Lijst voor peilen draagvlak
Tekst van het document
Draagvlak peilen zienswijze Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen 1. geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het voorgenomen collegebesluit ‘Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen’. te wijzigen in: 1. de volgende wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het voorgenomen collegebesluit ‘Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen’: 1. GL/PvdA
Communicatie In de wijken waar geen warmtenet komt, kunnen bewoners zelf al volop aan de slag, ook zolang het wijkwarmteplan er nog niet is. Zet daarom, zodra het communicatiemateriaal (zoals de postcodecheck) op orde is, vol in op communicatie in deze wijken. Laat bewoners weten wanneer ze een wijkwarmteplan kunnen verwachten, maar ook wat ze in de tussentijd al kunnen doen. Neem daarin de financiële voordelen van een warmtepomp mee.
2. GL/PvdA
Betaalbaarheid Met een warmtepomp kunnen huishoudens jaarlijks honderden euro’s op de energierekening besparen. Breng dit actief onder de aandacht in de communicatie (inclusief de duurzaamheidslening), met name in de wijken waar geen warmtenet komt. Onderzoek ook de mogelijkheid voor het Haarlems Warmtebedrijf om in deze wijken warmte-as-a-service met een warmtepomp aan te bieden, speciaal voor huishoudens die opzien tegen de investering of tegen het aangaan van een lening.
3. GL/PvdA
Ondersteuning van kwetsbare bewoners De warmtetransitie vraagt ook wat van bewoners, en voor kwetsbare groepen (zoals ouderen) kunnen veranderingen in hun woning extra ingrijpend zijn. Daarom is het belangrijk dat corporaties, samen met de gemeente, actief inzetten op ondersteuning van deze bewoners. Maak daarbij gebruik van de kaders en instrumenten van het Algemeen Sociaal Plan (ASP) dat corporaties hanteren. Via dit plan kunnen bewoners goed worden begeleid, geholpen met praktische ondersteuning en voorzien worden van maatwerkafspraken wanneer aanpassingen in de woning nodig zijn.
Voeg daarnaast expliciet toe dat ook de werkzaamheden en aanpassingen die voortkomen uit de aansluiting op het warmtenet onderdeel moeten worden van het Algemeen Sociaal Plan. Zo wordt geborgd dat bewoners (zeker de meest kwetsbaren) niet alleen technisch maar ook sociaal goed worden meegenomen in het proces, en dat zij passende begeleiding en ondersteuning krijgen bij iedere stap in de overstap naar een andere warmtevoorziening 4. D66
Van juridische ‘vergewisplicht’ naar sociale garantie Het programma stelt dat de levering van aardgas pas stopt als de gemeente zich ervan ‘vergewist’ heeft dat er een alternatief is. D66 benadrukt dat deze vergewisplicht meer moet zijn dan een administratieve check of een afgevinkt dossier. ● Aandachtspunt: Wij verzoeken het college te borgen dat de vergewisplicht, bij geen response, een bezoek aan huis inhoudt om de situatie te bespreken, zeker bij kwetsbare huishoudens. Een juridische brief mag nooit leiden tot een koude woning bij inwoners die de transitie digitaal of financieel niet kunnen bijbenen.
5. D66
Gelijkwaardige ontzorging in ‘individuele wijken’ In wijken waar geen warmtenet komt, moeten bewoners zelf aan de slag met individuele of kleinschalige oplossingen. Wij constateren een risico op rechtsongelijkheid: bewoners in warmtenet-gebieden worden volledig ontzorgd door het Warmtebedrijf, terwijl bewoners in 'individuele wijken' het zelf moeten uitzoeken. ● Aandachtspunt: De toezegging in de Nota van Beantwoording om 'Warmte-as-a-Service' te onderzoeken als tussenoplossing moet daadwerkelijk leiden tot een concreet aanbod. D66 ziet dit als een noodzakelijke voorwaarde om bewoners in individuele wijken niet aan hun lot over te laten, bijvoorbeeld wanneer hun CV-ketel stuk gaat voordat de wijk aan de beurt is.
6. D66
Actieve oprichting en ondersteuning van buurtinitiatieven D66 ziet dat niet elke wijk vanzelfsprekend tot een krachtig bewonersinitiatief komt. Juist in wijken waar de sociale cohesie of organisatiekracht minder groot is, dreigen bewoners achter te blijven of minder invloed te hebben op hun eigen wijkwarmteplan. Aandachtspunt: Wij dragen het college op om niet afwachtend te kijken waar initiatieven ontstaan, maar actief te faciliteren bij de oprichting ervan. Zeker in wijken waar deze uitblijven, moet de gemeente proactief helpen met startbijeenkomsten, ambtelijke ondersteuning en middelen, zodat elke buurt een gelijkwaardige stem en organisatiekracht krijgt in de warmtetransitie.
7. D66
Ruimte voor burgerinitiatieven (Right to Challenge) Het programma noemt bewonersinitiatieven een "vliegwiel". Echter, in wijken die op de kaart zijn aangewezen voor individuele oplossingen, mag de gemeentelijke voorkeur geen blokkade vormen voor initiatieven die toch een collectieve oplossing willen realiseren. ● Aandachtspunt: Het programma moet flexibiliteit bieden. Als een buurtinitiatief in een 'individuele zone' een haalbaar collectief plan presenteert, moet de gemeente dit faciliteren en niet afwijzen puur op basis van de kaart in dit programma.
8. D66
Realisme en innovatie rondom netcongestie De planning voor wijken met een individuele oplossing leunt zwaar op de aanname dat Liander vanaf 2028 (p. 44-45 warmteprogramma) voldoende netcapaciteit heeft gerealiseerd. Gezien de landelijke problematiek is vertraging een reëel risico dat de verduurzaming van hele wijken kan ophouden. Aandachtspunt: D66 vraagt het college niet blind te varen op de planning van de netbeheerder. Neem slimme netoplossingen (zoals buurtbatterijen, energiehubs en netbewuste sturing van warmtepompen) expliciet op als randvoorwaarde in de Wijkwarmteplannen. Zo voorkomen we dat gemotiveerde bewoners en initiatieven straks klaarstaan, maar ‘op slot’ gaan door een overvol stroomnet.
9. D66
Financiële sturing op deelnamegraad De gemeente wordt aandeelhouder van het Warmtebedrijf. Het grootste financiële risico voor de betaalbaarheid is een tegenvallende deelnamegraad en grote investeringslast, waardoor de kosten per aansluiting mogelijk stijgen. ● Aandachtspunt: Wij hebben kennisgenomen van de toezegging om via de P&C-cyclus te rapporteren (*zie noot onderin). D66 geeft mee dat in deze rapportages specifiek de ontwikkeling van de aansluitgraad (participatie) en toekomstige investeringsvraag expliciet moet worden opgenomen als kritieke prestatieindicator (KPI), zodat de raad tijdig kan bijsturen als het draagvlak en de financiële lasten – en daarmee de betaalbaarheid – achterblijft.
10. PvdD
Geen dieren gebruiken voor de opwek van energie De Wet collectieve warmte, eergister aangenomen door de Eerste Kamer, sluit dieren niet uit als warmtebron. Denk aan mestvergisters en het winnen van gas en elektriciteit uit slachtafval en kadavers. De vee industrie is 1 van de grootste oorzaken van klimaatverandering en daarmee intrinsiek onduurzaam, daarnaast is de vee industrie oorzaak van vele misstanden op gebied van dierenwelzijn. Net zoals eerder deze raad energie uit houtige biomassa heeft uitgesloten kunnen we ook – in ieder geval op
lokaal niveau- dierlijke producten uitsluiten om energie / groen gas mee op te wekken. 11. PvdD
Aanhaken bij het Hoogheemraadschap van Rijnland Het Hoogheemraadschap van Rijnland gaat een groengas installatie bouwen, waarbij ze verwachten vanaf 2030 6.7 miljoen kuub biogas en 3,7miljoen groen gas te gaan produceren uit slib. Hiermee kunnen we niet alleen de ketels mee stoken die de middentemperatuur warmtenetten gaan bijverwarmen en als back up dienen (in plaats van aardgas), maar het is misschien ook een oplossing voor het centrum. De Partij voor de Dieren stelt voor om erop in te zetten hierbij aan te haken.
12. CDA
Emissieloos alternatief Zet zoveel mogelijk in op een emissieloos alternatief. Vervang aardgas niet zomaar door iets anders dat CO2 uitstoot.
13. CU
Inzetten op minder groot warmtekavel In de eerste fase inzetten op minder groot warmtekavel met de focus op de wijken van de eerste 5 jaar. Het kavel kan in de toekomst altijd groter worden.
14. CU
Niet behandelrijp vanwege onduidelijkheid wetgeving en subsidies Rijk Het Warmteprogramma nog niet vaststellen want het is niet behandelrijp. Eerst moet er duidelijkheid zijn in wetgeving en Rijks subsidies over de betaalbaarheid.
15. CU
Onderbouwing voorkeursoptie per wijk Per wijk moet er een bondige onderbouwing zijn voor een voorkeursoptie, zeker gezien de grote verschillen met twee jaar geleden in uitvoeringsagenda transitievisie warmte.
16. CU
Meer inzicht per wijk Er is meer inzicht nodig per wijk in de gevoeligheid voor individuele keuzes van bewoners van zowel de businesscase van de huidige voorkeursoptie als van netcongestie als van de betaalbaarheid. Als een grotere groep dan naar verwachting kiest voor een individuele oplossing kan de impact potentieel groot zijn. Bijvoorbeeld dat er toch op wijkniveau netcongestie ontstaat (omdat meer mensen kiezen voor individueel) of de betaalbaarheid of businesscase negatiever uitvalt. Inzicht in deze gevoeligheid is van belang omdat verschil in voorkeur tussen opties vaak maar klein is (o.a. kop van Haarlem Noord).