CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

I.c Handboek integriteit - werving, selectie en screening, september 2025, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

gemeenteraad 16 oktober 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Voorgesteld wordt enige stukken voor kennisgeving aan te nemen15.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

22. In hoeverre kunnen nieuwe leden toetreden tot of vertrekken uit het netwerk? Deze vraag geeft inzicht in de mate van openheid van het netwerk.

10. In hoeverre is het netwerk bekend binnen de raad/Provinciale Staten/het AB? Is het netwerk onderwerp van gesprek binnen de volksvertegenwoordiging?

23. In hoeverre draait het lidmaatschap van het netwerk meer om expertise of om ons kent ons? Zijn leden op basis van unieke kwaliteiten, eigenschappen en expertise georganiseerd of draait de organisatie in de basis om het feit dat men elkaar kent?

11. In hoeverre is men binnen het college/Gedeputeerde Staten/het DB bekend met het netwerk? Is het netwerk onderwerp van gesprek binnen het bestuur? 12. In welke mate is er sprake van interne reflectie over het functioneren van het netwerk? Wordt er binnen het netwerk gesproken over de wijze waarop het netwerk opereert? Effectiviteit 13. In hoeverre is er binnen het netwerk sprake van gezamenlijke of verschillende belangen? Is er sprake van verschillende belangen die juist via uitruil en samenwerking behartigd worden of is er vooral een gedeeld belang? 14. Is de samenwerking binnen het netwerk ingegeven door overwegingen van strategische aard, vertrouwen in de netwerken of effectiviteitsoverwegingen? Deze vraag biedt inzicht in het voornaamste motief om in het netwerk te participeren.

25. In welke mate draagt het netwerk bij aan de beleidsvorming en/of frustreert de beleidsvorming? Wordt de beleidsvorming beter of slechter door de bemoeienis van het netwerk? Sterkte van de relatie van eigen netwerken met andere netwerken 26. Is het netwerk te typeren als een extern of intern netwerk? Betreft het een netwerk binnen de gemeentelijke organisatie of daarbuiten? 27. Is het netwerk een lokaal, regionaal, nationaal of internationaal netwerk? Hoe ver reikt het netwerk geografisch?

15. In welke mate kunt u binnen het netwerk autonoom handelen? Hier wordt bedoeld of er binnen het netwerk nog voldoende mate van individueel en autonoom handelen is of dat er een bepaalde mate van oneigenlijke druk is die het autonoom handelen beperkt.

28. Is het netwerk recent of in het verleden ontstaan? Is het netwerk in de laatste drie jaar ontstaan of al daarvoor?

16. In welke mate is er sprake van consensus of conflict met het netwerk? Hiermee kan een beeld geschetst worden over de mate waarin u als kandidaat en het netwerk het steeds het met elkaar eens zijn of dat er ook wel sprake is van onenigheid.

29. In het netwerk onderdeel van een ander netwerk of is het een zelfstandig netwerk? Deze vraag geeft inzicht in de samenhang van de verschillende netwerken. Hoe ziet u het netwerk ten opzichte van overkoepelende of subnetwerken?

Maatschappelijke impact

30. In welke mate is er sprake van privé- of zakelijke relaties binnen het netwerk? Zijn de relaties ontstaan binnen familie, buurt, kennissen familie of vrienden of tijdens zakelijke ontmoetingen?

17. In hoeverre draagt het netwerk bij aan de realisatie van een groot of laag maatschappelijk belang? Deze vraag geeft inzicht in de mate waarin het netwerk bijdraagt aan een mogelijke grote of beperkte maatschappelijke impact. 18. Is uw bijdrage binnen het netwerk meer ideologisch of pragmatisch van aard? Draagt u bij aan het netwerk vanwege een sterke overtuiging rondom een thema of belang of is het eerder zo dat u ervaart dat uw bijdrage het netwerk verder helpt? 19. In hoeverre dient het netwerk een publiek of privaat belang? Privaat belang is een belang voor uzelf of voor de netwerkleden persoonlijk. Publiek belang betreft een doel waarmee de samenleving of een deel ervan gebaat is.

32

24. Leidt deelname aan het netwerk tot een bevoorrechte positie ten opzichte van andere partijen die niet deelnemen aan het netwerk? Kan het zijn dat deelname aan dit netwerk maakt dat u of uw netwerkleden nu of in de toekomst ook eerder betrokken zullen worden bij andere initiatieven?

Beïnvloeding van het netwerk door andere netwerken (Naast dat u onderdeel uitmaakt van diverse netwerken zal ook invloed uitgeoefend worden op u vanuit andere netwerken. De onderstaande vragen 31 t/m 35 gaan over netwerken die hun invloed proberen uit te oefenen maar waar u geen onderdeel van uitmaakt. 31. In hoeverre wordt dit netwerk beïnvloed door andere netwerken? Zijn er andere netwerken die invloed proberen uit te oefenen op dit netwerk? 32. Maakt u onderdeel uit van die netwerken die proberen invloed uit te oefenen op dit netwerk? Zijn dit netwerken waar u ook onderdeel van uitmaakt? 33. In welke mate dragen deze netwerken die invloed proberen uit te oefenen bij aan de beleidsvorming dan wel frustreren de beleidsvorming? Wordt de beleidsvorming beter of slechter door de bemoeienis van deze netwerken?

20. Hoe groot is de diversiteit van partijen voor wie de impact van het netwerk geldt? Diversiteit van partijen; partijen met verschillende achterbannen, partijen vanuit professionele en vrijwillige organisaties. Partijen die een publiek, maatschappelijk en/of privaat belang hebben.

34. In hoeverre is er potentiële hindermacht van het netwerk te verwachten? Kan dit netwerk voor sociale, maatschappelijke of politieke escalatie zorgen?

21. In welke mate is er een afhankelijkheid van het netwerk om het doel te bereiken? Het betreft hier het onderscheid tussen het doel dat u als bestuurder/gemeentesecretaris wilt bereiken (zeg maar het beleidsdoel) en het algemene doel (als deze er is) van het netwerk. Bent u voor dit beleidsdoel afhankelijk van het netwerk?

35. In hoeverre zijn er overeenkomstige of tegenstelde belangen met netwerken die het netwerk proberen te beïnvloeden? Hoe verhouden de belangen van de netwerken die uw eigen netwerk proberen te beïnvloeden zich tot de belangen in uw eigen netwerk?

Handboek Integriteit

/ 5 Bijlagen

< vorige pagina

volgende pagina >

33

2

Modelgedragscodes In deze bijlage vind je de model gedragscodes integriteit voor bestuurders en volksvertegenwoordigers. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur.

Inleiding Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collegabestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels.

Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen. De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Provinciewet/Gemeentewet/Waterschapswet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de dagelijkse bestuurders: de commissaris van de Koning, burgemeester, waterschapvoorzitter en de gedeputeerden, de wethouder, de leden van het dagelijks bestuur van een waterschap. Veel bepalingen zijn voor dagelijkse bestuurders en volksvertegenwoordigers gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels.

De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van

34

Handboek Integriteit

/ 5 Bijlagen

politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechte­ lijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Nemen provincies, gemeenten of waterschappen contra-legem constructies op in de gedragscode dan kunnen die gemakkelijk weer zelf aanleiding zijn voor integriteitsproblemen. Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een provinciale, gemeentelijke of waterschapsverordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.

Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’. Politieke ambtsdragers hebben een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een bestuurder gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.

Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook toe op de onderlinge omgangs­­vormen. Een respectvolle omgang, met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.

< vorige pagina

volgende pagina >

35

Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.

1

Algemene bepalingen Wettelijke grondslag De Provinciale staten/Gemeenteraad/Het algemeen bestuur stelt/stellen een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 40c, tweede lid, en 68, tweede lid, Provinciewet, artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet en artikelen 33, derde lid, en 45 Waterschapswet).

1.1 De gedragscode geldt voor de commissaris van de Koning / burgemeester / waterschap­ voorzitter en voor de gedeputeerden en wethouders / leden van het dagelijks bestuur van het Waterschap, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.

1.2 De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

2

Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikelen 41a en 65 Gemeentewet, artikelen 40a en 64 Provinciewet en artikelen 45 en 50 Waterschapswet). Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de commissaris van de Koning, de burgemeester, de waterschapvoorzitter, de gedeputeerde, de wethouder en het lid van het dagelijks bestuur de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.”

36

Handboek Integriteit

/ 5 Bijlagen

• Een bestuurder neemt niet deel aan de stemming over: - een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; - de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort. • (artikel 58 jo artikel 28 Provinciewet, artikel 58 jo artikel 28 Gemeentewet en artikel 45 jo artikel 38a Waterschapswet). • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot stemonthouding: • Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd: 1) In het eerste lid wordt “de stemming” vervangen door “de beraadslaging en stemming”. 2) Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Incompatibiliteiten en nevenfuncties: • Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de provincie(bestuur)/gemeente(bestuur)/waterschap(sbestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de provincie/de gemeente/het waterschap bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. • (artikelen 40c, eerste lid, en 68, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Provinciewet, artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet en artikelen 45 en 47, derde lid, jo artikel 33, eerste en tweede lid, Waterschapswet). • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 35c en 67 Provinciewet, artikelen 36b en 68 Gemeentewet en artikel 45 jo artikel 31, tweede lid, en artikel 47, eerste lid, Waterschapswet). • Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 45, tweede lid, en 46 Provinciewet, artikelen 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet en artikel 45 jo artikelen 31, derde lid, en 33, vierde lid, Waterschapswet).

• Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters, commissarissen van de Koning en waterschap-voorzitters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging. Voor de commissaris van de Koning, de burgemeester en de waterschapvoorzitter geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 40b en 66 Provinciewet, artikelen 41b en 67 Gemeentewet en artikelen 44k en 48 Waterschapswet). • Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Voor commissarissen van de Koning, burgemeesters en waterschap-voorzitters zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties

< vorige pagina

volgende pagina >

37

ligt ter inzage op het provinciehuis/gemeentehuis/waterschaphuis (artikelen 40b en 66 Provinciewet, artikelen 41b en 67 Gemeentewet en artikelen 44k en 48 Waterschapswet). • Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het provinciehuis/gemeentehuis/waterschap-huis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 40b en 66 Provinciewet, artikelen 41b en 67 Gemeentewet en artikelen 44k en 48 Waterschapswet). • Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de provinciekas/gemeentekas/waterschapkas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 43 en 65 Provinciewet, artikelen 44 en 66 Gemeentewet en artikelen 44 en 48 Waterschapswet).

2.1.1 1. De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter levert de provincie­ secretaris/ gemeentesecretaris/secretaris-directeur de informatie aan over de neven­ functies die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geeft hem de wijzigingen daarin door. 2. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn. 3. De provinciesecretaris/gemeentesecretaris/secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

1. Gedeputeerden/wethouders/leden van het dagelijks bestuur leveren de provinciesecretaris/ gemeentesecretaris/secretaris-directeur de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geven hem de wijzigingen daarin door. 2. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, of het al dan niet een nevenfunctie uit hoofde van het ambt betreft, wat het (verwachte) tijdsbeslag is, of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn. 3. De provinciesecretaris/gemeentesecretaris/secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

2.2 1. De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter en de gedeputeerden/wethouders/leden van het dagelijks bestuur handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. 2. Een gedeputeerde, wethouder, lid van het dagelijks bestuur bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de commissaris van de Koning, burgemeester, waterschapvoorzitter.

Handboek Integriteit

2.3 1. Het college van gedeputeerde staten/Het college van burgemeester en wethouders/ Het dagelijks bestuur sluit commissaris van de Koning/ de burgemeester/waterschapvoorzitter en gedeputeerden/wethouders/leden van het dagelijks bestuur gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de provincie/ de gemeente/het waterschap. 2. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de provincie/de gemeente/ het waterschap waar hij commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap voorzitter, dan wel gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de provincie/de gemeente/het waterschap zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. 3. Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/Het dagelijks bestuur vragen meerdere offertes aan als bij een offerteaanvraag ook oud-bestuurders en bevriende relaties zijn betrokken. 4. Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/Het dagelijks bestuur stellen een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren staten/ raad/algemeen bestuur regelmatig over de toepassing in de praktijk.

2.4

2.1.2

38

3. Een burgemeester en de voorzitter van een waterschap bespreken de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning, de commissaris van de Koning bespreekt een dergelijke situatie met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

/ 5 Bijlagen

1. Het college van gedeputeerde staten/Het college van burgemeester en wethouders/ Het dagelijks bestuur draagt de commissaris van de Koning/burgemeester/waterschapvoorzitter en een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. 2. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en in artikel 4.1 van het Waterschaps- besluit.

Toelichting 2.1.1 en 2.1.2 Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt zijn er enkele verschillen in de wetgeving ten aanzien van de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen commissarissen van de Koning/burgemeesters/waterschapvoorzitters enerzijds en gedeputeerden/ wethouders/overige leden van het dagelijks bestuur anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn hiermee dan ook niet exact gelijk. De bepalingen betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register.

< vorige pagina

volgende pagina >

39

3 De ambtsdrager is zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Hoewel aan het ambt gerelateerde nevenfuncties (q.q.-functies) wettelijk niet openbaar gemaakt hoeven te worden, verdient het aanbeveling deze wel op te nemen in het overzicht van nevenfuncties. 2.3 en 2.4 In deze bepalingen is de zogenaamde draaideurconstructie geregeld. De draaideur­ constructie geldt niet bij aanvaarding van het statenlidmaatschap/raadslidmaatschap/ lidmaatschap van het algemeen bestuur. In 2.3 gedurende 1 jaar na aftreden is de uitsluiting geregeld van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de provincie/de gemeente/het waterschap en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de provincie/de gemeente/het waterschap een bestuurlijk en financieel belang heeft. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijk of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.

Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet die organisatie failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden. Wees extra voorzichtig als je oud-bestuurders bevriende relaties werft. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de/het voormalige provincie/gemeente/waterschap, is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de provincie/gemeente/het waterschap. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de provincie/gemeente/het waterschap gaat solliciteren. In het eerste jaar na aftreden kunnen in elk geval oud-bestuurders niet worden aangetrokken om tegen beloning activiteiten voor de eigen provincie/gemeente/waterschap te verrichten. Na één jaar verdient het aanbeveling om bij opdracht-verlening de gebruikelijke aanbestedings­ vereisten met meerdere offertes te hanteren als een voormalige bestuurder of een relatie van de huidige bestuurders meedingt naar een opdracht.

Een afwegingskader voor selectie en benoemingen van externen kan behulpzaam zijn. Transparantie over de afwegingen die zijn gemaakt bij het aantrekken van externen is daarbij van wezenlijk belang. Het bepaalde in 2.2, eerste lid, (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de/het voormalige provincie/gemeente/waterschap.

Informatie Wettelijk kader Informatieplicht Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/Het dagelijks bestuur van het waterschap en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen 167 en 179 Provinciewet, artikelen 169 en 180 Gemeentewet en artikelen 89 en artikel 97 Waterschapswet).

Geheimhouding 1. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). 2. Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/Het dagelijks bestuur van het waterschap kunnen/kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, geheimhouding opleggen. Ook de commissaris van de Koning/burgemeester/ waterschap-voorzitter heeft die bevoegdheid. 3. Ook de provinciale staten/gemeenteraad/het algemeen bestuur van het waterschap dan wel, (de voorzitter van) een commissie kunnen/kan geheimhouding opleggen (artikelen 84, 85 en 86 Provinciewet, artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet en artikelen 55b, 55c en 55d Waterschapswet). 4. De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft. 5.

Een lid van de volksvertegenwoordiging of van een door de volksvertegenwoordiging ingestelde commissie dat/die in strijd handelt met de geheimhoudingsplicht kan bij besluit van de volksvertegenwoordiging ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheim­ houding geldt. 6. Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

3.1 De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.

40

Handboek Integriteit

/ 5 Bijlagen

< vorige pagina

volgende pagina >

41

3.2

4.2

De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) nietopenbare informatie.

1

Toelichting 3.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.

4

Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen Wettelijk kader Afleggen eed of belofte De eed of belofte die op grond van de artikelen 40a en 64 van de Provinciewet, de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet en de artikelen 45 en 50 van de Waterschapswet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken.

4.1 1

2

3

4

5

42

Een commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2 Bij twijfel legt de commissaris van de Koning/de burgemeester/de waterschapvoorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur de uitnodiging ter bespreking voor aan het college van gedeputeerde staten/het college van burgemeester en wethouders/het dagelijks bestuur.

4.3 1

Invitaties voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen op rekening van anderen dan de provincie/de gemeente/het waterschap legt de commissaris van de Koning/de burgemeester/de waterschapvoorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur vooraf ter bespreking voor aan het college van gedeputeerde staten/ het college van burgemeester en wethouders/het dagelijks bestuur. 2 De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter, dan wel de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur maakt de excursies en evenementen die hij heeft aanvaard openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden, onder vermelding van wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/ hebben genomen. De informatie is via internet beschikbaar. 3 De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt binnen één week na terugkeer in Nederland opgenomen in het register, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid.

Toelichting Een commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. Geschenken die de commissaris van de Koning/de burgemeester/waterschapvoorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de provincie/de gemeente/het waterschap. De provinciesecretaris/gemeentesecretaris/secretaris-directeur legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente/de provincie/het waterschap hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

De commissaris van de Koning/de burgmeester/waterschap-voorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur ontvangt geen geschenken op het woon/huisadres.

Handboek Integriteit

/ 5 Bijlagen

4.1 In de gedragscode is het uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de provincie/de gemeente/het waterschap die/dat zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de provincie/de gemeente/het waterschap heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. 4.2 Dit geldt ook voor werkbezoeken. 4.3 Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als commissaris van de Koning/burgemeester/ waterschapvoorzitter, dan wel als gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder. Bij 4.2 en 4.3.

dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.

< vorige pagina

volgende pagina >

43

5

Gebruik van voorzieningen van de gemeente/ de provincie/het waterschap Wettelijk kader Geen andere inkomsten Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van provincie/de gemeente/het waterschap dan die bij of krachtens de wet zijn toegestaan (artikelen 43 en 66 Provinciewet, artikelen 44 en 66 Gemeentewet en artikelen 44 en 48 Waterschapswet). Procedure van declaratie (modelverordeningen rechtspositie VNG en IPO) Er zijn voor gedeputeerden/wethouders voorschriften opgenomen in de provinciale/ gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de provincie/ gemeente. Ook zijn in de provinciale/gemeentelijke verordening voor gedeputeerden/wethouders voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een provinciale/gemeentelijke creditcard. Buitenlandse dienstreis voor gedeputeerden/wethouders (modelverordeningen VNG en IPO) Als de gedeputeerde/wethouder in het provinciaal/gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reisen verblijfkosten vergoed. 2 Voor een reis in het provinciaal/gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van gedeputeerde staten/ burgemeester en wethouders vereist.

3 De Provinciale staten/gemeenteraad kunnen/kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden.

gedeputeerde staten/het college van burgemeester en wethouders/het dagelijks bestuur. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 2 De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter, dan wel de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening. 3 Het college van gedeputeerde staten/het college van burgemeester en wethouders/ het dagelijks bestuur betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert de provinciale staten/de gemeenteraad/het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.

5.3 1

Een commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de provincie/de gemeente/het waterschap. 2 De provinciesecretaris/gemeentesecretaris/secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

1

5.1 Het college van gedeputeerde staten/het college van burgemeester en wethouders/ het dagelijks bestuur richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de provincie/de gemeente/het waterschap. 2 De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter en de gedeputeerden/ de wethouders/de leden van het dagelijks bestuur verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgestelde regels en procedures.

5.4 Voor de toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurprovincie/buurgemeente/buurwaterschap in het buitenland.

5.5 Een commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.

1

5.6 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de provincie/de gemeente/het waterschap ten eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaar, tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan.

5.2 1

44

Een commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van

Handboek Integriteit

/ 5 Bijlagen

< vorige pagina

volgende pagina >

45

Toelichting 5.1 Aan bestuurders worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a) in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b) indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c) het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; d) voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet.

Eindnoten 1 Vergunningplicht voor externe bureaus (Wpbr) Om de persoonlijke levenssfeer van burgers te beschermen geldt - op basis van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) voor integriteitsonderzoeken een vergunningplicht. Deze vergunningplicht geldt ook voor risicoanalyses van (kandidaat-)bestuurders. Alleen bureaus met een vergunning mogen deze werkzaamheden verrichten. De screeningsautoriteit Justis van het ministerie van Justitie en Veiligheid geeft deze vergunning af. Bureaus met een vergunning krijgen van Justis een Particulier Onderzoeksbureau (POB) nummer. Deze vergunningplicht geldt niet voor advocatenkantoren, gelet op het feit dat advocaten gebonden zijn aan wettelijke voorschriften, waaronder de Advocatenwet. Dit vloeit voort uit artikel 1, lid 3 Wpbr. Keurmerken en certificering Naast deze vergunning zijn er diverse keurmerken en certificeringen in deze branche, waar bij de opdrachtverstrekking naar gevraagd kan worden. Deze zijn onder meer gericht op de bescherming van de privacy en zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens.

Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. De bestuurder zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden. 5.2 en 5.3 Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt bij het college van gedeputeerde staten/burgemeester en wethouders/het dagelijks bestuur. Ingevolge 5.4 gelden de bepalingen van 5.2 en 5.3 niet voor de meer reguliere (buitenlandse) dienstreizen naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurprovincie/buurgemeente/ buurwaterschap in het buitenland. Voor dergelijke (buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijk richtsnoer. Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder 5.2 en 5.3 en komen niet ten laste van de provincie/de gemeente/het waterschap. Zie paragraaf 5.3lid 1. voor een uitgebreide toelichting over de regels met betrekking tot verlenging van dienstreizen.

Hierbij kan worden aangesloten hetgeen voor rijksambtenaren in de CAO-Rijk is afgesproken over verlengen van een buitenlandse dienstreis wegens privéomstandigheden. De verlenging bedraagt maximaal 72 uur, de meerkosten voor reis en verblijf worden zelf betaald en eventuele besparingen zijn voor de provincie/de gemeente/het waterschap. Het verlengen van uw dienstreis voor privédoeleinden aan het begin van uw dienstreis is niet toegestaan als u eerder dan noodzakelijk vertrekt om te herstellen van de reis of om te acclimatiseren aan de lokale omstandigheden. 5.6 Stelregel is dat privé-gebruik van provinciale/gemeentelijke/waterschappelijke voorzieningen niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert.

46

Handboek Integriteit

/ 5 Bijlagen

< vorige pagina

47

Dit is een publicatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (in samenwerking met Lysias Advies) Postbus 20011 2500 EA | Den Haag www.kennisopenbaarbestuur.nl info.openbaarbestuur@minbzk.nl september 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16074830/1