CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo hogere vergoeding commissieleden (seniorenconvent (1 december 2025)

commissie Bestuur 5 maart 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:20 uur Verordening van de raad van gemeente Haarlem houdende wijziging van het Reglement van Orde van de raad van Haarlem voor vergaderingen en werkzaamheden van de raad 2022, van de Verordening op de raadscommissies gemeente Haarlem 2022 en van de verordening rechtspositie raads- en commissieleden Haarlem 2019 (Presidium)2.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Mogelijkheden hogere vergoeding commissieleden

Aan

Seniorenconvent

Datum

6 november 2025

Van

Lisette van der Vossen via griffier

Onderwerp

Mogelijkheden hogere vergoeding commissieleden

1.

Inleiding

Aanleiding Het Seniorenconvent heeft op 23 juni jl. gesproken over de mogelijkheden om de vergoeding voor leden van raadscommissies, niet zijnde raadsleden, te verhogen. De aanleiding hiervoor was dat uit onderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVvR) is gebleken dat bijna de helft van de ondervraagde commissieleden ontevreden is over het huidige vergoedingenstelsel. Hoewel niet alle leden van het Seniorenconvent ervan overtuigd zijn dat in Haarlem de presentievergoeding voor ‘commissieleden niet raadsleden’ te laag is, is aan de griffie gevraagd om een verhoging van de vergoedingen voor Haarlemse ‘commissieleden niet raadsleden’ nader te verkennen en juridisch uit te werken. Voor de leesbaarheid worden ‘commissieleden niet raadsleden’ hierna aangeduid als ‘commissieleden’. Voorstel Aan het seniorenconvent wordt gevraagd te besluiten óf de vergoeding per vergadering voor commissieleden moet worden verhoogd en, zo ja, op welke wijze deze verhoging wordt vormgegeven. De mogelijke keuzes zijn: 1. De huidige situatie handhaven en de presentievergoeding niet verhogen; 2. Verhoging van de presentievergoeding per vergadering ten opzichte van de huidige situatie. Leeswijzer Dit memo start met een toelichting op het wettelijk kader (paragraaf 2), werkt de twee opties uit (paragrafen 3 en 4) en eindigt met vervolgstappen (paragraaf 5).

2.

Wettelijk kader vergoeding leden raadscommissies

Soorten commissies volgens de Gemeentewet De Gemeentewet kent drie soorten commissies: een raadscommissie (artikel 82), een bestuurscommissie (artikel 83) en overige commissies (artikel 84). Dit memo gaat over de commissieleden die op grond van artikel 82 zitting hebben in raadscommissies die de besluiten van de raad voorbereiden en die kunnen overleggen met het leden van het college.

1/7

Vaste vergoeding per vergadering De vergoeding voor commissieleden is een presentievergoeding: deze wordt toegekend per bijgewoonde commissievergadering. Dit is geregeld in artikel 96 van de Gemeentewet en artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: het Rechtspositiebesluit). De vergoeding is dwingend vastgesteld, waarbij de hoogte ervan afhankelijk is van het aantal inwoners van de gemeente. Voor Haarlem bedraagt deze in 2025 € 162,24 per vergadering. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) indexeert de bedragen jaarlijks per 1 januari, gebaseerd op het door het CBS vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid. Geen vaste maandvergoeding mogelijk Artikel 99 van de Gemeentewet bepaalt dat commissieleden geen andere vergoedingen of tegemoetkomingen van de gemeente mogen ontvangen dan bij of krachtens de wet is geregeld. Gemeenten zijn dus gebonden aan het wettelijk kader van de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit. De vergoeding voor commissieleden is een presentievergoeding per vergadering. Deze kan administratief wel maandelijks worden uitbetaald, maar het blijft een vergoeding die per bijgewoonde vergadering wordt berekend.

Een vaste maandvergoeding, los van het aantal vergaderingen, is niet toegestaan.1 Hogere vergoeding per vergadering In artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit biedt de raad ruimte om per verordening een hogere vergoeding per commissievergadering vast te stellen voor een commissielid indien: a. het commissielid is aangetrokken vanwege zijn of haar bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie; b. de reguliere vergoeding niet in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van de taak en de omvang van de arbeid. Dit artikel is van toepassing op leden van commissies als bedoeld in artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet. In Haarlem gaat het uitsluitend om commissies op grond van artikel 82 en 84. Artikel 82-commissies zijn de raadscommissies. Artikel 84-commissies zijn overige commissies die door de raad zijn ingesteld, zoals de Auditcommissie en het Presidium. Het Rechtspositiebesluit staat overigens niet toe dat de raad een lagere vergoeding vaststelt. Vereisten Gemeentewet aan commissievergadering De Gemeentewet bepaalt aan welke voorwaarden een commissievergadering moet voldoen.

Deze vereisten zijn van belang omdat de presentievergoeding aan commissieleden op grond van artikel 3.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit uitsluitend kan worden toegekend voor deelname aan een vergadering die voldoet aan de Toelichting op commissievergoedingen gemeenten | Publicatie | Politieke ambtsdragers (Circulaire BZK, 25 september 2024) 1

2/7

bepalingen van de Gemeentewet. Artikel 82 en 84 in samenhang met artikelen 19, 21, 22 en 23 van de Gemeentewet beschrijven de vereisten waaraan een commissievergadering moeten voldoen: - Een raadslid is voorzitter; - De commissievoorzitter doet een schriftelijke oproep tot vergadering; - Deze maakt tegelijkertijd dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar en legt tegelijkertijd agenda en stukken openbaar ter inzage; - De burgemeester heeft het recht om aan de beraadslaging deel te nemen, een wethouder heeft toegang tot de vergadering en kan aan de beraadslaging deelnemen en de raad kan een wethouder uitnodigen om bij de vergadering aanwezig te zijn; - Voor raadscommissies op grond van artikel 82 geldt dat de vergadering in het openbaar wordt gehouden, tenzij de commissie besluit met gesloten deuren te vergaderen. Voor commissies op grond van artikel 84, zoals de Auditcommissie en het Presidium) geldt deze verplichting tot openbaarheid niet. Circulaire BZK met toelichting De circulaire 'Toelichting wettelijke bepalingen over commissies in de Provinciewet en Gemeentewet’ van het Ministerie van BZK van december 2023, hierna: Circulaire 2023, verduidelijkt wanneer sprake is van een commissie in de zin van de Gemeentewet en welke vereisten gelden bij instelling van commissies.

Daarbij wordt benadrukt dat de raadscommissie een materieel begrip is: elke vergaderstructuur die is ingesteld voor de voorbereiding van raadsbesluitvorming (niet zijnde een raadsvergadering) valt onder artikel 82 Gemeentewet, mits aan de wettelijke vereisten is voldaan en de structuur een min of meer permanent karakter heeft. Bijeenkomsten die voorbereidend raadswerk betreffen en niet incidenteel van aard zijn, worden aangemerkt als commissievergaderingen, mits zij voldoen aan de hiervoor genoemde vereisten uit de Gemeentewet. Gemeenteraden hebben daarbij de vrijheid om de vergaderstructuur naar eigen inzicht in te richten. Informele bijeenkomsten zoals werkbezoeken, heisessies en technische sessies vallen hierbuiten zolang geen voorbereiding van besluitvorming plaatsvindt. In Haarlem gaat het bij andere bijeenkomsten waarbij commissieleden aanwezig mogen zijn, zoals het Vragenuur, het Inspreekuur Burgers, technische sessies en raadsmarkten, niet om commissievergaderingen in de zin van de Gemeentewet, omdat daarbij niet aan alle wettelijke vereisten wordt voldaan. Het Vragenuur en het Inspreekuur Burgers hebben geen besluitvoorbereidend karakter en worden niet bijgewoond door een evenwichtige vertegenwoordiging van fracties. De technische sessies kunnen bijdragen aan de voorbereiding van besluitvorming, maar zijn niet openbaar en voldoen daardoor niet aan de openbaarheidseis.

Raadsmarkten zijn doorgaans wél openbaar en kunnen inhoudelijk voorbereidend zijn, maar worden incidenteel georganiseerd en missen daardoor het vereiste van een min of meer permanent karakter.

3/7

3.

Keuzemogelijkheid 1: de huidige situatie in stand laten

De huidige vergoeding van de commissieleden in Haarlem volgt rechtstreeks uit hetgeen de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit regelen voor raadscommissies in de grootteklasse waarin Haarlem valt. Hieronder de argumenten voor en kanttekeningen bij het in stand laten van de huidige situatie. Argumenten om de huidige situatie te handhaven: Afwijkende vergoeding is moeilijk te bepalen en te motiveren Als de raad de huidige vergoeding wil verhogen, dan moet hij per verordening dit vaststellen (zie onder 4). Het is niet eenvoudig te bepalen of de balans tussen inzet en vergoeding goed is en daarmee de verhoging te motiveren. Gemeenten laten zich onderling moeilijk vergelijken, ook al hebben ze dezelfde grootteklasse. Een vergoeding moet geen drijfveer zijn Een argument om de vergoeding niet te verhogen is dat het wenselijk is dat commissieleden vanuit een intrinsieke motivatie hun werkzaamheden verrichten en niet omdat er een vergoeding tegenover staat. Kanttekeningen bij handhaving van de huidige situatie Tijdsbesteding aan commissiewerk De hoogte van de vergoeding zal niet vanzelf leiden tot meer inzet of beschikbare tijd. Commissieleden combineren hun werkzaamheden doorgaans met een baan of andere verplichtingen die zich niet eenvoudig laten aanpassen.

Betrokkenheid Bij handhaving van de huidige vergoeding is deelname aan andere bijeenkomsten, zoals technische sessies, vragenuren en inspreekuren voor burgers, minder vanzelfsprekend. Voor die inzet ontvangen commissieleden geen vergoeding. Waardering en motivatie Een ongewijzigde vergoeding kan door commissieleden worden ervaren als een gebrek aan erkenning voor de tijd en inzet die hun werkzaamheden vragen. Dit kan op termijn gevolgen hebben voor motivatie, betrokkenheid en bereidheid om door te gaan.

4.

Keuzemogelijkheid 2: verhoging van de vergoeding per vergadering

Zoals toegelicht in paragraaf 2 biedt artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit de gemeenteraad per verordening de mogelijkheid om een hogere vergoeding per vergadering toe te kennen Deze mogelijkheid geldt in twee gevallen:

4/7

1. het commissielid is aangetrokken vanwege zijn of haar bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie, en 2. wanneer de reguliere vergoeding staat niet in redelijke verhouding tot de zwaarte van de taak en de omvang van de arbeid van het commissielid. Voor commissieleden in Haarlem geldt dat het eerste criterium niet van toepassing is, omdat commissieleden niet worden benoemd op grond van hun bijzondere deskundigheid, zoals bijvoorbeeld leden van een bezwaarcommissie. Het tweede criterium kan daarentegen wel relevant zijn, wanneer de raad van oordeel is dat de huidige vergoeding niet in verhouding staat tot de inzet en werkzaamheden die commissieleden in de praktijk verrichten. De raad kan zelf de hoogte van de hogere vergoeding bepalen.2 Een eventuele verhoging inclusief de motivatie hiervoor wordt vastgelegd in de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Haarlem 2019. Verhoging met een percentage De VNG heeft in zijn Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden, artikel 8, de mogelijkheid opgenomen voor deze verhoging, bijvoorbeeld voor een raadscommissie met een bijzondere opdracht die een hogere belasting kent. De modelverordening noemt als voorbeeld 110% van de vergoeding volgens artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit. Het voordeel van een percentage is dat het bedrag dan automatisch wordt geïndexeerd.

Verhoging met een vast bedrag De raad kan in plaats van een percentage, ook kiezen voor een vast bedrag per vergadering. In dat geval verdient het aanbeveling in de Verordening rechtspositie raadsen commissieleden Haarlem 2019 ook een bepaling over indexering op te nemen (bijvoorbeeld conform de indexering van het Rechtspositiebesluit). Financieel kader In de griffiebegroting 2025 is voor presentiegelden €82.035 opgenomen. De werkelijke uitgaven in de periode 2022–2024 bedroegen gemiddeld €49.790. Op basis van de huidige vergoeding van €162,24 per vergadering bedraagt het geraamde totaal €58.500 per jaar. Er is daarmee ruimte binnen het huidige budget om de vergoeding per vergadering te verhogen. Een verhoging tot circa 20 à 30% past binnen de beschikbare middelen, waarbij nog ruimte overblijft voor mogelijke groei in het aantal commissieleden of vergaderingen in de komende periode. Op basis van de hiervoor geschetste voordelen wordt voorgesteld te kiezen voor een verhoging met een percentage. Op basis van het financiële kader ligt een verhoging tussen 20% en 30% voor de hand. Op basis van de huidige vergoeding van €162,24 per vergadering resulteert een verhoging met: 2.1 20% in €194,69 per vergadering, Toelichting op commissievergoedingen gemeenten | Publicatie | Politieke ambtsdragers (Circulaire BZK, 25 september 2024) 2

5/7

2.2 30% in €210,91 per vergadering

Keuze Het Seniorenconvent wordt gevraagd aan te geven óf de vergoeding per vergadering wordt verhoogd, welk percentage wordt gekozen en vanaf welke datum de aanpassing in werking treedt. Argumenten voor verhoging vergoeding Betere verhouding tussen zwaarte/omvang en vergoeding. De huidige vergoeding sluit niet altijd aan bij de zwaarte van de taak en de omvang van de werkzaamheden. Een verhoging brengt de vergoeding beter in verhouding tot de feitelijke belasting van het commissiewerk. Waardering en continuïteit Een hogere vergoeding onderstreept de waardering voor het werk van commissieleden en kan bijdragen aan behoud en continuïteit. Praktische uitvoerbaarheid en automatische indexatie Een verhoging met een percentage is administratief eenvoudig uit te voeren. Bovendien beweegt de vergoeding automatisch mee met de jaarlijkse aanpassing van het Rechtspositiebesluit. Tijdsbesteding Een hogere vergoeding kan commissieleden meer ruimte geven om tijd te besteden aan hun werkzaamheden, vooral wanneer zij deze combineren met betaald werk of andere verplichtingen. Kanttekeningen bij verhoging Structurele financiële consequenties Hoewel de verhoging binnen het huidige budget past, neemt de structurele uitgavenpost toe.

Bij uitbreiding van het aantal commissieleden, bijvoorbeeld als gevolg van een toename van het aantal fracties of toename van het vergaderingen kan dit alsnog leiden tot overschrijding van het budget. Beperkte invloed op inzet Een hogere vergoeding stimuleert waardering, maar garandeert niet automatisch een hogere aanwezigheid of grotere betrokkenheid van commissieleden.

5.

Eén vergoeding bij parallelle vergaderingen

Er zijn per commissieavond twee vaste vergaderblokken waarin commissies parallel vergaderen. Wanneer een commissielid binnen één blok (deels) twee vergaderingen

6/7

bijwoont, is het voorgekomen dat bij beide vergaderingen een presentielijst is getekend. Omdat de presentievergoeding wordt toegekend op basis van deze presentielijsten, leidt dit in de praktijk tot twee vergoedingen binnen één vergaderblok. Hierdoor ontstaat een verschil met commissieleden die één vergadering (volledig) bijwonen en één vergoeding ontvangen. Om een gelijke behandeling van commissieleden te waarborgen, wordt voorgesteld om in de huidige als de eventueel verhoogde vergoedingssystematiek expliciet vast te leggen dat per vergaderblok maximaal één presentievergoeding kan worden toegekend, ongeacht het aantal parallel gehouden commissievergaderingen dat binnen dat blok wordt bezocht.

6.

Vervolgstappen

Als het Seniorenconvent besluit tot een verhoging van de vergoeding per vergadering, zal de griffie een concept wijziging van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Haarlem 2019 voorbereiden. In deze wijzigingsverordening wordt de hoogte van het percentage van de verhoging opgenomen inclusief de motivering conform artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit. Als het Seniorenconvent tevens instemt met het voorstel om per vergaderblok maximaal één presentievergoeding toe te kennen, zal dit ook worden opgenomen in de wijzigingsverordening. De wijzigingsverordening wordt vervolgens ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Na vaststelling door de raad kan de aangepaste vergoeding ingaan op de door de raad bepaalde datum.

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16617751/1