CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Ongevraagd advies Participatieraad-samenwerking Onderwijs-Jeugdhulpverlening

commissie Samenleving 13 mei 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Collegereactie op ongevraagd advies Participatieraad inzake samenwerking Onderwijs-Jeugdhulpverlening2.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het college van Burgemeester en Wethouders van Haarlem

Datum 16-12-2025 Ons kenmerk 14/2025 Contactpersoon Ingrid van Tienhoven Telefoonnummer 06-28520648 E-mail ivtienhoven@haarlem.nl Kopie Simon Termorshuizen, Anouk Holleman Onderwerp

Ongevraagd advies samenwerking Onderwijs-Jeugdhulpverlening

Geacht college,

1. Waarom dit advies De werkgroep Jeugdzorg Onderwijs en Sport (JOS) van de participatieraad volgt sinds de start van de aanbesteding in 2021 de ontwikkelingen rondom de inkoop en inrichting van de jeugdhulp. Vanaf maart 2025 hebben we gesprekken gevoerd met diverse partijen die actief zijn in het onderwijsveld. In dit advies beschrijven we de resultaten van die gesprekken. Dat heeft geleid tot een beschrijving van het thema “samenwerking onderwijs en jeugdhulp” vanuit het perspectief van het onderwijsveld en gefocust op de consequenties voor de kinderen en jongeren. We zijn ons ervan bewust dat er in de periode waarin wij het onderzoek deden al aanzetten zijn gegeven om die samenwerking meer handen en voeten te geven. Tevens is op basis van de evaluatie van de afgelopen drie jaar het rapport “Regionaal Programma Jeugdhulp 20252027”verschenen. Desondanks vinden wij het van belang dit advies onder uw aandacht te brengen. Kinderen, ouders en scholen zien naar ons idee nog te weinig verbetering. Kinderen hebben maar één kans: zij kunnen de verloren tijd als gevolg van een wachtlijst, gebrek aan een passende voorziening en niet flexibel werkende consortia, niet inhalen.

2. Het belang van een goede samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulpverlening De participatieraad is van mening dat een goede samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp van cruciaal belang is om optimale ontwikkelingskansen voor kinderen en

1

jongeren te realiseren. Het onderwijs is een belangrijke vindplaats om problemen snel te signaleren en aan te pakken en vormt een schakel tussen de voorliggende voorzieningen (Sociaal Domein) en de Jeugdhulp om samenwerking rond preventie, beoordeling en aanpak en uitvoering tussen onderwijs en zorg tot stand te brengen. Samenwerking tussen scholen en jeugdpartners kan bijdragen aan het versterken van een positief en ondersteunend pedagogisch klimaat, op school en in de wijk, en aan het voorkomen van opvoed- en opgroeiproblemen. Voor kinderen die zowel specifieke onderwijsbehoeftes als ondersteuning van de jeugdhulp hebben, is een goede samenwerking onontbeerlijk. Vaak zijn partners (jeugdgezondheidszorg, leerplicht, wijkteam of jeugdhulp) al betrokken bij de ondersteuningsstructuur van scholen, bijvoorbeeld rond casuïstiek. Het helpt om samen ook na te denken over preventieve inzet in en rond school. Preventie kan voorkomen dat kinderen en jongeren problemen krijgen, daarnaast kan preventie beginnende problemen in goede banen leiden en voorkomen dat deze terugkomen dan wel verergeren. Voorwaarde hiervoor zijn sterke basisvoorzieningen.

3. Onze werkwijze Om tot een goed beeld te komen van de samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulpverlening en het Sociale Domein hebben we met diverse partijen gesproken. Daarbij hebben we een gestandaardiseerde vragenlijst gebruikt. Er zijn gesprekken gevoerd met de volgende partijen: • De Samenwerkingsverbanden Primair Onderwijs (PO) en Voortgezet Onderwijs (VO) • De beleidsambtenaren Jeugd van de gemeente • Diverse scholen voor Speciaal Onderwijs (SO), Speciaal Basis Onderwijs (SBO) en regulier Primair Onderwijs (PO) • Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Verder refereren we aan ons ongevraagd advies over de evaluatie Jeugdhulpverlening en ons gevraagd advies over de preventienota

4. Onze bevindingen Samengevat constateren we de volgende knelpunten: • In het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO)en het Speciaal Basis Onderwijs (SBO) er sprake is van individuele bekostiging. Dit zorgt voor veel versnippering en inefficiënte inzet van mensen en middelen. • Niet-dekkend aanbod: kinderen waarvoor in onze regio geen passend aanbod is, gaan met een PGB naar instellingen o.a. in Amstelveen, Amsterdam of Voorhout • Beperkt aanbod voor kinderen met een verstandelijke beperking. • Lange wachtlijsten voor diagnostisch onderzoek, soms tot 2 jaar. In de tussentijd staat alles stil.

2

• Lange wachtlijsten voor gespecialiseerde zorg en behandeling. • Thuiszitters: voor veel kinderen waarbij zorg voorliggend is, is in de specifieke Kinderdagcentra geen plaats. De consequenties voor zowel kind als gezin zijn enorm. • Men geeft aan onvoldoende flexibiliteit te ervaren bij de Consortia: een kind of gezin mag maar bij één aanbieder zorg krijgen, ook al kan een andere aanbieder de passende zorg bieden. Er kan niet worden geschoven met budgetten, maatwerk blijkt lastig. Dat maakt het ingewikkeld tot een passend aanbod te komen. • De scholen met een gespecialiseerd aanbod hebben een regiofunctie waardoor zij met veel verschillende CJG’s te maken hebben. • De wachtlijsten voor ambulante begeleiding bij Buurts blijken lang. • Men is niet altijd tevreden over de kwaliteit van het leerlingenvervoer.

5. Onze adviezen De inzet van hulp bij de consortia Uit de gesprekken met de diverse scholen voor VSO en SBO, het Samenwerkingsverband en het CJG komen diverse knelpunten naar boven met betrekking tot de hulp aan kinderen met ontwikkelingsproblemen. Ter illustratie hebben we in bijlage 1 een casus beschreven. Uit onze bevindingen komen wat betreft het aanbod van de consortia en de afspraken die met de gemeente gemaakt zijn, de volgende punten naar boven. Er is een groot gebrek aan flexibiliteit als het gaat over de inhoud van de hulp en de financiering. Bijvoorbeeld wanneer een kind/gezin hulp krijgt van één van de consortia dan lijkt het niet mogelijk of zeer moeilijk om ook hulp te krijgen van een ander consortium. Ook al heeft dat consortium de gevraagde hulp in huis. Het komt voor dat dan het hele gezin over moet naar een ander consortium. Ook is het niet mogelijk om budget bij een ander consortium te vragen als het budgetplafond bij één van de consortia is bereikt. Het organisatiebelang lijkt een grote rol te spelen Het uitgangspunt moet zijn dat de hulp rond het kind/gezin georganiseerd moet worden en niet andersom Advies: Maak in het kader van het Regionaal Programmaplan Jeugdhulp 2025-2027 op korte termijn afspraken met de consortia om de hulp zowel inhoudelijk als financieel flexibel te kunnen inzetten tussen en binnen de consortia.

Laat de knip tussen perceel 1 en 2 los. Hierdoor kan het mogelijk worden om of gecombineerde hulp te bieden of om na perceel 1 hulp te krijgen vanuit perceel 2. De financiering van de hulp op school gebeurt op individuele basis. Scholen ervaren dit als inefficiënt (te veel hulpverleners op school c.q. in de klas) en als kostbaar. Er is een sterke behoefte aan collectieve inzet/financiering. Advies: Maak op korte termijn afspraken met de scholen om collectieve inzet van hulp mogelijk te maken zodat de ondersteuning effectief kan worden georganiseerd.

3

Een aantal scholen, met name de IKC’s geven aan dat er voor een bepaalde groep kinderen het benodigde hulpaanbod niet aanwezig is bij de consortia. Deze kinderen gaan vervolgens met een PGB naar een particuliere voorziening en gespecialiseerde instellingen buiten de regio. Dat is een kostbare zaak. Het gaat dan om kosten voor PGB, vervoer en behandeling. Daar komt bij dat het toezicht op de kwaliteit van de zorg onduidelijk is. Advies: Ga in gesprek met de consortia om samen met de scholen te bekijken wat er nodig is om de hulp waar behoefte aan is binnen de consortia te realiseren. Het is onduidelijk of en hoe er vanuit de consortia samen gewerkt wordt met organisaties in het Sociale Domein in casu Buurts. Een goede samenwerking en afstemming met dit domein kan een preventieve werking hebben. Ook in de Hervormingsagenda is dit een belangrijk punt. Advies: Maak met de consortia concrete afspraken hoe zij, gezamenlijk, de samenwerking en afstemming met het Sociaal Domein vorm gaan geven.

Wachtlijsten Een veel voorkomend probleem is de lengte van de wachtlijsten. Kinderen moeten lang wachten voordat er een diagnose gesteld kan worden (9 maanden of langer), voordat de nodige passende hulp ingezet kan worden. Dat laatste geldt ook voor kinderen waarbij zorg voorliggend (d.w.z. voordat een kind naar school kan) is aan het onderwijs en behandeling. Het gevolg hiervan kan zijn dat kinderen langdurig thuiszitten. Dit laatste geeft ook weer een extra belasting voor het gezin en het kind krijgt niet de voor zijn/haar ontwikkeling passende hulp. Tenslotte vernemen we dat er sprake is van lange wachtlijsten bij de sociale wijkteams voor ambulante ondersteuning. Advies: Ontwikkel een plan van aanpak op korte termijn om de wachtlijsten te verkorten. Over dit plan van aanpak worden we graag geïnformeerd.

Afstemming met het Sociaal Domein: preventie Belangrijk uitgangspunt van gemeentelijk en landelijk beleid is de verschuiving naar preventie om problemen te normaliseren en de wachtlijsten bij specialistische jeugdhulp te verminderen. Vanuit de gesprekken die we gevoerd hebben blijkt een organisatie als Buurts onbekend. De mogelijkheden die het Sociaal Domein biedt aan ondersteuning worden onvoldoende benut. Dat gaat op voor zowel de formele als informele zorg (vrijwillige inzet). Daarnaast is er sprake van versnippering in het (preventieve) aanbod. In ons advies over de Informatienota Preventief Jeugdbeleid Haarlem hebben wij onze zorgen daarover kenbaar gemaakt. Meer

4

nadruk op preventie zou moeten leiden tot meer gebruik van de voorliggende voorzieningen (Sociaal Domein) en minder verwijzingen naar specialistische hulp. Dit kan in deze tijd van tekorten in de jeugdhulp van groot belang kan zijn. Advies: Maak afspraken met Buurts en de scholen hoe de bekendheid van het ondersteuningsaanbod en de toegankelijkheid van het aanbod vergroot kunnen worden. Ga met Buurts in gesprek over het verminderen van de versnippering van het preventie aanbod. Met vriendelijke groeten,

Alex de Groot Voorzitter Participatieraad

5

Bijlage 1 Haarlem, 10-12-2025

Casus van een kind die nog geen onderwijs of zorg heeft. Bron: CJG Coach Dit voorbeeld betreft een kind van bijna 7 jaar. Dit voorbeeld staat symbool voor meerdere situaties uit Haarlem. Dit jongetje woont met zijn moeder, stiefvader en 2 broertjes in Haarlem. Het kind heet N. Kind N. is op jonge leeftijd naar de peuterspeelzaal van de Vrije school gegaan. Er werd gekozen voor de Vrije school omdat zijn oudere broer daarnaartoe gaat. Daar viel op dat hij niet het onderwijs kon volgen/ het onderwijs niet bij zijn mogelijkheden aansloot. N. is toen naar de peuterspeelzaal + verwezen. Toen hij 4 jaar werd, is N. verwezen naar het speciaal basisonderwijs. (IKC Schalkwijk) Duidelijk was dat N. een achterstand in ontwikkeling had en achter was met taal. Er waren vermoedens van een mogelijk autisme. Het speciaal basisonderwijs zag dat N. niet in de kleutergroep van het speciaal onderwijs paste. In onderwijs moet een kind kunnen profiteren van een groepsgericht aanbod. N. kon dit niet en had een 1 op 1 aansturing nodig. Het IKC Schalkwijk zag dat N. mogelijk beter in het onderwijs zorggroep zou passen. (kleinere groepen en meer aansturing op gedrag) Daar was geen plek en mocht N. plaatsnemen in de kleutergroep voor enkele uurtjes in de week. (januari 2024) In maart 2024 kon N. voor 3 maanden naar de observatie groep in het IKC gaan.

De observatie groep was voor kinderen die tgv van de corona periode de kans van vroegschoolse begeleiding gemist hadden. In de periode waar N. naar de observatiegroep ging, miste hij veel schooldagen. (veel vakanties april/ mei/juni) Voor de zomervakantie werd al aangegeven dat N. na de zomervakantie niet hoefde terug te komen. Men had een duidelijk beeld van N. zijn zorg/ onderwijsbehoeften. Vanaf eind juli 2024 werd N. een thuiszitter. N. had nog geen schoolse vaardigheden ontwikkeld waardoor hij in geen enkele vorm van onderwijs zou kunnen instromen. Het advies na de observatiegroep was zorg of behandeling. Zorgplekken zoals in de kinderdag centra hadden een wachttijd van 2 jaar. (Duinhuis/ Wollewei) De school de Hermelijn van de Hartekampgroep wilde hem niet aannemen omdat 1: als hij aan de beurt zou zijn, hij al bijna 7 jaar zou zijn (wachttijd 1,5 jaar). Hij zou dan niet kunnen profiteren van hun onderwijsaanbod. 2: Daarbij wilde de Hartekampgroep de aanmelding niet accepteren omdat niet duidelijk was of een verstandelijke beperking of mogelijk autisme leidend zou zijn. (augustus 2024) Wachttijden voor diagnostiek waren minstens 1 jaar. Er is contact geweest met de consortia via de gezamenlijke aanmeldtafel om een passende zorgplek/ onderwijs voor N. te vinden. Er was geen aanbod voor N. in Haarlem.

Daardoor kon er gekeken worden naar mogelijkheden buiten Haarlem die via een PGB vergoed zouden worden. Andere opties waren behandelplekken buiten Haarlem: Sama zorg (Amstelveen), Spider (Diemen), DWRP (Aalsmeer), Reager (Hoofddorp, wachttijd 3 jaar). Niet al deze behandelplekken waren passend voor N. Daarbij hadden de ouders van N. grote problemen om hun jonge kind, die zich verbaal niet kon uiten, met een vreemde chauffeur in de spits mee moeten sturen. Ouders wilden hun kind binnen Haarlem naar een passende onderwijs/ zorg plek hebben.

6

In januari 2025 was er een nog een plek vrij op de observatiegroep bij het IKC. N. mocht hier naartoe. Het doel van de observatiegroep was nu om de ontwikkeling van N. te stimuleren. Inmiddels was N. 6 jaar. Doordat N. een thuiszitter was, kon zijn moeder niet meer werken. De zorgen rond het onderwijs maakte dat er veel spanningen in het gezin waren. Het niet naar school gaan van een kind, ontregelt het gezin functioneren. Alle gesprekken, wensen, hoop en strijden vraagt veel energie van ouders. De moeder heeft sinds 1 jaar een burn-out en heeft de situatie een flinke weerslag op de partner van moeder. Zij staat nu alleen voor de opvoeding van 3 kinderen. Omdat N. staat ingeschreven bij het IKC Schalkwijk, is de school zorg plichtig. Zij kunnen hem niets bieden omdat hij nog steeds niet kan profiteren van een groepsaanbod. De onderwijszorggroep op school heeft tot op heden geen plek. Ook de onderwijszorggroep van de van Voorthuizenschool of de school zelf gaven geen opening. (wachttijd OZG van het OTT 2 jaar) N. gaat sinds het stoppen van de 2de observatieperiode, mei 2025, 3x in de week voor 2 uurtjes onder begeleiding van een ambulante begeleiding (ingekochte zorg) naar school. Door deze begeleiding laat hij ontwikkeling zien. De ambulante begeleiding is gericht op het aanleren van gedrag waardoor N. beter instaat is om te kunnen profiteren van onderwijs.

Er is een organisatie gevonden die diagnostiek heeft kunnen doen. November/ December 2025; er is nog geen uitslag van de diagnostiek. Ouders zijn in contact met de van Voorthuyzen school en hebben gekeken bij de Waterlelie in de Cruquius. De van Voorthuyzen school gaat de aanmelding screenen. Samenvattend zijn ouders sinds N. 2,5 jaar is, opzoek naar een school voor N. Zijn ontwikkeling wordt niet gestimuleerd en heeft hij een forse ontwikkelingsachterstand opgelopen.

Waar liggen de zorgen in het aanbod voor kinderen die zich niet gewoon ontwikkelen? In Haarlem zijn er te weinig/ geen zorgplekken voor kinderen die een ontwikkelingsachterstand hebben. Er is te weinig mogelijkheid tot diagnostiek. Diagnostiek is niet altijd nodig maar wordt soms wel door instanties verlangd om hun aanmeldprocedure te volgen. Door de enorme wachttijden gaat er kostbare ontwikkelingstijd van een kind verloren. In de praktijk zien we dat dit vaak om kinderen gaat die mogelijk een vorm van Autisme hebben waardoor het reguliere- en speciaal onderwijs niet bij hen aansluit. Áls zij op het speciaal onderwijs zitten, zijn daar te weinig mensen beschikbaar om kinderen extra te begeleiden. Een pedagogische coach heeft 2x 30 minuten in de week beschikbaar om een kind te begeleiden en ook daar zijn wachttijden voor. De kinderen gaan via Pgb’s naar organisaties buiten Haarlem en zitten daardoor langdurig in taxibusjes, zonder extra begeleiding, in het verkeer. De kinderen maken lange dagen. De taxibedrijven kampen met weinig personeel waardoor continuïteit van de chauffeur niet gegarandeerd wordt.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16870489/1