CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Integriteitstoets van evenementen

commissie Bestuur 11 september 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Integriteitstoets van evenementen (JW)900 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Integriteitstoets van evenementen Nummer 2025/567614 Datum college 10 juli 2025 Portefeuillehouder Wienen, J. Programma/beleidsveld 4.2 Economie, toerisme en cultuur Afdeling ECDW Auteur W. Maes Telefoonnummer Email wmaes@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de Raad. Behoort bij Evenementenbeleid Haarlem (2025/452521) in raadsvergadering 19 juni 2025. Bijlagen Op 19 juni 2025 is het Evenementenbeleid Haarlem door de gemeenteraad vastgesteld, inclusief een vernieuwde aanpak met betrekking tot subsidiëring. De subsidieregeling op basis van het evenementenbeleid is vastgesteld op 8 juli en wordt medio juli gepubliceerd. In het Evenementenbeleid is opgenomen dat de gemeente verwacht dat organisatoren van onbesproken levensgedrag zijn. Daarbij is vermeld dat de gemeente de juridische mogelijkheden onderzoekt om organisatoren hierop te toetsen en dit mee te laten wegen bij het toekennen van een vergunning of subsidie. In deze Raadsinformatiebrief treft u onze eerste bevindingen aan. Tijdens de raadsvergadering van 28 mei 2025 is de motie vreemd; ‘Haarlemse evenementensubsidies, veilig voor iedereen’ aangenomen.

Hierin wordt het college gevraagd om: - In 2025, bij de uitwerking van het evenementenbeleid en de daaraan gekoppelde ASV: • de mogelijkheden van toetsing op grond van de wet Bibob uit te werken, • een objectieve maatstaf te ontwikkelen op grond waarvan een Verklaring Omtrent Gedrag van organisatoren en/of medewerkers kan worden verlangd, • het criterium "slecht levensgedrag" zoals bedoeld in de Alcoholwet op te nemen in de weigeringsgronden van artikel 8 van de ASV, • onder de reikwijdte van artikel 8 lid 3 sub g van de ASV de gestelde doelen en ambities van gemeente Haarlem ten aanzien van "veilig uitgaan" en "inclusiviteit" op te nemen - De commissies Bestuur en Ontwikkeling te informeren over de (on)mogelijkheden om in voorkomende gevallen een subsidie te weigeren c.q. de lopende subsidierelatie te beëindigen. De APV/ evenementenvergunning Evenementenvergunningen zijn geregeld in de APV. Voor evenementenvergunningen is “slecht levensgedrag” normaal gesproken geen criterium om een vergunning te weigeren. Wel is er een bepaling in de APV (artikel 2:25b APV) waarbij de burgemeester categorieën evenementen kan aanwijzen waarbij de “slecht

Kenmerk: 2025/567614

1/3

levensgedrag”-toets kan worden uitgevoerd. Tot op heden is dat alleen gedaan voor organisatoren van vechtsport-evenementen. De APV biedt de mogelijkheid aan de burgemeester om ook andere categorieën evenementen aan te wijzen, maar, het is niet mogelijk om één evenement aan te wijzen; het moet om een categorie evenementen gaan. Bijvoorbeeld alle C-evenementen, of alle B- en C-evenementen of alle evenementen gericht op kinderen. De “haakjes” om een toets op integriteit uit te voeren (en een vergunning niet te verlenen) zijn dus aanwezig in de APV en in het Evenementenbeleid. Dit vraagt, naast een aanwijzingsbesluit waarin categorieën evenementen worden aangewezen, nadere uitwerking van de term slecht levensgedrag in relatie tot die evenementen en de wijze waarop deze getoetst wordt. Daarbij kan ook beoordeeld worden welke effecten een toets heeft op regeldruk en uitvoeringslasten. Integriteitstoets in de subsidieregeling De term ‘slecht levensgedrag” is afkomstig uit de regelgeving rond de Alcoholwet. Het idee daarvan is dat exploitanten van openbare inrichtingen een bepaalde mate van professionaliteit hebben die past bij de inrichting die zij exploiteren. De term past niet op subsidieregelgeving, omdat die heel divers kan zijn.

Daarom is het niet logisch en ook niet houdbaar om een weigeringsgrond in een subsidieregeling toe te passen voor “slecht levensgedrag”, en is in de subsidieregeling nu geen integriteitstoets op gedrag opgenomen. Hoewel het college op grond van het evenementenbeleid van oordeel is dat organisatoren van evenementen van onbesproken gedrag moeten zijn acht het college het niet wenselijk om de term slecht levensgedrag in deze subsidieregeling op te nemen. Wel is er de mogelijkheid om een Bibob toets aan te vragen. De Wet Bibob biedt de mogelijkheid aan bestuursorganen om een subsidie te kunnen weigeren of intrekken op grond van die wet. Hoewel dit niet expliciet in de regeling hoeft te worden opgenomen is het belangrijk te onderzoeken om hierover beleid te formuleren. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het bij de Wet Bibob gaat om het verband tussen bepaalde criminele activiteiten en de subsidieverlening. Het is niet zo dat ieder strafbaar feit leidt tot weigering of intrekking van subsidie op grond van de Wet Bibob. Een andere vorm van integriteitstoets is het verplichten van de VOG Rechtspersonen (VOG-RP). Deze is vergelijkbaar met een VOG voor personen, maar dan voor rechtspersonen en hun bestuurders. De inschatting nu is dat, als het wenselijk is om de VOG-RP verplicht te stellen voor aanvragers van subsidie, dat dat dan in de regeling als bepaling moet worden opgenomen.

We zijn geen gemeenten tegengekomen die dit op dit moment verplicht hebben gesteld in enige subsidieregeling. Mogelijk komt dit doordat de VOG-RP net als de VOG-personen getoetst wordt op een bepaald screeningsprofiel. Bij een subsidieverordening is er niet direct een bestaand screeningsprofiel van toepassing, waardoor de screening niet goed toe te passen valt. Het college is van mening dat het opnemen van deze verplichting niet zinvol is. Vervolg Het college gaat kijken wat de gevolgen kunnen zijn van een aanwijzingsbesluit op grond van artikel 2:25b van de APV waarbij meer categorieën evenementen onder de werking van dit artikel vallen en waar het

Kenmerk: 2025/567614

2/3

beleid van toetsing van slecht levensgedrag wordt uitgewerkt. Hierbij worden de consequenties voor wat betreft uitvoerings- en regeldruk betrokken.

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris de burgemeester

Kenmerk: 2025/567614

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15791218/1