk eventjes op de tribune. Mevrouw …: ‘…’. De voorzitter: Nou, ik begrijp dus vanuit de adviseur van de portefeuillehouder dat er een probleem is qua tijd met ook het aanwezig zijn in een andere commissie. En ja, zonder de portefeuillehouder kunnen we moeilijk dit gaan bespreken. Dus ik wil eigenlijk voorstellen om te schorsen en de voorzitter, ja, om … Ja, we kunnen, als het eten al beschikbaar is dan kunnen we dat doen. We zullen de portefeuillehouder vragen om zo snel mogelijk dan hiernaartoe te komen. Maar ik stel voor dat we zes uur hier weer zijn. Ja maar ze zijn net begonnen beneden zei u. Ja, ja, oké. Nou, dan gaan we om, streeftijd is zes uur om even te kijken of we hier weer verder kunnen. Ja? Dank.

Ik schors de vergadering. Moment. De voorzitter: Goed, we gaan weer verder. Welkom allemaal terug bij de vergadering van de commissie Bestuur van 22 juni 2023. Inmiddels is aangeschoven de portefeuillehouder, de heer Wienen. En we zijn bij agendapunt 5, het jaarverslag klachten. Maar ik wil even terug naar agendapunt 3, bij de mededelingen commissieleden en wethouders of portefeuillehouders. En ik begrijp dat u nog een mededeling heeft. Zou u dat kunnen doen? Burgemeester Wienen: Dank u wel, voorzitter. Ik begreep dat daar trouwens ook al belangstelling voor was. Maar goed, wij hebben in deze commissie gesproken over islamitisch begraafplaats en daarvan was de afspraak van dat er bij de provincie wordt nagekeken van in hoeverre zijn er bij de provincie beletselen in het kader van hun beleid voor het buitengebied, het provinciaal landschap. Ik heb daarover gesproken met, dat heeft, dat duurt een tijd omdat er verkiezingen zijn geweest bij de provincie en er wordt gewerkt aan een nieuw college. De vraag is eventjes van, is dit nou iets wat je nog met het oude college zou moeten proberen te regelen of te bespreken of moet je wachten op een nieuw college, een nieuwe portefeuillehouder? En ik heb vorige week met de huidige portefeuillehouder afgesproken dat die er even naar kijkt. Als die zegt van, nou, dit is eigenlijk vrij simpel, dan kan ik het meteen op reageren.

Maar als ik het idee heb van, nou, dat is misschien toch iets ingewikkelder, dan laat ik het liggen voor mijn opvolger. Dus u hoort het. De voorzitter: U heeft een vraag van de heer Klaver, CDA. Gaat uw gang. De heer Klaver: Ja, deze commissie heeft gevraagd om een reactie van de provincie. Wat het CDA betreft had dat niet gehoeven. Wat ons betreft begint het bij, wat willen wij als gemeente Haarlem? En ja, die reactie die duurt maar en die duurt maar dus ik vraag me af hoelang deze raad, hoelang deze commissie blijft wachten op de reactie van de provincie? Of dat we zeggen, ja, het heeft lang genoeg geduurd, we gaan het nu gewoon behandelen. De voorzitter: Ik zag ook een vraag van mijnheer Drost, GroenLinks. Gaat uw gang. De heer Drost: Ja, welke termijn verwacht u daar een reactie op, heeft u daar een indicatie?

2

Burgemeester Wienen: Nou, kijk, wij kunnen het niet meer behandelen voor de zomer. Dat mag helder zijn. Er zijn twee mogelijkheden, of de huidige portefeuillehouder geeft een reactie en dan is het binnen een aantal weken schat ik dan in want anders heeft het geen zin. Lukt dat niet, dan hangt het ervan af wanneer het nieuwe college aantreedt. En dat betekent dat het in ieder geval na de zomer pas tot een antwoord komt. De voorzitter: De heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, ik wil hier toch wel over zeggen dat ik dit toch wel een hele vervelende gang van zaken vind. Ik denk dat we hier al een half jaar zitten te wachten op een reactie van de provincie en nu gaan we het over de zomer heen tillen. Ja, als de meerderheid van de raad het nog steeds wil om te wachten op de provincie, dan zullen wij ons daarnaar moeten schikken maar ik vind het eigenlijk niks. De voorzitter: We kijken even van hoe het ook op de agenda is gekomen. Er is een agenderingsverzoek geweest van mevrouw Çimen, die is nu niet aanwezig. En ja, ik denk dat het antwoord van de … De heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Dat is niet correct. Er heeft hier een notitie gelegen vanuit het college over de islamitische begraafplaats.

Naar aanleiding daarvan hebben wij gesproken en naar aanleiding daarvan heeft de meerderheid van de raad gezegd, ja, we willen weten welke belemmeringen de provincie ziet om tot realisatie van de islamitische begraafplaatsen te komen? Dus het is niet begonnen met een agenderingsverzoek vanuit D66. De voorzitter: Goed, maar u heeft nu antwoord van de portefeuillehouder en ik denk dat we daarbij moeten houden. Dit is de gang van, de stand van zaken. Burgemeester Wienen: Nou ja, uw commissie heeft het gevraagd en ik heb de vraag doorgegeven en krijg nu pas een reactie die ik aan u kan delen. Dat heb ik dus gedaan. Maar dat betekent dat voor de zomer het niet meer lukt. Hoe dan ook niet denk ik. Tenzij u zegt van, nou ja, los van wat de provincie vindt, we gaan het alsnog weer opnieuw behandelen. Maar dan komen we ook waarschijnlijk in een soort herhaling van zetten van de vorige keer. De voorzitter: De heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, voorzitter. Ja, ik kijk ook de commissieleden aan. Ik vind dat we, ik denk dat we nu een half jaar zitten te wachten ongeveer. Ik vind dat echt heel lang. Nogmaals, van ons had het niet gehoeven dus ik kijk ook de commissieleden aan, hoelang blijven wij nog wachten? Nu gaan we het over de zomer heen tillen in de hoop dat er dan wel wat ligt. Ja, ik vind dit een hele vreemde en teleurstellende gang van zaken. De voorzitter: Dat begrijp ik.

Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ik denk dat heel veel Haarlemmers wel eens op iets wachten. Dus ja, ik begrijp dat we het over de zomer heen moeten tillen, dat lijkt me niet meer dan onvermijdelijk. De voorzitter: Nog anderen die … De heer Abbasi, PvdA. De heer Abbasi: Ja, ik vind eerlijk gezegd ook wel dat het heel lang duurt. Maar ik ben bang dat als we namelijk besluiten om het alsnog te bespreken, dat inderdaad het een discussie wordt wat we een half jaar geleden gehad hebben. Dus ik zou graag wel willen wachten maar wel met de notitie dat we inderdaad wel zes

3

maanden al aan het wachten zijn en wellicht goed om dat aan de provincie door te geven dat het wel te lang duurt. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen die er wat over willen zeggen? Nee. Nou ja, het is inderdaad iets wat de griffier en ik namens de commissie natuurlijk steeds in de gaten houden dat het geagendeerd gaat worden. Maar het moet wel iets ter bespreking weer zijn nieuwer dan wat er al besproken is. En er is druk vanuit de portefeuillehouder begrijp ik op de provincie om toch antwoord te krijgen. En ja, ik hoop het wel zo snel mogelijk op de agenda te kunnen zetten. Dus hierbij. Overige punten ter bespreking 5.

17:40 uur Jaarverslag klachten 2022 (JW) De voorzitter: Goed, dan gaan wij verder met agendapunt 5 en dat gaat over het jaarverslag klachten 2022. Het is een agenderingsverzoek geweest van de heer Alberts en die wil met u een reflectiegesprek over in hoeverre wij als raad de klachtbehandeling van onze burgers duiden en verwerken in onze taak naar de Haarlemse burger. En vanmiddag heeft u via de griffie van de heer Van den Raadt een lijst met zestien punten aangereikt gekregen waarin aanbevelingen zijn aangegeven over hoe om te gaan met klachten en of bezwaren van inwoners. Deze kunt u mogelijk meenemen bij de behandeling van dit onderwerp. Wie mag ik hierover als eerste het woord geven? De heer Alberts uiteraard. Gaat uw gang, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Voorzitter, dank u wel. Om te beginnen willen wij even teruggrijpen naar de commissievergadering van 8 september 2022, toen werd het jaarverslag over 2021 besproken op agendering van het CDA. Destijds was de reden een verdubbeling van het aantal klachten bij het KCC van het jaar ervoor met ons verbonden conclusie dat er iets met de dienstverlening moest gebeuren. De commissie was het hiermee eens en de portefeuillehouder zei het volgende, wij willen het aantal klachten terugdringen en laat ons nou dit nou gewoon aanpakken en u checkt of dat volgend jaar leidt tot een andere rapportage.

En als het niet zo is, dan moeten we met elkaar ook elkaar bij de les houden en zeggen van, ja, u bent bezig geweest maar er verandert niets of het wordt nog erger dus er gaat toch iets niet goed. En voorzitter, hier zitten we. Het KCC heeft 34 klachten meer dan in 2021 ontvangen, dat is dus bovenop de verdubbeling van klachten die er toen opviel. Deze toename is deels te verklaren door actualiteiten. Daarnaast hebben een langere afhandelingsduur van aanvragen en het uitblijven van besluiten, alsmede het niet communiceren hierover, geleid tot meer klachten en ook de verbeterde klachtherkenning heeft tot hogere jaarlijkse cijfers geleid. Voorzitter, hoe duidt het college de stijging van het aantal klachten bovenop de verdubbeling die deels werd toegeschreven aan het bijzondere coronajaar ook 2021? Hoe draagt dienstverlening bij aan klachtenafhandeling wanneer de afhandelingsduur van aanvragen, uitblijven van besluiten en het niet communiceren hierover verslechtert? En wat zegt een betere klachtherkenning die tot hogere cijfers leidt dit jaar over de ware hoeveelheid klachten in de voorgaande jaren? Was de situatie vorig jaar eigenlijk nog veel erger? En waarom is de portefeuillehouder in het stuk teruggekomen op het willen terugdringen van klachten gezien er nu ineens, het streven naar een daling van het aantal klachten is geen doel op zichzelf, in het stuk staat.

Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik hierna het woord geven? De heer Trompetter, Actiepartij, gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Dank aan het college voor dit stuk. Uitgangspunt dat de klacht een gratis advies is, onderschrijft mijn fractie. Vorig jaar gaf mijn fractie aan dat er veel klachten waren betreffende het sociaal domein en dat die klachten ook gegrond waren en de gegrondverklaringen waren

4

toegenomen. Het aantal klachten is met uitzondering van jeugd, onderwijs en sport wederom toegenomen in dit domein. Alleen nu is het niet meer inzichtelijk waar de gegrondverklaringen betrekking op hebben, dit was vorig jaar nog wel inzichtelijk. Mijn fractie gaat ervan uit dat het nu ook zo'n 33 procent is. In het volgende jaar ziet mijn fractie graag weer de uitkomsten van de behandeling gespecificeerd in het jaarverslag zoals in voorgaande jaren. Kan de portefeuillehouder dit toezeggen? Het aantal klachten is toegenomen, er zijn een aantal verklaarbare redenen voor. Toch wil mijn fractie meegeven dat er goed op te letten dat de afhandelingstermijnen beter worden gehaald. Als er meer capaciteit voor nodig is voor de afdeling, horen wij graag dat het zo is? En ook geeft mijn fractie aan dat klachten wat ons betreft beter gecategoriseerd kunnen worden zodat het leereffect toeneemt. Is de portefeuillehouder het daarmee eens? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Abbasi, PvdA, gaat uw gang. De heer Abbasi: Ja, dank u wel, voorzitter. Heel kort omdat heel veel dingen al gezegd zijn. Wat ons opvalt is dat die percentage tijdig afgedaan binnen zes weken, dat dat toch fors gedaald is van 71 procent naar 64 procent. Terwijl de klachten nagenoeg gelijk zijn gebleven, in ieder geval een plus van 42 klachten.

Maar als je natuurlijk weer vergelijkt met 2020 is dat nog steeds die verdubbeling. Ik zou dan toch graag willen weten wat dan de reden die dan wordt opgeven namelijk dat er meer complexe zaken zijn opgevoerd, wat dat dan is? Wat zijn dan die complexe zaken? En wordt er ook over nagedacht om met een doelstelling te komen om die percentages dan te verhogen? Is er bijvoorbeeld een percentage waar naartoe wordt gewerkt en hoe wordt dat dan gedaan? Want 64 procent is echt laag. En ja, toen die klachten namelijk de helft waren was het ongeveer even gelijk. Dus wat is er veranderd dat die tijdige afhandeling maar niet wil lukken. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem, gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ik denk dat heel veel mensen het hebben opgegeven om klachten door te geven. Mijn ervaring is, ik ben maanden bezig geweest om een klacht door te geven. Ik dacht, waarom doet niemand anders wat? En het antwoord was, er is te weinig personeel om het te doen. En dat ging over de verlichting bij de Haarlemmerhout, waar het echt pikkedonker is geweest midden in de winter echt wel zeker meer dan drie maanden lang. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klaver, CDA, gaat uw gang. De heer Klaver: Ja, laat ik beginnen met iets positiefs, en dat is de informatievoorziening naar onze burgers toe.

Want op de site staat nu wel dat je binnen zes weken bericht ontvangt als er meer tijd nodig is. En daar hebben we vorig jaar ook over gesproken, toen stond er tien weken op de site. Toen werd er al uitgegaan van de extra vier weken die nodig zou zijn voor de behandeling van een klacht. Dat staat er nu beter op de site dus daar ben ik blij mee. Wat natuurlijk niet goed is, dat is al genoemd, dat er toch heel veel klachten zijn die buiten die termijnen lopen. De oorzaken lijken hetzelfde als bij de ingediende bezwaren, werkdruk, complexiteit. De vraag is wel, ja, hoe gaan we dit oplossen? En tenslotte het digitale dashboard, die zou in 2022 ingevoerd gaan worden. Dat is nog niet gebeurd. Mijn vraag is, waarom niet? En mijn vraag is dan, gaat het dit jaar wel gebeuren? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen die een vraag hebben in de eerste termijn? De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter, eerst nog even dan de huishoudelijke mededeling dat die zestien oplossingen die zijn aangedragen, zijn ook mede op verzoek van de heer Wienen gedaan. Want vorige keer zei

5

ik van, ik kom met een motie over dat onderwerp en toen werd gezegd, nou, laten we het beter bespreken in de commissie dus daarom heb ik dat toegevoegd. Dank aan de collega dat die het daarmee eens was om dat toe te voegen. De vorige keer hadden we ook bij Samenleving een gesprek over misdaad en misdaadcijfers. En daar sla ik wel op aan wat mevrouw Van Zetten zegt. Want toen werd er gezegd, wij kijken naar het aantal geregistreerde misdrijven. En toen dacht ik, ja, inderdaad, als je het zo bekijkt, dan zal het altijd beter worden. Want bij mij is ook in de tijd dat ik in Haarlem woon negen keer een fiets gestolen, alleen de eerste keer heb ik aangifte gedaan en daarna dan denk je van, het heeft toch eigenlijk geen zin. Dus als natuurlijk iedereen zo denkt van, ik dien ook geen klacht meer in want het heeft toch geen zin, dan lijkt het natuurlijk of de wereld er fantastisch uitziet maar voor veel mensen voelt dat dan niet zo. Daarom de aanbeveling om dan inderdaad met die zestien aanbevelingen te kijken welke wij daar als commissie, hoeft niet alle zestien maar het kunnen er ook tien zijn of acht. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, u heeft een interruptie van de heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, die zestien punten, die hebben toch betrekking op bezwaren, toch niet op klachten? De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Klopt.

Dat is waar, het is ook een aanbeveling omdat dan de commissie bezwaar en beroep daar rekening mee houdt. Kijk, hoe minder bezwaren, hoe minder klachten waarschijnlijk. Het zal toch ergens iets met elkaar te maken hebben. Is dat zo voldoende dan. De voorzitter: De heer Klaver. Ja, gaat uw gang. De heer Klaver: Ja, een vervolgvraag. Als het dan betrekking heeft op een ander agendapunt, zou ik wel ook willen vragen, vindt u de toonzetting van die punten niet heel suggestief? De voorzitter: De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Kijk, ik denk, we moeten ergens beginnen dus als we er nu mee beginnen en u heeft dan een oplossing hoe we het beter kunnen formuleren, dan denk ik, dan kunnen we er nu in ieder geval mee beginnen. En dan kunnen we het nog een volgende keer agenderen als we dan de juiste bewoording hebben gevonden, daar ben ik het voor de rest mee eens. Wat mij voor de rest nog als slot, inderdaad dat we dus in 2020 zeggen van, we willen het allemaal naar beneden halen, die aantal klachten. En dat dan nu wordt gezegd, dat is niet meer het doel waarnaar gestreefd wordt. Ja, dan denk ik, dan slaan we misschien het verkeerde pad in. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in eerste termijn? Nee. Dan gaan we naar de heer Wienen. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Ja, dank u wel.

Die eerste en laatste opmerking over, is het nou het streven om het aantal klachten zo laag mogelijk te maken of gaat het erom dat je de klachten die er zijn serieus oppakt en kijkt van, wat leren we ervan? Eigenlijk ergens raken ze elkaar natuurlijk. En dan, we hebben daar de vorige keer over gesproken en in algemene zin denk ik dat niemand kan ontkennen dat je natuurlijk het liefst hebt dat er minder klachten zijn. Dat is de ene kant. Maar als dat een absolute wens wordt zo van, jongens, als we maar geen klachten krijgen, dan weet ik niet of we op de goede weg bezig zijn. Waar het om gaat is dat wij onze dienstverlening zo goed mogelijk krijgen en een klacht is wat dat betreft een gratis advies. En ik denk dat wat

6

er nu staat en wat ik toen zei, niet als een soort absolute tegenstelling gezien moet worden maar dat het allebei waar is. Je wilt natuurlijk dat wij als organisatie niet voortdurend klachten krijgen maar daar waar mogelijkheden zijn om onze dienstverlening te verbeteren, is het alleen maar goed als er een klacht komt en we daar serieus op ingaan. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Alberts, Forum voor Democratie. Gaat uw gang. De heer Alberts: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij zijn het er natuurlijk mee eens dat allebei moet. Klachten moeten serieus behandeld worden en afgehandeld en niet alles is op te lossen maar het beleid is het vergroten van het leervermogen van de organisatie. En ik haal toch echt heel helder terug uit het transcript van de vorige bespreking hierover dat u zegt als beargumentering van dat beleid, wij willen het aantal klachten terugdringen. En er staat in dit stuk staat er toch een ander uitgangspunt wat dat betreft. Het kan absoluut naast elkaar bestaan maar in hoeverre is dat terugdringen van die klachten nog de onderbouwing van het beleid dat gevoerd wordt? De voorzitter: Dank u wel. De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ja, ik kan herhalen wat ik zei, het is echt allebei waar. Maar waar je vooruit wil kijken dat is het verabsoluteren. Wat ik vorige keer gedaan heb is niet onwaar alleen het is de ene helft van het verhaal.

De andere helft is, zorg ervoor dat je openstaat voor de klachten en dat je daar wat van leert. En die twee dingen horen allebei gezegd te worden dus dat is wel een punt denk ik wat ik u graag, of meeneem. Zeg het dan ook allebei want als je de ene keer het een zegt en de andere keer het andere, dan wek je de indruk dat je finaal van mening bent veranderd of van beleid bent veranderd en dat is niet zo. Dus het lijkt me inderdaad een terechte opmerking van, zeg het dan ook allebei. Maar dat is hoe we ernaar kijken. Dan de vraag die gesteld is van, kunnen we die uitkomsten specificeren? Dat vind ik een terechte vraag. Dat lijkt me dat we dat gewoon moeten doen. Het geeft toch net even weer wat meer inzicht van, waar zitten dan precies klachten? En dat is gewoon goed voor de raad om dat te kunnen volgen dus dat lijkt me goed. Dat de termijnen beter gehaald moeten worden, ben ik het mee eens. Het is natuurlijk heel vervelend dat je van 71 naar 64 procent zakt. We hebben wel een streefcijfer, dat streefcijfer is 85 procent. Kan je zeggen van, ja, waarom niet 100? Maar goed, er is, naar onze mening moeten wij gewoon als organisatie in staat zijn om dat te halen en dat gaat dus niet goed.

En daar moeten we het dus ook met de afdeling over hebben, hoe gaan we proberen om dat toch binnen die 85 procent te doen? Ik moet er wel bij zeggen, en dat was bij eerdere besprekingen in deze commissie heel nadrukkelijk iedere keer vanuit de commissie de opmerking van, wij willen eigenlijk dat u vooral de informele afhandeling naar voren haalt. Want het gaat erom dat je luistert van, wat is er aan de hand? Neem even contact op. Het feit dat iemand binnen zes weken een brief krijgt van, uw klacht is behandeld en onze conclusie is dat die niet terecht is of zo. Ja, dan kan je, stel dat dat zou lukken en dat je misschien wel 100 procent dan hebt afgehandeld, daar krijgen we geen betere organisatie van en ook geen tevreden burgers. Het is beter dat er echt contact is, dat je kijkt, wat is er aan de hand. En als dat bij het grootste deel van de burgers ertoe leidt, en dat is wel wat ik zie, dat ze zeggen, nou, oké, dan is daarmee wat mij betreft de klacht ook afgehandeld. Dan denk ik, oké, dan vind ik dat ook winst. En als dat dan iets meer tijd neemt dan is dat misschien de prijs die je ervoor moet betalen. Onze inzet is 85 procent binnen die periode maar daarachter is wat u zelf hebt aangegeven namelijk, het gaat niet in de eerste plaats om de formele afhandeling van, er ligt een brief, dit is de afhandeling. Maar het gaat erom dat er met de burger contact wordt gezocht.

En als dat ertoe leidt dat de burger zegt, nou, dan trek ik mijn klacht in, dan is het wat mij betreft zo klaar, dan is dat eigenlijk het mooiste resultaat. Ten aanzien van het digitale dashboard. Volgens mij zijn we er heel druk mee bezig maar ik heb daar op dit moment … O, nee, ik krijg informatie. Dat is op dit

7

moment is het beschikbaar en daaruit halen we het aantal klachten, soort klachten, afhandeltermijn van klachten en het leereffect. Dus dat betekent dat de volgende keer dat wij verslag uitbrengen, dat we dan meer gedetailleerd die informatie ook kunnen erin zetten. De voorzitter: Dat was het. Burgemeester Wienen: Ja. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mag u hem eventjes uitzetten. Burgemeester Wienen: Sorry, ja. De voorzitter: Wie had er in tweede termijn nog een vraag? De heer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik hoor graag alsnog een duiding als dat mogelijk is op het gegeven dat we vorig jaar heel erg zaten op die verdubbeling. En nogmaals, het was een uitzonderlijke situatie waar de rapportage toen op sloeg. En die verdubbeling is niet enigszins genormaliseerd hè, terug naar een soort van nulmeting in 2020, maar er zijn daarbovenop weer klachten gekomen. Dus daar nog graag een reactie op. En ook, er is een verbeterde klachtherkenning en dit sluit misschien wat beter aan wat Hart voor Haarlem en ook Trots vermelden. Er is dus betere klachtherkenning, wat zegt dat ook over de mate van klachten in de voorgaande jaren als dat ook tot een toename heeft geleid? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik moet u erop wijzen dat u al door uw spreektijd bent. Ja. De heer Van den Raadt, Trots Haarlem.

U had ook nog een vraag in tweede termijn? Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, wat de burgemeester nou precies gaat doen? Want ik kan me voorstellen dat je altijd streeft naar die 85 procent beantwoording. Je ziet nu dat dat dus slechter wordt en dan lijkt net het argument van de burger, ja, maar we doen er nu veel langer over omdat dan uiteindelijk er minder klachten komen, neem ik dan aan. Maar het is niet zo want in de stukken staat dat er meer klachten komen dus ik snap die redenatie niet helemaal. We gaan dus … Burgemeester Wienen: Ja, dat is de redenatie ook niet dus. De heer Van den Raadt: O, gelukkig. Nou, dan hoor ik graag wat het dan wel is. Wat gaat u eraan doen om weer naar die 85 procent te komen? Want het daalt tot nu toe. De voorzitter: Uw vraag is helder. Ik zou u ook willen zeggen dat u nog 39 seconden hebt. Maar, 40, nou, oké. Zijn er nog anderen in tweede termijn want anders gaan we door met beantwoording van de portefeuillehouder. Geen vragen meer. Nee. Dan is het aan u, de heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ja.

Ik heb natuurlijk niet de zekerheid van, waar ligt dat nou precies aan? Je kunt dus met elkaar over van gedachten wisselen, waar zou het aan kunnen liggen? En ik denk dat de klachtherkenning, dat dat wel een logische in ieder geval is dat als je er meer op gericht bent van, jongens, moet je dit misschien opvatten als een klacht, dan krijg je een betere registratie en daardoor ook meer klachten. Dan wordt de zaak niet erger maar dan zie je beter wat er daadwerkelijk aan klachten binnenkomt. Ik vind dat zelf een niet onwaarschijnlijke reden waarom het aantal klachten wat hoger ligt, of niet wat maar duidelijk hoger ligt. En voor het overige kunnen we met elkaar speculeren van, waar zit hem dat nou precies in? Wordt het beleid van de gemeente slechter? Dat zou heel erg treurig zijn. Dus daarom moet je denk ik met elkaar wel heel erg goed

8

naar kijken van, duidt dit ergens op? Gaat het heel erg een bepaalde richting uit waar je iedere keer klachten over krijgt. Maar het kan ook met hele andere factoren te maken hebben die ik op dit moment dus niet precies weet. De voorzitter: Een hele korte, één korte aanvullende vraag. Een laatste, gaat uw gang. De heer Alberts: Nou ja, of het beleid slechter is voor de burger en dat daar meer klachten. De vraag is eerder, is het college bezorgd met deze hoeveelheid klachten? En omdat dat effect van de klachtenherkenning specifiek dit jaar in de rapportage zit heeft dat betekenis voor voorgaande jaren dat er dus klachten in de voorgaande jaren onderbelicht zijn geweest en dat dan ook hoger lag. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ja, dat zou dan de consequentie zijn, als je dat in het verleden minder snel herkende als een klacht en dus ook niet als klacht behandelde, dan werd die ook niet geregistreerd. En dan is het op zich winst dat we dat nu wel doen, maar dan betekent het ook dat in het verleden het aantal wat we registreerden wat lager was dan het feitelijke aantal. Dat is één. En nog één ding wat mogelijk in ieder geval ook een rol gespeeld kan hebben, dat is dat we ook altijd nogal wat klachten krijgen naar aanleiding van verkiezingen.

Dat betekent, dat kan wel een factor geweest zijn specifiek in dat ene betreffende jaar wat dan het jaar daarvoor niet speelde. Maar nogmaals, uw punt klopt. En ten aanzien van de vraag van, waar ligt het nou precies aan, weet ik niet. En daar moet je wel met elkaar naar blijven kijken van, wat haal je er nou precies uit, wat voor trend zit er daar dan in? Gaan we op bepaalde punten kennelijk in dienstverlening, doen we het niet goed. En door dat aan te passen hoop je dan dat het aantal klachten weer naar beneden gaat en dan zijn we weer terug bij uw eerste punt. Ten aanzien van Trots. Ik denk dat, dat had ik trouwens inderdaad nog moeten zeggen, dat het uw opmerking over bezwaren, dat vind ik echt, dat is een andere procedure, heeft ook met heel andere dingen te maken. Dus ik vind, als je het er al over wil hebben, moeten we het er dan over hebben. En niet zeggen van, nou ja, weet je, behandel de klacht maar als een bezwaar want dat zijn echt twee grootheden die je niet door elkaar moet gaan halen. Vervolgens ging het om een redenering. U had het gevoel dat ik, moet ik even kijken waar u het gevoel had dat ik het miste. Misschien help me nog even. Ja. De voorzitter: Dat mag. De heer Van den Raadt: Nou, het streven is om het naar beneden te doen, aantal klachten, en het binnen de tijd.

Nu krijg ik toch een beetje het idee, ja, het is eigenlijk wel prettig dat we gratis advies krijgen van de burger en dat we daar heel lang over doen om dat te behandelen dus daarom is het goed. Is er nog steeds het streven om minder klachten te krijgen, is er nog steeds het streven om het binnen de tijd te doen en wat gaat u daar dan precies aan doen? Burgemeester Wienen: Ja, het streven is om het 85 procent binnen de tijd te doen. Maar dat neemt niet weg dat ik wel een verklaring heb in het feit dat we het op een andere manier doen. De manier die de commissie heeft aanbevolen, die meer tijd vraagt. Want, en desondanks willen we toch dat het wel op tijd wordt afgehandeld. Dus dat is een opgave en dat zal niet meevallen maar dat is wel wat we willen. En het aantal klachten dat willen we laten dalen. Maar volgens mij gaan we elkaar herhalen want dat heb ik al eerder gezegd, maar het is geen doel op zichzelf. Want als er reden is voor een klacht, dan heb ik liever dat we hem krijgen want dan kunnen we er wat mee doen. De voorzitter: Dank u wel. Eén kleine aanvullende vraag, dan gaan we het afronden.

9

De heer Van den Raadt: Als dat het streven is, kunnen we dan in de Kadernota lezen dat u daar meer geld voor nodig heeft om dat wel binnen die termijnen af te handelen of niet? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Nee. De heer Van den Raadt: Vindt u het dan prettig dat Trots Haarlem een motie indient dat we daar meer geld voor beschikbaar stellen zodat we die doelen halen of niet? Burgemeester Wienen: Nee, want als ik van mening was dat dat noodzakelijk was, dan had ik dat voorstel wel gedaan natuurlijk. De heer Van den Raadt: Oké. De voorzitter: We gaan hiermee stoppen, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Dan blijft toch de vraag, wat gaat u er nou aan doen dan? Want u kunt er wel naar kijken maar ik heb liever dat we niet blijven kijken maar dat we wat gaan doen als we het serieus menen. U kan ook zeggen, we menen het niet serieus en we laten het gewoon oplopen naar 100 procent. Vind ik ook prima maar dan spreek het tenminste uit. Burgemeester Wienen: Nu spreekt u zichzelf tegen, 100 procent op tijd afhandelen zou alleen maar fantastisch zijn. De heer Van de Raadt: Nee, dat zijn klachten die niet op tijd worden behandeld. Burgemeester Wienen: O, niet op tijd. Oké. Dus 0 procent op tijd. Oké.

Nee, die kant willen we niet uit en dat betekent dat je met elkaar kijkt van, jongens, waar zitten de knelpunten, waar kan je het sneller doen, waar kun je dingen samen oppakken? Dus dat is iets met elkaar te bespreken. En als we bij alles wat er in deze organisatie het liefst wat sneller of wat beter gaat zeggen van, kom maar en zeg maar hoeveel extra personeel je nodig hebt, dan vrees ik dat wij nog aardig wat van die voorstellen met elkaar zullen behandelen. Ik denk dat we in de eerste plaats moeten zorgen dat we ons werk zo goed mogelijk doen en daar werk ik aan. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat we kunnen vaststellen dat het hiermee voldoende besproken is in eerste en tweede termijn. Ik heb een toezegging gehoord op de vraag van de heer Trompetter over de uitkomst specificeren van de klachten en dat het ook in het dashboard volgend jaar, klopt dat, dat dat ook eventjes dat dat wordt meegenomen daarin als dat komt. En nou, dan denk ik dat we hiermee het agendapunt kunnen afronden. Overige punten ter bespreking 6.

18:10 uur Gespreksmemo ten behoeve van kaders voor een wijziging van de gemeenschappelijke regeling voor de Veiligheidsregio Kennemerland (JW) De voorzitter: Dan gaan we naar punt 6, agendapunt 6 en dat is gespreksmemo ten behoeve van kaders voor een wijziging van de gemeenschappelijke regeling voor de Veiligheidsregio Kennemerland. U heeft van de griffier en de burgemeester een brief met een bijbehorende gespreksmemo ontvangen. Alle griffiers en

10

burgemeesters van omliggende gemeenten die deel uitmaken van de Veiligheidsregio Kennemerland, dat zijn Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort, hebben de brief en de memo ook ontvangen. In de memo wordt aan u gevraagd om indien wenselijk meer invloed uit te oefenen op de gemeenschappelijke regeling VRK. Dit kan door een aantal maatregelen te nemen. Ik vat ze even kort samen voor u. A, wel of niet invoeren van een regionale raadsadviescommissie. En dan is meteen de vraag, wie is voor? Ja? O, sorry, o, sorry. Ja, sorry. Ik dacht, ik ga gelijk, ik ga het rondje af. Maar ik ga ze eerst, dan ga ik ze eerst allemaal, ja, dat gaat even te snel zo. Wel of niet invoeren in een regionale raadsadviescommissie, het actief structureel te laten informeren over de agenda’s en besluitenlijst van het algemeen bestuur, C, actief incidenteel te laten informeren, dus afwijkingen van afspraken, beleidslijnen en dergelijke, de zienswijze indienen, de evaluatie van de regeling, de burgerparticipatie en kosten bij invoering bovenstaande punten. Nou, u heeft allemaal kunnen lezen. De punten A tot en met G staan gespecialiseerd in het memo wat u heeft gekregen dus dat hoef ik hier allemaal niet voor te lezen. Wie mag ik hierover het woord geven in eerste termijn? Mevrouw Van Zetten: Mag ik een punt van orde maken? De voorzitter: Ja, mag.

Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, ik had eigenlijk wel prettig gevonden als we hier nou een soort technische sessie van tevoren over hadden gehad. Want ik word toch, ja, misschien, er worden over de meest idiote onderwerpen technische sessies georganiseerd. En ik denk, ja, dit is toch een gemeenschappelijke regeling, had ik dan eigenlijk mij wel iets meer voorlichting over willen hebben. De voorzitter: Voor zover ik weet is er een bijeenkomst geweest maar ik begrijp dat de portefeuillehouder hier ook iets over wil zeggen. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Ja, nou ja, dat wilde ik aangeven want omdat dit alle raden aangaat van de gemeenschappelijke regeling, is er een speciale bijeenkomst georganiseerd waar u allemaal voor uitgenodigd bent in Haarlem overigens, waar dit specifiek onderwerp van bespreking was. Wat gaat het over, waarom is dit, wat voor mogelijkheden hebben we, et cetera? En bij die bespreking was ik aanwezig maar er waren, dat moet ik toegeven, uitzonderlijk weinig Haarlemse raadsleden. Mevrouw Van Zetten: Dat heb ik natuurlijk gezien. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Nee, gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Dus 29 maart hè, en dan is het gewoon midden in de week en dan weet je al bijna dat er gewoon haast niemand naartoe gaat. En ik vind dat we hier op het stadhuis misschien voor onszelf ook wat hadden kunnen organiseren. Dat is maar een mededeling.

Maar omdat we ineens, u begint van, o, we gaan daarover beslissen. Dan denk ik, nou, ik begrijp niet precies waar het over gaat hoor. De voorzitter: Nou ja, er zijn, er is dus een sessie geweest en we nemen de suggestie mee voor als het zich weer voordoet. Ik vraag nogmaals, wie wil in eerste termijn het woord voeren? De heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Ja, dank u wel. Ik ga ze gewoon allemaal even het rijtje even snel af. Wat betreft punt A, daar staan wij een beetje ambivalent in want een raadsadviescommissie optuigen is wel een heel ding. Dat

11

hoeft niet per se. De punten B, C, D en E is voor ons prima, dat is dus actief informeren, actief incidenteel informeren, de zienswijze indienen, evaluatie. Burgerparticipatie wat ons betreft niet want veiligheid is niet iets wat je te veel moet democratiseren, dat is risicovol. En G, de kosten is evident, als je dingen gaat doen dan wordt het duurder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, waarom doen we dit? We doen dit dus om de raad in positie te brengen, dichter bij de gemeenschappelijke regeling te betrekken. Daarom liggen hier nu voorstellen. Het voorstel van de regionale adviescommissie, die ambivalentie van de Actiepartij, die voelen wij ook. Enerzijds kan het het bestuur van de gemeenschappelijke regeling lui maken om de raden erbij te betrekken. Anderzijds is het misschien wel een goede methode om juist de raden erbij te betrekken. We kiezen voor dat laatste, laten we het gewoon proberen wat ons betreft. Met die raadsadviescommissie, als we daardoor ons doel bereiken is dat een goede zaak. En wat de andere punten betreft, B tot en met G, kunnen wij ons vinden in de gedachtebepaling zoals die in het stuk is opgenomen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Drost, GroenLinks.

De heer Drost: Ik had een interruptie want ik had diezelfde ambivalentie, ook al had ik dat woord niet echt bij mijn gevoel geplakt maar ik had denk ik wel dat gevoel hè bij die raadscommissie. Heeft u een beeld wat die raadscommissie kan gaan doen? Want er werd dan voorgesteld bijvoorbeeld de gemeente, per gemeente twee raadsleden. Dat wordt dan iets van achttien raadsleden. Ja, is dat bij u gaan leven? De voorzitter: De heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, het gevoel wat ik erbij heb is dat je dan toch raadsleden die met verhoogde attentie naar deze gemeenschappelijke regeling kijken, de stukken tot zich nemen en signaleren, agenderen, net even wat scherper in de wedstrijd zitten dan een gemiddeld raadslid. En daarmee een vooruitgeschoven post zijn voor ons als raadsleden en ja, zo voor de wisselwerking kunnen zorgen. Dus dat heeft bij ons de doorslag gegeven. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik dan in termijn. Mijnheer Drost, gaat uw gang, GroenLinks. De heer Drost: Ja, dank u, voorzitter. En wel dank voor het antwoord want ik kan me er best iets bij voorstellen dat je een raadscommissie doet. Nou, we staan wel op het standpunt dat we dat net een stapje te ver vinden in dit geval. Ook omdat mijn ervaring ook wel is, ik vertrouw best wel raadsleden die dan dat gaan doen maar dat het ook niet heel veel verder sijpelt de raad in.

Dus dan lijkt ons het actief structureel laten informeren door nou, bijvoorbeeld zo’n nieuwsbrief, lijkt ons de beste methode in dit geval. En voor de rest heeft de Actiepartij een aantal punten met ja, ja, ja benoemd en volgens mij hadden wij een beetje hetzelfde. Prima inderdaad om die zienswijze volgens mij, de procedures die we nu doorlopen, op welke stukken we nu zienswijze indelen, volgens mij hoeft daar niet zoveel aan worden toegevoegd dus dat is al prima. Ik vond het ook prima dat er bij burgerparticipatie werd aangegeven om het bestuur daar een voorstel te laten doen hoe dat vormgegeven kan worden. En G, inderdaad, ja, dat zijn de logische dus, nou, tot zover onze inbreng. De voorzitter: Dank u wel. De heer Abbasi, PvdA, gaat uw gang. De heer Abbasi: Goed. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik was aan het nadenken wat ik nou van dit stuk vind en ik onderschrijf natuurlijk wel de gedachte dat we zo goed mogelijk geïnformeerd moeten worden en natuurlijk

12

ook zoveel mogelijk moeten worden betrokken bij gemeenschappelijke regeling en vooral in VRK wat toch wel een belangrijke rol speelt hier in deze regio. Tegelijkertijd wil ik altijd voor waken dat wij als raadsleden niet overspoeld worden met informatie waar je ook vaak niet heel veel mee doet. We moeten al zoveel dingen lezen, we moeten al zoveel stukken krijgen. En heel veel dingen die hierin staan, heel veel punten die hier naar voren komen gebeurt volgens mij al. Bijvoorbeeld punt E, evaluatie van de regeling, ja, ik zou niet willen, ik zou niet weten wat dat toevoegt als we toch jaarlijks een jaarverslag krijgen. En volgens mij hebben we een jaarverslag vorige week of twee weken geleden pas. Nou, dat was een document van honderd pagina's, daar staat volgens mij echt al heel uitgebreid in wat er gebeurt. Dus waarom er nog driejaarlijks een evaluatie moet komen begrijp ik eerlijk gezegd niet zo goed. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter, Actiepartij, gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Nou, wat wij dus doen is ieder jaar de jaarrekening bekijken maar één keer per drie jaar de regeling an sich, de gemeenschappelijke regeling an sich of als er wijzigingen nodig zijn. Dus dat zijn dus twee verschillenden dingen toch? De voorzitter: De heer Abbasi, PvdA.

De heer Abbasi: Nee, volgens mij was er ook een jaarverslag hè, dus er wordt ook heel duidelijk verslag gedaan wat er gedaan is en daar kan je dan je mening over geven. Dus daar zit eigenlijk voor mij een jaarlijkse evaluatie in. De voorzitter: De heer Trompetter, interruptie. De heer Trompetter: Maar bent u het met mij eens, mijnheer Abbasi, dat de VRK-regeling op zichzelf iets anders is als het jaarverslag? De voorzitter: De heer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, maar dan vraag ik mij af wat we dan gaan evalueren? Dus ik ben heel benieuwd wat de VRK-regeling evalueren, ja, wat voegt dat dan toe? Dus wat ik probeer te zeggen is dat we echt ervoor moeten waken dat we niet veel informatiepunten creëren waar we eigenlijk niet zoveel aan hebben. Dat volgens mij één punt daarvan. Ten aanzien van punt A, ja, wel, niet invoeren van zo’n raadscommissie, raadadviescommissie, voel ik daar precies hetzelfde over. Ik ben heel benieuwd wat nou de toegevoegde waarde van zo’n raadscommissie is? Dat is mijn vraag ook aan de burgemeester dus ik hoop dat hij daar een antwoord op kan geven. En dan kunnen we gebaseerd daarop en de input van de andere raadsleden een standpunt bepalen.

Burgerparticipatie vind ik ook zo’n lastige, hoe willen we een burger laten participeren in de VRK? Volgens mij is het, op papier klinkt het allemaal heel mooi maar wat voegt het nou daadwerkelijk toe? Dus om heel concreet te zijn, punten B, C en D en G natuurlijk, ja, 100 procent mee eens. De andere, daar twijfel ik nog. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, mijn inbreng begint ook met welk probleem lossen we hier eigenlijk op? Vond ik ook moeilijk om te achterhalen. Kijk, we hebben het hier over de informatievoorziening vanuit de Veiligheidsregio aan de gemeenteraden. Nu heeft die Veiligheidsregio zelfstandig ook een actieve informatieplicht. Maar degene die ons vertegenwoordigt in dat verlengde lokale bestuur, dat is de

13

portefeuillehouder, die heeft zelf ook een actieve informatieplicht. Dus mijn vraag is eigenlijk, hoe verhoudt de actieve informatieplicht van de portefeuillehouder en het college zich tot de actieve informatieplicht van de VRK? Zijn ze dubbel en dus waar overlappen ze en waar complementeren ze elkaar? Dan is het voorstel onder andere om tot een nieuwsbrief te komen vanuit de VRK. Ja, en ik, wat mij betreft mag dat in ieder geval niet ten koste gaan van de formele stukkenstroom die plaatsvindt. Dus alles wat ze publiceren via email of op andere manieren, allemaal leuk en aardig maar ik zou graag als gemeenteraadslid via het college, door het college geïnformeerd worden over alles wat deze gemeenschappelijke regeling aangaat. Ja, dan het voorstel om tot een adviescommissie te komen voor raadsleden. Ook al is dat een, nou, ambiguïteit die ik ook, of ambivalentie die ook tot mij kwam. Ze dien, lees ik dan, ze dienen als ogen en oren van de gemeenteraad. Ja, ik dacht altijd dat de portefeuillehouder dat was en dat wil ik eigenlijk ook graag zo laten dus ik ben niet direct overtuigd. Het voordeel is dat we de portefeuillehouder hier ter verantwoording kunnen roepen en zo'n adviescommissie natuurlijk niet. Een van de dingen die die commissie dan kan doen begrijp ik is het vroegtijdig signaleren van beleidsontwikkelingen.

En dat dan dus bijvoorbeeld ook nieuwe aan ons worden voorgelegd als een soort discussies, wat kan dan beter, in plaats van dat er besluiten worden voorgelegd. Ja, laat dat dan zal ik maar zeggen in onze zienswijze staan richting laten we zeggen dat dagelijks bestuur om dat op zich te nemen, om die raden voortaan gewoon proactief te informeren. Eigenlijk zoals dit stuk dat eigenlijk heel goed doet hè, dat voorleggen. Dus ja, ze kunnen het wel dus blijf dat dan vooral doen. Ja, goed, en dan wordt er dus een bureaucratie opgetuigd waarvan de meerwaarde, nou ja, ambivalent is. Er komt ondersteuning, er wordt een hele bureaucratie opgetuigd hè, er komt ondersteuning voor die commissie. Die commissieleden krijgen ook nog betaald en die gaan natuurlijk druk aan de slag om allemaal stukken te maken. Nou, er wordt al gezegd want ze moeten ook nog eten. Ja, waarschijnlijk na hun werk gaan ze ook dat nog doen dus nee, kijk, dus het gaat ook nog weer dingen kosten. En als dan niet duidelijk is wat ze gaan doen, dan denk ik dat we daar ook vooral soberheid moeten betrachten. Nog één punt even naar aanleiding van de discussie hier over het evalueren van de gemeenschappelijke regeling. Ik denk dat het heel goed is dat we jaarlijks via jaarverslagen en begrotingen kijken naar de financiële kaders, de uitvoering van het beleid, dat we dat jaarlijks bekijken.

Maar dat we ook eens in de vier jaar kijken, hoe werkt nou het instrument gemeenschappelijke regeling en zijn daar nog dingen in te verbeteren of niet? Dat hoeft niet ieder jaar want dat zou veel te veel zijn maar dat je eens in de zoveel tijd kijkt, hebben wij die veiligheid in onze regio nog goed geregeld via dit instrument? Vind ik heel waardevol en dus dat ziet de VVD dus graag. Voor zover de bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ja, ik vind zo'n gemeenschappelijke regeling altijd een beetje een bestuurlijk moeras waar je als raadslid heel moeilijk grip op krijgt. En ik denk de VRK, wanneer wordt het belangrijk, als er een ramp is of als er een enorm financieel tekort is zoals in het verleden bij de brandweer en dan komen we met zijn allen in actie. Wat betreft de ramp moet ik nog wel denken aan de coronaepidemie en de positie van de GGD, onze gemeentelijke gezondheidsdienst waar wij geen enig idee hadden wat ze daar aan het doen waren. Wij moesten onze Haarlemmers naar Schiphol sturen voor een vaccinatie en het duurde pas aardig lang voordat er hier bij de ijsbaan een vaccinatietent werd geopend. Dus toen dacht ik, wat heeft, wat is nu eigenlijk de betekenis hè van, hoe moeten wij daar als raad mee omgaan? Vandaar dat ik toch een beetje huiverig ben.

En ik denk, nou, allemaal leuk, gespreksmemo, het wordt allemaal beter natuurlijk en we krijgen een nieuwe regeling. En dan denk ik altijd, ja, dat wordt toch een beetje een ambtenarenfeest, daar gaan allemaal mensen lekker belangrijk zitten doen en wij mogen daar ook iets van zeggen. Ik heb zelf indertijd in het bestuur van Paswerk gezeten. Nou, dan zit, heb je inderdaad die stukken, je zit toch een beetje echt op een afstand te praten. Je probeert vat te krijgen op de dingen die er spelen en meestal valt dat natuurlijk heel

14

erg tegen. Dus ja, ik heb het rijtje niet eens gekeken van A, B en C en D, heb ik inderdaad ambivalente dinges over. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, u heeft een interruptie van de heer Drost, GroenLinks. De heer Drost: Ja, u heeft nu even kunnen mopperen over de VRK. Maar het mooie van die Wet gemeenschappelijke regeling ook dit stuk, is dat we hier zelf kunnen aangeven hoe we betrokken willen zijn. Ja, ik ben toch wel benieuwd, u zegt dat u heeft er niet naar gekeken maar gehoord hebbende uw andere raadsleden, wat is uw … De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Het valt me inderdaad op dat burgerparticipatie is natuurlijk heel modieus, dat gaat natuurlijk helemaal niks voorstellen. Maar dat wordt natuurlijk wel in de stukken opgenomen want anders ben je echt gewoon heel slecht bezig. Ik vind Haarlem is toch wel de meeste, geeft het meeste geld aan de VRK, net als Haarlemmermeer. Ik zie het voorstel staan dat iedereen dan een gelijk stemrecht heeft hè, dus Bloemendaal net zo veel als Haarlem met ik weet niet hoeveel meer verantwoordelijkheden. Ook als er een ramp gebeurt en een Haarlemmermeer met Schiphol, IJmond met Tata. Nou, dan moeten we maar even zien hoe dat allemaal gaat. Als het om de financiën gaat, dan hebben wij wel meer te zeggen.

Nou, dan denk ik, daar ben ik natuurlijk voor want anders gaan wij alle dingen betalen, de feestjes betalen van anderen of de nalatigheid van anderen en ik vind dat we daarvoor moeten waken. De voorzitter: Dank u wel. Ook u wil ik er even op wijzen dat uw spreektijd bijna om is. Wie kan ik verder het woord geven in eerste termijn? Niemand meer? Nou, dan gaan we naar beantwoording door de portefeuillehouder. Gaat uw gang, de heer Wienen. De heer Wienen: Ja, ik denk, dit is iets wat voortkomt uit een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling. Die zegt van, je moet gewoon als deelnemers, deelnemende raden erover nadenken, wat willen wij, wat willen wij aan eventuele extra instrumenten hebben? En dat is ook een afweging. Volgens mij is het meest belangrijk dat je zegt van, wij gaan uiteindelijk over geld, dus de begroting komt hierlangs, en wij gaan over beleid en we gaan over verantwoording. Dan heb je een aantal documenten die komen hier al en de vraag is, als je documenten meer laat zijn of het aantal instrumenten vergroot, wordt het daar nou per definitie beter van of ja, overlaad je op een gegeven moment een commissie of raadsleden met documenten zonder dat ze het gevoel krijgen, we krijgen er meer grip op. Nou, daar zit een beetje de spanning. Het begin, laat ik beginnen met de raadscommissie.

Ikzelf denk dat het heeft een formeel lastig punt want hier vindt de besluitvorming plaats in deze commissie. Als u zegt van, we gaan twee mensen aanwijzen en die gaan in een commissie zitten en daar zitten ze dan met commissieleden uit andere gemeenten en die hebben dan een vooruitgeschoven positie. Het is absoluut waar dat ze zich meer betrokken zullen voelen, dat mag ook wel want ze krijgen er dan ook wat voor. Maar de vraag is van, bereikt dat de rest van de commissie? Dat weet ik niet. Zij kunnen natuurlijk moeilijk de commissie vertegenwoordigen want ze weten niet precies wat de anderen ervan vinden. En als het wel gebeurt dan ontstaat er iets heel wonderlijks want ze kunnen de besluitvorming niet overnemen. Dus eigenlijk is het een commissie die vooral veel informatie, veel nota's, veel dingen toegestuurd krijgt, daarnaar kijkt, van gedachten kan wisselen. Maar als het erop aankomt moet het toch hier terugkomen. En dan is de vraag, met wie gaat u dan de discussie aan? Met uw twee collega's die daar in die adviescommissie zitten of met een portefeuillehouder die u ter verantwoording roept. Als u het mij vraagt dan zie ik over het algemeen niet dat dat nou zoveel meerwaarde oplevert. Meestal blijft zo ’n commissie, die praat erover maar voor de commissieleden is het waar, dat is wat het CDA aangaf, dat ze zich

15

meer betrokken voelen. Dat is echt zo. Die hebben er dan toch meer zicht op. Maar of dat ook echt in de rest van de commissie hier doordringt, dat kun je je afvragen. Ik weet niet of je er echt veel meerwaarde in gaat tegenkomen. Want je doet het niet voor de raadsleden die erin zitten maar je doet het voor deze commissie, voor de raad van Haarlem. Ten aanzien van de voorstellen om die informatie te stroomlijnen en te zeggen van, dit is in ieder geval waarmee u dan naar de raad toe moet. Dat lijkt me alleen maar verstandig, dat zijn die voorstellen die daarna volgen. Of u het aantal formele procedures voor een zienswijze fors zou moeten vergroten? Het is helemaal aan u maar het betekent wel dat je bij al die onderwerpen dus dan wel een vrij lang formeel traject afspreekt dus dat het in ieder geval niet erg slagvaardig wordt. Zelf zou ik in overweging geven om er nog eens over na te denken of u als u de jaarlijkse stukken die u al krijgt heeft, of u dan nog behoefte hebt om apart meerjaren beleidsplannen ook weer voor een zienswijze voor te gaan leggen? Want u krijgt al de jaarlijkse rapportages en de vraag is van, is dit dan niet uiteindelijk meer van hetzelfde? Maar goed, het is aan u. U kunt zeggen, dat willen we wel.

Ik vind het logisch als je het doet bij uitbreiding met het aantal leden, dan vind ik het logisch dat je zegt van, nou, dan willen we toch even weten, wat zijn de argumenten? Dan kunnen we er ook wat van vinden. En dat u het doet bij eventuele veranderingen in het takenpakket. Als ze uit de wet voortkomen, nou ja, dan is het een formaliteit want daar kunnen we niks aan veranderen, dan is het de wet die dat zegt. Maar als dat mocht voortkomen uit een eigen voorstel van de gemeenschappelijke regeling zelf, dan vind ik het ook logisch dat de gemeenteraad zegt, dan willen wij voordat er een besluit genomen wordt, willen wij daar officieel in gekend worden en dat betekent dat wij onze zienswijze willen kunnen geven. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter of is het inmiddels beantwoord? De heer Trompetter: Nou, ik had een vraag maar de burgemeester heeft hem al beantwoord. Want zoals het hier in het stuk staat, bijvoorbeeld onderbrengen van instellingen of organisaties bij de VRK zoals Veilig Thuis, lijkt me wel dat wij als raad er iets van vinden. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: En dat zou ik dus, ik zou op die punten zou ik zeggen van, dat zou ik gewoon als raad zeggen, daar staan wij op. Wij willen erin gekend worden en een zienswijze geven als het gaat om uitbreiding van organisaties, uitbreiding van leden en nieuwe taken.

Dat is eigenlijk een beetje equivalent aan uitbreiding van organisaties. Maar goed, die zaken, dat willen wij langs hebben expliciet zodat wij daarover ook echt iets kunnen vinden en dat daar rekening mee gehouden wordt in de bestuurlijke besluitvorming. Of je het ook zou moeten doen … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja, op het technische af. Maar alles wat u nu noemt, dat betreft toch eigenlijk gewoon wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling zelf. Want voor nieuwe taken, voor nieuwe deelnemers of voor andere beleidslijnen is dan toch, of nou, beleidslijn misschien niet, maar voor die zaken die u daarnet noemde, daar is dan toch een wijziging voor die regeling voor nodig? Dus als we zeggen, als er een wijziging van de regeling plaatsvindt, die willen we even langs hebben, dan zijn we er toch ook? De voorzitter: De heer Wienen: Burgemeester Wienen: Ja, ik denk het merendeel wel. Hoewel het denkbaar is dat je voor bijvoorbeeld nieuwe deelnemers heeft u gelijk in, dat loopt, daar moet u zelfs niet alleen, daar moet u ook een besluit nemen. Dus

16

dat is waar. Als het gaat om het onderbrengen van taken, dat is denk ik niet zo. Want dat is de vraag of je in de gemeenschappelijke regeling een haakje vindt om te zeggen, o, dat kun je dan inderdaad wel daaronder laten vallen. Daarvan kan ik me voorstellen dat je zegt van, nou, ik wil er gewoon geen onhelderheid over hebben, als het aan de orde is, laat het even langs de raad lopen. Maar uw andere punt, ik kan me voorstellen, ik ga dat ook even teruggeven want ik denk dat u gelijk hebt. Ik denk dat het niet mogelijk is dat je bijvoorbeeld nieuwe deelnemers krijgt in de gemeenschappelijke regeling zonder dat de gemeenschappelijke regeling gewijzigd moet worden en daar is altijd de raad bij betrokken. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: En begrijp ik het dan goed dat los van wat we dan afspreken, dat altijd de actieve informatieplicht blijft gelden voor de gemeenschappelijke regeling zodat ook dit soort zaken die majeur zouden zijn, dat die ook gewoon naar de gemeenteraden toe moeten? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Zeker, zeker. Om er eentje te noemen waarvan ik me goed kan herinneren dat we daar die discussie echt ook volgens mij op de goede manier trouwens wel gevoerd hebben, maar dat was een voorbeeld daarvan, toen we overgingen naar een ander blussysteem met niet meer water via de brandkraan maar met watertransport.

Nou, dat is uitvoerig hier eerst bij de gemeenteraad geconsulteerd, opgehaald hoe ertegenaan gekeken werd en daarna pas de besluitvorming in de gemeenschappelijke regeling. En volgens mij hoort het ook zo. Dus dat gebeurt niet buiten u om maar dat heeft niks te maken met een wijziging van de gemeenschappelijke regeling maar dat is een, nou, een majeure beleidswijziging en dat valt onder de actieve informatieplicht. Even kijken, dan waren er nog meer punten O ja, die evaluatie. Ik kan me wel voorstellen dat u eens in de vier jaar, dus elke raadsperiode een keer. Nou, hier wordt gesuggereerd, doe dat dan in het derde jaar, dat u eventjes naast de jaarlijkse discussie over van hoe dingen lopen, dat u even ‘…’ te gaan aanpassen in de richting van een nieuwe raadsperiode. Ik kan me gewoon voorstellen, je moet het ook niet gigantisch zwaar gaan maken met weer heel veel nieuwe stukken. Maar dat er wel een goed argument is om te zeggen van, nou, geef ons een kort overzichtje van de afgelopen vier jaar en dan kijken wij of we het gevoel hebben van, nou, dat is wat ons betreft aanleiding om een aanbeveling te doen voor de komende periode. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er in tweede termijn … Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem nog een vraag tweede termijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12966368/1