Kostenstijgingen Meerjarenprogramma Onderhoud en Beheer
Tekst van het document
Informatienota
Onderwerp Kostenstijgingen Meerjarenprogramma Onderhoud en Beheer Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/347926 Berkhout, R.A.H. 4.3 Aantrekkelijke leefomgeving BBOR R. Kruiswijk
Behandelvoorstel voor commissie
Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Beheer. Deze informatienota wordt betrokken bij de bespreking van de Prins Bernardlaan in april. -
Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 18 maart 2025
rkruiswijk@haarlem.nl Bij de actualisatie van het Investeringsplan worden kostenstijgingen geconstateerd voor projecten in de openbare ruimte. Bij de kadernota 2026 wordt aandacht besteed aan de impact, de achterliggende redenen en volgt een voorstel voor hoe hiermee om te gaan. In deze nota wordt beschreven wat de werkwijze is voor de projecten in verschillende fases van het Haarlems Civiel Plan Proces in de tussentijd.
1. Het college stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding De gemeente Haarlem werkt aan een meerjarige opgavegerichte programmering van herinrichtingen en groot onderhoud in onze stad en het verhogen van de uitvoeringskracht bij de investeringen. Centraal staat de programmering en opschaling van onze onderhoudsprojecten. De implementatie van het Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte (SBOR) en het Stedelijk Waterplan wordt hierbij meegenomen: de zogenaamde ‘beheertrein’. Een nieuwe versie van de meerjarenprogrammering wordt opgenomen in de komende kadernota.
Kenmerk: 2025/347926
1/3
De afgelopen jaren hebben laten zien dat de markt flink onderhevig is aan prijsstijgingen en dat projecten daarnaast steeds complexer en daardoor financieel kwetsbaarder zijn geworden. De aanleiding voor deze informatienota is dat het college bij de actualisatie van het Investeringsplan heeft geconstateerd dat er sprake is van kostenstijgingen binnen de projecten. Dit vraagt om een nadere analyse en een integrale afweging bij de Kadernota 2026. 2. Kernboodschap In de Kadernota 2026 zal een integrale afweging gemaakt worden voor het financiële kader voor de totale projectomvang. De algemene lijn zal hierbij zijn dat bijsturen beter mogelijk is voor projecten die nog in de beginfase zitten dan bij projecten die al verder gevorderd zijn. Tegelijkertijd houdt het college vast aan het uitgangspunt om de procesgang conform het HCPP waar mogelijk door te laten gaan en zodoende geen vertraging op te lopen bij de volgende processtappen. Voor de projecten die reeds op de agenda van de commissie Beheer zijn opgenomen tot en met het tweede kwartaal 2025 betekent dit het volgende: Er zijn twee projecten waarbij het gezien de voorbereiding, planning en samenhang met andere projecten noodzakelijk is om conform de huidige planning door te gaan. Dit betreft de projecten Jan van Galenstraat en de Prins Bernhardlaan.
De raakvlakprojecten Prinses Beatrixplein en OV-hub hebben een directe relatie met de uitvoering van de Prins Bernhardlaan. Om die projecten niet te vertragen is een snelle doorstart van de herinrichting van de Prins Bernhardlaan noodzakelijk. Bij de Jan van Galenstraat is de planning van de werkzaamheden dermate ver gevorderd dat het nemen van een besluit op dit moment noodzakelijk is om de aannemer in november te laten starten, conform planning. Voorgenomen werkwijze bij de andere projecten die op de agenda van de commissie Beheer staan tot de kadernota (t/m tweede kwartaal 2025): 1. projecten die nog in de beginfase zitten en waarbij de startnotitie nog met de raad besproken moet worden. Deze worden aangehouden tot na behandeling van de Kadernota 2026. In de Kadernota 2026 wordt een handelingsperspectief opgenomen hoe om te gaan met projecten die nog in de beginfase zitten. In de jaarplanning van de commissie beheer worden deze onderwerpen p.m. op 1 september gezet. 2. projecten die dicht tegen vrijgeven voor inspraak van het Voorlopig Ontwerp (VO) aanzitten, maar waar het kaderstellende besluit (het DO) later pas wordt genomen, dus nadat de kadernota is vastgesteld. Deze projecten worden doorgezet, aangezien er geen onomkeerbaar besluit genomen wordt door de inspraak te starten.
Eventuele consequenties voor deze projecten zullen onderdeel uitmaken van de integrale afweging bij de Kadernota 2026. De planning van deze VO’s in de commissie beheer wordt in overleg met de voorzitter/griffier van de commissie beheer verdeeld over de commissies in mei en juni. 3. projecten die al verder in het proces zijn, waarbij het Definitieve Ontwerp (DO) moet worden vastgesteld. Gezien de reeds gemaakte kosten op deze projecten stelt het college voor de planning ongewijzigd te laten.
Kenmerk: 2025/347926
2/3
4. projecten die tijdelijk aangehouden zijn tot na de besluitvorming over de nieuwe parkeernota. Deze projecten zullen niet eerder dan na de behandeling van de nieuwe parkeernota opnieuw worden afgewogen. Ook voor deze projecten geldt dat ze voor wat betreft kosten mogelijk op basis van de handelingsperspectieven uit de Kadernota 2026 moeten worden aangepast. De financiële strategie en de daaruit voortvloeiende consequenties zullen voor alle projecten onderdeel uitmaken van de integrale afweging bij de Kadernota 2026. Ook wordt per project inzichtelijk gemaakt welke beheersmaatregelen worden genomen in elke fase van het project, hoe (meer)kosten worden opgenomen in de projecten/begroting en hoe onze organisatie duurzaam wordt versterkt. Waar scope uitbreiding een aanleiding is voor een hoger budget wordt dat toegelicht in de Kadernota 2026. Waar toewijzing aan ondergrondse maatregelen (riool) mogelijk is wordt dat gedaan. 3. Consequenties Nadere uitwerking volgt bij de Kadernota 2026. De informatie naar de stad in verband met reeds doorlopen participatie wordt opgepakt. 4. Vervolg Nadere uitwerking volgt bij de Kadernota 2026. 5. Bijlagen -
Kenmerk: 2025/347926
3/3