Informatienota - Inventarisatie Jeugd- en Jongerenwerk 2027-2030
Tekst van het document
Informatienota
Onderwerp Inventarisatie Jeugd en Jongerenwerk 2027-2030 Nummer 2026/35379 Portefeuillehouder Leeuwen, B. van, Loenen, D. van Programma/beleidsveld 2.2 Voorzieningen Jeugd Afdeling JOS Auteur Cordery. C. Telefoonnummer 06-38563311 Email ccorderyweltens@haarlem.nl Kernboodschap In Haarlem groeit de groep jongeren voor wie opgroeien niet vanzelf gaat: de druk op jongeren, gezinnen en professionals neemt toe, problemen worden zwaarder en de jeugdhulpvraag stijgt met zichtbaar effect op leefbaarheid (ervaren overlast van 16% in 2018 naar 23% in 2024). Ook de stedelijke dynamiek verandert. Jongeren zijn mobieler (online, e-bikes, tussen wijken, gebieden en gemeenten) en incidenten verspreiden sneller via social media, met een grotere impact. Tegelijkertijd wordt de wettelijke opdracht aan de sociale basis groter: met de aanscherping van de Jeugdwet (Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet, in consultatie tot april 2026) moet het jeugd- en jongerenwerk meer en eerder kunnen signaleren, opvangen en verbinden. Als strategisch partners hebben Buurts en gemeente gezamenlijk in kaart gebracht wat dit betekent: Jeugd en jongerenwerk dat uitgroeit tot een structurele basisvoorziening in de leefwereld van kinderen, tieners en jongeren. Vast, herkenbaar en dichtbij.
Met een flexibel en wendbaar aanbod in de wijk, op straat en op school is het zichtbaar waar jongeren zijn en biedt het stabiliteit, nabijheid en kansen om zich te ontwikkelen. Doorlopend aanwezig en laagdrempelig toegankelijk en goed vindbaar voor andere professionals. De online leefwereld heeft hierin een volwaardige plek. Niet omdat jeugd en jongerenwerk ouders, jeugdhulp of handhaving vervangt. Wel omdat jongeren eerder de steun vinden die past bij wat ze nodig hebben. Deze inventarisatie maakt de kloof tussen opdracht en praktijk expliciet en laat zien wat er de komende jaren nodig is om de kanteling van ‘zorg’ naar ‘welzijn’ waar te maken. Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten
1. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Samenleving en de commissie Bestuur. 1. Uitnodiging tot Inschrijving Gewoon in de Wijk (2022/53240) besproken in de commissie Samenleving van 3 maart 2022. 2. Bespreking Trendrapportage Gewoon in de Wijk (2025/ 16098517) besproken in de commissie Samenleving van 13 november 2026
Kenmerk: 2026/35379
1/7
Besluit college d.d. 24 maart 2026
1. Het college van burgemeester en wethouders stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Jeugd- en jongerenwerk is een integraal onderdeel van de opdracht Gewoon in de Wijk en wordt uitgevoerd binnen het strategisch partnerschap tussen gemeente Haarlem en Buurts. Tegen de achtergrond van veranderende maatschappelijke opgaven hebben gemeente en Buurts gezamenlijk praktijkonderzoek uitgevoerd naar de staat van het jeugd- en jongerenwerk. De uitkomsten zijn gebundeld in de Inventarisatie Jeugd- en Jongerenwerk 2027–2030. Met deze nota informeren wij u over de belangrijkste bevindingen. Dit document is een gezamenlijke verkenning van gemeente Haarlem en Buurts. Het brengt in kaart wat er op het jeugd- en jongerenwerk afkomt, wat er nu staat, waar de kloof zit en welke versterkingsmogelijkheden er zijn, inclusief de financiële consequenties. Het is nadrukkelijk geen uitvoeringsplan: de vertaling naar concrete doelen, fasering en verantwoording volgt na besluitvorming door het college. Toelichting Binnen Gewoon in de Wijk wordt circa € 2,2 miljoen besteed aan het jeugd- en jongerenwerk voor de doelgroep van 7 tot 23 jaar. Buurts is opdrachtnemer en eindverantwoordelijk voor de integrale uitvoering. Circa 60% van die uitvoering wordt verzorgd door gecontracteerde partners, waaronder PerMens, STAD, Triple Threat, Hattrick, Rebup, CityShapers, Kikid en SportSupport.
De inzet en verdeling van middelen en expertise is grotendeels historisch bepaald van vóór de opdracht Gewoon in de Wijk. Herordenen van de middelen vergt daarom zorgvuldigheid en stelt grenzen aan het verander/ontwikkeltempo van Buurts, vanwege contractcycli, opgebouwd vertrouwen met jongeren en respect voor partners. 2. Resultaten en/of consequenties Het praktijkonderzoek laat een aantal ontwikkelingen zien die tezamen de druk op het jeugd- en jongerenwerk vergroten. Het aantal meldingen van jeugdoverlast steeg van 812 in 2022 naar 2.080 in 2025, een groei van 156%. De ervaren overlast steeg van 16% in 2018 naar 23% in 2024. Tegelijkertijd verandert de stedelijke dynamiek: jongeren zijn mobieler (e-bikes, online, tussen wijken en gemeenten) en incidenten verspreiden sneller via social media, met een grotere impact. En wordt er vanuit de landelijke beweging van zorg naar welzijn een groter beroep gedaan op de uitvoeringskracht. Uit het onderzoek komen vijf terugkerende knelpunten naar voren: 1. Het jeugd- en jongerenwerk is onvoldoende ingericht als structurele basisvoorziening; onderwijsen zorgpartners beschouwen het nog te vaak als incidenteel "voorveld".
Kenmerk: 2026/35379
2/7
2. De aanwezigheid en herkenbaarheid in de wijk, op straat en op school is niet in alle gebieden toereikend, waardoor signalen te laat worden ondervangen. 3. De online leefwereld van jongeren is nog niet volwaardig ingebed in het aanbod. 4. De pedagogische kwaliteit staat onder druk doordat het jongerenwerk in sommige wijken vooral repressief en ad hoc wordt ingezet. 5. Er is onvoldoende capaciteit voor structurele samenwerking en opvolging met partners als CJG, wijkteams en specialistische jeugdhulp. Wettelijke context Het Rijk heeft het Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet in consultatie gebracht (tot 13 april 2026). Deze aanscherping richt de jeugdhulpplicht explicieter op jeugdigen in de meest kwetsbare situaties. Aan de voorkant wordt de opdracht aan de sociale basis echter groter: het jeugd- en jongerenwerk moet meer en eerder kunnen signaleren, opvangen en verbinden. Dit sluit aan bij de Hervormingsagenda Jeugd en het Regionaal Programmaplan Jeugd/ZKIJ, waarin de verschuiving van 'zorg' naar 'welzijn' centraal staat. Concreet betekent dit laagdrempelige, collectieve ondersteuning waar het kan en gerichte inzet waar het moet. Gebiedsanalyse Per gebied zijn de opgaven, risico's en urgentie in beeld gebracht. Wat betekent dit? De huidige middelen en de verdeling daarvan zijn niet toereikend om de structurele basis te realiseren.
Om te komen tot ondersteuning die beter aansluit en waarvan de continuïteit is geborgd, is een flexibel en wendbaar aanbod nodig, met proactieve online signalering en laagdrempelige contactmogelijkheden. Ook zijn warme overdrachten, gezamenlijke opvolging met partners en de beschikbaarheid van kwalitatief goed personeel essentieel. Deze opgaven vragen niet alleen om innovatieve, integrale oplossingen, maar ook om voldoende collectieve slagkracht, meer tijd en ruimte en duidelijke afspraken om samenwerking over domeinen heen structureel vorm te geven. Dit vraagt om een stevige regierol van Buurts met scherpe keuzes en een versterking van de randvoorwaarden. Drie scenario's De inventarisatie onderscheidt drie scenario's om de kloof tussen opdracht en praktijk inzichtelijk te maken. Er is een fundament geformuleerd aan de hand van 5 kerntaken dat nodig is om in álle gebieden een herkenbaar, bereikbaar en veilig aanbod te kunnen garanderen, aangevuld met opschaalbare bouwstenen om uitvoeringskracht te vergroten, samenwerking te verdiepen en meer bereik en plekken te realiseren, inclusief structurele richtbedragen per jaar als eerste inschatting. Als er niet aanvullend wordt geïnvesteerd, stagneert de kanteling. Online jongerenwerk komt niet van de grond, risicoscholen hebben geen vaste jongerenwerker, en opschalen bij hotspots gaat ten koste van inzet elders.
Als er wél wordt geïnvesteerd, krijgt elk stadsdeel een herkenbare basis, wordt het jongerenwerk structureel aan tien risicoscholen gekoppeld, en zal het jongerenwerk ook structureel online aanwezig zijn.
Kenmerk: 2026/35379
3/7
De inventarisatie onderscheidt drie scenario's: 1. Scenario A (huidige koers): geen extra investering. Buurts doet wat het kan, maar de kanteling stagneert. 2. Scenario B (structurele basis): €500.000 per jaar structureel, in combinatie met wat Buurts zelf vrijspeelt. Het fundament dat nodig is om in álle gebieden een herkenbaar, bereikbaar en veilig aanbod te kunnen garanderen. 3. Scenario C (structurele basis met gerichte versterking): zes aanvullende opschaalbare bouwstenen. Twee varianten, oplopend van €532.000 naar €1.050.000 per jaar in 2030, illustreren (bouwsteengericht of gebiedsgericht) hoe versterking concreet vorm kan krijgen. Scenario A (huidige koers): wat als er geen extra middelen komen? Als een extra structurele investering uitblijft, is Buurts genoodzaakt om uitsluitend binnen bestaande middelen te verbeteren en te verschuiven. De enige aanvullende impuls in dit scenario is het groeibudget 2026 (n.a.v. Trendrapportage Gewoon in de Wijk), dat Buurts gericht inzet om de groei in populatie te ondervangen en zal worden ingezet om de meest urgente tekorten voor kerntaak 1 Ontmoeting, ontwikkeling en community building in Oost en Noord te verkleinen.
Daarbuiten resteert alleen het herprioriteren van bestaande inzet en zoals beschreven is die ruimte beperkt: het merendeel van de middelen is verbonden aan contracten met partners wier kennis en netwerken niet van de ene op de andere dag kunnen worden herverdeeld. Om een volledig beeld te krijgen van de bewegingen die Buurts vanuit haar regierol reeds in gang zet, (waaronder de gerichte inzet van het groeibudget 2026 in Oost en Noord, de verlaging van stadsbrede capaciteit ten gunste van gebiedsgerichte inzet en de interne opschaling van het straathoekwerk) verwijzen wij naar onderstaande tabel: Scenario B: Structurele basis. Die tabel maakt per kerntaak inzichtelijk welke verschuivingen Buurts zelf doorvoert én waar de aanvullende structurele gemeentelijke investering voor nodig is. In Scenario A vinden de interne verschuivingen en de inzet van het groeibudget wel plaats, maar blijft de aanvullende gemeentelijke investering van €500.000 achterwege. Scenario B Structurele basis: Kerntaak 1.Ontmoeting, Ontwikkeling en Community Building
Van - Niet overal vindplekken; beperkte avondopenstelling; - 1 fte centrum, 1 fte ZuidWest, 0,5fte oost, 5fte schalkwijk, 0,5 is noord, stadsbreed= 2,5fte
→ Naar → 1 vindplek + hubs per gebied; → 1 fte centrum, 1 fte Zuid-West, 1,5fte oost, 5fte schalkwijk, 1,5fte noord, stadsbreed= 1,5fte.
2. Preventie & vroegsignalering 3.Outreachend Werken: Bereiken van Kwetsbare Jongeren
- Stadsbreed aanbod
→ Stadsbreed aanbod
Grootste verandering - +1,0 fte Oost, + 1,0 fte Noord (Groeibudget 2026) - Verlagen stadsbrede inzet voor het versterken van kerntaak 3 (herverdeling bestaande middelen) Blijft gelijk
- 0 fte outreachend per gebied; - online alleen incidenteel en medewerker afhankelijk
→ 0,5 fte outreachend per gebied → 1 fte online (light) stadsbrede online contactmomenten (minder kwetsbaar)
- 2 fte outreachend (aanvullende investering gemeente) - 1 fte online (light) (aanvullende investering gemeente)
Kenmerk: 2026/35379
4/7
4.Samenwerking met Onderwijs en Ondersteuningsstructuren
- Nova College gecontinueerd SPUKgefinancierd (tijdelijk); - Inzet op middelbare scholen vanuit Programma Mentale gezondheid (niet via Buurts) - Geen ruimte voor domeinoverstijgende samenwerking
→Nova College - 1fte ruimte voor gecontinueerd SPUKdomeinoverstijgende gefinancierd (tijdelijk); samenwerking (aanvullende investering →Inzet op middelbare gemeente) scholen vanuit Programma Mentale gezondheid (niet via Buurts) → 1 fte voor domeinoverstijgende samenwerking (Minimale, structurele werkafspraken en beschikbare basisruimte voor samenwerking ) 5.Bijdragen aan Veiligheid en - 0,75 fte straathoekwerk →1 fte straathoekwerk - Van 0,75 naar 1 fte per Criminaliteitspreventie per gebied; per gebied gebied (herverdeling bestaande middelen) - 2.2fte 2%-straathoekwerk → 2.2fte 2%Preventie met Gezag (tot straathoekwerk Preventie juli 2027) met Gezag (tot juli 2027) Totale ingeschatte gemeentelijke investering Scenario B structurele basis (stadsbreed): €500.000,Let op: De kosten voor het groeibudget 2026 (Oost en Noord van 0,5 naar 1,5 fte) worden door Buurts zelf gedragen uit het bestaande Groeibudget. Het stadsbrede aanbod voor talentontwikkeling wordt ook in dit scenario afgebouwd ten behoeve van de gebiedsgerichte inzet. De €500.000 betreft de aanvullende structurele investering die nodig is om de structurele basis te realiseren. Separaat besluit vereist: De structurele borging van Preventie met Gezag (€280.000, aflopend juli 2027) en de SPUKfinanciering Nova College (aflopend 2027) zijn niet opgenomen in dit bedrag.
Zonder vervangende dekking ontstaan gaten in het straathoekwerk en het outreachend jongerenwerk op het mbo.
Scenario C Structurele basis met gerichte versterking: zes aanvullende opschaalbare bouwstenen Bouwsteen
Wat
Waarom
Bereik
Bouwsteen 1: Hybride jongerenwerk (verdieping)
Structureel online aanwezig zijn: signaleren, contacten opbouwen en jongeren toeleiden naar hulp of activiteiten. Als verdieping op de "online light"-basis.
Stadsbreed ( €15.000 per gebied)
Bouwsteen 2: Hotspot- en opschaalcapaciteit
Een flexibele schil (extra teams, uren, avonden) die tijdelijk kan opschalen bij hotspots, zonder dat dit ten koste gaat van de basis in kwetsbare wijken. Vaste koppeling van een jongerenwerker aan scholen en een doorlopende lijn.
Jongeren brengen een groot deel van hun tijd online door. Juist daar komen onderwerpen snel aan de oppervlakte en kunnen ze ook sneller escaleren. Als de sociale basis de plek moet zijn waar vragen vroeg landen, geldt dat óók digitaal. Meldingen van jeugdoverlast groeiden met 156% tussen 2022 en 2025. Zonder opschaalcapaciteit gaat versterking op de ene plek altijd ten koste van inzet elders. Scholen zijn een van de belangrijkste knooppunten in de sociale basis.
Een duurzaam anker voor jongeren vóór, tijdens en na ondersteuning. Gezamenlijke
Gezamenlijke opvolging voorkomt versnippering, zodat jongeren niet steeds opnieuw
Bouwsteen 3: Structurele inbedding in en om school Bouwsteen 4: Integrale opvolging
Kenmerk: 2026/35379
Richtbedrag per jaar* €75.000
Stadsbreed (€25.000 per gebied)
€125.000
4 uur per 1 school per jaar
€12.500
Per casus/ jaar
€4650 (1,5 uur per
5/7
& casusondersteuning
opvolging voorkomt hun verhaal hoeven te doen en versnippering, zodat hun leefwereld centraal blijft jongeren niet steeds opnieuw staan. hun verhaal hoeven te doen en hun leefwereld centraal blijft staan Bouwsteen 5: Meer, openere en In meerdere gebieden is het Stadsbreed Jongerenhubs & geschiktere locaties voor aantal toegankelijke plekken (€20.000 plekken geschikt jongeren, betere onvoldoende. Activiteitenbudget per gebied) maken openingstijden, multigebruik voor de ondersteuning voor van ruimtes en verhoging van initiatieven. het activiteitenbudget. Bouwsteen 6: Een stadsbreed leer- en Kanteling lukt alleen als er ruimte Stadsbreed Borging, kennis, ontwikkelprogramma om is om te leren, te reflecteren en innovatie & lerend werkwijzen te borgen: nieuw gedrag te verankeren. werken (versneller) methodiekontwikkeling, Onder hoge werkdruk grijpen monitoring, intervisie en professionals sneller terug op innovatiepilots. vertrouwde werkwijzen. *De richtbedragen zijn een inschatting van de jaarlijkse kosten op basis van gesprekken met Buurts.
casus per week)
€100.000
€32.000
Twee investeringsvarianten Er zijn 2 meerjarig verkende investeringsvarianten opgesteld. Beide starten vanuit de structurele basis (Scenario B) en schalen gefaseerd op naar een jaarlijkse structurele investering in het jeugd- en jongerenwerk. Variant A: Bouwsteengericht versterken Jaar 2027 2028 2029 2030
Structurele basis €500.000 €500.000 €500.000 €500.000
Bouwstenen
Totaal gemeentelijke investering per jaar
B6 (€32.000) B1 (€75.000), B2 (€125.000), B6 (€32.000) B1, B2, B3 (€125.000), B4 (€93.000), B6 B1, B2, B3, B4, B5 (€100.000), B6
€532.000 €732.000 €950.000 €1.050.000
Variant B: Gebiedsgericht versterken Jaar Structurele basis B1 Online/hybride
2027 €500.000
B2 Hotspot/opschalen B3 Risicoscholen B4 Casusondersteuning B5 Hubs/plekken B6 Versneller/innovatie Totaal gemeentelijke investering per jaar
€32.000 €532.000
2028 €500.000 €15.000 (Schalkwijk) €50.000 (Noord, Schalkwijk) €75.000 (Noord: 4 Schalkwijk 2) €27.900 (6 flex) €20.000 (Noord) €32.000 €719.900
Kenmerk: 2026/35379
2029 €500.000 €45.000 (+Noord, Oost) €100.000 (+ZW, Oost) €112.500 (+Oost 1, ZW 1, Noord 3) €65.100 (14 flex) €60.000 (+Schalkwijk, ZW) €32.000 €914.600
2030 €500.000 €75.000 (5 gebieden) €125.000 (5 gebieden) €125.000 (10 loc.) €93.000 (20 flex) €100.000 (5 gebieden) €32.000 €1.050.000
6/7
3. Uitvoering en vervolg Het richtbedrag is een eerste inschatting van de jaarlijkse kosten op basis van gesprekken met Buurts. Zoals ook vastgesteld in de regiovisie jeugdhulp ZKIJ, onderschrijft het college de kanteling van zorg naar welzijn (normaliseren, de juiste hulp op het juiste moment). De daadwerkelijke financiële consequenties voor het begrotingssaldo zullen ter integrale afweging worden voorgelegd in een volgende raadsperiode. 4. Bijlagen 1. Inventarisatie Jeugd- en Jongerenwerk.
Kenmerk: 2026/35379
7/7