Leidraad Realisatie kleinschalige woonvorm in de wijk
Tekst van het document
Leidraad Realisatie kleinschalige woonvorm in de wijk
Een alternatief voor jeugdigen die niet (meer) thuis kunnen wonen
Eerste aanzet in de vorm van ambtelijke richtlijnen
Gemeente Haarlem Afdeling Jeugd, Onderwijs en Sport November 2023
1. Realisatie kleinschalige woonvorm in de wijk Het is landelijk beleid om de residentiele jeugdhulp te transformeren. Van grootschaligheid naar kleinschaligheid, van gesloten naar open, van buiten de wijk naar in de wijk. De transformatie richt zich onder andere op de afbouw van de gesloten jeugdhulp (JeugdzorgPlus) en het ontwikkelen van kleinschalige woonvormen als alternatief. Dit beleid is ingezet door het ministerie van VWS en is een van de pijlers van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. Vanuit deze opdracht werken in NoordHolland de negen jeugdhulpregio’s gezamenlijk aan de realisatie van een dekkend zorglandschap in Noord-Holland voor jongeren met complexe problematiek (programma ‘Een Thuis voor Noordje’, 2022/1088112). Op regionaal niveau staat deze opgave beschreven in het beleidsstuk Toekomstperspectief Afbouw JeugdzorgPlus regio IJmond en Zuid-Kennemerland (2021/607709).
1.1 Wat is een kleinschalige woonvorm? In een kleinschalige woonvorm (hierna: kwv) wonen vier tot zes jeugdigen in de leeftijd van 8 - 23 jaar met gedrags- en ontwikkelingsproblemen, die niet (meer) thuis kunnen wonen. De jeugdigen worden begeleid door een klein team van pedagogisch medewerkers/specialistische opvoeders. De focus ligt op het zo gewoon mogelijk leven. Onderwijs, dagbesteding, werk, vrijetijdbesteding worden in de buurt georganiseerd. Familie en vrienden (het netwerk) maken deel uit van het leven van de jeugdigen, voor zover dat kan. De locatie staat in een gewone woonwijk, soms op het terrein van een jeugdhulpinstelling. De jeugdigen zitten niet opgesloten.
1.2 Doel kleinschalige woonvorm Het doel van kleinschalig verblijf is dat kinderen en jongeren een veilig thuis hebben, waar wordt gewerkt aan herstel en perspectief. Met vaste begeleiders in een zo gewoon mogelijke leefomgeving en het gewone leven staat centraal. Door kleinschalig verblijf hebben kinderen en jongeren een thuis, met een huiselijke gezinssfeer, waar zij onvoorwaardelijk kunnen wonen zolang dat nodig is. De duur van het verblijf is niet gekoppeld aan eventuele behandelingen.
1.3 Verschil pleegzorg, gezinshuis en residentiele instelling Het verschil tussen een kwv en pleegzorg en een kwv en gezinshuis is de doelgroep. De doelgroep in een kwv heeft complexe problematiek die vraagt om intensievere begeleiding en behandeling. Er is 24 uurs begeleiding, maar de professionals wonen niet zelf in de kwv. Het verschil tussen een kwv en een residentiële leefgroep is het aantal jeugdigen en begeleiders. In een kwv gaat het om maximaal 4-6 jeugdigen met een evenredige setting van begeleiders (soms met satellietstudio’s in de buurt) en er wordt een gezinsachtige opvoedomgeving gecreëerd. Regels en afspraken worden afgestemd op de individuele behoeften en hulpvragen van de jeugdigen. In een residentiele instelling die zich ook vaak bevindt op een achteraf plek, wonen meerdere groepen jeugdigen bij elkaar. De behandeling is meer groepsgewijs en er is sprake van een institutionele sfeer.
2. Leidraad / richtlijnen realisatie kleinschalige woonvorm in de wijk Bij de ombouw naar kleinschalige voorzieningen worden op de inhoudelijke transformatie en op het gebied van zorg in een kwv reeds kwaliteitseisen ontwikkeld. Er zijn ook zaken die geregeld moeten worden op het gebied van wonen in de wijk, maatschappelijk draagvlak en ruimtelijke ordening. Rondom woonaspecten en het realiseren van kwv in de wijk zijn op dit moment geen richtlijnen beschikbaar. Deze leidraad is een eerste aanzet daartoe en is afgestemd met de betrokken medewerker(s) van de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving, de afdeling Veiligheid en Handhaving en de afdeling Programma en Gebiedsmanagement. Ook de betrokken jeugdhulpaanbieder heeft input geleverd. De leidraad bevat richtlijnen op drie onderwerpen: locatie/pand, bestemmingsplan, omgevingsvergunning en beheersmaatregelen en communicatie en participatie omwonenden.
2.1 Locatie/pand De jeugdhulpaanbieder gaat na of een (beoogde) locatie/pand bruikbaar is of bruikbaar gemaakt kan worden als kleinschalige woonvorm. Een kwv staat bij voorkeur in een woonwijk, om inclusie in de samenleving te bevorderen. De jeugdigen kunnen verbinding aangaan met de maatschappij, hun netwerk en het gewone leven net als ieder ander vormgeven. Hier spelen aspecten mee zoals: o Het soort woning. Niet in alle gevallen is een flat of rijtjeshuis geschikt, maar is een hoekwoning of een vrijstaand pand een betere optie. Dit kan afhankelijk zijn van de buurt of van de wijk. o Voldoende grond- en woonoppervlakte. Er moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden dat elke jeugdige een eigen slaapkamer heeft. Een andere richtlijn is de aanwezigheid van een tuin of ingeval van een flat een balkon. o Goede isolatie van het pand om overdracht van geluid zoveel mogelijk te voorkomen. o Indien sprake is van satellietwoning in de buurt gaat het om een eenpersoonsstudio. o Gunstig gelegen zodat er goede toegang is tot netwerk, scholen, werk, sport, dagbesteding.
2.2 Bestemmingsplan, omgevingsvergunning en beheersmaatregelen De jeugdhulpaanbieder gaat na of voor de beoogde locatie een omgevingsvergunning is vereist. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan geeft aan hoe de grond op een bepaalde locatie gebruikt mag worden en wat op de grond gebouwd mag worden. Een omgevingsvergunning bevat toestemming voor het uitvoeren van activiteiten, mochten deze activiteiten strijdig zijn met het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. De jeugdhulpaanbieder: o Gaat bij de gemeente na wat de bestemming is van de beoogde locatie. Een kwv kan doorgaans worden aangemerkt als wonen met zorg of met een maatschappelijk doel. o Vraagt een omgevingsvergunning aan indien er een afwijking is van het bestemmingsplan. En levert de benodigde documenten aan zoals beschrijving doelgroep, bouwtekeningen en parkeerplan. Gemeente neemt de aanvraag in behandeling, bepaalt welke procedure wordt gevolgd, toetst en bepaalt of de omgevingsvergunning wordt verleend. o Gaat bij de gemeente na of het noodzakelijk is om beheersmaatregelen op te stellen als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning Beheersmaatregelen zijn aanvullende voorwaarden om het samenwonen in de buurt en eventuele overlast te reguleren.
Hierbij kan gedacht worden aan afspraken over het beperken van geluidshinder, het schoonhouden van het perceel en het instellen van een aanspreekpunt voor de buurt.
2.3 Communicatie en participatie omwonenden Het vestigen van een kwv in een woonwijk begint met het creëren van draagvlak in de buurt. De jeugdhulpaanbieder is trekker en verantwoordelijk voor het starten van het communicatietraject en het proces van informeren en betrekken van omwonenden. De jeugdhulpaanbieder stelt daartoe een communicatieplan op en stemt dat af met andere betrokken partijen (o.a. gemeente, wijkraad en indien aan de orde de woningcorporatie). De jeugdhulpaanbieder en betrokken partijen geven vervolgens uitvoering aan het communicatieplan. Het communicatieplan bevat bijvoorbeeld de volgende punten (voor zover van toepassing): o De wijze waarop de buurt wordt betrokken zoals via buurtgesprekken. o Welke partijen/sleutelfiguren hierbij een rol spelen of kunnen vervullen zoals de wijkraad, gebiedsverbinder, wijkagent, woningcorporatie. o Welke bestaande overlegstructuren hiervoor ingezet kunnen worden zoals de wijkraad/ wijkcommissie, bewonersoverleg van woningcorporatie. o Een beeld van de context van de buurt en de belangen/ behoeften van de buurt. Hoe gezamenlijk wordt opgetrokken. o Een risico inventarisatie voor de direct omwonenden en voor de kwv en de inzet van preventieve maatregelen. o Aanspreekpersonen/contactpersonen bij verantwoordelijke partijen waaronder de jeugdhulpaanbieder, corporatie en gemeente.
o De wijze waarop blijvend contact met omwonenden wordt onderhouden en de wijze van monitoring (bijv. via buurtgesprekken, wijkkrant). o De betekenis van de kwv in de buurt als het gaat om sociale cohesie en wederkerigheid.