I.h Nettarief Stelsel Netbeheerders, brief en bijlagen 22 oktober 2024, inwoner Nederland
Tekst van het document
Bijlage 3 Deze bijlage geeft een toelichting op de voornaamste aannames die ten grondslag liggen aan de inschatting van de groepsgroottes in de huishouden casuïstiek. Kwetsbaar huishouden. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij rond de dertigduizend woningen. In 2022 bestond voor ±32k personen op grond van de ZvW een vergoeding
74
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
voor hoge elektriciteitskosten door medische apparatuur als chronische thuisbeademing, thuisdialyse en zuurstofapparatuur thuis66). Een prognose richting 2030 is hierin lastig. Appartementeigenaar. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 200k-550k. In 2021 bestonden er 435k warmtenetaansluitingen; wij schatten dat minimaal (en waarschijnlijk meer dan) de helft hiervan uit appartementen bestond, wat de ondergrens vormt. De ambitie van het voorgaande kabinet was om in 2030 tot 950.000 warmtenetaansluitingen te komen 67). Energieleveranciers richten zich onder de huidige marktomstandigheden voor warmtenetten voornamelijk op nieuwbouw68), wat volgens ABF richting 2030 voor 63% uit appartementen bestaat69). Dit vertaald zich naar circa +325k extra warmtenet appartement aansluitingen. Modaalhuishouden. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 2,0 mln – 3,4 mln. In 2023 waren er 3,38 mln rijtjeswoningen, ofwel 42,0% van het totaal 91. Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 komen hier met 42% nog eens 374k vrijstaande woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM70) heeft in 2030 nog 54% van de woningen een HR-ketel. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling resulteert dit in 2,03 mln woningen.
woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM75) heeft in 2030 11,5% van de huishoudens een hybride warmtepomp en zijn grofweg een derde van de personenauto’s elektrisch. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling vormen dit de ondergrenzen van: 90k (11,5% van 782k) en 260k (33% van 782k). Maximale elektrificatie. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 90k-180k. In 2023 waren er 1,04 mln vrijstaande woningen, ofwel 13,0% van het totaal76. Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 komen hier met 13% nog eens 115k vrijstaande woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM91) heeft in 2030 7,5% van de woningen een thuisbatterij en 15,1% een full-electric warmtepomp. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling vormen dit de ondergrenzen van: 86k (7,5% van 1,16 mln) en 175k (15,1% van 1,16 mln).
Een huis vol. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 220k-410k. Volgens het CBS waren er in 2023 405k71) huishoudens met 5 personen of meer; hun prognose van 2018 voor 2030 was 404k72) huishoudens (wat vervolgens weer oploopt naar 436k in 2040). Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM87) heeft in 2030 nog 54% van de woningen een HR-ketel. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling resulteert dit in 218k woningen. Duurzaamheidsambitie. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 90k-260k. In 2023 waren er 704k 2-onder-1 kap woningen, ofwel 8,7% van het totaal73). Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-203074) komen hier met 8,7% nog eens 78k 2-onder-1 kap 66 ) Personen voor wie op grond van de Zvw een vergoeding bestaat voor elektriciteitskosten bij gebruik van medische hulpmiddelen thuis:
72 ) CBS - Prognose huishoudens op 1 januari; kerncijfers 2019-2060 87)
Chronische thuisbeademing, Thuisdialyse, Zuurstofapparatuur Thuis 67 ) Nationaal Warmtenet Trendrapport 2021 (link; link) 68 ) Vattenfall: grootschalige warmteprojecten in bestaande bouw niet meer opgestart 69 ) Kamerbrief over Primos-prognose en rapportage plancapaciteit 70 ) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 71 ) CBS - Particuliere huishoudens naar samenstelling en grootte, 1 januari
Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 73 ) CBS - Nederland in cijfers - Hoeveel woningen zijn er? 74 ) Kamerbrief over Primos-prognose en rapportage plancapaciteit 75 ) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 76 ) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
75
Bijlage 4 B.4.1 Hoe ziet het nettarief er voor niethuishoudelijke klanten uit? Huishoudelijke kleinverbruikers hebben doorgaans een 3x25 ampère aansluiting. Om de impact op niet-huishoudelijke klanten te bepalen moet ook voor alle andere kleinverbruikaansluitingen (alle aansluitingen tot en met 3x80 ampère) worden vastgesteld hoe het tijdgebonden kWhtarief eruit zal zien. Hiertoe trekken we de methodiek zoals uitgewerkt voor huishoudens door naar de grotere aansluitingscategorieën. Hierbij is het uurlijks variërende tarief is gelijk voor alle categorieën. Om per aansluitcategorie nog steeds dezelfde totale netwerkkosten op te halen, wordt het uurlijks variërende tarief aangevuld met een basislast dat bestaat uit een vast bedrag dat bepaald wordt voor elke aansluitingscategorie. Variabele prijsprofiel gelijk voor alle KV-aansluitingen Om de impact van het uitgewerkte alternatief nettarief op niet-huishoudelijke klanten in te schatten, wordt gerekend met hetzelfde prijsprofiel voor huishoudens (zie Figuur 1). De vorm van dit prijsprofiel is opgesteld aan de hand van de verbruiksprofielen van woningen, die met 90% van alle KV-aansluitingen zeer bepalend zijn voor de netbelasting op laagspanning.
Ook de hoogte van tarieven in het prijsprofiel zijn gebaseerd huishoudens, die voornamelijk het capaciteitstarief van de 1x25 ampère – 3x25 ampère categorie betalen, waarbij het uitgangspunt is om in het nieuwe tariefstelsel gelijke netbeheerkosten op te halen binnen deze categorie.
76
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Uurtarieven nieuw stelsel, voor ‘winter’ en ‘zomer’ Gehanteerd voor doorrekeningen dit onderzoek, o.b.v. gemiddeld verbruik, profiel en netkosten per woning in 2030
Figuur 20 Uurtarieven voor een nieuw tariefstelsel, zoals gehanteerd voor de doorrekeningen in dit onderzoek 77). Links het tarief voor de ‘winter’-periode (oktober – april) en rechts de ‘zomer’ (april – oktober).
De basislast wordt aangepast per aansluitingscategorie om de opgehaalde netwerkkosten binnen elke categorie gelijk te houden
Figuur 21 toont per aansluitcategorie de verwachte gemiddelde kosten vanuit het uurtarief en de daaruit volgende hoogte van de basislast.
Een uitgangspunt in deze analyse is om dezelfde inkomstenverdeling over de verschillende aansluitingscategorieën te behouden als onder het huidige nettarief in 2030 het geval zou zijn. Hierin zijn in een detailuitwerking mogelijk ook andere keuzes te maken (zie paragraaf 4.3.3). Om per categorie het bedrag voor de basislast vast te stellen, is daarom per aansluitcategorie bepaald wat de verwachte opbrengsten zullen zijn vanuit de variabele tariefcomponent. Deze worden vervolgens aangevuld met een basislast om zo te komen tot het tarief onder het huidige stelsel (in 2030) 78).
77 ) Uurtarieven zijn gebaseerd op het gemiddelde verbruik en profiel van woningen volgens het IP2024 ‘Klimaat Ambitie’ scenario, zoals ingevoerd in het Energie Transitie Model. 78 ) De hoogte van de tarieven zijn gebaseerd op de door ACM gepubliceerde tarieven van 2023 en de veronderstel groei van tarieven door Netbeheer Nederland7 richting 2030
77
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Gemiddelde kostenverdeling basislast en uurtarief Voor de hogere kleinverbruik aansluitcategorieën, 2030
meer inzicht in sectoren, verbruiken en verbruiksprofielen binnen de groep van kleinzakelijke aansluitingen. Klein-zakelijke aansluitingen vertegenwoordigen een tiende van de kleinverbruikersaansluitingen en 15% van het energieverbruik Op basis van de jaarverbruiksdata van de regionale netbeheerders79) is een onderverdeling gemaakt van kleinverbruiksaansluitingen en -verbruik per aansluitcategorie. Deze informatie is geëxtrapoleerd naar 2030, uitgaande van een groei van het aantal aansluitingen 80) en verbruik81). De onderverdeling tussen klein-zakelijke aansluitingen en huishoudens is gebaseerd op een dataset van Alliander met verdelingen per aansluitcategorie; deze set is getoetst met een Enexis dataset. Uit deze analyse blijkt dat 10% van de aansluitingen en 15% van het energieverbruik afkomstig is van kleinzakelijke aansluitingen.
Figuur 21
Kostenverdeling basislast en uurtariefkosten voor de hogere kleinverbruik aansluitcategorieën. Hierdoor blijven de inkomsten ten opzichte van het huidige nettariefstelsel (in 2030) gelijk.
B.4.2 Hoe ziet de groep niet-huishoudelijke aansluitingen eruit? De groep klein-zakelijke aansluitingen is zeer heterogeen in zowel netaansluiting, als omvang van verbruik en verbruiksprofiel. Zodoende is de impact van de voorgestelde tariefrichting op deze groep als geheel dan ook moeilijk te duiden. Daarom bieden we
79 ) Sinds 01-07-2015 publiceren alle regionale netbeheerders jaarverbruiksdata op hun eigen website. 80 ) Hierin is uitgegaan van de jaarlijkse groei van 110k nieuwe kleinverbruik aansluitingen in 2023, NBNL 81 ) Voor de groei van het verbruik is, net als in de rapportage, uitgegaan van het IP2024 Klimaatambitie
scenario in het Energietransitiemodel.
Overgrote meerderheid van de kleinverbruikersaansluitingen, waaronder klein-zakelijk, bevindt zich in de 1x25A t/m 3x25A aansluitcategorie De onderverdeling van KV-aansluitingen in 2030 per aansluitcategorie laat zien dat veruit de meeste aansluitingen tot de 1x25 ampère – 3x25 ampère groep82) behoren. Onder het huidige nettariefstelsel betalen zij een vergelijkbaar capaciteitstarief rond de €350 per jaar, afhankelijk van de netbeheerder. Negentig procent van de aansluitingen binnen deze groep betreft huishoudens.
82 ) Dit is een categorisering op basis van het capaciteitstarief die de regionale netbeheerders rekenen. Elke regionale
netbeheerder hanteert een andere categorisering.
78
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Verdeling huishoudens en klein-zakelijke kleinverbruikers
Kleinverbruiksaansluitingen per aansluitcategorie
2030 prognose o.b.v. 2023 verbruiksgegevens RNBs en groei aantal KV-aansluitingen.
2030 o.b.v. 2023 verbruiksgegevens RNBs en groei KV-aansluitingen
3.173 Figuur 23 Onderverdeling kleinverbruiksaansluitingen per aansluitcategorie tot en met 3x80A
Onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen Klein-zakelijke aansluitingen zijn heterogeen in type verbruik; impact van het variabele uurtarief zal verschillend uitpakken voor ochtend-, middag-, en avondgebruikers Het verbruiksprofiel van verschillende huishoudens
kent relatief weinig variatie. Typisch verbruikt een huishouden in de nacht weinig elektriciteit en in de ochtend- en avonduren veel. Klein-zakelijke aansluitingen tonen een veel grotere heterogeniteit in hoeveelheden Figuur 22 Onderverdeling kleinverbruiksaansluitingen en energieverbruik tussen huishoudens en niet- verbruik, maar ook in de verbruiksprofielen. Een meubelzaak zal typisch overdag veel huishoudelijke aansluitingen, <3x80 ampère.
verbruiken, een kleine bakker ‘s nachts en een restaurant in de avond. De impact van het voorgestelde tariefstelsel zal dus ook verschillen tussen deze type klein-zakelijke In alle andere aansluitcategorieën betreft de meerderheid van de aansluitingen klein- aansluitingen. Om toch inzicht te bieden in de impact op deze groep definiëren we zakelijke aansluitingen. Omdat de aansluitcategorie 1x25 ampère - 3x25 ampère zo vijf typische verbruiksprofielen en geven we een inschatting van de verdeling van nietomvangrijk is, bevat deze in absolute aantallen toch nog de meeste klein-zakelijke huishoudelijke aansluitingen over deze vijf verbruiksprofielen. aansluitingen (circa 900.00 aansluitingen). We gebruiken een CBS-dataset83) die per bedrijfstak (SBI 2008 codes, niveau 1) een onderverdeling maakt van het aantal zakelijke klanten met een verbruik van minder dan 100.000 kWh/jaar (zie Figuur 23). Dit verbruik komt naar schatting overeen met het verbruik van KVaansluitingen. Op basis van de beschrijving van de achterliggende economische activiteiten (SBI83 ) CBS - Aardgas- en elektriciteitslevering aan bedrijven; verbruiksklasse, SBI 2008
79
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
codes), schatten we kwalitatief in welke verbruiksprofielen gevonden kunnen worden binnen elke bedrijfstak. We maken hierin onderscheid tussen een profiel met een ‘ochtendpiek’, ‘overdagpiek’, ‘avondpiek’, ‘nachtpiek’ en een ‘vlak (ook wel continu)’ profiel. Figuur 23 toont per economische hoofdactiviteit het totaal aantal KV-aansluitingen en een inschatting van welke typische profielen voornamelijk voorkomen. Deze analyse resulteert bovendien in een inschatting van het aantal aansluitingen per type verbruiksprofiel (onderaan figuur 23). Onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per bedrijfstak
Figuur 24 Inschatting van onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per bedrijfstak op basis van CBS-data 2022, tot 100.000 kWh/jaar
Ochtend Aansluitingen O.b.v. kwalitatieve inschatting
Overdag
Avond
Nacht
Vlak
20%
48%
13%
4%
15%
~150k
~350k
~90k
~30k
~110k
Figuur 25 Inschatting van onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per type verbruiksprofiel, op basis van een kwalitatieve inschatting
80
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Casuïstiek van daadwerkelijke profielen De beschikbaarheid van daadwerkelijke profielen is zeer beperkt en maakt het uitdagend om op basis van de wel beschikbare data conclusies te trekken. Desondanks geven we graag inzicht in hoe het alternatieve nettarief zou uitpakken voor een drietal daadwerkelijke en geanonimiseerde verbruiksprofielen waartoe we beschikking hebben gekregen via COMCAM (Restaurant 1 en 2) en Scholt Energy (Winkel). Het betreft de profielen van een restaurant met een 3x50 ampère aansluiting en een restaurant en een winkel beide met een 3x35 ampère aansluiting (zie Figuur 25). Zoals verwacht gaan beide restaurants meer betalen voor het
tijdgebonden kWh-tarief omdat hun verbruik het hoogste is tussen 16:00 – 22:00. Voor restaurant 1 nemen de netbeheerkosten toe met zo’n 88% tot € 9.392,-. Een stijging van de netkosten is in lijn der verwachting, bovendien is het jaarverbruik van dit restaurant binnen zijn aansluiting aan de hoge kant. Dit verklaart de grote toename van de netkosten. De stijging in de netbeheerkosten voor restaurant 2 zijn met 6% een stuk beperkter. De netbeheerkosten van de winkel nemen met 1% zeer beperkt af. Hoewel het verbruik van deze winkel een typische ochtendpiek laat zien, waarmee je een daling van de netkosten zou verwachten, is de daling beperkt doordat het jaarverbruik binnen de aansluitcategorie aan de hoge kant ligt. Ter vergelijking, het jaarverbruik van de winkel is bijna 2000 kWh hoger dan dat van restaurant 2. Desondanks daalt het nettarief van de winkel. 0
Verbruiksprofielen en netwerkkosten 2030 Voor het drietal werkelijke klein-zakelijke profielen, geen sturing Verbruiksprofiel, gemiddelde winterdag
16 kW 14 12
11 22
1 12 23 24
3 14
4 15
5 16
8 19
9 20
10 21
Winkel
Restaurant 1
Restaurant 2
Winkel
58.763 kWh/jr 3x50 A
19.169 kWh/jr 3x35 A
20.999 kWh/jr 3x35 A
€ 10.000
€ 9.392
Restaurant 1Restaurant 2
€ 7.500 € 4.976 € 5.000 € 2.532 € 2.500
2 0
7 18
uren van de dag
6 4
6 17
Netwerkkosten met huidige en nieuwe tarief
10 8
2 13
€0 Huidig
Figuur 25 Drietal verbruiksprofielen en netwerkkosten in 2030 van werkelijke profielen. Data beschikbaar gesteld door COMCAM (Restaurant 1 & 2) en Scholt Energy (Winkel).
Basislast
Uurtarief
€ 2.672
€ 2.532
€ 2.502
81