Memo scenarios vergoeding commissieleden niet-raadsleden (seniorenconvent 16 februari 2026)
Tekst van het document
Memo Scenario’s verhoging presentievergoeding commissieleden niet-raadsleden
Aan
Seniorenconvent
Datum
16 februari 2026
Onderwerp
Scenario’s verhoging vergoeding commissieleden niet-raadsleden
Van
Daphne Taets van Amerongen-Ingram via griffier
1. Aanleiding Het Seniorenconvent heeft op 1 december 2025 gesproken over de vergoeding voor commissieleden niet-raadsleden, aan de hand van een door de griffie opgestelde memo. In dat memo zijn de wettelijke kaders uiteengezet en zijn twee hoofdkeuzes geschetst: het handhaven van de huidige presentievergoeding of het verhogen daarvan binnen de ruimte die het Rechtspositiebesluit biedt. In het betreffende memo is toegelicht dat een verhoging uitsluitend mogelijk is in de vorm van een hogere presentievergoeding per vergadering, dat vaste maandvergoedingen niet zijn toegestaan en dat de raad daarbij zelf de hoogte en motivering moet vaststellen. Daarnaast is gewezen op het belang van gelijke behandeling van commissieleden, met name bij parallelle vergaderingen. Tijdens de bespreking op 1 december 2025 is brede steun uitgesproken voor een verhoging van de vergoeding, waarbij verschillende leden hebben aangegeven dat een verhoging in de orde van 20% tot 30% passend en verdedigbaar wordt geacht. Tegelijk is onderkend dat hogere percentages alleen aan de orde kunnen zijn indien daarvoor voldoende budgettaire ruimte bestaat. Daarnaast is gesproken over de praktijk bij vergoeding van de presentie bij parallelle vergaderingen binnen één vergaderblok. De presentievergoeding wordt toegekend op basis van de ondertekende presentielijst.
In de huidige situatie komt het, zij het zelden, voor dat een commissielid binnen één vergaderblok aan twee vergaderingen deelneemt en de presentielijsten tekent. Hierdoor kan binnen één vergaderblok meer dan één presentievergoeding worden toegekend. Het Seniorenconvent heeft uitgesproken dat deze situatie onwenselijk is en dat in de verdere uitwerking expliciet moet worden vastgelegd. De voorzitter heeft in dat verband voorgesteld de griffie te verzoeken de nadere uitwerking van mogelijke verhogingen te concretiseren in scenario’s die inzicht geven in de budgettaire consequenties. Tevens is uitgesproken dat in de verdere uitwerking wordt vastgelegd dat per vergaderblok maximaal één presentievergoeding kan worden toegekend, ongeacht het aantal parallel bezochte commissievergaderingen. De voorzitter heeft gevraagd de griffie de mogelijke verhogingen nader uit te werken, waarbij het budgettaire beslag inzichtelijk wordt gemaakt.
1/8
2. Doel Dit memo werkt de mogelijke verhogingen van de presentievergoeding voor commissieleden nader uit in financiële scenario’s. Op basis van de voorgestelde scenario’s kan het Seniorenconvent een richting bepalen voor de gewenste verhoging. Daarbij geldt dat een verhoging uitsluitend mogelijk is binnen de ruimte die het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers biedt. Dit betekent dat de raad een hogere vergoeding per vergadering kan vaststellen indien hij van oordeel is dat de reguliere vergoeding niet in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van de taak en de omvang van de werkzaamheden van commissieleden. Dit memo ondersteunt het Seniorenconvent bij de afweging of en in welke mate daarvan sprake is en welke verhoging, mede gelet op de financiële gevolgen, in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van de taak en de omvang van de werkzaamheden. 3. Uitgangspunten 3.1 Methodisch Bij de uitwerking van de scenario’s is uitgegaan van het feitelijk toekennen van de presentievergoeding in de afgelopen jaren. Er is niet gerekend met hypothetische aannames over maximaal aantal commissieleden of met veronderstellingen over opkomstpercentages. Met deze benadering worden de budgettaire gevolgen van mogelijke verhogingen inzichtelijk gemaakt op basis van feitelijke en historische cijfers.
De jaren 2023 en 2024 worden hiervoor als referentie gebruikt, omdat zij een representatief en realistisch beeld geven van aantallen en gebruik onder reguliere omstandigheden: • Beide jaren betreffen volledige raadsjaren en zijn niet beïnvloed door verkiezingen en een opstartfase. • Het aantal actieve commissieleden verschilt tussen beide jaren (32 in 2023 en 24 in 2024), waardoor zowel een hoger als een lager aantal commissieleden in beeld is. • Ook het aantal gehouden commissievergaderingen verschilt tussen beide jaren: 78 in 2023 en 69 in 2024. Dit laat zien dat rekening wordt gehouden met verschillende vergaderintensiteiten. • Het gemiddeld aantal aanwezige commissieleden per vergadering varieert (6 in 2023 en 4 in 2024), waardoor rekening wordt gehouden met verschillen in aanwezigheid. • In beide jaren is een aanzienlijk aantal commissieleden actief in meer dan één commissie. Dit aantal verschilt tussen 2023 (17) en 2024 (12) en is relevant voor het gebruik van presentievergoedingen. Omdat de referentiejaren 2023 en 2024 verschillen laten zien, is in de verdere uitwerking uitgegaan van het gemiddelde van deze jaren. Hiermee wordt voorkomen dat één jaar doorslaggevend is voor de uitkomst. Dit gemiddelde vormt de basis voor de verdere financiële doorrekening.
3.2 Bestuurlijke uitgangspunten Bij de uitwerking wordt ervan uitgegaan dat een eventuele verhoging van de presentievergoeding binnen het bestaande budget wordt opgevangen. De mate waarin de beschikbare budgettaire ruimte
2/8
wordt benut, bepaalt de keuzeruimte. Verhogingen die leiden tot structurele overschrijding van het budget vragen om een expliciete keuze over aanvullende dekking. 4. Financieel kader Het financieel kader is gebaseerd op de referentiejaren 2023 en 2024, zoals toegelicht in de vorige paragraaf. Daarbij is gekeken naar de daadwerkelijk uitgekeerde presentievergoedingen en het begrote budget. In 2023 bedroeg het feitelijk uitgekeerde bedrag aan presentievergoedingen circa € 61.000, bij een begroot budget van € 75.000. In dat jaar zijn 427 presentievergoedingen uitgekeerd. In 2024 bedroeg het feitelijk uitgekeerde bedrag circa € 47.000, bij een begroot budget van € 78.000. In dat jaar zijn 312 presentievergoedingen uitgekeerd. Gemiddeld zijn in deze referentiejaren 369 presentievergoedingen per jaar uitgekeerd. Dit aantal vormt het uitgangspunt voor de uitwerking van de scenario’s. Voor 2026 is een budget van € 86.000 per jaar beschikbaar voor presentievergoedingen. Dit budget ligt hoger dan in de referentiejaren 2023 en 2024. De presentievergoeding per vergadering is inmiddels gestegen en bedraagt in 2026 € 170,84. Voor de beoordeling van de budgettaire ruimte is uitgegaan van: • een gemiddeld aantal van 369 presentievergoedingen per jaar (op basis van 2023 en 2024); • een presentievergoeding van € 170,84 per vergadering in 2026; • een beschikbaar budget van € 86.000 per jaar.
Uitgaande van het gemiddelde aantal presentievergoedingen en het huidige tarief komt het verwachte jaarlijkse uitgavenbedrag uit op circa € 63.000 (369 × € 170,84). Ten opzichte van het beschikbare budget van € 86.000 resteert daarmee een budgettaire ruimte van circa € 23.000 per jaar. Deze budgettaire ruimte vormt het financiële kader waarbinnen mogelijke verhogingen van de presentievergoeding kunnen worden bezien. Dit beeld is consistent met de realisatie in de afgelopen jaren, waarin de feitelijke uitgaven structureel lager zijn gebleven dan het begrote budget (zie bijlage). 5. Scenario’s Binnen het geschetste financiële kader zijn scenario’s uitgewerkt voor verschillende verhogingen van de presentievergoeding voor commissieleden. In alle scenario’s is uitgegaan van een gelijk gebruikspatroon als in de referentiejaren; uitsluitend de hoogte van de vergoeding per vergadering verschilt. De scenario’s zijn bedoeld om inzicht te geven in: - welke verhogingen binnen het bestaande budget kunnen worden opgevangen; - bij welke verhogingen de beschikbare budgettaire ruimte nagenoeg volledig wordt benut; - vanaf welk niveau sprake is van structurele meerkosten.
3/8
De volgende scenario’s zijn onderscheiden: • Scenario A: geen verhoging, huidige vergoeding • Scenario B: verhoging met 20% • Scenario C: verhoging met 30% • Scenario D: verhoging met 50% • Scenario E: verhoging met 100% • Scenario F: verhoging met 300 %
De financiële effecten per scenario zijn hieronder samengevat. Scenario
Vergoeding per vergaderblok Verhoging
Jaarlijkse kosten
Past binnen budget
A
€ 170,84
0%
€ 63.039,96
✔
B
€ 205,01
20 %
€ 75.647,95
✔
C
€ 222,09
30 %
€ 81.951,95
✔
D
€ 256,26
50%
€ 94.559,94
✖
E
€ 341,68
100%
€ 126.079,92
✖
F
€ 683,36
300%
€ 252.159,84
✖
Tabel 1: Jaarlijks benodigd budget per scenario en budgettaire ruimte
Duiding Deze tabel laat zien wat de verschillende verhogingsscenario’s betekenen bij een gemiddeld aantal van 369 presentievergoedingen per jaar. Scenario’s tot en met 30% verhoging blijven binnen het beschikbare budget van € 86.000. Bij een verhoging van circa 32,7% wordt het beschikbare budget volledig benut. Eventuele afwijkingen in het aantal presenties kunnen vanaf dat percentage al snel leiden tot overschrijding van het budget. Bij een verhoging van 50% of meer ontstaat een structurele overschrijding van het budget. Deze scenario’s vereisen een expliciete keuze over aanvullende dekking. 6. Effecten van de scenario’s voor commissieleden De scenario’s in tabel 1 maken inzichtelijk wat de verschillende verhogingen betekenen voor het totale budget. Daarnaast is het relevant wat deze scenario’s in de praktijk betekenen voor de commissieleden zelf.
4/8
Uit de gegevens blijkt dat circa de helft van de commissieleden actief is in meer dan één commissie (zie bijlage). Deze commissieleden kunnen, in tegenstelling tot leden die in één commissie actief zijn, per vergaderdag maximaal twee presentievergoedingen declareren. Bij het gebruikelijke vergaderritme betekent dit in de praktijk dat zij gemiddeld circa vier presentievergoedingen per maand ontvangen. Onderstaande tabel geeft, in aanvulling op tabel 1, een indicatie van de maandelijkse vergoeding per scenario voor commissieleden die in meer dan één commissie actief zijn. De bedragen zijn gebaseerd op de vergoedingen per vergaderblok zoals opgenomen in tabel 1. Het daadwerkelijke aantal vergoedingen kan per persoon en per maand verschillen. Scenario Verhoging Vergoeding per vergaderblok
Indicatieve maandvergoeding (4 per maand)
A
0%
€ 170,84
€ 683
B
20 %
€ 205,01
€ 820
C
30 %
€ 222,09
€ 888
D
50%
€ 256,26
€ 1.025
E
100%
€ 341,68
€ 1.367
F
300%
€ 683,36
€ 2.733
Tabel 2: maandvergoeding bij aanwezigheid bij 2 vergaderingen per vergaderavond per maand
Toelichting De maandbedragen zijn indicatief en bedoeld om de orde van grootte per scenario te laten zien, uitgaande van een gebruikelijk vergaderritme van twee commissieavonden per maand en volledige aanwezigheid bij die vergaderingen. 7. Conclusie Op basis van het financiële kader en de uitgewerkte scenario’s is er binnen het huidige budget ruimte voor een verhoging van de presentievergoeding tot circa 30%. Bij deze verhoging blijft voldoende financiële ruimte beschikbaar om schommelingen in het aantal presenties op te vangen. Bij verhogingen boven dit niveau wordt de beschikbare budgettaire ruimte nagenoeg volledig benut of overschreden. Dit betekent dat bij een verhoging van 50% of meer sprake is van structurele meerkosten, waarvoor aanvullende dekking noodzakelijk is. 8. Voorstel en vervolg Het Seniorenconvent wordt gevraagd een richtinggevende uitspraak te doen over het gewenste scenario voor verhoging van de presentievergoeding voor commissieleden.
5/8
Op basis van deze richting zal de griffie een wijziging van de Verordening op de raadscommissies gemeente Haarlem 2022 voorbereiden, waarin: •
de gekozen verhoging wordt vastgelegd;
•
de systematiek van maximaal één presentievergoeding per vergaderblok expliciet in de toelichting wordt opgenomen.
De wijzigingsverordening wordt in maart ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Het nieuwe artikel zal als volgt komen te luiden: Artikel 10a Vergoeding commissieleden 1.
2.
Een commissielid als bedoeld in artikel 4, vierde lid, krijgt op grond van artikel 3.4.2 tweede lid, een verhoogde vergoeding van <INVULLEN GEKOZEN PERCENTAGE> % per bijgewoonde vergadering bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De vergoeding wordt maandelijks achteraf uitbetaald op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen, blijkend uit de presentielijst als bedoeld in artikel 10.
Toelichting bij artikel 10a Artikel 10a regelt de vergoeding voor commissieleden niet zijnde raadsleden voor het bijwonen van vergaderingen van een raadscommissie. Daarbij wordt aangesloten bij artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarin is bepaald dat commissieleden recht hebben op een presentievergoeding per vergadering. Op grond van datzelfde artikel kan de raad een hogere vergoeding vaststellen indien de reguliere vergoeding niet in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van de taak en de omvang van de werkzaamheden. Met artikel 10a maakt de raad gebruik van deze bevoegdheid door de presentievergoeding vast te stellen op <PERCENTAGE NOEMEN>% van het in het Rechtspositiebesluit genoemde bedrag. Bij deze verhoging is betrokken dat commissieleden een inhoudelijke rol vervullen in de voorbereiding van de besluitvorming van de raad en het overleg met het college. Deze rol brengt structureel voorbereidingstijd en aanwezigheid met zich mee, waarbij de raad heeft vastgesteld dat een verhoging van de presentievergoeding nodig is om de vergoeding beter in verhouding te brengen tot de zwaarte en omvang van deze werkzaamheden. In het tweede lid is vastgelegd dat de vergoeding maandelijks achteraf wordt uitbetaald.
Dit vindt plaats op basis van de door de commissievoorzitter en commissiegriffier vastgestelde presentielijsten, zoals bedoeld in artikel 10. Indien vergaderingen van raadscommissies worden bijgewoond die geheel of gedeeltelijk gelijktijdig plaatsvinden, worden deze voor de toepassing van de presentievergoeding als één vergadering beschouwd.
6/8
Bijlage: achtergrondinformatie Theoretisch aantal commissieleden Op grond van de geldende regels kan een fractie commissieleden, niet-raadsleden, voordragen ter benoeming door de raad. Een eenpersoonsfractie kan maximaal drie commissieleden niet-raadsleden ter benoeming aan de raad voordragen. Andere fracties kunnen maximaal twee commissieleden niet-raadsleden ter benoeming aan de raad voordragen. In de huidige raadssamenstelling betreft dit: - 8 fracties met 2 of meer zetels, namelijk PvdA, GLH, D66, VVD, PvdD, CDA, OPH, SP; - 9 eenpersoonsfracties, namelijk Jouw Haarlem, HvH, AP, Trots Hlm, CU, BVNL, FvD, FP, FA Dit leidt tot het volgende theoretische maximum: - 8 fracties × 2 commissieleden = 16 - 9 fracties × 3 commissieleden = 27 Totaal 16 + 27 = 43 commissieleden Dit betreft echter een theoretisch maximum. In de praktijk wordt dit maximum niet benaderd. Niet alle fracties benutten het maximale aantal commissieleden en niet alle commissieleden zijn bij iedere vergadering aanwezig. Onderstaande tabel biedt inzicht in het gemiddeld en werkelijk aantal commissieleden in deze afgelopen jaren. Daarbij is gekeken naar het gemiddeld aantal actieve commissieleden, het aantal gehouden commissievergaderingen en de gemiddelde aanwezigheid per vergadering. Overzicht werkelijk aantal commissieleden (niet-raadsleden) Jaar
Totaal aantal (gemiddeld)
Totaal aantal commissievergaderingen
Gemiddeld per vergadering
Aantal commissieleden actief in meer dan één commissie
2022*
35
28
7
16
2023
32
78
6
17
2024
24
69
4
12
2025 (t/m nov)
24
83
4
11
* 2022 betreft het jaar na de verkiezingen en kent een kortere periode.
Toelichting bij de cijfers Uit de tabel blijkt dat het feitelijke aantal actieve commissieleden aanzienlijk lager ligt dan het theoretisch mogelijke maximum van 43. Ook laat het overzicht zien dat zowel het aantal actieve commissieleden als het aantal commissievergaderingen per jaar varieert. Daarnaast maakt het overzicht zichtbaar dat een substantieel deel van de commissieleden in meerdere commissies actief is. Dit is relevant, omdat deze commissieleden vaker een presentievergoeding ontvangen.
7/8
Budgettaire ruimte Onderstaande tabel laat zien dat in de afgelopen jaren het feitelijk uitgekeerde bedrag aan presentievergoedingen structureel lager is gebleven dan het begrote budget. In geen van de weergegeven jaren is het beschikbare budget volledig benut. Dit patroon van onderuitputting hangt samen met het feitelijke inzet van commissieleden in de praktijk. Niet alle fracties maken gebruik van het maximaal toegestane aantal commissieleden en niet alle commissieleden zijn bij iedere commissievergadering aanwezig. Daarnaast wisselt het aantal commissievergaderingen per jaar. Ook in 2025 is sprake van een duidelijke onderuitputting ten opzichte van het begrote budget. Deze structurele onderbenutting vormt een belangrijke achtergrond bij de beoordeling van de budgettaire ruimte voor een eventuele verhoging van de presentievergoeding. De in dit memo gehanteerde scenario’s sluiten aan bij dit feitelijke aantal toegekende presentievergoedingen en beogen verhogingen te verkennen die binnen deze ruimte kunnen worden opgevangen, zonder dat direct sprake is van structurele budgetoverschrijding. Jaar
Begroot
Feitelijk uitbetaald
2022
€ 74.000
€ 41.000
2023
€ 75.000
€ 61.000
2024
€ 78.000
€ 47.000
2025
€ 82.000
€ 38.000
8/8